CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

VNG (2020) Handvatten voor een breed gemeentelijk mediabeleid.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 19 december 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 50: Raadsinformatiebrief over Stand van zaken RTV Dordrecht en mediabeleid - Raadsinformatiebrief18.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

22

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Newsroom Enschede, Regionaal Nieuwsnetwerk (Omroep West), Broeinest Brabant en Media Valley (Sittard) zijn echter thans nog niet beschikbaar.3

Lokaal of regionaal mediafonds Een mediafonds zorgt voor gerichte steun op kwetsbare onderdelen in de nieuwsvoorziening, zoals onderzoeksjournalistiek of journalistiek in wijken of bij doelgroepen. Lokale fondsen bestaan in Leiden (De Jong & Koetsenruijter, 2017), Groningen en Tilburg (en binnenkort Haarlem). Als een aparte institutie niet zinvol of mogelijk wordt geacht, kan het ook via een subsidieregeling met een onafhankelijke beoordelingscommissie die B en W adviseert zoals in Amstelveen. Deze laatste constructie heeft niet de voorkeur van het Expertiseteam. Onlangs is een evaluatierapport verschenen van het Leids Mediafonds. Bij het Leidse model wordt ook gedacht aan een bijdrage van de provincie. Randvoorwaarden voor zo’n model zijn dat het gemeentebestuur op afstand blijft, er een ruime looptijd is met voldoende budget plus transparante en lichte procedures. Projectvoorstellen moeten journalistieke kwaliteit en diepgang kennen, een duidelijke relatie met de gemeente hebben en ook op impact (relevantie en bereik) sturen. Publicatie in bestaande media verdient de voorkeur. Bij zo’n fonds verdient het aanbeveling om jong talent te stimuleren en experimenten mogelijk te maken. Niet alleen gevestigde partijen zoals publieke omroepen moet kunnen meedingen maar ook particuliere of nieuwe spelers en freelancers. Samenwerking is aanbevelenswaardig maar geen verplichting.

NVJ Leidraad Lokaal Mediafonds 2018

Innovatie Ondersteun met gemeentelijke maatregelen de transitie naar een meer digitaal model gelet op de veranderende mediavoorkeur van veel burgers. Om lokale journalistieke media voor een zo breed mogelijk publiek toegankelijk te houden en bereik via alle gewenste kanalen te garanderen is het belangrijk dat deze ook een goede toegang hebben en houden tot nieuwe digitale technieken. Het ontbreken van schaalvoordelen voor lokale organisaties en de toenemende concurrentie heeft niet alleen zijn weerslag op de beperkte aanschafmogelijkheid van techniek, maar ook op randvoorwaarden als bandbreedte, frequentie-indeling en -ruimte plus bijvoorbeeld de vindbaarheid op de kabel van lokale omroepen. Daardoor wordt de toegankelijkheid van dit medium beperkt. Het is noodzakelijk dat gemeenten, maar ook de rijksoverheid vanuit bijvoorbeeld het telecommunicatiebeleid, zich bewust zijn van het belang van toegankelijkheid en dat ze zich inzetten om deze te borgen. De lokale publieke omroepen zouden in elk geval moeten worden betrokken bij de implementatie van innovaties en de extra kosten die dit met zich meebrengt. Denk daarbij qua distributie bijvoorbeeld aan de introductie van DAB+/digitale radio, waarvoor de lokale overheden en instellingen geen rijksbudget hebben gekregen.

Dit is evenmin het geval bij een nieuwe werkmethode als datamining: het gericht zoeken naar (statistische) verbanden en nieuws op basis van digitale gegevensverzamelingen. Het vergroten van het digitale bereik op lokaal niveau is belangrijk, maar betrokkenen zijn ervan overtuigd dat

3

Newsroom Twente heeft journalistieke producten opgeleverd met veel impact in de regio. Toen de ondersteuning ophield, bleken financiële uitdagingen de samenwerking op hetzelfde niveau als voorheen in de weg te staan. Er wordt nog op incidentele basis samengewerkt, maar doordat er onvoldoende effort kan worden gestoken in het vinden en bewaken van gezamenlijke doelstellingen, is er geen gemeenschappelijke focus. Daarom is dit samenwerkingsmodel minder succesvol dan voorheen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

23

daarmee geen verdienmodel − zeker niet voor verdiepende lokale journalistiek − kan ontstaan. Het aanbod en de hoeveelheid afnemers zijn te gering om serieus geld te verdienen. Aan kleinere en minder kapitaalkrachtige lokale media zouden inhoudelijke en technische innovaties ter beschikking gesteld moeten worden om hun producten en diensten actueel te houden en hun bereik te vergroten. Niet alleen met geld, maar bijvoorbeeld ook met kennisoverdracht via een landelijk kenniscentrum of een regionaal mediacentrum.

Zichtbare plek voor stads- of dorpsjournalistiek met debat en educatie Door het afnemende aantal traditionele media en het inkrimpen van het personeelsbestand gaan journalisten steeds meer als eenlingen functioneren, terwijl voorheen door hen in het teamverband van een redactie, organisatie of concern werd gewerkt. Indien een gemeente het voortbestaan van de journalistieke gedachte- en productvorming van belang acht, zouden als alternatief journalistieke netwerken op lokaal of regionaal niveau ondersteund kunnen worden. Daarbij kan samengewerkt worden met andere gemeenten (bij streekomroepen en regionale mediacentra is dat nu al het geval). Een openbare plek voor stads- of dorpsjournalistiek kan goed werken wanneer dat op locaties gebeurt waar de bewoners al graag bij elkaar komen. Hier kan debat plaatsvinden en gewerkt worden aan de media-educatie van jeugdigen. Om massa te maken leert de ervaring dat de invulling van dit soort plekken het beste op streekniveau kan worden georganiseerd en waar nodig lokaal kan worden verbijzonderd. In Zeist werkten lokale media enkele jaren samen bij mediadebatten over actuele onderwerpen o.a. in de openbare bibliotheek.

Aansluiting bij andere portefeuilles Om de inbedding in de lokale samenleving te stimuleren van journalistieke initiatieven en mogelijk ook geldmiddelen te generen kan verbinding gezocht worden met andere sectoren en initiatieven. Te denken valt aan innovatieve digitale projecten die moeten leiden tot nieuwe businessmodellen en innovatie; digitale inclusie (het bereik van digitaal ongeletterden); leefbaarheid (nieuwkomers, gemeenschapszin); vereenzaming (nieuwsvoorziening voor en met ouderen) en veiligheid (criminaliteit, rampenbestrijding). Daarbij moet de onafhankelijkheid van de journalistiek onaangetast blijven. Financiering van lokale journalistiek kan aldus uit meerdere (lokale) portefeuilles worden bekostigd naast de mogelijkheden op nationaal niveau. Van belang is ook dat onafhankelijke journalistiek niet door ander gemeentelijk beleid wordt doorkruist. In het kader van milieubesparende maatregelen dreigden enkele gemeentebesturen de lokale berichtgeving te belemmeren. In dat geval mag in een brievenbus van burgers die geen ja-ja sticker hebben geen huis-aan-huis blad met redactionele inhoud meer bezorgd worden. Een gemeente die dat plan heeft doorgezet is onlangs door de rechter teruggefloten in afwachting van een bodemprocedure. Zorg voorts als gemeente voor een veilige infrastructuur en toegankelijkheid. Handel conform de principes van PersVeilig.

Dit is sinds eind 2019 een initiatief van de NVJ, het Genootschap van Hoofdredacteuren, de Politie en het Openbaar Ministerie. Het heeft als doel de positie van de journalisten te versterken tegen geweld en agressie op straat, op sociale media en/of via juridische claims.

Randvoorwaarden bij het beleid Afgezien van de concrete maatregelen kan de gemeente ook randvoorwaarden formuleren voor initiatieven die door haar worden bekostigd. Het Expertiseteam geeft daarbij de voorkeur aan structurele boven incidentele initiatieven, en beveelt aan ‘impact’ als een belangrijke benchmark te formuleren alsmede de salariëring van journalisten te monitoren. Ook kan ‘participatie’ een mogelijke randvoorwaarde zijn. Als naast de lokale publieke omroep ook private media-organisaties bekostigd worden is het des te meer van

24

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

belang randvoorwaarden voor deze media te formuleren. Lokale omroepen moeten zich houden aan de Mediawet en hebben over het algemeen een redactiestatuut, net als dagbladen en regionale omroepen. Van media-organisaties kan worden verwacht dat ze journalistieke codes onderschrijven. Andere spelers zouden eveneens daar minimaal aan moeten voldoen. De gemeente moet ver weg blijven van iedere vorm van inhoudelijke beoordeling van het journalistieke media-aanbod. Voor de Nederlandse situatie zijn drie journalistieke codes belangrijk: de Code voor de Journalistiek (Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren), de Code van Bordeaux en de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek. Bij de NVJ is een uitgebreid overzicht te vinden van redactiestatuten voor verschillende typen media (omroep, dagbladen, nieuwsbladen en internet).

Structurele of langlopende bekostiging Zorg voor structurele maatregelen: hoe tijdelijker de maatregel, hoe minder effectief en hoe groter de kans op beïnvloeding vanuit de geldverstrekker. Korte-termijnfinanciering zorgt voor incidentele journalistiek, terwijl de uitdaging is hoe lokaal een toekomstbestendige journalistieke infrastructuur opgezet kan worden. Bij een meerjarige gemeentelijke bekostiging, waarbij drie jaar de ondergrens zou moeten zijn, is het toch zinvol om bepaalde beoordelingsmomenten in te bouwen. Dit om te voorkomen dat de begunstigde partij in kwestie na het verwerven van de gelden achterover zou gaan leunen. Monitoring binnen deze periode en evaluatie na afloop ervan zijn relevante aandachtspunten. Externe instanties kunnen hierbij een rol spelen. Ook gelden voor stimuleringsmaatregelen zou de gemeente enige jaren moeten borgen, want anders bestaat het risico dat deze maatregelen een politieke en financiële speelbal worden. Zo is het Leids Mediafonds al na twee jaar gekort op de begroting. Het Expertiseteam wil benadrukken, dat wanneer er extra bijdragen uit ‘Den Haag’ komen, de gemeenten in kwestie niet qua financiering een terugtrekkende beweging gaan maken. Op die manier zou namelijk de gewenste extra financiële ruimte die landelijk voor journalistiek wordt gecreëerd, lokaal weer teniet worden gedaan.

Liever impact dan alleen bereik Aangezien er in het lokale mediadomein steeds minder tijd voor verdieping is, betreft dit bij uitstek een publieke taak. Immers, na relatief tijdrovend (journalistiek) onderzoek blijkt de werkelijkheid soms heel anders in elkaar te zitten dan algemeen wordt aangenomen. Daarbij zou een deel van de uitdaging moeten zitten in het realiseren van bereik met verdiepende onderwerpen. Met een relevant verdiepend onderwerp slechts weinig mensen bereiken is niet echt doeltreffend. Het gaat om de impact, een combinatie van relevantie en bereik. Tarieven en salariëring Uit gegevens van brancheorganisatie NVJ is bekend dat tarieven voor freelancers en ingehuurde ZZP’ers sterk onder druk staan. In hoeverre lokale media gebruik maken van dergelijke krachten is overigens niet bekend. Het verdient aanbeveling dat bij het ontwikkelen van nieuwe initiatieven er zorg voor te dragen dat projecten uitgevoerd worden via constructies waarbij fatsoenlijke tarieven worden betaald aan journalisten. Ook kan de gemeente denken aan voorwaarden die het naleven van een Cao garanderen. Het ministerie van OCW is thans doende met het in kaart brengen van de ontwikkeling bij de freelance-tarieven die sinds 2004 aan journalisten betaald zijn. Fair Practice Code culturele en creatieve sector 2017 en de quick scan plus checklist en rekentool. Cao voor het Uitgeverijbedrijf 2019-2020.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

25

Participatie Media kunnen gebruik maken van burgers, doordat deze journalisten kunnen voorzien van beeldmateriaal of van andere relevante informatie waar zij kennis van hebben. De ‘traditionele journalistiek’ kan de inbreng ook bevorderen en het publiek betrekken bij het nieuws via enquêtes, gesprekken met betrokkenen, debatten, reacties, commentaren en door een podium te bieden voor opinies van burgers. De gemeente kan overwegen om ‘participatie’ als randvoorwaarde te formuleren voor initiatieven die door haar worden bekostigd. Burgerparticipatie kan via een ledenmodel ook belangrijk zijn voor de lokale journalistiek. Dat dit een kostendekkende situatie gaat opleveren acht het Expertiseteam echter uitgesloten. Er is geen lokaal voorbeeld waarbij het ledenmodel een substantiële bijdrage levert aan een begroting van een journalistiek medium.

26

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6 Politieke ontwikkelingen en mediatrends Gemeenten krijgen te maken met een aantal belangrijke beleidsaanpassingen in de komende periode. Voor het media- en communicatiebeleid is de ‘Wet elektronische publicaties’ wel het belangrijkste. Daarnaast wacht nog steeds de Wet open overheid (Woo) op parlementaire behandeling. Vorig jaar publiceerde de VNG ‘Gemeenten 2024’ met o.a. participatie van burgers en versterking van de lokale democratie centraal. Het Expertiseteam pleit ervoor deze inzichten van toepassing te verklaren op het media- en communicatiebeleid. Als laatste vragen we aandacht voor een toekomstgerichte scenario-studie die de contouren schetst van de media-ontwikkelingen in het komende decennium.

Bekendmakingswet /Wet elektronische publicaties. Waarschijnlijk zal op 1 juli 2021 de wijziging van de Bekendmakingswet van kracht worden. Deze wetswijziging heeft als doelstelling om de samenleving digitaal volledig te informeren over besluiten die impact hebben op de leefomgeving. Burgers worden door de overheden geïnformeerd over deze besluiten zodat ze tijdig hun recht van inspraak kunnen uitoefenen. • Alle nieuw vastgestelde beleidsregels dienen vanaf 1 juli 2021 volledig bekend te worden gemaakt en geconsolideerd. Per 1 januari 2022 moeten alle op dat moment geldende beleidsregels geconsolideerd zijn aangeboden. • Kennisgevingen over vergunningen dienen per 1 juli 2021 verplicht elektronisch bekend te worden gemaakt. • Documenten die ter kennisgeving fysiek ter inzage in een overheidsgebouw worden gelegd, dienen voortaan ook digitaal ter inzage te worden gelegd. Deze documenten moeten geanonimiseerd zijn, zoals nu in de fysieke situatie het geval is. Deze verplichting gaat in per 1 januari 2022. • Het wordt verplicht om de officiële publicaties via Decentrale Regelgeving en Publicaties (DROP) te publiceren op officiëlebekendmakingen.nl. • Burgers die een geactiveerd account inclusief e-mailadres hebben voor MijnOverheid krijgen automatisch een e-mail waarin zij op de hoogte worden gesteld van nieuwe publicaties in hun directe woonomgeving.

Zij kunnen deze attenderingsservice zelf aanpassen en beëindigen. Dat betekent dat burgers in eerste instantie ongevraagd een attendering ontvangen. Hierdoor wordt de bevolking proactief en laagdrempelig bereikt.

Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) is een initiatiefwet uit 2012, die tot doel heeft om overheden en semi-overheden transparanter te maken. De wet bevat regels over toegankelijkheid en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Het wetsvoorstel is in april 2016 door de Tweede Kamer aangenomen. De Eerste Kamer heeft de behandeling opgeschort om ruimte te geven voor nader onderzoek naar de impact van de wet voor de overheden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). In januari 2019 is de Wijzigingswet Wet open overheid bij de Tweede Kamer ingediend. De verwachting was dat deze in het najaar van 2019 zou worden besproken in het parlement. Eind september 2020 is mede naar aanleiding van het advies van de Raad van State en vragen van de Kamer een herzien wijzigingsvoorstel ingediend en besloten tot plenaire Tweede Kamer-behandeling. De kern van de wet is dat overheidsorganisaties verplicht zijn om meer documenten actief openbaar te maken. Het gaat daarbij om de volgende elf categorieën: wet- en regelgeving, organisatiegegevens, raadsstukken,

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

27

bestuursstukken, stukken van adviescolleges, convenanten, jaarplannen en -verslagen, Wob/Woo-verzoeken, onderzoeken, beschikkingen en klachten. Hiernaast geldt onder de Woo een inspanningsverplichting voor bestuursorganen om bij de uitvoering van hun taak uit eigen beweging documenten openbaar te maken. Daarbij gaat het in ieder geval om informatie over het beleid, inclusief de voorbereiding, uitvoering, naleving, handhaving en evaluatie. Uitgezonderd zijn situaties waarbij dit niet redelijkerwijs mogelijk is zonder evenredige inspanning of kosten of wanneer met openbaarmaking geen redelijk belang wordt gediend. De VNG was in een eerste reactie positief over het gewijzigde Woo-voorstel. Voorts begeleidt VNG Realisatie lokale proeftuinen: eind 2019 hebben 55 gemeenten zich daarvoor aangemeld, resultaten zijn nog niet openbaar. Deze wordt eind november 2020 verwacht. Bedenkingen vanuit de journalistiek In april 2019 hebben de Vereniging van Onderzoeksjournalisten en veel andere media zich tot de Tweede Kamer gewend met het verzoek om de Woo niet aan te nemen. Naar hun oordeel zijn alle verbeteringen die de Woo aanvankelijk bevatte inmiddels verdwenen en met het restant schiet niemand volgens hen wat op. Het betekent in hun optiek op sommige punten zelfs een achteruitgang t.o.v. de Wob. Zij achten het beter de Wob te moderniseren en verbeteren.

Ook menen zij dat het voorstel niet voldoet aan de toegang tot overheidsinformatie conform het verdrag van Tromso. Op 1 juli 2020 hebben diverse journalistieke organisaties op de volgende punten verbetering gevraagd: 1. Het inzichtelijk maken over welke soort data Nederlandse overheden beschikken. Het transparantieregister moet daarom in het wetsvoorstel terugkeren. 2. Het is van belang dat de beslistermijn voor informatieverzoeken wordt gehalveerd. 3. Het aantal (semi-)overheidsorganisaties dat onder de Woo valt moet worden uitgebreid. 4. Het instellen van een onafhankelijke informatiecommissaris die als een soort ombudsman kan optreden bij geschillen tussen burger of journalist en overheid.

Gemeenten moeten ‘van buiten naar binnen’ werken In het VNG-rapport ‘Gemeenten 2024’ (2019) over de nieuwe participatieve/maatschappelijke democratie wordt o.a. het volgende vermeld: “De grote verantwoordelijkheden die het lokaal bestuur de afgelopen jaren zijn toebedeeld, vragen om een sterk lokaal verhaal. De politiek raakt, zowel landelijk als lokaal, steeds verder gefragmenteerd. De overheersende politieke stromingen zijn op hun retour, nieuwe spelers eisen via de sociale media hun gelijk en beïnvloeden de meningsvorming. (…) Besturen is mensenwerk, democratie is mensenwerk. De raads- en collegeakkoorden die in 2018 zijn gesloten, laten zien dat alle gemeenten werk maken van de versterking van de lokale democratie. Veel aandacht gaat uit naar het vroegtijdig en daadwerkelijk betrekken van inwoners en andere partijen bij beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering. Dat betekent in veel gevallen dat bestuurders tijdig met inwoners in gesprek gaan over grote maatschappelijke vraagstukken, hen betrekken bij de visievorming, beleid én uitvoering. ‘Samen met inwoners’ is een vaak gebruikte term in coalitieakkoorden. Allerlei ‘nieuwe’ instrumenten worden daarbij gebruikt zoals gebiedscommissies, kernendemocratie, burgerbegrotingen, right to challenge en right to bid.

(…) Faciliteren van deze participatieve of maatschappelijke democratie is belangrijk.” Het Expertiseteam vindt het opvallend dat in het rapport de lokale journalistiek niet mee is genomen. Deze kan de participatieve of maatschappelijke democratie immers ook faciliteren. Burgerparticipatie begint met goede, betrouwbare informatievoorziening. Een divers en florerend lokaal medialandschap zorgt ervoor dat lokale vraagstukken zoveel mogelijk burgers bereiken en niet alleen de bubbel van ‘beroeps-insprekers’. Tegelijk kunnen journalisten vanuit hun kerntaak de ‘macht’ controleren voor de burgers.

28

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Mediascenario’s voor 2025 Toenmalig staatssecretaris Dekker van OCW verwijst in zijn brief over het mediabestel van juni 2015 naar een scenariostudie die in opdracht van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek de situatie voor media en journalistiek in 2025 schetst. De scenario’s zijn tot stand gekomen op basis van discussies tussen een groot aantal experts op het gebied van media en betrokkenen zoals journalisten en uitgevers. Deze experts zagen als de twee belangrijkste ontwikkelingen het vertrouwen dat burgers in instituties, waaronder de overheid en de media, zouden hebben (nam dat toe of werd dat minder) en de mate waarin nieuwe technologieën geaccepteerd en omarmd zouden worden door het publiek. Projectie van deze ontwikkelingen op de toekomst levert vier toekomstscenario’s voor journalistiek en de media. 1. Technisch radicaal/Inhoudelijk do-it-yourself: ‘wisdom of the crowd’ Burgers bepalen het nieuws. Journalisten zijn feitenverzamelaar, curator en community-manager. (weinig vertrouwen/omarming technologie) 2. Technisch radicaal/Inhoudelijk do-it-for-me: ‘a handful of apples’ Een handvol megaconcerns bepalen het nieuws. De traditionele media-instellingen bestaan niet of nauwelijks meer en zij leveren volgens velen een achterhoede-gevecht. (vertrouwen instituties/omarming technologie) 3.

Technisch terughoudend/Inhoudelijk do-it-yourself: ‘the shire’ Kleinschaligheid, zelfredzaamheid en voorzichtigheid. De eigen wijk en regio zijn ankerpunten. Zowel burgerjournalisten als professionals dragen daaraan bij, overigens met vaak herhaling van dezelfde nieuwsfeiten en meningen. (weinig vertrouwen/weerstand tegen technologie) 4. Technisch terughoudend/Inhoudelijk do-it-for-me: ‘Darwin’s game’ Traditionele instellingen zoals overheden en media weten het vertrouwen van het publiek terug te winnen. Zij zijn transparanter en toegankelijker: er is sprake van een echte dialoog. De media-instellingen veranderen sterk door efficiency, samenwerking en experimenteren. (vertrouwen in instituties/weerstand tegen technologie) De VNG heeft als reactie in het vernieuwingsconvenant dat in 2015 met de NLPO over de lokale publieke omroepen is afgesloten een uitwerking van de scenario’s gemaakt, die in bijlage 2 is opgenomen. Voor lokale overheden kan het zinvol zijn de exercitie zoals die in de scenariostudie is uitgevoerd op lokale schaal te herhalen: in hoeverre is er sprake van toe- of afnemend vertrouwen in instituties en welke rol speelt technologie in het leven van de burger, hoe belangrijk zijn de platformen van de tech-reuzen geworden en wat betekent dat voor journalistiek, media en informatievoorziening op lokaal terrein? De scenariostudie is hier integraal te raadplegen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

29

7 Boven-lokale regelingen en buitenlandse voorbeelden Naast mogelijkheden voor lokale overheden zijn er landelijke, provinciale en internationale voorbeelden van regelingen die de lokale journalistiek ondersteunen.

Landelijke regelingen Het Rijk bekostigt in Nederland de landelijke en regionale publieke omroepen. Bovendien is er een verlaagd btw-tarief voor nieuwsproducten. Ook wordt het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek van rijkswege gefinancierd. Dit fonds stimuleert de kwaliteit, diversiteit en onafhankelijkheid van de journalistiek door met geld, kennis en onderzoek de vernieuwing van de journalistieke infrastructuur in Nederland te bevorderen. Voorts wordt het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten door de rijksoverheid gesubsidieerd. Subsidieregeling Onderzoeksjournalistiek (SvdJ) Het geld is bestemd voor de oprichting en uitbreiding van onderzoeksredacties in Nederland. Binnen deze regeling is er een voorkeur voor regionale en lokale projecten: 75% van de subsidie verdeelt de SvdJ onder deze projecten. Er is in 2019 € 2,8 miljoen beschikbaar gesteld. Inmiddels draait een tweede pilotjaar. Subsidieregelingen voor regionale en lokale publieke omroepen Het Rijk heeft in 2019 € 14 miljoen subsidie ter beschikking gesteld aan regionale omroepen voor samenwerking in het algemeen. En nog eens € 9 miljoen voor de samenwerking met lokale omroepen, hiervan gaat in 2020 € 4,5 miljoen naar financiële coronasteun voor hen. Onlangs is nogmaals € 2 miljoen hieruit ter beschikking gekomen als impuls voor de lokale journalistiek in coronatijd.

Duale bekostiging en advies Branche-organisatie NLPO heeft na overleg met de VNG naast de vorming van streek-omroepen de wens van duale bekostiging geopperd: het Rijk bekostigt de basis (vaste voet) en de gemeenten de couleur locale op basis van het huidige richtsnoerbedrag Gemeentefonds. Diverse mogelijkheden ter verbetering van de organisatie en financiering van de lokale omroepen worden onderzocht door de Raad voor Cultuur en de Raad voor het Openbaar Bestuur, het advies komt in november 2020. Pilots lokale omroep In 2020 is € 6 miljoen verdeeld voor de ondersteuning van (streek)omroep-pilots. Het eerste deel van de pilotgelden is per 22 november 2019 opengesteld via de SvdJ-subsidieregeling Journalistieke professionalisering lokale publieke omroepen. In december hebben 20 (samenwerkende) omroepen op basis daarvan geld gelden ontvangen. Het tweede deel van het pilot-geld is besteed aan coronasteun. Onderzoek moet aantonen onder welke omstandigheden en tegen welke kosten deze omroepen in staat zijn op een volwaardige wijze bij te dragen aan een goed journalistiek aanbod.4 Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten Dit fonds verleent financiële steun aan artikelen, reportages, longreads, journalistieke boeken en biografieën, audiovisuele projecten, zoals podcasts, documentaires, radioreportages of webdocu’s.

Met subsidies beoogt het Fonds BJP journalisten in staat te stellen zich langdurig te verdiepen in een onderwerp of thema.

4

30

De omroepen zijn actief in Amsterdam, Beekdaelen, Bollenstreek, Den Helder, Doetinchem, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leeuwarden, Leiden, Maasland, Meierijstad, Noordoost Friesland, Noordoost Twente, Rotterdam, Venlo, Waalwijk, West Brabant en Westland.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Het gaat om projecten die zodanig tijdrovend van aard zijn dat zij naar verwachting zonder deze financiële steun niet tot stand zullen komen. Het Fonds is een particulier initiatief van een groep bekende journalisten en ontvangt sinds de oprichting in 1990 subsidie van het ministerie van OCW. Sindsdien heeft het Fonds BJP meer dan 4.000 subsidieaanvragen ontvangen, waarvan er in totaal ruim 1200 zijn gehonoreerd.

De Provincie Er is geen gezamenlijke lijn voor provinciaal mediabeleid. Veel provincies voelen zich bovendien niet verantwoordelijk voor de media, maar wel voor de democratie. Het is derhalve raadzaam dat gemeenten bezien of de provincie een mediabeleid heeft waarbij zij kunnen aansluiten. Zuid-Holland meldde in februari 2020 dat het de samenwerking in de provincie op gang wil helpen en gemeenten wil uitdagen om initiatief te nemen. GS zien de ondersteuning van de lokale en regionale journalistiek als gezamenlijke verantwoordelijkheid van provincie én gemeenten. Daarom willen GS een financieringsregeling uitwerken voor gemeenten met een bestaand mediafonds of als ze zo’n fonds willen opzetten. Het Leids Mediafonds, sinds 2018 actief en dat inmiddels volgens GS als schoolvoorbeeld geldt voor andere gemeenten, zou daar gebruik van kunnen maken; de gemeente Delft overweegt in 2021 een vergelijkbaar fonds op te zetten. Medio 2020 is € 332.000 beschikbaar, hetgeen ook voor coronasteun zal worden aangewend. Groningen en Noord-Brabant ondersteunen in beperkte mate de lokale journalistiek. Gelderland en Utrecht onderzoeken dit. De provincies Friesland en Limburg zijn gestopt met soortgelijke initiatieve

Buitenland Vooral in het noordelijk deel van Europa speelt dezelfde problematiek als in Nederland: problemen bij lokale kranten en de lokale journalistiek. In diverse landen is men doende met een oplossing daarvoor. Twee daarvan worden onderstaand belicht. BBC-model Het BBC-model komt erop neer dat de landelijke omroep verslaggevers bekostigt die in de regio aan de slag gaan. Volgens de BBC sloot de omroep sinds de start van het project in 2017 al 144 contracten over verslaggevers af, voor een bedrag van € 8 miljoen. De verhalen die deze ‘Local Democracy Reporters’ maken, komen in een database die vergelijkbaar is met die van persbureaus zoals ANP en Reuters. De verhalen kunnen vervolgens worden gebruikt door alle lokale en regionale media die zijn aangesloten bij de samenwerking. Op dit moment zijn er meer dan honderd organisaties met in totaal meer dan 950 media die meedoen. Het model bestaat uit drie onderdelen: 1) LDRS Local Democracy Reporting Service, 2) BBC Shared Data Unit en 3) BBC News Hub. Vooral het eerste onderdeel is zeer succesvol. De BBC geeft contracten aan professionele lokale mediapartijen. Zo’n contract bestaat enerzijds uit verplichtingen voor het maken van bepaalde content in één of meer gemeenten en anderzijds uit een bepaalde vergoeding.

Wanneer een organisatie zo’n contract in de wacht sleept, kan deze met het genoemde geld zelfstandig verslaggevers inhuren en hen de gevraagde content laten maken. Deens mediamodel Het Deense model houdt in dat de rijksoverheid tot 30% bijdraagt aan de kosten van private mediaorganisaties die aan een aantal eisen van professionaliteit en omvang voldoen. In 2018 kwam dit neer op € 55 miljoen. Dit staat los van de financiering van de publieke omroep. Onlangs werd overigens het kijk- en luistergeld dat naar de publieke omroep in Denemarken ging, afgeschaft. Gevolg: 20% minder geld voor deze media.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

31

8 Negen veelgestelde vragen vanuit gemeenten Vraag 1: Waarom wordt er gezegd ‘Het is vijf voor twaalf’: zonder actie van de overheden ten gunste van de lokale journalistiek gaat de lokale democratie ten onder? Wij menen dat er zonder actie van de overheden geen wezenlijke oplossing is en we zijn het daarom niet eens met de volgende bewering: ‘Binnen een democratie is er in elk tijdperk een daarbij passende vorm van tegenkracht. Journalistiek is thans slechts een van deze vormen. De charme en de vernieuwing zitten in de zelfregulering en ongeorganiseerdheid van de tegenkracht, zeker aan de start.’ Vraag 2: Wat is de invloed van de lokale journalistiek op de lokale democratie? Een stevige, onafhankelijke, lokale journalistiek is de zuurstof die een florerende democratie nodig heeft. Sommigen achten de invloed van lokaal (nog) aanwezige media op het lokale democratisch proces klein. Maar hun aanwezigheid en invloed zijn naar onze mening wel degelijk noodzakelijk. Vraag 3: Kunt u uitleg geven over de journalistiek als merit good en het financiële gevolg daarvan? Wij beschouwen de lokale journalistiek als een merit good, een dienst die noodzakelijk is voor de samenleving en daarom meer publieke gelden rechtvaardigt. Er is sprake van marktfalen, dus de markt blijkt zijn reguliere werk niet te kunnen doen.

Publieke financiering via louter tijdelijke stimulansen in geval van bijzonderheden b.v. een duur kanaal zoals bij televisie of hoge arbeidskosten zoals bij onderzoeksjournalistiek is onvoldoende. Het is onmogelijk om de lokale journalistiek te vitaliseren zonder structurele aanvullende financiële middelen. Vraag 4: Wat is de stand van zaken bij de commerciële media en is er een rol voor de overheden? Tot voor kort was er een sterke scheiding tussen publieke (essentie: omroepen) en commerciële media-organisaties (essentie: dagbladen), ook in het overheidsbeleid. Met name gelet op digitale ontwikkelingen loopt hun speelveld steeds meer in elkaar over. Ook is samenwerking nuttig gelet op hun unieke selling point: hun beider binding met de gemeenten en de lokale samenleving. De toekomst van de lokale journalistiek en de overheidsbemoeienis is een combinatie van publiek en privaat. Vraag 5: Moeten we bij het lokale mediabeleid streven naar schaalvergroting of juist -verkleining? Er is vaak een discussie over kwaliteit ten opzichte van kwantiteit en spreiding over de gemeenten. Zo wordt schaalvergroting in veel gevallen als de enige mogelijkheid gezien om te voorkomen dat de lokale journalistiek ten onder gaat.

Wij menen dat met inachtneming van de kwaliteitsprincipes naar een schaal- en organisatievorm moet worden gezocht die recht doet aan de positie van de onderscheiden gemeenten en de lokale samenleving. Kwaliteit van lokale journalistiek moet gepaard gaan met een schaal, die aandacht voor alle gemeenten en de gehele lokale samenleving garandeert. Vraag 6: We willen graag samenwerken met de lokale media, maar zij worden ook geacht om ons kritisch te volgen: hoe moeten wij handelen als gemeentelijke overheid? Gemeenten kunnen de lokale journalistiek ad hoc benutten als een middel in hun communicatiemix. Het gaat bij deze mix om het gebruik van traditionele en sociale media en kanalen, waarbij gemeenten verschillende juridische en financiële posities hebben: ervoor betalen, gratis plaatsing van gemeentelijke berichten, eigendom delen met anderen of in eigen beheer. Maar lokale overheden moeten de lokale journalistiek niet beschouwen als structureel onderdeel van hun eigen communicatie. Neem de journalisten dus niet in dienst. Vraag 7: Er komen steeds meer soms ook dure (sociale) mediakanalen: dit gaat ons budget te boven, wat raadt u aan? Journalisten gebruiken tot op heden vooral radio, televisie, dagbladen/kranten en niet-interactieve websites.

32

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Maar juist de niet-traditionele interactieve sociale media moeten worden gezien als een kans om een jonger en breder deel van de bevolking te bereiken. Lokale journalisten moeten in staat worden gesteld om die mediakanalen te benutten, die geënt zijn op de samenstelling van de lokale samenleving. Dit is van des te meer van belang, omdat veel thans bestaande niet-traditionele media geen lokale inbedding, maar wel grote impact op de opvattingen en het handelen van de burgers hebben. Zij kunnen naar het oordeel van sommigen de lokale samenleving zelfs ontwrichten. Vraag 8: Hoe kunnen wij als gemeente inspelen op nieuwe distributiemethoden voor de lokale media en welke rol is er voor de rijksoverheid? Naast het behoud van de lokale journalistiek is het kiezen van het juiste type distributiekanalen/media thans eveneens lokaal relevant: de toekomst is vooral online, maar met name laaggeletterden en oudere burgers gebruiken ook nog de traditionele kanalen/media. Voorts moet er wel te kiezen zijn. Van rijkswege is men binnen het denken over het zogeheten distributiebeleid en de toekomst ervan nog te weinig alert op de lokale situatie. Gemeenten zijn op hun beurt vaak nog te weinig alert op de noodzaak van implementatie van nieuwe technische mogelijkheden.

Lokale media dreigen bovendien door het ontbreken van mogelijkheden voor dergelijke digitale innovaties soms van de radar te verdwijnen (bijvoorbeeld elke radioluisteraar die morgen een DAB+ radio koopt, en dus overstapt van analoge/FM naar digitale ontvangst, kan de lokale omroep niet meer ontvangen). Er moeten van (rijks)overheidswege (financiële) garanties komen voor de beschikbaarheid van adequate eigentijdse distributiekanalen o.a. voor de lokale journalistiek. Vraag 9: We hebben als gemeente nu wettelijke verplichtingen maar onvoldoende bevoegdheden en geld voor de lokale media: wat is uw oordeel over volledige decentralisatie? Van bovenaf dient vastgesteld te worden welke rol gemeenten moeten innemen bij de vitalisering van lokale journalistiek. Het Rijk dient wettelijke en financiële (rand) voorwaarden te houden en te maken voor de gemeentelijke mediarol nieuwe stijl. Er is sprake van marktfalen in de onafhankelijke kwaliteitsjournalistiek enerzijds en de uitbreiding van het aantal lokaal actieve louter commerciële mediaspelers tot over de grenzen anderzijds. Gelet daarop is het juridisch en praktisch niet houdbaar dat elke gemeente geheel zelfstandig kiest of en op welke wijze zij de lokale journalistiek wil vitaliseren.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

33

Literatuur •

• •

•

•

• • •

•

34

Bakker, P, & Kik, Q. (2019). Op het Tweede Gezicht. Stimuleringsfonds voor de Journalistiek https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/06/25/regionale-en-lokale-media-en-journalistiek-2000-2017 Behrens, C. & Brouwer, E. (2018) Ontwikkelingen journalistieke infrastructuur 2000-2018, Amsterdam: SEO Economisch Onderzoek. Jong, J. de & Koetsenruijter, W. (2019). Regionale en lokale Journalistiek in Zuid-Holland. Leiden: LUCL. https://vng.nl/sites/default/files/publicaties/2019/regionale_en_lokale_journalistiek_in_zuid-holland_onderzoeksrapport_5_maart_2019_2_1.pdf Jong, L. de & Koetsenruijter W. (2017). Het versterken van lokale nieuwsmedia: naar een Projectfonds Leidse Journalistiek. Leiden: LUCL. https://onderzoeksjournalistiek.org/het-versterken-van-lokale-nieuwsmedia-naar-een-projectfonds-leidse-journalistiek Jong, J. de, W. Koetsenruijter & Faber, M. (2020). Evaluatie van het Leids Mediafonds. Leiden: LUCL. https://www.binnenlandsbestuur.nl/Uploads/2020/5/ONDERZOEKSRAPPORT-Universiteit-Leiden-Evaluatie-Leids-mediafonds-maart-2020.pdf Kik, Q. Medendorp, M. en Ruigrok. (2019). Pas op breekbaar; Een onderzoek naar het nieuwsecosysteem in de grootste steden van Nederland. Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. https://pasopbreekbaar.nl/ Prenger, M. e.a. (2011). Gevaarlijk spel. De verhouding tussen pr & voorlichting en journalistiek. Amsterdam: AMB.

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek m.m.v. Hogeschool Windesheim & DSP Groep (febr. 2015). Gelukkig zijn hier geen journalisten b/w Leegte in het landschap. https://www.svdj.nl/uitgelicht-onderzoek/het-is-stil-in-de-regio/ Stimuleringsfonds voor de Journalistiek m.m.v. LJS Nieuwsmonitor, Vrije Universiteit Amsterdam en Hogeschool Windesheim (april 2018). Verkiezingsonderzoek #GR18. https://www.svdj.nl/GR18/

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Bijlagen

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

35

1 Onderzoeksinstrumentarium: ‘Stand van de nieuwsvoorziening in mijn gemeente’ Door Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en Universiteit Leiden

Inleiding De Universiteit Leiden en het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek deden in de afgelopen jaren ruime ervaring op met het kwantitatief en kwalitatief duiden van de stand van de nieuwsvoorziening op lokaal niveau. Onderzoek dat daarbij werd uitgevoerd, richtte zich op: • Infrastructuur voor lokaal nieuws: aantallen mediaplatformen of -kanalen (offline én online) • Inhoud van lokaal nieuws: aantallen nieuwsberichten, diversiteit (o.a. aandeel politiek nieuws), diepgang (genres, brongebruik) en originaliteit (eigen nieuws vs. persberichten). • Nieuwsgebruik inwoners: survey bestaande uit vragen over interesse bij het publiek voor lokaal (politiek) nieuws, bekendheid met afzenders van lokaal nieuws, gebruiksfrequentie van mediaplatformen, gebruiksmotieven en betalingsbereidheid. • Evaluatie van de receptie van lokale journalistiek bij overige stakeholders (nieuwsproducenten, communicatieprofessionals en lokaal bestuur): diepte-interviews over lokale media en lokaal nieuws. NB: hieraan ging een inventarisatie van de infrastructuur voor lokaal nieuws vooraf. • Nieuwsecosysteem: rol, aandeel & samenhang tussen media en alternatieve nieuwsbronnen bij het verslaan van nieuws uit de gemeente.

Wat gebeurt op welk platform, wie zorgen voor verdieping bij het nieuws, is sprake van wisselwerking tussen media en publiek, anders gezegd: werkt het nieuwsecosysteem? NB: hieraan gingen een inventarisatie van de infrastructuur én een inhoudsanalyse vooraf. Deze onderzoeksvariant behoort tot de meest intensieve, maar biedt tegelijkertijd het meest complete inzicht met betrekking tot de stand van de nieuwsvoorziening in de gemeente. In april verscheen het rapport ‘Pas op! Breekbaar’ (2019) van het Stimuleringsfonds, met daarin onder ander de aanbeveling aan bestuurders uit gemeenten (en provincies) om ‘actuele kennis te verzamelen van de stand van het eigen medialandschap, aanbod en gebruik van lokaal nieuws en de werking van het nieuwsecosysteem en deze te vergelijken met de benchmark van het Fonds. Een actueel overzicht is onmisbaar om te komen tot een volwassen mediabeleid, onafhankelijk van het gemeentelijke pers- en communicatiebeleid’. Voor wie hier echt mee aan de slag wil, kunnen de onderzoeken van het Stimuleringsfonds en de Universiteit Leiden worden opgevat als bruikbare bouwstenen van een modus operandi of onderzoeksinstrumentarium voor het vergaren van actuele kennis over de stand van de nieuwsvoorziening in uw gemeente. Onderstaand overzicht laat zien wat de verschillende onderzoeksmethoden inhouden en wat er in praktisch opzicht komt kijken bij de uitvoering.

Reeds bestaande onderzoeken van het Stimuleringsfonds en Leiden (zie literatuurlijst aan einde van deze bijdrage) bieden daarbij de mogelijkheid van een benchmark, waarmee nieuw te verzamelen data kunnen worden vergeleken. De Universiteit Leiden en het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek hebben derhalve de handen ineengeslagen om te komen tot deze handzame bijlage bij de VNG-handreiking. Daar is overigens niet mee gezegd dat Leiden of het Stimuleringsfonds over de capaciteit beschikken om genoemde onderzoeken zelf uit te voeren. Een adviesrol behoort desgewenst tot de mogelijkheden.

36

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Onderzoeksmethoden Hieronder volgt een gedetailleerd overzicht van enkele beproefde onderzoeksmethoden en een onderbouwing bij de inschatting van de tijd die gemoeid zou kunnen zijn met de voorbereiding, uitvoering, analyse en rapportage, gevolgd door een tabel met alle informatie op hoofdlijnen. 1 Infrastructuur medialandschap Per gemeente gaan we uit van Google- & Facebook-search, aangevuld met gesprekken met de mediapartijen en communicatie-afdeling gemeente. a 3 dagen deskresearch: inventarisatie van de traditionele media en zelfstandige nieuwssites (hyperlocals, gedreven door niet aan media gelieerde burgers): i Op het niveau van nieuwsmerken: regionale dagbladen, hah-bladen & regionale en lokale publieke omroepen, hyperlocal initiatieven. ii Platformen: print, radio, televisie, website en social media NB: hoe groter de stad, hoe meer tijd het zoeken naar met name de hyperlocals in beslag neemt, gaat u hierbij uit van 1 dag voor een kleine of middelgrote gemeente, 2 dagen voor een grote gemeente. b 1 dag analyse op basis van de inventarisatie (incl. opmaken van tabellen & figuren) c 1 dag rapportage (incl. vergelijking met de benchmark van het Fonds en / of Leiden) TOTAAL: 3-5 dagen voor 1 gemeente, elke volgende gemeente kost voornamelijk tijd qua inventarisatie (onderdeel a, per gemeente 1 of 2 extra dagen).

Analyse en rapportage (onderdelen b en c) nemen meer tijd in beslag zodra het aantal gemeenten 5-10 benadert. 2 Handmatige inhoudsanalyse nieuwsaanbod a 8 dagen voorbereiding: i 2 dagen selectie merken en platformen en nagaan toegangsmogelijkheden ii 0,5 dag literatuurstudie: codeerinstructie iii 1 dag workshop coderen iv 2 dagen oefenopdrachten v 0,5 dag feedback oefenopdrachten vi 0,5/1 dag toets intercodeursbetrouwbaarheid (houd rekening met 2e toets) vii 0,5/1 dag analyse intercodeursbetrouwbaarheid b 2-10 dagen uitvoering: in een dag codeer je bij benadering 50 nieuwsberichten i 1 dag voor een kleine gemeente (<25.000 inwoners): gemiddeld tref je binnen 1 week 50 offline & online berichten ii 3 dagen voor een middelgrote gemeente (25-100.000 inwoners): 150 items iii 8 dagen voor een grote gemeente (>100.000 inwoners): 400 items NB: offline = print, radio & tv; online = website. Indien ook Facebook wordt gecodeerd, dienen genoemde aantallen nog met factor 1,3 te worden vermenigvuldigd: 65 (K), 195 (M) & 520 (G) = 2 dagen, 4 dagen, 10 dagen iv nalopen codeerwerk: lege cellen? alle media compleet? probleemgevallen? NB: In een dag controleer je ca. 150 berichten. c 4 dagen analyse (incl.

tabellen & figuren opmaken) d 3 dagen rapportage: verhaallijn uitzetten, conceptversie, definitieve versie, redactie Voor een automatische inhoudsanalyse vervalt stap a, in plaats hiervan moet tijd worden ingepland voor het programmeren van zogenoemde scrapers voor elk afzonderlijk mediaplatform. Het coderen (stap b) gaat vervolgens automatisch NB: alleen papier, websites en social media worden gescraped, voor radio en TV moet worden nagedacht over maatwerkoplossingen (deels handmatig). Voor analyse van 1 gemeente moet bij een automatische inhoudsanalyse grofweg van 20 dagen worden uitgegaan, bij een handmatige analyse kost het tussen de 17 en 25 dagen (afhankelijk van de omvang van de gemeente).

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

37

3 Gebruiksonderzoek: publiekssurvey a Dit onderzoek zal voor een belangrijk deel extern moeten worden belegd, vanwege de toegang tot zgn. gebruikerspanels, waar alleen professionele bureaus als GfK en Kantar over beschikken. Het is om die reden het kostbaarste onderdeel van het gehele programma, tenzij gebruik gemaakt kan worden van een burgerpanel waar de gemeente afspraken mee heeft gemaakt (zoals bij de Gemeente Leiden in het evaluatieonderzoek van het Leids Mediafonds). b Bij de onderzoeken in 2015 en 2018 namen onderzoekers van het Fonds zelf het initiatief bij de samenstelling van de vragenlijst. Het benodigde aantal dagen voor een nieuw gebruiksonderzoek is afhankelijk van de vraag of de opdrachtgever genoegen neemt met bestaande lijsten en deze slechts een aanpassing behoeven (2-5 dagen) dan wel er een geheel nieuwe lijst moet worden ontworpen i.s.m. een professioneel bureau (5-10). c Met het programmeren / uitzetten van de vragenlijst en het analyseren/rapporteren hierover door een bureau is 25 dagen gemoeid. NB: een gebruiksonderzoek kan parallel lopen met beschreven deelonderzoeken naar de infrastructuur en het nieuwsaanbod.

NB: indien er gebruik kan worden gemaakt van een bestaand Burgerpanel (zoals bij de Gemeente Leiden) moet weliswaar een nieuwe vragenlijst opgesteld worden, maar beperken de kosten zich tot het opstellen van een vragenlijst, analyse van data en rapportage: 4-6 dagen, afhankelijk van omvang lijst en hoeveelheid open vragen). 4 Evaluatie receptie van lokale journalistiek in de gemeente door overige stakeholders a Een bestaand medialandschap gemeente geschiedt door het combineren van methode 1 (Infrastructuur) en daarnaast het houden van semi-gestructureerde diepte-interviews met nieuwsproducenten, communicatieprofessionals (van gemeente en bedrijven en instellingen uit de gemeente) en eventueel lokaal bestuur (wethouder, raadsleden, beleidsambtenaren over de huidige staat van de infrastructuur en wensen m.b.t. medialandschap (beperkt: 10 interviews of uitgebreider: 25 interviews: 6-13 dagen) b Analyse en rapportage: 2-3 dagen 6 Nieuwsecosysteem: reconstructie langlopende nieuwsgebeurtenis Dit intensieve deelonderzoek is niet mogelijk zonder voorafgaand een inventarisatie van de infrastructuur en inhoudsanalyse van het nieuwsaanbod in 1 aaneengesloten week uit te voeren.

Aansluitend zijn de volgende stappen van belang in de voorbereiding op de analyse: a 0,5 dag Selecteren van 1 nieuwsgebeurtenis (looptijd >3 dagen) b 0,5 dag Isoleren van nieuwsberichten uit de gekozen analyseperiode die betrekking hebben op de geselecteerde nieuwsgebeurtenis (afkomstig van lokale media) en het doorcoderen op elementen aanleiding, nieuwe informatie, pro-actief/reactief c 2 dagen Zoeken naar nieuwsberichten afkomstig van landelijke media die betrekking hebben op de geselecteerde nieuwsgebeurtenis alsmede het coderen hiervan d 2 dagen Zoeken naar nieuwsberichten afkomstig van social media m.u.v. Facebook, Twitter, YouTube en Instagram, alsmede het coderen hiervan e 2 dagen Zoeken naar informatie met toegevoegde waarde in de reactievakken op websites en social media binnen de nieuwsberichten van de reeds geïnventariseerde lokale en landelijke media en het publiek f 1 dag Chronologisch reconstrueren van alle geïnventariseerde nieuwsberichten en het aanwijzen van sleutelmomenten in de nieuwsgebeurtenis. g 2 dagen Kwalitatief beschrijven van indrukken op basis van de reconstructies van meerdere nieuwsgebeurtenissen: overeenkomsten en verschillen TOTAAL: 10 dagen NB: afhankelijk van de lengte van de periode waarbinnen de nieuwsgebeurtenis zich afspeelt – het voorbeeld gaat uit van 1 week – betekenen meer onderzochte weken uiteraard een meervoud aan werk.

38

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6 Evaluatie overige stakeholders van nieuw mediafonds5 Indien een gemeente een mediafonds heeft ingesteld en het van belang vindt de effectiviteit van het fonds na enige tijd te evalueren. a Bestaand mediafonds evalueren? Vraag een oordeel van een panel van onafhankelijke mediaprofessionals (communicatieprofessionals, deskundigen vanuit de wetenschap en nieuwsproducenten) die allen (een selectie van) de producties gefinancierd vanuit de mediafonds beoordelen (beperkt: 10-12 interviews; 6 dagen) b Analyse en rapportage: 1 dag c Additionele kosten: beperkte vergoeding aan professionals om werk te beoordelen TOTAAL: 7 dagen (plus vergoeding van experts) Methoden

Tijd

Inzicht

Infrastructuur medialandschap

3-5 dagen per gemeente 2 3 5

Aantal kanalen met lokaal nieuws + afzenders: • offline (radio, TV, dagblad, h-a-hblad) • website • social media (Facebook, YouTube, Instagram, Twitter) • exclusief aggregatiesites & non-media

Inhoudsanalyse (handmatig)

17-25 dagen

Kwantitatieve data over inhoud en vorm van lokaal nieuws, over een vooraf vastgestelde periode (samengestelde week of weken, 1-2 metingen) • aantal berichten • originaliteit online nieuws (≠ persberichten) • aandeel berichten over lokale politiek / bestuur • diversiteit in het nieuws: thema’s • diepgang in het nieuws: genres, bronnen

17 dagen voor kleine gemeente <25K inwoners 19 dagen middelgroot 25-100K 25 dagen groot >100K

Vermelde aantal dagen inclusief voorbereiding, uitvoering, analyse & rapportage. Bij meerdere gemeenten verloopt het analyseproces sneller, ook kan tijd worden gewonnen door gelijktijdig meerdere codeurs aan het werk te zetten. Inhoudsanalyse (automatisch)

20 dagen

Kwantitatieve data over inhoud en vorm van lokaal nieuws. Verschil met handmatige analyse: duurder, maar betrouwbaarder, kortere looptijd en mogelijkheid om meerdere gemeenten parallel te laten analyseren, zonder dat er extra codeurs aan te pas hoeven komen.

Gebruiksonderzoek, 4-8 dagen m.m.v. bestaand gemeentepanel

Al naar gelang de behoeften van de gemeente en mogelijkheden die het onderzoeksbureau biedt dat over het gemeentepanel gaat.

Gebruiksonderzoek inwoners, zonder gemeentepanel

35 dagen

Al naar gelang de behoeften, het ligt het voor de hand om bij een gebruikssurvey i.e.g. inzicht te krijgen in zaken als: interesse publiek voor lokaal (politiek) nieuws bekendheid publiek met lokale nieuwsmerken platformvoorkeur en gebruiksfrequentie gebruiksmotieven nieuwsconsumenten betalingsbereidheid Vermelde aantal dagen inclusief voorbereiding, uitvoering, analyse & rapportage.

Evaluatie receptie overige stakeholders van bestaand medialandschap

8-18 dagen

Interviews met lokaal bestuur, communicatieprofessionals en nieuwsproducenten over huidige staat van en wensen m.b.t. medialandschap (10-25 interviews)

5

De evaluatie van het Leids Mediafonds (De Jong, Koetsenruijter & Faber, 2020) bestaat o.m. uit een combinatie van Gebruiksonderzoek (met bestaand Burgerpanel) en evaluatieonderzoek met een panel van onafhankelijke mediaprofessionals (interviews) en een interviews met fondsbestuur en de belangrijkste aanvragers/indieners.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

39

Methoden

Tijd

Nieuwsecosysteem: 40 dagen Nieuwsreconstructie van een langlopend 5 dagen nieuwsgebeurtenis Infrastructuur 25 dagen Inhouds-analyse 10 dagen Reconstructie

Inzicht • Wat gebeurt op welk mediaplatform? Wat - korte berichten vs. achtergronden / platformen - offline vs. online & social media • Is sprake van wisselwerking tussen media en alternatieve nieuwsbronnen (- bloggers, professionals, ooggetuigen, gemeente zelf)? • Werkt het nieuwsecosysteem in de gemeente? Krijgt het publiek een compleet en evenwichtig beeld van het nieuws? NB: een dergelijk onderzoek is niet mogelijk zonder dat hier een inventarisatie van de infrastructuur en een analyse van het nieuwsaanbod gedurende één aaneengesloten week aan voorafgaat Vermelde aantal dagen inclusief voorbereiding, uitvoering, analyse & rapportage.

Evaluatie overige stakeholders van nieuw op te richten mediafonds

40

7 dagen plus vergoeding aan experts om werk te beoordelen

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2 Reactie VNG op scenariostudie Toekomstoptiek van de VNG, 2015 In het Vernieuwingsconvenant 2015-2018 van de VNG met de lokale omroepen zijn de scenario’s 1 en 4 in een technisch gevarieerde vorm als het meest waarschijnlijk aangemerkt. Daarbij zijn een omschrijving en motivatie gegeven. Ad 1 ‘Wisdom of the crowd’: Technisch gevarieerd/Inhoudelijk do-it-yourself Het convenant stelt het volgende: “Publiceren is voor iedereen bereikbaar geworden. Mensen bloggen hun autobiografie, knutselen hun eigen ‘televisie-uitzending’ van de nieuwtjes in hun persoonlijke levenssfeer en hypen zich regelmatig - vanuit de huiskamer als studio - een weg naar hun mondiale ‘one minute of fame’. Het meest bekeken mediakanaal ter wereld heet niet voor niets YouTube: jij, jouw leven, jouw uitzending staan centraal. Naast deze individualisering - of misschien wel juist dóór deze individualisering - ontwikkelt zich parallel een nieuwe soort gemeenschapszin. Bijvoorbeeld in online communities: gelijkgestemde individuen vinden elkaar eenvoudig op het internet en vormen virtuele gemeenschapjes van interactieve zenders en ontvangers, waaruit overigens opvallend veel realiteit voortvloeit. Steeds vaker initiëren deze sites ook maatschappelijke en politieke processen.

Belangenverenigingen en burgerinitiatieven vinden hun legitimatie door middel van internetbezoekers en politici beïnvloeden besluitvormingsprocessen door uitgekiend te twitteren. Er verschijnen wijkgerichte televisiewebsites en wethouders houden interactieve blogs bij, waarop burgers tevens problemen in hun buurt via het uploaden van foto’s aan de kaak kunnen stellen. En natuurlijk is de raadsvergadering voor iedereen live te volgen in geluid en beeld. De kansen van het nieuwe mediaparadigma appelleren aan onze emancipatoire, liberale en democratische verworvenheden en beginselen, zoals het recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging en religie. Door de informatieconcurrentie en de interactieve burgerparticipatie in het mediaproces voorkómen ze juist het verworden van de democratie tot een mediacratie. Actief burgerschap en sociale cohesie in de lokale gemeenschap worden gestimuleerd; verantwoordelijkheid voor de eigen leefomgeving worden vergroot en gespreid; solidariteit met mensen met fysieke of mobiele beperkingen neemt toe door hun mediale betrokkenheid bij maatschappelijke activiteiten. Het zijn reële mogelijkheden van virtuele mediaparticipatie. We zouden het ons moeten wensen, dat onze pluriforme media zich versterken vanuit het onderzoeken van al deze kansen en het behouden van het goede.

Maar tussen wens en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren.” Ad 4 ‘Darwin’s game’: Technisch gevarieerd/Inhoudelijk do-it-for-me Hierover stelt het convenant het onderstaande: “Lokale publieke media-instellingen zullen op het veranderende gedrag van de mediaconsument moeten inspelen, willen zij effectief bereik blijven houden. Zonder nadere maatregelen nivelleert dat bereik en kan de omroep zijn missionaire bestaansrecht niet behouden. Dat vraagt om actie: lokale omroepen moeten zich aanpassen aan het veranderende landschap en gedrag door cross channel te distribueren (radio, tv, internet/sociale media, mobiel) en door lineair en non-lineair content aan te bieden. Ook zullen zij in deze mediamix content moeten brengen met maximale relevantie voor de burger, namelijk nieuws en informatie uit diens ‘natuurlijke habitat’/woon- en leefomgeving. De dialoog tussen media en burgers is relevanter dan ooit. En ook lokaal zijn efficiency, samenwerking en experimenteren sleutelwoorden.”

Scenario’s anno 2020 Lokale journalistiek in relatie tot glokalisering Het Expertiseteam is, zoals in deze Handreiking met aanbevelingen is vermeld, van mening dat er een rol voor de onafhankelijke professionele journalistiek moet blijven. Enerzijds met inachtneming van hetgeen er leeft bij de burgers in de haarvaten van de lokale samenleving en anderzijds met een brede blik naar de wereld, ook buiten de gemeente. Dit wordt ook wel glokalisering genoemd. Er is bovendien een relevante rol bij de lokale democratie en politiek.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

41

Rol in herstel lokale verbindingen Met het verdwijnen van de zuilen in onze samenleving, zijn tevens een aantal sterke dwarsverbanden verdwenen tussen de pijlers van onze lokale democratie: gemeentebestuur, maatschappelijk middenveld en burgers. En hoewel de onderdelen over het algemeen erg hun best doen om reflectie te organiseren op hun functioneren, vindt die reflectie mede door die ontzuiling steeds meer binnen de eigen pijler plaats. De digitale bubbels waar we ons in bevinden, zorgen ervoor dat deze ontwikkeling verder versterkt wordt. Uit ervaringen blijkt dat media door hun onafhankelijke journalistieke werk de dwarsverbanden tussen de verschillende pijlers kunnen herstellen. Daarmee zou het herstel van deze verbindingen in het kader van een goed werkende democratie een belangrijk argument voor lokale publieke financiering kunnen zijn.

42

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3 Een heldere blik op de lokale journalistiek Journalistieke media-organisaties Rol voor samenleving in beleid en organisatie Uit een essay over burgerjournalistiek uit 2016 in het kader van de Democratic Challenge bij de VNG in opdracht van BZK blijken dezelfde opvattingen over professionele journalistiek als door het Expertiseteam thans zijn beschreven. Er wordt daarin het volgende gezegd. De journalist onderscheidt zich van een burgerjournalist doordat de journalist doorgaans een vakopleiding heeft genoten en zich aan een beroepscode houdt. Deze code schrijft voor dat de informatie die de journalist brengt waarheidsgetrouw moet zijn oftewel de journalist moet bij verschillende bronnen verifiëren of de feiten kloppen. Het is ook belangrijk dat de journalist duidelijk onderscheid maakt tussen mening en feit. Daarbij moet deze ervoor zorgen dat in een nieuwsbericht niet de mening van slechts een bepaalde groep of individu wordt vertolkt maar dat er onafhankelijk nieuws wordt gebracht. Het is daarom van belang dat de journalist open en transparant opereert. De journalist moet kunnen verantwoorden hoe de informatie verkregen is, welke werkwijze is gehanteerd en welke bronnen zijn geraadpleegd. Indien noodzakelijk moet de journalist de geraadpleegde bronnen beschermen.

Een journalist die zich niet aan de beroepscode houdt kan hier consequenties van ondervinden, bijvoorbeeld doordat er een klacht ingediend wordt bij de Raad voor Journalistiek. Deze Raad, die niet door alle media wordt erkend, kan een oordeel vellen maar geen sancties opleggen. Het oordeel kan overigens in de praktijk wel resulteren in een berisping of zelfs ontslag. De beroepscode is als het ware een kwaliteitsgarantie voor de journalistiek. Dit is essentieel omdat de journalistiek geduid wordt als de vierde macht in het politieke systeem, oftewel de controlerende macht die vanuit de samenleving tegenwicht biedt aan de bestuurlijke macht. Een journalist zal doorgaans hierin zijn/haar onderscheidend vermogen zien ten opzichte van de burgerjournalist. Journalistiek bedrijven is een breed begrip. Registreren op zich is geen journalistieke taak. Ook het zijn van waakhond c.q. het controleren van de lokale democratie alleen is een te smalle invulling. De noodzaak van een inhoudelijke koers – het benoemen van relevante thema’s die lokaal spelen – is een eerste aanzet voor een journalistieke organisatie. Toewerken naar een afgebakend en beargumenteerd fundament en dit verankeren in de inhoudelijke bedrijfsvoering (de redactie) zijn eveneens noodzakelijk.

Daarmee creëert men een duurzame en lange-termijnvisie wat betreft de inhoudelijke programmering/ publicaties – en daarmee de positionering - van de journalistieke organisatie.

Hoe herken je als gemeente een gezonde journalistieke organisatie? Aspecten waarop een gemeente kan letten bij een subsidie of bekostiging zijn de volgende belangrijke journalistieke pijlers/uitgangspunten van een organisatie: 1. Missie, visie en strategie: Wat is het bestaansrecht van de journalistieke organisatie (waarom), welke uitgangspunten hanteert de redactie (wat) en op welke manier krijgen deze vorm in de uitvoering (hoe)? De organisatie is er voor alle inwoners, maar wat betekent deze organisatie voor deze mensen? Wat is m.a.w. het DNA? De missie, visie en lange termijn strategie moeten werkbaar geformuleerd worden en daarmee verankerd zijn in de organisatie. 2. Doel en middel: Het doel (journalistieke kwaliteit) en middel (organisatie van de redactie) lopen vaak door elkaar. De focus ligt in eerste instantie op het middel: het structureren en inrichten van een (bijvoorbeeld digital-first) nieuwsredactie. En niet op het doel: kwalitatieve journalistieke verhalen. Qua financiën en menskracht betekent dat vaak in de praktijk: aandacht voor organisatie, geen ruimte voor andere inhoudelijke zaken. Er is te weinig oog voor de inhoudelijke journalistieke koers, mensen en middelen worden met name

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/590/documents/28753