Visienota.Evenementenbeleid.2024-2030.pdf
Tekst van het document
Of en in hoeverre de huidige subsidiesystematiek, de vigerende regeling(en), de criteria en richtlijnen om voor subsidiëring in aanmerking te komen ook voldoende toepasbaar zijn voor het toekomstig beleid, is afhankelijk van de uitkomsten en keuzes die we moeten maken in het hierboven beschrevene over evenementen. Ongeacht de uitkomst(en) zijn er enkele concrete aandachtspunten in het huidige subsidiebeleid en stelsel die om nadere beschouwing en eventuele aanpassing en bijstelling vragen: 1. Het vigerende evenementenbeleid dateert uit 2017 met tussentijdse bijstellingen. Anders dan bij bijvoorbeeld de totstandkoming en uitvoering van de landelijke vierjarige Cultuurplansystematiek (zie ook bij vervolgpunt 2) kent ons beleid geen nadrukkelijke ijk- en evaluatiemomenten. Met het ontbreken van een dergelijke periodisering ontnemen we onszelf de mogelijkheid om op gezette tijden beleid en beoogde effecten en doelen te evalueren; om waar en wanneer nodig bakens te verzetten; om meerjarige doelen en resultaten te kwantificeren, te kwalificeren, te toetsen en te wegen.
Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
22
2. In het verlengde van het mogelijk aanpassen aan de periodiciteit van de Cultuurplansystematiek; vele grotere en kleinere festivals en evenementen worden mede mogelijk gemaakt door de zogeheten Rijkscultuurfondsen. De in totaal zes cultuurfondsen zijn actief binnen alle culturele disciplines; architectuur, digitale cultuur en vormgeving, beeldende kunst, erfgoed, film, letteren, podiumkunsten en cultuurparticipatie en -educatie. Zij zorgen voor doorstroming, vernieuwing, talentontwikkeling en zoeken actief naar verbinding met publiek, makers, kunstenaars en regio. De fondsen financieren instellingen en ondersteunen makers, projecten en evenementen. Het zijn deze fondsen die – ter illustratie – beeldbepalende festivals en evenementen als Oerol (ten dele in een natuurgebied), Boulevard Den Bosch (in het stadshart van Den Bosch), Dutch Design Week, Noorderzon (kunsten- en muziekfestival in Groningen met de stad als podium) meerjarig financieel ondersteunen. De doelen van de Rijksfondsen worden elke vier jaar binnen de gememoreerde Cultuurplansystematiek vastgesteld. De vierjarige werking van deze fondsen is ten dele ook medebepalend voor de beleidsmatige keuzes van grote publiek-private fondsen als het VSB Fonds, Fonds21 en het Cultuurfonds. Het zijn deze fondsen en regelingen die financieel ruimte bieden aan het steunen van nieuwe en bestaande festivals en evenementen.
Door de eigen subsidiesystematiek te conformeren aan deze vierjarige beleidssystematiek kunnen wij eigen richtlijnen, criteria en doelen zo inrichten dat daarmee organisatoren in hun planontwikkeling beter kunnen anticiperen op dergelijke financieringskansen en mogelijkheden. 3. De huidige subsidieregeling voor evenementen werkt met generieke beoordelingscriteria die van toepassing zijn op zowel kleine als veel grotere evenementenaanvragen. Omdat elke categorie een eigen intrinsiek doel heeft lijkt het logisch de daar bijbehorende beoordelingscriteria aan te passen aan het beoogde doel. Bij een A+ aanvraag zou dan bijvoorbeeld een groot accent kunnen liggen op bijdragend aan economische spin-off, bij kleinere evenementen (categorie C) een grotere nadruk op maatschappelijke betekenis. In de huidige regeling is er sprake van een beoordeling aan de hand van een puntensysteem. Echter, deze systematiek is ontbrekend en moet worden vastgesteld. 4. Binnen de huidige subsidieregeling kent elke categorie (C, B, A, A+) eenzelfde maximaal subsidiepercentage van 50% van de totale uitvoeringskosten van de activiteiten. Bij deze opzet en indeling wordt geen onderscheid gemaakt tussen evenementen die gratis toegankelijk zijn en evenementen waarvoor entree betaald moet worden. Het is voorstelbaar dat bij entree-heffende evenementen een lager percentage dan 50% wordt aangehouden.
Het is ook voorstelbaar dat bij meerjarig gefinancierde evenementen in de voorwaarden toekomstig meer aandacht wordt gevraagd voor het werken aan een breder opgezette financieringsmix; andere en aanvullende financieringsbronnen. De huidige regeling formuleert wel inhoudelijke (kwaliteits-)criteria maar geen criteria met betrekking tot aantallen bezoekers. In theorie kan dat betekenen dat een groot evenement met betalende bezoekers aanspraak kan maken op een bijdrage in de A+ subsidiecategorie waar een lagere bijdrage (een lagere categorie) wellicht passender zou zijn. Het is mede op basis van deze beschouwingen dat de huidige regeling opnieuw bezien moet worden. 5. De huidige regeling biedt evenementen geen doorgroei- en ontwikkelmogelijkheden. Voor elk evenement - nieuwe en bestaande - moet steeds opnieuw (jaarlijks) worden aangevraagd met voor organisatoren steeds weer onzekerheid over het al dan niet toekennen van budget. Een systematiek die ook ruimte biedt voor twee-, drie- en vierjaarlijkse financiering zou organisatoren de Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
23
mogelijkheid geven meer planmatig te werk te gaan met – als beoordelingscriteria – ook een gunstiger uitgangspunt voor zaken als additionele financiering en fondswerving en het opzetten van (nieuwe) samenwerkingsverbanden; men is dan geen ‘eendagsvlieg’ maar juist een evenement met groeiperspectief. 6. Met het toekennen van publieke middelen (subsidie) is het gewenst ook eisen te stellen aan de wijze waarop toezicht gehouden wordt op de besteding van middelen (Governance), dat medewerkers recht hebben op een eerlijke beloning (Fair Pay) en dat toegekende middelen ook ingezet worden om een inclusieve (publieks-) werking na te streven. In een herijkte subsidieregeling voegen we dit toe aan de beoordelingscriteria op basis van ‘pas toe’ of leg uit (waarom niet)’. 7. Het college stelt de subsidieregeling vast met de daarin benoemde kaders/doelstellingen, deze sluiten uiteraard aan op het door de raad vastgestelde evenementenbeleid. De beoordeling van de aanvragen hebben wij belegd bij een externe adviescommissie met een autonoom besluitvormingsmandaat. Op basis van hun adviezen is het aan het college deze op te volgen of om daar om dwingende moverende redenen van af te wijken. Bij het samenstellen van de adviescommissie is het, gelet op de brede reikwijdte van het evenementenbeleid, nodig expertise op velerlei terrein bijeen te brengen.
We stellen voor daartoe toekomstig profielschetsen op te stellen. In de huidige regeling is het bovendien niet duidelijk of de adviescommissie formeel gemandateerd is om eigenstandig en onderbouwd een ander bedrag toe te kennen dan aangevraagd. 8. In toenemende mate verwachten we van organisatoren dat men het evenement zodanig inricht en organiseert dat daarmee ook ruimte gecreëerd wordt voor, en aandacht besteed wordt aan, zaken die wij als overheid van belang vinden maar die organisatorisch en financieel buiten de slagkracht van een organisator kunnen liggen. Het betreft onder meer het toewerken naar het organiseren van evenementen met aandacht voor duurzaamheid. Ook valt bijvoorbeeld te denken aan het binnen een muziekfestivalconcept opzetten en organiseren van een voorlichtingscampagne (Nix18) die jongeren bewust maakt van de gevaren van alcohol en tabak en hen aanspoort om niet te roken en drinken onder de 18 jaar. We vinden het van belang dat evenementen toegankelijk zijn voor mensen met een fysieke, zintuiglijke, psychische, verstandelijke en/of hoogsensitieve beperking (zie ook informatie bij de Coalitie voor Inclusie). Het zijn opgaven, verwachtingen en soms ook voorwaarden waarbij en waarmee kennis, tijd en kosten zijn gemoeid. Waar wij als overheid eisen stellen en voorwaarden opleggen, is het ook aan ons om dat samen met organisatoren mogelijk te maken. 8.1.3
Organisatie & Financiering (van de evenementen)
We zijn doordrongen van het feit dat – en dat mede op basis van informatie van en signalen door het Evenementenplatform – organisatoren van zowel kleinere als grotere evenementen niet alleen met financiële knelpunten en uitdagingen geconfronteerd worden met. Voor sommige organisaties is de inzet van vrijwilligers van belang maar is het werven en behoud problematisch. De toenemende vergunningseisen zijn voor veel organisatoren of te ingewikkeld, zijn overvraagd (zeker bij vrijwilligersorganisaties) of hebben grote financiële consequenties. Om evenementen inhoudelijk en planmatig door te ontwikkelen, ontbreekt soms menskracht en soms ook expertise.
Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
24
Of en hoe we daar als gemeente middels het subsidie-instrumentarium, en wellicht ook met ambtelijke ondersteuning, in gezamenlijkheid aan incidentele en/of structurele oplossingen kunnen werken, vraagt op een aantal punten om een nadere analyse van de geconstateerde knelpunten; Met betrekking tot de financieringsproblematiek: Op basis van een quickscan van evenement-aanvragen en verantwoordingen van de voorbije jaren lijkt het dat veel organisatoren er niet of onvoldoende in slagen om additionele financiering voor het eigen evenement te genereren. De financieringsmix blijft vaak beperkt tot de gemeentelijke bijdrage, enkele kleinere en soms ook grotere fondsbijdragen en incidenteel een enkele sponsor. Voor zover nu te overzien wordt er – ter illustratie – nauwelijks gebruikgemaakt van het crowdfundingsinstrument, zien we te weinig initiatieven om bijvoorbeeld middels een vriendschapsvereniging additioneel donaties te verwerven, lijkt de fiscaal aantrekkelijke ANBI-regeling geen deel uit maken van een financieringsmix met daaraan gekoppeld een plan van aanpak. Of deze constatering een juiste is, is echter een veronderstelling.
Het kan zijn dat men grote inspanningen doet maar deze niet gerealiseerd ziet; men onvoldoende zicht heeft op, en kennis van, additionele financieringsmogelijkheden of dat simpelweg tijdgebrek (bij bijvoorbeeld kleinere en vrijwilligersorganisaties) het obstakel vormt. Zeker voor kleinere evenementorganisaties als ook de grotere, is de medewerking van vrijwilligers van groot belang. Ook op dit punt onderkennen we de door de organisatoren gestelde opgave. Tegelijkertijd constateren we dat deze problematiek ook binnen andere sectoren (onder andere gezondheidszorg, cultuur, maatschappelijke dienstverlening) een urgent aandachtpunt is. We hebben op dit moment als gemeentelijke overheid echter onvoldoende zicht op de precieze aard en essentie van de problematiek. Tegelijkertijd zien we namelijk dat enkele organisaties er juist wel in slagen een sterke vrijwilligersbasis aan zich te binden en dat sommige organisaties onvoldoende op de hoogte zijn van het aanbieden van vergoedingen om daarmee vrijwilligers een extra incentive aan te bieden. Samen met de evenementorganisatoren constateren wij dat al hetgeen samenhangt met het informatie- en werktraject van subsidieaanvraag tot vergunningsaanvraag op tal van punten verbeterd kan en moet worden.
Zo ziet een nieuwe evenementorganisator op de gemeentelijke website wel dát er subsidie kan worden aangevraagd maar is er – als startpunt – geen informatie beschikbaar waaruit valt af te leiden wáárom en met welk doel/welke doelen we evenementen subsidiëren. Het digitaal aanvragen levert daarna met grote regelmaat frustrerende storingen en foutmeldingen op. Zeker voor de organisator-vrijwilliger van een incidenteel evenement, en ook voor minder ervaren evenementorganisatoren, kent dan weer het vergunningstraject (het administratieve eindpunt) een grote complexiteit. Ook meer ervaren organisatoren zien en ervaren een toegenomen werkdruk en complexiteit om zaken op orde te krijgen. In de door de organisatoren gesignaleerde knelpunten staat men niet alleen; ook van de medewerkers van de betrokken ambtelijke diensten en andere diensten zoals het Evenementenbureau en de Omgevingsdienst worden grotere inspanningen verwacht waaraan men niet altijd – ondanks de immer aanwezige bereidheid het onmogelijke mogelijk te maken – aan kan voldoen.
Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
25
8.2
Evenementenbeleid & De openbare ruimte
Met het organiseren van evenementen moeten we rekening houden met tal van zaken die van invloed zijn op het omgaan met, en het gebruik van de openbare ruimte. Het betreft onder meer wet- en regelgeving, locatie- en vergunningenbeleid en daarmee ten dele onderling samenhangende richtlijnen en criteria. Ter illustratie: Een van de aandachtspunten voor toekomstig beleid hangt nauw samen met het voornemen de belevingswaarde van de binnenstad te verhogen, zoals vastgesteld in de nota Toekomstbeeld Binnenstad Dordrecht ‘Slijpen aan een diamant’ (2022). Het aldaar kunnen organiseren van evenementen draagt daaraan bij. In de binnenstad is er echter sprake van schaarse ruimte, ruimte die we op een eerlijke manier moeten verdelen en waar we ook in de toekomst evenementen mogelijk willen maken. Dit is één van de aanleidingen voor het aanpassen van zowel de Nadere Regels Terrassen als de Marktverordening. Een voorstel daartoe betreft onder meer het gebruik van het Statenplein voor evenementen en houdt in dat, indien nodig, de terrassen-uitbaters vijf keer per jaar plaats moeten maken voor evenementen en ook de ambulante handel ruimte moet bieden voor het kunnen organiseren van evenementen. Om al te grote druk op de leefbaarheid in de omgeving te voorkomen, is het bovendien niet gewenst dat er een opeenstapeling van evenementen plaatsvindt op aaneengesloten dagen.
De evenementen dienen in goede balans met de omgeving plaats te vinden, ook op locaties waar meerdere horecazaken gevestigd zijn. De uitkomst van de besluitvorming is daarmee – dit als voorbeeld – medebepalend voor het evenementenbeleid. Het is bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in de stad van belang proactief de vraag te stellen welke gevolgen die hebben voor evenementen: kansen, mogelijkheden, bedreigingen. Om daarmee in een vroeg stadium die kansen te benutten of te bezien of en hoe bedreigingen het hoofd kan worden geboden. In algemene zin is het nodig het college meer sturingsinstrumenten aan te reiken om, waar en wanneer nodig, de fysieke mogelijkheden voor de organisatie van evenementen in de openbare ruimte óf te beperken dan wel te versterken. De (vergunnings-)voorwaarden voor het organiseren van een evenement zijn niet per specifieke locatie gedefinieerd maar zijn vastgelegd in bestemmingsplannen, de APV en de Beleidsregel en nadere regels voor de organisatie en uitvoering van evenementen. Deze regels worden in zogeheten locatie-factsheets samengevat, samen met fysieke omstandigheden en faciliteiten voor locaties. Deze factsheets zijn online beschikbare informatiedocumenten. 8.2.1
Evenementenvisie en Omgevingsvisie (OW)
De evenementenvisie kent een onlosmakelijke en verwijzende samenhang met de Omgevingsvisie zoals verwoord in de op 28 april 2021 vastgestelde Omgevingsvisie 1.0: “Evenementen voor en door Dordtenaren dragen in belangrijke mate bij aan de aantrekkelijkheid van de stad. Evenementen vragen ruimte. Ruimte die steeds schaarser is. Door spreiding van evenementen over de gehele (binnen)stad verdelen we de lusten en de lasten. We bekijken de mogelijkheden voor de Grote Markt en voor het Statenplein om meer ruimte te bieden aan evenementen, zoals beachvolleybal, Big Rivers, de kerstmarkt (thans Dordtse Decemberdagen) en een ijsbaan. Parken zijn uitermate geschikt Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
26
voor evenementen, zoals Wantijpop en Palm Parkies in het Wantijpark en Lepeltje Lepeltje in het Weizigtpark. De Zomerkermis verdwijnt van de Spuiboulevard en we zoeken naar ruimte in onder andere de Spoorzone. Verder is het belangrijk dat een evenemententerrein multifunctioneel ingericht is.” Evenementen zijn ruimtelijk relevant, vooral voor de regelmatig terugkerende evenementen. Daardoor is het van belang om het locatiebeleid voor evenementen ook juridisch planologisch vast te leggen. Evenementen kunnen hinder opleveren voor de omgeving (mens en milieu) en in het bestemmingsplan moet volgens jurisprudentie ingegaan worden op de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een evenement. Kortgezegd moet vastgelegd worden waar evenementen wel of niet worden toegestaan en onder welke voorwaarden, zodat burgers kunnen achterhalen wat er op de locatie is toegestaan. Er moet daarnaast een duidelijk verband zijn met de regels en vergunningplicht in de APV. De locaties waar evenementen plaatsvinden, de voorwaarden en verhouding met de APV is ook van belang bij het omgevingsplan. 8.2.2
De OW met betrekking tot bestaande en nieuwe locaties
In de ‘Beleidsregel en nadere regels voor de organisatie en uitvoering van evenementen’ zijn aanvullende richtlijnen en criteria benoemd betreffende de aard van het evenement (soort) in relatie tot het gebruik van locaties. Op dit moment zijn deze regels voor negen locaties in onze gemeente waar regelmatig evenementen plaatsvinden in zogeheten locatie-factsheets beschreven. Factsheets zijn informatieve documenten, bestemd voor alle betrokkenen in het vergunningsproces. Op sommige plekken, met name in de binnenstad en de parken wordt het aantal evenementen door bewoners en ondernemers soms als te veel van het goede ervaren. We hebben geconstateerd dat het huidige aantal als geschikt bevonden locaties in onze gemeente niet altijd toereikend is voor het aantal aanvragen. Het gaat dan ten dele om de hoeveelheid locaties alsook om de soort locaties die geschikt zijn voor bepaalde type evenementen. Een ander aandachtspunt betreft daarbij een betere spreiding van evenementen in een tijdsperiode. Dit tezamen maakt dat we onderzoeken of en waar andere, nieuwe evenementlocaties gerealiseerd kunnen worden; zowel voor incidenteel als ook meer frequent gebruik.
Met het per 1 januari 2024 in werking treden van de Omgevingswet is het noodzakelijk om niet alleen het gebruik van beoogde nieuwe locaties maar ook die van de bestaande locaties opnieuw te toetsen aan de van toepassing zijnde én de toekomstige wet- en regelgeving. Hoewel er sprake is van een overgangstermijn van enkele jaren, maken we op de kortst mogelijke termijn een start met deze toetsing en onderzoek. Het kan zijn dat uit evaluatie blijkt dat het noodzakelijk is om van sommige bestaande locaties – binnen de gegeven overgangstermijn – afscheid te nemen, c.q. het gebruik ervan bij te stellen.
Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
27
8.2.3
APV en OW
Evenementen in de openbare ruimte kunnen hinder opleveren voor de omgeving door bijvoorbeeld verkeershinder of geluidsoverlast. Veelal is er daarom voor een evenement een vergunning nodig op basis van de APV. De vergunning op basis van de APV heeft betrekking op openbare orde en veiligheid. De APV vormt echter geen toetsingskader voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) heeft regelmatig aangegeven dat daarvoor in het bestemmingsplan een regeling over evenementen opgenomen moet worden. In november 2018 heeft de Raad van State tevens een uitspraak gedaan waarin zij stelt dat bevoegdheden, kaders en criteria moeten worden vastgesteld door de gemeenteraad. Zoals verderop bij 8.2.6 uitgelegd, mist in Dordrecht een dergelijk helder juridisch vastgelegd afwegingskader bij vergunningen. Van bestemmingsplan naar omgevingsplan - de Omgevingswet: Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet (OW) is één wet die 26 bestaande wetten integreert die betrekking hebben op de fysieke omgeving. Deze nieuwe wet vormt het wettelijk kader voor onderwerpen als milieu, natuur, ruimtelijke ordening (bestemmingsplan), lucht, bodem, waterbeheer, geluid en monumentenzorg.
De fysieke leefomgeving behelst dus meer aspecten die dadelijk een plek krijgen binnen het omgevingsplan en heeft (daardoor) een bredere reikwijdte dan het huidige bestemmingsplan, dat toeziet op de ‘goede ruimtelijke ordening’ (art. 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Anders dan bij het omgevingsplan, is er binnen het huidige bestemmingsplan geen plek voor andere aspecten dan de goede ruimtelijke ordening (ABRvS 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3765). De OW bepaalt dat de gemeente één omgevingsplan vaststelt voor het gehele grondgebied van de gemeente. Het omgevingsplan bevat (verplicht) regels over de fysieke leefomgeving (art. 2.4 Ow) en kan (facultatief) regels bevatten over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving (art. 4.1 lid 1 Ow). 8.2.4
Invoering OW in relatie tot de APV en afwegingskader
De OW heeft veel impact en brengt veranderingen voor de gemeentelijke organisatie met zich mee. Hierbij gaat het niet alleen om nieuwe regelgeving, maar ook om een andere werkwijze, een nieuwe digitale omgeving en nieuwe instrumenten. De OW maakt tegelijkertijd meer lokale afwegingsruimte mogelijk. Een afwegingskader helpt bevoegde gezaghebbenden om op een duidelijke en navolgbare manier gebruik te maken van de afwegingsruimte. De wetswijziging zorgt ervoor dat er ook duidelijkere regels en eenvoudigere procedures komen voor inwoners, bedrijven en organisaties die iets willen ontwikkelen in de stad. In het omgevingsplan moeten gebruiksregels voor evenementen die op een locatie zijn toegelaten een plaats krijgen. Als de OW in werking treedt, heeft iedere gemeente direct en per 1 januari 2024 een omgevingsplan van rechtswege. De Handreiking Omgevingskader Omgevingsvisie van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) geeft daarbij advies over hoe evenementen in het omgevingsplan geborgd kunnen worden. De vergunningplicht, maar ook de uitzonderingen daarop voor kleine evenementen, moet in de APV blijven staan. Een omgevingsplan bevat in elk geval regels voor regelmatig terugkerende evenementen; daarvoor worden ook evenemententerreinen aangewezen.
Incidentele evenementen kunnen alleen plaatsvinden op locaties waar dat op grond Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
28
van het omgevingsplan is toegestaan of als een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten is verleend. Verder kan een omgevingsplan regels bevatten met het oog op bescherming van het milieu die (ook) van toepassing zijn op evenementen, bijvoorbeeld geluid. Dit betekent dus dat regels voor evenementen grotendeels in de APV blijven staan en een aantal specifieke punten in het omgevingsplan moeten, en andere punten in het omgevingsplan mogen. Voor onze APV betekent dit dat de vergunningplicht en categorisering kunnen blijven staan en dat in het omgevingsplan de locaties worden vastgelegd middels een werkingsgebied. Daarbij komen dezelfde voorwaarden – welke evenementen waar zijn toegestaan (en welke niet) – in zowel de APV als het omgevingsplan en spreken deze elkaar niet tegen. Wat betreft onze APV en aanvullende beleidsregels voor evenementen is een aanpassing nodig om gelijkgestemd beleid te realiseren. Vervolgens moet ook het beleid tussen APV en omgevingsplan gelijkgestemd worden. Daarbij staan we op dit moment ten aanzien van het omgevingsplan voor de keuze: nu wel/niet aanpassen. Wanneer wij ons beleid in bestemmingsplannen, wat overgaat naar omgevingsplan, niet aanpassen zal altijd middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit afgeweken moeten worden. Een arbeidsintensieve en toekomstig te vermijden oplossing. 8.2.5
Indeling evenementen en de vergunningsaanvraag
Deze paragraaf beschrijft – ten behoeve van inzicht in het vergunningenbeleid – op welke grondslag de vergunningsplicht voor evenementen is ingericht. De Omgevingsdienst OZHZ is daarbij verantwoordelijk voor de vergunningverlening en hanteert daarbij de volgende categorisering en duiding; wel/geen vergunning nodig). Deze is gebaseerd op een landelijke standaard. Het gebruik van elkaar verschillende letteraanduidingen voor subsidies en vergunningen, die van elkaar los staan, werkt echter verwarrend en behoeft aanpassing. 0-evenementen: Zeer kleinschalig, bijvoorbeeld een buurtbarbecue. Geen vergunningaanvraag maar wel Melding van de activiteit en dat uiterlijk tien dagen voorafgaand. Categorie A: Een laag-risico-evenement waarbij er sprake is van een beperkte impact op de omgeving en beperkte gevolgen voor het verkeer. Voorbeelden: braderie, pop-upmarkt, rommelmarkt, muziekoptreden. Een vergunning moet worden aangevraagd en dat uiterlijk zes weken voorafgaand aan het evenement. Categorie B: Een gemiddeld-risico-evenement waarbij er sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer. Voorbeelden: popconcerten, hardloopwedstrijd, Sinterklaas-intocht, foodtruck-festival. Een vergunning moet worden aangevraagd en dat uiterlijk tien weken voorafgaand aan het evenement.
Categorie C: Een hoog-risico-evenement waarbij er sprake is van een grote impact op de stad en/of openbare orde en veiligheid en/of regionale gevolgen voor het verkeer. Voorbeelden: dancefestival, muziekfestival. Een vergunning moet worden aangevraagd en dat uiterlijk tien weken voorafgaand aan het evenement.
Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
29
Om de categorie van een evenement te kunnen bepalen, kan de organisator eerst een check doen of het evenement een meldings- of vergunningsplicht heeft. Dit kan men doen door de website van de gemeente Dordrecht te raadplegen. Op de desbetreffende pagina wordt het onderscheid tussen de verschillende activiteiten uitgelegd. Valt het evenement of activiteit onder een melding (0-categorie) en is een vergunning geen vereiste? Dan kan men terecht bij de Omgevingsdienst Zuid Holland-Zuid en een melding maken. Het onderscheid tussen de vergunningsplichtige A-, B- en C-evenementen wordt voornamelijk bepaald door de mate van risico’s op het gebied van openbare orde en veiligheid (gevolgen voor nood- en hulpdiensten), de impact op de stad en de eventuele gevolgen voor het verkeer. Bij elk type evenement hoort een specifiek vergunningstraject met eigen aanvraagprocedures. De indeling in deze categorieën is vrij grof, dus er zullen grensgevallen zijn. Op basis van de ingediende vergunningaanvraag of melding bepaalt de Omgevingsdienst binnen welke categorie een evenement valt. Een vergunningsaanvraag voor categorie A wordt door de Omgevingsdienst zelf in behandeling genomen. Het Evenementenbureau van Dordrecht Marketing & Partners begeleidt voornamelijk de vergunningaanvragen van B- en C-evenementen, alvorens deze worden ingediend bij en voorgelegd aan de Omgevingsdienst.
In het proces van vergunningverlening speelt het zogeheten Evenementenoverleg een belangrijke rol. Hierin zijn hulpdiensten, gemeentelijke afdelingen en andere relevante organisaties vertegenwoordigd, zodat tot een evenwichtige aanvraag met een goede integrale en brede afweging van belangen kan worden gekomen. 8.2.6
Regelgeving, vergunningen, locatie(s) en afwegingskader
Het gemeentelijk sturen op evenementenbeleid omvat het ontwikkelen, implementeren en handhaven van (subsidie-)beleid en regelgeving met betrekking tot evenementen die plaatsvinden in de openbare ruimte en dat binnen de grenzen van een gemeente. We doen dit door het verlenen van vergunningen op basis van hetgeen landelijk en/of gemeentelijk wet- en regelgevend mogelijk is en dat mede op basis van de fysieke gebruiksmogelijkheden (locatie, gebied) in de openbare ruimte. Op grond van de huidige APV van de gemeente Dordrecht moet een evenementenvergunning worden verleend als aan de vergunningseisen wordt voldaan, ongeacht of het evenement inhoudelijk voldoende kwaliteit heeft. Een verzoek om een evenement te organiseren is formeel gezien echter geen aanvraag voor een evenementenvergunning. Er is ook publiekrechtelijke toestemming nodig om een evenement daadwerkelijk te laten plaatsvinden, in de vorm van een evenementenvergunning. Het beslissen op een aanvraag voor een evenementenvergunning is een bevoegdheid van de burgemeester. Om voor een evenementenvergunning in aanmerking te komen, moet aan een aantal eisen worden voldaan. Deze hebben tot doel de openbare orde te beschermen. Het gaat er hierbij onder andere om (geluids-)overlast te voorkomen of te beperken en de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen te beschermen.
Bij de afweging of een evenement in aanmerking komt voor een vergunning is het nodig daartoe uitgangspunten geformuleerd te hebben; het eerder aangehaalde afwegingskader. Het huidig afwegingskader is echter onduidelijk en soms onvolledig (onder andere geen regeling met betrekking tot schaarse vergunningen) en er zijn verschillen tussen de voorwaarden in de APV. Ook is er sprake Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
30
van afwezigheid van, of te ruime bepalingen voor evenementen in bestemmingsplannen. Daardoor is de rechtszekerheid niet gegarandeerd. In de huidige situatie hebben we om die reden beperkt mogelijkheden om een goede spreiding in soort en tijd te realiseren en - bij een gedwongen keuze tussen twee evenementen - een beleidsmatige, inhoudelijke keuze te maken. Om onze ambitie van een aantrekkelijke evenementenstad met een gevarieerd aanbod van evenementen die waardevol zijn voor de stad blijvend waar te maken, is het voor de uitvoering daarom nodig beleidsmatig deels nieuwe en aanvullende integrale randvoorwaarden te formuleren. Ten dele is dit geborgd door de ‘Beleidsregel en nadere regels voor de organisatie en uitvoering van evenementen’. Hierin zijn bepalingen opgenomen die enige sturing en regulering mogelijk maken in soort en aantal evenementen, deels in relatie tot locatie(s). Deze vigerende beleidsregel stamt echter uit 2015 en is toe aan actualisering. Een meer inhoudelijke sturing op de vergunningsverlening is mogelijk in geval van schaarste op een bepaalde locatie. Dit aan de hand van kwaliteitscriteria. Schaarste ontstaat wanneer meer organisatoren op een bepaalde locatie evenementen willen organiseren dan het beleid toestaat. Er ontstaat dan een knelpunt.
Op basis van een toets aan algemene en inhoudelijke kwaliteitscriteria (normen, eisen) kan dan een keuze worden gemaakt tussen deze evenementen. Op dit moment hebben wij deze criteria niet of onvolledig opgesteld of kunnen deze pas worden opgenomen nadat besluitvorming binnen andere beleidsterreinen heeft plaatsgevonden.
9.
Coördineren, stimuleren, regisseren
Ook de komende jaren speelt de gemeente vanzelfsprekend een belangrijke rol bij het signaleren van de ontwikkelingen binnen en rondom het evenementenaanbod. Op het gebied van evenementen is daarbij traditioneel sprake van een wisselwerking tussen het particulier initiatief (ondernemers, bedrijven, stichtingen, etc.) dat zaken onderneemt en een overheid die financiert en faciliteert. Daar waar de markt bijvoorbeeld voor voldoende interessant aanbod zorgt, is er voor de gemeente geen actieve rol weggelegd. Zoals verwoord en vastgesteld in de hoofdstukken 1 t/m 4, de SWOT-analyse en in de hiervoor in hoofdstuk 8 beschreven stand van zaken, blijkt echter herijking en actualisering van het huidige beleid urgent en noodzakelijk. Een ingrijpend en veelomvattend proces. Zowel op de kortere en langere termijn zien we echter volop kansen en mogelijkheden om het beleid zo in te richten dat we beleid niet alleen herijken maar ook her-rijken. Om tot een concrete uitwerking van beleid te komen reserveren we budget voor de extra personele inzet die nodig is voor het uitwerken, het (door-) ontwikkelen en implementeren van de in deze visienota en bij hoofdstuk 10 (Aanpak) benoemde werkpunten. Dit voor een periode van twee jaar - start in 2024 tot aan eind 2025 - waarbij de uitvoeringsagenda na behandeling van de nota wordt vastgesteld.
De uitwerking geschiedt in nauwe samenwerking en samenspraak met direct betrokkenen binnen de gemeentelijke organisatie en relevante stakeholders daarbuiten. We coördineren overleg, stimuleren samenwerking en regisseren de start en opvolging van plannen en voorstellen zoals geformuleerd in hoofdstuk 10. Gedurende deze periode informeren wij de raad middels raadsberichten over de voortgang en bepalen wij in overleg met de raad op welke momenten de voortgang ter vergadering kan worden Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
31
besproken. In het tijdsbestek van deze twee jaar werken we toe naar het vaststellen van de feitelijke evenementennota, ingaand per 2026.
10.
Aanpak 2024 en 2025
In hoofdstuk 8 benoemden we aandachtspunten die specifiek en direct samenhangen met ‘De openbare ruimte’ en ‘Evenementen’ en die op- en aangepakt moeten worden. In de aanpak werken we echter ook toe naar deels nieuwe richtlijnen en regelgeving waarmee zaken als dierenwelzijn, natuurbelang en duurzaamheid beleidsmatig geborgd (gaan) worden: - Waarborgen welzijn van dieren Organisatoren van evenementen waar dieren bij betrokken zijn dienen de Wet Dieren in acht te nemen om het welzijn van de dieren te waarborgen. Als gemeente hebben we in toenemende mate oog voor het risico dat het welzijn van dieren bij evenementen in het gedrang kan komen. De gemeente zit in de afrondende fase van het nieuwe dierenwelzijnsplan. Hierin staat het voornemen dat we de inzet van dieren bij evenementen zoveel mogelijk beperken. Daarnaast willen we in de nog vast te stellen nadere regels voor circussen sturen op de organisatie van circussen zonder dieren. - Samen met organisatoren zien we toe op de naleving van de afspraken omtrent omgang met afval, zoals vastgelegd in Respect voor Dordt. Ook werken we gezamenlijk verder aan de mogelijkheden om de organisatie van evenementen te verduurzamen. We maken daarbij actief gebruik van de kennis en het netwerk van het Platform Duurzaam Dordrecht.
Het in- en doorvoeren doen we aan de hand van een ingroeimodel, waarbij organisatoren ten aanzien van de genoemde thema’s er steeds een stapje bij zetten op het gebied van duurzaamheid. De organisatoren van evenementen worden door middel van inspiratiebijeenkomsten en pilots ondersteund om te voldoen aan de richtlijn. Dit traject starten we begin 2024. - De Gemeente Dordrecht heeft, om haar evenementorganisatoren te ondersteunen, samen met het Evenementenbureau alle bekende locaties laten toetsen aan de Wet natuurbescherming. De conclusie is dat het houden van evenementen op al deze evenementenlocaties mogelijk is, zolang de organisator zich aan bepaalde voorwaarden houdt. In het kader van het vaststellen van de Omgevingsvisie zullen zowel de bestaande als mogelijk nieuwe locaties opnieuw getoetst worden en zullen richtlijnen daaromtrent in regelgeving worden vastgelegd. 10.1
Aanpak in relatie tot Evenementenbeleid & Evenementen
In de stand van zaken met betrekking tot de evenementen (hoofdstuk 8.1) wordt een veelheid aan aandachtspunten benoemd die uitgewerkt moeten worden, die los van het nader vast te stellen beleid op korte termijn kunnen worden ingevoerd, waarvoor wij concrete voorstellen formuleren. Het aan- of inpassen van een nieuwe regel, richtlijn, regeling of systematiek (bijvoorbeeld periodisering) kent daarbij een onlosmakelijke, onderlinge samenhang; verandert het ‘ene’, dan heeft het direct invloed op het ‘andere’. Juist omwille van deze onderlinge samenhang is het hiernavolgend overzicht te bezien als ‘delen van een som’. Het geheel wordt in de voor ons liggende werkperiode 2024 en 2025 uitgewerkt tot een voorstel voor de herinrichting en herstructurering van ons subsidiebeleid. Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
32
In algemene zin: Hoe een beleid te herijken en te actualiseren vraagt niet alleen om samenspraak en samenwerking met betrokken stakeholders. We blijven daarbij gebruikmaken van de kennis, ervaringen en projecten zoals die bij andere instellingen en organisaties (zowel in Dordrecht als daarbuiten) is opgebouwd in casu zijn uitgevoerd om daarmee het eigen beleid die impulsen te geven die wij noodzakelijk achten. Het is met deze inzet en instelling dat we binnen de relatief korte uitwerkperiode van twee jaar tot nieuw beleid kunnen komen. - We zien de invoering van een geperiodiseerde en beleidsmatig aangestuurde subsidie-systematiek als een belangrijk werkinstrument voor het formuleren en operationaliseren van het toekomstige evenementenbeleid. Het conformeren aan de landelijke Cultuurplansystematiek (2025-2028, 20292032) lijkt een voor de hand liggend werkmodel te zijn. Het mogelijk invoeren van een dergelijke (vierjarige) systematiek betekent, dat bijvoorbeeld aan de organisatoren van de nu meerjarige gesubsidieerde evenementen gevraagd gaat worden om – op basis van een ingroeimodel– hun planvorming en werking daarop in te richten. Op basis van dit uitgangspunt brengen wij de voor- en nadelen in kaart en doen wij voorstellen of en op welke wijze en onder welke voorwaarden een dergelijke systematiek kan worden ingevoerd.
- We ontwikkelen een voorstel met als werktitel ‘Stadslab Dordrecht’ voor een regeling/subsidie/ programmalijn gebaseerd op het zogeheten Citylab-model: Citylab is een werkmethode om onder meer inwoners (en zeker jongeren) te betrekken bij het nadenken over en vinden van oplossingen voor allerlei maatschappelijk relevante vraagstukken; in concreto te betrekken bij het bedenken en ontwikkelen van nieuwe evenementen. Je kunt dit thematisch of gebiedsgericht inrichten; duurzaam, gezond, sport, water, cultuur, buitenwijken, Biesbosch. Dit in samenspraak en samenwerking met stakeholders (ook dus gemeentelijk). Met de implementatie van een dergelijke regeling willen we de volop aanwezige kennis, plannen en ideeën van en bij onze inwoners betrekken bij beleidsvorming. - Door evenementen te combineren met andere evenementen en het stimuleren van ‘side-events’, ontstaat een aantrekkelijke clustering van evenementen die de herkenbaarheid van de evenementen en de aantrekkingskracht voor een bredere doelgroep kan vergroten. Hierdoor is op verschillende terreinen winst te boeken, bijvoorbeeld door gezamenlijke promotie en marketing. Clustering en samenwerking zullen de haalbaarheid en continuïteit van evenementen naar verwachting aanzienlijk vergroten. Dit geldt overigens voor alle evenementen in Dordrecht en niet uitsluitend voor gesubsidieerde evenementen.
Wij sturen aan op het bevorderen van de samenwerking tussen de partijen die die evenementen en initiatieven organiseren en ontwikkelen. - Wij werken een voorstel uit voor een regeling ter bevordering van Kennis en Expertise. Hoewel niet voor elke organisator relevant of noodzakelijk, blijkt en blijft er nood aan hulp en advies inzake financieringsopties (van fonds- tot sponsorwerving, via crowdfunding tot aan het opzetten van vriendenkringen), vrijwilligersbeleid, versterking organisatiekracht, kennis van vergunningen en regelingen. Voor wat betreft kennis en expertise kunnen ook bedrijven en ondernemers een rol spelen. Zij kunnen bijvoorbeeld (in-kind) adviseren over zaken als bedrijfsvoering, maar ook geïnformeerd en meegenomen worden over donaties aan en sponsoring van evenementen en/of organisatoren; denk aan bijvoorbeeld (ANBI-)belastingtechnische voordelen.
Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
33
- Wij werken een voorstel uit voor het implementeren van een zogeheten Impulsregeling. Een dergelijke regeling heeft als doel de dynamiek en de nieuwe instroom en doorstroom in de Dordtse evenementensector te bevorderen door aan (kleinere) bestaande en relatief nieuwe evenementorganisaties de mogelijkheid te bieden hun activiteiten verder te ontplooien en zich te ontwikkelen en te professionaliseren op het gebied van bedrijfsvoering, kwaliteit en/of in het op vernieuwende wijze bereiken van publiek. Daarnaast hebben een aantal evenementen wellicht het potentieel andere, nieuwe (meerjarige) subsidieregelingen aan te boren (zie Rijksfondsen) maar moeten daar actief op worden aangesproken en aangestuurd. - In een nieuw te ontwikkelen subsidieregeling willen we evenementen doorgroei- en ontwikkelmogelijkheden bieden en doen dat mede door voorstellen voor het aanpassen van de huidige categorie-indeling en mogelijkheden voor twee-, drie- en vierjarige planaanvragen aan te bieden. Ook zullen nu ontbrekende subsidierichtlijnen en -criteria met betrekking tot Governance, Inclusie en Fair Pay worden toegevoegd. In voorstellen voor een nieuwe regeling wordt het nu ontbrekende beoordelingskader (een puntensysteem) op basis van een nader vast te stellen inhoudelijk kader uitgewerkt en ingevoerd.
- Om het werken met vrijwilligers te stimuleren en daartoe beleid te ontwikkelen gaan we in gesprek met organisatoren die aangeven hierin vast te lopen. We onderzoeken of en in hoeverre een verdere samenwerking voor hen mogelijk is met Inzet078. Het werken met vrijwilligers kan - als wellicht ook een oplossingsoptie - ten dele of geheel als participatieproject worden ingericht. De gemeente kent daarvoor een subsidieregeling die binnen de huidige regelgeving omwille van subsidiestapeling niet kan worden benut. Het is voorstelbaar deze regeling ook voor subsidie-ontvangende evenementenorganisaties open te stellen. - Zoals ook in de Cultuurnota is opgenomen: voor het breder inzetten van evenementen als middel voor andere beleidsdomeinen zullen ook geldstromen uit deze beleidsterreinen, waar deze inzet aan ten goede komt, verknoopt moeten worden met die voor evenementen. Het uitgangspunt is dat het evenementenbudget primair bedoeld is voor hetgeen georganiseerd gaat worden; dat voor bijzondere (deel-)projecten binnen een evenement, ten behoeve van andere doelen, aanvulling uit andere budgetten wordt ingezet. - Per 2024 gaat het stadsbrede Ondernemersfonds Dordrecht (OD) van start. Doel van het ondernemersfonds is dat ondernemers en non-profit samen aan de slag gaan; per gebied én stadsbreed.
Voor evenementorganisatoren is dit nieuwe fonds een aanspreekpunt om plannen en voorstellen te ontwikkelen die passen bij de wensen van ondernemers. Plannen op het gebied van bijvoorbeeld de promotie van de binnenstad en wijkwinkelcentra of evenementen die (potentiële) werknemers bereiken. - De komende jaren vraagt de gemeente – en stelt daartoe middelen beschikbaar – aan middelgrote en grotere organisatoren om meer aandacht voor gezamenlijk onderzoek op het gebied van publieksbereik (kwalitatief en kwantitatief), economische spin-off en beleving door omwonenden. Het is op basis van onderzoek dat de uitkomsten nodig zijn voor zicht op voortgang en (door)ontwikkeling van beleid.
Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
34
- Samen met de evenementorganisatoren en uitvoerende diensten zien wij mogelijkheden het informatie- en werktraject van subsidieaanvraag tot vergunningsaanvraag op tal van punten te verbeteren. Dit vraagt om overleg, afstemming, coördinatie en heldere taakverdeling. Het verbetertraject geven we vorm middels het opstarten van een zogeheten ‘Regietafel’, bedoeld om met alle betrokken actoren díe werkwijze te ontwikkelen die nodig is voor een gestroomlijnde uitvoering. - In de huidige situatie is de beoordeling van evenementaanvragen belegd bij een commissie die ook adviseert over aanvragen binnen het domein Cultuur. Op basis van nieuw beleid is wellicht een herziening van deze werkwijze noodzakelijk en wordt dan nader uitgewerkt. Wel is het noodzakelijk – als concreet actiepunt – het financiële mandaat van de huidige commissie te verduidelijken. 10.2
Aanpak in relatie tot Evenementenbeleid & De openbare ruimte
Met betrekking tot de Invoering OW in relatie tot de APV en Afwegingskader Op basis van een locatie-casus willen wij verder in beeld brengen wat de noodzaak is voor hetgeen wel, en hetgeen niet vastgelegd kan of moet worden in het omgevingsplan (middels locatie aanwijzen dan wel opnemen van normen). Binnen het ambtelijk apparaat is nu een werkgroep geformeerd die aanpak en richtlijnen formuleert met betrekking tot evenementen in relatie tot hetgeen bepaald moet worden in het Omgevingsplan. Men doet dit aan de hand van een concrete casestudie, te weten het Maasterras als mogelijk evenemententerrein. Er wordt onder meer getoetst op wat haalbaar en mogelijk is (locatiefprofiel) en hoe dit te vertalen naar juridische regels en bepalingen (o.a. APV) en onder welke voorwaarden en richtlijnen; het afwegingskader. Met betrekking tot nieuwe locaties In samenspraak met de leden van het Evenementenplatform, het Evenementenbureau, de Omgevingsdienst en de gemeentelijke teams RO (binnen Cluster Stad) en Groen en Spelen brengen we potentiële nieuwe locaties in kaart en doen vervolgens onderzoek naar mogelijke gebruiksmogelijkheden, randvoorwaarden en inventarisatie van benodigde facilitaire voorzieningen (o.a. water, stroom). Het onderzoek moet daarbij tevens voldoen aan de kaders en richtlijnen zoals we die in de voorliggende visie verwoorden.
In het kader van de wet Natuurbescherming worden zoals bij de inleiding bij hoofdstuk 10 aangegeven - potentiële nieuwe én bestaande (natuur-) locaties ook nadrukkelijk getoetst op voorwaarden en richtlijnen met betrekking tot bescherming van flora en fauna. In lijn met de Visienota ‘Balanceren in de Biesbosch’ wordt het mogelijk organiseren van evenementen in het natuurgebied mede getoetst aan de voorwaarde dat de broedrust van de in de Biesbosch levende dieren geborgd wordt. Op basis van uitgebreid onderzoek stellen we voor de beoogde nieuwe locaties factsheets op. Middels de raadsinformatiebrieven delen wij de ervaringen met het werken met de nieuwe locatieprofielen. Nieuwe en aanvullende integrale randvoorwaarden vergunningsverlening Aan de hand van een op te stellen herijkt en bijgesteld afwegingskader en het vaststellen van Inhoudelijke Kwaliteitscriteria bieden we concrete richtlijnen voor de beoordeling van vergunningsaanvragen. Mede op basis daarvan kunnen we weloverwogen beslissingen nemen over het al dan niet verlenen van een vergunning. Om (toekomstig) voor een evenementenvergunning in aanmerking te komen willen we met aangepaste en aanvullende voorwaarden, criteria en richtlijnen – dit met betrekking tot afwegingskader, kwaliteitscriteria en locatieprofielen en het herzien van de Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
35
nadere regels – werken aan en aansturen op een evenwichtige mix van evenementen qua spreiding in tijd, op inhoud en passend bij een locatie. Voor al hetgeen samenhangt met het actualiseren van vergunningenbeleid is een eerste inventarisatie gemaakt op basis waarvan een binnenkort te formeren werkgroep de uitwerking ter hand neemt. Met betrekking tot meerjarige vergunningen Binnen het huidige vergunningenbeleid moet voor een (jaarlijks en tweejaarlijks) terugkerend evenement telkens opnieuw een vergunning worden aangevraagd. Voor deze terugkerende evenementen lijkt het voor de hand te liggen om meerjarige vergunningen toe te kennen. Er zijn steden die werken met, en ervaring hebben met, het toekennen van meerjarige vergunningen voor evenementen. Op basis van ervaringen zoals die in andere steden zijn opgedaan, onderzoeken we of we een dergelijke regeling ook in onze stad kunnen faciliteren.
11.
Financieel kader
Voor de noodzakelijke continuïteit en vernieuwing van het huidige beleid is € 650.000 aan extra middelen meerjarig begroot. Hiermee scheppen we de financiële voorwaarden om onze evenementambities te realiseren en dat gerelateerd aan, en samenhangend met, andere beleidsterreinen passend binnen de Agenda Dordrecht 2030. 11.1
Huidige beschikbare middelen bedreigen evenementenaanbod
Voor veel evenementen in Dordrecht, zowel grote landelijke en regionale evenementen als lokale evenementen, geldt dat de subsidie bij lange na niet voldoende is om de kostenstijgingen in de evenementenbranche te compenseren. In de afgelopen twee jaar zijn de organisatoren geconfronteerd met prijsstijgingen met een bandbreedte van 25-45% voor o.a. personeel, technische materialen, programmakosten, verzekeringen, energievoorzieningen. De kosten zijn daarmee voor organisatoren op een structureel veel hoger niveau komen te liggen. Daarbovenop was de financiële situatie van organisatoren na corona al kwetsbaar. Ten dele heeft men dit op kunnen vangen door een beperkte verdiscontering van de kosten in o.a. ticket- en horecaprijzen. In beperkte mate doordat dergelijke inkomstenverhogende maatregelen ook een negatief effect hebben op de publieke belangstelling en/of bestedingen. Omdat we ook toekomstig een gevarieerd en aantrekkelijk evenementenaanbod willen aanbieden, en de gratis toegankelijke evenementen voor de stad willen behouden, heeft dit zijn onvermijdelijke weerslag op de voor evenementen beschikbare budgetten.
In 2022 en 2023 is het alleen door de incidentele bijdragen uit het crisis- en herstelfonds mogelijk geweest om continuïteit te blijven bieden op toonaangevende evenementen die de gemeenteraad als ‘specials’ heeft gekwalificeerd (zoals Big Rivers, Wantijpop en Dordt in Stoom) en op de ‘kleine evenementen’. Om te zorgen dat de evenementen van belangrijke waarde voor de stad kunnen blijven, is extra financiële ondersteuning van essentieel belang. Komt deze ondersteuning er niet, dan moeten veel evenementenorganisaties de komende jaren hun activiteit(en) stoppen en zullen resterende evenementen/festivals inhoudelijk beperkter en kleiner georganiseerd kunnen worden. Het slaat niet alleen de basis weg voor de economische en maatschappelijke doelen die wij in deze visienota uiteenzetten, maar ook voor ambities binnen andere beleidsterreinen. Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
36
Een voorbeeld. Het evenementenbeleid heeft ook een onlosmakelijke relatie met de ambities zoals wij die in de nota ‘Slijpen aan een diamant - Toekomstbeeld Binnenstad Dordrecht’ hebben vastgesteld. Een vitale binnenstad biedt essentiële voorzieningen voor de inwoners en is één van de belangrijkste motoren voor de economie en het verdienvermogen van Dordrecht. Deze vitale binnenstad levert een stevige bijdrage aan de prioriteiten van de Agenda 2030. Het potentieel van de binnenstad kan nog beter worden benut. Er zijn investeringen nodig om de binnenstad vitaal te houden en daarmee de prioriteiten van de stad te realiseren. Daarbij is gezegd dat er meer accent moet worden gelegd op beleving, cultuur en evenementen. De investering vanuit de langetermijnvisie Agenda 2030 is daarbij essentieel voor de evenementen in Dordrecht. 11.2
Toekomstgerichte financiering van het evenementenbeleid
In 2023 is binnen de begroting een bedrag van ca. € 775.000 beschikbaar voor evenementen. Daarvan is € 243.000 gebudgetteerd voor evenementen via De Subsidieregeling Amateurkunst, Evenementen, Culturele initiatieven en Producties. Dit deel behoort tot het Evenementenbudget. In de begroting is daarnaast ca € 500.000 opgenomen voor de ‘specials’: Deze evenementen zijn volgens het huidige beleid ‘van groot (strategisch) belang voor de stad’ en behoren tot de ‘evenementen-basisinfrastructuur’ van Dordrecht. Ook de Kerstmarkt Dordrecht behoorde tot de specials; deze heeft nu haar opvolger gevonden in de Dordtse Decemberdagen, die de komende jaren inhoudelijk wordt doorontwikkeld. In de periode 2020 – 2022 is op basis van verschillende raadsvoorstellen in totaal ca € 750.000 aan extra jaarlijkse incidentele middelen beschikbaar gesteld door de gemeenteraad, deels voor de organisatie van de Dordtse Feesten, het alternatieve festival in coronatijd, en deels voor het realiseren van de reguliere evenementen onder de veranderende omstandigheden. Echter, de forse prijsstijgingen hebben het kostenniveau voor de evenementen op een blijvend hoger plan gebracht. Daarnaast is er sprake van een toegenomen complexiteit – met ook een financiële weerslag – door nieuwe eisen op het gebied van veiligheid, stikstof, duurzaamheid, Omgevingswet en de Wet Natuurbescherming.
Anno 2023 blijkt het daarom noodzakelijk het financieel fundament onder ons evenementenbeleid zodanig structureel te versterken dat daarmee de basis voor de ‘specials’ en de diversiteit aan evenementen, zoals we die met het evenementenbudget mogelijk maken, behouden blijft. Het toekomstbestendig maken van het evenementenbeleid betekent dat ook investeringen noodzakelijk zijn om beleid te innoveren; dat er ruimte komt voor nieuwe thema’s en nieuwe instrumenten om innovatie te faciliteren. Met de € 650.000 extra middelen die op basis van de kadernota in de begroting zijn verwerkt, is meerjarig budget gereserveerd voor de continuïteit van de ‘evenementen met speciale status’ (‘specials’) en de robuustheid ervan zoals de doorontwikkeling van de Dordtse Decemberdagen. Verder biedt het de noodzakelijke armslag om de vele (kleine) evenementen mogelijk te kunnen blijven maken. Daarnaast kennen we budget toe om ook de diversiteit van het evenementenaanbod te vergroten met aandacht voor doelgroepen zoals jongeren en het thema water; dit door ruimte te bieden aan nieuwe activiteiten en door bestaande evenementen met groeipotentieel meer financiële armslag te geven.
En we trekken budget uit om daarmee activiteiten te organiseren en instrumenten te ontwikkelen die bijdragen aan het vergroten en kunnen toepassen (door organisatoren) van kennis en expertise op het gebied van zaken als verwerving van additionele financiering Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
37
(crowdfunding, fonds- en sponsorwerving), inzicht in en de toepassing en inpassing van relevante wet- en regelgeving, het ontwikkelen en implementeren van beleid ter zake het werken met vrijwilligers, het ontwikkelen van een werkmodel om de inwoners van de stad nadrukkelijk bij het evenementenbeleid te betrekken. Zoals in de Samenvatting verwoord: in deze visienota schetsen we de lijnen waarlangs het feitelijke evenementenbeleid zijn beslag zal krijgen. De nota beschrijft ook de hiermee samenhangende complexiteit op het vlak van locatie-, vergunningen- en subsidiebeleid en maakt duidelijk dat niet alles in één keer gerealiseerd kan worden, dat gaandeweg actualisaties nodig zullen zijn. Om deze opgaven ter hand te nemen en te komen tot een concrete uitwerking reserveren we budget - en dat voor een in tijd afgebakende periode van twee jaar - voor de extra personele inzet die nodig is voor het uitwerken, (door-)ontwikkelen en implementeren van de in visienota benoemde werkpunten. Met de financiële middelen zoals nu opgenomen in de Kadernota zijn wij – met 2030 als stip op de horizon – in staat de ambitie en doelstellingen te verwezenlijken: een toekomstbestendig evenementenbeleid Dordrecht 2024 – 2030 dat de randvoorwaarden biedt om een toonaangevende evenementenstad te kunnen blijven in een goede balans tussen gezellige levendigheid en leefbaarheid.
Visienota Evenementenbeleid Dordrecht 2024-2030 – 23 november 2023
38