CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie sociaal domein Dordrecht 2030.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 13 februari 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen Visie sociaal domein Dordrecht 2030 - Raadsvoorstel24.758 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Visie sociaal domein Dordrecht 2030 Samen voor een sterk sociaal Dordrecht

Voorwoord Beste lezer, Voor u ligt de integrale visie voor het sociaal domein. Deze presenteer ik met gepaste trots, namens het hele Dordtse college. Deze visie laat zien, zoals dit college heeft afgesproken in het politiek akkoord, wat er nu en de komende jaren nodig is voor een sterk en sociaal Dordrecht. Een stad waar iedereen prettig kan wonen en leven en mag zijn wie hij/zij/hen is. Waarin elke Dordtenaar gelijke kansen krijgt om zich te ontwikkelen en mee te doen aan de samenleving, op welke manier dan ook. Een visie voor alle Dordtenaren met wie het wel, of juist (even) niet zo goed gaat. En voor al diegenen die hen helpen en ondersteunen. Zodat we met elkaar als stad stevig in de schoenen staan voor de toekomst. Met de meeste Dordtenaren gaat het goed, maar helaas is dit niet voor iedereen het geval. In een sterk sociaal Dordrecht willen we dat Dordtenaren die het (even) moeilijk hebben, de hulp en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Van naasten (familie, vrienden en buren), van andere Dordtenaren of van professionals. Al die professionele zorg en maatschappelijke ondersteuning voor inwoners komt samen in het sociaal domein en is geregeld door 3 wetten: de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Sinds 2015 zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan.

Dit brengt de nodige uitdagingen met zich mee, zowel inhoudelijk als financieel. We kennen de berichten uit het nieuws: het tekort aan geschoold personeel wordt steeds groter en de vraag naar hulp neemt steeds verder toe. Hulpvragen die steeds complexer worden. Dit zet de financiën en beschikbare ondersteuning in het sociaal domein flink onder druk. En maakt duidelijk: Hoe we het nu geregeld hebben is niet houdbaar. Dat vraagt heldere keuzes van het college en de gemeenteraad. Alleen met keuzes kunnen we de ondersteuning betaalbaar en beschikbaar houden. Deze visie is een startpunt voor de toekomst, ze biedt handvatten waarmee we de komende jaren samen vooruit kunnen. En elkaar scherp kunnen houden. Ook in het maatschappelijk debat dat we hierover moeten aangaan. Het is een gegeven dat er in de toekomst meer van mensen zelf en de samenleving gevraagd zal worden.

Als gemeente willen we graag de maatschappelijke dialoog hierover aanwakkeren: Hoeveel ondersteuning kunnen we in de toekomst nog bieden? Is de ondersteuning beschikbaar voor de meest kwetsbare inwoners? Welke ondersteuning organiseren we als gemeente en welke ondersteuning kunnen mensen zelf organiseren? En hoe houden we de ondersteuning betaalbaar? Tot slot wil ik namens het voltallige college van burgemeester en wethouders mijn grote dank uitspreken naar alle partners in het sociaal domein met wie deze visie tot stand is gekomen. Alle organisaties en mensen, professionals en vrijwilligers, die allemaal elke dag keihard werken aan een sterk en sociaal Dordrecht! Namens het college van burgemeester en wethouders,

Chris van Benschop Wethouder Wmo

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

2

Inhoud Voorwoord

2

1. Waar staan we? Waar komen we vandaan?

4

2. De uitgangspunten

13

3. Bestaanszekerheid is de basis

23

4. Elkaar helpen

39

5. Algemeen aanbod aan sociale voorzieningen

49

6. Specialistische hulp: passender, tijdiger en integraler

55

7. Financiën

74

8. Monitoring

82

Bijlagen

86

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

3

1.

Waar staan we? Waar komen we vandaan?

Het sociaal domein staat onder druk. De decentralisatie van de drie wetten in het sociaal domein (Jeugdwet, Participatiewet en Wet maatschappelijke ondersteuning) ligt al even achter ons; om precies te zijn 9 jaar. Het idee achter de decentralisatie was dat gemeenten dichterbij hun inwoners staan en daarmee de hulp en zorg aan inwoners in een kwetsbare situatie passender kunnen aanbieden, afgestemd op de lokale situatie. We zijn hier als gemeente in veel gevallen in geslaagd. We kennen onze inwoners en hun vraagstukken beter, er zijn nieuwe samenwerkingen ontstaan tussen partners en als gemeente pakken we onze rol als opdrachtgever, verbinder en netwerkpartner in het sociaal domein met beide handen aan. De decentralisatie was echter niet alleen een kwaliteitsimpuls, maar ging ook gepaard met forse bezuinigingen en heeft geleid tot grote vraagstukken. Zowel inhoudelijk als financieel. Er is een groeiend tekort aan geschoold zorgpersoneel. Daarnaast neemt de vraag naar hulp steeds verder toe. Niet alleen naar lichte hulp, ook het aantal complexe hulpvraagstukken neemt toe. Dit zet de financiën in het sociaal domein flink onder druk. Tot slot zien we in de dagelijkse praktijk dat inwoners en professionals nog teveel last hebben van schotten tussen wetten.

Uitgaven drie wetten sociaal domein, 2019-2023 (bedragen in € x 1 mln.) Uitgaven drie wetten sociaal domein, 2019-2022 (bedragen in euro's x 1 mln.) 70 60 50 40 30 20 10 0 2019

2020

Participatiewet (bijstand, excl. BBZ/TOZO)

2021 Jeugdwet

2022

2023 prognose

Wmo (maatwerk)

Toelichting: exclusief exclusief personeelsinzet Regelingen Toelichting: personeelsinzetGemeenschappelijke Gemeenschappelijke Regelingen

Om het hulplandschap in de toekomst kwalitatief en financieel gezond te houden en hulp beschikbaar te houden voor Dordtenaren die het echt nodig hebben, is het maken van keuzes noodzakelijk en onvermijdelijk.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

5

Uitgelicht: de drie wetten sociaal domein Jeugdwet: In de Jeugdwet heeft de gemeente een grote rol gekregen in de zorg en hulp voor kinderen en jeugdigen. Jeugdhulp wordt gedefinieerd als de hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en/of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. Naast jeugdhulp vallen ook jeugdbescherming en jeugdreclassering onder de Jeugdwet. Participatiewet: Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking. Het gaat daarbij om mensen die recht hebben op een bijstandsuitkering, een minima regeling of een regeling voor ouderen die werkloos zijn geworden IOAW/IOAZ. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): De Wmo heeft als belangrijkste doel dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en kunnen deelnemen aan het dagelijkse leven. De gemeente geeft ondersteuning thuis en is dus verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet zelfredzaam zijn. Onderscheid wordt gemaakt tussen (1) voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn (algemene voorzieningen) en (2) voorzieningen die zijn afgestemd op de individuele behoefte van een inwoner (maatwerkvoorzieningen).

Uitgelicht: de uitvoering in de Dordtse praktijk Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor de uitvoering van de drie wetten in het sociaal domein. Een groot deel van de uitvoering hebben we in twee gemeenschappelijke regelingen georganiseerd: •

de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ – Jeugdwet, onderdeel van de GR Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ De Serviceorganisatie Jeugd ZHZ (SOJ) koopt voor de tien gemeenten in de regio ZuidHolland specialistische jeugdhulp in. Naast inkoop- en contractmanagement met jeugdhulpaanbieders is de SOJ verantwoordelijk voor de administratieve en financiële afhandeling van beschikkingen en biedt zij de tien gemeenten advies en ondersteuning op het gebied van beleid. De GR Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ werkt momenteel aan een Meerjarenbeleidsplan 2024-2027.

•  de Sociale Dienst Drechtsteden – Participatiewet en Wmo, onderdeel van de GR Sociaal De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) koopt voor de zeven Drechtsteden gemeenten Wmo-maatwerkvoorzieningen in. Daarnaast is de SDD verantwoordelijk voor het afgeven van Wmo-maatwerkbeschikkingen, het bieden van schuldhulpverlening, inkomensondersteuning en begeleiding naar werk. Samen met het sociaal wijkteam (Dordrecht Sociaal) voert de SDD integrale vraagverheldering uit. De SDD heeft haar eigen beleidsafdeling, waar Wmo-, minima- en participatiebeleid voorbereid wordt voor de zeven gemeenten in de Drechtsteden. De basis hiervoor vormt haar eigen regionale visie sociaal domein, die met verschillende partners tot stand gekomen is.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

6

Demografische ontwikkelingen De vraag naar hulp neemt toe. Dit heeft onder andere te maken met ontwikkelingen in de samenstelling van de bevolking. Het aantal ouderen neemt toe (vergrijzing). Ouderen die in steeds betere gezondheid oud worden en langer thuis blijven wonen. Ook in verhouding neemt het aandeel ouderen toe, waardoor de grijze druk1 toeneemt. Dit heeft weer gevolgen voor de werkzame beroepsbevolking. Het tekort aan personeel groeit. Bevolkingsprognose Dordrecht, 2023-2030 Bevolkingsprognose Dordrecht, 2023 -2030 95+ 90-94 jaar 85-89 jaar 80-84 jaar 75-79 jaar 70-74 jaar 65-69 jaar 60-64 jaar 55-59 jaar 50-54 jaar 45-49 jaar 40-44 jaar 35-39 jaar 30-34 jaar 25-29 jaar 20-24 jaar 15-19 jaar 10-14 jaar 05-09 jaar 00-04 jaar

0

2000 2023

4000

6000

8000

10000

2030

Bron: BRP en Primos

Bron: BRP en Primos Ook het aantal inwoners met een migratieachtergrond neemt toe. Denk aan Eritreeërs, Syriërs, Oekraïners en Polen. Met name degenen die uit hun eigen land gevlucht zijn, hebben vaker behoefte aan hulp. Dit vraagt om cultuursensitief en cultuurspecifiek werken.2

1

De verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen van 20 tot 65 jaar. Oftewel: de verhouding tussen het aantal ouderen in de samenleving en de ‘productieve leeftijdsgroep’.

2

Bij cultuursensitief werken wordt rekening gehouden met de culturele achtergrond en waarden van een inwoner en wordt de geboden ondersteuning daarop afgestemd. We willen dat alle organisaties die we subsidiëren of inkopen cultuursensitief werken. Cultuurspecifiek werken gaat nog verder. Bij cultuurspecifiek werken wordt de ondersteuning in zijn geheel aangeboden volgens de waarden en normen van een specifieke cultuur.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

7

Maatschappelijke ontwikkelingen Onze samenleving verandert steeds meer in een prestatiemaatschappij. Een samenleving waar presteren op nummer één staat. Het lijkt erop dat alles beter, groter en mooier moet. Dit zorgt voor prestatiedruk en daarmee voor steeds meer mentale problematiek, met name onder jongeren. De sociale media spelen hierbij een grote rol. Daar komt bij dat mensen steeds meer geloven in de maakbaarheid van het leven en vaak denken in problemen. De gedachte dat alles controleerbaar is en opgelost moet worden, vergroot de mentale druk. Het aantal mensen dat zich eenzaam voelt, neemt toe. Met name onder ouderen en jongeren. Eenzaamheid ontstaat door verschillende factoren. Factoren die van persoonlijke aard zijn, maar ook maatschappelijk. Denk aan de toenemende individualisering en digitalisering, waardoor elkaar in het echt ontmoeten minder vanzelfsprekend is. Individualisering is ook één van de redenen dat steeds minder mensen zich vrijwillig inzetten.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

8

Uitgelicht: de coronapandemie De coronapandemie heeft ingrijpende gevolgen gehad voor het individu en voor onze samenleving als geheel. Zowel op economisch als gezondheidsgebied (fysiek en mentaal). Denk aan faillissementen, sociale isolatie, mentale problematiek en wachtlijsten in de zorg. De coronapandemie heeft echter ook een positieve kant: de coronapandemie (en ook de Oekraïnecrisis) heeft aangetoond dat veel mensen bereid zijn om elkaar te helpen. Er zijn nieuwe initiatieven ontstaan en er zijn efficiënte werkvormen en manieren ontstaan om inwoners te bereiken.

Naast maatschappelijke ontwikkelingen die de vraag naar hulp doen toenemen, zijn er ook maatschappelijke ontwikkelingen waar we als gemeente rekening mee dienen te houden in de uitvoering van ons beleid. Zoals de toenemende polarisatie in de samenleving, de toenemende complexiteit en het toenemend wantrouwen in de overheid. De toenemende polarisatie zet de sociale cohesie onder druk. De toenemende complexiteit van de samenleving vraagt van ons als gemeente flexibiliteit en blijvende aandacht voor het vereenvoudigen van onze dienstverlening. Het toenemend wantrouwen in de overheid maakt dat het als gemeente niet eenvoudig is om alle inwoners te bereiken. We hebben onze partners in de stad nodig.

Economisch ontwikkelingen Ook economische ontwikkelingen hebben invloed op de vraag naar hulp. De economie draait al jaren op volle toeren: het aantal vacatures is inmiddels hoger dan het aantal werkzoekenden. Toch zien we het aantal inwoners in de bijstand nauwelijks dalen. De hogere energieprijzen en de doorwerking daarvan in vrijwel alle prijzen (lees: inflatie) zetten een rem op de koopkracht en de bestedingen van inwoners. Daarnaast zien we dat de inflatie onze gemeentelijke uitgaven onder druk zet. De stijging van de jeugdhulp- en Wmo-uitgaven wordt grotendeels veroorzaakt door een stijging van de tarieven en in mindere mate door de groei van aantal gebruikers en/of duur en intensiteit van trajecten. In het hoofdstuk ‘Financiën’ gaan we uitgebreider in op de gemeentelijke financiën.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

9

Ontwikkelingen gemeenten-Rijk Met de decentralisatie zijn taken overgedragen van het Rijk naar de gemeenten. Als gemeente zijn we sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk voor het ondersteunen van inwoners door het bieden van jeugdhulp, Wmo-voorzieningen en inkomensondersteuning. Voor de Jeugdwet en Wmo geldt dat dit zogeheten ‘open einde regelingen’ zijn. Oftewel: als gemeente blijven we de vraag naar hulp altijd betalen. We hebben echter beperkte invloed op de vraag naar hulp door eerder genoemde ontwikkelingen. Bij jeugdhulp komt daar nog bij dat er naast de gemeentelijke toegangspoort, via het sociaal wijkteam, twee andere toegangspoorten zijn: de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) en medische verwijzers (zoals jeugdartsen en huisartsen). De financiële en beleidsmatige kaders waarbinnen we als gemeente moeten opereren staan steeds meer op scherp. Dit geldt al enkele jaren voor de Jeugdwet en ook voor de Wmo zien we dat het gaat knellen, zeker gezien de vergrijzing. De financiën bewegen niet evenredig mee met de toenemende vraag naar (professionele) hulp. Ook de Participatiewet is al jaren onderwerp van discussie. De vergoeding van het Rijk (BUIG) dekt al jaren niet de werkelijke lasten. Verschillende ontwikkelingen en keuzes van het Rijk hebben invloed op ons gemeentelijk beleid. Hervormingsagenda Jeugd Voor de Jeugdwet moet de Hervormingsagenda Jeugd uitkomst bieden.

Het Rijk en gemeenten hebben, samen met cliëntenorganisaties en aanbieders, een groot pakket aan maatregelen afgekondigd om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Zo zal er langdurig worden geïnvesteerd in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. Ook komt er een aanpassing van de Jeugdwet, waardoor duidelijker wordt waarvoor kinderen en ouders hulp kunnen krijgen. Gemeenten worden verplicht bepaalde specialistische hulp regionaal in te kopen om beschikbaarheid en continuïteit van hulp beter te organiseren. Er zal minder papierwerk en administratie nodig zijn, zodat professionals meer tijd overhouden voor hulpverlening. Ook moet betere samenwerking met bijvoorbeeld het onderwijs er voor zorgen dat kinderen en jongeren meer met algemene en groepsvoorzieningen worden ondersteund. Uithuisplaatsingen moeten zoveel mogelijk voorkomen worden. Herziening ‘Participatiewet in balans’ De Participatiewet blijkt in de praktijk niet goed te werken. De wet is te complex, gaat onvoldoende uit van vertrouwen en maakt de stap naar werk onnodig ingewikkeld. In het voorjaar van 2023 heeft het Rijk daarom een herziening van de Participatiewet aangekondigd. Het doel is om een nieuwe basis voor de Participatiewet te leggen, die beter aansluit bij het brede sociaal domein en dus bij de Jeugdwet en Wmo.

De wetten moeten door de herijking beter op elkaar aansluiten. Daarnaast moet de Participatiewet door de herijking eenvoudiger en begrijpelijker worden en beter passen bij het doenvermogen van mensen.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

10

IZA en GALA In september 2022 is het Integraal Zorg Akkoord (IZA) getekend door verschillende zorgpartijen, het Rijk en gemeenten. Het doel van het IZA is om de (curatieve) zorg goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Afspraken zijn gemaakt over de versterking van de samenwerking tussen het gemeentelijk sociaal domein en de eerstelijnszorg, en (de financiering van) domeinoverstijgende samenwerking. Het IZA richt zich daarbij op de zorgregio. In het akkoord is afgesproken dat de uitwerking van het preventief gezondheidsbeleid, via een preventieagenda, plaatsvindt in het Gezond en actief leven akkoord (GALA). Door te werken aan het GALA moeten gezondheidsverschillen worden verminderd. Het IZA en GALA maken het voor ons als gemeente mogelijk om nog meer te investeren in preventie en de samenwerking met partners in de zorg en zorgverzekeraars te versterken. Onder andere moeten er in gezamenlijkheid vijf ketenaanpakken opgezet worden. In Dordrecht zijn we met deze aanpakken al langere tijd aan de slag: • • • • •

Kansrijke start Ketenaanpak kinderen met overgewicht Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) Welzijn op recept Valpreventie

Voor de financiering van activiteiten zijn twee SPUK’s (specifieke uitkeringen) beschikbaar voor gemeenten: het GALA heeft één brede SPUK en voor het IZA is er een IZA SPUK (waar Dordrecht mandaatgemeente is voor de zorgregio). Daarnaast kunnen er bij de zorgverzekeraar transformatieplannen voor de zorg worden ingediend. WOZO In de zomer van 2022 is het Rijk gestart met het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO). Het WOZO-programma bestaat uit verschillende maatregelen, initiatieven en projecten gericht op het anders organiseren van de ouderenzorg. Met het WOZO-programma leggen de verschillende partijen uit de ouderenzorgsector een nieuwe norm vast: zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan. Als gemeente stellen we een woonzorgvisie op waarin thuiswonen en zorg voor ouderen specifieke aandacht krijgt. We werken onder andere samen met eerstelijns en tweedelijns zorgaanbieders3 om gezond ouder worden in de wijk te bevorderen, innovatie thuis mogelijk te maken en passende ondersteuning te blijven bieden voor inwoners die dit langdurig nodig hebben.

3

Eerstelijnszorg is voor iedereen bereikbaar zonder verwijzing, zoals de huisarts, tandarts, apotheek, wijkverpleegkundige of fysiotherapeut. Bij tweedelijnszorg kunnen mensen alleen terecht met een verwijzing. Denk hierbij aan specialisten in het ziekenhuis, revalidatie en psychische hulp.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

11

Aanpalende uitdagingen en wetten De drie gedecentraliseerde wetten staan uiteraard niet los van andere uitdagingen in het sociaal domein, zoals passend onderwijs, huisvesting, inburgering en publieke gezondheid. We hebben daarbij als gemeente ook te maken met aanpalende wetgeving waar wij niet zelf de regie op voeren, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze wetten kunnen echter wel van invloed zijn op het dagelijks leven van mensen en het beroep dat zij doen op het sociaal domein. Zo zien we de laatste jaren onder andere een toenemende vraag vanuit de curatieve zorg naar preventie (en daarmee het sociaal domein). Ook de toegang tot de Wlz wordt strikter en daarmee het beroep op het sociaal domein groter. We investeren de komende jaren in de samenwerking met partners, zoals het Rijk, de zorgverzekeraar, het zorgkantoor, woningcorporaties en het samenwerkingsverband passend onderwijs zodat taken en verantwoordelijkheden helder zijn en op elkaar zijn afgestemd.

Wet langdurige zorg (Wlz)

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

zorg en ondersteuning

Zorgverzekeringswet (Zvw)

sociaal domein

Jeugdwet

Participatiewet (P-wet)

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Wet Inburgering

Wetgeving onderwijs & kinderopvang4

Wet Publieke Gezondheid

Woningwet Toelichting: de lijst met overige wetgeving is niet uitputtend 4

4

Onder andere Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op passend Onderwijs, Leerplichtwet, Wet Educatie en Beroepsonderwijs en Wet Kinderopvang.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

12

Samen voor een sterk sociaal Dordrecht

2.

De uitgangspunten

Samen voor een sterk sociaal Dordrecht Een sterk sociaal Dordrecht. Wat betekent dat? Allereerst willen we dat Dordtenaren het goed en fijn hebben in Dordrecht, prettig wonen en mee kunnen doen in de Dordtse samenleving. Een samenleving die inclusief is: waarin iedereen meetelt, meedoet en mag zijn wie hij/zij is met eventuele beperkingen en kwetsbaarheden. De Dordtse samenleving is divers. Jong, oud, rijk, arm, van Nederlandse komaf of niet, etc. Dat maakt Dordrecht Dordt. Die diversiteit biedt kansen en mogelijkheden, maar zorgt ook voor de nodige vraagstukken. Niet iedereen heeft gelijke kansen om zich te ontwikkelen en die verschillen worden niet kleiner, maar juist groter. Zo concludeert ook het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in haar rapport ‘Eigentijdse ongelijkheid’. In Dordrecht willen we dat onze inwoners zoveel mogelijk gelijke kansen hebben. Gelijke kansen om zich te ontwikkelen en om mee te doen aan de samenleving op welke manier dan ook. Door bijvoorbeeld naar school te gaan, zich vrijwillig in te zetten, te werken of een naaste te helpen. Ook dat is een sterk Dordrecht. Met de meeste Dordtenaren gaat het goed, maar helaas is dit niet voor iedereen het geval. Wanneer de problemen die iemand ervaart (de draaglast, oftewel belasting) groter zijn dan wat iemand aan kan (de draagkracht, oftewel belastbaarheid) ontstaat er een hulpvraag.

Dat kan van structurele aard zijn, maar kan ook iets tijdelijks zijn. Een sterk Dordrecht betekent dat Dordtenaren die het (tijdelijk) moeilijk hebben en bij wie de verhouding draagkracht-draaglast uit balans is, hulp krijgen die zij nodig hebben. Van naasten (familie, vrienden en buren), van andere Dordtenaren of van professionals.

draagkracht

draaglast

Bv. fysieke kracht, mentale kracht, sociale steun

Bv. verplichtingen (werk, privé), problemen, levensgebeurtenissen

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

14

In deze visie gaan we voor een sterk sociaal Dordrecht. Dit doen we aan de hand van 9 uitgangspunten:

Uitgangspunt 1 Bestaanszekerheid is de basis Als gemeente hebben we een taak in het vergroten van de draagkracht en/of het verminderen van de draaglast van inwoners met een hulpvraag. Hiermee bevorderen we de kansengelijkheid tussen inwoners. Het hebben van ruimte, zowel letterlijk (wonen) als figuurlijk (financieel en mentaal), is een belangrijke voorwaarde om eigen problemen te (h)erkennen, deze te kunnen dragen en hiermee aan de slag te gaan. Bestaanszekerheid is erg belangrijk en vormt de basis waarop gebouwd kan worden. Als gemeente hebben we een belangrijke taak om inwoners bestaanszekerheid te bieden. Zowel op de korte als op de lange termijn.

Uitgangspunt 2 Dordtenaren helpen elkaar zoveel mogelijk Een goede, stevige basis is belangrijk maar niet het enige dat telt. Life events, zoals het overlijden van een dierbare, een scheiding of ontslag kunnen ervoor zorgen dat de draaglast van iemand (tijdelijk) te groot wordt. Dit geldt ook voor andere factoren van buitenaf, zoals een drukke baan en de zorg voor een naaste. Daarnaast zijn er persoonlijke factoren, zoals iemands (mentale) gezondheid. Factoren die meer of minder van tijdelijke aard zijn. Wat als iemands draaglast (tijdelijk) niet in verhouding is met zijn/haar draagkracht? Dan is ondersteuning gewenst. Het liefst zo dichtbij en kort mogelijk. Als gemeente zetten we daarom in op het bevorderen van de sociale cohesie in Dordtse wijken en buurten. Ook stimuleren we de inzet van vrijwilligers en mantelzorgers, die we uiteraard ondersteunen bij hun (zorg)taken.

Uitgangspunt 3 Voldoende kwalitatief aanbod aan algemene voorzieningen De kracht van de stad is niet onuitputtelijk. Sommige, meer complexe, hulpvragen kunnen niet door inwoners zelf/onderling opgelost worden. Wat als er meer nodig is? We vinden het belangrijk dat inwoners kunnen terugvallen op een goed sociaal voorzieningenniveau. Voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn en van goede kwaliteit. Het gaat hierbij om voorzieningen waar inwoners met een kleine en grote hulpvraag terecht kunnen. Denk aan het financieel hulphuis, de bibliotheek en de jeugdgezondheidszorg, maar ook aan het sociaal wijkteam. Als gemeente zorgen we voor een voldoende kwalitatief aanbod aan algemene voorzieningen.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

15

Uitgangspunt 4 Meer tijdige en integrale toegang tot passende specialistische hulp Een groot deel van de hulpvragen van inwoners kunnen beantwoord worden met algemene voorzieningen, maar niet alle. Voor deze vragen is meer specialistische hulp nodig. Als gemeente hebben we de taak om inwoners de toegang tot deze hulp te verlenen en inwoners passend en tijdig te helpen met specialistische hulp. Hierbij gaat het om hulp met een beschikking onder de Jeugdwet en/of Wet maatschappelijke ondersteuning en om inkomensondersteuning onder de Participatiewet. Maar ook om specialistische maatwerkoplossingen zonder een beschikking. Belangrijk hierbij is dat er, net zoals bij de algemene voorzieningen, voldoende kwalitatief aanbod aan specialistische hulp is voor inwoners die het echt nodig hebben. Bovenstaande uitgangspunten vormen de ‘cirkels van ondersteuning’. De cirkels zijn niet statisch. Beweging tussen de cirkels is vanzelfsprekend, afhankelijk van iemands situatie. Onder het motto ‘zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig’. Dit betekent dat steeds naar een inwoner gekeken/geluisterd wordt, zijn/haar situatie centraal staat en samen gekeken wordt welke hulp op welk moment het beste past.

Preventie en vroegsignalering

Normaliseren

Integraliteit

Inwoner

Samenwerking met partners Elk Al

ge

a ar helpen

men

Spe

e vo orzie ni

ng

en

Differentiatie in de uitvoering

c ia listis c h e h u l p

Bestaanszekerheid = basis

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

16

Onze werkwijze Zoals we eerder aangaven, stijgt de laatste jaren de vraag naar hulp en stijgen daarmee ook de uitgaven. Om nu en in de toekomst de hulp te kunnen blijven bieden aan inwoners die dit echt nodig hebben, is het noodzakelijk om keuzes te maken. Daarom investeren we de komende jaren (nog meer) in: • • • • •

egsignalering

preventie en vroegsignalering normaliseren integraliteit samenwerking met partners differentiatie in de uitvoering

Uitgangspunt 5 Investeren in preventie en vroegsignalering Wanneer zich vragen of problemen voordoen, is het belangrijk dat deze snel en adequaat worden opgepakt. Dat is op dit moment nog niet altijd het geval. ‘Voorkomen is beter dan genezen’. Een aloud gezegde, maar actueler dan ooit. Met gerichte, preventieve inzet willen we niet alleen voorkomen dat inwoners hulp nodig hebben, maar ook voorkomen dat zwaardere, specialistische hulp noodzakelijk is (in plaats van lichte ondersteuning in de vorm van elkaar helpen en met inzet van algemene voorzieningen).

seren

iteit

met partners

de uitvoering

Preventie en vroegsignalering vragen om een investering, zowel financieel als inhoudelijk. Wat betreft financiën geldt dat de kosten van preventie vaak voor de baten (lees: opbrengsten) uitgaan. Monitoring is daarom belangrijk. We investeren in bewezen effectieve interventies. Nieuwe interventies zetten we enkel voort als hier een positieve maatschappelijke kosten-baten analyse onder ligt. Met preventieve interventies die niet werken, stoppen we. Inhoudelijk maken we keuzes. We investeren gericht in belangrijke factoren die de kans op problemen en hulpvragen vergroten: armoede, huisvesting, mentale problematiek en een onvoldoende sociaal netwerk. Het is ondoenlijk om op alle factoren preventief in te zetten. Daarnaast is het ook onwenselijk omdat vergaande preventie, met name in geval van zorgvragen, ook problematiserend kan werken en de vraag naar hulp laat ‘exploderen’. Bij preventie is het dan ook belangrijk om oog te houden voor het normale leven, waar ups en downs bij horen en problemen ook vanzelf over kunnen gaan (zie uitgangspunt 6). In het maken van keuzes en het afbakenen van preventie, zijn we ons ook bewust van onze eigen rol en waar die ophoudt. Privacy en autonomie van inwoners staat hoog in het vaandel. Daarom stellen we ons steeds de vraag: wanneer is het bieden van hulp behulpzaamheid en wanneer bemoeizucht? Hier is geen eenduidig antwoord op te geven.

Bewustwording en beoordeling per situatie is belangrijk.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

17

Uitgelicht: Kansrijke Start Een ultieme vorm van preventie is het landelijke programma ‘Kansrijke Start’ waar we in Dordrecht sinds 2018 lokaal kleur aan geven. Het richt zich op (aanstaande) ouders en kinderen in de leeftijd van -9 maanden tot 2 jaar. De ontwikkeling van een kind in de eerste 1.000 dagen is cruciaal voor zowel een gezonde groei als voor de ontplooiing en kansen op latere leeftijd. We zijn een lokale coalitie Kansrijke Start gestart, die bestaat uit partners in het sociaal en medisch domein, zoals de jeugdgezondheidszorg, verloskundigen, kraamzorg, gynaecologen en het sociaal wijkteam. In de afgelopen jaren hebben we al veel in gang gezet: •

We informeren inwoners hoe ze gezond zwanger kunnen worden (www.schapenkopjes.nl). We werken aan het programma Nu Niet Zwanger waarbij met inwoners (in een kwetsbare situatie) over hun kinderwens wordt gepraat. Veel inwoners besluiten zelf om die kinderwens eventjes uit te stellen, zodat ze zo goed mogelijk voor hun toekomstige kindje kunnen zorgen. Inwoners worden ook geïnformeerd over anticonceptie. We werken groepsgericht in verloskundigenpraktijken om moeders met elkaar in contact te brengen en samen de (zwangerschaps-)controles uit te voeren. We werken met Moeders Informeren Moeders, waarin ervaren moeders vrouwen die hun eerste kindje krijgen een handje helpen. We helpen (aanstaande) ouders om goed voor hun kindje te zorgen. Dankzij het prenatale huisbezoek kan de jeugdgezondheidszorg eerder bij deze inwoners op visite gaan om te kijken of er hulp nodig is. Soms is professionele hulp nodig (voorzorg, prézorg), soms ook niet.

•

• • •

Rendementpercentage voor investeringen in menselijk kapitaal

Wetenschappelijk bewezen: hoe eerder de investering, hoe groter de winst Prenatale programma's

0 Prenataal 0-3

Programma's gericht op de vroegste jaren

Voorschoolse programma's Scholing

Werk training

4-5

School

Na school

Bron: professor James Heckman, Nobelprijswinnaar Economie

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

18

egsignalering

seren

Uitgangspunt 6 Investeren in normaliseren Ups en downs horen bij het leven. We zien steeds vaker dat deze ‘hobbels’ te veel geproblematiseerd, gemedicaliseerd en geïndividualiseerd worden, zonder aandacht voor de gezinssituatie en de maatschappelijke context. We investeren in normaliseren omdat het bijdraagt aan minder uitsluiting en stigmatisering en het kansengelijkheid bevordert. Daarnaast helpt het de inzet van (specialistische) hulp te verminderen, zodat hulp beschikbaar blijft voor inwoners die het echt nodig hebben.

iteit

met partners

de uitvoering

Maar wat betekent normaliseren precies? Wat is ‘normaal’ en wat is niet ‘normaal’? Als we deze vraag aan tien inwoners stellen, krijgen we waarschijnlijk tien verschillende antwoorden. Ook in de praktijk zien we dat professionals hier verschillend mee omgaan. Wat voor ons als gemeente belangrijk is bij normaliseren, is dat het vertrekpunt van een hulpvraag van een inwoner niet alleen zijn/haar probleem is maar juist het versterken van zijn/haar ontwikkelingsmogelijkheden en het versterken van het alledaagse leven. We zien normaliseren als: Het verminderen of oplossen van een hulpvraag door te kijken naar de eigen verantwoordelijkheid, het eigen vermogen en het sociale netwerk van inwoners, en daarbij te waken voor onnodig diagnosticeren of problematiseren van situaties en afwijkingen van het gemiddelde, ook wel ‘de norm’.5 Het gaat hierbij om oplossingen die dichtbij en ‘zo gewoon mogelijk’ zijn en uitgaan van dat wat mensen wel kunnen. Volgens het gedachtegoed van positieve gezondheid.6 Daardoor zijn deze oplossingen duurzamer en wordt voorkomen dat een hulpvraag groter en complexer wordt. In de praktijk betekent normaliseren onder andere: • • • • • •

Een brede blik op ‘normaal gedrag’ De lat niet te hoog leggen Voorzichtig zijn met labels Toleranter zijn Soms nee verkopen Afschalen van zorg

We kunnen als gemeente niet alle problemen van onze inwoners oplossen. We investeren in normaliseren door het gesprek hierover te voeren met onze partners en dit, waar kan, concreet als opdracht mee te geven in inkoopcontracten en subsidiebeschikkingen. Op de werkvloer betekent normaliseren dat professionals met elkaar in gesprek blijven en van elkaar blijven leren, zodat oversignalering en overdiagnosticeren voorkomen worden.

5

Afgeleid van de werkdefinitie van het Leernetwerk Normaliseren van Werkplaats SAMEN.

6

Zie kader op pagina 35.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

19

en

Uitgangspunt 7 Investeren in meer integraliteit

eit

Individualisering heeft ertoe geleid dat mensen steeds meer in eigen belang hun eigen keuzes maken. Echter, mensen kunnen niet los van elkaar worden gezien. Inwoners maken deel uit van een sociale structuur. Iemand die hulp nodig heeft is ook een ouder, een kind of buur etc. Het is belangrijk om naar het bredere plaatje te kijken.

met partners

de uitvoering

We investeren in meer integraliteit. Concreet betekent dit dat mensen die hulp bieden (betaalde én vrijwillige hulpverleners) luisteren naar iemands verhaal en met een brede, integrale blik kijken naar de situatie van de persoon die hulp nodig heeft: breed naar de hulpvraag en mogelijke oorzaken én breed naar oplossingen en in te zetten hulp. Belangrijk is dat de oorzaak wordt aangepakt en niet enkel het symptoom. Zo kan, wat op het eerste gezicht een probleem is van een kind, in werkelijkheid een hulpvraag van de ouder(s) zijn. Bijvoorbeeld op het gebied van bestaanszekerheid. Of: door de (tijdelijke) inzet van een maatwerkvoorziening Wmo wordt een mantelzorger ontlast waardoor er stabiliteit terugkomt in het gezin en de (mantel)zorg langer volgehouden wordt. Of: door te sporten of te schilderen bij een vereniging krijgt een oudere meer sociale contacten en weer zin in het leven. Kortom, het is belangrijk dat hulpverleners werken vanuit het perspectief van de hulpvrager, de gehele situatie en sociale structuur overzien, de hulpvrager centraal stellen en goed met elkaar afstemmen. Op dit moment lukt het professionals, onder andere door financiële en wettelijke schotten, nog onvoldoende om integrale hulp te bieden. Integraliteit zorgt ook voor meer synergie. Maatregelen kunnen elkaar versterken en zo een hulpvraag sneller oplossen.

Dit komt niet alleen de situatie van de hulpvrager ten goede, maar zorgt ook voor minder (lange) wachtlijsten voor anderen en helpt om de zorg betaalbaar te houden.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

20

aliteit

g met partners

n de uitvoering

Uitgangspunt 8 Investeren in samenwerking met en tussen partners “Samen voor een sterk sociaal Dordrecht” zegt het al: we hebben als gemeente onze partners in de stad nodig. Om alle inwoners te bereiken en te kunnen helpen. Het gaat hierbij om partners in de volle breedte. Van verenigingen tot professionele hulpaanbieders en van adviserende partners tot uitvoerende partners. Met veel partners hebben we een subsidie- of inkooprelatie. Daarnaast zijn er de verbonden partijen waar we taken aan gemandateerd en/of gedelegeerd hebben via een gemeenschappelijk regeling: de GR Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ (onder andere de GGD, Serviceorganisatie Jeugd en Veilig Thuis) en de GR Sociaal (onder andere de Sociale Dienst Drechtsteden). 7 De samenwerking met al deze partners vraagt om wederzijds vertrouwen en een langdurige verbintenis, zodat partners kunnen werken vanuit een meerjarige visie en strategie en kunnen innoveren. Om dit te stimuleren, gaan we waar mogelijk meerjarige subsidies en inkoopcontracten aan. Naast wederzijds vertrouwen en een langdurige verbintenis vraagt samenwerking om zakelijkheid en duidelijk opdrachtgever-/opdrachtnemerschap. Dit kan en moet beter in onze subsidie- en contractafspraken en de opvolging daarvan. Er zijn ook partners waar we geen subsidie- of inkooprelatie mee hebben.

Denk bijvoorbeeld aan partners in het medisch en veiligheidsdomein, zoals huisartsen, Drechtdokters, het Albert Schweitzerziekenhuis, politie en het Openbaar Ministerie. Ook de samenwerking met deze partners zullen we komende jaren nog verder intensiveren. Wat ook beter kan en moet, is de samenwerking tussen partners onderling. Met name tussen formele en informele partners. Tussen professionals en niet-professionals/vrijwilligers. We zien het als onze gemeentelijke rol om deze samenwerking te verbeteren, bijvoorbeeld in subsidieregelingen en subsidie-/contractafspraken. In 2024 staat een herziening van de gemeentelijke subsidieregelingen in het sociaal domein gepland, waarbij deze integrale visie sociaal domein als basis dient.

7

Wanneer we in deze visie het woord ‘we’ gebruiken, bedoelen we de gemeente en, indien taken gemandateerd/gedelegeerd zijn, onze partners in gemeenschappelijke regelingen.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

21

g met partners

n de uitvoering

Uitgangspunt 9 Differentiatie in de uitvoering Hoe zorgen we ervoor dat onze gemeentelijke inzet landt bij de mensen die het het meest nodig hebben en zo de kansenongelijkheid tussen Dordtenaren kleiner wordt? Het antwoord: door ongelijke situaties ongelijk te behandelen. Oftewel: door verschil te maken in de uitvoering.

Eerder spraken we over de draagkracht-draaglast verhouding. Een verhouding die bij iedereen (tijdelijk) uit balans kan raken. Dit betekent dat in potentie iedereen kwetsbaar is. Het betekent echter niet dat algemeen beleid voor iedereen dé oplossing is. Het is juist belangrijk om oog te hebben voor verschillen tussen inwoners. Daarom gaan we, meer dan voorheen, wijkgericht of zelfs buurtgericht te werk. Data spelen hierbij een belangrijke rol. Ook hebben we oog voor inwoners die lastig te bereiken zijn, zoals inwoners die de Nederlandse taal niet spreken, laaggeletterden, jongvolwassenen en minder mobiele ouderen. Voor deze doelgroepen is een andere aanpak nodig die nog onvoldoende van de grond komt.

Uitgelicht: Nationaal Programma Dordt-West 2023-2043 Een voorbeeld van een brede, wijkgerichte aanpak is het Nationaal Programma Dordt-West (Oud-Krispijn, Nieuw-Krispijn, Wielwijk en Crabbehof). Deze aanpak is onderdeel van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. De ambitie van de aanpak in Dordt-West is als volgt: “de volgende generatie jeugd groeit gezonder en veiliger op, heeft betere ontwikkelkansen, meer perspectief op werk en een fijnere woon- en leefomgeving. Daarvoor investeren we niet alleen in de jeugd, maar ook in het wonen, werken en leven van de overige bewoners. We groeien met Dordt West naar het Dordts gemiddelde.” Met verschillende partners vormen we als gemeente een alliantie; onder andere met woningcorporaties, het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, ondernemers, het sociaal wijkteam en de politie.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

22

Samen voor een sterk sociaal Dordrecht

Inwoner

3.

Bestaanszekerheid = basis

Bestaanszekerheid is de basis

We willen dat Dordtenaren de eventuele problemen die zij hebben, zo veel mogelijk, zelf en met elkaar kunnen oplossen. Oftewel, dat hun draagkracht-draaglast verhouding in balans is. Een belangrijke voorwaarde daarvoor is bestaanszekerheid. Het hebben van bestaanszekerheid is essentieel voor iemands geluk en gezondheid, om te werken aan de eigen ontwikkeling, om een zinvolle bijdrage te leveren aan de samenleving en om in verbinding te staan met de omgeving. In Dordrecht zetten we breed in op het versterken van de bestaanszekerheid van onze inwoners. Op basis van de volgende vijf fundamenten:8 1. 2. 3. 4. 5.

het hebben van voldoende en voorspelbaar inkomen het kunnen meedoen in de samenleving het hebben van een betaalbare woning het hebben van toegang tot hulp en zorg een betrouwbare overheid (en daardoor inwoners die de overheid vertrouwen)

Als één of meer van deze fundamenten ontbreken, wordt leven vaak ‘overleven’. Bestaansonzekerheid geeft (veel) stress. Die stress vermindert iemands draagkracht. Dordtenaren die ‘in de overlevingsstand staan’ hebben minder ruimte (zowel financieel als mentaal) om eigen problemen te (h)erkennen, deze te kunnen dragen en hiermee aan de slag te gaan. Ook is er geen ruimte om te investeren in de eigen ontwikkeling en gezondheid, terwijl dit juist belangrijk is. Ook voor volgende generaties. Een betere gezondheid werkt namelijk door naar kinderen en vergroot daarmee de kansengelijkheid in de toekomst.

8

VNG (2023). ‘Bestaanszekerheid als belofte’.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

24

Uitgelicht: gezondheid en bestaanszekerheid Er is een sterk verband tussen iemands financiële positie, leefstijl en gezondheid. Een minder goede gezondheid en een ongezonde manier van leven komen vaker voor bij mensen met een kleinere beurs. Uit onderzoek blijkt dat inwoners in een kwetsbare positie (met een laag inkomen en een lage opleiding) gemiddeld 15 jaar in mindere goede gezondheid leven (bron: Pharos). Deze achterstand begint al in de wieg: baby’s van rijkere ouders hebben vier maanden na de geboorte een aanzienlijk kleinere kans op overgewicht dan hun leeftijdsgenootjes met minder welvarende ouders. Mensen die moeite hebben om rond te komen zijn minder vitaal en hebben meer stress. Armoede maakt letterlijk ziek, zowel lichamelijk als mentaal. Vaak is er sprake van een negatieve spiraal: minder gezond eten, geen sportclub, minder sociale contacten, kleinere kans op werk, minder inkomen enzovoorts. Willen we gezondheidsverschillen verkleinen, dan zullen we moeten investeren in bestaanszekerheid.

Bestaansonzekerheid heeft niet alleen grote gevolgen voor inwoners, maar brengt ook grote maatschappelijke kosten met zich mee. Inwoners die leven in bestaansonzekerheid doen een groter beroep op (inkomens)ondersteuning, hulp en (gezondheids)zorg. Kinderen die opgroeien in armoede hebben tweemaal zoveel kans om later zelf ook in armoede te leven. Het herstellen of garanderen van bestaanszekerheid is daarom erg belangrijk, voor inwoners en de Dordtse samenleving als geheel. En een voorwaarde voor het doorbreken van problemen zoals armoede, die van generatie op generatie worden doorgegeven. Niet voor niets is bestaanszekerheid een grondrecht, vastgelegd in artikel 20 van de grondwet. Daarin staat onder andere dat bestaanszekerheid van inwoners een zorg is van de overheid en dat zij bij wet sociale zekerheid regelt. Eén van die wetten is de Participatiewet, die door ons als gemeente wordt uitgevoerd.9 De Participatiewet richt zich op het eerste fundament ‘voldoende en voorspelbaar inkomen’. De wet biedt in de eerste plaats inkomensondersteuning (algemene en bijzondere bijstand) aan inwoners die het zelfstandig niet redden op de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld als gevolg van ziekte, een arbeidsbeperking of baanverlies. De inkomensondersteuning is gebaseerd op het wettelijk bestaansminimum.

Naast de financiële ondersteuning begeleiden en ondersteunen we als gemeente inwoners vanuit de Participatiewet naar betaald werk of andere vormen van participatie (naar vermogen).

9

We hebben de uitvoering van de Participatiewet gedelegeerd aan de Sociale Dienst Drechtsteden.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

25

Bestaanszekerheid in cijfers De werkloosheid is in Dordrecht iets hoger dan gemiddeld in Nederland: 3,8% versus 3,5% (CBS, 2022). Net zoals landelijk zien we hierin de afgelopen jaren een sterke daling. Het aantal werkenden is dan ook gestegen van 64,1% in 2015 naar 70,2% in 2022. Kijken we naar het aandeel huishoudens in Dordrecht dat moet rondkomen van maximaal 110% van het sociaal minimum dan zien we dat dit hoger is dan landelijk: 11,7% versus 10,0% (CBS, 2021). Eenzelfde situatie zien voor het aandeel kinderen dat leeft in een huishouden dat moet rondkomen van maximaal 110% van het sociaal minimum. Dit is onder Dordtse minderjarige kinderen 9,6% versus 7,6% landelijk (CBS, 2021). Het aandeel huishoudens in de bijstand bedraagt in Dordrecht 6,0% (Sociale Dienst Drechtsteden, september 2023).

Bestaanszekerheid is veelomvattend. Het vraagt allereerst een Rijksoverheid die de basis garandeert; een toereikend inkomen om van te kunnen ‘bestaan’, om van rond te kunnen komen. Het vraagt van ons als gemeente een integrale visie en aanpak op alle vijf de fundamenten. En het vraagt van inwoners zelf ook een inspanning om hun positie te verbeteren en om betrokken te zijn bij elkaar. Als gemeente ondersteunen we inwoners in hun bestaanszekerheid. Dit doen we samen met partners, zoals werkgevers, maatschappelijke organisaties en de Sociale Dienst Drechtsteden. Waar zetten we als gemeente de komende jaren op in?

Fundament 1: Voldoende en voorspelbaar inkomen Als gemeente hebben wij maar beperkte invloed op het inkomen van onze inwoners en de kosten van levensonderhoud. Het landelijke inkomensbeleid wordt gemaakt door het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor de hoogte van het minimumloon, de hoogte van bijstand, het fiscale beleid en toeslagen waaronder zorg- en huurtoeslag. Als gemeente bieden we op onderdelen extra financiële ondersteuning om zo armoede en schulden tegen te gaan. Daarnaast zetten we in op het bevorderen van arbeidsparticipatie.

1.1 Armoedebestrijding: het ondersteunen van inwoners in armoede We hebben als gemeente de wettelijke taak om inwoners met een laag inkomen te ondersteunen en te voorkomen dat inwoners schulden krijgen. Dit doen we met ons programma ‘Samen tegen armoede’. Binnen dit programma hebben we bijzondere aandacht voor kinderen in armoede, werkende armen en ouderen.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

26

De vier pijlers voor de komende jaren: 1.

2.

3.

4.

Met onze minimaregelingen blijven we een inkomensvangnet bieden voor inwoners met de grootste kans op armoede, namelijk inwoners met een laag inkomen en een te kleine financiële buffer. Met regelingen zoals Bijzondere Bijstand, het Kindtegoed en het Persoonlijk Minimabudget kunnen deze inwoners hun inkomen aanvullen, extra kosten opvangen en ervoor zorgen dat zij zo volwaardig mogelijk kunnen meedoen in de samenleving. Ook bieden we extra financiële ondersteuning door het toekennen van een bijdrage voor de zorgverzekering en/ of een tegoed via de Dordtpas. Aanvullend op de eerste pijler zetten we de komende jaren in op het optimaliseren van het gebruik van regelingen (zowel lokale als landelijke regelingen) en dus het verminderen van niet-gebruik. We zien nog te vaak dat inwoners, om verschillende redenen, regelingen niet aanvragen waar zij wel recht hebben. We zetten extra in op het voorkomen en bestrijden van problematische schulden. Een belangrijke oorzaak van armoede. Het uitgangspunt ‘investeren in vroegsignalering en preventie’ staat hierin centraal. Via vroegsignalering van schulden komen medewerkers van het sociaal wijkteam en de Sociale Dienst Drechtsteden in contact met inwoners met beginnende betalingsachterstanden. Want: hoe eerder, hoe beter.

Bij huisbezoeken kijken deze professionals met een integrale, brede blik naar de oorzaak en gevolgen van schulden, en begeleiden zij inwoners naar passende hulp. Die hulp kan variëren van lichte, vrijwillige hulp bij kleinere schulden, zoals het Financieel Hulphuis, de Wijkwinkel, Humanitas Thuisadministratie of Schuldhulpmaatje, tot zwaardere, professionele hulp bij meer problematische schulden (vaak in combinatie met problemen op andere levensdomeinen) van het sociaal wijkteam en/of de Sociale Dienst Drechtsteden. We werken verder aan het bespreekbaar maken van financiële problemen zodat inwoners op tijd hulp durven te vragen. Het hebben van een laag inkomen of een betalingsachterstand is namelijk vaak iets waar inwoners zich voor schamen. Met als gevolg dat mensen pas op zoek gaan naar hulp als de problemen hen boven het hoofd zijn gegroeid. Vanuit het programma ‘Samen tegen armoede’ blijven we ons inzetten om taboedoorbrekend te werken om geld en geldzorgen bespreekbaar te maken.

De komende jaren gaan we binnen ons armoedeprogramma meer gebiedsgericht aan de slag. Hoe we hier precies uitvoering aan geven, leggen we vast in nog te ontwikkelen gebiedsprogramma’s. Een voorbeeld is de aanpak ‘Wal keert schip’ in Dordt-West (zie kader volgende pagina).

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

27

Uitgelicht: Duurzame groei uit achterstand in Dordt-West (Wal keert schip) De werkgemeenschap ‘Wal keert Schip’ is in Dordt-West aan de slag om gezinnen duurzaam uit armoede te krijgen. Het doorbreken van intergenerationele armoede, onzichtbare gezinnen weer zichtbaar maken. De gezinnen bereiken en perspectief bieden vergt een integrale samenwerking in dit gebied tussen een marktpartij ‘De uitvoeringsbrigade’, woningcorporaties, Sociale Dienst Drechtsteden (SDD), Dordrecht Sociaal en de gemeente, maar ook Leerwerkbedrijven, vrijwilligersorganisaties en huiskamers van de wijk. Het gaat steeds om de driehoek: armoede, kunnen meedoen en gezondheid. Door deze werkgemeenschap is er een intensievere en efficiëntere samenwerking ontstaan tussen consulenten bestaanszekerheid en consulenten ontwikkelen naar werk van de SDD, professionals van Dordrecht Sociaal en initiatieven in wijken zoals de Buitenwacht.

1.2 Arbeidsparticipatie: het benutten, vergroten en behouden van arbeidspotentieel Werk zorgt voor inkomen, structuur en eigenwaarde. We willen dat zoveel mogelijk Dordtenaren een betaalde baan hebben. Hierbij is het van belang dat werk op de langere termijn zekerheid biedt en het inkomen hierdoor voorspelbaar is. Die langere termijn betekent ook dat iemand de mogelijkheid heeft om geld te sparen en pensioen op te bouwen. Een gezonde (regionale) arbeidsmarkt Zo’n zeven op de tien Dordtenaren hebben een betaalde baan.10 We willen niet alleen dat deze Dordtenaren blijven werken, maar ook dat niet-werkende Dordtenaren die een baan zoeken een baan vinden. Als gemeente streven we dan ook naar een gezonde (regionale) arbeidsmarkt. Dit doen we met de opgave ‘Menselijk kapitaal & Arbeidsmarkt’. Binnen deze opgave speelt, naast bedrijven, het onderwijs een belangrijke rol. We willen dat het Dordtse onderwijs zoveel mogelijk aansluit op de regionale werkgelegenheid. Eén van de programma’s binnen de opgave is het programma Glansrijke Toekomst. Met dit programma zetten we, onder andere door middel van begeleiding en coaching, in op het verbeteren van het toekomstperspectief van jongeren (in een kwetsbare situatie) en een betere aansluiting van jongeren op de arbeidsmarkt.

Dit levert niet alleen meer arbeidspotentieel op, maar we zorgen er op deze manier ook voor dat jongeren meer kansen krijgen op school en werk, minder snel in de criminaliteit belanden en zich gezonder en veerkrachtiger voelen.

10

Gepercenteerd op de totale Dordtse beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

28

Uitgelicht: opgave Menselijk Kapitaal & Arbeidsmarkt “Met de opgave Menselijk Kapitaal & Arbeidsmarkt zetten we in op het beter benutten, vergroten en behouden van het arbeidspotentieel van de Dordtse beroepsbevolking. Hierdoor verbeteren we het ondernemersklimaat. Tegelijk verwachten we wederkerigheid van ondernemers door een maatschappelijke bijdrage aan de stad te leveren en banen met perspectief voor inwoners te bieden die passen bij hun skills en talenten” bron: startnotitie opgave Menselijk Kapitaal & Arbeidsmarkt

Werk moet lonen Voor inwoners met een (minimum)inkomen uit een bijstandsuitkering blijkt de stap naar werk vrijwel altijd te groot. Niet omdat werken niet mogelijk is, maar omdat een stap naar werk nieuwe onzekerheden met zich mee brengt. Dit is de paradox van bestaanszekerheid via werk. Door een veranderend inkomen bestaat een risico op het kwijtraken en zelfs terugbetalen van ontvangen toeslagen, de zogenaamde armoedeval. Dat vraagt wijzigingen in landelijk (fiscaal) beleid. Lokaal proberen we binnen de huidige mogelijkheden het maximale resultaat te behalen. Intensieve begeleiding en het voorkomen van inkomenswisselingen dragen bij om de stap naar werk te stimuleren. Hiervoor zoeken we de grenzen van de Participatiewet op en benutten we de mogelijkheden die de herijking van deze wet biedt. De pilot ‘Samenwonen op proef’ om inwoners met een bijstandsuitkering de kans te geven om samen te wonen, zonder direct hun uitkering te verliezen, is hier een voorbeeld van. Een ander voorbeeld is de pilot ‘Parttime werken’, die nog in ontwikkeling is. Deze pilot loopt vooruit op de landelijke herijking om financiële schommelingen bij parttime werk tegen te gaan.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

29

Uitgelicht: Participatiewet in balans In de herijking van de Participatiewet is het Rijk van plan om verschillende maatregelen te nemen, zoals het verruimen van de bijverdiengrenzen voor mensen in de bijstand die (parttime) werken, het versoepelen van de aanvraagprocedure om terug te kunnen vallen op de bijstand, het inzetten van een bufferbudget om financiële schommelingen bij parttime werk en wisselende urencontracten tegen te gaan en kunnen inkomsten uit arbeid automatisch worden verrekend met een bijstandsuitkering. De gemeentelijke invulling van de herijking werken we in 2024 verder uit met de Sociale Dienst Drechtsteden.

Werk moet dus lonen. Dit geldt niet alleen voor inwoners met een bijstandsuitkering, maar ook voor inwoners die laag betaald, onzeker werk hebben. Deze inwoners bieden we de mogelijkheid zich verder te scholen naar een betere baan met meer inkomen. Ook stimuleren we werkgevers om gebruik te maken van het potentieel van mensen. Met de ontwikkeling van een regionaal werkcentrum verbeteren we de komende jaren de ondersteuning aan werkgevers, werknemers en werkzoekenden. Binnen dit regionaal centrum wordt het ondersteuningsaanbod van huidige uitvoeringsdiensten, zoals het Leerwerkloket, het Werkgeversservicepunt Baanbrekend en het Regionaal Mobiliteitsteam (Kickstart), samengebracht en als één pakket aangeboden via één loket. Werkgevers, werknemers en werkzoekenden kunnen bij het werkcentrum terecht voor vragen en concrete ondersteuning en begeleiding bij situaties van werk-naar ander werk, van school-naar werk en van uitkering-naar werk. Begeleiden naar werk De meeste inwoners slagen er prima in om zelf werk te vinden. Soms hebben inwoners daarbij echter hulp nodig. Vanuit de Participatiewet hebben we bijzondere aandacht voor inwoners met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt, die het zonder ondersteuning niet redden op de arbeidsmarkt en niet zelfstandig in staat zijn het minimumloon te verdienen.

In de begeleiding naar werk zetten we ons in op duurzaam betaald werk bij reguliere werkgevers.11 De komst van het regionaal werkcentrum is een belangrijke stap vooruit in het stroomlijnen van de begeleiding naar werk. In de begeleiding van inwoners naar werk richten we ons onder andere op het opdoen van werkervaring, het leren van werknemersvaardigheden, het volgen van een opleiding en het krijgen van coaching op het werk. Daarnaast nemen we obstakels weg die het doen van betaald werk belemmeren. Een voorbeeld hiervan is stress-sensitieve dienstverlening12 voor eenoudergezinnen in de bijstand, waarbij de mogelijkheid bestaat voor gesubsidieerde kinderopvang.

11

Voor inwoners met een arbeidsbeperking is de banenafspraak van toepassing. Dit is een afspraak tussen het Rijk en werkgevers om in 2026 125.000 extra reguliere banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking.

12

Stress sensitieve dienstverlening betekent dat professionals rekening houden met de stress die geldzorgen veroorzaken. Door rekening te houden met deze tijdelijke vermindering van draagkracht kunnen professionals inwoners met financiële zorgen beter helpen.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

30

We doen ook een beroep op werkgevers om mensen aan te nemen met beperkt arbeidspotentieel. We bieden hen begeleiding bij het in dienst nemen van deze mensen en maken het daarnaast financieel aantrekkelijk door het bieden van loonkostensubsidie en/of een no-risk polis.13 Verder kijken dan betaald werk Niet voor iedereen is betaald werken (of het volgen van onderwijs) een reële optie. Bijvoorbeeld vanwege ziekte of een beperking. We kijken daarom verder naar andere betekenisvolle bijdragen aan de samenleving, die passen bij iemands mogelijkheden. Dordtenaren ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’ krijgen hierin ook een stem. Zij kunnen zelf aangeven hoe zij hun deelname aan de samenleving vorm willen geven. Bijvoorbeeld door zich vrijwillig in te zetten in de buurt of bij een vereniging, door een cursus te volgen of mantelzorg te verrichten.14 Vrijwillig aan de slag gaan kan, onder begeleiding, ook op een participatieplek bij een van de leerwerkbedrijven in Dordrecht.15 Naast dat deze inwoners zich ontwikkelen in hun eigen tempo en op hun eigen manier in een veilige omgeving, biedt een participatieplek structuur in de dag en sociale contacten waardoor mensen zich vaak beter gaan voelen. Door de ontwikkeling van basisvaardigheden te stimuleren, stimuleren we ook dat deze inwoners in hun verdere dagelijkse leven meer zelfstandig zijn.

13

De loonkostensubsidie vergoedt het verschil tussen de loonwaarde van een medewerker en het minimumloon. Het is bedoeld voor werknemers die vallen onder de doelgroep van de banenafspraak. De no-risk polis geeft een werkgever een Ziektewetuitkering als een werknemer (die reeds een beperking of ziekte heeft) ziek wordt, waarvoor geen hogere premie betaalt hoeft te worden.

14

De huidige Participatiewet belemmert het bieden van mantelzorg als iemand een bijstandsuitkering heeft. In de herijking van de Participatiewet worden verschillende drempels weggehaald, zoals het samenwonen van mantelzorger en zorgontvanger en het hebben van een en/of-rekening.

15

Inwoners die vrijwillig werken op een participatieplek ontvangen hiervoor een participatiebonus naast hun bijstandsuitkering. Inwoners met een bijstandsuitkering die vrijwilligerswerk doen, krijgen hiervoor een vrijwilligersbonus.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

31

Uitgelicht: veranderde doelgroep in de bijstand De huidige krapte op de arbeidsmarkt heeft ook gevolgen voor het bijstandsbestand. De instroom in de bijstand loopt sterk terug. Inwoners met een hoger arbeidspotentieel stromen nauwelijks meer in. De uitstroom uit de bijstand kent eenzelfde daling. Dit betekent dat de complexiteit van de problemen en de afstand tot de arbeidsmarkt van de inwoners die nog in de bijstand zitten, relatief steeds groter wordt. Als gevolg van de landelijke hoge asielinstroom en de gemeentelijke huisvestingstaakstelling is ook het aantal statushouders een steeds groter wordende groep in de bijstand. Dit is overigens een groep met potentieel richting de arbeidsmarkt. Het is een gemêleerde groep met verschillende opleidingsniveaus en werkervaring en een groep die nog relatief jong is. Tot slot zien we dat, door aanpassingen in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), er relatief steeds meer mensen in de bijstand zitten met een arbeidsbeperking.

Visie sociaal domein Dordrecht 2030

32

Fundament 2: Mee kunnen doen in de samenleving Het tweede fundament van bestaanszekerheid is ‘mee kunnen doen in de samenleving’. Met de nadruk op het woord ‘kunnen’. Als belangrijkste voorwaarden om mee te doen in de Dordtse samenleving zien we het hebben van basisvaardigheden (ook digitaal) en een goede gezondheid. Als gemeente stimuleren we beiden en zorgen we ervoor dat onze dienstverlening ook toegankelijk (begrijpelijk en bereikbaar) is voor inwoners die onvoldoende basisvaardigheden en/of gezondheid hebben.

2.1 Basisvaardigheden Als gemeente hebben we een faciliterende rol in het bevorderen van de basisvaardigheden van onze inwoners, te weten: taal, rekenen, sociale en digitale vaardigheden. Wat betreft de eerste twee vaardigheden (taal en rekenen) ligt de primaire, uitvoerende taak bij het onderwijs en de kinderopvang. Vanuit preventief oogpunt ligt onze focus op kinderen en jongeren. In de Dordtse Onderwijsvisie 0-12 jaar hebben we beschreven hoe we, samen met scholen en kinderopvangorganisaties, ernaar streven dat alle kinderen in Dordrecht veilig, gezond, kansrijk en met veel plezier kunnen opgroeien en onderwijs volgen. Hierin staat ook onze wettelijke taak beschreven wat betreft voor- en vroegschoolse educatie (vve) en internationale schakelklassen (isk) voor groepen kinderen met risico op onderwijsachterstand, zoals kinderen van ouders die de Nederlandse taal niet machtig zijn, van statushouders en van inburgeraars. De Dordrecht visie voortgezet onderwijs is naar verwachting medio 2024 gereed. In de onderwijsvisies richten we ons niet alleen op kinderen, maar ook op ouders. Vaak is bij ouders van kinderen met een onderwijsachterstand ook, in meer of mindere mate, sprake van een achterstand in basisvaardigheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/823/documents/30101