CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vervolgnotitie Herijking Wmo SDD.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 26 september 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Instemmen met Herijking Wmo (oud) - Raadsvoorstel24.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het Persoonsgebonden budget Als een inwoner, na het meldingsproces, een aanvraag voor een maatwerkvoorziening indient, heeft hij de keuze in de verstrekkingsvorm van de voorziening. Er zijn twee opties. De meeste inwoners kiezen voor 'Zorg in Natura' (ondersteuning via een gecontracteerde aanbieder of leverancier). Maar een inwoner kan ook kiezen voor ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget. Dit keuzerecht is wettelijk verankerd in artikel 2.3.6 Wmo. Met dat budget bekostigt de cliënt zelf de voorziening of ondersteuning. De kwaliteitseisen en tarieven hiervoor moeten in de Verordening worden geregeld. Omdat het persoonsgebonden budget zowel een mooi als een kwetsbaar instrument is, zijn in paragraaf 4.2 een aantal bijzondere bepalingen voor het persoonsgebonden budget beschreven.

Persoonsgebonden budget – soorten In het eerste artikel definiëren we twee soorten pgb, namelijk een pgb voor fysieke hulpmiddelen en aanpassingen én een pgb voor de dienstverlenende ondersteuning. Bij de eerste categorie is de financiering geregeld via de sociale dienst. In de tweede categorie verloopt de registratie van de overeenkomst en het proces van facturatie en uitbetaling via de Sociale Verzekeringsbank .

Pagina 19 van 66

Toegevoegd Artikel 4.9 Soorten persoonsgebonden budget Er zijn twee soorten persoonsgebonden budget (pgb) te onderscheiden, te weten: 1. persoonsgebonden budget ten behoeve van de inkoop van diensten, zoals begeleiding, dagbesteding of huishoudelijke ondersteuning. 2. persoonsgebonden budget voor de aanschaf van een hulpmiddel, aanpassing van een hulpmiddel, vervoersvoorziening, dan wel een woningaanpassing.

Persoonsgebonden budget – criteria Het persoonsgebonden budget biedt de cliënt veel vrijheid om de ondersteuning naar zijn eigen behoeften in te kopen en in te richten. Maar er zitten ook voorwaarden aan, zowel vanuit de Wet (artikel 2.3.6) als vanuit de verordening. Deze dienen enerzijds om misbruik te voorkomen, maar anderzijds ook vooral om kwetsbare inwoners te beschermen tegen malafide zorgaanbieders. Een van de belangrijkste criteria om in aanmerking te kunnen komen voor een persoonsgebonden budget is de zogenaamde budgetvaardigheid van de cliënt of zijn vertegenwoordiger. Dit wordt getoetst op grond van het ingevulde budgetplan en het gesprek. Dit is uitgewerkt in artikel 4.10 van de verordening. Uit jurisprudentie21 blijkt dat de ondersteuning via een persoonsgebonden budget kan worden beëindigd als blijkt dat te weinig vooruitgang is geboekt met de reguliere begeleiding. Landelijk blijft het een aandachtspunt hoe gemeenten kunnen sturen op de kwaliteit van de uitvoering van ondersteuning via een persoonsgebonden budget. Een van de sturingsmogelijkheden biedt de rechter via het toetsen op het behalen van de doelen en de geboekte vooruitgang. We stellen voor om deze sturingsmogelijkheid te verankeren in de verordening.

Indien uit deze toetsing blijkt dat de ondersteuning van de huidige zorgaanbieder moet worden beëindigd, dan betekent dit niet dat de ondersteuningsvraag verdwenen is. De ondersteuning zal dus niet worden beëindigd, maar de ondersteuning moet passend zijn bij de ondersteuningsvraag. Er zal gezocht worden naar een andere pgb-aanbieder of een zorgaanbieder via zorg in natura die (een deel van) de ondersteuning zal vervangen door meer specialistische ondersteuning.

21

ECLI:NL:RBLIM:2021:2128

Pagina 20 van 66

Toegevoegd aan Artikel 4.10 Criteria persoonsgebonden budget 1. Een cliënt komt alleen in aanmerking voor een persoonsgebonden budget voor de inkoop van diensten, indien het persoonsgebonden budget wordt besteed bij een hulpverlener die minimaal voldoet aan de in artikel 8.3 eerste lid opgenomen kwaliteitseisen. 2. Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een persoonsgebonden budget, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6 van de wet opgenomen voorwaarden. 3. In het budgetplan, zoals bedoeld in artikel 2.6, is ten minste opgenomen: a. wat de motivatie is om de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb te ontvangen; b. welke voorziening de cliënt met het pgb zou willen inkopen en bij welke uitvoerder; c. hoe de onderbouwde begroting eruit ziet, de kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; d. op welke wijze de cliënt een juiste administratie gaat bijhouden; e. op welke wijze de cliënt een overeenkomst aangaat met de pgb-aanbieder; f. of de voorziening voldoet aan alle kwaliteitseisen die het college stelt aan de voorziening in natura en als dit niet het geval is waarom de voorziening volgens cliënt toch van voldoende kwaliteit is; g.

op welke wijze is gewaarborgd en duidelijk is dat de voorziening geschikt is voor de te behalen doelen en resultaten waarvoor het pgb wordt verstrekt; h. op welke wijze de (kwaliteit) van de ondersteuning wordt gecontroleerd; i. hoe cliënt omgaat met geconstateerde onjuistheden; j. hoe de cliënt zelf of met ondersteuning van iemand uit het sociale netwerk of diens vertegenwoordiger de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren; k. indien van toepassing: wie cliënt heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren. Aan deze behartiger zijn dezelfde voorwaarden gebonden als aan de pgb-houder. 4. In aanvulling op lid 3 geldt voor diensten dat in het budgetplan ten minste omschreven staat: a. wie de directe hulpverlener(s) is; b. wat de deskundigheid is van de directe hulpverlener(s); c. wie de directe hulpverlener(s) kan vervangen bij afwezigheid en de deskundigheid van deze vervanger; d. op welke wijze de cliënt de hulpverlener(s) aanstuurt in de praktijk. 5. Een gesprek met cliënt, zijn vertegenwoordiger en/of de persoon uit het sociale netwerk die de aan een pgb verbonden taken gaat uitvoeren maakt onderdeel uit van de toetsing als bedoeld in lid 2. Het budgetplan vormt de basis voor dit gesprek.

Persoonsgebonden budget – hoogte Als is vastgesteld dat cliënt in aanmerking komt voor een persoonsgebonden budget en hij is voldoende budgetvaardig, dan moet de hoogte van het pgb worden vastgesteld. De manier waarop dit wordt berekend is uitgewerkt in artikel 4.11 van de verordening en is uitgesplitst naar type maatwerkvoorziening. Het eerste lid is een algemene afbakening voor het berekenen van de hoogte. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt berekend op basis van de volgende leden van dit artikel. Dit is een maximum bedrag. Maar, het uiteindelijke bedrag dat betaald wordt, is nooit hoger dan de werkelijke kosten die de cliënt aan de voorziening betaalt. In het tweede tot en met het vierde lid wordt voor de dienstverlenende ondersteuning een splitsing gemaakt in tarieven voor formele en informele ondersteuning. Dit onderscheid is vergelijkbaar met het onderscheid dat de Wet langdurige zorg (Wlz) maakt in de bepaling van de hoogte van pgb. Alle ondersteuning die wordt geleverd door aanbieders die niet aan de kwaliteitseisen voor formele aanbieders voldoen, wordt betaald via het tarief 'sociaal netwerk'. Deze tariefdifferentiatie kennen we ook in de huidige verordening. Het onderscheid tussen de twee tarieven komt voort uit de eisen die aan de verschillende hulpverleners worden gesteld.

Bij formele ondersteuning is bijvoorbeeld een van de vereisten dat de hulpverlener vervanging regelt bij ziekte of vakantie, terwijl een informele hulpverlener dit niet verplicht is. De kwaliteitseisen zijn uitgewerkt in artikel 8.3 van de verordening. Pagina 21 van 66

Voor de hoogte van het pgb kennen we, op basis van wet en jurisprudentie, een aantal randvoorwaarden: 1. De tarieven moeten 'toereikend' zijn, dat betekent dat de inwoner de benodigde ondersteuning kan inkopen met het toegekende budget. De 'benodigde ondersteuning' wordt bepaald door de consulent. 2. De tarieven voor dienstverlening moeten voldoen aan de Wet minimumloon. 3. Het tarief hoeft niet hoger te zijn dan de kostprijs die de gemeente (of sociale dienst) betaalt aan de ondersteuning (mits voorwaarde 1 in acht wordt genomen). 22 Huishoudelijke ondersteuning De tarieven voor formele ondersteuning zijn voor huishoudelijke ondersteuning gekoppeld aan de cao VVT. Het cao-loon wordt verhoogd met een percentage van 15,7%23 voor vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Voor informele ondersteuning wordt het uurtarief gekoppeld aan het geldende minimumloon, vermeerderd met hetzelfde percentage als het formele tarief. Het huidige percentage is 20%. Dit is historisch gegroeid en destijds rekenkundig (en dus niet inhoudelijk) vastgesteld. De beschrijving in de verordening verwijst naar de reden van verhoging, namelijk vakantietoeslag en verlofuren.

We stellen Impact op jaarbasis van wijziging voor om het percentage in overeenstemming te brengen met de verhogingspercentage als cliënt drie beschrijving en het werkelijke percentage voor vakantietoeslag en uur huishoudelijke ondersteuning per week ontvangt: verlofuren (15,7%) te hanteren. De financiële impact van het verlagen van het ophogingspercentage voor huishoudelijke ondersteuning van 20% naar 15,7% is gering, maar is vooral bedoeld om te komen tot een onderbouwd percentage voor de verhoging van het loontarief, namelijk verlofuren en vakantietoeslag.

Financiële impact per gemeente per jaar Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht

Huishoudelijke ondersteuning

Pgb formeel tarief op jaarbasis Verhoging 20% : € 2.848,56 Verhoging 15,7% : € 2.747,09 Verschil : € 101,47 Pgb informeel tarief op jaarbasis Verhoging 20% : € 2.321,28 Verhoging 15,7% : € 2.238,10 Verschil : € 83,18

(als 50% 3 uur per week informele ondersteuning ontvangt)

€ 2.031,16 € 14.587,43 € 1.661,86 € 2.585,11 € 2.400,46 € 3.139,07 € 5.354,88

Individuele begeleiding en dagbesteding Voor individuele begeleiding is het persoonsgebonden budget bij een formele hulpverlener gelijk aan het gecontracteerde tarief. Voor de informele ondersteuning is het tarief gelijk aan het tarief van de Wlz.24

22

Dat betekent dat, indien een cliënt een hoger tarief wil betalen voor de ondersteuning, de gemeente de meerkosten niet hoeft te vergoeden als de ondersteuning bij een andere aanbieder voor een lager bedrag kan worden ingekocht. 23 Dit is opgebouwd uit 8% vakantietoeslag en 7,7% wettelijk verlof. 24 Het informele tarief is vanaf 1 januari 2014 ingevoerd in de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) voor informele zorg. De belangrijkste reden voor de invoering van een informeel tarief was het bieden van een redelijk tarief voor informele hulp en tegelijk de monetarisering van mantelzorg voorkomen. Met ingang van 1 januari 2015 bestaat de AWBZ niet meer en is die gedeeltelijk opgegaan in de Wet langdurige zorg (Wlz). Voor individuele begeleiding en dagbesteding geldt dat dit is opgenomen in de Wmo. Voor individuele begeleiding en dagbesteding is toen besloten om aan te sluiten bij de oude systematiek van informele pgb's.

Pagina 22 van 66

Kortdurend verblijf en logeeropvang Voor kortdurend verblijf en logeeropvang wordt alleen de verblijfscomponent meegerekend in het persoonsgebonden budget. Als daarnaast begeleiding nodig is, wordt dit apart geïndiceerd en berekend. Voor de informele ondersteuning is het tarief gelijk aan het tarief van de Wlz. In het vijfde lid wordt gedefinieerd wanneer een hulpverlener wordt gezien als formeel hulpverlener.

Aantal pgb-cliënten 2022

Dagbesteding

Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal26

2 24 (1) 4 4 2 3 8 47

Individuele begeleiding 26 (9) 195 (55) 12 (6) 27 (5) 28 (12) 43 (11) 74 (25) 401

Huishoudelijke ondersteuning25 21 157 18 27 25 33 57 337

Kortdurend verblijf 0 4 0 0 0 0 0 4

Tabel 15 Aantal cliënten met een pgb (waarvan sociaal netwerk)

Pgb-tarief Dagbesteding (belevingsgericht) Individuele begeleiding (zonder toeslag) Huishoudelijke ondersteuning met verhogingspercentage 20% procent Huishoudelijke ondersteuning met verhogingspercentage 15,7% procent Kortdurend verblijf

Formeel € 86,78 per dagdeel € 50,62 per uur

Informeel € 21,68 per dagdeel € 21,68 per uur

€ 18,26 per uur

€ 14,88 per uur

€ 17,61 per uur

€ 14,35 per uur

€ 49,96 per etmaal

€ 32,52 per etmaal

Tabel 16 Hoogte formeel en informeel tarief 2023

Het onderscheid tussen formeel en informeel tarief heeft zowel een zorginhoudelijke als een financiële component. De zorginhoudelijke aspecten worden geregeld in de kwaliteitseisen in artikel 8.3 van de verordening. De financiële doorrekening is hieronder weergegeven in tabel 14.

Financiële impact per voorziening per gemeente per jaar Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht

Dagbesteding

Individuele begeleiding

Huishoudelijke ondersteuning

Kortdurend verblijf

(bij 3 dagen per week)

(bij 3 uur per week)

(als 50% 3 uur per week informele ondersteuning ontvangt)

(bij 3 etmalen per week)

€0 € 20.311,20 €0 €0 €0 €0 €0

€ 40.631,76 € 248.305,20 € 27.087,84 € 22.573,20 € 54.175,68 € 49.661,04 € 112.866,00

€ 5.800,08 € 41.655,12 € 4.745,52 € 7.381,92 € 6.854,64 € 8.963,76 € 15.291,12

0 0 0 0 0 0 0

Tabel 17 Financiële doorrekening onderscheid tussen formeel en informeel tarief

25

Voor huishoudelijke ondersteuning is het onderscheid niet zichtbaar in de dashboards. Het totaal is lager dan de opgetelde aantallen per gemeente. Dit wordt veroorzaakt door verhuizingen tussen de gemeenten in het lopende jaar. 26

Pagina 23 van 66

Toegevoegd Artikel 4.11 Hoogte persoonsgebonden budget 1. De hoogte van een persoonsgebonden budget wordt voor de afzonderlijke voorzieningen berekend volgens de in deze verordening opgenomen wijze. De berekening van de hoogte van het persoonsgebonden budget betreft een maximum. Het definitieve persoonsgebonden budget is nooit hoger dan de werkelijke kosten. 2. Bij dienstverlening is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor inkoop via een persoonsgebonden budget bij een formele hulpverlener en inkoop bij een informele hulpverlener of persoon uit het sociaal netwerk. 3. Het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning a. is gelijk aan het loon uit de cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg behorende bij de hoogste trede van functiegroep ‘Hulp bij het huishouden’, vermeerderd met 15,7% in verband met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren, indien sprake is van dienstverlening door een formele hulpverlener. b.

in afwijking van sub a is een persoonsgebonden budget bij betrekking van huishoudelijke ondersteuning van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, waaronder een echtgenoot of een bloed- of aanverwante in de eerste of tweede graad, of een persoon of hulpverlener die niet voldoet aan de in artikel 8.3 genoemde kwaliteitseisen, gelijk aan het per 1 januari van het kalenderjaar geldende minimumloon als bedoeld in artikel 8 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag per uur, vermeerderd met 15,7%. 4. Het persoonsgebonden budget voor individuele begeleiding en/of dagbesteding a. is gelijk aan de onderliggende prijs waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd, indien sprake is van dienstverlening door een formele hulpverlener. b. In afwijking van sub a is een persoonsgebonden budget bij betrekking van respectievelijk individuele begeleiding of dagbesteding van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, waaronder een echtgenoot of een bloed- of aanverwante in de eerste of tweede graad, of een persoon of hulpverlener die niet voldoet aan de in artikel 8.3 genoemde kwaliteitseisen, gelijk aan het in artikel 5.22, eerste lid, Regeling langdurige zorg genoemde bedrag. 5. Het persoonsgebonden budget voor kortdurend verblijf en/of logeeropvang a.

is gelijk aan de onderliggende prijs waarvoor het college de verblijfscomponent van kortdurend verblijf en/of logeeropvang heeft gecontracteerd, indien sprake is van dienstverlening door een formele hulpverlener. b. In afwijking van sub a is een persoonsgebonden budget bij betrekking van kortdurend verblijf en/of logeeropvang van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, waaronder een echtgenoot of een bloedof aanverwante in de eerste of tweede graad, of een persoon of hulpverlener die niet voldoet aan de in artikel 8.3 genoemde kwaliteitseisen, gelijk aan anderhalf maal het in artikel 5.22, eerste lid, Regeling langdurige zorg genoemde bedrag. 6. Van een formele hulpverlener, zoals bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid, is sprake indien de hulpverlener voldoet aan alle in artikel 8.3 opgenomen kwaliteitseisen.

Vervoersvoorzieningen (taxi) In het zesde lid wordt uitgewerkt op welke wijze een persoonsgebonden budget voor taxivervoer wordt berekend. Als inwoners vanwege hun beperkingen geen gebruik kunnen maken van het collectief vervoer, kan een individuele taxikostenvergoeding worden verstrekt. De huidige tarieven voor het individueel taxivervoer zijn niet toereikend voor de reisafstand van 1500 km per jaar. Daarom stellen we voor om aan te sluiten bij de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer. De landelijke regeling kent een vast bedrag (opstaptarief), een kilometertarief en een bedrag per minuut. Uitgaand van een gemiddelde van 60 km per uur (middelen binnen en buiten de bebouwde kom), kunnen het kilometertarief en het bedrag per minuut worden opgeteld. Hier onderscheiden we drie groepen: • Cliënten die gebruik kunnen maken van het collectief vervoer, maar ervoor kiezen dit in de vorm van een pgb te ontvangen. Daarvoor wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget gekoppeld aan de kosten van collectief vraagafhankelijk vervoer. • Cliënten die op basis van hun beperkingen geen gebruik kunnen maken van het collectief vervoer. De hoogte van het persoonsgebonden budget is gekoppeld aan het taxitarief in de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer.

• Cliënten die op basis van hun beperkingen geen gebruik kunnen maken van het collectief vervoer en zijn aangewezen op een rolstoeltaxi. De hoogte van het persoonsgebonden budget is gekoppeld aan het rolstoeltaxitarief in de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer. Pagina 24 van 66

In de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer is een opstaptarief, een kilometertarief en een minutentarief opgenomen. Voor de berekening gaan we uit van 1500 km per jaar, en de gemiddelde ritafstand in het collectief vervoer van 7,6 km. Als we 1500 delen door de gemiddelde ritafstand, geeft dat een totaal van 197 ritten per jaar. Uitgaand van een gemiddelde snelheid van 60km/h tellen we het minutentarief op bij het kilometertarief. Dit vermenigvuldigen we met de totale maximale afstand van 1500 km. De taxikostenvergoeding zal daarmee fors stijgen. • Huidig: - voor het gebruik van een taxi: maximaal € 1312,04 per jaar. - voor het gebruik van een rolstoeltaxi: maximaal € 1947,23 per jaar. • Nieuw: - voor cliënten die gebruik kunnen maken van het collectief vervoer: € 2.768,09 per jaar - voor het gebruik van een taxi: maximaal € 5.505,97 per jaar. - voor het gebruik van een rolstoeltaxi: maximaal € 7.518,39 per jaar. Financiële impact stijging taxikosten Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht

Aantal cliënten Taxikosten 2022 1 16 2 8 5 10 12

Aantal cliënten Rolstoeltaxi 2022 1 11 2 0 0 1 1

Gevolgen voor de cliënt Voorbeeldberekening taxikostenvergoeding: Opstaptarief: Kilometertarief: Minutentarief:

€ 3,60 € 2,65 € 0,44

Totaal aantal km per jaar: 1500 km Gemiddelde rit : 6,5 km Aantal ritten : 242 per jaar (2,65 + 0,44) * 1500 = 4635 3,60 * 242 = € 871,20 4635 + 871,20 = € 5505,97 maximaal per jaar Verhoging per jaar: € 4193,93

Financieel effect (stijging uitgaven) € 9.765,08 € 128.385,57 € 19.530,17 € 33.551,42 € 20.969,64 € 47.510,43 € 55.898,29

Tabel 18 Financiële doorrekening systematiek taxikosten bij 1500km

Financiële impact taxikosten (verschil 2000km en 1500km) Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht

Aantal cliënten Taxikosten 2022

Aantal cliënten Rolstoeltaxi 2022

1 16 2 8 5 10 12

1 11 2 0 0 1 1

Financieel effect Financieel effect verschil 1500 en 2000 t.o.v. oude km taxikosten € 4.341,45 € 14.106,54 € 56.932,58 € 185.318,15 € 8.682,90 € 28.213,07 € 14.682,58 € 48.234,00 € 9.176,61 € 30.146,25 € 20.859,35 € 68.369,79 € 24.530,00 € 80.428,29

Tabel 19 Financiële doorrekening verschil maximeren aantal kilometers (1500km of 2000km)

Pagina 25 van 66

Toegevoegd Artikel 4.11 Hoogte persoonsgebonden budget 7. Het persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening a. is gelijk aan het gemiddelde kilometertarief voor het totale regionale gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoer van het voorgaande kalenderjaar, indien cliënt gebruik kan maken van het collectief vervoer maar kiest voor een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget. b. is gebaseerd op de tarieven voor taxivervoer zoals vermeld in de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, indien cliënt op grond van zijn beperkingen geen gebruik kan maken van het collectief vervoer. Het totale budget voor een kalenderjaar wordt, indien het een gedeelte van het jaar betreft, naar rato berekend voor de resterende maanden van een kalenderjaar. Het totale jaar wordt berekend door de som van i. het kilometertarief en minutentarief vermenigvuldigd met het maximaal aantal kilometers zoals opgenomen in artikel 4.8 en, ii. het opstaptarief vermenigvuldigd met het quotiënt van het maximum aantal kilometers en de gemiddelde kilometerafstand collectief vervoer van het voorgaande kalenderjaar. c.

is gebaseerd op de tarieven voor rolstoeltaxivervoer zoals vermeld in de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, indien cliënt op grond van zijn beperkingen geen gebruik kan maken van het collectief vervoer en is aangewezen op een rolstoeltaxi. Het totale budget voor een kalenderjaar wordt, indien het een gedeelte van het jaar betreft, naar rato berekend voor de resterende maanden van een kalenderjaar. Het totale jaar wordt berekend door de som van i. het kilometertarief en minutentarief vermenigvuldigd met het maximaal aantal kilometers zoals opgenomen in artikel 4.8 en, ii. het opstaptarief vermenigvuldigd met het quotiënt van het maximum aantal kilometers en de gemiddelde kilometerafstand collectief vervoer van het voorgaande kalenderjaar. d. is gebaseerd op de belasting- en premievrije kilometervergoeding zoals die gehanteerd wordt door de belastingdienst, indien cliënt op grond van zijn beperkingen geen gebruik kan maken van het collectief vervoer en vervoer met eigen auto gezien de beperkingen en vervoersbehoefte de goedkoopst compenserende oplossing is; e. is voor vervoer naar dagbesteding gebaseerd op de tarieven voor (rolstoel)taxivervoer zoals vermeld in de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, en wordt vergoed tot maximaal het aantal kilometers vanaf het woonadres naar de dichtstbijzijnde passende dagbestedingslocatie.

Gebruik eigen auto/bruikleenauto Vanuit de oude verordeningen kennen we de vergoeding voor vervoer met eigen auto en een bruikleenauto. Deze vergoedingen zijn ooit overgenomen vanuit de Wvg 27-verordening. De vergoeding voor de bruikleenauto komt in de praktijk niet meer voor. We stellen voor om deze vergoeding te schrappen.

Financiële impact wijziging vergoeding vervoer eigen auto Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht

Aantal cliënten 2022 1 9 1 1 2 3 1

Huidige vergoeding totaal

Nieuwe vergoeding totaal

€ 982,99 € 8.846,91 € 982,99 € 982,99 € 1.965,98 € 2.948,97 € 982,99

€ 315 € 2835 € 315 € 315 € 630 € 945 € 315

In 2022 maakten 18 inwoners in de Drechtsteden gebruik van een vergoeding voor vervoer met de eigen auto of een kilometervergoeding. De vergoeding voor deze voorziening bedraagt €982,99 per jaar. Gezien de geringe doelgroep en de specifieke beperkingen relatief grotere afhankelijkheid van autovervoer stellen we voor om voor deze doelgroep een regeling te behouden. We stellen voor om dit te koppelen aan het maximum aantal kilometers, zoals dit in de verordening is opgenomen en de belasting- en premievrije kilometervergoeding zoals die gehanteerd wordt door de belastingdienst. Op dit moment bedraagt die vergoeding € 0,21 per kilometer. Daarmee ontvangen deze inwoners een vergoeding voor hun hogere

27

Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), de wet die voor 2007 werd uitgevoerd voor gemeenten. Deze wet kende drie hoofdgroepen van voorzieningen: woonvoorzieningen, rolstoelen en vervoersvoorzieningen.

Pagina 26 van 66

vervoerskosten en wordt tegelijk recht gedaan aan het feit dat vervoerskosten bij de reguliere uitgaven van een huishouden. Ten slotte hebben we een extra bepaling opgenomen voor het vervoer van en naar de dagbesteding. Het huidige vervoerstarief voor vervoer naar de dagbesteding is onvoldoende om het daadwerkelijke vervoer mee te bekostigen. Een van de voorwaarden aan een persoonsgebonden budget (en dus ook aan de financiële tegemoetkoming) is dat het voldoende moet zijn om de voorziening mee te bekostigen. De huidige tarieven voldoen daar niet aan. Het voorstel is om de tarieven te koppelen aan de kilometertarieven voor (rolstoel)taxivervoer. We stellen bovendien voor om het maximaal aantal te vergoeden kilometers vast te stellen op het aantal kilometers vanaf het woonadres tot aan de dichtstbijzijnde passende dagbestedingslocatie. Inwoners die kiezen voor een locatie verder weg betalen de meerdere kilometers dan zelf. Het financiële effect is niet exact door te rekenen. Dit is afhankelijk van het aantal dagdelen dat cliënten naar de opvang gaan en het aantal kilometers tot de dichtstbijzijnde passende dagbestedingslocatie. Gezien de geringe aantallen zal de financiële impact gering zijn. Voor bestaande cliënten kan worden besloten dat zij de huidige Aantal Aantal cliënten met pgb dagbesteding mogen behouden. cliënten dagbesteding 2022

Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht

Cliënt vraagt een persoonsgebonden budget voor een rolstoel. Het berekende pgb is het maximumbedrag van €3000,-. Twee mogelijke situaties: a.

0 13 2 3 1 3 3

b.

Als cliënt een voorziening koopt voor €3500, dan geldt het maximum van €3000,-. Het bedrag van €500,- betaalt de cliënt dan zelf bij. Als cliënt een voorziening koopt van €2200,-, dan is het bedrag dat betaald wordt gelijk aan de werkelijke kosten (dus €2200).

Hulpmiddelen Voor hulpmiddelen contracteren we op basis van huurprijzen. Deze zijn inclusief verzekering, onderhoud en eventuele vervanging. Deze bedragen zijn niet te koppelen aan de aanschafprijs van een hulpmiddel. We werken daarom met een offerte van een van de gecontracteerde aanbieders. Daarnaast wordt jaarlijks het onderhoud en de verzekering voor het hulpmiddel geregeld via een apart pgb-bedrag.

Woningaanpassingen De woningaanpassingen worden op dit moment aanbesteed. Aan deze aanbesteding ligt een prijsafsprakenboek ten grondslag. Voor voorzieningen die in het prijsafsprakenboek zijn opgenomen is het persoonsgebonden budget gelijk aan de prijzen in dit boek. Voor andere woonvoorzieningen wordt het persoonsgebonden budget vastgesteld op basis van een offerte van een van de gecontracteerde aanbieders. Als specifieke bepaling voor woonvoorzieningen wordt verhuiskosten genoemd. In het persoonsgebonden budget voor verhuiskosten wordt onderscheid gemaakt tussen de daadwerkelijke verhuizing (transport), en indien van toepassing stofferingskosten of vergoeding voor eerste huur. Voorheen werd hiervoor één vast bedrag gehanteerd. Door deze drie kostensoorten te splitsen, kan voor de drie toekenningen een aparte afweging worden gemaakt op basis van de individuele cliëntsituatie.

Pagina 27 van 66

Toegevoegd Artikel 4.11 Hoogte persoonsgebonden budget 8. Het persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel a. is gelijk aan het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte, die is verstrekt door een gecontracteerde leverancier van het college, met dien verstande dat het persoonsgebonden budget nooit hoger is dan de werkelijke kosten. b. de verschillende categorieën van hulpmiddelen worden nader uitgewerkt in beleidsregels. c. het persoonsgebonden budget voor onderhoud en de verzekering van het hulpmiddel wordt jaarlijks vastgesteld en is gelijk aan de door het college geaccepteerde offerte, die is verstrekt door een gecontracteerde leverancier van het college, met dien verstande dat het persoonsgebonden budget nooit hoger is dan de werkelijke kosten. 9. Het persoonsgebonden budget voor een woningaanpassing opgenomen in het Prijsafsprakenboek a. is voor de aanschaf van de woningaanpassing gelijk aan de prijs van de goedkoopst passende woningaanpassing in natura conform de lijst van prijzen zoals opgenomen in het contractueel overeengekomen Prijsafsprakenboek; b. is voor het onderhoud gelijk aan het bedrag, zoals dat door het college aan de gecontracteerde aanbieder zou zijn verschuldigd. 10. Het persoonsgebonden budget voor een woningaanpassing die niet is opgenomen in het Prijsafsprakenboek a.

is voor de aanschaf van de woningaanpassing gelijk aan het bedrag van de kosten van de woningaanpassing in natura middels een kostenbepaling door een door het college gecontracteerd(e) bouwbedrijf of leverancier. b. is voor het onderhoud gelijk aan het bedrag, zoals die door het college aan de gecontracteerde aanbieder zou zijn verschuldigd. 11. Het persoonsgebonden budget voor de kosten van verhuizing en inrichting: a. is voor de verhuizing gelijk aan de kosten voor een gecontracteerd verhuisbedrijf in natura. b. is voor stofferingskosten gelijk aan de door het Nibud gehanteerde bedragen voor stoffering met inachtneming van de bijbehorende afschrijvingstermijn. De totale hoogte van de stofferingskosten is gelijk aan: i. 100% van de maximale vergoeding als huidige stoffering niet ouder dan één jaar; ii. 75% van de maximale vergoeding als huidige stoffering tussen één en drie jaar oud is; iii. 50% van de maximale vergoeding als huidige stoffering tussen drie en vijf jaar oud is; iv. 25% van de maximale vergoeding als huidige stoffering tussen vijf en zeven jaar oud is; v. 0% van de maximale vergoeding als huidige stoffering ouder is dan zeven jaar; 12. In aanvulling op de in lid 11 genoemde kosten kan bij overbrugging de eerste huur van de nieuwe woning worden vergoed voor de duur van maximaal een maand.

Persoonsgebonden budget – besteding Als laatste onderdeel van het persoonsgebonden budget beschrijft de verordening waaraan het budget mag worden besteed. De reden dat dit uitgebreid uitgewerkt is, is dat het aan de voorkant helder is voor cliënten welke bestedingsregels er gelden en dat het voor de toezichthouder handvatten geeft om toezicht te houden op de besteding van het budget. Een wijziging ten opzichte van de huidige verordening is de uitgebreide uitwerking van de zaken waaraan het persoonsgebonden budget niet besteed mag worden. Als tweede aanpassing is de bepaling van het vrij besteedbaar bedrag geschrapt. Uitgaand van de schaarse middelen in het sociaal domein is het wenselijk dat het persoonsgebonden budget volledig wordt ingezet voor ondersteuning en dat hier verantwoording over wordt afgelegd in de vorm van een deugdelijke administratie en facturatie. Bovendien is er sprake van rechtsongelijkheid op het moment dat vanuit een persoonsgebonden budget een deel vrij kunt besteden, omdat cliënten met ondersteuning in natura deze vrije besteding van middelen niet hebben. Om deze ongelijkheid op te heffen stellen we voor om het vrij besteedbaar bedrag te schrappen uit de verordening. De derde wijziging is de manier waarop cliënten hun persoonsgebonden budget laten uitbetalen bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

In de zorgovereenkomst die de cliënt (budgethouder) afsluit met de zorgverlener maakt hij afspraken over de manier van declareren. Voor de controle op de besteding van het persoonsgebonden budget is het wenselijk dat de werkelijk geleverde uren op factuurbasis

Pagina 28 van 66

worden gedeclareerd en dat niet met vaste maandbedragen wordt gewerkt. Dit hebben we toegevoegd in het derde lid van het artikel. Aantal cliënten 2022 pgb Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht

IB 17 150 7 21 19 35 53

IB - sociaal 9 54 6 5 12 11 25

DB 2 24 4 4 6 4 9

DB - sociaal 0 1 0 0 0 0 0

HO 17 149 18 26 24 32 56

HO+ 5 11 0 1 3 0 1

HO - sociaal 0 3 0 0 1 1 1

Tabel 20 Aantal pgb-cliënten in 2022

Aantal cliënten 2022 pgb

Totaal aantal cliënten pgb

Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht

50 392 35 57 65 83 145

Totaal verantwoordingsvrij bedrag per jaar € 12.500 € 98.000 € 8.750 € 14.250 € 16.250 € 20.750 € 36.250

.

Tabel 21 Bedragen die jaarlijks maximaal vrij worden besteed

Gewijzigd Artikel 4.12 Besteding persoonsgebonden budget 1. Het persoonsgebonden budget moet volledig worden besteed aan de ondersteuning en het doel waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt. 2. Het pgb mag niet worden besteed aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; d. kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige (eindejaars)uitkering; e. kosten voortgezette diagnostiek; f. kosten voor het volgen van cursussen en informatiemateriaal over het pgb; g. de bijdrage; h. reiskosten van de hulpverlener. Deze zijn in het uurtarief inbegrepen; i. indirect cliëntgebonden uren en niet cliëntgebonden uren. Deze zijn in het uurtarief inbegrepen. 3. Betaling vanuit een PGB is alleen op declaratiebasis mogelijk.

3.5 Bijdragen Gemeenten kunnen bij verordening regelen hoe zij de eigen bijdrage vaststellen voor algemene voorzieningen en voor collectief vervoer. Voor maatwerkvoorzieningen biedt de wet kaders voor de eigen bijdrage en hebben gemeenten beperkte ruimte om deze aan te passen. Aanpassen is alleen mogelijk ten gunste van de inwoner.

Algemene voorzieningen Gemeenten heffen voor de meeste algemene voorzieningen geen eigen bijdrage. Een aantal gemeenten heeft sinds oktober 2022 een was- en strijkservice ingericht. We hebben hiervoor een eigen bijdrage opgenomen in de conceptverordening. Het uitgangspunt bij de eigen bijdrage voor een was- en strijkvoorziening is dat inwoners van de gemeente de kostprijs betalen. Inwoners met een

Pagina 29 van 66

Totaal 50 392 35 57 65 83 145

indicatie huishoudelijke ondersteuning krijgen een korting op hun eigen bijdrage en betalen een bijdrage van €5,-. Deze is gebaseerd op de Nibud-prijzen voor het doen van de was in de thuissituatie. De algemene voorzieningen verschillen per gemeente, evenals de voorkeur om hiervoor wel of geen eigen bijdrage te vragen. Na vaststelling van het rompvoorstel in het Algemeen Bestuur GR Sociaal zal dit hoofdstuk door individuele gemeenten verder worden uitgewerkt.

Aantal waszakken januari

Voorstel eigen bijdrage

Opbrengst per maand

Variabele Kosten per maand

Alblasserdam

19

€ 5,00

€ 95,00

€ 361,00

Dordrecht

134

€ 5,00

€ 670,00

€ 2.546,00

Hendrik-Ido-Ambacht

4

€ 5,00

€ 20,00

€ 76,00

Papendrecht

37

€ 5,00

€ 185,00

€ 703,00

Zwijndrecht

50

€ 5,00

€ 250,00

€ 950,00

Tabel 22 Aantal waszakken en eigen bijdrage per maand

Maatwerkvoorzieningen Voor maatwerkvoorzieningen wordt geen wijziging doorgevoerd voor de eigen bijdrage. Op dit moment geldt het abonnementstarief. Dit kan alleen verlaagd worden, maar gezien de financiële situatie in het sociaal domein is deze wens niet naar voren gekomen vanuit gemeenten. Collectief vervoer Voor het collectief vervoer geldt op dit moment een opstaptarief van €0,60 en een kilometertarief van €0,13. Dit is fors lager dan het tarief van het openbaar vervoer (stadsbus) in de regio28. Bovendien is het collectief vervoer overbelast in de piekuren. Om de belasting in de piekuren te verminderen, adviseren we om de basistarieven te koppelen aan de tarieven van het openbaar vervoer in de regio en een korting toe te passen in de daluren. Op deze manier wordt gestuurd op reizen in de daluren. Tarief eigen bijdrage Opstaptarief Kilometertarief

Huidig € 0,60 € 0,13

Nieuw - piekuren € 1,08 € 0,180

Nieuw - daluren29 € 0,648 € 0,108

Reizen daluren

Financiële impact wijziging eigen bijdrage

Tabel 9 Tarieven eigen bijdrage collectief vervoer

Aantal reisbewegingen en kilometers 2022

Reizen piekuren

Kilometers piekuren

Kilometers daluren

Alblasserdam

2.828

22.836

11.043

99.006

€ 851

Dordrecht

23.893

128.903

94.719

546.057

€10.447

Hardinxveld-Giessendam

2.308

18.670

8.109

71.862

€ 849

Hendrik-Ido-Ambacht

4.610

27.370

20.811

131.491

€ 1.687

Papendrecht

6.680

44.383

26.794

168.775

€ 2.999

Sliedrecht

5.751

45.353

24.386

201.516

€ 1.765

Zwijndrecht

10.174

62.872

40.915

271.584

€ 4.016

Tabel 10 Financiële doorrekening effect nieuwe eigen bijdrage

28

https://www.qbuzz.nl/dmg/abonnementen-kaartjes/ov-chipkaart Op basis van 40% korting, vergelijkbaar met daluren bij NS. Qbuzz hanteert geen kortingspercentage, maar een vrij reizen dalkaart. Dit is geen uitvoerbare variant voor het collectief vraagafhankelijk vervoer. 29

Pagina 30 van 66

Naast financiële effecten zal er mogelijk een gedragseffect optreden, waardoor reizigers meer in de daluren gaan reizen. Er is echter geen onderzoek dat aantoont dat dit effect zal optreden.

Aangepast Artikel 5.4 Bijdrage maatwerkvoorziening 1. De cliënt is een bijdrage verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, met uitzondering van: a. woningaanpassingen voor minderjarige kinderen. b. woningaanpassingen in gemeenschappelijke ruimten. 2. De cliënt betaalt een bijdrage voor het gebruik van het collectief vervoer, die per rit bestaat uit: a. een opstaptarief van € 0,648 en een kilometertarief van € 0,108 als de besproken aanvangstijd van de rit binnen de daluren ligt; b. een opstaptarief van € 1,08 en een kilometertarief van € 0,180 als de besproken aanvangstijd van de rit buiten de daluren ligt. 3. De daluren voor het collectief vervoer, zoals bedoeld in lid 2, zijn op werkdagen tussen 10:00 uur en 16:00 uur en na 18:00 uur, en op alle beschikbare rittijden in de weekenden. 4. De startdatum van de bijdrage als bedoeld in lid 1 is de datum waarop de ondersteuning aanvangt.

3.6 Toezicht en Handhaving Toezicht op de uitvoering van de ondersteuning die op grond van de Wmo wordt geboden is sinds 2015 een wettelijke taak van gemeenten. In dit hoofdstuk wordt de positie van de toezichthouder uitgewerkt. Er wordt zowel toezicht gehouden op de uitvoering van de algemene voorzieningen als de maatwerkvoorzieningen. Voor de maatwerkvoorzieningen is het toezicht iets zwaarder ingericht, omdat de aard van de ondersteuning een intensiever toezicht vraagt. De landelijke inspectie (IGJ) heeft een aantal jaren geleden geconstateerd dat in veel gemeenten in Nederland het Wmo-toezicht onderbelicht is. In de Drechtsteden hebben we hier vanaf 2016 al uitgebreid aandacht voor, maar het kan altijd beter. Daarom wordt op dit moment een landelijk beleidskader toezicht uitgewerkt door het ministerie van VWS, VNG, gemeenten, IGJ en GGD. Hier is de Sociale Dienst Drechtsteden betrokken als uitvoeringsorganisatie maatwerkvoorzieningen voor meerdere gemeenten. De grote lijnen van deze ontwikkeling hebben we vooruitlopend op dit beleidskader vertaald in de verordening. Hierbij is vooral de borging van de onafhankelijkheid van de toezichthouder een belangrijke ontwikkeling die in de toekomst een plek moet krijgen in het kaderbeleid van gemeenten. Belangrijk om op te merken dat het toezicht breder is dan alleen de inzet van een toezichthouder.

In de dagelijkse praktijk van Wmo-consulenten, maar ook door contractmanagement wordt toezicht gehouden op de kwaliteit en rechtmatigheid van de ondersteuning. Als er signalen zijn dat de kwaliteit onvoldoende is of de rechtmatigheid in het geding is, kan worden opgeschaald naar de toezichthouder.

Pagina 31 van 66

Toegevoegd Artikel 6.4 Tegengaan oneigenlijk gebruik 1. Het college treft de nodige maatregelen om het oneigenlijk gebruik van maatwerkvoorzieningen te voorkomen en fraude te bestrijden. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: a. het college zoekt waar mogelijk samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; b. het college verricht zo nodig onderzoek bij aanbieders van maatwerkvoorzieningen die een subsidie- of contractrelatie met de gemeente onderhouden of pgb-leveranciers die ondersteuning verlenen op grond van een persoonsgebonden budget aan inwoners van de gemeente; c. het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturingen, accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties; d. het college controleert, al dan niet steekproefsgewijs, of de gemaakte afspraken zoals genoemd in het voorgaande lid worden nagekomen; e. het college voert periodiek controles en evaluaties uit bij langlopende indicaties; f. het college voert een grondige toets aan de voorkant uit bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget op: i.

de regiemogelijkheden van de cliënt of degene die de cliënt als vertegenwoordiger wenst in te schakelen; ii. de kwaliteit van de invulling van het door de cliënt en de pgb-leverancier te overleggen budgetplan en zorgplan. g. het college monitort het gebruik van het persoonsgebonden budget en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen. 2. Als bij het onderzoek blijkt dat er sprake is van gebreken in de kwaliteit, doelmatigheid of rechtmatigheid van de ondersteuning, kan het college in een schriftelijke aanwijzing een hersteltraject opleggen. 3. Het college kan gedurende het hersteltraject een cliëntenstop en/of verscherpt toezicht instellen. Deze zal in de schriftelijke aanwijzing worden opgenomen.

De toezichthouder heeft vergaande bevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom is het belangrijk om waarborgen in te bouwen en de onafhankelijkheid van de toezichthouder te borgen. Dit hebben we gedaan door het toevoegen van artikel 6.5.

Toegevoegd Artikel 6.5 Toezichthouder 1. De op grond van artikel 6.1 van de wet aangewezen toezichthouders stellen jaarlijks een onafhankelijk werkprogramma op. 2. De op grond van artikel 6.1 van de wet aangewezen toezichthouder kan naast deze functie geen andere functies namens of in dienst van de betreffende gemeente of inkooporganisatie bekleden die niet verenigbaar zijn met het toezichthouderschap. 3. De op grond van artikel 6.1 van de wet aangewezen toezichthouder vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn taak als toezichthouder.

3.7 Beëindiging, herziening, intrekking en terugvordering In deze artikelen wordt geregeld welke maatregelen kunnen worden genomen als de toegekende voorziening niet meer noodzakelijk is, of als er sprake is van oneigenlijk gebruik. Hierin zijn geen wijzigingen opgenomen.

3.8 Kwaliteit In dit hoofdstuk zijn uitgebreide kwaliteitscriteria beschreven waar de zorgaanbieder aan moet voldoen. Hierbij maken we onderscheid tussen aan de ene kant informele zorgverleners en zorgverleners die via het sociale netwerk ondersteuning leveren, en aan de andere kant zogenaamde formele aanbieders die geregistreerd staan als zorgverlener. Uiteraard moeten bij beide vormen van ondersteuning wel de gestelde doelen behaald worden. Met de differentiatie in kwaliteitseisen maken we ook onderscheid in de tarieven, zoals beschreven in hoofdstuk 4.

Pagina 32 van 66

De kwaliteitseisen voor het pgb zijn uitgebreid op basis van rapporten van de landelijke inspectie voor gezondheidszorg. Zij constateren dat gemeenten meer aandacht moeten besteden aan het Wmotoezicht. Het Wmo-toezicht is al beschreven in hoofdstuk 6, maar de koppeling met heldere beschrijving van kwaliteitscriteria aan de voorkant zodat duidelijk is waar inwoners en zorgverleners aan moeten voldoen is essentieel voor het waarborgen van goede ondersteuning.

3.9 Klachtenafhandeling en medezeggenschap In dit hoofdstuk wordt geregeld dat gecontracteerde aanbieders zorgen voor een goede inrichting van hun klachtafhandeling en medezeggenschap.

3.10 Waardering van mantelzorgers Deze bepaling is overgenomen uit de verordeningen van gemeenten, maar als apart hoofdstuk opgenomen. Op grond van de wettelijke definitie kan dit niet worden gezien als algemene voorziening.

3.11 Cliënt- en burgerparticipatie

Algemene voorzieningen Gemeenten hebben elk een lokale (brede) adviesraad sociaal domein of een Wmo-adviesraad. Vanuit deze lokale raden wordt een lid afgevaardigd naar de regionale adviesraad om te adviseren over regionale beleidsstukken. In zowel de Wmo 2015 als de Participatiewet is de verplichting opgenomen om via een verordening een en ander te regelen rond inwoner participatie. Als de gemeente een brede adviesraad kent, moet dit in de verordening worden geborgd. Ofwel in de verordening van één van de wetten (Wmo, Jeugdwet of participatiewet) ofwel in een aparte verordening. Indien ervoor wordt gekozen om het in een van de specifieke sociaal domein verordeningen te regelen, wordt geadviseerd om dit via de verordening maatschappelijke ondersteuning te regelen. De reden daarvoor is dat de Wmo 2015 het meest uitgebreid regelt wat bij verordening moet worden geregeld. Concreet betekent dit dat de bepalingen voor de Participatiewet (en de Jeugdwet) worden toegevoegd aan de Wmo verordening en dat aan de Wmo-verordening wordt toegevoegd dat deze ook gebaseerd is op art. 47 van de Participatiewet en eventueel het relevante artikel vanuit de Jeugdwet.

Maatwerkvoorzieningen De regionale adviesraad Wmo en de cliëntenraad Participatiewet werken nauw samen met het voornemen één raad te gaan vormen. De bepaling in deze verordening regelt dat dat Regionale Adviesraad Sociaal kan adviseren op zowel Wmo als Pwet. Zij brengt, gevraagd en ongevraagd, advies uit aan de GR sociaal. Op 26-01-2023 heeft het AB GRS de opdracht verstrekt aan de twee huidige regionale adviesraden om samen één integrale adviesraad te vormen, uiterlijk per 01-01-2024. Deze integrale regionale adviesraad zal met ingang van 1 januari 2024 worden geregeld via een instellingsbesluit op grond van artikel 24 Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Op deze datum vervallen de artikelen 11.3 en 11.4 van de Verordening.

3.12 Slotbepalingen De paragraaf bevat een aantal slotbepalingen, zoals de hardheidsclausule, overgangsrecht en citeertitel. Deze zijn vergelijkbaar met de huidige Verordeningen. Hierin is een wijziging aangebracht in Pagina 33 van 66

het overgangsrecht. Om een aantal voorgestelde wijzigingen een zachte landing te geven, is toegevoegd dat cliënten hun oude recht behouden totdat een nieuw individueel besluit wordt genomen. Op deze manier kan gebruik worden gemaakt van de instrumenten persoonsgebonden overgangsrecht en uitsterfregeling. Voor de Regionale adviesraad Sociaal geldt een andere ingangsdatum dan voor de rest van de verordening, omdat de integrale regionale adviesraad officieel pas op 1 januari 2024 van start gaat. Tot die datum zijn er twee aparte regionale adviesraden voor de Participatiewet en de Wmo.

Toegevoegd Artikel 12.4 Overgangsrecht lid 2 en 3 2. In afwijking van het eerste lid worden artikel 10.1, artikel 10.2 en artikel 5.2 lid 2 van de Verordening maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning <gemeentenaam> zoals vastgesteld op <datum> ingetrokken met ingang van 1 januari 2024. 3. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning <gemeentenaam>, zoals vastgesteld op <datum> en/of op grond van de Verordening Algemene voorzieningen maatschappelijke ondersteuning <gemeentenaam>, zoals vastgesteld op <datum>, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.

Pagina 34 van 66

4. Financiële paragraaf Zoals u hebt gezien in de vervolgnotitie heeft niet elke knop financiële gevolgen. Hieronder geven we het overzicht van de keuzes die financiële gevolgen hebben. Alblasserdam

Keuze

Besparing maatwerk per cliënt per week/dagdeel

Besparing maatwerk per cliënt per jaar

€ 25,30 € 102,20

€ 1.315,60 € 5.314,40

Dagbesteding belevingsgericht Inloopdagbesteding

€ 43,39

€ 13.537,6831

Huishoudelijke ondersteuning Algemene voorziening

€ 60,51

€ 3.146,52

Wmo naar de voorkant Waakvlam (IB0) Lichte begeleiding (IB1) Thuisbegeleiding sociaal werk Hbo Thuisbegeleiding Mbo

Persoonsgebonden budget Onderscheid formeel/ informeel tarief Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding Dagbesteding Wijzigen ophogingspercentage van 20% naar 15,7% Taxikosten Aanpassen tarieven Afschaffen pgb eigen vervoer en bruikleenauto Eigen bijdrage Algemene voorziening was- en strijk Collectief vervoer

Investering voorveld totaal30 per fte per jaar

Effect

€ 5.800,08 € 40.631,76 € 0,00 € 2.031,16

€ 9.277,97 € 982,99

Effect € 175 per maand32 € 851 per jaar33

30

Investeringen in algemene voorzieningen zijn veelal op subsidiebasis en worden daarom in totaalbedrag per jaar weergegeven. Deze bedragen worden op een later moment toegevoegd door de gemeente. 31 Als cliënt 3 dagen per week naar de dagbesteding gaat. 32 Eigen bijdrage inkomsten op basis van 35 waszakken (stand maart 2023) 33 Verhoging eigen bijdrage inkomsten, gedragseffect niet meegerekend.

Pagina 35 van 66

Dordrecht

Keuze

Besparing maatwerk per cliënt per week/dagdeel

Besparing maatwerk per cliënt per jaar

€ 25,30 € 102,20

€ 1.315,60 € 5.314,40

Dagbesteding belevingsgericht Inloopdagbesteding

€ 43,39

€ 13.537,6835

Huishoudelijke ondersteuning Algemene voorziening Huishoudelijke ondersteuning36

€ 60,51

€ 3.146,52

Wmo naar de voorkant Waakvlam (IB0) Lichte begeleiding (IB1) Thuisbegeleiding sociaal werk Hbo Thuisbegeleiding Mbo

Persoonsgebonden budget Onderscheid formeel/informeel tarief Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding Dagbesteding Wijzigen ophogingspercentage van 20% naar 15,7% Taxikosten Aanpassen tarieven Afschaffen pgb eigen vervoer en bruikleenauto Eigen bijdrage Algemene voorziening was- en strijk Collectief vervoer

Investering voorveld totaal34 per fte per jaar

Effect

€ 41.655,12 € 248.305,20 € 20.311,20 € 14.587,43

€ 122.225,07 € 8.846,91

Effect € 1.285 per maand37 €10.447 per jaar38

34

Investeringen in algemene voorzieningen zijn veelal op subsidiebasis en worden daarom in totaalbedrag per jaar weergegeven. Deze bedragen worden op een later moment toegevoegd door de gemeente. 35 Als cliënt 3 dagen per week naar de dagbesteding gaat. 36 Alleen als deze in de gemeente aanwezig is. 37 Eigen bijdrage inkomsten op basis van 257 waszakken (stand maart 2023) 38 Verhoging eigen bijdrage inkomsten, gedragseffect niet meegerekend.

Pagina 36 van 66

Hardinxveld-Giessendam

Keuze

Besparing maatwerk per cliënt per week/dagdeel

Besparing maatwerk per cliënt per jaar

€ 25,30 € 102,20

€ 1.315,60 € 5.314,40

Wmo naar de voorkant Waakvlam (IB0) Lichte begeleiding (IB1) Thuisbegeleiding sociaal werk Hbo Thuisbegeleiding Mbo

€ 108.410 € 88.828

Dagbesteding belevingsgericht Inloopdagbesteding

€ 43,39

€ 13.537,6840

Huishoudelijke ondersteuning Algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning41

€ 60,51

€ 3.146,52

Persoonsgebonden budget Onderscheid formeel/informeel tarief Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding Dagbesteding Wijzigen ophogingspercentage van 20% naar 15,7% Taxikosten Aanpassen tarieven Afschaffen pgb eigen vervoer en bruikleenauto Eigen bijdrage Collectief vervoer

Investering voorveld totaal39 per fte per jaar

Effect

€ 4.745,52 € 27.087,84 € 0,00 € 1.661,86

€ 18.555,93 € 982,99

Effect € 849 per jaar42

39

Investeringen in algemene voorzieningen zijn veelal op subsidiebasis en worden daarom in totaalbedrag per jaar weergegeven. 40 Als cliënt 3 dagen per week naar de dagbesteding gaat. 41 Alleen als deze in de gemeente aanwezig is. 42 Verhoging eigen bijdrage inkomsten, gedragseffect niet meegerekend.

Pagina 37 van 66

Hendrik-Ido-Ambacht

Keuze

Besparing maatwerk per cliënt per week/dagdeel

Besparing maatwerk per cliënt per jaar

€ 25,30 € 102,20

€ 1.315,60 € 5.314,40

Wmo naar de voorkant Waakvlam (IB0) Lichte begeleiding (IB1) Thuisbegeleiding sociaal werk Hbo Thuisbegeleiding Mbo

€ 108.410 € 88.828

Dagbesteding belevingsgericht Inloopdagbesteding

€ 43,39

€ 13.537,6844

Huishoudelijke ondersteuning Algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning45

€ 60,51

€ 3.146,52

Persoonsgebonden budget Onderscheid formeel/informeel tarief Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding Dagbesteding Wijzigen ophogingspercentage van 20% naar 15,7% Taxikosten Aanpassen tarieven Afschaffen pgb eigen vervoer en bruikleenauto Eigen bijdrage Algemene voorziening was- en strijk Collectief vervoer

Investering voorveld totaal43 per fte per jaar

Effect

€ 7.381,92 € 22.573,20 € 0,00 € 2.585,11

€ 32.267,89 € 982,99

Effect € 60 per maand46 € 1.687 per jaar47

43

Investeringen in algemene voorzieningen zijn veelal op subsidiebasis en worden daarom in totaalbedrag per jaar weergegeven. Deze bedragen worden op een later moment toegevoegd door de gemeente. 44 Als cliënt 3 dagen per week naar de dagbesteding gaat. 45 Alleen als deze in de gemeente aanwezig is. 46 Eigen bijdrage inkomsten op basis van 12 waszakken (stand maart 2023) 47 Verhoging eigen bijdrage inkomsten, gedragseffect niet meegerekend.

Pagina 38 van 66

Papendrecht

Keuze

Besparing maatwerk per cliënt per week/dagdeel

Besparing maatwerk per cliënt per jaar

€ 25,30 € 102,20

€ 1.315,60 € 5.314,40

Dagbesteding belevingsgericht Inloopdagbesteding

€ 43,39

€ 13.537,6849

Huishoudelijke ondersteuning Algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning50

€ 60,51

€ 3.146,52

Wmo naar de voorkant Waakvlam (IB0) Lichte begeleiding (IB1) Thuisbegeleiding sociaal werk Hbo Thuisbegeleiding Mbo

Persoonsgebonden budget Onderscheid formeel/informeel tarief Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding Dagbesteding Wijzigen ophogingspercentage van 20% naar 15,7% Taxikosten Aanpassen tarieven Afschaffen pgb eigen vervoer en bruikleenauto Eigen bijdrage Algemene voorziening was- en strijk Collectief vervoer

Investering voorveld totaal48 per fte per jaar

Effect

€ 6.854,64 € 54.175,68 € 0,00 € 2.400,46

€ 20.167,43 € 1.965,98

Effect € 275 per maand51 € 2.999 per jaar52

48

Investeringen in algemene voorzieningen zijn veelal op subsidiebasis en worden daarom in totaalbedrag per jaar weergegeven. Deze bedragen worden op een later moment toegevoegd door de gemeente. 49 Als cliënt 3 dagen per week naar de dagbesteding gaat. 50 Alleen als deze in de gemeente aanwezig is. 51 Eigen bijdrage inkomsten op basis van 55 waszakken (stand maart 2023) 52

Verhoging eigen bijdrage inkomsten, gedragseffect niet meegerekend.

Pagina 39 van 66

Sliedrecht

Keuze

Besparing maatwerk per cliënt per week/dagdeel

Besparing maatwerk per cliënt per jaar

€ 25,30 € 102,20

€ 1.315,60 € 5.314,40

Wmo naar de voorkant Waakvlam (IB0) Lichte begeleiding (IB1) Thuisbegeleiding AMW Hbo Thuisbegeleiding Mbo

€ 87.127 €61.917

Dagbesteding belevingsgericht

€ 43,39

€ 13.537,6854

€ 60,51

€ 3.146,52

Inloopdagbesteding

Huishoudelijke ondersteuning Algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning55 Persoonsgebonden budget Onderscheid formeel/informeel tarief Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding Dagbesteding Wijzigen ophogingspercentage van 20% naar 15,7% Taxikosten Aanpassen tarieven Afschaffen pgb eigen vervoer en bruikleenauto Eigen bijdrage Collectief vervoer

Investering voorveld totaal53 per fte per jaar

€ 24.000,(Odensehuis, 2 dagen per week) € 96.908 (Inloop GGZ, 3 dagen per week)

Effect

€ 8.963,76 € 49.661,04 € 0,00 € 3.139,07

€ 45.579,34 € 2.948,97

Effect € 1.765 per jaar56

53

Investeringen in algemene voorzieningen zijn veelal op subsidiebasis en worden daarom in totaalbedrag per jaar weergegeven. 54 Als cliënt 3 dagen per week naar de dagbesteding gaat. 55 Alleen als deze in de gemeente aanwezig is. 56 Verhoging eigen bijdrage inkomsten, gedragseffect niet meegerekend

Pagina 40 van 66

Zwijndrecht

Keuze

Besparing maatwerk per cliënt per week/dagdeel

Besparing maatwerk per cliënt per jaar

€ 25,30 € 102,20

€ 1.315,60 € 5.314,40

Dagbesteding belevingsgericht Inloopdagbesteding

€ 43,39

€ 13.537,6858

Huishoudelijke ondersteuning Algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning59

€ 60,51

€ 3.146,52

Wmo naar de voorkant Waakvlam (IB0) Lichte begeleiding (IB1) Thuisbegeleiding sociaal werk Hbo Thuisbegeleiding Mbo

Persoonsgebonden budget Onderscheid formeel/informeel tarief Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding Dagbesteding Wijzigen ophogingspercentage van 20% naar 15,7% Taxikosten Aanpassen tarieven Afschaffen pgb eigen vervoer en bruikleenauto Eigen bijdrage Algemene voorziening was- en strijk Collectief vervoer

Investering voorveld totaal57 per fte per jaar

Effect

€ 15.291,12 € 112.866,00 € 0,00 € 5.354,88

€ 53.646,32 € 982,99

Effect € 505 per maand60 € 4.016 per jaar61

57

Investeringen in algemene voorzieningen zijn veelal op subsidiebasis en worden daarom in totaalbedrag per jaar weergegeven. Deze bedragen worden op een later moment toegevoegd door de gemeente. 58 Als cliënt 3 dagen per week naar de dagbesteding gaat. 59 Alleen als deze in de gemeente aanwezig is. 60 Eigen bijdrage inkomsten op basis van 101 waszakken (stand maart 2023) 61 Verhoging eigen bijdrage inkomsten, gedragseffect niet meegerekend.

Pagina 41 van 66

Bijlage 1 – Was-wordt-tabel Onderwerp Algemene bepalingen Begripsbepaling toegevoegd: Algemene voorzieningen

Was Geen

Begripsbepaling toegevoegd: Huisgenoot Begripsbepaling toegevoegd: Pgb-leverancier

Geen

Begripsbepaling toegevoegd: Zorgplan

Geen

Reikwijdte verordening

Artikel 1.2 Reikwijdte verordening 1. Deze verordening betreft de maatwerkvoorzieningen met betrekking tot de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. 2. Het college kan, onverminderd het bepaalde in deze verordening, nadere regels stellen over: a. het bepaalde in hoofdstuk 7. b. welke eisen, in aanvulling op de in artikel 8.1 gestelde eisen, worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.

Geen

Wordt Artikel 1.1 Begripsbepalingen b. Algemene voorziening: de algemene voorziening als omschreven in artikel 1.1.1 van de wet, waarbij het college zich aan een aanbieder verbonden heeft; Artikel 1.1 Begripsbepalingen i. Huisgenoot: alle medebewoners die op hetzelfde adres verblijven als cliënt; Artikel 1.1 Begripsbepalingen s. Pgb-leverancier: de leverancier, zorgorganisatie en/of hulpverlener die via een persoonsgebonden budget een maatwerkvoorziening verstrekt of verleent; Artikel 1.1 Begripsbepalingen x. Zorgplan: een door de cliënt en de aanbieder of pgbleverancier gemaakt plan dat een concrete invulling bevat van de door deze aanbieder of pgb-leverancier te verlenen ondersteuning aan de cliënt, gebaseerd op de in het onderzoeksverslag noodzakelijk bevonden ondersteuning, en dat dient als werkdocument dat wordt aangevuld met de geleverde ondersteuning en bereikte effecten. Artikel 1.2 Reikwijdte verordening 1. Deze verordening heeft betrekking op de algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen met betrekking tot de zelfredzaamheid en participatie, met uitzondering van de voorzieningen ten aanzien van opvang en beschermd wonen. 4.

Het college kan, onverminderd het bepaalde in deze verordening, en in aanvulling op artikel 8.1 en artikel 8.3, nadere regels stellen over de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, waaronder begrepen de eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten.

Doelgroep verordening

Geen

Afstemming tussen domeinen

Geen

Algemene voorzieningen Toegang Algemene voorzieningen

Geen

Omschrijving Algemene voorzieningen

Geen

Ambulante ondersteuning

Geen

Artikel 1.2 Reikwijdte verordening 2. Deze verordening richt zich op personen: a. die ingezetene zijn van de gemeente en; b. die ondersteuning nodig hebben bij hun zelfredzaamheid en/of participatie, of; c. die, al dan niet woonachtig in de gemeente, als mantelzorger ondersteuning aan een ingezetene van de gemeente bieden. Artikel 1.2 Reikwijdte verordening 3. Wanneer de cliënt te maken heeft met meervoudige domeinoverstijgende problematiek op het terrein van de Wet, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening draagt het college zorg voor een goede afstemming van de ondersteuning. Artikel 2.1 Toegang algemene voorzieningen 1. De algemene voorziening is rechtstreeks toegankelijk zonder of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling. 2. Ingezetenen die een beroep wensen te doen op een algemene voorziening kunnen zich rechtstreeks wenden tot een aanbieder van deze voorziening. Artikel 3.1 Algemeen 1. Een algemene voorziening kan ingericht zijn voor alle inwoners van <gemeente> of voor een specifieke doelgroep. 2. Het college bevordert en treft de algemene voorzieningen die naar zijn oordeel bijdragen aan: a. de bevordering van de zelfredzaamheid en de participatie van ingezetenen; b. het in staat stellen van mantelzorgers en vrijwilligers om hun taken als mantelzorger en vrijwilliger uit te voeren. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/722/documents/26292