Vervolgnotitie Herijking Wmo SDD.pdf
Tekst van het document
Vervolgnotitie Herijking Wmo Sociale Dienst Drechtsteden Conceptversie 20 april 2023
Inhoudsopgave 1.
Inleiding .......................................................................................................................................... 3 Juridische context ............................................................................................................................ 3 Context ............................................................................................................................................ 4 Belangrijke overwegingen voorafgaand aan de herijking ................................................................ 5 Leeswijzer ........................................................................................................................................ 5 2. Randvoorwaarde succesvolle uitvoering Wmo .......................................................................... 5 3. Toelichting op de (concept)verordening ..................................................................................... 6 3.1 Algemene bepalingen .................................................................................................................... 6 3.2 Toegang.........................................................................................................................................
7 Algemene voorzieningen ................................................................................................................. 7 Maatwerkvoorzieningen ................................................................................................................... 8 3.3 Algemene voorzieningen ............................................................................................................. 10 3.4 Maatwerkvoorzieningen ............................................................................................................... 10 Algemene bepalingen .................................................................................................................... 10 Individuele begeleiding .................................................................................................................. 11 Dagbesteding................................................................................................................................. 12 Hulp bij het huishouden ................................................................................................................. 14 Logeeropvang of kortdurend verblijf (respijtzorg) .......................................................................... 15 Woonvoorzieningen .......................................................................................................................
16 Vervoer .......................................................................................................................................... 17 Het Persoonsgebonden budget ..................................................................................................... 19 Persoonsgebonden budget – soorten ........................................................................................... 19 Persoonsgebonden budget – criteria ............................................................................................ 20 Persoonsgebonden budget – hoogte ............................................................................................ 21 Persoonsgebonden budget – besteding ........................................................................................ 28 3.5 Bijdragen...................................................................................................................................... 29 Algemene voorzieningen ............................................................................................................... 29 Maatwerkvoorzieningen ................................................................................................................. 30 3.6 Toezicht en Handhaving ..............................................................................................................
31 3.7 Beëindiging, herziening, intrekking en terugvordering ................................................................ 32 3.8 Kwaliteit ....................................................................................................................................... 32 3.9 Klachtenafhandeling en medezeggenschap ............................................................................... 33 3.10 Waardering van mantelzorgers ................................................................................................. 33 3.11 Cliënt- en burgerparticipatie ...................................................................................................... 33 3.12 Slotbepalingen ........................................................................................................................... 33 4. Financiële paragraaf ........................................................................................................................ 35 Alblasserdam ..................................................................................................................................... 35 Dordrecht ...........................................................................................................................................
36 Hardinxveld-Giessendam .................................................................................................................. 37 Hendrik-Ido-Ambacht ......................................................................................................................... 38 Papendrecht ...................................................................................................................................... 39 Sliedrecht ........................................................................................................................................... 40 Zwijndrecht ........................................................................................................................................ 41 Bijlage 1 – Was-wordt-tabel ................................................................................................................ 42
Pagina 2 van 66
1. Inleiding De Vervolgnotitie Herijking Wmo is een vervolg op de Startnotitie die u eerder hebt ontvangen. Naar aanleiding van de Startnotitie zijn raadssessies georganiseerd om u te informeren over de ontwikkelingen die raken aan de invulling van de maatschappelijke ondersteuning in onze regio en uw gemeente. In deze fase leggen we een conceptverordening aan u voor. In deze Vervolgnotitie onderbouwen we de keuzes die in de conceptverordening zijn gemaakt. Dit advies is de uitkomst van een proces van ambtelijke cocreatie tussen gemeenten en SDD en is gebaseerd op de rode draden die in de raadssessies naar voren zijn gekomen. Deze Vervolgnotitie dient als input voor oordeelsvormende en besluitvormende sessies in de gemeenteraden. De opbouw van de notitie volgt de opbouw van de conceptverordening, zodat de stukken corresponderen en de keuzes in de verordening een duidelijke onderbouwing kennen vanuit de vervolgnotitie. Juridische context Vanaf 1 januari 2022 hebben we te maken met de nieuwe gemeenschappelijke regeling, de GR Sociaal. Daarmee is de vaststelling van het kaderstellend beleid (beleidsplan en Verordening) niet langer de bevoegdheid van de gezamenlijke Drechtraad, maar van elke afzonderlijke gemeenteraad. De bevoegdheid voor uitvoering van dit beleid is, voor de maatwerkvoorzieningen Wmo, in zijn geheel gedelegeerd aan de GR Sociaal.
Dat betekent dat de besluitvorming met betrekking tot de inkoop en contractering, en de individuele besluiten op cliëntniveau volledig zijn overgedragen aan de GR Sociaal.
Pijlers: Normaliseren ‘Normaliseren’, ofwel 'niet problematiseren van het gewone leven'. Dit betekent dat er niet per definitie vanuit een zorgbril wordt gekeken naar problematiek. Professionele ondersteuning is niet per definitie de oplossing voor een probleem. Voor lichtere ondersteuningsvragen kan inzet van reguliere activiteiten voldoende zijn. Inwoners die zwaardere vormen van ondersteuning nodig hebben, krijgen een passend aanbod. Daarbij wordt aan de voorkant vastgesteld "wanneer is goed, goed genoeg". Als de doelen behaald zijn, wordt de ondersteuning afgebouwd. Bovendien wordt al vroegtijdig door de professionele ondersteuner gezocht naar mogelijkheden om het informele netwerk te versterken of op te bouwen. Zo wordt de sociale samenhang in de samenleving versterkt. Preventie We onderscheiden verschillende vormen van preventie, maar overkoepelend is preventie altijd gericht op het voorkomen van (onnodige) zorg. Dat kan enerzijds door het versterken van sociale structuren en aandacht voor gezondheid (hier raakt de Wmo aan het terrein van publieke gezondheid) en anderzijds door het inzetten van lichte ondersteuning om zwaardere ondersteuning te voorkomen en uit te stellen. Wmo naar de voorkant Waar mogelijk wordt onderzocht of ondersteuning vanuit het lokale voorveld geboden kan worden, in plaats van of in aanvulling op de maatwerkvoorziening.
Met het voorveld of voorliggend veld wordt bedoeld: het totaal aan algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen dat beschikbaar is in een wijk of gemeente en waarvan zonder indicatiestelling gebruik kan worden gemaakt. Door samenwerking tussen het sociaal team, sociale dienst, maar ook met maatschappelijke partners, kan eerder worden afgeschaald en is er beter zicht op een integraal ondersteuningsaanbod. Focus op zelfredzaamheid en participatie Het voorgestelde kaderbeleid moet gelezen worden vanuit de centrale doelstelling van de Wmo, namelijk het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van inwoners van uw gemeenten. De ondersteuning die vanuit de Wmo wordt geboden, moet altijd bijdragen aan deze doelstelling. Waar mogelijk wordt samengewerkt met de andere onderdelen van het sociaal domein, bijvoorbeeld door de route naar (vrijwilligers)werk te verkennen en zo de participatiegraad te vergroten. Pagina 3 van 66
Context In de herijking hebben de meeste gemeenten besloten de gemeentelijke visies en beleidsplannen en de Regionale visie sociaal domein in stand te houden1. Deze documenten zijn in veel gemeenten recent vastgesteld. De verordening is, als technisch wetgevend document, een uitwerking van de richting die in de beleidsplannen wordt gegeven. Vanuit de beleidsplannen en regionale visie hebben we hierboven vier pijlers benoemd waarop de verordening is gebaseerd. Naast de gemeentelijke beleidsplannen en regionale visie staat de verordening in de context van de landelijke ontwikkelingen in het zorglandschap. Deze zijn van invloed op de uiteindelijke uitvoering en het gebruik van Wmo-voorzieningen. We schetsen een aantal belangrijke maatschappelijke kwesties. In de eerste plaats signaleren we een autonome groei van de vraag naar ondersteuning. Dit wordt veroorzaakt door de dubbele vergrijzing2 waar we de komende jaren mee te maken hebben. In combinatie met de beweging 'langer thuis wonen' zorgt dit voor een autonome groei van het aantal inwoners met een ondersteuningsvraag. Daarnaast is er landelijk een toename van het aantal inwoners met psychische klachten3, waardoor er een toenemende vraag naar begeleiding en ondersteuning is.
In de tweede plaats zien we, naast de maatschappelijke ontwikkelingen in de vraag naar ondersteuning, ook verschillende uitdagingen in het ondersteuningsaanbod. Met name de krapte op de arbeidsmarkt, maar ook de schaarste aan grondstoffen stelt ons de komende jaren voor een uitdaging. Deze krapte is zichtbaar in alle sectoren van de samenleving en dus ook in de vervoerssector, de zorgsector en de technische sector. Deze krapte heeft ook op dit moment al invloed op de beschikbaarheid van onder andere het collectief vervoer, de huishoudelijke ondersteuning en de hulpmiddelen en woningaanpassingen. In de derde plaats zien we een uitdaging op het financiële vlak. De kosten voor het sociaal domein stijgen. Dit hangt enerzijds samen met de groeiende vraag naar ondersteuning. De recente stijging wordt echter vooral veroorzaakt door een forse stijging van de tarieven voor ondersteuning en prijzen van hulpmiddelen, wat weer een logisch gevolg is van recente CAO ontwikkelingen en de schaarste aan bepaalde grondstoffen. Naast de stijgende kosten, zien we ook een toename van de Rijksbudgetten voor de uitvoering van het sociaal domein. Of deze budgetten gelijke tred houden met de stijging van de kosten zal de komende jaren een terugkerend onderwerp van gesprek zijn tussen gemeenten en het Rijk. Als laatste is de plaats van de Wmo 2015 in het sociaal domein belangrijk.
De Wmo maakt zowel onderdeel uit van het sociaal domein als van het Nederlandse zorglandschap. Daardoor zijn er raakvlakken met de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). De Wmo en de zorgverzekeringswet raken elkaar onder andere op het terrein van persoonlijke verzorging. Als de verzorging wordt overgenomen, wordt dit geleverd vanuit de zorgverzekeringswet, als er alleen gecoacht en gestimuleerd wordt, is de bekostiging vanuit de Wmo geregeld. De Wmo en de Wlz raken elkaar onder andere op de begeleiding en dagbesteding. Als er sprake is van levenslange (blijvende) noodzaak tot ondersteuning, waarbij 24 uur per dag zorg in nabijheid of toezicht nodig is, bestaat een aanspraak op de Wlz. Als deze grond ontbreekt, zal de ondersteuning meestal vanuit de Wmo worden gefinancierd. In deze context van maatschappelijke uitdagingen hebben we de verordening vormgegeven. De wet geeft gemeenten de opdracht om te zorgen voor een sterke sociale samenhang in de gemeente en zoveel mogelijk te voorkomen dat inwoners een beroep moeten doen op maatschappelijke ondersteuning. Anderzijds is de opdracht om, voor inwoners die dat nodig hebben, te zorgen dat de 1
Enkele gemeenten hebben besloten ook hun beleidsplan (integraal) te herijken. Zij passen deze tekst aan voor hun gemeentelijke besluitvormingsroute. 2 Het aantal ouderen in de samenleving stijgt de komende jaren, zoals verhoudingsgewijs als in absolute aantallen. En bovendien worden de ouderen steeds ouder. Deze beide factoren zorgen voor een dubbele vergrijzing. 3 Dit wordt periodiek onderzocht door het Trimbos instituut. Zij rapporteren over cijfers en trends voor onder andere de ggz-zorg.
Pagina 4 van 66
maatschappelijke ondersteuning beschikbaar is in de vorm van algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. In het licht van de toenemende ondersteuningsbehoefte is investeren in een sterke sociale samenhang en een draagkrachtig voorveld essentieel. Een deel van de ondersteuningsvragen kan hiermee worden opgevangen, wat bijdraagt aan het dempen van de groeiende vraag naar duurdere maatwerkoplossingen. Voor de inwoners die net even wat meer ondersteuning nodig hebben, moet echter een toegankelijke maatwerkvoorziening beschikbaar zijn. Belangrijk om op te merken dat investeren in het voorveld de autonome groei mogelijk zal dempen, maar met de toenemende vergrijzing is de verwachting dat de aantallen niet zullen afnemen. Belangrijke overwegingen voorafgaand aan de herijking a. Door de GR Sociaal is de relatie tussen regio en gemeente veranderd. Het primaat voor besluitvorming op het kaderbeleid is met ingang van 1 januari 2022 weer bij de gemeente gepositioneerd. De gemeente heeft meer mogelijkheden om het beleid lokaal in te kleuren, met de kanttekening dat voor de regionaal uitgevoerde taken gestreefd wordt naar zoveel mogelijk eenduidigheid. b. We differentiëren zoveel mogelijk in algemene voorzieningen om de lokale inkleuring aan de Wmo gestalte te geven.
In deze lokale structuren kan de gemeente het verschil maken voor zijn inwoners en aansluiten bij de ondersteuningsbehoefte in de eigen omgeving. c. De huidige Verordening algemene voorzieningen en Verordening maatwerkvoorzieningen zijn twee losse documenten. Het samenvoegen van beide verordeningen is helpend om tot integraal maatwerk voor de cliënt te komen. d. Een mogelijke kostenbeheersing in de Wmo zien we vooral door het, waar nodig, op orde brengen dan wel versterken van preventie, het aanbod aan algemene voorzieningen en inzet van vrijwilligers. Als normaliseren niet mogelijk is, dan kan het bieden van lichte ondersteuning via de algemene voorzieningen leiden tot voorkoming, afschaling of uitstel van maatwerkvoorzieningen. Uitgangspunt van de Wmo is "zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig". Leeswijzer Om de verordening leesbaarder te maken is ervoor gekozen te werken met een hoofdstuk- en paragraafindeling. Hierbij worden de verschillende onderdelen in hoofdstukken uitgewerkt en waar nodig zal een onderscheid worden gemaakt in paragrafen van algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. In deze vervolgnotitie worden de keuzes voor de verschillende onderdelen verder toegelicht.
2. Randvoorwaarde succesvolle uitvoering Wmo Met het integreren van de verordeningen willen we de integrale afweging van ondersteuningsvragen bevorderen. Echter, met alleen het integreren van het kaderbeleid zijn we er niet. Het is belangrijk om de medewerkers die in contact staan met de inwoners te faciliteren om hun werk in verbinding te doen. Medewerkers van de sociale dienst werken daarom een deel van de week vanuit de sociale wijkteams, zodat de afstemming op casusniveau mogelijk en vanzelfsprekend wordt. Met de vaststelling van dit document doen ze dat ook vanuit hetzelfde, gezamenlijke beleidskader. Vanuit het principe "no-wrong-door" wordt de inwoner met één of meerdere ondersteuningsvragen vanuit een breed perspectief bekeken en een eventuele oplossing integraal en in samenhang aangeboden. Daarbij gaat integraal kijken breder dan alleen de Wmo, dit beslaat alle levensdomeinen en mogelijkheden binnen het sociaal domein en waar mogelijk het brede zorglandschap. Naast het bevorderen van verbinding in de dagelijkse uitvoering, is het belangrijk om de 'Wmo-naarde-voorkant' beweging te concretiseren en te monitoren. Een aantal concrete voorzieningen waarbij Pagina 5 van 66
het voorveld een belangrijke rol kan spelen in lichte vormen van ondersteuning zijn individuele begeleiding, dagbesteding en (onderdelen van) huishoudelijke ondersteuning. Dit komt verder terug in hoofdstuk 3 van deze notitie.
3. Toelichting op de (concept)verordening Bijgevoegde conceptverordening is opgesteld op basis van ambtelijke consultatierondes bij gemeenten, de verkennende sessies in de gemeenteraden en signalen vanuit de uitvoeringspraktijk van de sociale dienst. In deze vervolgnotitie zullen we de verschillende hoofdstukken met de keuzes en de consequenties toelichten en aangeven wat mogelijke alternatieve keuzes zijn. In dit scenario ligt de nadruk op het borgen van een sluitend ondersteuningsaanbod van lokale en regionale voorzieningen. Daarbij geldt het uitganspunt: "Zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig".
3.1 Algemene bepalingen In dit hoofdstuk van de Verordening worden de begripsbepalingen, de doelgroep en de reikwijdte van de Verordening geregeld. De doelgroep van de verordening zijn de inwoners in de gemeente met een ondersteuningsvraag en mantelzorgers die mantelzorg verlenen aan een inwoner van de gemeente. Om de integrale benadering van multiprobleem vraagstukken sterker te borgen is in artikel 1.2 opgenomen dat het college zorg draagt voor een goede afstemming tussen de verschillende wetten in het sociaal domein die door de gemeente worden uitgevoerd. Deze aansluiting tussen de verschillende wetten geldt altijd, ongeacht het loket waar de inwoner zich meldt. Het sociale team4 heeft een belangrijke rol in de signalering van multiproblematiek en de domeinoverstijgende ondersteuningsvragen. In de praktijk wordt in toenemende mate de aansluiting in tussen de sociale wijkteams en de medewerkers van de sociale dienst gezocht om zo gezamenlijk tot een integraal ondersteunings-aanbod te komen. Met dit artikel geeft de gemeenteraad expliciet opdracht aan het college om hiervoor zorg te dragen. Naast de aansluiting tussen de gemeentelijke wetten van het sociaal domein wordt in de uitvoeringspraktijk ook de afstemming gezocht met de instanties die uitvoering geven aan de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg.
Deze zijn niet in de verordening opgenomen, omdat de uitvoering van deze wetten buiten de bevoegdheid van de gemeente valt.
Toegevoegd artikel 1.2 lid 3 3. Wanneer de cliënt te maken heeft met meervoudige domeinoverstijgende problematiek op het terrein van de Wet, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening draagt het college zorg voor een goede afstemming van de ondersteuning.
4
De gemeenten hanteren hun eigen term voor het sociaal (wijk)team. Na vaststelling van de vervolgnotitie door het AB, passen gemeenten deze termen nog aan naar hun lokale context.
Pagina 6 van 66
3.2 Toegang Algemene voorzieningen Algemene voorzieningen zijn in beginsel vrij toegankelijk. De gemeente doet daarvoor geen uitgebreid onderzoek. Het is wel mogelijk om voor sommige voorzieningen een specifieke doelgroep te benoemen en door middel van een lichte toets te beoordelen of de inwoner behoort tot de doelgroep van de voorziening. In de huidige verordening staat niets beschreven over de toegang tot de algemene voorzieningen. In de nieuwe verordening nemen we op dat inwoners zich voor een algemene voorziening direct kunnen melden bij de aanbieder5 van de ondersteuning. Hiermee wordt het verschil tussen de algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen duidelijk verwoord in de verordening.
Voorbeelden van algemene voorzieningen - Onafhankelijke cliëntondersteuning - Was- en strijkservice - Thuisbegeleiding - Waakvlam begeleiding - Inloopdagbesteding - ANWB-automaatje - Maaltijdvoorziening
Om een goed zicht te houden op de brede ondersteuningsvraag van de inwoner is het belangrijk om een goede samenwerking te organiseren tussen de wijkteams aan de ene kant en de aanbieders van algemene voorzieningen aan de andere kant. Het streven is om inwoners zoveel mogelijk via een verwijzer in beeld te laten komen bij de algemene voorzieningen Pieter (26) meldt zich bij het sociaal team. Hij is succesvol (bijvoorbeeld via buurtwerk, wijkteam). Tegelijk moeten algemene behandeld voor een voorzieningen laagdrempelig toegankelijk zijn en blijven. Daarom is de gameverslaving. Hij heeft, nu hij toegang via een verwijzer niet als verplichting opgenomen in de weer in zijn eigen woning woont, moeite zijn weekritme op orde te verordening. Van de aanbieder van de algemene voorziening verwachten houden en hij krijgt zijn financiën we wel dat, als de voorziening geen passende plek blijkt voor de cliënt, hij niet rond. Hij heeft een inkomen op minimumloon. Sociaal passend doorverwijst. Dit wordt niet geregeld in de verordening, maar in raadslieden kijken met hem naar subsidieafspraken tussen gemeenten en aanbieders van algemene de toeslagen en aanvullende inkomensvoorzieningen. voorzieningen.
Bovendien kan de aanbieder, als hij het gevoel heeft dat er Daarnaast leggen ze contact met meer aan de hand is (na toestemming van de inwoner) altijd een signaal de sociale dienst voor (tijdelijke) afgeven aan het sociaal team en warm doorverwijzen. ondersteuning voor het op orde brengen van zijn weekritme.
Toegevoegd artikel 2.1 1. De algemene voorziening is rechtstreeks toegankelijk zonder of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling. 2. Ingezetenen die een beroep wensen te doen op een algemene voorziening kunnen zich rechtstreeks wenden tot een aanbieder van deze voorziening.
5
Voorwaarde is dat het college zich via een overeenkomst, subsidie of anderszins verbonden heeft aan de aanbieder. Voorzieningen waaraan het college zich niet verbonden heeft, vallen buiten de bepalingen voor algemene voorzieningen in de verordening.
Pagina 7 van 66
Maatwerkvoorzieningen Het proces voor de toegang tot maatwerkvoorzieningen is in de wet vastgelegd en geregeld. Dit proces wordt in de Verordening verder uitgewerkt. Het proces maatwerkvoorziening vindt u in figuur 1. De algemene bepalingen voor de toegang en meldingsproces van de maatwerkvoorzieningen staan beschreven in hoofdstuk 2 van de verordening. In hoofdstuk 4 zijn enkele aanvullende bepalingen voor specifieke voorzieningen uitgewerkt. Melding De inwoner doet een melding dat hij een ondersteuningsvraag heeft. Iemand anders kan ook een melding doen namens de inwoner. Dit kan een familielid zijn, maar bijvoorbeeld ook een medewerker van het wijkteam, een zorgprofessional of een vrijwilliger. Deze melding wordt gedaan bij de sociale dienst. Deze melding is 'vormvrij' en kan dus op verschillende manieren gedaan worden. In de verordening is geregeld op welke manieren.
Melding
Onderzoek
• door of namens de inwoner bij de sociale dienst • mondeling/telefonisch of elektronisch • ontvangstbevestiging
• (Breed) onderzoek zoals bedoeld in artikel 2.3.2 Wmo • Aanvullende eisen voor toegangsbeoordeling per voorziening in hoofdstuk 4 Verordening • Contact met het gemeentelijke voorveld
Onderzoek Dan volgt het onderzoek zoals beschreven in artikel 2.3.2 van de wet. Het toegangsproces van de Wmo is opgeknipt in twee onderdelen: de onderzoeksfase (6 weken) en de aanvraagfase (2 weken). In de onderzoeksfase is het uitgangspunt dat een breed onderzoek wordt gedaan. In dit onderzoek wordt gekeken naar de ondersteuningsbehoefte en eventuele mogelijke oplossingen. In dit onderzoek kunnen ook bevindingen van wijkteammedewerkers en zorgprofessionals worden betrokken. Dit vergroot de integraliteit van de ondersteuning en de snelheid van het onderzoeksproces.
Verslag
Aanvraag
Besluit
• de inwoner ontvangt het onderzoeksverslag • de inwoner kan het verslag nog aanvullen of opmerkingen plaatsen
• schriftelijk door ondertekend onderzoeksverslag • budgetplan is onderdeel van de aanvraag voor een pgb • een ondersteuningsplan is onderdeel van de aanvraag • indien nodig wordt extern advies ingewonnen
• de inwoner ontvangt een beschikking • indien relevant is het ondersteuningsplan onderdeel van de beschikking • in de beschikking wordt de inwoner geïnformeerd over (duur van) de voorziening en eventuele eigen bijdrage
Figuur 1 aanvraagproces maatwerkvoorziening
In artikel 2.4 lid 3 van de verordening wordt een uitzonderingssituatie toegevoegd, namelijk als de inwoner en de ondersteuningsvraag voldoende bekend zijn bij de Wmo kan het brede onderzoek worden overgeslagen en kan de melding worden beschouwd als aanvraag. Deze bepaling is een wijziging ten opzichte van de huidige verordening met de bedoeling het meldingsproces niet onnodig belastend te maken voor de cliënt en de eventuele mantelzorger. Het overslaan van deze stap kan alleen in overleg met de cliënt worden gedaan. Vanuit de pijler van normaliseren en het uitgangspunt 'zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig' wordt eerst gekeken naar de mogelijkheden van de inwoner en diens netwerk. Als dit niet toereikend is, wordt onderzocht of cliënt een beroep kan doen Marina (41) meldt zich bij de Wmoop eventuele (voorliggende) algemene of algemeen gebruikelijke afdeling van de sociale dienst. Haar voorzieningen. Daarnaast wordt onderzocht welke ondersteuning geboden huis is een rommel en ze krijgt het niet op orde. Ze heeft ook moeite haar kan worden vanuit voorliggende voorzieningen in de Zorgverzekeringswet, kinderen op tijd op school te brengen de Jeugdwet of de Wet langdurige zorg. Tenslotte wordt bepaald of en maakt haar post al tijden niet meer open. De Wmo-consulent constateert ondersteuning nodig blijft vanuit een maatwerkvoorziening.
tijdens het huisbezoek dat er schulden zijn en ondersteuning bij de opvoeding van de kinderen nodig is. Met toestemming van de inwoner neemt de consulent contact op met het sociaal team, en de afdeling schuldhulpverlening om te komen tot een integraal ondersteuningsaanbod van algemene voorzieningen en schuldhulpverlening.
In deze onderzoeksfase, als het gaat om een lichte ondersteuningsbehoefte of dienstverlening (individuele begeleiding, dagbesteding, huishoudelijke ondersteuning en/of logeeropvang) neemt de consulent contact op met het sociaal team voor de verkenning van (deel)mogelijkheden in het voorliggend veld. Dit is opgenomen als extra bepaling voor deze voorzieningen in hoofdstuk 4 van de Verordening. In Pagina 8 van 66
het algemeen kunnen de zogenoemde dragende samenleving en voorzieningen van de sociale basis worden gezien als voorliggende oplossing voordat een maatwerkvoorziening wordt ingezet. Onderzoeksverslag Na de onderzoeksfase maakt de Wmo-consulent het onderzoeksverslag en stuurt dit naar de cliënt. De cliënt kan hierbij nog opmerkingen plaatsen of aanvullingen doen. Het verslag wordt dan mét eventuele opmerkingen en aanvullingen nogmaals met de inwoner gedeeld. Door middel van een ondertekend onderzoeksverslag kan de inwoner een aanvraag doen voor een maatwerkvoorziening. Voor sommige maatwerkvoorzieningen is een ondersteuningsplan van toepassing. Dit geldt voor huishoudelijke ondersteuning, individuele begeleiding en voor sommige vormen van dagbesteding. Als een ondersteuningsplan nodig is, wordt dit al toegevoegd bij de aanvraag. Op de aanvraag wordt een besluit genomen. Hierin worden de bevindingen uit de onderzoeksfase meegenomen. Aanvraag Voor de aanvraag van een persoonsgebonden budget moet door cliënt een budgetplan en een recente VOG van de directe hulpverlener, of in geval van een hulpmiddel een offerte, worden bijgevoegd. Dit stelt de consulent in de gelegenheid om gedurende het proces de budgetvaardigheid van cliënt te onderzoeken en zorgt voor een duidelijk en cliëntgericht aanvraagproces met een snelle doorlooptijd.
Heronderzoek en evaluatie Als cliënt ondersteuning ontvangt, vindt er periodiek een evaluatie plaats naar de geleverde ondersteuning. Bij een aflopende indicatie wordt een heronderzoek gepland om de noodzaak opnieuw te beoordelen. Voor het heronderzoek worden de stappen van het onderzoek tot en met de toekenning opnieuw doorlopen.
Toegevoegd artikel 2.4 lid 3 3. Indien de cliënt en de ondersteuningsvraag genoegzaam bekend zijn kan het college, in afwijking van het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een onderzoek. Toegevoegd artikel 2.6 lid 2 en 3 2. Bij de aanvraag voor persoonsgebonden budget voor ondersteuning in de vorm van dienstverlening overlegt de cliënt een budgetplan, een zorgplan en een verklaring omtrent gedrag van maximaal 6 maanden oud van de hulpverlener. 3. Bij de aanvraag voor persoonsgebonden budget voor ondersteuning in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing overlegt de cliënt een budgetplan en een offerte. Toegevoegd artikel 2.10 1. Na toekenning van een maatwerkvoorziening voor dienstverlenende ondersteuning wordt periodiek een evaluatie gepland om de ondersteuningsdoelen en de doelmatigheid en kwaliteit van de ondersteuning te monitoren. 2. Na toekenning van een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of aanpassing kan periodiek een evaluatie worden gepland om de doeltreffendheid van de voorziening te monitoren. 3. Indien de beschikkingsperiode afloopt en de ondersteuning nog niet is beëindigd, wordt cliënt benaderd voor een heronderzoek. 4. Voor het heronderzoek worden dezelfde stappen doorlopen als bij het reguliere onderzoeksproces zoals beschreven in artikel 2.4 tot en met 2.6. 5.
Artikel 2.7 is van overeenkomstige toepassing.
Pagina 9 van 66
3.3 Algemene voorzieningen De gemeenten kennen elk hun eigen aanbod van algemene voorzieningen. Deze omvatten in elk geval onafhankelijke cliëntondersteuning. In veel gemeenten heeft het college daarnaast ook voorzieningen ingericht in de vorm van een was- en strijkservice, inloopvoorzieningen voor dagbesteding, lichte vormen van individuele begeleiding en thuisbegeleiding. Het doel van algemene voorzieningen is, net als van maatwerkvoorzieningen, participatie en zelfredzaamheid vergroten. Na vaststelling van deze vervolgnotitie in het Algemeen Bestuur en doorgeleiding naar de colleges wordt dit gedeelte verder ingevuld door individuele gemeenten.
3.4 Maatwerkvoorzieningen Na de algemene toegangsbepalingen en het meldingsproces maatwerkvoorzieningen dat in hoofdstuk 2 is beschreven, volgen in hoofdstuk 4 de bepalingen over de toegangscriteria tot de maatwerkvoorzieningen. Eerst worden de algemene criteria voor de toekenning van een maatwerkvoorziening beschreven. Het doel van een Wmo-voorziening is altijd gericht op zelfredzaamheid en participatie. Na de algemene bepalingen worden in de verschillende artikelen aanvullende criteria voor de verschillende voorzieningen weergegeven. In de huidige verordening kennen we alleen aanvullende criteria voor wonen en individuele begeleiding. We stellen voor om dit in de nieuwe verordening uit te breiden naar alle maatwerkvoorzieningen, behalve rolstoelen. Voor deze laatste voorziening geldt dat de verstrekking zo eenduidig is dat hier geen aanvullende criteria voor nodig zijn. Het doel van deze aanvullende bepalingen is zorgen voor een duidelijk en transparant kader voor inwoners en professionals. Voor sommige voorzieningen maakt het ook de beweging van "Wmo naar de voorkant" expliciet. We bespreken per voorziening de keuze voor de aanvullende criteria.
Algemene bepalingen De achterliggende jaren is de samenwerking tussen sociale wijkteams in gemeenten en de regionale sociale dienst geïntensiveerd. De komende periode zet het college in op de versterking en verdere verbreding van deze samenwerking. Op het gebied van Wmo doen we dit onder andere door de aanwezigheid van Wmo-consulenten in het wijkteam. Ondersteuningsvraag
Figuur 2 Schema afpellen ondersteuningsvraag "zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig"
In het wettelijk beschreven onderzoek voor maatwerkvoorzieningen (artikel 2.3.2 Wmo) is uitgewerkt naar welke specifieke onderdelen de Wmo-consulent onderzoek moet doen. De consulent moet als het ware afpellen wat de ondersteuningsbehoefte van de cliënt is en welke mogelijke voorliggende oplossingen kunnen worden ingezet om in de ondersteuningsbehoefte te voorzien. In figuur 2 is dit uitgewerkt in de vorm van een trechter. De verkenning naar de oplossing begint zo licht als mogelijk, namelijk door het probleem in eigen kracht door te lossen. Als er uiteindelijk onder aan de trechter geen andere oplossing mogelijk blijkt, kan een maatwerkvoorziening worden toegekend. Hoewel vanuit de wet al geldt dat eigen kracht, algemeen gebruikelijke voorzieningen en algemene voorzieningen voorliggend zijn op maatwerkvoorzieningen, hebben we dit toch ook opgenomen in de verordening. Hiermee onderstrepen we enerzijds het belang van Pagina 10 van 66
zorgvuldig afpellen van de ondersteuningsbehoefte en de focus op normaliseren (oplossen via eigen kracht en netwerk) en anderzijds het belang van goede afstemming tussen consulenten en wijkteammedewerkers.
Individuele begeleiding Voor begeleiding is, in het kader van "Wmo naar de voorkant", de expliciete bepaling opgenomen om voor lichte vormen van individuele begeleiding eerst te kijken naar het lokale voorveld.
Femke (19) meldt zich met bij de sociale dienst. Zij is eenzaam, komt nauwelijks buiten en heeft geen sociale contacten. Femke heeft de diagnose autisme gekregen en weet niet goed wat ze ermee moet. Ze wil graag begeleiding. De Wmo-consulent schat in dat hier mogelijk met lichte ondersteuning voldoende oplossing geboden kan worden. Ze legt contact met het wijkteam en Femke start als vrijwilliger koffieschenken bij de inloopdagbesteding in het verpleeghuis in de buurt. Zij wordt begeleid door de vrijwilligers-coördinator. Zij vindt dit zo leuk dat zij besluit een opleiding te starten om als ondersteunende activiteitenbegeleidster aan de slag te gaan in het verpleeghuis.
Dit geldt in beginsel voor alle maatwerkvoorzieningen (artikel 4.2), maar niet voor alle maatwerkvoorzieningen (zoals woningaanpassingen en hulpmiddelen) is een alternatief beschikbaar in het voorveld. Voor lichte vormen van Jan (35) meldt zich bij de sociale dienstverlenende ondersteuning zoals dienst. Hij heeft moeite zijn financiën en zijn huishouden op orde te krijgen begeleiding, dagbesteding en taken op het en vindt het lastig zijn emoties te gebied van huishoudelijke ondersteuning is dit beheersen en sociale contacten aan te gaan, bovendien wacht hij op een wel het geval. In tabel 2 is de besparing per behandeling voor zijn psychische persoon per week weergegeven als een problematiek. Hij ontvangt een maatwerkvoorziening wordt voorkomen of Wajong-uitkering. Na afstemming met het sociaal team wordt intensieve uitgesteld. De investering is afhankelijk van de (subsidie)afspraken die begeleiding vanuit de gemaakt worden met de aanbieder algemene voorzieningen. In tabel 3 maatwerkvoorziening ingezet, maar wordt tegelijk gezocht naar een plek is de investering in het voorveld voor gemeenten opgenomen. Het waar hij sociale contacten op kan normaliseren van ondersteuning via het lokale voorveld levert een doen zodat de ondersteuning op termijn kan worden afgeschaald. demping op van de stijgende uitgaven voor de maatwerkvoorzieningen.
Aan de andere kant heeft het betrekken van het sociaal team impact op de inzet die vanuit het lokale veld nodig is. Dit zal een investering vragen in het lokale voorveld en de inzet van het sociaal team. Om een inschatting te maken van de noodzakelijke inzet van het sociaal team per jaar, is in tabel 4 het aantal nieuwe indicaties per jaar weergegeven. Naast het trechteren van de mogelijk lichtere oplossingen wordt bij individuele begeleiding ook onderzocht of de ondersteuningsvraag kan worden opgelost met dagbesteding. Dit is de concrete invulling van de bepaling dat het college de goedkoopst passende ondersteuning inzet om de inwoner te compenseren (artikel 4.2 Verordening). Als het resultaat ook kan worden bereikt met groepsbegeleiding – ofwel dagbesteding – is deze voorziening voorliggend op de inzet van individuele begeleiding. Aantal cliënten 20221
Individuele begeleiding6
Waakvlam (IB0)
Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal
189 1769 172 243 321 328 583 35502
7 112 7 12 19 19 40 215
Lichte begeleiding (IB1) 89 813 86 112 164 146 273 1663
Midden begeleiding (IB2) 68 707 83 105 119 123 251 1436
Zware begeleiding (IB3) 31 229 18 25 47 58 75 474
Tabel 1 Aantal unieke cliënten in heel 2022
6
Het totaal is hoger dan de som van IB0 t/m IB3. Dit wordt veroorzaakt door enkele vormen van specialistische begeleiding, en begeleiding via een pgb die niet in het overzicht staan uitgesplitst.
Pagina 11 van 66
Voorziening Waakvlam Lichte vormen van begeleiding
Voorkomen maatwerkvoorziening Individuele begeleiding 0 Individuele begeleiding 1
Besparing per persoon per week € 25,30 per week7 € 102,20 per week
Besparing per persoon per jaar € 1315,60 per jaar € 5314,40 per jaar
Individuele begeleiding 2
€ 221,34 per week
€ 11.509,68 per jaar
Tabel 2 Tarieven maatwerkvoorziening
Voor lichte vormen van begeleiding geldt dat zij in sommige gevallen kunnen worden vervangen door algemene voorzieningen. Voor Individuele begeleiding 1 (toezicht en stimuleren) geldt een gemiddelde trajectduur van ruim 1 jaar. Daarbij moeten we wel rekening houden met een brede spreiding en is de inzet bij de doelgroep lichtverstandelijke beperking (LVB) gemiddeld langer. De mogelijke inzet en kosten van begeleiding vanuit de algemene voorziening is weergegeven in tabel 3. Voorziening
Waakvlam Lichte vormen van begeleiding
Algemene voorziening
Investering per fte per jaar8
Rendabel vanaf X aantal cliënten per jaar voor IB1
Rendabel vanaf X aantal cliënten per jaar voor IB2
Thuisbegeleiding Hbo Sociaal werker Thuisbegeleiding Mbo
€ 108.410
21 cliënten
10 cliënten
€ 88.828
17 cliënten
8 cliënten
Tabel 3 Tarieven algemene voorziening Aantal nieuwe9 indicaties 2022 Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht
Begeleiding (waakvlam, IB0)
Begeleiding (licht, IB1)
0 5 0 0 1 0 0
18 207 24 30 31 45 74
Begeleiding (midden, IB2) 21 290 34 47 29 54 113
Tabel 4 Aantal nieuwe indicaties lichte individuele begeleiding per jaar
Toegevoegd artikel 4.3 lid 2 2. Een voorziening voor lichte vormen van individuele begeleiding kan niet worden toegekend voordat is vastgesteld dat de ondersteuning vanuit de algemene voorzieningen, maatschappelijke initiatieven of het eigen netwerk niet toereikend is.
Dagbesteding Voor dagbesteding geldt dat in veel gemeenten inloopvoorzieningen en vrijwilligerswerk aanwezig zijn. In sommige gevallen kan een indicatie voor maatwerkvoorziening dagbesteding voorkomen worden als de inwoner gebruik kan maken van een inloopvoorziening of vrijwilligerswerk/participatiewerk kan verrichten. Voor jongere cliënten met ontwikkelingspotentieel geldt dat een participatietraject soms passender is dan dagbesteding. In die gevallen wordt geen indicatie voor dagbesteding afgegeven. Dagbesteding vanuit de maatwerkvoorziening kent twee mogelijke gronden. Enerzijds de individuele ondersteuningsvraag van de cliënt. De doelen van de ondersteuning zijn dan gericht op zelfredzaamheid, participatie of het vertragen van het proces van achteruitgang. Anderzijds kan een 7
Vast tarief dat is gebaseerd op een gemiddelde ureninzet, opgebouwd volgens de eisen van de "AMvB Reële prijs". Dit zijn indicatieve bedragen vanuit één Drechtstedengemeente. Na doorgeleiding door AB zal dit in elke gemeente specifiek worden ingevuld. 9 Dit betreft zowel de eerste indicaties als de herindicaties. 8
Pagina 12 van 66
voorziening voor dagbesteding worden toegekend ter ontlasting van de mantelzorger. Dit onderscheid is niet altijd scherp te maken, en er kan ook sprake zijn van een combinatie van toekenningsgronden. Van de doelgroep 75+ met een dagbestedingsindicatie is 47% gehuwd (349 cliënten). Dit is 22% van het totale aantal cliënten van 155710. We kunnen niet onderscheiden welke indicaties zijn afgegeven ter ontlasting van de mantelzorger en welke op grond van de individuele ondersteuningsvraag van de inwoner. We kunnen wel zien hoeveel cliënten gehuwd zijn, dus waarbij de dagbesteding ook een rol kan spelen in de ontlasting van de partner. Toegevoegd artikel 4.4 1. Een cliënt kan in aanmerking komen voor dagbesteding als a. de cliënt als gevolg van een beperking of specifieke omstandigheid onvoldoende in staat is om zelf of met behulp van zijn netwerk zinvolle tijdsinvulling met sociale contacten of deelname aan het maatschappelijk verkeer te organiseren, of b. er sprake is van een beperking of specifieke omstandigheid, waardoor gedurende de dagbesteding deskundigheid vereist is, of c. overbelasting van mantelzorgers daardoor wordt voorkomen. 2. Een voorziening voor dagbesteding kan niet worden toegekend voordat is vastgesteld dat de ondersteuning vanuit de algemene voorzieningen, maatschappelijke initiatieven of het eigen netwerk niet toereikend is. 3.
Indien meerdere opties voor passende dagbesteding beschikbaar zijn, wordt gekozen voor de dichtstbijzijnde passende locatie.
De beweging van "Wmo naar de voorkant" voor dagbesteding kan worden gerealiseerd met bijvoorbeeld een inloopvoorziening voor ouderen, een Odensehuis of een inloop GGZ. De inloopvoorzieningen voor ouderen zullen vooral een dempend effect hebben op het gebruik van belevingsgerichte dagbesteding. Aantal cliënten 2022
Dagbesteding
75+ Aantal
Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal
103 639 130 133 170 168 226 155711
55 248 67 74 80 94 116 739
% van totaal 53% 39% 52% 56% 47% 56% 51% 47%
75+ en gehuwd Aantal % van totaal 75+ 25 45% 114 46% 27 40% 42 57% 37 46% 54 57% 50 43% 349 47%
Tabel 5 Aantal cliënten dagbesteding in 2022, gefilterd op 75+ en gehuwd
Voorziening
Voorkomen maatwerkvoorziening
Besparing per persoon per week
Besparing per persoon per dag
Dagbesteding
Belevingsgerichte dagbesteding
€ 43,39 per dagdeel
€ 86,78 per dag
Arbeidsmatige dagbesteding
€ 44,38 per dagdeel
€ 88,76 per dag
Ontwikkelingsgerichte dagbesteding
€ 48,81 per dagdeel
€ 97,68 per dag
Tabel 6 Tarieven maatwerkvoorziening dagbesteding
10
Dit betreft het totale aantal cliënten dagbesteding in heel 2022. Het totaal is lager dan de opgetelde aantallen per gemeente. Dit wordt veroorzaakt door verhuizingen tussen de gemeenten in het lopende jaar. 11
Pagina 13 van 66
Aantal nieuwe indicaties 2022 Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht
Dagbesteding 38 263 65 50 61 70 85
Tabel 7 Aantal nieuwe indicaties dagbesteding per jaar
Voorziening
Algemene voorziening
Inloopvoorziening of Dagbesteding light
Ouderen/geheugenproblemen (Odensehuis) Ouderen Inloop GGZ
Investering per fte per jaar
€ 24.00012 € 96.90814
Rendabel vanaf X aantal cliënten per jaar voor DB
313 715
Tabel 8 Tarieven algemene voorziening dagbesteding
Hulp bij het huishouden Als er een langdurige, intensieve ondersteuningsbehoefte is op het gebied van huishouden zal de voorziening hulp bij het huishouden in veel gevallen via een maatwerkvoorziening worden verstrekt. Sommige gemeenten hebben voor onderdelen van de huishoudelijke ondersteuning een algemene voorziening ingericht. In die gevallen wordt minder ondersteuning ingezet vanuit de maatwerkvoorziening. Op dit moment is de huishoudelijke ondersteuning ingekocht als een totaalarrangement. Bij nieuwe contractering zal de voorziening anders worden vormgegeven en zal met verschillende modules worden gewerkt, waardoor de afschaling ook een financieel effect in de bekostiging zal hebben. In de startnotitie hebben we beschreven dat de ontwikkelingen rondom het resultaatgericht indiceren 16 van invloed zijn op de nieuwe contractering. Inmiddels heeft de staatssecretaris bekend gemaakt dat hij geen wetsvoorstel zal indienen om resultaatgericht indiceren mogelijk te maken. De komende periode gaan we de gevolgen van dit besluit vertalen naar een plan voor nieuwe contractering. In een nieuw contract zal waarschijnlijk gewerkt gaan worden met een basismodule, waarin de basis huishoudelijke werkzaamheden (schoonmaken) zijn opgenomen. Daarnaast zullen plusmodules worden ingericht zoals een maaltijdvoorziening, boodschappenservice of de was- en strijkservice.
De basismodule zal, vanwege de omvang van de populatie en de ondersteuningsvraag, over het algemeen via een maatwerkvoorziening worden ingevuld. Maar de plusmodules kunnen in veel gemeenten via een algemene voorziening of algemeen gebruikelijke voorziening worden ingevuld. Als een inwoner gebruik kan maken van een algemene voorziening of een algemeen gebruikelijke voorziening, zal geen maatwerkmodule voor deze ondersteuning worden verstrekt.
12
Subsidie voor 2 dagen per week van 10.00 tot 15.30 uur. Bij 2 dagen per week belevingsgerichte dagbesteding zijn de kosten op jaarbasis € 9.025 per cliënt. Als drie cliënten niet instromen in een maatwerkvoorziening, is de voorziening financieel rendabel. 14 Subsidie voor 3 dagen per week 2 medewerkers. 15 Bij 3 dagen per week arbeidsmatige dagbesteding zijn de kosten op jaarbasis € 13.800 per cliënt. Als zeven cliënten niet instromen in een maatwerkvoorziening, is de voorziening financieel rendabel. 16 In de Drechtsteden is het inkoopmodel gebaseerd op een Resultaatgerichte bekostigingssystematiek. Deze systematiek (in andere uitwerkingsvorm dan de Drechtsteden) is door de Centrale Raad van Beroep bestempeld als strijdig met het rechtszekerheidsbeginsel. Het Rijk heeft besloten dit niet te repareren via een wetswijziging. Er zal daarom een verkenning worden gestart naar een ander inkoopmodel. Mogelijk zal dit leiden tot een kostenstijging voor huishoudelijke ondersteuning de komende jaren. 13
Pagina 14 van 66
Naast de lichtere voorzieningen is het soms ook mogelijk dat de inwoner zelf nog herstelvermogen heeft. Vanuit de pijler Preventie kan via reablement17 eerst worden onderzocht of het mogelijk is om, met bijvoorbeeld ergotherapie of fysiotherapie, het huishouden weer zelfstandig op te pakken. Het zo lang mogelijk oppakken van taken in het huishouden helpt om langer fit en zelfstandig te blijven. Bij deze afweging is het belangrijk om onderscheid te maken tussen progressieve aandoeningen en ouderdomsklachten. Inwoners die op grond van hun aandoening naar verwachting blijvend ondersteuning nodig hebben, moeten deze zo snel als mogelijk krijgen. Voor inwoners waar mogelijk herstel een preventieve oplossing biedt, worden eerst interventies gericht op herstel ingezet. Voorkomen maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning
Besparing per persoon per week € 60,51
Besparing per persoon per jaar € 3146,52
Tabel 7 Tarieven maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning
Aantal nieuwe indicaties 202218 Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht
Huishoudelijke ondersteuning 226 1655 185 384 448 384 817
Tabel 8 Aantal nieuwe indicaties huishoudelijke ondersteuning per jaar
Toegevoegd Artikel 4.5 Huishoudelijke ondersteuning 1. Onverminderd artikel 2.3.5 lid 3 van de wet kan een cliënt alleen in aanmerking komen voor huishoudelijke ondersteuning indien de cliënt wegens een beperking niet in staat is om huishoudelijke taken zelfstandig te verrichten of deze opnieuw aan te leren. 2. Het schoonhouden en/of schoonmaken van de buitenkant van de woning, zoals het ramen lappen aan de buitenkant en het onderhouden van de tuin, maken geen deel uit van de huishoudelijke ondersteuning.
Logeeropvang of kortdurend verblijf (respijtzorg) Logeeropvang is een voorziening die verstrekt kan worden als algemene voorziening Wmo, maatwerkvoorziening Wmo, voorziening op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of voorziening op grond van de Wlz. Deze voorziening wordt vooral ingezet om overbelasting van de mantelzorger te voorkomen. Er zijn geen individuele en cliëntgerichte doelen bij deze vorm van ondersteuning. Indien er sprake is van individuele ondersteuningsdoelen waarvoor een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, zal individuele begeleiding worden ingezet. In de huidige verordening is niets opgenomen over de omvang van de logeeropvang. In de beleidsregels is geregeld dat maximaal twee etmalen per week kunnen worden ingezet. In lijn met andere gemeenten is dit aangepast naar maximaal drie etmalen per week en de bepaling is verplaatst naar de verordening. In de uitvoeringspraktijk zoeken we eerst naar mogelijkheden in het eigen netwerk. Dit zal bij overbelaste mantelzorgers vaak lastig zijn. Als een voorziening noodzakelijk is, zorgen we voor contact tussen wijkteammedewerkers, Wmo-consulenten, medewerkers van het kennisloket VGZ en
17
Reablement is een manier om samen met een oudere te werken aan herstel van zijn leven en zelfredzaamheid. Het heeft als doel om mensen zo onafhankelijk mogelijk te maken van zorg. Met als uitgangspunt: zoveel mogelijk en zo lang mogelijk (weer) zelf blijven doen (vng.nl). De kosten hiervoor kunnen op dit moment nog niet worden doorgerekend. 18 Dit cijfers omvat zowel nieuwe indicaties als herindicaties.
Pagina 15 van 66
contactpersonen bij het CIZ, zodat cliënten niet van het bekende kastje naar de muur gestuurd worden. Vanuit de beweging van "Wmo naar de voorkant" wordt gezocht naar mogelijkheden om deze ondersteuning door middel van een algemene voorziening beschikbaar te maken. Mantelzorgers wachten vaak lang met het zoeken van hulp. Als zij eenmaal zijn aangewezen op een voorziening voor logeeropvang, ervaren zij het indicatietraject voor een maatwerkvoorziening als belastend en intensief. De ondersteuning is meestal met onmiddellijke ingang nodig om te voorkomen dat de mantelzorger uitvalt. Het inrichten van een lokale voorziening die zonder indicatiestelling toegankelijk is, wordt als prettig ervaren door mantelzorgers. Gezien de hoge kosten voor deze algemene voorziening (i.v.m. beschikbaar houden van een bed) is het niet altijd mogelijk om als gemeente een bed te bekostigen. Dit thema behoeft nog verdere uitwerking door gemeenten, al dan niet in gezamenlijkheid.
Aantal cliënten 2022 Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht
Kortdurend verblijf / logeeropvang Maatwerkvoorziening 0 10 0 0 0 0 1
Kortdurend verblijf algemene voorziening
Respijt thuis
48 1019
Tabel 11
Aantal cliënten maatwerkvoorziening en algemene voorziening Kortdurend verblijf
Toegevoegd Artikel 4.6 Logeeropvang of kortdurend verblijf 1. Een cliënt kan in aanmerking komen voor logeeropvang of kortdurend verblijf, terugkerend met een maximum van gemiddeld 3 etmalen per week of aaneengesloten, als er zonder de inzet hiervan overbelasting van de mantelzorger dreigt of in onverwachte situaties en a. de cliënt langdurig is aangewezen op meer dan gebruikelijke hulp, en b. ondersteuning vanuit de algemene voorziening voor respijtzorg, dagbesteding en ambulante ondersteuning niet voldoende oplossing bieden, en c. de cliënt geen aanspraak kan maken op de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg om de overbelasting te voorkomen. 2. Een voorziening voor logeeropvang of kortdurend verblijf kan niet worden toegekend voordat is vastgesteld dat de ondersteuning vanuit de algemene voorzieningen, maatschappelijke initiatieven of het eigen netwerk niet toereikend is.
Woonvoorzieningen Voor woonvoorzieningen kent de huidige verordening al aanvullende criteria. Deze criteria zijn overgenomen in de nieuwe verordening. Hierop is een aanvulling gedaan voor het aanvragen van een verhuiskostenvergoeding met terugwerkende kracht. Verhuiskostenvergoeding is de vergoeding die inwoners kunnen ontvangen als er sprake is van een verhuizing die het gevolg is van hun beperkingen. Het kan bestaan uit bijvoorbeeld de kosten voor het verhuistransport of uit de kosten voor dubbele huur. Als toegevoegde bepaling is opgenomen dat op het moment dat de kosten voorafgaand aan het moment van beschikken zijn gemaakt en niet kan worden vastgesteld dat dit de goedkoopst passende voorziening was, de cliënt geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening voor verhuiskostenvergoeding.
19
Verwacht aantal in 2023
Pagina 16 van 66
In de huidige verordening is het primaat van verhuizen opgenomen als apart artikel. In de nieuwe verordening hebben we dit losse artikel over het primaat van verhuizen opgenomen in het artikel over de woonvoorzieningen. Gemeenten hebben daarnaast de opdracht van het Rijk om een woonzorgvisie op te stellen. Hierin is ruimte om nader richting mee te geven aan de uitvoering voor het verstrekken van woonvoorzieningen. In de woonzorgvisie kan bijvoorbeeld aandacht worden besteed aan maatregelen ter voorkoming van de noodzaak van individuele woningaanpassingen door strengere toetsing van nieuwbouw op de criteria voor levensloopbestendig en aanpasbaar bouwen.
Aantal indicaties 2022 Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht
Verhuiskostenvergoeding 0 46 0 1 2 2 7
Tabel 12 Aantal cliënten verhuiskostenvergoeding
Toegevoegd Artikel 4.7 lid 1 sub a en lid 2 1. Er bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening ter compensatie van door een cliënt ondervonden beperkingen in het normale gebruik van de woning en/of het zich verplaatsen in en om de woning indien: a. de aanvraag betrekking heeft op verhuiskosten die de cliënt voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de maatwerkvoorziening noodzakelijk is en als goedkoopst passend aan te merken valt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen bij het normale gebruik van de woning en het zich verplaatsen in de woning kan het college het primaat van verhuizen toepassen.
Vervoer Voor het vervoer kennen we vervoersvoorzieningen, zoals scootmobielen en aangepaste fietsen, maar ook taxivervoer, waaronder ook het collectief vervoer van de Drechthopper valt. We zien dat de vervoersvoorzieningen in de praktijk onder druk staan. In de eerste plaats zien we dit bij het collectief vervoer. Door de krapte op de arbeidsmarkt is er een gebrek aan chauffeurs, waardoor een beperkte capaciteit aan vervoersbewegingen geboden kan worden. In november 2022 zijn tijdelijke maatregelen genomen om de punctualiteit van het vervoer te verhogen. Daarnaast zijn structurele maatregelen nodig om de continuïteit van het doelgroepenvervoer in de toekomst te waarborgen. Een aantal knoppen om aan te draaien worden geregeld in de verordening. Hierbij kan gedacht worden aan het verlagen van het maximum aantal kilometers dat jaarlijks gereisd kan worden, maar ook het differentiëren in eigen bijdrage. Deze laatste wordt geregeld in hoofdstuk 5 van de Verordening. Om de kosten voor het vervoer in de hand te houden, kennen we (sinds lange tijd) het primaat van het collectief vervoer. Dit is geen wijziging ten opzichte van de huidige verordening. Deze bepaling is in de nieuwe verordening slechts verplaatst naar het artikel over vervoer.
Pagina 17 van 66
Het aantal kilometers dat cliënten, onder de huidige verordening, kunnen reizen is 2000 km per jaar. Op basis van jurisprudentie20 is in beginsel een maximum van 1500 km voldoende om in de dagelijkse vervoersbehoefte te kunnen voorzien. We adviseren om dit, in lijn met de jurisprudentie, te maximeren op 1500 km per jaar. In individuele gevallen kan hiervan worden afgeweken als de individuele vervoersbehoefte aantoonbaar hoger of lager is dan 1500 km. Aantal reizigers 2022
Totaal Actief
>1.500
>2.000
% >1.500
% >2.000
Alblasserdam
421
9
2
2,1%
0,5%
Dordrecht
2.870
47
22
1,6%
0,8%
Hardinxveld-Giessendam
344
5
1
1,5%
0,3%
Hendrik-Ido-Ambacht
602
18
7
3,0%
1,2%
Papendrecht
869
16
7
1,8%
0,8%
Sliedrecht
953
13
6
1,4%
0,6%
Zwijndrecht
1.344
29
12
2,2%
0,9%
Tabel 13 Aantal reizigers Drechthopper die meer dan 1500 km en meer dan 2000 km reizen (bron: Stroomlijn)
Het maximum aantal kilometers heeft invloed op het gebruik van het collectief vervoer, maar dit zal naar verwachting beperkt zijn. Een klein aandeel van de reizigers reist meer dan 1500 km per jaar. Het heeft echter ook invloed op de hoogte van de totale taxikostenvergoeding per jaar. Deze doorrekening is verder uitgewerkt onder het hoofdstuk over de hoogte van het persoonsgebonden budget (tabel 19, pagina 22).
Aantal cliënten
Aantal cliënten
Taxikosten 2022
Rolstoeltaxi 2022
Financiële impact taxikosten
Financieel effect verschil 1500 en 2000 km
Financieel effect t.o.v. oude taxikosten
Alblasserdam
1
1
€ 4.179,08
€ 13.457,05
Dordrecht
16
11
€ 54.879,08
€ 177.104,15
Hardinxveld-Giessendam
2
2
€ 8.358,16
€ 26.914,09
Hendrik-Ido-Ambacht
8
0
€ 14.254,74
€ 46.522,63
Papendrecht
5
0
€ 8.909,21
€ 29.076,64
Sliedrecht
10
1
€ 20.215,66
€ 65.795,00
Zwijndrecht
12
1
€ 23.779,34
€ 77.425,66
Tabel 14 Doorrekening knoppen taxikostenvergoeding
20
ECLI:NL:CRVB:2012:BV7463
Pagina 18 van 66
Vanuit de behoefte om de ondersteuning zoveel mogelijk te normaliseren, is aanvullend opgenomen dat het reguliere openbaar vervoer voorliggend is op het verstrekken van een vervoersvoorziening vanuit de Wmo.
Toegevoegd Artikel 4.8 Vervoer 1. Het college kent geen vervoersvoorziening toe als a. de cliënt redelijkerwijs in staat is zelfstandig het openbaar vervoer te bereiken en te gebruiken of dit (opnieuw) aan kan leren of b. de cliënt door gebruik van de in hoofdstuk 3 genoemde algemene vervoersvoorzieningen in zijn vervoersbehoefte kan voorzien. 2. Een te verstrekken maatwerkvoorziening voor vervoer ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie stelt de cliënt in staat zich lokaal te verplaatsen met een omvang van maximaal 1500 kilometer per jaar. 3. Bij het verstrekken van een vervoersvoorziening kan het college het primaat van het collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur hanteren.
Naast het collectief vervoer is er een toenemende problematiek bij de stalling van scootmobielen. Een van de randvoorwaarden om een scootmobiel te verstrekken is dat het hulpmiddel kan worden gestald in een overdekte ruimte, met stroomvoorziening. Als deze ruimte niet aanwezig is, moet deze vanuit de Wmo worden gerealiseerd. In een toenemend aantal gevallen blijkt het bouwkundig niet mogelijk om in de nabijheid van de woning van cliënt een stalling te realiseren. Dit zien we vooral bij (oudere) appartementencomplexen waarin veel ouderen wonen. Het aantal scootmobielen neemt daar toe, terwijl veel bergingen niet aanpasbaar zijn door te krappe draaicirkels. Dit is geen probleem dat via de verordening kan worden opgelost, maar we adviseren om deze problematiek mee te nemen in de woonzorgvisie die in 2023 door elke gemeente moet worden opgesteld.