CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening Sociaal Domein Dordrecht.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 10 maart 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 39: Vaststellen verordening sociaal domein Dordrecht - Raadsvoorstel29.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Artikel 7.3 Dordtse Adviesraad Sociaal 1. 2. 3.

Er is een adviesraad die gevraagd en ongevraagd adviseert aan het college en de gemeenteraad over het beleid betreffende de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet. De Adviesraad bestaat uit maximaal 16 leden, inclusief de voorzitter. De samenstelling bestaat uit een mix van ervarings- en beleidsdeskundigen met een breed netwerk. De adviesraad is met tenminste één lid vertegenwoordigd in de Regionale Adviesraad Sociaal.

Artikel 7.4 Taken Dordtse Adviesraad Sociaal 1.

2. 3. 4. 5.

De Dordtse Adviesraad Sociaal adviseert gevraagd en ongevraagd over alle onderwerpen die het beleid, de uitvoering, de controle, de evaluatie, de dienstverlening en kwaliteit betreffen met betrekking tot het sociaal domein op het gebied van de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet; onder beleid wordt in dit verband verstaan: verordeningen en beleidsplannen, nadere regels en beleidsregels. Tot in het eerste lid genoemde onderwerpen horen niet klachten, bezwaarschriften en andere zaken die op individuele cliënten betrekking hebben. De Dordtse Adviesraad Sociaal krijgt tijdig en op verzoek alle informatie die het voor de uitoefening van haar taken nodig heeft. De Dordtse Adviesraad Sociaal richt haar advies aan de verantwoordelijk wethouder. Op ieder advies ontvangt de Dordtse Adviesraad Sociaal een schriftelijke en gemotiveerde reactie van het college.

Artikel 7.5 Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden Er is een adviesraad die adviseert aan het college en de gemeenteraad over het beleid betreffende de Participatiewet, algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen (Wmo).

Artikel 7.6 Taken Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden

5 5

1.

2. 3.

4.

5. 6.

7. 8.

De Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden, zoals ingesteld bij besluit van 14 september 2023, adviseert het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur gevraagd en ongevraagd: a. over alle onderwerpen die het beleid, de uitvoering, de controle, de evaluatie, de dienstverlening en kwaliteit betreffen met betrekking tot het sociaal domein op het gebied van werk en inkomen en Wmo-maatwerkvoorzieningen; onder beleid wordt in dit verband verstaan: verordeningen en beleidsplannen, nadere regels en beleidsregels die regionaal door de GRS worden uitgevoerd. b. bij het ontwikkelen en aanpassen van de informatievoorziening aan de cliënt, zoals voorlichtingsmateriaal. De Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden krijgt tijdig en op verzoek alle informatie die het voor de uitoefening van haar taken nodig heeft. Een advies van de Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden wordt via de directie voor de eerstvolgende, uiterlijk de daaropvolgende vergadering van het Dagelijks Bestuur of Algemeen Bestuur uitgebracht. Wanneer de directie, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur afwijkt van het advies van de Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden, wordt dit bij het definitieve voorstel vermeld. De Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden ontvangt op ieder advies een schriftelijke en gemotiveerde reactie van het Dagelijks Bestuur of Algemeen Bestuur.

De Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden kan ter uitvoering van haar taken een beroep doen op de deskundigheid bij de Sociale Dienst Drechtsteden, zelfstandig onderzoeken doen of laten doen, interne en externe deskundigen raadplegen, werkgroepen instellen waarin ook niet-leden kunnen deelnemen en activiteiten ontplooien om de betrokkenheid van cliënten te bevorderen. Tot in het eerste lid genoemde onderwerpen horen niet klachten, bezwaarschriften en andere zaken die op individuele cliënten betrekking hebben. De Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden adviseert evenmin over de uitvoering van wettelijke voorschriften voor zover bij de uitvoering geen ruimte is gelaten voor gemeentelijk beleid.

Artikel 7.7 Samenstelling Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden 1.

2.

3.

4. 5.

De Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden, zoals ingesteld bij besluit van 14 september 2023, bestaat uit de onafhankelijke voorzitter en minimaal 6 leden en maximaal 12 leden, met ten minste leden uit de lokale cliëntenraden, waarbij iedere lokale cliëntenraad van de Drechtstedengemeenten één lid afvaardigt. Die leden kunnen worden aangevuld met ervaringsdeskundigen. Van het lidmaatschap en voorzitterschap van de Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden zijn uitgesloten raadsleden van de Drechtstedengemeenten, medewerkers van het Openbaar Lichaam Sociaal, medewerkers van de daarbij aangesloten gemeenten, leden van het Dagelijks Bestuur, leden van het Algemeen Bestuur en personen die op andere wijze bij het bestuur van het Openbaar Lichaam Sociaal of de Drechtstedengemeenten zijn betrokken. Leden van de Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden die in een traject in het kader van arbeidsinschakeling ingevolge de wet, de Wsw, de lOAZ, of de IOAW zitten, of daar in geplaatst worden tijdens hun lidmaatschap, krijgen de gelegenheid dit traject te combineren met een volwaardig lidmaatschap van de Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden. Bij de inrichting van het traject wordt daarmee rekening gehouden. Voor de leden kunnen plaatsvervangers worden aangewezen.

Het Algemeen Bestuur benoemt op basis van een zwaarwegende voordracht van de Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden de leden van de Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden.

Artikel 7.8 Reglement Het Algemeen Bestuur stelt, onverminderd de artikelen 7.6 en 7.7 een nader reglement voor de Regionale Adviesraad Sociaal Drechtsteden vast.

5 6

Hoofdstuk 8. Kritiek op de uitvoering, evaluatie en monitoring De gemeente voert het beleid en de wetten zo goed mogelijk uit. Dit hoofdstuk beschrijft hoe de gemeente het beleid evalueert en monitort, maar ook wat inwoners kunnen doen als ze het niet eens zijn met de aanpak of een besluit van de gemeente. Zij kunnen dan een klacht en/of bezwaarschrift indienen.

Artikel 8.1 Klachtregeling [Jeugdwet, Participatiewet, Wmo] Het college heeft een regeling vastgesteld voor de afhandeling van klachten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen zoals bedoeld in deze verordening.

Artikel 8.2 Klachten over andere personen of organisaties [WMO, Jeugdwet] 1. Iedere aanbieder heeft een regeling voor afhandeling van klachten van cliënten. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders.

Artikel 8.3 Bezwaar Als de gemeente een besluit neemt, informeert de gemeente de inwoner over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit en eventueel beroep kan worden ingesteld. Die regels staan in de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 8.4 Evaluatie en monitoring 1. 2.

Evaluatie van het door het college gevoerde beleid vindt plaats via de reguliere bestuursrapportages, of op verzoek van de gemeenteraad. Ten behoeve van de evaluatie van de Jeugdhulp verzamelt het college systematisch informatie bij relevante betrokkenen over de uitvoering en het proces, waaronder: a. het aantal jeugdigen met jeugdhulp (totaal en per type jeugdhulp); b. de kosten van jeugdhulp (totaal, gemiddeld per cliënt, gemiddeld per type jeugdhulp); c. het aantal verwijzingen (per type verwijzer); d. de verhouding tussen Zorg in natura en pgb; e. cliënttevredenheid.

5 7

Hoofdstuk 9. Begrippen en afkortingen In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. In deze verordening worden begrippen op twee niveaus toegelicht. Per hoofdstuk worden specifieke begrippen toegelicht die relevant zijn voor de toepassing van dat hoofdstuk. Daarnaast is bij dit hoofdstuk 9 een algemene begrippenlijst opgenomen waarin termen worden gedefinieerd die door de gehele verordening heen worden gebruikt. Algemeen bestuur Algemene voorziening

het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam Sociaal voorziening waarvoor het college geen beschikking afgeeft en die voorliggend is op maatwerkvoorzieningen (Wmo) en individuele voorzieningen (Jeugdwet)

Andere voorziening

voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen

Bijdrage

een eigen bijdrage die de client is verschuldigd voor de geleverde ondersteuning of dienst

Bijstand

het recht op de bijstandsnorm

Budgetbeheerder

wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde van de budgethouder

Budgethouder

persoon die een pgb ontvangt op grond van de Jeugdwet en/of de Wmo

Budgetplan

verplicht door de cliënt in te dienen plan waarin ten minste staat beschreven welke zorg of ondersteuning hij wil inkopen met het pgb, wie daarvoor wordt ingeschakeld, welke resultaten hij met de ondersteuning wil bereiken en wat de kosten zijn per ondersteuner.

Collectieve voorziening

een maatwerkvoorziening die individueel wordt verstrekt maar door meerdere personen tegelijk gebruikt kan worden

College

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht

Dagelijks bestuur Draagkracht

Draaglast

Drechtsteden

het Dagelijks Bestuur van het Openbaar Lichaam Sociaal de fysieke, psychische en sociale (niet de financiële) vermogens waarover een persoon of huishouden beschikt om dagelijkse zorgtaken en problemen zelfstandig of met hulp uit het eigen netwerk aan te kunnen. Dit omvat onder meer de gebruikelijke zorg die ouders of huisgenoten bieden aan minderjarige kinderen, ook in situaties waarin sprake is van ziekte, beperking of aandoening de totale hoeveelheid fysieke, psychische en sociale belasting die op een persoon of huishouden rust, inclusief het vermogen te voorzien in een inkomen, als gevolg van omstandigheden, gebeurtenissen of verantwoordelijkheden die aandacht, energie of aanpassing vragen. De draaglast omvat zowel structurele taken als plotselinge of ingrijpende gebeurtenissen die de beschikbare draagkracht op de proef stellen Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht

Inwoner

degene die als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven

Kosteloze, onafhankelijke

onafhankelijke cliëntenondersteuning met informatie,

5 8

cliëntenondersteuning

advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen

Lokaal team

op gebiedsniveau georganiseerd, multidisciplinair team dat zorgdraagt voor de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening

Persoonsgebonden budget (pgb)

een geldbedrag dat door de gemeente wordt verstrekt aan een inwoner, jeugdige of zijn ouder(s), waarmee zij zelf zorg, ondersteuning of voorzieningen kunnen inkopen die passen bij hun hulpvraag

Persoonlijk minimabudget (PMB)

de individuele inkomenstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet

Pgb-leverancier

de leverancier, zorgorganisatie en/of hulpverlener die via een persoonsgebonden budget een maatwerkvoorziening of individuele voorziening verstrekt of verleent

Sociale Dienst Drechtsteden

de organisatie die voor inwoners in de Drechtstedengemeenten voor wat betreft de wet Maatschappelijke ondersteuning de maatwerkvoorzieningen uitvoert, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Voorliggende voorziening

een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling

Voorziening in natura

een maatwerkvoorziening die in eigendom, in bruikleen of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt

Wet

De Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hoofdstuk 3) Participatiewet (hoofdstuk 4), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (hoofdstuk 5), de Jeugdwet (hoofdstuk 6)

5 9

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. In dit hoofdstuk staat dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit nodig is. Verder wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening sociaal domein en wanneer deze verordening ingaat.

Artikel 10.1 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de inwoner afwijken van de bepalingen in deze verordening, wanneer toepassing van deze verordening of van de hieruit voortvloeiende nadere regels, leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 10.2 Intrekken oude verordeningen De integrale verordening sociaal domein Dordrecht komt in plaats van onderstaande verordeningen. Daarom worden onderstaande verordeningen ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van de integrale verordening sociaal domein Dordrecht per 1 april 2026.  De verordening maatschappelijke ondersteuning Dordrecht vastgesteld op 7 november 2023;  De verordening werk en inkomen Dordrecht vastgesteld op 26 november 2024;  De verordening persoonlijk minimabudget Dordrecht vastgesteld op 29 november 2022;.  De verordening beslistermijn schuldhulpverlening Dordrecht vastgesteld op 1 februari 2022;  De verordening jeugdhulp Dordrecht vastgesteld op 22 februari 2022.

Artikel 10.3 Overgangsrecht Wmo 1.

2.

3.

Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de verordening maatschappelijke ondersteuning Dordrecht, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen ten aanzien van die voorziening op grond van deze verordening. Aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog geen besluit is genomen ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld op grond van deze verordening. Bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten genomen op grond van de verordening maatschappelijke ondersteuning Dordrecht, worden afgehandeld op grond van de verordening maatschappelijke ondersteuning Dordrecht.

Artikel 10.4 Overgangsrecht Werk & Inkomen 1.

2.

Aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog geen besluit is genomen ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld op grond van deze verordening. Bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten genomen op grond van de verordening werk en inkomen Dordrecht, worden afgehandeld op grond van de verordening werk en inkomen Dordrecht.

Artikel 10.5 Overgangsrecht Beslistermijn schuldhulpverlening 1.

2.

3.

De Verordening beslistermijn schuldhulpverlening Dordrecht blijft van toepassing ten aanzien van een op grond daarvan genomen besluit totdat het college, onder intrekking van dit besluit, een nieuw besluit op grond van deze verordening heeft genomen. Aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog geen besluit is genomen ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld op grond van deze verordening. Bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten genomen op grond van de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening Drechtsteden, worden afgehandeld op grond van de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening Drechtsteden.

Artikel 10.6 Overgangsrecht Jeugdhulp 1.

2.

Een jeugdige of zijn ouder(s) houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de verordening jeugdhulp Dordrecht, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen ten aanzien van die voorziening. Aanvragen die zijn ingediend onder de verordening jeugdhulp Dordrecht waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.

6 0

3.

4.

5.

Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening worden behandeld op grond van verordening jeugdhulp Dordrecht die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt. Hier kan ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) van worden afgeweken als heroverweging op grond van de deze verordening leidt tot een gunstiger uitkomst. Het college is bevoegd een besluit, dat is genomen op grond van verordening jeugdhulp Dordrecht, te herzien: a. op de gronden, vermeld in verordening jeugdhulp Dordrecht; b. indien uit een door het college uitgevoerd heronderzoek blijkt dat er met toepassing van de ten tijde van het onderzoek geldende verordening een afwijkend besluit zou zijn genomen, of; c. indien de cliënt wenst te veranderen van jeugdhulpaanbieder of van verstrekkingsvorm. Het college heeft de bevoegdheid om een pgb dat is verstrekt onder verordening jeugdhulp Dordrecht terug te vorderen op de in deze verordening genoemde gronden.

Artikel 10.7 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 april 2026.

Artikel 10.8 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Sociaal Domein Dordrecht”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van ..................... 2025. De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

N. Mol

6 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1070/documents/46530