Uitvoeringsplan Aanpak Woonoverlast gemeente Dordrecht.pdf
Tekst van het document
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’ Gemeente Dordrecht
! ! #
*
Inhoudsopgave 1 2 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 3 3.1 3.2 3.3 3.4 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 5 5.1 5.2 6 7 7.1 7.1.1 8 8.1 8.2 8.3 9 9.1 9.1.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.8 10 10.1 11 12 12.1 12.2 12.3 12.3.1 12.4 13 13.1 13.2 13.3 13.4 13.4.1 13.5 13.6
Inleiding Wat is woonoverlast? Gradatie van woonoverlast Eenvoudige woonoverlast Complexe woonoverlast (Zeer) ernstige woonoverlast Aanpak woonoverlast Wat kunnen bewoners zelf doen? Wat kan de verhuurder/woningcorporatie doen? Als een integrale aanpak nodig is Doel en doelgroep Proces woonoverlast Signalering en melding Woonoverlast Overleg Voorbereiding en aanmelding casus Besluit tot gezamenlijke aanpak Onderzoek Plan van aanpak Inzet per gedeeld procesonderdeel Tijdslijn Communicatie Communicatie richting melder en omwonenden Communicatie richting de overlastgever Voortgang en dossiervorming Instrumenten Escalatieladder Dordtse aanpak woonoverlast Instrumenten Afsluiten aanpak Woonoverlast is gestopt Woonoverlast is (nog) niet gestopt Informeren overlastgever, bewoner en partners Rollen Wijkmanager Afstemming bij particulier woningbezit Programma manager aanpak Overlast Beleidsadviseur Veiligheid Politie Medewerker woningcorporatie Medewerker handhaving Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) GGD Kernteam Woonoverlast Evaluatie Gedragscode Gegevensverwerking Persoonsgegevens Buurtbemiddeling Gegevensdeling politie Wijze van verstrekking Verwerking van informatie door de betrokkenen Algemene Verordening Gegevensbescherming Informeren registratie Informeren particuliere verhuurder Inzage Rectificatie Reikwijdte rectificatierecht Bewaartermijn Vernietiging persoonsgegevens
Bijlage 1 relevante wetgeving Bijlage 2 kennisgevingsbrief aan overlastgever start aanpak Bijlage 3 kennisgevingbrief aan overlastgever afsluiting aanpak Bijlage 4 ‘Burenoverlast. Wat kunt u doen’
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
3 4 5 5 5 5 6 6 6 6 6 6 7 7 7 8 8 8 8 9 10 10 10 11 11 11 12 12 14 14 14 15 15 15 15 15 15 16 16 16 16 17 17 18 19 19 19 19 20 20 21 21 21 21 21 21 22 22 24 25 26 27
2
1. Inleiding Gemeente Dordrecht werkt samen met partners, bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties aan een aantrekkelijke, veerkrachtige en weerbare stad. Woonoverlast veroorzaakt druk op de sociale kwaliteit in de leefomgeving. De problematiek van woonoverlast is complex en daarmee ook de inzet en de rol van de overheid en haar partners.
Door ontwikkelingen rondom de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet aanpak woonoverlast (Waw) is er behoefte aan nieuwe samenwerkingsafspraken en actualisatie van de aanpak woonoverlast. In 2020 is daarom een nieuw regionaal convenant aanpak woonoverlast opgesteld, waarin de samenwerkingsafspraken tussen woningcorporatie, politie en gemeente beschreven staan. Dit om effectief op de toenemende complexiteit in te kunnen blijven spelen. Naast het convenant is ook de aanpak geactualiseerd en beschreven in dit uitvoeringsplan woonoverlast. Dit plan beschrijft uit welke stappen de aanpak woonoverlast bestaat, welke doelen, rollen en instrumenten er zijn en hoe we dit vastleggen. Daarnaast wordt stil gestaan bij de communicatie richting overlastgever en omwonenden en de rechten die ze hierbij hebben.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
3
2. Wat is woonoverlast? Woonoverlast is hinder die in, vanuit en rondom een woning wordt veroorzaakt. De overlastgever en/of degenen voor wie hij verantwoordelijk is, vertoont overlast gevend gedrag of laat juist na bepaald gedrag te vertonen, waardoor een onplezierige ervaring bij omwonende(n) wordt veroorzaakt1.
#
!! *
Woonoverlast is een maatschappelijk probleem. Uit de veiligheidsmonitor van het CBS2 uit 2019 blijkt, dat gemiddeld 5,1% van de Nederlandse bewoners overlast ervaart van buurtbewoners. Het CBS geeft aan dat overlast door buurtbewoners de meest voorkomende vorm van sociale overlast3 is. In Dordrecht worden ongeveer 50 casussen per jaar behandeld, waarvan bij ongeveer 20 casussen sprake is van een integrale aanpak. Er kan sprake zijn van woonoverlast door o.a.: • burenruzie/conflict, botsing in leefstijlen, • verward gedrag, • geluidsoverlast, • stankoverlast, • bedreiging, intimidatie, geweld, • overlast door middelengebruik (drank, drugs), • overlast gevende bezoekers, • vervuilde tuin en/of woning, • problemen rond de woning (galerij, portiek, kelderbox), • overlast van (huis)dieren.
Definitie van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). CBS, veiligheidsmonitor 2019 https://longreads.cbs.nl/veiligheidsmonitor-2019/leefbaarheid-en-overlast-in-woonbuurt/ 3 Het CBS geeft geen definitie van sociale overlast, maar onderscheid vijf vormen van overlast die tot sociale overlast worden gerekend: openbare dronkenschap, drugsgebruik en-handel, overlast door buurtbewoners, op straat lastigvallen en rondhangende jongeren. 1 2
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
4
2.1 Gradatie van woonoverlast Wij maken een onderscheid tussen eenvoudige, complexe en (zeer) ernstige woonoverlast. 2.1.1 Eenvoudige woonoverlast Eenvoudige woonoverlast kan door de bewoners zelf, al dan niet ondersteund door een professional, worden aangepakt en opgelost. Onder eenvoudige woonoverlast valt ook enkelvoudige overlast, waarbij de overlast door een professional monodisciplinair wordt aangepakt. Door eenvoudige woonoverlast in een vroeg stadium aan te pakken kan escalatie worden voorkomen.
2.1.3 (Zeer) ernstige woonoverlast Om te kunnen bepalen of er sprake is van '(zeer) ernstige woonoverlast', die met toepassing van de bestuursdwangbevoegdheid van artikel 151d Gemeentewet effectief kan worden aangepakt, worden de volgende voorwaarden gehanteerd: • •
• 2.1.2 Complexe woonoverlast Op het moment dat er sprake is van ernstige, herhaaldelijke woonoverlast en de oplossing vraagt om een multidisciplinaire aanpak, spreken we van complexe woonoverlast. Hierbij kan onder regie van de gemeentelijke wijkmanager een integrale aanpak worden ingezet om de overlast te laten stoppen. Tot een gezamenlijke aanpak wordt in overleg met de betreffende partners besloten, nadat eerst een afweging is gemaakt of er geen andere geschikte wijze is om de woonoverlast te stoppen.
•
het gaat om ernstige en herhaaldelijke woonoverlast; de woonoverlast is eveneens geconstateerd (of kan na onderzoek worden bevestigd) door één of meerdere handhavende en/of zorg verlenende instanties; buurtbemiddeling of een schriftelijke waarschuwing hebben niet geleid tot het stoppen van de woonoverlast; bij ernstige vrees voor escalatie van de woonoverlast.
Voorwaarden om complexe woonoverlast gezamenlijk aan te pakken: • er is sprake van een gedeeld belang in het oplossen van woonoverlast; • zowel de politie, de woningcorporatie als de gemeente beoordelen dat een gezamenlijke aanpak de juiste aanpak is om de overlast te stoppen; • de betrokken partners moeten voldoende capaciteit beschikbaar stellen om een aanpak te starten én de nodige interventies uit te voeren en te monitoren.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
5
3. Aanpak woonoverlast Naast de bewoners en verhuurder/woningcorporatie kunnen ook partijen als politie, hulpverlening en/ of gemeente een rol hebben in het aanpakken en oplossen van woonoverlast. In eerste instantie wordt woonoverlast door de partijen afzonderlijk aangepakt. 3.1 Wat kunnen bewoners zelf doen? We gaan ervan uit dat bewoners - al dan niet ondersteund door professionals - ook zelf, waar mogelijk, actie kunnen ondernemen om de overlast te stoppen. Een beschrijving van de mogelijke hulpinstrumenten hierbij wordt beschreven in de folder 'Burenoverlast. Wat kunt u doen' (zie link in bijlage 4). Voorbeelden hiervan zijn: het aankaarten van de overlast bij de veroorzaker, het geven van een waarschuwing, het gebruik van buurtbemiddeling, de (regel)rechter of het door het slachtoffer zelf of door de verhuurder/woningcorporatie van de woning van de overlastgever, aanspannen van een civiele procedure. 3.2 Wat kan de verhuurder/ woningcorporatie doen? Bij huurwoningen is de verhuurder/woningcorporatie verantwoordelijk voor het treffen van de nodige maatregelen om de overlast te stoppen. Een verhuurder/woningcorporatie kan, los van deze wet, via het huurcontract druk uitoefenen op de overlastgever.
Hierbij kunnen de volgende instrumenten worden ingezet: • afspraken maken met de overlastgever en eventueel de melder; • geluidsmetingen uit laten voeren; • een vrijwillige of privaatrechtelijke gedragsaanwijzing opleggen; • een procedure starten om een gerechtelijke gedragsaanwijzing op te leggen; • een waarschuwing voor het ontbinden van het huurcontact geven; • een civiele procedure starten om het huurcontract te ontbinden.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
3.3 Als een integrale aanpak nodig is Complexe en of ernstige woonoverlast worden, onder regie van de gemeentelijke wijkmanager, gezamenlijk aangepakt door de gemeente (handhavers), de verhuurders/eigenaren woningcorporaties (wijkregisseurs) en de politie. De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, het Wijkteam, Veilig Thuis, VvE’s en eventuele ander betrokken partners kunnen ook een aandeel hebben in de oplossing van de woonoverlast. Vóór het uitvoeren van een interventie wordt eerst nagegaan of er bij één van de partners al een persoonsgerichte aanpak is op de overlastgever(s). Om woonoverlast effectief aan te pakken, vergt dit steeds een maatwerkoplossing die zo goed mogelijk aansluit bij de individuele kenmerken en omstandigheden van de situatie. De aanpak bestaat uit een onderzoeksfase, waarin de overlast wordt geanalyseerd, het doel van de aanpak wordt bepaald en afspraken worden gemaakt over hoe de overlast wordt aangepakt. Gevolgd door de fases waarin de aanpak wordt uitgevoerd, gemonitord, afgesloten en geëvalueerd. (Deze fases worden in de volgende hoofdstukken verder omschreven.) 3.4 Doel en doelgroep De aanpak van woonoverlast is erop gericht het gedrag dat woonoverlast veroorzaakt te stoppen, met als doel het voorkomen dat de overlast de openbare orde en veiligheid schaadt, of dat aan personen en/ of bezittingen schade wordt toegebracht.
Daarnaast is de aanpak erop gericht, het vertrouwen van de bewoner - die de overlast ervaart - in de aanpak te vergroten. Doelgroepen hierbij zijn zowel de melders, de veroorzakers (of diegene die verantwoordelijk zijn voor de veroorzakers) en de direct omwonenden.
6
4. Proces woonoverlast 4.1 Signalering en melding Signalen of meldingen van woonoverlast kunnen de gemeente via diverse wegen bereiken. Omwonenden of anderen kunnen woonoverlast zelf rechtstreeks bij de politie Dordrecht melden. Ook kunnen meldingen gemaakt worden bij het 'meldpunt zorg en overlast' van de GGD. Het kan ook zo zijn dat de gemeente zelf, de politie, een woningcorporatie of één van de andere samenwerkingspartners van de gemeente Dordrecht, woonoverlast signaleert of rapporteert. Welke vervolgstappen na de melding worden genomen is onder andere afhankelijk van de vorm van overlast. De partner die de melding ontvangt zal deze beoordelen op complexiteit. Mogelijke complexe en of ernstige woonoverlast en de eventuele vervolgstappen worden besproken in het gezamenlijke periodieke Woonoverlast overleg dat in iedere wijk door wijkmanager wordt georganiseerd. 4.2 Woonoverlast Overleg In alle wijken wordt een Woonoverlast Overleg georganiseerd. Daarbij zijn gemeente, politie en woningcorporaties aanwezig. Het doel van het gezamenlijke overleg is om te besluiten of er sprake is van complexe en of ernstige woonoverlast en - indien hiervan sprake is - een gezamenlijke aanpak af te stemmen, uit te voeren en te monitoren. Als het particuliere (huur) woningen betreft vindt het overleg alleen tussen politie, gemeente en eventueel andere betrokken partijen plaats.
Alleen die partners die noodzakelijk zijn voor het bespreken, onderzoeken, uitvoeren, monitoren en evalueren van het plan van aanpak zijn aanwezig bij de bespreking van de overlast. Een partner die verhinderd is zorgt voor een vervanger met het mandaat beslissingen te nemen, met betrekking tot de aanpak van de casus. 4.3 Voorbereiding en aanmelding casus Een partner kan een overlastzaak voorleggen tijdens het Woonoverlast Overleg, wanneer het hem niet alleen lukt om de woonoverlast te stoppen. Hierbij is het wenselijk de casus vooraf aan te melden. Urgente casussen worden gelijk opgepakt. In de aanmelding van de casus voor het Woonoverlast Overleg, worden de volgende punten opgenomen: • een beschrijving van de overlast; • wanneer de overlast heeft plaatsgevonden en waar; • wie de veroorzaker is en wie de melder; • welke juridische en niet-juridische stappen door de verschillende partijen zijn genomen; • welke correspondentie heeft plaatsgevonden. De melder wordt, door de partner waar hij/zij de overlast meldt, om toestemming gevraagd om zijn/ haar contactgegevens (naam, adres telefoonnummer, emailadres) in het Woonoverlast Overleg te delen ten behoeve van de terugkoppeling van het proces.
Deelnemende partners kunnen zich in de tussentijd voorbereiden op de bespreking van de overlastzaak, door te onderzoeken welke eigen relevante informatie er over de betreffende woonoverlast zaak is.
De wijkmanager heeft hierbij de regierol. Uitgangspunt is dat een duidelijke aanpak wordt opgesteld en dat partners weten wát gedaan moet worden en wannéér. In het gezamenlijke overleg worden ook de reeds uitgezette plannen geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
7
4.4 Besluit tot gezamenlijke aanpak Tijdens het Woonoverlast Overleg wordt besproken en besloten of er sprake is van complexe en of ernstige woonoverlast en of een gezamenlijke aanpak effect heeft. Dit gebeurt op basis van een toets op de criteria en de voorwaarden (uit paragraaf 2.1.2). Wanneer er geen sprake is van complexe en of ernstige woonoverlast wordt de gedeelde informatie binnen vijf werkdagen door de partners vernietigd. 4.5 Onderzoek Voor het Woonoverlast Overleg hebben de partners in het eigen dossier gelezen welke informatie relevant is voor een aanpak. Deze informatie wordt tijdens het overleg besproken en geanalyseerd. Soms is er meer onderzoek nodig, omdat de beschikbare informatie onvoldoende is om tot een gezamenlijk plan van aanpak te komen. Dit kan bijvoorbeeld een buurtonderzoek zijn of een gesprek met de overlastgever, de melder of een zorgaanbieder. Doel is om een zo compleet mogelijk beeld van de situatie en de overlastgever te krijgen. Alleen die informatie die relevant is voor het oplossen van de 4.7
5
4.6 Plan van aanpak Nadat de casus in het Woonoverlast Overleg is besproken en geanalyseerd worden er afspraken gemaakt over het gewenste resultaat, de rollen en de instrumenten die worden ingezet en wordt in onderling overleg een gezamenlijk plan van aanpak opgesteld. In dit plan van aanpak staan: • noodzakelijke persoonsgegevens; • de omschrijving van de problematiek; • de analyse van de situatie, waaronder de reeds ingezette instrumenten en acties en het resultaat daarvan; • de instrumenten en acties die worden ingezet en wie hier verantwoordelijk voor is; • communicatie richting melder en eventueel omwonenden; • communicatie richting overlastgever.
Inzet per gedeeld procesonderdeel WM4
4
overlastsituatie wordt verwerkt. Tijdens het overleg wordt bepaald welke partner het meest logisch is om dit onderzoek uit te voeren. Nadat dit onderzoek is afgerond wordt de casus weer geagendeerd voor het Woonoverlast Overleg.
PO5
Politie
Medewerker corporatie
Dossiervorming
x
x
x
Gezamenlijke aanpak initiëren
x
x
x
Gesprek met de overlastgever
x
x
x
Gesprek met melder
x
x
x
Buurtonderzoek
x
x
x
Verwijzing naar buurtbemiddeling
x
x
x
Inzet regelrechter adviseren
x
Contactpersoon melder
x
x
x
Contactpersoon overlastgever
x
x
x
x
WM: wijkmanager PO: programmamanager aanpak Overlast
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
8
4.8 Tijdslijn De aanpak van woonoverlast heeft geen vooraf gesteld termijn, waarin de woonoverlast moet zijn gestopt. Er zijn veel factoren van invloed of woonoverlast stopt, ook een aantal factoren waar geen of beperkte invloed van de betrokken partners op is. Het doel is altijd om de woonoverlast zo snel mogelijk te stoppen en opschaling naar een hogere gradatie te voorkomen. Om inzicht te geven in het gehele proces, onderstaand overzicht van de stappen in de aanpak en de daaraan gekoppelde richtinggevende termijnen:
Stap in de aanpak woonoverlast
Termijn
Gezamenlijk overleg
Elke 4 á 6 weken
Aanmelding overlastzaak
Bij voorkeur voor het gezamenlijk overleg
Versturen agenda
5 werkdagen voor gezamenlijk overleg
Besluit gezamenlijk aanpak
Tijdens het eerste gezamenlijke overleg na aanmelding (tenzij nader onderzoek moet worden gedaan om criteria te kunnen toetsen)
Opstellen plan van aanpak
Tijdens eerste gezamenlijk overleg na aanmelding
Informeren overlastgever / particuliere verhuurder
Binnen 1 maand na besluit gezamenlijke aanpak
Informeren melder
Doorlopend, conform afspraken in het plan van aanpak
Onderzoek
Doorlopend, conform afspraken in het plan van aanpak
Monitoring plan van aanpak
Doorlopend, conform afspraken in het plan van aanpak
Bijstellen plan van aanpak
Indien dit noodzakelijk is, doorlopend
Afsluiten plan van aanpak
Wanneer de woonoverlast duurzaam is gestopt
Informeren overlastgever
Binnen 1 maand na afsluiten aanpak
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
9
5. Communicatie 5.1 Communicatie richting melder en omwonenden Het is belangrijk om de melder en eventueel betrokken omwonenden te informeren over de voortgang. Dit vergroot het veiligheidsgevoel, geeft duidelijkheid over wat zij zelf kunnen doen en zorgt voor meer begrip en vertrouwen in de aanpak. Ook als ingezette instrumenten de woonoverlast (nog) niet stoppen. Welke partner de melder en omwonenden informeert is afhankelijk van de problematiek, de expertise van de betrokken professionals en de fase van de aanpak. In het plan van aanpak wordt vastgelegd wie deze rol heeft. Er worden geen 'bijzondere persoonsgegevens' van de overlastgever gedeeld met de melder of omwonenden. 5.2 Communicatie richting de overlastgever In het gehele proces is minimaal één moment van persoonlijk contact. De professional die gedurende de aanpak het contact onderhoudt met de overlastgever is bij voorkeur aanwezig bij dit gesprek. Conform de informatieplicht ontvangt de overlastgever een kennisgevingsbrief (bijlage 2). De informatieplicht van de AVG geeft aan dat de overlastgever, binnen vier weken nadat een dossier is aangelegd, of bij het eerste persoonlijke contactmoment, geïnformeerd moet worden. Er worden geen bijzondere persoonsgegevens van de melder of omwonenden gedeeld met de overlastgever.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
10
6. Voortgang en dossiervorming De voortgang van de aanpak wordt - onder regie van de wijkmanager - besproken met de betrokken partners tijdens het Woonoverlast Overleg en tussentijdse contacten. Dit gebeurt op basis van voortgangsrapportages die door de partners van het overleg worden aangeleverd voor het gezamenlijke dossier. In het gezamenlijke dossier wordt beschreven wat het behaalde resultaat is en welke stappen er nog genomen moeten worden. De wijkmanager bewaakt de afgesproken termijnen. De voortgangsbespreking kan leiden tot de volgende uitkomsten: • bijstellen van de resultaten; • bijstellen van de afspraken; • beëindiging van de aanpak; • ontkrachten van de eerdere waarneming en signalen. Naast het plan van aanpak, is zorgvuldige dossiervorming over de voortgang een voorwaarde voor een doeltreffende aanpak van woonoverlast. De inzet van ingrijpende instrumenten, zoals, gedragsaanwijzing en woningsluiting, moeten gelegitimeerd worden aan de hand van het dossier. Omdat elk dossier in theorie kan uitmonden in een gedragsaanwijzing woonoverlast, tijdelijk huisverbod, tijdelijke woningsluiting of ontbinding van een huurovereenkomst, is het van essentieel belang dat er vanaf de eerste melding van woonoverlast een dossier wordt aangelegd door de betrokken partners. De betrokken partners zijn hierbij gezamenlijk verantwoordelijk voor het vormen van het dossier.
Verder is het van belang om verslaglegging van gesprekken met de overlastgever, melders, omwonenden en partners te hebben. Relevante constateringen gedaan tijdens een huisbezoek worden ook vastgelegd. De verslaglegging van het Woonoverlast Overleg, het plan van aanpak en de voortgangsrapportages worden, via een gezamenlijk registratiesysteem, gedeeld met de bij de aanpak betrokken medewerkers van de woningcorporaties en de politie. Woningcorporaties
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
kunnen deze informatie uiteindelijk gebruiken voor een eventuele civiele zaak tegen de overlast gevende huurder.
7. Instrumenten De partners van het Woonoverlast Overleg stellen de aanpak gezamenlijk vast onder regie van de wijkmanager. De afspraken en in te zetten instrumenten worden vastgelegd in een plan van aanpak. Deze instrumenten worden gezamenlijk de escalatieladder genoemd. 7.1 Escalatieladder Dordtse aanpak woonoverlast Het uitgangspunt van de escalatieladder is dat de partners in een zo vroeg mogelijk stadium ingrijpen en dat in eerste instantie de minst ingrijpende maatregel wordt ingezet. Een volgende zwaardere interventie is pas aan de orde als de aanpak van de overlastsituatie, met toepassing van andere acties of wettelijke instrumenten niet mogelijk is of niet effectief is gebleken én een eerdere, minder ingrijpende interventiemaatregel niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Omdat elke woonoverlast zaak om maatwerk vraagt is niet altijd sprake van een vooraf vastgestelde volgorde. Soms is direct duidelijk dat een overlastsituatie zich niet leent voor bijvoorbeeld buurtbemiddeling of dat de gemeente geen maatregel kán nemen. Het minst ingrijpende middel waarvan wordt verwacht dat het de hoogste slagingskans heeft wordt ingezet. Cruciaal bij het doorlopen van de escalatieladder is zorgvuldige dossiervorming en inzet van de instrumenten. Hieronder een opsomming van mogelijke instrumenten van de woonoverlast. Deze lijst is niet limitatief.
Bij bepaalde casussen is het mogelijk dat meerdere instrumenten naast elkaar lopen.
11
7.1.1 Instrumenten •
•
•
•
• •
•
• •
•
•
Bewoner; Bij eenvoudige woonoverlast kunnen bewoners in eerste instantie de woonoverlast zelf stoppen door de overlastgever aan te spreken. Hierbij kunnen laagdrempelige instrumenten worden ingezet, met behulp van de folder 'Burenoverlast. Wat kunt u doen'. (Zie link in bijlage 4) Buurtbemiddeling; Een advies kan zijn dat de betrokkenen vrijwillig Buurtbemiddeling aangaan. Getrainde vrijwilligers bemiddelen bij buurtconflicten door gezamenlijke gesprekken te voeren om tot een oplossing en afspraken te komen. (Meewerken aan een instrument zoals buurtbemiddeling is vrijwillig en beiden partijen moeten willen deelnemen. Het is niet voor elke situatie geschikt.) Meldpunt Zorg & Overlast; Een deskundige gaat bij een melding van ernstige overlast na wat er mogelijk aan de hand is en onderzoekt wat er nodig is aan zorg en/ of ondersteuning. Vrijwillige begeleiding of behandeling; Wanneer de overlast wordt veroorzaakt door kwetsbare personen, kan er vrijwillige begeleiding en/of behandeling worden ingezet door het wijkteam of een zorginstelling. Bemoeizorg; Team Toeleiding en Bemoeizorg legt contact met zorgwekkende zorg mijders. Vrijwillige of huurrechtelijke gedragsaanwijzing; De verhurende partij, bijvoorbeeld een woningcorporatie, kan gedragsveranderingen overeenkomen met de huurder. Dit zijn civielrechtelijke gedragsaanwijzingen.
Dat kan via een vrijwillige tussentijdse aanpassing van de huurovereenkomst, of via de rechter op basis van art. 3:296 Burgerlijk Wetboek. Handhaven Vereniging van Eigenaren (VvE); In het geval van een koopwoning kan de VvE handhaven door middel van bijvoorbeeld een boete bij woonoverlast. Dit moet dan wel zijn opgenomen in de splitsingsakte en/of het huishoudelijk reglement van de VvE. Bewonersondersteuning; Vanuit het servicepunt VvE's Dordrecht geven zij informatie, advies of kortdurende begeleiding aan VvE's. Regelrechter; Bij het oplossen van een conflict tussen buren kan ook gebruik gemaakt worden van de regelrechter. De regelrechter is een initiatief van de Rechtbank van Rotterdam en is ook in Dordrecht actief. De regelrechter doet een juridische uitspraak, over de kwestie en is door de lage kosten voor particulieren een laagdrempelige vorm van de rechtbank. (Meewerken aan een instrument zoals de regelrechter is vrijwillig en beiden partijen moeten willen deelnemen. Het is niet voor elke situatie geschikt.) Stopgesprek; De overlastgever wordt aangesproken op zijn/haar gedrag. Als hierbij besloten wordt tot een integrale aanpak ontvangt de overlastgever een waarschuwingsbrief van de burgemeester. Laatste kans-contract; Wanneer de rechter het huurcontract heeft ontbonden, kan de verhuurder nog een laatste kans geven aan de overlastgever.
De huurder mag dan in de woning blijven of krijgt een andere woning toegewezen, maar moet zich wel aan bepaalde afspraken houden om te voorkomen dat woonoverlast weer opleeft. Dit wordt vastgelegd in het huurcontract. Wanneer de overlast stopt en de huurder houdt zich aan de afspraken dan kan het contract weer worden omgezet naar een regulier huurcontract. Wanneer de woonoverlast voortduurt kan het huurcontract alsnog worden ontbonden.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
12
• •
•
•
•
•
• •
Ontbinding huurovereenkomst; De verhuurder kan via de civielrechtelijke weg de huurovereenkomst laten ontbinden op basis van art. 7:231 Burgerlijk Wetboek. Bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing (gemeentewet 151d); De burgemeester kan ingrijpen bij ernstige woonoverlast. De burgemeester kan een bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing opleggen. Met een overlastveroorzaker wordt afgesproken wat hij wel of niet moet doen om woonoverlast te voorkomen. Wanneer de overlastveroorzaker zich hier niet houdt kan hij last opgelegd krijgen. Tijdelijke woning sluiting (art. 13b Opiumwet); De burgemeester kan op basis van art. 13b Opiumwet een woning tijdelijk sluiten wanneer er verdovende middelen gevonden worden. Tijdelijke huisverbod of tijdelijke woning sluiting (gemeentewet 174a); De burgemeester heeft de bevoegdheid bij verstoring van de openbare orde de overlastveroorzaker tijdelijk uit huis te plaatsen of dat de woning tijdelijk te sluiten. Bouwbesluit en bestemmingsplan; Bij afwijking van het bouwbesluit en/of bestemmingsplan kan ingegrepen worden. Bijvoorbeeld actie op illegaal balkon vanaf waar de woonoverlast plaats vindt of bij illegale kamerverhuur. Gedragsaanwijzing verhuurder; Sinds kort is het ook mogelijk een gedragsaanwijzing en last onder bestuursdwang/dwangsom op te leggen aan (particuliere) verhuurders.
Hiervoor moet de gemeenteraad middels een aanpassing in de APV de burgemeester deze extra bevoegdheid geven. Gedwongen ruimingen van vervuilde woningen/percelen; De burgemeester heeft de bevoegdheid om bij ernstige vervuiling gedwongen te ruimen. Meldpunt Ongewenst verhuurgedrag; Een medewerker achter het meldpunt onderzoekt of een verhuurder de regels in acht neemt t.a.v. de rechten van een huurder en onderneemt waar nodig actie richting de verhuurder.
Maatregelen als het tijdelijk uithuisplaatsen, het sluiten van woningen of het ontbinden van huurcontracten worden zoveel mogelijk voorkomen, maar zullen soms noodzakelijk blijken. Bestuursrechtelijke instrumenten worden pas ingezet als blijkt dat andere instrumenten niet passend zijn of geen resultaat hadden.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
13
8. Afsluiten aanpak Wanneer de woonoverlast is gestopt of wanneer voortzetting van de huidige aanpak geen meerwaarde meer heeft, wordt in het Woonoverlast Overleg besloten de overlastzaak af te sluiten, dan wel de huidige aanpak stop te zetten. 8.1 Woonoverlast is gestopt Wanneer de overlast is gestopt wordt het plan van aanpak afgesloten en de gezamenlijke actieve monitoring gestopt. Wanneer blijkt dat woonoverlast herleeft kan een zaak weer worden geagendeerd op het gezamenlijke overleg. 8.2 Woonoverlast is (nog) niet gestopt Het kan zijn dat de overlast niet afneemt en het geen meerwaarde heeft om de huidige aanpak voort te zetten. Dit is bijvoorbeeld het geval als de overlastgever gespecialiseerde zorg nodig heeft en deze zorg nog niet wordt geboden. In dit geval blijven we de casus monitoren en zo mogelijk druk uitoefenen op de betreffende zorginstantie(s) totdat de nodige zorg is ingezet. Een ander voorbeeld kan zijn dat de aanpak (nog) geen of nog niet het gewenste resultaat heeft. Mogelijke opschaling of inzet van andere middelen wordt hierbij door de partners van het Woonoverlast Overleg besproken. De betreffende partijen blijven deze casus monitoren en waar nodig druk uitoefenen om passende inzet te regelen.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
8.3 Informeren overlastgever, bewoner en partners Wanneer het plan van aanpak wordt afgesloten worden alle betrokkenen hierover geïnformeerd. De overlastgever krijgt hierbij binnen vier weken een kennisgevingsbrief (bijlage 3), waarin vermeld staat dat de aanpak is gestopt. De melder wordt ook geïnformeerd. In het plan van aanpak is afgesproken wie de melder en eventuele andere omwonenden informeert over het afsluiten van de aanpak. Partners die niet deelnemen aan het gezamenlijke overleg, maar wel een rol hadden in het plan van aanpak worden geïnformeerd door de wijkmanager of de medewerker van het Wijkteam als het gaat om het contact met zorgaanbieders.
14
9. Rollen In het samenwerkingsverband aanpak woonoverlast werken medewerkers van woningcorporaties, de politie, handhaving en de gemeente Dordrecht, intensief samen om woonoverlast te stoppen. Soms zijn andere partners noodzakelijk om woonoverlast te stoppen. Per situatie wordt beoordeeld welke partner noodzakelijk is voor een (deel)oplossing van een overlastzaak. In dit uitvoeringsplan worden een aantal rollen beschreven. 9.1 Wijkmanager De wijkmanager heeft de regierol in de aanpak van complexe en of ernstige woonoverlast en is verantwoordelijk voor het organiseren van een actieve samenwerking tussen de partners in een gebied. Het doel hierbij is een zo effectief en efficiënt mogelijke samenwerking tussen de partners, om woonoverlast aan te pakken. Hij/zij brengt verbinding tussen de partners en beheert het netwerk in het gebied. De wijkmanager is tevens het eerste aanspreekpunt voor alle partners voor zaken van complexe en of ernstige woonoverlast. Hij/zij is de voorzitter van het gezamenlijke overleg en legt de gemaakte afspraken vast in het plan van aanpak en monitort de voortgang hiervan. 9.1.1 Afstemming bij particulier woningbezit Het komt voor dat woonoverlast wordt veroorzaakt door een bewoner in particulier woningbezit. De wijkmanager is verantwoordelijk voor het contact met en het activeren van de verhuurders en/of particuliere eigenaren.
Deze hebben een inspanningsverplichting om de woonoverlast te stoppen. 9.2 Programma manager aanpak Overlast De programma manager aanpak Overlast is verantwoordelijk voor het organiseren van een actieve samenwerking tussen de gebiedsoverstijgende partners. Hij/zij brengt verbinding tussen de partners en organiseert het Kernteam Woonoverlast. De programma manager aanpak Overlast is belast met de taak om een eventuele escalatie op directeuren- of wethoudersniveau binnen de gemeente vorm
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
te geven en zorgt voor een warme overdracht van problematiek op andere gebieden dan woonoverlast. 9.2.1 Afstemming andere partners De programma manager aanpak Overlast is verantwoordelijk voor het onderhouden van het contact en afstemming met het netwerk buiten de politie en de woningcorporaties. Wanneer er sprake is van zorgproblematiek of strafbare feiten kan de overlastgever ook besproken worden in andere overleggen. Indien de bespreking over de casus zelf gaat, sluit indien nodigde wijkmanager aan vanuit zijn/haar regierol. Indien de bespreking gaat over (het gebrek aan) de samenwerking aan partijen, sluit waarnodig de programma manager aan bij de overleggen om het doel van de aanpak van woonoverlast in afstemming te brengen met de doelen van de andere partners. 9.3 Beleidsadviseur Veiligheid De beleidsadviseur Veiligheid adviseert over het beleid, toetst de dossiers ten behoeve van bestuurlijke instrumenten en informeert en adviseert de burgemeester bij het opleggen van een bestuurlijke maatregel. De adviseur neemt deel aan de overleggen van casussen waar sprake is van het opleggen van een bestuurlijke maatregel. Bij overtreding van de bestuurlijke maatregel zorgt de adviseur voor de opvolging hiervan. Tevens lid van het Kernteam Woonoverlast. 9.4 Politie De medewerker van de politie neemt deel aan het Woonoverlast Overleg.
Op verzoek van een partner kan de medewerker van de politie, voor de veiligheid in het contact met de overlastgever relevante, informatie verstrekken. Desgewenst kan de medewerker van de politie verzocht worden de partner te vergezellen tijdens een bezoek. Samen met de betrokken partners kan de politie inzetten op het constateren van overlast en handhaving op de ingezette maatregelen. De politie neemt deel aan het Kernteam Woonoverlast.
15
9.5 Medewerker woningcorporatie De woningcorporatie medewerker neemt deel aan het Woonoverlast Overleg waar de adressen die de betreffende partner beheert besproken worden. Los van de Wet aanpak woonoverlast, kan de woningcorporatie via het huurcontract druk uitoefenen op de overlastgever en overgaan tot het opleggen van een (privaatrechtelijke) gedragsaanwijzing en het starten van een civielrechtelijke procedure om het huurcontract te ontbinden. Samen met de betrokken partners kan de woningcorporatie inzetten op het constateren van overlast en de ingezette maatregelen. De woningcorporatie neemt deel aan het Kernteam Woonoverlast. 9.6 Medewerker handhaving De medewerker handhaving neemt deel aan het Woonoverlast Overleg. Samen met de betrokken partners kunnen zij inzetten op het constateren van overlast en de handhaving op de ingezette maatregelen. Handhaving neemt deel aan het Kernteam Woonoverlast.
9.8 GGD De GGD beheert het Meldpunt Zorg & overlast waar mensen, onder andere, melding kunnen maken van ernstige overlast. De GGD houdt de programmamanager aanpak Overlast op de hoogte van de overlastmeldingen. Overige rollen en taken bij de gezamenlijke woonoverlast aanpak: • coördineren van de zorg voor overlastgevers; • aansluiten bij het Woonoverlast Overleg van een casus waarbij hulpverlening betrokken en/ of nodig is, of zorgt ervoor dat de juiste hulpinstantie aansluit; • schakelt bij overlast van personen met verward gedrag tussen meldingen uit de buurt en de wijkmanager/politie. Doel van de afstemming is om de overlast te stoppen middels een op maat aanpak waarin zowel de belangen van de cliënt als de omwonenden worden meegenomen.
9.7 Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) Een medewerker van de OZHZ neemt - indien de casus daarom vraagt - deel aan het Woonoverlast Overleg. Milieu inspecteurs kunnen geluidsmetingen uitvoeren of voor langere tijd geluidsmeters plaatsen om vast te stellen wat de mate van overlast is, op grond van hoofdstuk 4, Afdeling 1, van de APV. Juridische handhaving van artikel 2:79, van de APV, veroorzaken ernstige en herhaalde hinder. Bij woonoverlast kan sprake zijn van overtreding van de Wabo, de Woningwet, het Bouwbesluit of het bestemmingsplan. Dit kan vastgesteld worden door inspecteurs van de OZHZ, waarna bestuursrechtelijke handhaving kan worden ingezet door de juristen. Hierbij kan gedacht worden aan overlast vanuit bouwwerken die illegaal zijn gebouwd of niet voldoen aan de isolatienormen of (bedrijfsmatige) activiteiten die in strijd zijn met het ter plaatse geldende bestemmingsplan en woningvervuiling, hoarding, met kans op brand of instortingsgevaar.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
16
10. Kernteam Woonoverlast Taken van het kernteam zijn het bewaken van en uitvoering geven aan de ambities van de aanpak woonoverlast binnen de samenhang van bestuurlijke en ambtelijke ambities. De voortgang van de samenwerking wordt gemonitord. Het kernteam behoud overzicht en stroonlijnt interacties in het netwerk. Maandelijks is er een regieoverleg van het Kernteam Woonoverlast met tenminste medewerkers van de woningcorporaties Trivire en Woonbron, de politie, de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid en de gemeente: programma manager aanpak Overlast, beleidsadviseur Woonoverlast, teamcoordinator Handhaving, beleidsadviseur Veiligheid en een juridisch adviseur van het Juridisch Kennis Centrum. Dit onder regie van de programma manager aanpak Overlast. Andere partners kunnen op basis van de agenda uitgenodigd worden. Tijdens deze overleggen is het mogelijk om knelpunten in de samenwerking, de aanpak en stedelijke trends en signalen te bespreken en daarop te anticiperen.. Wanneer knelpunten in de samenwerking en/of de aanpak niet opgelost worden, kan geëscaleerd worden via de stuurgroep leefbaarheid en veiligheid naar de directie van de organisaties en/of de wethouder en burgemeester.
10.1 Evaluatie In het Kernteam Woonoverlast volgen we de implementatie van de aanpak vanuit het uitvoeringsplan WoonoverlastTenminste één keer per jaar worden het uitvoeringsplan, het convenant en de samenwerking geëvalueerd. Indien de evaluatie uitwijst dat het uitvoeringsplan aanpassing behoeft, zal deze schriftelijk worden gewijzigd. Wijzigingen en aanvullingen van het uitvoeringsplan Woonoverlast vereisen de goedkeuring van alle partijen.
De partners van het Woonoverlast Overleg kunnen het Kernteam Woonoverlast om advies vragen. Het kernteam zorgt voor voortdurend overzicht van in te zetten interventies en maatregelen. Het overleg van het Kernteam Woonoverlast is geen casusoverleg. Daarentegen kunnen casussen worden ingebracht ten behoeve van advies en kunnen als voorbeeld dienen om succesfactoren of knelpunten inzichtelijk te maken. Wanneer vanuit het Woonoverlast Overleg een casus wordt opgeschaald naar een bestuurlijke maatregel volgt het Kernteam Woonoverlast onder regie van de wijkmanager het proces op afstand. Met als doel de wijkmanager te ondersteunen en als Kernteam lering te trekken uit de casus.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
17
11. Gedragscode Woonoverlast aanpakken doen de partners met elkaar. Gezamenlijkheid en gelijkwaardigheid zijn daarom belangrijke bouwstenen voor de samenwerking. Dit wordt vertaald naar een gedragscode. De gedragscode luidt:
•
•
•
•
•
De samenwerking aanpak woonoverlast is een niet-hiërarchisch netwerk. Het is een zogenaamd plat samenwerkingsverband. Iedere partner heeft eigen taken, rollen en verantwoordelijkheden als toegevoegde waarde voor het samenwerkingsverband. Geen enkele partner is eigenaar van het samenwerkingsverband. En in de samenwerking wordt niks afgedwongen. De samenwerking is gebaseerd op wederkerigheid. Waar een partner op het ene moment overwegend vraagt en haalt, wordt op een ander moment ondersteuning geboden en gegeven. Hier moet een zekere mate van balans inzitten. Dat elke partner eigen rollen, taken en verantwoordelijkheden heeft wordt gerespecteerd. Verantwoordelijkheden, taken en rollen worden bij de betreffende partner gelaten waar ze thuishoren.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
•
Partners hebben elk hun eigen taal, procedures en partnercultuur. Hier is men zich van bewust tijdens de samenwerking en er wordt tevens ruimte aan gegeven. Binnen de kaders van het redelijke is er begrip voor een andere werkwijze dan de eigen. Partners zijn transparant en eerlijk naar elkaar. Standpunten, inzichten, verzoeken en reacties naar elkaar worden beargumenteerd. Dit werkt begrip naar elkaar in de hand. Een gemotiveerde ‘nee’ is bijvoorbeeld ook een goed antwoord. Wanneer besloten wordt te escaleren informeren partners elkaar tijdig.
18
12. Gegevensverwerking Het is van belang dat deelnemers van het Woonoverlast Overleg elkaar tijdig informeren over complexe woonoverlast. Persoonsinformatie wordt zorgvuldig gedeeld. Alleen die informatie die noodzakelijk is voor de aanpak van woonoverlast op dat moment wordt gedeeld met alleen die partners die een rol hebben in de aanpak van woonoverlast. Wanneer het proces - zoals beschreven in het uitvoeringsplan - wordt gevolgd, is het mogelijk dat de deelnemers informatie, die relevant is voor de woonoverlast aanpak, verwerken. Daar waar uitzonderingen zijn wordt dit in dit hoofdstuk omschreven. 12.1 Persoonsgegevens Bijzondere persoonsgegevens hebben onder andere betrekking op strafrechtelijke, gezondheids- en inkomensinformatie. Aan het verwerken van dit soort gegevens zijn strikte voorwaarden verbonden. Informatie mag alleen worden verwerkt als er een wettelijk doel is. Dit doel moet beschreven staan in een grondslag in een materiewet en/of in een grondslag in de Algemene Verordening Gegevensverwerking. Het is niet mogelijk om informatie dat met een bepaald doel is verwerkt te gebruiken voor een ander doel. Dit betekent dat strafrechtelijke, gezondheids- en inkomensinformatie niet gedeeld worden binnen dit samenwerkingsverband. Deze informatie is namelijk niet verwerkt door betrokken partners om woonoverlast aan te pakken.
12.2 Buurtbemiddeling De partner die buurtbemiddeling aanbiedt geeft een terugkoppeling van de afspraken aan de partners mits de medewerker van de buurtbemiddeling inschat dat dit noodzakelijk is en de melder en de overlastgever hier toestemming voor geven. 12.3 Gegevensdeling politie De politie, eenheid Rotterdam, neemt deel aan een samenwerkingsverband met betrekking tot de gezamenlijke aanpak van woonoverlast. Voor dit samenwerkingsverband hebben betrokken partijen met elkaar een samenwerkingsovereenkomst opgesteld en ondertekend. Deze staat beschreven in het regi-
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
onale convenant aanpak woonoverlast. Binnen dat samenwerkingsverband deelt de politie mondeling en schriftelijk politiegegevens op basis van artikel 20 Wet politiegegevens (verstrekking aan derden structureel voor samenwerkingsverbanden) In de samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd dat de te verstrekken politiegegevens: • de belangen van betrokkenen niet onevenredig schaadt; • de gegevens niet op een andere manier verkrijgbaar zijn; • de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit in acht worden genomen. De politie verstrekt een rapportage voor een maatregel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: • op woonoverlast wordt vroegtijdig geïntervenieerd met passende (minder ingrijpende) maatregelen, waarbij de escalatieladder is doorlopen; • partners informeren elkaar vroegtijdig over woonoverlast tijdens het gezamenlijk overleg; • er is een compleet dossier over de woonoverlast, zoals beschreven in hoofdstuk 6 van dit uitvoeringsplan; • de casus is gemonitord door (leden van) het Kernteam Woonoverlast. Bij woonoverlast kan de medewerker van de politie duiding van politiemeldingen verstrekken tijdens een gezamenlijk overleg. Wanneer de verhuurder een rapportage nodig heeft in een civielrechtelijke procedure ter ontbinding van het huurcontract, kan de teamleider van het betreffende basisteam deze leveren.
De medewerker van de politie ontvangt een schriftelijk verzoek van de beleidsadviseur Veiligheid of de verhuurder met de aanleiding, het doel van de opgevraagde informatie en een verklaring waarin wordt gesteld dat minder ingrijpende instrumenten niet hebben geleid tot vermindering of stoppen van de woonoverlast. De politie besluit hierop of de informatie wordt verstrekt. Informatie wordt mondeling tijdens het gezamenlijke overleg of door een rapportage verstrekt. De politie kan bevestigen dat de informatie uit de aangeleverde rapportage erkend wordt.
19
Wanneer de politie een rapportage opstelt zal het de volgende elementen bevatten: • aanleiding van het verzoek, • doel van de verstrekking, • het zwaarwegend algemeen belang, • instemming van bevoegd gezag, • overzicht van de overlast gevende bewoners, • relatie met verstoring van de openbare orde, • chronologisch overzicht van relevante incidenten, • wettelijke basis van de verstrekking, • aan wie wordt verstrekt, • een geheimhoudingsbepaling. 12.3.1 Wijze van verstrekking Politiegegevens kunnen verstrekt worden voor het Woonoverlast Overleg en voor het toepassen van een (bestuurlijke) maatregel. Voor beide geldt: Als schriftelijk wordt verstrekt, vindt dit niet geautomatiseerd plaats, maar verstrekt de politie de gegevens op een intern goedgekeurde wijze. Dit betreft artikel 8 Wpg gegevens van de feitelijke woonoverlast en andere openbare orde gerelateerde gegevens uit de directe omgeving of met betrekking tot de overlast gevende bewoner(s). Er worden geen kopieën van mutaties en processen-verbaal verstrekt.
Verstrekking van een rapportage voor een maatregel Voor het toepassen van een maatregel zal door de teamchef van Basisteam Drechtsteden Binnen een rapportage worden verstrekt. Uitgangspunt daarbij is dat relevante en noodzakelijke gegevens in de rapportage worden verwerkt. 12.4 Verwerking van informatie door de betrokkenen De beleidsmedewerker Veiligheid, de programma manager aanpak Overlast en de wijkmanager verstrekken persoonsinformatie alleen aan de bij de aanpak betrokken partners. Zij ontvangen en delen persoonsinformatie op de volgende manieren: • tijdens gezamenlijke overleggen, • telefonisch, persoonlijk, • per versleutelde e-mail. Het is niet toegestaan informatie te delen door dit op een mediadrager te zetten, zoals een USB-stick.
Verstrekking van politiegegevens door de politie mag niet strijdig zijn met enig opsporingsbelang, bijvoorbeeld in het geval van een lopend opsporingsonderzoek. Verstrekking Woonoverlast Overleg Politiegegevens worden bij complexe en ernstige woonoverlast verstrekt door vaste medewerkers van de politie aan de deelnemers van het overleg woonoverlast. Namens de politie zal daar gewoonlijk aan deelgenomen worden door de betreffende wijkagent, dan wel door een andere daartoe aangewezen basisteam medewerker. Politiegegevens kunnen mondeling en schriftelijk aan de deelnemers van het overleg woonoverlast worden verstrekt.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
20
13 Algemene Verordening Overige rechtmatige manieren om de particuliere verhuurder te informeren: Gegevensbescherming •
Alle betrokkenen hebben rechten die zijn vastgelegd in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
• •
13.1 Informeren registratie In een kennisgevingsbrief (bijlage 2) aan de overlastgever maakt de wijkmanager melding van het registreren van persoonsgegevens. In de brief staat een verwijzing naar de website van de gemeente Dordrecht, waarin de rechten met betrekking tot de privacy zijn uitgelegd. Tevens wordt uitgelegd wat de aanpak woonoverlast is. De betrokkene moet binnen één maand na de eerste registratie van persoonsgegevens worden geïnformeerd. In principe informeert de betreffende professional de betrokkene altijd over het verwerken van informatie. De betrokkene heeft hier recht op als er geen zwaarwegende redenen zijn om hiervan af te zien. De overlastgever wordt binnen één maand na het afsluiten van de aanpak woonoverlast schriftelijk geïnformeerd over de beëindiging van de aanpak. (Bijlage 3) 13.2 Informeren particuliere verhuurder Middels het convenant woonoverlast zijn er goede afspraken gemaakt over informatiedeling met de woningcorporaties. Dit is echter daarmee niet geregeld voor de particuliere verhuurders, terwijl de particuliere verhuurder wel (mede)verantwoordelijk is voor de overlast die zijn huurder veroorzaakt en een belangrijke rol speelt bij het stoppen van de overlast.
Aangezien er sprake is van een openbare ordeprobleem, die het optreden van de burgemeester rechtvaardigt, zal de particuliere verhuurder geïnformeerd worden, over de overlast uitgaande van zijn/ haar pand, door hem/haar een kopie van de kennisgevingsbrief te sturen, conform bijlage 2.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
melders adviseren overlast ook direct bij verhuurder te melden; stopgesprek met verhuurder (en eventueel met overlastgever); sfeerrapportage.
13.3 Inzage De betrokkene heeft recht op inzage van de eigen persoonsgegevens. De betrokkene kan een schriftelijke uitdraai van zijn/haar persoonsgegevens inzien tijdens een afspraak met de wijkmanager. Afbreuk aan de rechten van andere betrokkene kan reden zijn voor afwijzing voor de inzage. 13.4 Rectificatie De betrokkene heeft het recht om rectificatie van de persoonsgegevens te vragen indien deze niet correct zijn. Hij mag de burgemeester vragen de persoonsgegevens te verbeteren, aan te vullen of af te schermen. Betrokkene kan om rectificatie vragen als zijn persoonsgegevens: • feitelijk onjuist zijn; • onvolledig zijn of niet ter zake doen voor het doel waarvoor ze zijn verzameld of; • op een andere manier in strijd met een wet worden gebruikt. 13.4.1 Reikwijdte rectificatierecht Het rectificatierecht is niet bedoeld voor het corrigeren van professionele indrukken, meningen en conclusies waarmee iemand het niet eens is. Wel mag diegene van de partner verwachten dat deze in ieder geval zijn schriftelijke mening toevoegt aan het dossier. Dat kan vooral een oplossing bieden bij situaties waarbij het om niet objectief vast te stellen feiten gaat.
21
13.5 Bewaartermijn Persoonsgegevens worden geregistreerd (bewaard), zolang deze worden verwerkt voor het doel waarvoor zij waren verzameld: • de persoonsgegevens worden gedurende 5 jaar in een niet-actieve omgeving bewaard indien de aanpak is afgesloten; • op basis van een nieuw signaal kunnen de bewaarde persoonsgegevens ten behoeve van het nieuwe signaal worden geraadpleegd dan wel verwerkt en is het uitvoeringsplan aanpak woonoverlast of het werkproces persoonsgerichte aanpak of werkproces aanpak problematische groepen en groepsgedrag van toepassing op de nieuwe verwerking; • de opgenomen gegevens kunnen voor evaluatie dan wel wetenschappelijk onderzoek in niet tot individuele personen herleidbare vorm bewaard blijven; • de politie voert de bewaartermijn uit conform de Wpg. 13.6 Vernietiging persoonsgegevens Persoonsgegevens, in het kader van het uitvoeringsplan, worden door de partners vernietigd: • als tijdens het gezamenlijke overleg wordt besloten dat er geen sprake is van complexe woonoverlast; • na vijf jaar na afsluiting van de aanpak woonoverlast of een andere persoons- of groepsgerichte aanpak, in overeenstemming met de Archiefwet; • tenzij er een andere reden is om deze niet te vernietigen. Indien de woonoverlast binnen vijf jaar niet herleeft, worden de persoonsgegevens niet langer noodzakelijk beschouwd voor de doeleinden als genoemd in dit uitvoeringsplan.
Overeenkomstig art. 5 lid 1 onder e jo. 89 lid 1 AVG mogen de persoonsgegevens voor langere perioden worden opgeslagen voor zover de persoonsgegevens louter met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden worden verwerkt.
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
22
Bijlagen
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
23
Bijlage 1 relevante wetgeving •
de Wet aanpak woonoverlast;
•
de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG);
•
de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (UAVG);
•
de Wet politiegegevens (Wpg);
•
de Wet Besluit Politiegegevens (Wpg);
•
de Gemeentewet;
•
de Huisvestingswet;
•
de Woningwet;
•
de Politiewet;
•
de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek;
•
het huurrecht, in het bijzonder boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
•
de Algemene Plaatselijke Verordeningen van de gemeenten;
•
de Algemene Voorwaarden van de woningcorporaties;
•
de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
24
Bijlage 2 kennisgevingsbrief aan overlastgever start aanpak Geachte NAAM BETROKKENE,
U krijgt deze brief omdat u CONCRETE OVERLAST BENOEMEN/LOCATIE. De mensen die bij u in de buurt wonen hebben veel last van uw gedrag. Het is belangrijk dat u daarmee stopt. Anders grijpt de gemeente in. Dat gedrag willen we samen met u veranderen. Mensen van de gemeente, de politie en uw verhuurder willen u helpen om te stoppen met de woonoverlast. Dit heet de aanpak van woonoverlast. U krijgt een contactpersoon. Dit is NAAM PARTNER van ORGANISATIE. HIJ/ZIJ maakt een afspraak met u. U kunt dan praten over wat er aan de hand is en wat we samen met u gaan doen. U mag iemand meenemen naar de afspraak. Een hulpverlener of iemand die belangrijk voor u is.
Hoogachtend, Namens de burgemeester van Dordrecht, (Indien van toepassing) "Een kopie van deze brief wordt verzonden naar XX. Hij is, als verhuurder van uw woning, medeverantwoordelijk voor de woonoverlast die u veroorzaakt en kan ook eventuele vervolgstappen ondernemen om de overlast te doen stoppen."
Persoonsgegevens: We registreren uw persoonlijke gegevens zoals naam, adres en telefoonnummer. Dat mag niet zomaar. Daar zijn regels voor. Die staan in de AVG. Op deze website kunt u hier meer informatie over vinden: www.dordrecht.nl/privacyverklaring
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
25
Bijlage 3 kennisgevingsbrief aan overlastgever afsluiting aanpak Geachte NAAM BETROKKENE, Op DATUM VERZENDIG BRIEF START AANPAK stuurden we u een brief. Hierin stond dat de gemeente, de politie en de verhuurder de woonoverlast gingen aanpakken. Met uitleg over wat de woonoverlast is. Die aanpak moest ervoor zorgen dat u geen woonoverlast meer geeft. We hebben gezien dat u geen overlast meer geeft. Dat is goed nieuws. Daarom stopt de aanpak van woonoverlast. Wel bewaren we tot en met 5 JAAR NA HEDEN alle informatie over u die te maken had met de woonoverlast in ons computersysteem. Heeft u nog vragen? Bel dan naar NAAM-contactpersoon op MOBIEL TELEFOONNUMMER. Met vriendelijke groet, Namens de burgemeester van Dordrecht,
Persoonsgegevens: We registreren jouw persoonlijke gegevens zoals naam, adres en telefoonnummer. Dat mag niet zomaar. Daar zijn regels voor. Die staan in de AVG. Op deze website kun je hier meer informatie over vinden: www.dordrecht.nl/privacyverklaring
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
26
Bijlage 4 'Burenoverlast. Wat kunt u doen' https://www.dordtveilig.nl/wat-kunt-u-zelf-doen/in-uw-wijk/overlast/overlast
Uitvoeringsplan ‘Aanpak Woonoverlast’
27