Uitvoeringsplan 2020-2021_.pdf
Tekst van het document
Projecten voor 2020 – 2021 Versterken lokale infrastructuur Het Sociaal Wijkteam/ Jeugdteam is dé voordeur voor informatie, advies, ondersteuning en initiatief voor bewoners (0-100+) met een vraag of idee. De teamleden bieden zelf informatie, advies en ondersteuning (al dan niet groepsgericht) of wijzen bewoners de weg in het netwerk in de wijk/ stad – variërend van vrijwilligersinitiatieven tot formele instanties. De teamleden werken op basis van vrijwilligheid samen met de cliënt en zijn systeem aan zicht op veiligheid en eventuele andere doelstellingen. Per 1 januari 2019 is de werkwijze van Veilig Thuis aangescherpt en de Wet verplichte meldcode HG/ KM verbeterd en in 2019 is het kwaliteitskader voor de lokale infrastructuur ontwikkeld. Vanwege deze ontwikkelingen en een toename van meldingen bij partijen is het van belang dat de samenwerking tussen Veilig Thuis en de Sociale Wijkteams/ Jeugdteams aangescherpt wordt. Om de lokale infrastructuur te versterken is hiervoor door Veilig Thuis ZHZ en de Sociale Wijkteams/ Jeugdteams een plan van aanpak gemaakt. Het doel dat we willen bereiken is om geweld eerder en beter in beeld te hebben, zodat eerder kan worden gehandeld. Op die manier kan de duur van het geweld worden verkort en kan erger worden voorkomen en wordt de kwaliteit van de veiligheid voor de inwoners van Zuid-Holland Zuid geborgd.
Dit doen we door gericht trainingen te organiseren die tegemoetkomen aan het kwaliteitskader veiligheid, gebaseerd op het bieden van structurele veiligheid en daarnaast twee films te maken over de aanpak van professionals bij HG/ KM en hoe de betrokkenen (pleger en slachtoffer) daarmee zijn omgegaan. De opzet van de voorlichtingsfilm is een tweeledig. In de eerste film worden portretten gemaakt van betrokkenen bij de casuïstiek rond huiselijk geweld en kindermishandeling en in de tweede film komen de plegers en slachtoffers aan het woord. Het initiatief voor het versterken van de lokale infrastructuur wordt opgepakt door Veilig Thuis in samenwerking met het lokale veld. De kosten voor de acties worden niet vergoed door de gemeente en het verzoek aan het programmateam is om deze kosten te financieren.
Investering- en ontwikkelkosten opleiding en training Opleiding en trainingen door externe partij laten verzorgen Ontwikkelen scenario voorlichtingsfilms portretten en plegers/ slachtoffers met behulp van aandachtsfunctionarissen Maken van een voorlichtingsfilm met portretten professionals Maken van een voorlichtingsfilm met plegers en slachtoffers van HG/ KM Coördinatie van de acties
De focus van het versterken van de lokale infrastructuur heeft alles te maken met het opzetten en maken van veiligheidsplannen door de lokale teams waardoor actief gewerkt wordt aan het bieden van structurele veiligheid. Uitgangspunt is het kwaliteitskader veiligheid voor lokale infrastructuur. Binnen de lokale teams en Veilig Thuis is onduidelijkheid over de rolverdeling en verantwoordelijkheid (casusregie) als het gaat om de aanpak van huiselijk geweld en
kindermishandeling. Met name als het gaat om het maken van veiligheidsplannen. Het afwegingskader verplichte meldcode is nog niet duidelijk bij alle betrokkenen. De inzet van ervaringsdeskundigen wordt onvoldoende benut. Een van de zaken die er zal worden opgepakt is om te komen tot een scenario opzet voor een voorlichtingsfilm die gebruikt kan worden voor opleiding en training van professionals. Tevens is het de bedoeling om een voorlichtingsfilm te maken waarin betrokken professionals aan het woord komen met betrekking tot de diverse invalshoeken. Deze portretten worden opgetekend aan de hand van ervaringen die zij hebben opgedaan in het werken met betrokkenen van huiselijk geweld en kindermishandeling. De basis voor de samenwerking is middels het convenant samenwerkingsafspraken per Sociaal Wijkteams in Zuid-Holland Zuid geborgd. Er zijn leertafels 1ontwikkeld waarbij aan de hand van casuïstiek de samenwerkingsafspraken getoetst zijn. Vanwege de aangescherpte wet Meldcode HG/KM en de aangepaste werkwijze van Veilig Thuis zijn de samenwerkingsafspraken aan verdieping toe. Veilig Thuis ZHZ en de Sociale Wijkteams hebben de wens geuit om de samenwerking nog meer te versterken zodat we met elkaar meer dezelfde taal gaan spreken om de kwaliteit van de veiligheid voor de inwoners uit de regio Zuid-Holland Zuid.
De verdieping van de samenwerking willen we vormgeven in een gezamenlijk ontwikkelde training. Het draaiboek van de training wordt in gezamenlijkheid per team met een externe trainer gemaakt. Hiervoor wordt een kernteam (coördinatoren) en een designteam (professionals) per gemeente opgericht om met elkaar de training op maat te ontwikkelen. De training moet zich onderscheiden van de reeds ontwikkelde leertafels. De training samenwerking bij vermoeden van Huiselijk Geweld/Kindermishandeling moet de infrastructuur tussen Veilig Thuis en het lokale veld gaan verbeteren met als doel de kwaliteit van de veiligheid voor de inwoners van Zuid-Holland Zuid te borgen. De werkwijze wordt zoveel als mogelijk geïntegreerd in de regulier werkwijze.
1
Op basis van aangeleverde casuïstiek wordt door partijen gesproken over een adequate veiligheidsinschatting en daaraan gekoppeld plan.
Ouderenmishandeling Naarmate mensen ouder worden, worden ze vaak afhankelijker en kwetsbaarder. Ze hebben hulp nodig in de huishouding, bij hun eigen persoonlijke verzorging of het beheren van hun financiën. Sommige ouderen ervaren geheugenproblemen of verlies van cognitieve functies. De buitenwereld wordt voor hen vaak minder makkelijk toegankelijk dan voorheen. Ontwikkelingen die ouderen sneller slachtoffer maken van mishandeling. Het stoppen of voorkomen van ouderenmishandeling vraagt om een gezamenlijke aanpak en een actieve opstelling van onder andere gemeente, politie, openbaar ministerie, zorgpartijen, netwerkpartners en veilig thuis. Het doel dat we willen bereiken is om geweld eerder en beter in beeld te hebben, zodat eerder kan worden gehandeld. Op die manier kan de duur van het geweld worden verkort en kan erger worden voorkomen en wordt de kwaliteit van de veiligheid voor de inwoners van Zuid-Holland Zuid geborgd. Dit doen we door partijen aan elkaar te verbinden middels het afsluiten van convenanten in het kader van Veilig Oud en het opzetten van lokale allianties tegen financiële uitbuiting.
Organiseren van bijeenkomsten en coördinatie van de acties om te komen tot convenanten (borging) en lokale allianties per gemeente.
Er wordt actief ingestoken op lokale allianties financiële uitbuiting ouderenmishandeling en het verwezenlijken van convenanten zoals die tussen partijen in de gemeente Hoeksche Waard zijn gesloten. Daar worden vanuit diverse domeinen (veiligheid, zorg en gemeente) ingestoken op systeemgerichte aanpak en de gehele keten betrokken. In de regio worden diverse initiatieven ondernomen om te komen tot het bestrijden van ouderenmishandeling. We missen nog de inbreng van ervaringsdeskundigen en een regionale opzet van beleid waarbij dit geborgd kan worden binnen de instellingen. Het aanstellen van aandachtsfunctionarissen is een van de prioriteiten van de opzet en ook het betrekken van partijen die nu nog niet structureel zijn betrokken bij de aanpak. Te denken valt aan het trainen van vrijwilligers en ondersteunen van mantelzorgers op dit vlak. Het uitbreiden van lokale allianties financieel misbruik is een van de speerpunten voor de komende tijd. We willen in elke gemeente een netwerk van professionals die betrokken zijn bij dit onderwerp.
Complexe scheidingen Gemeenten Dordrecht, Papendrecht en Zwijndrecht Domein overstijgend samenwerken staat centraal in hoe het adviespunt georganiseerd gaat worden. Het gaat om een intensieve samenwerking binnen, maar vooral ook tussen het sociale, maatschappelijke en het juridische domein. Vanuit deze domeinen wordt het adviespunt dan ook bemenst. Aan de voorkant zal het adviespunt domeinoverstijgend advies en begeleiding geven aan ouders, kinderen, professionals en andere betrokkenen die te maken hebben met scheidingssituaties. Daarnaast werkt het adviespunt aan samenwerking aan de achterkant tussen zorginstellingen, advocaten, mediators, rechtbank, jeugdprofessional, maatschappelijk werkers en anderen professionals. Daarvoor worden samenwerkingsconvenanten opgesteld, waarvan partners reeds hebben aangegeven dat ze daar meerwaarde in zien. Speciale aandacht is er ook voor advisering vanuit het adviespunt aan het voorveld, te weten het onderwijs en de kinderopvangorganisaties. In de huidige uitvoeringspraktijk is een aantal knelpunten te onderscheiden. Het belangrijkste knelpunt is de afwezigheid van het werken met één plan voor alle betrokkenen passend bij hun proces. Het gezin maakt een scheiding door en heeft vervolgens een situatie van gescheiden ouderschap.
De trajecten binnen het sociaal en het juridisch domein dienen niet alleen aan te sluiten bij de betrokkenen en hun proces, maar moeten complementair zijn aan elkaar. Deze systemische benadering vanuit één plan is nodig om alle betrokkenen en hun situatie effectief te ondersteunen. Er zijn diverse partijen die werken met betrokkenen van een scheiding of gescheiden ouderschap; De partijen binnen het sociaal domein beogen reeds te werken aan een gezamenlijk plan voor alle betrokkenen. Deze werkwijze wordt verbreed, zodat ook het juridisch domein zoveel als mogelijk aan één plan werkt met alle betrokkenen. Het adviespunt biedt hiervoor een samenwerkingsplatform waar zorg en recht aan elkaar verbonden worden. Het innoveren van verbeteren van de samenwerking is een expliciete opdracht aan het adviespunt. Dat moet zij doen door aanpassing en vernieuwing van bestaande routines, werkwijzen en trajecten in het sociaal en juridisch domein (bijvoorbeeld maatschappelijk effectieve rechtsspraak) te exploreren, te stimuleren en te realiseren. Het adviespunt werkt ernaartoe dat de dienstverlening ingebed raakt (of opgaat) in bestaande structuren, processen en trajecten en dat de kennis en kunde gemeengoed worden. Het is dan ook van belang om de voortgang hierop en de kwaliteit en kwantiteit van de dienstverlening te monitoren.
Indicatoren worden in de eerste drie maanden van het project opgesteld. De pilot wordt afgesloten met een rapport over de lessons learned, de aanpassingen in en beschrijving van de werkprocessen en samenwerkingsstructuren en klantervaringen. Daarnaast zullen we tussentijd evalueren en bijstellen. Op deze manier zijn resultaten overdraagbaar naar andere lokale of regionale praktijken. Het project beoogt een samenwerkingsconstruct voor de gehele regionale keten van jeugdhulp. Het faciliteert de keten. Niet alleen vanuit de zorg bestaat de wens voor samenwerking, ook de juridische partners willen dat er een schakel ontstaat tussen welzijn/zorg en juridisch. Een belangrijk en sterke onderdeel van het ontwikkelde model is het proces waaruit het model is ontstaan: een interactieve ontwikkelstrategie ism diverse partners in de keten. Het adviespunt krijgt de expliciete opdracht mee om aan te sluiten bij bestaande structuren (en deze niet te vervangen) en om de dienstverlening uiteindelijk (binnen 2 jaar) in de bestaande structuren, processen en trajecten in te bedden.
Handle with Care Het project ‘Handle with Care’ is een uitermate geschikt instrument om op een eenvoudige manier steun te geven aan kinderen, betrokken bij huiselijk geweld, op school. Diverse gemeenten in de regio Zuid-Holland Zuid zijn bereid om het project ‘Handle with Care’ met politie, onderwijs en leerplicht op te zetten. Er zijn bij twee gemeenten al gesprekken gaande tussen onderwijs en gemeente. Het doel dat we willen bereiken is om kinderen te steunen wanneer het nodig is. Dat er mensen in hun omgeving zijn waar ze op kunnen rekenen.
Coördinatie van de acties inzake werkafspraken, opleidingen en voorlichting
Het onderwijs en leerplicht worden actief betrokken bij de invulling van het project. Momenteel is er nauwelijks aandacht voor de aanpak van kindermishandeling op school en door deze aanpak is het bijeffect een mogelijke aanpak van de handelingsverlegenheid op school. Een van de belangrijke punten van het project is dat de ouders op de hoogte worden gesteld van deze werkwijze waardoor er een opening kan zijn voor een gesprek. De politie heeft nog niet toegezegd om mee te werken aan dit project. Dit is wel een vereiste om het project ook daadwerkelijk te kunnen organiseren.
MDA++ Inleiding De Multidisciplinaire Aanpak voorziet in een bundeling van psychosociale, medische, forensische en justitiële specialisten (eerste +) die intersectoraal samenwerken (tweede +) in de aanpak van kindermishandeling, huiselijk geweld en seksueel geweld. MDA++ is een effectieve aanpak voor gezinnen die op meerdere leefdomeinen problemen ervaren, die onderling samenhangen en van generatie op generatie kunnen overgaan. Het patroon van geweld en onveiligheid en de dynamiek tussen de gezinsleden moet omgebogen en doorbroken worden. Meerdere ketenpartners brengen capaciteit in om tot het multidisciplinaire team te komen. Dit team van deskundigen coördineert onderzoek, hulp en zo nodig opvang in complexe gevallen van ernstig (seksueel) geweld. Doelstelling Doel van MDA++ is het transformeren van de huidige aanpak tot een netwerkaanpak waarin bovengenoemde specialisten vertegenwoordigd zijn. Door middel van een multidisciplinaire samenwerking worden daarmee achtereenvolgens vier resultaten gerealiseerd. 1. Directe veiligheid in de gezinssituatie (binnen 1 week); 2. Stabiele of structurele veiligheid in het gezin (plan van aanpak binnen 4 weken, uitvoering maximaal 3 maanden); 3. Herstel van trauma en ontwikkeling (3 maanden tot een jaar); 4. Participatie en kwaliteit van leven a. Er is geen geweld meer binnen het gezin, ook niet na 2 tot 3 jaar; b.
Slachtoffers ondervinden geen achterstand meer in hun ontwikkelingskansen; c. Gezinsleden hebben weer regie over hun eigen leven. Daarbij wordt zo veel mogelijk uitgegaan van het verbeteren en effectiever maken (en waar nodig aanvullen) van bestaande structuren en samenwerkingsverbanden. Resultaten Het project heeft als doel de MDA++ beschikbaar te maken voor gezinnen en huishoudens in ZuidHolland Zuid die in een spiraal van (ernstig) structureel geweld zitten. Op basis van casuïstiek zal de MDA++ lerende wijs/werkende weg concreet vorm krijgen. De beoogde resultaten van het project zijn: 1. Een voorstel voor de inrichting en werkwijze van MDA++ ondersteund wordt door de kernpartners. 2. Het inventariseren en vervolgens stroomlijnen van overlegsituaties voor ernstige en complexe vormen van kindermishandeling en huiselijk geweld en het toewijzen van verantwoordelijkheden; 3. Vastgelegde afspraken over de inzet van de medische, forensische en trauma specialistische expertise, pleger behandeling, GGZ en verslavingszorg in deze casussen; 4. Vastgelegde samenwerkingsafspraken in de keten m.b.t.: a. Casus- en procesregie; b. De overlegstructuur voor complexe en ernstige casussen; c. Mandatering voor deelnemers aan dit overleg; d. Organiseren doorzettingsmacht in die gevallen waar onvoldoende samenwerking het komen tot duurzame oplossingen in de weg staat.
In het project wordt beoogd de volgende punten helder te krijgen: Meerwaarde: concreet maken wat de meerwaarde van de MDA++ aanpak is. Welke succesfactoren kunnen uit de besproken casussen worden gehaald?
Criteria: concreter expliciteren voor welke casussen MDA++ structureel dient te worden ingezet. Werkwijze: het werkproces MDA++ duidelijk omschrijven en uitwerken.
Werkwijze Helder krijgen welke partners in welke situaties aan tafel gewenst zijn. Welke partners zitten structureel aan tafel (binnenring) en welke partners incidenteel/op maat (buitenring). Specialistische expertise: aan welke specialistische expertise is behoefte of kan behoefte zijn en hoe kan deze georganiseerd worden? Interventies en beschikbaar aanbod: aan welke interventies en producten is behoefte? Op welke wijze kan dit georganiseerd worden? Is er behoefte aan het aanpassen van bestaande regionale inkooprelaties (o.a. WMO, jeugd) of in werkwijzen van de betrokken gemeenten, wanneer deze verantwoordelijk voor de uitvoering zijn (o.a.
sociaal domein, veiligheid)? Aan welke vorm(en) van regie is behoefte? Wat vraagt dit aan capaciteit, competenties en deskundigheid? Hoe kan dit optimaal worden ingevuld? Welke knelpunten komen naar voren uit de pilot, op welk gebied? Hoe kunnen we deze knelpunten adresseren? Hoe verhoudt het MDA++ casusoverleg zich tot andere overlegtafels? Vervolg Is het wenselijk om MDA++ duurzaam in te zetten en zo ja, hoe kan dit optimaal worden georganiseerd (positionering MDA++)? Welke capaciteit en middelen vraagt dit van gemeenten en van andere betrokken partners? Welke ontwikkelpunten liggen er nog? Welke elementen van MDA++ kunnen nuttig zijn om in te zetten in de aanpak voor andere doelgroepen? Op basis van bovenstaande punten zal de pilot worden geëvalueerd. Fasering van het project Het actieplan kent drie fasen: Fase 1 Voorbereiding: wat moet er gedaan worden voor er gestart kan worden Randvoorwaarden twee maanden, trainingen zes maanden Fase 2 Uitvoering: in de praktijk aan de slag; werkwijze beproeven Zes maanden tot een jaar Fase 3 Evaluatie: evaluatie voorstel voor structurele uitvoering Drie maanden
Meldcode en voorlichtingen Per 1 januari 2019 geldt de aangepaste meldcode. Dit betekent dat het een norm is geworden voor professionals om bij vermoedens van acute en structurele onveiligheid melding te doen bij Veilig Thuis. Doel van dit project is dat gemeenten in staat zijn hun toezichthoudende en stimulerende rol ten aanzien van de implementatie kunnen uitvoeren. Vanuit de VNG is er een programma meldcode ontwikkeld. De doelen van de meldcodetour zijn: 1. Het vergroten van de bekendheid van de aangescherpte meldcode bij professionals 2. Ervoor zorgen dat meer professionals de meldcode toepassen, onder meer door het vergroten van de gespreksvaardigheden 3. Het verbeteren van de samenwerking tussen professionals uit verschillende domeinen Opzet programma De inhoudelijke focus van de meldcodetour ligt op ‘samen’. Er wordt voor gekozen om deze boodschap uit te dragen zodat er een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor veiligheid is en er informatie gedeeld kan worden. De meldcode is niet een stappenplan richting Veilig Thuis. Melden is maar één stap in het traject. In het programma wordt de verbindende factor tussen doelgroepen/ beroepsgroepen gezocht. Samenwerking is van groot belang in alle stappen van de meldcode.
Van signalering (combineren van signalen om een goed beeld te krijgen) tot samenwerking aan de ‘achterkant’ (na melding en na het opstellen van een veiligheidsplan) om veiligheid te creëren en te garanderen en het behouden van de verantwoordelijk voor het zorgen voor veiligheid. Het stopt niet na melden/advies. De meldcodetour heeft als doel om niet alleen kennis te vergroten maar vooral ook de meldcode te leren toepassen en concrete handvatten te bieden voor dilemma’s en vragen van professionals bij de toepassing. Om deze doelstelling te bereiken, hanteren we de volgende uitgangspunten voor ons programma:
Leren door doen en ervaren; experimenteren om zelf tot nieuwe inzichten te komen en om gedragsverandering te realiseren. Inzicht krijgen in het effect van hun eigen handelen Leren dicht bij de eigen praktijk; professionals leren beter als ze een directe link kunnen legen naar hun eigen werkpraktijk. Daarom is het belangrijk de context van de professional naar binnen te halen.
Het programma bestaat uit een kort plenair programma dat vooral inspiratie biedt en inzicht geeft in het waarom van de meldcode en een start te maken met good story telling (delen van positieve ervaringsverhalen over de meerwaarde van samenwerking). De meeste tijd wordt besteed aan een deelsessie waarin er met kleinere groepen aan de slag wordt gegaan met herkenbare casuïstiek en dilemma’s bij de toepassing van de meldcode. Het doel van de deelsessies is dat dilemma’s bespreekbaar worden gemaakt die professionals tegen komen bij het toepassen van de meldcode en ze concrete handvatten te bieden hoe om te gaan met deze dilemma’s. Veilig Thuis medewerkers worden ingezet voor voorlichtingen aan sociale teams en jeugdteams inzake het toepassen van de meldcode en de samenwerking tussen de partijen. Vooralsnog is het de bedoeling om 45 voorlichtingen te verzorgen in 2020.
Ervaringsdeskundigheid Wie weten het beste wat werkt bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling? Dat zijn degenen die onveilige situaties van dichtbij hebben meegemaakt. Zij hebben de impact ervaren en weten hoe het is om zelf slachtoffer, betrokkene of pleger te zijn. En weten ook hoe je kunt herstellen van een ontwrichtende situatie. Binnen het programma Geweld Hoort Nergens Thuis zijn daarom meerdere ervaringsdeskundigen betrokken. Zij adviseren het kernteam, de stuurgroep, het programmateam en de onderzoekscommissie en leveren een concrete bijdrage aan verschillende projecten. Zo werken zij mee aan de realisatie van de ambities van het landelijke programma. In navolging op het landelijke programma kan in de regio ZHZ een pool van ervaringsdeskundigen worden opgezet. De ervaringsdeskundigen kunnen participeren in het hulpverleningsproces en onderdeel zijn van de invulling van zorg en begeleiding cliënten. De effectiviteit van ervaringsdeskundigen is effectief op diverse vlakken. Bijvoorbeeld ondersteuning in de motivatie van cliënten, optreden als rolmodel, erkenning en herkenning en laagdrempelige steun.
Aanpak seksueel geweld Inleiding Dagelijks worden mensen slachtoffer van seksueel geweld. Slachtoffers weten vaak niet wat zij moeten doen na het geweld. Zij zijn verward, voelen te veel schaamte om het te vertellen aan anderen en zijn bang voor represailles van de pleger of voor reacties van familie of vrienden. Ook plegers hebben hulp nodig om herhaling te voorkomen. Seksueel geweld is een vorm van geweld die het meest intieme van de mens raakt, psychisch en lichamelijk. Seksueel geweld is naast een persoonlijk probleem ook een maatschappelijk probleem. Om allerlei redenen zijn betrokkenen geneigd het geweld niet te melden en hulpverlening te vermijden. Dat kan echter leiden tot disfunctie in de maatschappij en in een latere levensfase een groot risico op herhaling. Dat geldt voor zowel slachtoffers als plegers. Het is een taak van de gemeente om seksueel geweld terug te dringen en te stoppen: iedereen moet zich zowel op straat als in de privéomgeving veilig kunnen voelen. De weg naar de hulpverlening moet helder zijn. Doelstelling Op 18 november 2019 is door Veilig Thuis ZHZ een symposium georganiseerd gericht op dit onderwerp in Dordrecht. Doel van de aanpak seksueel geweld is door het verbeteren van signalering bij Veilig Thuis en zorgpartijen, onderwijs, kinderopvang en sportverenigingen het geweld te stoppen en herhaling te voorkomen.
De aanpak is integraal, multidisciplinair en sector overstijgend. Resultaten De aanpak van seksueel geweld in de regio kan gerealiseerd worden middels het behalen van de volgende resultaten. 1. Opstellen van een sociale kaart met organisaties die hulp of dienst verlenen aan slachtoffers van seksueel geweld. 2. Het vormen van een netwerk aanpak seksueel geweld door het organiseren van bijeenkomsten. 3. Het organiseren van bijeenkomsten deskundigheidsbevordering voor betrokken medewerkers. 4. Zorg voor een coördinator van het netwerk. 5. Zorg voor een geregelde nieuwsbrief over het onderwerp. Werkwijze Helder krijgen welke partners in welke situaties aan tafel gewenst zijn. Welke partners zitten structureel aan in het netwerkoverleg en zorg voor binding. Organiseer bijeenkomsten door inschakelen van de betrokken organisaties en maak in overleg met hen een inventarisatie over de onderwerpen en geconstateerde knelpunten. Breng dit naar voren in het netwerk waarbij herkenbaarheid en oplossingsgerichtheid gewenst is. Voortgang en daadkracht zijn belangrijke onderdelen van het project. Fasering van het project De aanpak in het project kent drie fasen: Fase 1 Voorbereiding: Er is al veel voorwerk verricht waardoor dit snel kan worden gerealiseerd. Fase 2 Uitvoering: in de praktijk aan de slag met de resultaten.
Zes maanden Fase 3 Evaluatie: evaluatie voorstel voor structurele uitvoering Twee maanden
Traumascreening Inleiding Slachtoffers en plegers van huiselijk geweld kampen bovengemiddeld vaak met trauma’s. Dit vormt een van de verklaringen voor het van generatie op generatie overdragen van huiselijk geweld. Toch is hier nog weinig aandacht voor. Vaak wordt er bij het beoordelen van de schade die een slachtoffer heeft opgelopen na kindermishandeling of huiselijk geweld slechts gekeken naar de signalen die het slachtoffer zelf afgeeft. Maar regelmatig is de schade nog niet direct zichtbaar en blijkt deze pas later. Bij kinderen soms pas als ze volwassen zijn. Daarom wordt het de norm dat slachtoffers en plegers van huiselijk geweld een traumascreening wordt geboden met een daarop aansluitend behandelaanbod. Hiermee wordt opvolging gegeven aan aanbevelingen van de Gezondheidsraad ten aanzien van het behandelaanbod na kindermishandeling. Kinderen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) kunnen soms al met slechts een paar uur therapie succesvol behandeld worden. In Nederland werkt een aantal opvanginstellingen op beperkte schaal al samen met aanbieders van gespecialiseerde traumabehandeling voor slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling. Er is echter een groot gebrek aan gespecialiseerde traumabehandelaars die met slachtoffers van huiselijk geweld en/of kindermishandeling kunnen en willen werken.
Tegelijkertijd blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat juist deze interventies de grootste vermindering geeft van klachten. Ook vermindert het de kans op herhaald slachtofferschap en kan het ook voorkómen dat kinderen plegers worden als ze volwassen zijn. Doelstelling Er moet altijd passende hulp op verschillende domeinen zoals veiligheid, onderwijs, zorg en schuldhulpverlening worden geboden en tevens moet de veiligheidssituatie op langere termijn in de gaten worden gehouden. Traumascreening is hier een belangrijk onderdeel bij. Hierbij is ook aandacht voor de inzet van slachtofferhulp en de inzet van langdurige hulp door een wijkteam of gespecialiseerde hulp indien nodig. Resultaten Het organiseren van traumascreening en aanbieden van een passende behandeling kan gerealiseerd worden middels het behalen van de volgende resultaten. 1. Traumascreening is beschikbaar voor signalerende professionals als blijkt dat er sprake is van huiselijk geweld en kindermishandeling. 2. Er is lokaal of regionaal altijd een bijpassend (trauma)behandelaanbod beschikbaar. 3. Er wordt gemonitord of de traumascreening en het (trauma)behandelaanbod wordt ingezet. Werkwijze Het opstellen en uitvoeren van een plan van aanpak voor het opzetten van traumascreening. Inventariseren van behandelaanbod in de regio en zo nodig voorstellen doen om dit behandelaanbod te organiseren.
Je betrekt en motiveert hierbij interne en externe partners. Je zorgt voor commitment aan de werkwijze en borgt deze. Fasering van het project De aanpak in het project kent drie fasen: Fase 1 Voorbereiding: Inventariseren van bekendheid met traumascreening en behandelaanbod in de regio. Twee maanden. Fase 2 Uitvoering: in de praktijk aan de slag met de resultaten. Zes maanden. Fase 3 Evaluatie: evaluatie voorstel voor structurele uitvoering. Twee maanden