TVW 2021 Dordrecht - Definitief .pdf
Tekst van het document
Warmteoptie en herijking
Voor deze buurten is het nog onduidelijk welke warmteoptie zij krijgen, bijvoorbeeld omdat de kosten van de verschillende warmteopties erg dicht bij elkaar liggen. Zij zijn echter niet zo oud dat zij aanspraak kunnen maken op duurzaam gas. Daarom volgen deze buurten een noregrettransitiepad gericht op gasbesparing en krijgen zij extra aandacht bij de vijfjaarlijkse herijking van de Transitievisie Warmte, waarbij de warmteoptie van deze buurten opnieuw wordt beoordeeld op basis van voortschrijdend inzicht. Een hybride warmtepomp is in deze buurten in principe no-regret. Als de buurt uiteindelijk toch gasvrij wordt geldt dit als tussenoplossing: de hybride warmtepomp maakt dan op termijn plaats voor een volledige warmtepomp of een afleverset van het warmtenet. Deze buurten stappen in het tempo van gebouweigenaren naar het basisniveau en eventueel hybride warmtepompen. In deze buurten zullen gebouweigenaren soms kiezen voor individueel all-electric en lokale bronnetten, ook als de definitieve warmteoptie nog niet duidelijk is.
Tempo Opt-out
8.1.5
Bedrijventerreinen
Transitiepad Gebouwen
Bedrijventerrein Voor bedrijfsbebouwing geldt dat inregeling van de binneninstallatie vaak belangrijker is dan het maken van bouwkundige aanpassingen. Dit is echter ook sterk afhankelijk van de gebruiksfunctie van het bedrijfspand. Op bedrijventerreinen zullen individuele en kleinschalig collectieve warmteopties voorkomen. Het gaat daarbij om all-electric maar ook om WKO-netten die naast warmte ook koude kunnen leveren. De energie-infrastructuur op een bedrijventerrein is echter in hoge mate maatwerk, zeker als er procesindustrie op het terrein aanwezig. Deze buurten volgen het tempo van de gebouweigenaren. Het tempo zal mede bepaald worden door de verplichtingen die bedrijven hebben onder de Wet milieubeheer om energie te besparen, en de handhaving van de Omgevingsdienst hierop.
Warmteoptie
Tempo
8.1.6
Nieuwbouw- en transformatiegebied
Transitiepad Gebouwen Warmteoptie
Tempo
23
Nieuwbouw- en transformatiegebied Deze buurten worden bijna geheel nieuw gebouwd of getransformeerd. Alle gebouwen zullen gebouwd worden conform de dan geldende (aardgasvrije) nieuwbouwnormen, zowel woningen als bedrijfsbebouwing. Voor nieuwbouw gelden dezelfde afwegingscriteria voor warmteopties als voor bestaande bouw, inclusief de in de RES bepaalde voorkeursvolgorde. De keuze van een warmteoptie op een nieuwbouwlocatie is echter altijd afhankelijk van lokale factoren als de schaal, dichtheid en eventuele synergie met de bestaande bouw en een bestaand warmtenet. Voor sommige nieuwbouwlocaties is reeds een keuze gemaakt voor een warmteoptie. Bij zeer kleinschalige ontwikkelingen is all-electric vaak optimaal, of kan eenvoudig worden aangesloten op een bestaand warmtenet in de buurt. Bij grootschalige nieuwbouwontwikkelingen moet per locatie worden onderzocht welke warmteoptie optimaal is. Deze buurten volgen het tempo van de gebiedsontwikkeling.
9 Uitvoeringsstrategie De perspectiefkaart en de transitiepaden in het vorige hoofdstuk geven per buurt inzicht in de route die we doorlopen naar aardgasvrij. In dit hoofdstuk geven we een doorkijk richting uitvoering: hoe worden die routes de komende jaren ingezet, welke instrumenten zetten we als gemeente in, en hoe kunnen gebouweigenaren en andere partijen initiatiefnemen?
9.1De transitiepaden omzetten naar de praktijk De warmtetransitie slaagt alleen als het voor iedereen haalbaar en betaalbaar is en als iedereen mee kan doen. Op dit moment is dat nog niet overal het geval. We weten niet wanneer hier precies duidelijkheid over komt. We starten daarom waar het kan en verder pakken we het dus stap voor stap aan. In deze paragraaf gaan we in op individuele en collectieve aanpakken, die per buurt verschillend zijn. Samenvattend zijn er de volgende aanpakken: Individuele aanpak
Collectieve aanpak
Alle buurten
Isoleren en aardgas besparen
Collectieve inkoop voor isolatie / opwek / hybride oplossingen
Warmtenetbuurten
Kookgas vervangen door elektrisch koken
Warmtenet aanleggen; aardgasnet verwijderen; elektriciteitsnet verzwaren
All electric buurten
Kookgas vervangen door elektrisch koken; gasketel vervangen door (hybride) warmtepomp;
Aardgasnet verwijderen; elektriciteitsnet verzwaren; collectieve aanleg van lokaal bronnet voor blok of buurt
Besparingsbuurt met op termijn duurzaam gas
Kookgas vervangen door elektrisch koken; hybride warmtepomp installeren als tussenoplossing naar aardgasvrije warmteoptie
Elektriciteitsnet verzwaren, aardgasnet geschikt maken voor duurzaam gas
Besparingsbuurt met aandacht voor herijking
Kookgas vervangen door elektrisch koken; hybride warmtepomp installeren als tussenoplossing naar aardgasvrije warmteoptie
Elektriciteitsnet verzwaren, op termijn aardgasnet verwijderen
Bedrijventerreinen
(hybride) warmtepompen
Kleinschalige collectieve systemen (bronnetten)
Nieuwbouw- en transformatiegebied
Warmtepompen
Aansluiten op het warmtenet
Deze worden hieronder toegelicht.
9.1.1
Alle buurten: isolatie en energiebesparing
Het eerste uitgangspunt van de transitievisie warmte is dat we voortvarend aan de slag gaan met isolatie en andere vormen van energiebesparing. Dat uitgangspunt komt in alle transitiepaden terug. In alle transitiepaden werken we aan de gebouwkant immers zoveel mogelijk toe naar een basisniveau van isolatie, ventilatie en elektrisch koken. Het basisniveau van isolatie bereiken we als we maximaal isoleren binnen de bestaande schil, bij voorkeur op natuurlijke momenten om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden. Het basisniveau is dus no-regret en moeten we altijd doen, ongeacht het alternatief voor aardgas. De landelijke Standaard voor woningisolatie biedt per woningtype inzicht in het te behalen isolatieniveau.
24
Zowel bij bewoners als bij de lokale werkgroep van betrokken partijen hebben wij opgehaald wat woningeigenaren nodig hebben om zoveel mogelijk naar het basisniveau te gaan. Grofweg hebben woningeigenaren behoefte aan de volgende zaken:
Voorlichting. Bewoners hebben behoefte aan duidelijkheid, zodat zij verstandige investeringskeuzes kunnen maken. Zo is het moment dat het gasnet verwijderd wordt zeer bepalend voor het aanschaffen van een hybride warmtepomp. Ook is er behoefte aan inzicht in kosten en baten van de investeringen en besparingen die daarmee samenhangen. Woningeigenaren kunnen hiervoor gebruik maken van de diensten van het Regionaal Energieloket en de energiecoaches van Drechtse Stromen.
Facilitering. Bewoners hebben behoefte aan onafhankelijk advies over de praktische kant van investeren in duurzaamheid: betrouwbaarheid van installateurs en aannemers, beoordeling van offertes en advies over welke volgorde van maatregelen het beste kan worden aangehouden. Er zijn al diverse landelijke subsidiemogelijkheden, zoals de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW). Ook kunnen woningeigenaren gebruikmaken van de diensten van het Regionaal Energieloket en de energiecoaches van Drechtse Stromen.
Financiering. De voorinvesteringen zijn voor veel Dordtenaren erg hoog. Het zou helpen als de overheid deels bijdraagt in de kosten van particulieren voor isolatie en besparingsmaatregelen. Het is belangrijk dat deze regeling transparant en uitlegbaar is, en voor langere tijd doorloopt. Daarnaast willen bewoners graag voorlichting over welke financieringsmogelijkheden er zijn
Om iedere gebouweigenaar of bewoner op een juiste manier voor te lichten en te faciliteren is een doelgroepgerichte aanpak nodig. We onderscheiden drie hoofddoelgroepen: woningen, bedrijven en maatschappelijk vastgoed. Bij iedere hoofddoelgroep kunnen we subdoelgroepen onderscheiden, zoals VVE’s, huurwoningen en particuliere woningen bij woningen. Samen met de andere Drechtsteden gaan we de doelgroepenaanpak verder uitwerken. Uitgangspunt bij alle doelgroepen is dat we in Dordrecht bewoners helpen om de juiste keuzes te maken. Hiervoor is goede communicatie en een duidelijk en praktisch overzicht van de mogelijkheden belangrijk. Onze inzet is hierbij gericht op het verhogen van comfort in de woningen, het laten dalen van de energielasten (tegengaan energiearmoede) en natuurlijk het voorbereiden van zoveel mogelijk woningen op de alternatieve warmtevoorziening. Een belangrijke stap in de energietransitie is gedragsverandering, gericht op vermindering van de gebruikte hoeveelheid gas en elektriciteit. De aanpak hiervoor is te breed voor de scope van deze visie, gemeente Dordrecht zet de komende jaren in op voorlichting en facilitering in de uitvoering.
1.1.1
De aanpak in warmtenetbuurten
In warmtenetbuurten ligt de focus op de collectieve aanpak: het warmtenet aanleggen, het aardgasnet verwijderen en het elektriciteitsnet verzwaren. Daarbij werkt de gemeente samen met bijvoorbeeld een warmtebedrijf en woningcorporatie om vraag- en aanbod van warmte in een gebied te organiseren. De transitievisie geeft deze partijen een kader op welke wijken de focus tot 2030 ligt, en welke wijken na die periode aan bod komen. In Dordrecht ligt er al een warmtenet. Bij de totstandkoming hebben gemeente, woningcorporaties, HVC, netbeheerder Stedin en bewoners samengewerkt. Voor de aansluiting op het warmtenet voor de komende jaren is deze samenwerking, en de SAH-subsidie van belang. Ondertussen kunnen Trivire en Woonbron hun woningen zoveel als mogelijk naar het basisniveau brengen om de woningen gereed te maken voor warmtelevering. Uitvoering van het SAH-project is nog wel onder voorbehoud van de goedkeuring door bewoners, het bestuur en de raad van commissarissen van de woningcorporaties. Door de Regio is voor aardgasvrije wijkaanpakken in de Drechtsteden een Schaalbaar Stappenplan Aardgasvrjie Wijkaanpakken opgesteld, dat gemeenten helpt bij de planvorming en uitvoering. Dit stappenplan biedt structuur en houvast voor collectieve wijkaanpakken.
In het stappenplan worden checklists, belangrijke afwegingen per fase van de wijkaanpak en voorbeelddocumenten uit proeftuinen en andere initiatieven gedeeld. Het stappenplan is te vinden op http://www.drechtstedenenergie.nl/wijkaanpak.
25
Stedin is verantwoordelijk voor het leveren van aardgas en elektriciteit. Waar dit qua planning goed uitkomt, zou het aanleggen van een warmtenet kunnen worden gecombineerd met het vervangen van het gasnet. Stedin vindt het echter niet acceptabel om het vervangingsmoment van gasleidingen (lang) uit te stellen als daarmee de veiligheid in het geding komt. Andersom is het natuurlijk moment van onderhoud van de gasleiding niet direct leidend voor het aanleggen van een warmtenet. Bepalend hiervoor is de aanwezigheid van vraag en aanbod (gebouweigenaren en warmteleverancier). Het moment van gasleidingvervanging kan wel meespelen in het maken van de planning. Het elektriciteitsnet moet in warmtebuurten op termijn verzwaard worden vanwege het feit dat warm tapwater elektrisch verwarmd zal worden, en koken elektrisch wordt. Door zonnepanelen en laadpalen moeten ook aanpassingen gedaan worden op het elektriciteitsnet. Wanneer dit moment is zal per wijk moeten blijken.
1.1.2
De aanpak in all electric buurten
In all electric buurten ligt de focus op de individuele aanpak. Gebouweigenaren kunnen individueel besluiten hun woning(en) van het aardgas af te gaan door gasketels te vervangen door (hybride) warmtepompen en elektrisch koken te installeren. De collectieve aanpak volgt: het verzwaren van het electriciteitsnet en (op termijn) verwijderen van het aardgasnet. Bij alle electric wijken geeft de transitievisie gebouweigenaren perspectief op de warmteoptie in 2050, zodat zij met een gerust hart kunnen investeren in de genoemde maatregelen. De kans is groot dat deze investeringen no-regret zullen zijn. Het spreekt voor zich dat niet iedere woningeigenaar een vergelijkbaar handelingsperspectief heeft. Dat verschilt per woningtype en per transitiepad. Bovendien zijn er momenteel weinig sturingsmogelijkheden voor de gemeente. Het nemen van individuele maatregelen is dus op basis van vrijwilligheid. Dat iedere eigenaar de maatregelen individueel treft, betekent overigens niet dat er geen collectief aanbod georganiseerd kan worden, waar meerdere eigenaren tegelijk gebruik van kunnen maken. De gemeente denkt graag mee met bewoners die hier gezamenlijk in willen optrekken, bijvoorbeeld bij gezamenlijke inkooptrajecten of een lokaal bronnet voor de buurt.
1.1.1
De aanpak in besparingsbuurten
In besparingsbuurten kunnen hybride warmtepompen een tussenoplossing zijn, in afwachting van een volledig gasvrije warmteoptie. Dit kan ook een eindoplossing zijn als de buurt zicht heeft op duurzaam gas (dit geldt voor de licht oranje gekleurde besparingsbuurten). De focus ligt in deze buurten op individuele aanpakken, gericht op zowel isolatie als hybride oplossingen. Ook is het hier belangrijk dat gebouwen die wél de overstap naar aardgasvrij (vaak met een all-electric oplossing als opt-out) kunnen maken, daar handvatten voor krijgen. Bij buurten waar duurzaam gas op termijn een oplossing is, moet het aardgasnet op termijn geschikt worden gemaakt voor duurzaam gas. In andere besparingsbuurten zal het aardgasnet op termijn worden verwijderd, als er een keuze is gemaakt voor aardgasvrije alternatieven.
9.1.2
Bedrijventerreinen
Bedrijven zijn benoemd als aparte hoofddoelgroep binnen de energiebesparingsopgave. Omdat deze doelgroep zowel qua verwarmingsbehoefte als qua regelgeving afwijkt van woningen, is het belangrijk dat voor deze groep specifieke aanpakken worden ontwikkeld. Deze kunnen zowel gericht zijn op individuele (besparings)maatregelen als het ontwikkelen van kleinschalige collectieve systemen (bronnetten). Bij het uitwerken van deze aanpakken is de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) een belangrijke partner.
9.1.3
Nieuwbouw- en transformatiegebied
Nieuwbouw wordt per definitie aardgasvrij gerealiseerd. De keuze van een warmteoptie (energieconcept) voor nieuwbouw wordt gemaakt op basis van de afwegingscriteria voor warmteopties in de transitievisie warmte, inclusief de voorkeursvolgorde voor warmtebronnen uit de RES. Bij deze keuze spelen altijd ook lokale factoren een rol, zoals de schaal van de ontwikkeling en de relatie met de bestaande bouw eromheen.
26
9.2De Transitievisie Warmte als uitnodigingskader Collectieve Warmte We zitten momenteel nog in een fase waarin wetgeving (Wet collectieve warmtevoorziening, Omgevingswet) in ontwikkeling is en randvoorwaarden voor de warmtetransitie - onder andere de betaalbaarheid - deels ontbreken. Een tussenfase dus. Dé manier om deze periode te overbruggen en ondanks die missende randvoorwaarden toch al voortgang te boeken, is het verlenen van medewerking aan initiatieven uit de markt en de samenleving.
De Omgevingswet kiest ervoor om steeds meer de kracht van de samenleving te benutten in plaats van de overheid die alles zelf doet. Dat vraagt ook een stimulerende en uitnodigende cultuur die initiatiefnemers op weg helpt. Dat maken we mogelijk door de transitievisie warmte in deze tussenfase als uitnodigingskader te positioneren: een uitnodiging en leidraad voor het gesprek met initiatiefnemers. Het uitnodigingskader geldt voor alle initiatieven met collectieve warmte, waarbij de medewerking van de gemeente nodig is (zoals aanleg van warmte-infrastructuur op gemeentegrond of afwijking van een omgevingsvergunning of bestemmingsplan). Dat kan van heel kleinschalig (enkele gebouwen) tot groot (bijvoorbeeld cluster- of wijkniveau). Waar gebouweigenaren stappen willen zetten richting aardgasvrij die passen binnen de kaders van deze transitievisie warmte, gaan we met dit uitnodigingskader als basis het gesprek aan. We stellen dus geen dwingende regels, vanuit de ervaring en overtuiging dat er in de samenleving (woningbouwcorporaties, gebouweigenaren, HVC, andere initiatieven, et cetera) voldoende kracht zit om de eerste stap richting 2050 te kunnen zetten. Om initiatieven de goede kant op te richten is er wel behoefte aan een uitnodigingskader, zodat de stappen die gezet worden in lijn zijn met het perspectief dat we in deze Transitievisie Warmte schetsen.
Dit zorgt er onder andere voor dat keuzes die in deze tussenfase gemaakt worden voorsorteren op een betaalbare warmtetransitie. Het uitnodigingskader kan worden gezien als een gespreksleidraad, waarmee we aan de hand van ons warmtebeleid in de Transitievisie Warmte in gesprek gaan en medewerking verlenen aan initiatieven. De transitievisie warmte biedt de belangrijkste gespreksonderwerpen. Deze bestaan uit: 1. De uitgangspunten van deze transitievisie warmte (H2) 2. De afwegingscriteria warmteopties (H3) 3. Een duidelijk ontwikkelperspectief: hoe verhoudt het initiatief voor het aardgasvrij maken van een cluster gebouwen zich tot het perspectief voor de buurten eromheen, de verwachte infrastructuur, het temperatuurniveau en de bronnenstrategie (RES)? 4. Het warmtenet als onderdeel van het energiesysteem: een warmtenet kan zoals beschreven helpen om pieken in het energiesysteem op te vangen. Het is daarom belangrijk om de integrale samenhang van het energiesysteem (warmtenet, (hernieuwbaar)gasnet en elektriciteitsnet) te bekijken. Op termijn kunnen warmtenetten aan elkaar gekoppeld worden. 5. Overige aandachtspunten. In een participatieronde met stakeholders, bewoners en bedrijven zijn criteria opgehaald die aangeven wanneer een initiatief als kansrijk wordt gezien om mee te starten.
De belangrijkste zijn: Zijn er koppelkansen met werkzaamheden in de openbare ruimte en ondergrond, of met andere natuurlijke vervangingsmomenten? Hierbij kan gedacht worden renovatiemomenten van woningcorporaties of andere grote eigenaren, vervanging of sanering van het huidige gasnet, rioolvervanging, werkzaamheden aan de openbare ruimte, verbouwingen of de vervanging van Cv-ketels en nieuwbouwwerkzaamheden. Kan de aanpak zorgen voor het voorkomen van energiearmoede bij kwetsbare doelgroepen en/of voor het versterken van de kwaliteit van de wijk? Lokale invulling per gemeente, bijvoorbeeld hoe het initiatief bijdraagt aan de doelen uit de Omgevingsvisie.
9.2.1
27
Hoe werkt het uitnodigingskader?
Het uitnodigingskader nodigt initiatiefnemers met een haalbare en betaalbare casus voor aardgasvrij uit om met de gemeente in gesprek te gaan. Het initiatief ligt hiervoor bij gebouweigenaren (woningcorporaties,
utiliteit, VVE’s, groepen particulieren), die samen met een warmtebedrijf of een andere samenwerkingspartner in gesprek kunnen gaan. Het initiatief kan grootschalig zijn, maar ook kleinschalig, zoals een wijk-WKO of eigen warmtebron voor een grootverbruiker of voor een collectief van kleinverbruikers. Er is geen exclusieve positie voor welke partij dan ook. Elk initiatief en elke partij kan initiatief nemen. De gemeente gaat met de initiatiefnemer in gesprek aan de hand van de bovengenoemde inhoudelijke criteria, om de plannen te optimaliseren. Het initiatief moet verder voldoen aan alle reguliere vergunningen voor aanleg van een warmtenet.
Nieuwbouw Bij locatieontwikkelingen wordt in relevante documenten (waaronder nieuwe omgevingsplannen en de selectieprocedure voor de ontwikkelaar) een verwijzing opgenomen naar de Transitievisie Warmte en het hierboven beschreven uitnodigingskader voor collectieve warmte. Monitoring Periodiek gaan we na of we nog op koers zitten en of de landelijke context is veranderd. Een aantal zaken krijgt de komende periode verder vorm: de Wet collectieve warmtevoorziening (zie volgende paragraaf) en de invulling van financiële randvoorwaarden voor de wijkaanpak. Bij elk van deze mijlpalen nemen we het uitnodigingskader onder de loep en maken we aanpassingen in ons beleid waar nodig. Voorbereiden op de aankomende Wet collectieve warmtevoorziening Er is wetgeving in ontwikkeling om gemeenten meer sturingsinstrumenten te geven in de warmtetransitie. De nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorziening (Wcw) wordt naar verwachting in 2022 van kracht. Hierin is voorzien dat het college van B&W via een transparante procedure (publieke aanwijzing) een warmtebedrijf aanwijst, dat binnen een bepaald gebied (een warmtekavel) verantwoordelijk wordt voor de aanleg en levering van warmte. In het kader van de Wcw is het uitnodigingskader een mogelijke tussenstap, ná vaststelling van de Transitievisie Warmte en vóór vaststelling van een warmtekavel.
Het door ons gehanteerde uitnodigingskader sluit daarom goed aan op de publieke aanwijzing zoals beschreven in de beoogde Wcw. Het is in lijn met de Wcw ook transparant, nondiscriminatoir en toegankelijk voor alle warmtebedrijven. We sorteren hiermee alvast voor en zorgen voor een overbrugging in deze tussenfase. Bij inwerkingtreding van de Wcw zullen we het uitnodigingskader op de wet toetsen en eventuele aanpassingen doorvoeren.
9.3Wat vraagt dit van de gemeentelijke organisatie? De warmtetransitie zal een aanvullende inzet vergen van de gemeentelijke organisatie. Het is hierbij van belang om dit te organiseren op zo'n wijze dat het past bij de opgave, maar ook bij de financiële situatie van de gemeente. Het rapport 'Van Parijs naar praktijk', dat in januari van dit jaar door de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) is gepubliceerd, geeft nader inzicht in de benodigde financiën en de complexiteit rond de sturing van de energietransitie, waaronder de warmtetransitie. Momenteel werkt Dordrecht samen met de andere gemeenten en regio samen om de in de toekomst benodigde organisatie verder te concretiseren en kwantificeren. Op een aantal vlakken wijkt de situatie in Dordrecht af van de standaard situatie zoals beschreven in bovenstaand rapport:
De komende jaren wordt het warmtenet vooral verder uitgebreid in de SAH-clusters, in plaats van in een wijkaanpak. In de uitvoeringsorganisatie zijn Trivire, Woonbron, HVC en Stedin belangrijke partijen. We zijn dan ook voor een groot deel afhankelijk van de daar beschikbare inzet en middelen.
In de gemeente Dordrecht beschouwen we de warmtetransitie niet als losstaande opgave. We zetten in buurten en wijken waar we aan de slag gaan met aansluiten op het warmtenet ook in op het verbeteren van de woonkwaliteit in de wijk/buurt. Dit maakt niet expliciet onderdeel uit van de in het rapport beschreven aanpak.
Enkele taken en rollen worden op regionaal niveau ingevuld of gefaciliteerd, zoals de bronnen- en ontwikkelstrategie voor warmtenetten. Dit leidt tot schaalvoordeel per gemeente.
Deze uitwerking zal leiden tot een bestuurlijk voorstel aan de gemeenteraad, waarin wordt gevraagd om de aanvullende middelen beschikbaar te stellen. Dit voorstel zal sterk gerelateerd zijn aan de aanvullende middelen die het Rijk via het gemeentefonds beschikbaar stelt voor de uitvoering van het Klimaatakkoord.
28
Naast aanvullende inzet van de gemeente, vraagt de warmtetransitie ook extra inzet en middelen vanuit de bouw- en installatiebranche. Om in de komende jaren voldoende technisch opgeleide vakmensen te hebben, wordt een apart traject ingezet en doorlopen.
29