Tussenevaluatie Projecten Investeringsplan Sociaal Domein definitief 25-10-2021.pdf
Tekst van het document
22
komen met financiële zorgen en problemen met regelzaken. Ook hier is het waardevol om snel te kunnen ingrijpen, voor problematiek uit de hand loopt. Om onderzoek te kunnen doen naar de resultaten is een aanpak ontwikkeld op basis van de preventiecalculator. Uiterlijk in april 2022 evalueren we de resultaten van de eerste 50 tot 100 casussen.
Zijn er al resultaten? Wat zijn de lessons learned (kwalitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? In andere gemeenten waar Welzijn op Recept wordt uitgevoerd, blijkt het aantal verwijzingen van de huisartsen tegen te vallen. Dit terwijl wel bekend is dat een groot deel van de patiënten zich bij de huisarts meldt met psychosociale problemen. Een tijdige signalering en verwijzing is van groot belang. Er is daarom veel geïnvesteerd in het contact met Drechtdokters, om samen met hen te komen tot een verwijsweg die daadwerkelijk bruikbaar is voor de huisartsen. Deze weg is gevonden door inrichting van het systeem C-boards en door de sociaal makelaar aan te wijzen als aanspreekpunt van de huisarts bij alle typen sociale problematiek. Bij Drechtdokters is er een groot enthousiasme over de werkwijze.
Zijn er kwantitatieve resultaten (kwantitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? Op dit moment wordt de database van de preventiecalculator gevuld met casussen. We verwachten begin 2022 een eerste inzicht te kunnen bieden in de gerealiseerde kostenbesparingen. Een voorbeeld van een kostenbesparing is dat als de huisarts snel verwijst wanneer een patiënt geldzorgen heeft, er een goede kans is dat problematische schulden kunnen worden voorkomen. Als dat lukt, dan levert dat een maatschappelijke kostenbesparing op van ruim 100.000 euro voor 1 huishouden.
Op welke wijze is geborgd dat de incidentele investering een structureel effect heeft? Door inzet van Sociaal recept worden kosten bespaard op andere zorg en hulp. De kosten worden zowel bespaard op de zorgverzekeringswet als op Wmo/Participatiewet. Inzet van het project is daarom een duurzame financieringsstructuur te realiseren, waarbij zowel de zorgverzekeraar als de gemeente investeert in de uitvoering van de trajecten. De voortzetting van Sociaal recept na de projectperiode resulteert dan in blijvende lagere kosten voor hulp- en ondersteuning voor de gemeente. Het is van belang dat dit aangetoond wordt, zodat we met de besparing sociaal recept duurzaam kunnen financieren.
23
PILOT 'WERKEN AAN MIJN TOEKOMST'
Wat houdt het project in?
Een groep van 8 Dordtse jongeren wordt in een jaar tijd begeleid om na te denken over 'wat kan ik en wat wil ik?' Het gaat om jongeren die anders zouden starten met arbeidsmatige (ontwikkelgerichte) dagbesteding omdat de stap naar werk te groot is. Er worden stages georganiseerd bij echte bedrijven om werkervaring op te doen. Tot slot wordt een werkplek gezocht die past bij de talenten van de jongeren en worden afspraken gemaakt met de werkgever. Het project bestaat uit drie fasen:
Om aan potentiële deelnemers te komen is er gebruik gemaakt van een breed netwerk en zijn de jongeren geselecteerd vanuit diverse partijen. Onder andere vanuit het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs, passend onderwijsorganisatie SPON, Drechtster College (VSO), Jongerenregisseur Sociale Dienst Drechtsteden, stichting Nitzana, Matchmakers en ’s Heeren Loo. Daarnaast maakt het project optimaal gebruik van het netwerk van initiatiefnemer ’s Heeren Loo. De zorgaanbieder heeft verschillende bedrijven bereid gevonden een rol te spelen in het programma onder andere Groeneveld, Brandweer, Jumbo, McDonalds, Croon, Wolter&Dros, Pathé, v.d. Valk Dordrecht, fietsenhandel HIA, Medusa, etc.
24
Het doel
Het doel van het project is dat 8 Dordtse jongeren aan het werk gaan vanuit de eigen mogelijkheden, talenten en interesses. Belanghebbenden werken intensief samen, zoals gemeente, onderwijs, zorg en het bedrijfsleven om de maatschappelijke waarde hiervan te vergroten en de kosten te verlagen. Het beoogde resultaat is: o Sneller: het project is erop gericht dat jongeren binnen 1 jaar duurzaam kunnen participeren. o Passender: het project is van de jongere zelf en staat in het teken van diens talenten, interesses, en ambities. o Betaalbaarder: Voor iedere euro die de gemeente erin stopt, krijgt de gemeente er drie terug (maatschappelijk rendement).
Looptijd project: September 2021 tot september 2022 (start met ruim een jaar uitgesteld vanwege COVID-19 maatregelen)
Partners
'S Heeren Loo, Sociale Dienst Drechtsteden, Onderwijsinstellingen, Bedrijven
Financiën
De totale kosten zijn €143.000. De kosten per deelnemer zijn €17.800. Dit is iets duurder dan een regulier traject (ontwikkelgerichte dagbesteding) met dezelfde looptijd en intensiteit. De gedachte is dat de looptijd korter is en daarmee de totale kosten per deelnemer lager, en deelnemers dus sneller geholpen worden.
Actuele stand van zaken De businesscase is in de eerste helft van 2020 door 's Heeren Loo uitgewerkt. Vervolgens is de startdatum meerdere malen uitgesteld vanwege COVID-19 maatregelen. Het was niet mogelijk om met de jongeren fysiek bij elkaar te komen, terwijl dat een essentieel onderdeel van de aanpak is. Bovendien waren de bedrijven niet bereid om de groep op dat moment te ontvangen. Uiteindelijk bleek de startdatum september 2021 haalbaar en is in de zomer van dit jaar de werving van jongeren gestart. Het programma is uitgewerkt en de medewerking van bedrijven is vastgelegd.
Zijn er al resultaten? Wat zijn de lessons learned (kwalitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? Door alle organisaties rondom de jongere te betrekken bij het ontwikkelen van de aanpak is het gesprek op gang gekomen over hoe we eigenlijk met de jongere omgaan. We bieden bepaalde 'producten' aan die ze verder moeten helpen, maar dit is erg aanbodgestuurd. De filosofie achter deze aanpak is om veel meer vanuit de jongere zelf te benaderen wat hij of zij wil en kan (vraaggestuurd, waardegedreven), in plaats van te matchen aan wat er aangeboden is. Er is veel enthousiasme ontstaan rondom deze insteek en dat is al een mooi eerste resultaat.
Zijn er kwantitatieve resultaten (kwantitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? Het project zit in de startfase, er zijn derhalve op dit moment nog geen kwantitatieve resultaten bekend.
25
Op welke wijze is geborgd dat de incidentele investering een structureel effect heeft? Het project moet leiden tot duurzame uitstroom. Dit betekent dat een jongere uitstroomt met een duurzaam perspectief vanuit het eigenaarschap dat hij/zij gaat ervaren. Dit heeft dus een structureel effect en rendement, binnen wat er in redelijkheid verwacht kan worden op basis van de incidentele investering. Er is afgesproken met de Sociale Dienst Drechtsteden dat de aanpak, mits succesvol, wordt opgenomen in het reguliere aanbod.
26
PILOT FLITS Wat houdt het project in? De gemeente Dordrecht en de aanbieders willen met de inzet van een Flexibel Interventie Team in Samenwerking (FLITS) een voor de jeugdprofessional direct beschikbaar, regel- en beschikkingsvrij, integraal (J&O, GGZ, LVB, in samenhang met de sociale wijkteams), intensief aanbod organiseren. Door de in FLITS aanwezige expertise op zowel het vlak van GGZ, LVG en J&O kan op maat van de zorg/begeleidingsvraag worden ingezet. Deze inzet is aanvullend op de inzet door het Sociaal Wijkteam. De gevraagde expertise is het uitgangspunt. Er zijn twee aanlooproutes voor het wijkteam om een Flits- aanmelding kenbaar te maken. De eerste route is een nieuw gezin dat aangemeld wordt bij het vraagverhelderingsteam van het wijkteam. De tweede aanlooproute is een casus die al langere tijd door het wijkteam zelf wordt opgepakt, maar waarin het patroon onvoldoende doorbroken lijkt te worden. Wanneer er op meerdere vlakken problemen zijn binnen het gezin die de lasten verklaren waarbij een snelle expertisevolle interventie nodig is, is passende casuïstiek voor FLITS. De inzet van Flits is beschikkingsvrij. Er vindt meerdere keren per week huisbezoek plaats en een medewerker van het sociaal wijkteam treedt als casusregisseur op. Van belang in de afweging voor Flits is dat de hulpvragen haalbaar zijn in zes maanden tijd.
Het doel Voorkomen van geïndiceerde zorg, komen tot samenhangende zorg en verlagen van de administratieve druk . Hiermee komt er directe tijd beschikbaar voor cliënten.
Looptijd project: 2020-2022
Partners ASVZ, Yulius, Viersprong, ST Jeugdteams, Eddee, Enver. De meeste organisaties leveren een medewerker die actieve hulpverlening biedt. Tevens is er vanuit de deelnemende organisaties een coördinator en een projectleider aangesteld voor FLITS. Als het type casuïstiek een ander type specialisme vraagt, kan de samenstelling van het team aangepast worden.
Financiën Voor dit project is € 1.100.000 euro beschikbaar, verspreid over 2020, 2021 en 2022.
Actuele stand van zaken In het proces zijn verschillende fases doorlopen. De eerste fase (eind 2020- begin 2021) bestond uit de kennismaking van de nieuwe teamleden onderling én de kennismaking met het Sociaal Wijkteam. In deze fase zijn ook de overlegstructuren en werkprocessen uitgewerkt. Ook is de eerste casuïstiek opgepakt, in samenwerking met twee wijkteams. In de tweede fase, die momenteel loopt en afgelopen zomer is begonnen, wordt de aanpak verbreed naar alle wijkteams. Ook wordt verkend hoe de pilot de komende periode te koppelen is aan het gemeentelijke project POH-Jeugd.
Zijn er al resultaten? Wat zijn de lessons learned (kwalitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? De routes voor de gezinnen die geholpen worden in de pilot zijn aan het veranderen. We zien in de pilot een snellere betrokkenheid van de specialistische GGZ. Door dit specialisme naar voren te brengen, worden trajecten in c.q. doorverwijzingen naar specialistische zorg voorkomen. Niet alleen de route, ook het aanbod is anders: door de samenwerking tussen de tweedelijns aanbieders onderling en deze aanbieders en de jeugdprofessional van het wijkteam wordt integraal in plaats van verkokerde hulp aangeboden. De samenwerking met het wijkteam biedt tevens als voordeel dat op- en afschalen op een veel natuurlijker wijze kan plaatsvinden. Tot slot is een mooi resultaat dat professionals steeds beter elkaars taal leren te begrijpen, waardoor de samenwerking is verbeterd en kan er geprofiteerd worden van elkaars expertise.
27
Zijn er kwantitatieve resultaten (kwantitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? In totaal hebben we 20 aanmeldingen sinds de start van FLITS begin dit jaar. Daarvan zijn er nu acht opgestart. Dit aantal is snel aan het stijgen. Medio 2022 komen meer resultaten en cijfers beschikbaar. Onderzoekcentrum Dordrecht (OCD) monitort de volgende onderzoeksvragen: 3. Wat zijn de ‘best and worst practices’ van FLITS en wat zit achter het succes of falen van deze voorbeelden? Welk verschil maakt FLITS voor haar stakeholders op het gebied van geïndiceerde jeugdhulp? a. Zorginhoudelijk b. Financieel c. Transformatie De tevredenheid zal middels interviews met zowel cliënten als medewerkers van de wijkteams en Flits gemeten worden. 4.
Op welke wijze is geborgd dat de incidentele investering een structureel effect heeft? Ten eerste moet worden aangetoond of deze pilot een dempend effect heeft op de inzet van geïndiceerde zorg. Indien dat het geval is, kan de gemeente er gezien de afschaffing van de solidariteit voor kiezen de in de tweede lijn bespaarde middelen in te zetten voor het continueren van deze pilot, om structurele effecten te borgen.
28
PILOT VERVANGENDE MANTELZORG AAN HUIS
Wat houdt het in? Vervangende mantelzorg aan huis is een vorm van respijtzorg waarbij de mantelzorgtaken in de thuissituatie tijdelijk worden overgenomen. We verwachten dat de behoefte aan zwaardere ondersteuning afneemt en dat gebruik van lichtere, goedkopere ondersteuning die in de pilot wordt geboden toeneemt. De vervangende zorg richt zich vooral op het bieden van gezelschap en emotionele ondersteuning, daarnaast worden er ook regeltaken overgenomen, lichte huishoudelijke taken en persoonlijke verzorging. De overname van zorg kan op korte termijn starten en wordt aangepast op de behoeften en interesses van de zorgvrager. De maximale inzet is in totaal 48 uur.
Het doel De mantelzorger preventief ondersteunen (om overbelasting te voorkomen)
Partners Zorgmies en De Mantelaar
Looptijd De pilot is gestart op 1 februari 2020 en loopt door tot en met 31 december 2021.
Financiën De totaal begrote kosten bedragen ca. € 320.000. Hiervan wordt € 100.000 bekostigd vanuit het investeringsbudget. Het overige deel wordt bekostigd uit de reguliere middelen voor mantelzorg. Dit is inclusief ontwikkel-, project- en monitoringskosten. De realisatie over 2 jaar vanuit de opgave gaat uitkomen op € 50.000.
Actuele stand van zaken De pilot is volledig uitgerold en sinds iets meer dan 1,5 jaar actief. Daarnaast is een monitoringsonderzoek opgezet waarvan momenteel de eerste twee tussenevaluaties zijn opgeleverd. De pilot loopt tot en met 31-12-2021. Hierna zal een eindevaluatie worden opgeleverd.
Zijn er al resultaten? Wat zijn de lessons learned (kwalitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? De flexibele inzet van deze voorziening is in de afgelopen periode van extra grote waarde gebleken. Dit bleek bijvoorbeeld tijdens de eerste lockdown, toen vervangende mantelzorg aan huis ingezet werd als vervanging voor gesloten dagbestedingslocaties. Bij vervangende mantelzorg aan huis mogen geen voorbehouden handelingen worden uitgevoerd. De eerste twee tussenevaluaties zijn door het OCD opgeleverd. De evaluaties laten zien dat mantelzorgers verlichting ervaren en meer tijd voor zichzelf hebben door de inzet van vervangende mantelzorg aan huis. Zowel mantelzorgers als degene voor wie zij zorgen, zijn tevreden over de kwaliteit van de aanbieders (Mantelaar en ZorgMies). Zij geven een gemiddeld rapportcijfer van een 8,5. Ook zijn op basis van feedback van inwoners en Wmo-consulenten een aantal zaken bijgesteld. Zo wordt meer samengewerkt tussen de zorgaanbieder van de pilot en de Wmo wanneer het aannemelijk is dat een cliënt meer structurele ondersteuning nodig heeft na de 48 uur per jaar. Ook worden deelnemers nadrukkelijker geïnformeerd over zowel het maximum aantal uren als de eventuele vervolgmogelijkheden in de Wmo.
Verwijzers en aanbieders melden dat mantelzorgers in een zeer beperkt aantal gevallen afzien van gebruik van vervangende mantelzorg aan huis, omdat zij aan de voorkant al weten dat 48 uur onvoldoende is voor hun situatie. Er is dan meestal sprake van een acute situatie doordat de mantelzorger zelf ziek is of vanwege het op de wachtlijsten staan voor een plek in een verpleegtehuis. Buiten deze pilot om wordt verder verkend welke oplossingen er voor deze acute situatie geboden kan worden.
29
Zijn er kwantitatieve resultaten (kwantitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? De monitoring van deze pilot richt zich op kwalitatieve resultaten. Desalniettemin kunnen we hier wel enkele kwantitatieve resultaten delen. Van februari 2020 tot en met juli 2021 is in 107 unieke mantelzorgsituaties vervangende mantelzorg ingezet. Gemiddeld wordt vervangende mantelzorg ingezet voor 29 uur, dit is echter sterk afhankelijk van de persoonlijke behoefte en de situatie. De vervangende mantelzorg wordt in de meeste gevallen ingezet in blokken van 2 tot 3 uur per keer. In 4 casussen is toestemminggegeven om meer dan 48 uur in te zetten om daarmee de periode te kunnen overbruggen naar de inzet van een Wmo-maatwerkvoorziening of opname in een verpleegtehuis. Tijdens de duur van de pilot is er (nog) geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot een slaapdienst of 2x 24 uurs zorg. Het gebruik en de kosten van vervangende mantelzorg aan huis zijn lager dan we aan het begin van de pilot periode hadden ingeschat. De totale kosten in 2020 waren € 55.000. Voor het lopende jaar zien we een lichte stijging in het gebruik. De verwachting is dat de totale uitgaven voor de pilot(incl. onderzoekskosten) op € 130.000 uitkomen. Hiervan komt € 50.000 ten laste van de opgave. Uit de cijfers concluderen we dat voor het grootste deel van de mantelzorgers de 48 uur op jaarbasis voldoende is.
Er bestaat altijd een mogelijkheid om zelf vervangende mantelzorg bij te kopen of via een aanvullende verzekering (ook via de gemeentepolis) extra vergoeding te ontvangen.
Op welke wijze is geborgd dat de incidentele investering een structureel effect heeft? Op basis van de resultaten uit de twee tussenevaluaties en feedback van deelnemers klinkt een zeer positief geluid. We zullen daarom in de het najaar van 2021, vooruitlopend op de eindevaluatie, beginnen met de voorbereidingen om het aanbod onder te brengen in het reguliere ondersteuningsaanbod aan Dordtse mantelzorgers. De structurele kosten van het nieuwe aanbod zullen worden betaald uit de reguliere middelen voor mantelzorg.
30
AANPAK AANDACHTSHUISHOUDENS
Wat houdt het project in?
We zijn in september 2019 als gemeente gestart met regievoeren op complexe casuïstiek ('aandachtshuishoudens’). Het nemen van de regie werd regelmatig van de gemeente gevraagd wanneer professionals vastliepen. Bovendien wilden wij direct sturen op passender, sneller en betaalbaarder helpen van de 1% huishoudens met de meest complexe problematiek. Ook in de toekomst zal de gemeente een regierol houden in complexe problematiek. Dat is dan niet meer ‘vrijwillig’ zoals in Dordrecht de afgelopen jaren wel het geval was. De Wet Aanpak meervoudige problematiek verankert wettelijk de coördinerende taak van het college van B&W. De aanpak die we hebben ontwikkeld voor aandachtshuishoudens bestaat uit de sociaal pontonnier, doorbraakteam, gemeentelijk interventiespecialist en (tijdelijke) ondersteuning door het Instituut voor Publieke Waarden (IPW).
De werkwijze is als volgt. Casussen worden meestal aangemeld vanuit de professional die vastloopt. Soms kloppen mensen zelf aan bij de gemeente. Bij aanmelding van een casus wordt altijd gekeken of het nodig is om regie te voeren, en of daarbij advies nodig is. Daarbij wordt altijd domeinoverstijgend gekeken. Professionals lopen tegen de volgende knelpunten aan: o Onbekendheid van het aanbod/de mogelijkheden. o Er ontbreekt aanbod of het aanbod is niet toereikend voor iedereen. o Systemen/regels werken elkaar tegen of partners zitten niet op één lijn. In het merendeel van de casussen is het nodig om draagvlak en eigenaarschap te creëren op een gezamenlijke oplossing. Eerst vanuit overtuigingskracht; als dat niet lukt heeft de Sociaal Pontonnier het mandaat om toch snel te handelen en de benodigde hulp (elders) in te kopen. o In sommige gevallen zijn alle partijen het eens dat er iets moet gebeuren maar ontstaat toch een impasse: niemand 'kan' iets door regels of gebrek aan budget. Partijen houden elkaar gegijzeld. De Sociaal Pontonnier kan dan beslissen om iets toch te doen en daarna te bekijken hoe we het (financieel/juridisch) oplossen.
De Sociaal Pontonnier helpt deze knelpunten op te lossen door de volgende acties: o Wegwijzer: helpt de professional naar het juiste aanbod of oplossing die beschikbaar is. o Doorbraak: maakt oplossing mogelijk die anders niet beschikbaar is. o Procesregie: houdt overzicht, creëert draagvlak bij alle betrokken organisaties voor de oplossing (als dit complex is en er meerdere belangen of tegenstrijdige regelgeving geldt). Vervolgens gaat regie altijd terug naar een van de betrokken organisaties die hulp verlenen, meestal degene die de casus ook heeft aangemeld.
31
Het doel
Gezinnen met complexe problematiek passender, sneller én betaalbaarder te helpen. Waar professionals vastlopen door regelgeving, gebrek aan passend aanbod of gebrek aan regie bieden we, waar nodig met mandaat, maatwerkoplossingen. Vervolgens is het doel om vanuit de casuïstiek systeemknelpunten structureel op te lossen.
Looptijd project
September 2019 tot september 2021
Partners
Sociaal wijkteam, Zorg- en Veiligheidshuis, Sociale Dienst Drechtsteden, Gemeente Zwijndrecht, Woningbouwcorporaties Trivire en Woonbron, Instituut voor Publieke Waarden, Leegstandsbeheerder Villex, Zorgverzekeraar VGZ, Yulius, Veiligheidspartners, Jeugdhulpaanbieders.
Financiën
Het maximaal budget van de aanpak aandachtshuishoudens voor o.a. de inzet van doorbraakregisseurs SWT, ondersteuning Instituut voor Publieke Waarden, registratiesysteem, communicatie bedraagt € 500.000
Actuele stand van zaken: Recent (juni-september 2021) heeft een evaluatie met partners plaatsgevonden waaruit is geconcludeerd dat de Sociaal Pontonnier en het doorbraakteam meerwaarde hebben (zie volgende paragraaf) en de komende jaren worden voortgezet. Er is in het verlengde daarvan besloten om de werkwijze voort te zetten.
Zijn er al resultaten? Wat zijn de lessons learned (kwalitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? Partners ervaren een betere samenwerking op complexe casuïstiek door een duidelijke ingang bij de gemeente, waar verbindingen worden gelegd en de juiste wegen worden bewandeld. De Sociaal Pontonnier wordt ervaren als een motor voor betere samenwerking. Op casusniveau wordt maatwerk ingezet, maar vooral ook draagvlak en eigenaarschap gecreëerd voor een gezamenlijke oplossing. Verder is de casuïstiek een bron van systeemleren. We zien rode draden waar meerdere casussen vastlopen. Dat kan vervolgens leiden tot concrete oplossingen die meer mensen helpen. Het is bijvoorbeeld makkelijker geworden om een briefadres te krijgen. Er is ook een Eerste Hulp bij Onderdak routekaart voor professionals gemaakt die kan helpen bij huisvestingsproblemen.
Zijn er kwantitatieve resultaten (kwantitatief: passender, sneller, betaalbaarder)?
Er is een hoge tevredenheid bij gezinnen en professionals, 90% is (zeer) tevreden. In een jaar tijd (2020) heeft de gemeente 73 gezinnen geholpen. In 19 gevallen was een doorbraak nodig en is deze gerealiseerd. Een eerste indicatie dat de kosten per casus lijken te dalen van gemiddeld € 23.000 naar €16.000 (op basis van 6 casussen). Er zijn 7 signalen afgegeven van terugkerende knelpunten, rode draden waar meerdere casussen vastlopen. Hierboven zijn voorbeelden genoemd (briefadres en Eerste Hulp bij Onderdak).
Op welke wijze is geborgd dat de incidentele investering een structureel effect heeft? De nieuwe functies zijn structureel in de begroting opgenomen. De ondersteuning van Instituut voor Publieke Waarden was tijdelijk. De rest van de aanpak blijft bestaan. Want ook in de toekomst zal de gemeente een regierol houden in complexe problematiek.
32
VERSTERKING PEDAGOGISCHE BASIS PILOT JUNIOR LIFE SKILLS OP SCHOOL
Wat houdt het project in? Kinderen die opgroeien in armoede en in een eenoudergezin hebben een grotere kans om later in de jeugdhulp terecht te komen. Op de basisscholen Ikra en Mondriaan behoort de meerderheid van de kinderen tot deze groepen. Daarom is de pilot 'Junior Life Skills' gestart op deze twee basisscholen. In de pilot krijgen alle kinderen in groep 3 van beide scholen één uur per week beweegles (aanvullend op het reguliere schoolprogramma) van twee Dordt sportcoaches. Zij gaan met de kinderen aan de slag om de ontwikkelvaardigheden (life skills) van de kinderen een positieve impuls te geven. Daarnaast besteden zij aandacht aan talentontwikkeling, gedrag en gezondheid. Denk aan voorlichting over gezonde voeding en weerbaarheidstrainingen. De Dordt sportcoaches werken nauw samen met de groepsleerkrachten, intern begeleiders en de Ouder-Kindcoaches op de scholen (ook voor pedagogische ondersteuning). De sportcoaches houden de cognitieve en emotionele ontwikkeling van de kinderen nauwgezet in de gaten. Zij pakken signalen direct op. Wanneer meer ondersteuning nodig is, wordt het Sociaal Wijkteam en/of het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs ingeschakeld. Ook ouders worden betrokken bij activiteiten en de voortgang. Na twee jaar vindt er een feestelijke afsluiting plaats, waarbij kinderen (en hun ouders) gestimuleerd en gefaciliteerd worden om te gaan/blijven sporten.
Het doel Met de pilot wordt ingezet op de cognitieve en emotionele ontwikkeling van kinderen, door middel van preventieve, positieve en sportieve aandacht. Met als uiteindelijk doel voorkomen dat problemen ontstaan of groter worden, waardoor de inzet van zwaardere zorg minder vaak noodzakelijk is.
Looptijd project Schooljaar 2020/2021 en 2021/2022
Partners Dordt sportcoaches, Ouder-Kind-coaches van het Sociaal Wijkteam, basisschool Ikra en basisschool Mondriaan.
Financiën De kosten voor de pilot bedragen € 60.000 (2020-2022), waarvan € 40.000 wordt bekostigd uit het investeringsbudget sociaal domein. Het resterende bedrag wordt bekostigd uit de Brede impuls combinatiefunctionarissen (Sport).
Actuele stand van zaken In de 1e helft van het schooljaar 2020-2021 zijn de sportcoaches en andere betrokkenen geschoold in het programma, is het programma verder uitgebouwd en is voorbereid op het (kwalitatief en kwantitatief) monitoren van de ontwikkeling en voortgang van alle kinderen via een app. Echter, door de tussentijdse sluiting van de scholen (vanwege corona) en het niet meer beschikbaar zijn van de sportcoaches die de pilot draaiden, is de pilot halverwege het schooljaar stil komen te liggen. De pilot bleek in deze vorm kwetsbaar en vraagt bovendien om een stevige invulling van de projectleidersrol vanuit team Sport, voor de dagelijkse aansturing en organisatie (coördinatie trainingen, aanspreekpunt sportcoaches en scholen, monitoring). We maken in het schooljaar 2021-2022 een doorstart met de pilot en nemen de verbeterpunten hierin mee.
Zijn er al resultaten? Wat zijn de lessons learned (kwalitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? Doordat de pilot pas net een doorstart heeft gemaakt, zijn er nog geen resultaten zichtbaar.
33
Zijn er kwantitatieve resultaten (kwantitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? Doordat de pilot pas net een doorstart heeft gemaakt, zijn er nog geen resultaten zichtbaar.
Op welke wijze is geborgd dat de incidentele investering een structureel effect heeft? Bij succes kan de pilot uitgebreid worden naar hogere groepen en andere scholen en kan Junior life skills geïntegreerd worden in het reguliere schoolprogramma. Op welke wijze continuering en uitbreiding bekostigd zal worden moet nader onderzocht worden.
34
JONGERENWERK OP SCHOOL
Wat houdt het project in? Het project gaat over de preventieve inzet van jongerenwerk op scholen en de rol van jongerenwerk in het normaliseren en afschalen van jeugdhulp. Dit betekent een nieuwe rol voor de jongerenwerkers: naast presentie op straat en online, ook presentie op scholen. Deze preventieve inzet van jongerenwerk op scholen vindt plaats op verschillende niveaus: Universele preventie: presentie op en rondom school, binnen en buiten schooltijden (PO, VO en MBO), waaronder aansluiting op de sociale events van scholen; Selectieve preventie: organiseren van programma’s buiten en (in afstemming) binnen school voor specifieke groepen jongeren waar we hen motiveren om vanuit hun talent hun vaardigheden en kennis te verbeteren, te vergroten en dit te waarderen; Individuele preventie: begeleiden van individuele trajecten met jongeren, naast school of onder schooltijd, gericht op talentontwikkeling en toekomstperspectief.
Het doel Door de aanwezigheid van jongerenwerk op ongeveer 55 scholen in Dordrecht zijn jongeren vroegtijdig in beeld en is het mogelijk om tijdig te signaleren of er ondersteuning nodig is. Het talentgericht werken van jongerenwerk draagt bij aan het voorkomen van inzet van jeugdhulp en daarnaast speelt jongerenwerk een rol in het normaliseren of afschalen van jeugdhulp.
Looptijd project: het project is op 1 oktober 2020 gestart en loopt tot eind 2022.
Partners De uitvoering van het project is belegd bij R-Newt. R-Newt is binnen de gemeente Dordrecht de uitvoerder van het jongerenwerk. Alle scholen in Dordrecht zijn ook betrokken bij het project.
Financiën De totale kosten van het project bedragen 1.399.000 euro. Dit bedrag is verdeeld over Q4 van 2020 en de jaren 2021 en 2022. De helft van het gevraagde bedrag wordt gefinancierd vanuit het investeringsplan sociaal domein en de andere helft vanuit de Lokale Impuls Jeugd.
Actuele stand van zaken Welk proces is doorlopen? Welke acties zijn uitgevoerd? Samenwerking met scholen Vanwege de sluiting van de scholen is de aanwezigheid op scholen later op gang gekomen dan gepland. Inmiddels zijn met diverse scholen (po, vo en mbo) afspraken gemaakt over de presentie van jongerenwerk op school. Deze afspraken zijn per school verschillend. Een aantal voorbeelden zijn: een programma over verantwoord gamen, begeleiding bij overstap groep 8 naar brugklas, motiveringsprogramma, programma voor nieuwkomers en coaching van leerlingen. In het nieuwe schooljaar is tijdens de introductiedagen op diverse middelbare scholen ingezet op lessen en activiteiten op het gebied van kennismaken, groepsdruk, respect en veiligheid in de klas. Ook de individuele begeleiding van leerlingen is sinds het nieuwe schooljaar op een aantal scholen gestart.
Samenwerking met andere partners Er wordt op leerling niveau samen gewerkt met de OK-coaches van het Sociaal Wijkteam en ze zijn betrokken bij de spreekuren en voorlichtingslessen van bureau Halt. De jongerenwerkers sluiten ook aan bij het cultuur programma van het SOC, door met de leerlingen in gesprek te gaan over maatschappelijk thema’s en vervolgens te kijken welke leerlingen individuele begeleiding en ondersteuning nodig hebben.
35
Zijn er al resultaten? Wat zijn de lessons learned (kwalitatief: passender, sneller, betaalbaarder)?
Het is een uitdaging om de juiste doelgroep (leerlingen met enkelvoudige (hulp)vragen, die leven nog voordat er sprake is van opschaling van hulp) te vinden. Het starten van projecten en activiteiten gaan helpen om de juiste jongeren uit een groep te vissen die daar behoefte aan hebben. Ook presentie binnen de school is een middel om goed zicht te krijgen op de juiste doelgroep. Door de samenwerking tussen R-Newt en het SWT is het jongerenwerk in staat om steeds beter een rol te spelen in het in het normaliseren of afschalen van jeugdhulp.
Zijn er kwantitatieve resultaten (kwantitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? Denk aan aantallen trajecten, cliënten, tevredenheidpercentages Nog niet. Om het besparingspotentieel van jongerenwerk op school te kunnen berekenen zijn, naast de monitoringsgegevens van jongerenwerk, ook gegevens nodig rondom eerstelijns zorg (noodzakelijk) en gegevens rondom jeugdhulp op schoolniveau (wenselijk). We zijn hierover in gesprek.
Op welke wijze is geborgd dat de incidentele investering een structureel effect heeft? Jongerenwerk is gevraagd om de basissubsidie Jongerenwerk en het project Jongerenwerk op school met elkaar te verbinden, zodat opgedane ervaringen ook worden meegenomen in reguliere werkzaamheden.
36
BESTRIJDING EENZAAMHEID EN SOCIAAL ISOLEMENT 200.000 euro van het investeringsbudget is gereserveerd voor investeringen in het thema 'ontmoetingen'. Dit geld wordt ingezet voor projecten die voortvloeien uit het beleidskader "omzien naar elkaar" dat in april 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Hierin stelt de gemeente dat er per wijk naar maatwerk gezocht moet worden dat aansluit op de behoefte van de wijk en haar bewoners. Concreet worden deze middelen momenteel ingezet voor de volgende activiteiten:
Onderzoek per wijk naar de rol van de wijkcentra Betrokkenen in de wijk zijn geïnterviewd. Per wijk circa 50 inwoners en gebruikers van de wijkcentra. Oktober 2021 oplevering van een concept onderzoeksrapport over de rol van de wijkcentra in de verschillende wijken en voorstel voor beheer.
37
RE-INTEGRATIE OFFICIER De reintegratieofficier is een functie die rechtstreeks onder de burgemeester valt. Omdat het werk van de reintegratieofficier een aantal sterke raakvlakken kent met het werk van de sociaal pontonnier / aandachtshuishoudens, hebben we in 2020 besloten de reintegratieofficier onderdeel te maken van het opgaveteam zorgzame stad. Daarom is er hiervoor gekozen deze ook mee te nemen in de evaluatie zorgzame stad.
Wat houdt het project in? De Re-Integratie Officier (RIO) pakt de regie op de re-integratie van ex-gedetineerden met complexe meervoudige problematiek, die tot dusver een hoge recidive hebben van meer dan 50%. Hij biedt de ex-gedetineerden een nieuw toekomstperspectief onder andere door het op orde brengen van de vijf basisvoorwaarden (het hebben van een ID-bewijs, werk/inkomen en huisvesting; voorkomen van schulden en bieden van zorg) . Daarnaast signaleert en agendeert de RIO knelpunten en verbetermogelijkheden in de samenwerking in de keten. De RIO valt rechtstreeks onder de burgemeester. Hij heeft mandaat en daarmee de nodige doorzettingsmacht.
Het doel Recidive terugdringen van daders van High Impact Crimes (HIC) om geweldsmisdrijven te verminderen en de (gevoelens van) veiligheid te vergroten. Daarnaast het signaleren en agenderen van verbeteringen in de aanpak (basisvoorwaarden) en keten- en netwerksamenwerking bij de re-integratie van ex-gedetineerden.
Looptijd project De pilot is gestart in september 2018. De RIO is begonnen in februari 2019. Voorjaar-Zomer 2021: Evaluatie aanpak t.b.v. borging richting de toekomst.
Partners Zorg & Veiligheidshuis, Reclassering, Politie, DJI / PI Dordrecht zijn de kernpartners.
Financiën Pilot is gefinancierd in 2019 en 2020 met € 150.000 door het Ministerie van JenV. In 2021 komt de financiering voor € 75.000 van JenV en voor € 75.000 van de gemeente (50% Opgave Zorgzame Stad en 50% Veiligheid). Voor 2022 en 2023 wordt opnieuw een bijdrage verwacht van JenV.
Actuele stand van zaken In de zomer van 2021 is een evaluatie gemaakt en zijn de eerste resultaten en opbrengsten gedeeld met alle partners en andere betrokkenen (zie volgende paragraaf). Ook ligt er een voorstel voor implementatie en borging van de functie.
Zijn er al resultaten? Wat zijn de lessons learned (kwalitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? Uit de evaluatie volgen een aantal conclusies over de RIO:
De nazorgtafel is op advies van de RIO verplaatst naar het Zorg & Veiligheidshuis waardoor de aanpak nu transparant is, regie op de voortgang plaatsvindt en er geen partijen worden uitgesloten. Er wordt nu met de gedetineerde gepraat en niet alleen over. Alle partijen zitten tegelijkertijd aan tafel om afspraken het maken over het gezamenlijk plan van aanpak. Dat zorgt voor meer eigenaarschap en meer commitment bij iedereen. Het videobellen (als gevolg van corona) heeft hier een belangrijke positieve bijdrage aan geleverd. De RIO heeft daarnaast belangrijk bijgedragen aan de routing en verheldering van het proces voor een ID-bewijs en postadres. Dat werd soms wel en soms niet verstrekt zonder duidelijke motivatie of begrip voor de situatie waarin de aanvrager zich bevond. De RIO heeft dit probleem geagendeerd en ervoor gezorgd dat dit knelpunt werd opgepakt en structureel is opgelost voor iedere Dordtenaar. Huisvesting is een groot probleem. De RIO heeft eraan bijgedragen dat voor tijdelijk onderdak
38
gebruikgemaakt kan worden van sloopwoningen. Sinds kort is het voor ex-gedetineerden ook mogelijk om een urgentieverklaring te krijgen, dat was eerder ingewikkeld. Een ander resultaat is dat met de SDD afspraken zijn gemaakt over het voorkomen van huisuitzettingen. Uit de evaluatie komen een aantal werkzame bestanddelen en succesfactoren van de RIO aanpak naar voren die belangrijk zijn voor de borging. Het gaat om de uitgesproken doel- en resultaatgerichtheid (in plaats van taakgericht werken). Het nadrukkelijk pakken van regie, samenhang en volgordelijkheid dragen hieraan bij. Het mandaat is belangrijk, het ondersteunt de slagkracht van de RIO en zorgt voor commitment en rugdekking. Voor de kandidaten brengt de RIO een nieuw toekomstperspectief. Het gaat niet alleen over het op orde brengen van de 5 basisvoorwaarden. Eigenaarschap en wederkerigheid zijn wezenlijke bestanddelen net als de oplossingen die aan moeten sluiten bij de behoefte. De RIO-aanpak draagt bij aan bestaanszekerheid en inclusie. Er komt een degelijke 'uitvalsbasis' in beeld van waaruit het nieuwe leven vorm kan krijgen. De ex-gedetineerde gaat weer 'gewoon' meedoen in de samenleving.
Zijn er kwantitatieve resultaten (kwantitatief: passender, sneller, betaalbaarder)? De RIO heeft tussen maart 2019 en juni 2021 44 kandidaten begeleid die binnen de doelgroep van de pilot (HIC daders, 18-27 jaar, complexe problematiek). Daarnaast heeft de RIO contact met circa 80 andere daders, geeft hij adviezen of verwijst door bij minder complexe casussen. Het gaat om ISD-ers en BIJ-meldingen of kandidaten die ouder zijn dan 27 jaar. Circa 50% van de RIO-kandidaten is aan het werk na 12 maanden. Voor deze doelgroep is dat een hoog percentage, want de problemen zijn hardnekkig. Dat wordt ook zichtbaar in de cijfers over de bemiddeling door de RIO: bij 39% lukt om in één keer te bemiddelen naar werk, bij 27% zijn meerdere (soms wel vier á vijf) pogingen nodig. De problemen met ID, briefadres en schulden zijn door de RIO voor het merendeel van de kandidaten geregeld. Voor dak- & thuislozen is woonruimte voor meer dan de helft geregeld, maar enkel en alleen voor de urgente gevallen. De recidivecijfers van de deelnemers zijn bijzonder laag: 22%. Dit is een heel goede score vergeleken met de reguliere recidivecijfers van gemiddeld boven de 50%. Dit percentage is nog een onderschatting voor de kandidaten uit de caseload van de RIO: die hebben een nog hoger risico op recidive (als de RIO niet beschikbaar zou zijn).
Op welke wijze is geborgd dat de incidentele investering een structureel effect heeft? Afgesproken wordt om in de jaren 2022 en 2023 de functie RIO te implementeren en de werkwijze door te ontwikkelen. Ook zal de RIO de werkzame bestanddelen en succesfactoren van de aanpak uit gaan dragen elders in het land.
39
FINANCIEEL OVERZICHT
OVERZICHT FINANCIEN OPGAVE ZORGZAME STAD 1. Basis op orde Overgang Jeugdwet –Wmo Onafhankelijke clientondersteuning
Taskforce Jeugd Verbinding onderwijs – jeugdhulp 2. Verbeteren van de toegang Doorontwikkeling wijkteam Verbinding medische verwijzers 3. Zorgvernieuwing Beschikkingsvrij Sociaal recept Werken aan mijn toekomst FLITS Vervangende mantelzorg aan huis Aandachtshuishoudens Junior life skills op school Jongerenwerk op school Bestrijding eenzaamheid en sociaal isolement Re-integratie officier TOTAAL
262.500 Betaald uit al verkregen landelijke subsidie 30.000 170.000 707.000 460.000
550.000 143.000 1.100.000 100.000 500.000 40.000 700.000 200.000 37.500 5.000.000
40