Toezegging 210113-T8 Beantwoording vragen inzake kostendelersnorm, 21 juni 2021.pdf
Tekst van het document
Memo Datum
11 juni 2021
Aan
Commissie Sociale Leefomgeving
Van
wethouder P.J. Heijkoop
Onderwerp
Beantwoording vragen Cie. Sociale Leefomgeving Dordrecht m.b.t. kostendelersnorm
Aanleiding Op 13 januari jl. is in de vergadering van de Commissie Sociale leefomgeving van de gemeente Dordrecht gesproken over de stand van zaken m.b.t. de uitvoering van de visie "Van opvang naar wonen 2020- 2025". Een van de gespreksonderwerpen was het oorzakelijke verband dat lijkt te bestaan tussen dakloosheid en de toepassing van de kostendelersnorm inzake de Participatiewet. In dit kader is gevraagd om een overzicht te bieden hoe vaak het afgelopen jaar is afgezien van het opleggen van de kostendelersnorm. De wethouder heeft toegezegd de vraag mee te nemen naar de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) en tevens te kijken of het mogelijk is inzicht te bieden in de redenen waarom is afgeweken van de kostendelersnorm. In de vergadering van de Commissie Sociale leefomgeving van de gemeente Dordrecht van 30 maart is de beantwoording van deze toezegging middels een memo ingebracht. In de betreffende memo werd de vraag besproken in welke mate de kostendelersnorm in de Drechtsteden leidt tot dak- of thuisloosheid van de jongeren en op welke manieren maatwerk kan worden geboden bij de toepassing van de kostendelersnorm. Daarbij is aangegeven dat de kostendelersnorm maar een klein onderdeel is van het geheel van oorzaken dat leidt tot dakloosheid.
Op verzoek van Groen Links is de afdoening van de toezegging nog niet afgevoerd van de agenda, aangezien cruciale informatie wordt gemist over de cijfers van het aantal gevallen waarin maatwerk is toegepast en dus afgeweken is van de kostendelersnorm. Bovendien ging men niet akkoord met het feit dat dat de beantwoording enkel was gericht op jongeren, terwijl de kostendelersnorm breder kan worden toegepast. Het verzoek is dan ook gedaan om alle doelgroepen daar in mee te nemen. Probleemanalyse De kostendelersnorm is als dwingend recht in de Participatiewet vastgelegd. Hoewel – in zeer uitzonderlijke situaties – een tijdelijke maatwerkoverweging kan worden gemaakt en afgeweken van het opleggen van de kostendelersnorm is de discretionaire ruimte van gemeenten uitermate beperkt. Vanwege dit dwingende karakter van de regel heeft de SDD het proces vergaand geautomatiseerd en gepositioneerd bij de backoffice. Onderzoek naar de noodzaak tijdelijk af te wijken van het opleggen van de kostendelersnorm vindt enkel plaats op basis van vooraf of achteraf ontvangen signalen. Dit is zelden het geval. Het alternatief om altijd vooraf onderzoek in te stellen naar – zeer bijzondere – omstandigheden om kortdurend van het opleggen van de kostendelersnorm af te wijken, staat in geen verhouding tot de beperkte discretionaire ruimte die de wet biedt.
Dit is er mede de oorzaak van dat systeemtechnisch geen situaties kunnen worden onderscheiden waarbij is afgeweken van het opleggen van de kostendelersnorm. Er is geen specifiek – te monitoren – werkproces kostendelersnorm (met de alternatieve uitkomsten wel/geen kostendelersnorm). Daar komt bij dat eventuele afwijkingen van de norm, d.w.z. het handhaven dan wel toepassen van de normale norm of het tijdelijk hanteren van een postadres, binnen het systeem niet zichtbaar zijn. Er wordt geen specifieke beschikking voor afgegeven. Wel wordt in geval van het afwijken van het opleggen van de kostendelersnorm, een aantekening gemaakt in het klantdossier. Dit alles impliceert dat de enkele situaties waarin wordt afgeweken van het opleggen van de kostendelersnorm alleen middels dossieronderzoek zijn te ontsluiten. Een dergelijk dossieronderzoek zal zeer tijdrovend zijn. Er is onderzocht of de onderzoekspopulatie door middel van een slimme selectie kan
worden ingeperkt. Dit is helaas niet het geval. Ook omdat samenwoning kan plaatsvinden met niet klanten van de SDD (in Suite worden geen medebewoners geregistreerd). Bovendien kan niet worden uitgegaan van de huidige status quo, omdat in het verleden tijdelijk wel kan zijn afgeweken van het opleggen van de kostendelersnorm, terwijl die nu bijvoorbeeld wel wordt toegepast. Daardoor valt in feite de gehele bijstandspopulatie (inclusief personen die in de gevraagde onderzoeksperiode zijn uitgestroomd) onder het dossieronderzoek. De geschatte tijd is 30-45 minuten per dossier, mede omdat informatie omtrent samenwoning koppeling met externe bestanden vergt, naar de historie moet worden gekeken en de redenen van eventuele afwijking van het opleggen van de kostendelersnorm eruit moeten worden afgeleid. Een alternatieve methodiek om, niet retrospectief zoals door de commissie gevraagd maar prospectief, de gevraagde gegevens te genereren, is evenmin eenvoudig te realiseren. Zoals reeds eerder aangegeven is het opleggen van de kostendelersnorm bij de SDD primair een backoffice-activiteit. Signalen via het meldingsformulier komen hier rechtstreeks binnen, evenals (via Handhaving) signalen vanuit het Inlichtingenbureau.
Slechts bij instroom (inkomensconsulent) en ingeval een cliënt zelf telefonisch contact zoekt met zijn/haar regisseur is de eerste lijn betrokken, maar ook dat leidt niet standaard tot een maatwerkoverweging, maar vrijwel altijd tot het doorzetten van een signaal naar de Backoffice. Hier worden geen speciale formulieren voor gebruikt die als zodanig zijn te identificeren. Kortom: werkwijze noch proces zijn binnen de SDD momenteel ingericht op het maken – of monitoren – van een maatwerkoverweging met betrekking tot het afwijken van het opleggen van de kostendelersnorm. Schatting aantallen op basis van ervaringsgegevens Bij de diverse uitvoerende afdelingen (Poort en afdeling STAP) is nagevraagd in te schatten hoe vaak en in welke omstandigheden het afgelopen jaar is afgeweken van het opleggen van de kostendelersnorm. Tevens is gevraagd daarvoor cases aan te leveren. Naar schatting van de senioren komt het nauwelijks voor, meer dan een tiental zal het waarschijnlijk niet zijn. Er zijn 3 concrete cases van maatwerk aangeleverd: 1. Moeilijke jongere (bekend bij politie, jongerenwerk etc) die nog bij zijn moeder woont. Zijn moeder wilde hem eigenlijk weg hebben vanwege de zorgen die ze van hem krijgt, maar steeds als hij uit huis ging werden de problemen nog groter. Daarnaast kan deze jongere niet langdurig werk vasthouden.
Daar is, in overleg met partners, afgesproken dat de kostendelersnorm niet wordt toegepast. Daarmee konden ze de moeder overhalen om de klant toch een enigszins stabiele basis te bieden. 2. Twee samenwonende alcoholisten, veel hulpverleners betrokken om man van de straat te houden. Door toepassing van de kostendelersnorm zou de hoofdhuurder de andere persoon uit huis houden. Door het niet toepassen van de norm konden ze wel bij elkaar wonen en sliep de man niet meer onder de brug. 3. Terminale alleenstaande moeder. De oma is in het huis komen wonen om voor de kinderen te zorgen en er voor te zorgen dat zij, na overlijden, het huis zou krijgen (zodat kinderen daar zouden kunnen blijven wonen). Er was ook sprake van schulden waardoor de kostendelersnorm grote problemen en zorgen veroorzaakt zou hebben in een moeilijke tijd. Inmiddels is de moeder overleden en kon de oma (voor zover bekend) het huis overnemen. Een vierde aangeleverde casus betrof geen maatwerktoepassing, maar in feite de toepassing van een reguliere afwijkingsgrond (marktconform huurcontract), een vijfde casus – onder handhaving van de kostendelersnorm – een maatwerkafspraak met een zoon om een deel van zijn uitkering in te houden en over te maken naar zijn eveneens bijstandsgerechtigde moeder waarmee hij samenwoonde. Dit voorkwam dat hij het huis moest verlaten omdat zijn moeder anders niet kon rondkomen.
Conclusie Hoewel de vraag uit de Commissie Sociale Leefomgeving een logische en legitieme is, is exacte beantwoording retrospectief (d.w.z. terugkijkend tot 1 januari 2020) alleen tegen zeer hoge uitvoeringskosten mogelijk, en prospectief (d.w.z. monitoring inrichten voor het komende jaar) alleen op basis van aanpassing van werkwijze en processen. In beide gevallen is het zeer de vraag of daarvoor
Pagina 2 van 3
gekozen gezien de beperkte discretionaire ruimte die de wet op dit moment biedt en het altijd zal gaan om een beperkt aantal maatwerktoepassingen. Gezien de wijze waarop de uitvoering van de kostendelersnorm op dit moment is ingericht, wordt geadviseerd het eerste spoor zeker niet te bewandelen: dit vergt een zeer uitvoerig (en langdurig) dossieronderzoek, tegen hoge kosten i.v.m. personele inzet. En, gebaseerd op de huidige uitvoeringspraktijk, een mager resultaat. De tweede optie valt te overwegen, ook vanuit overwegingen vanuit het perspectief van bestaanszekerheid versterken, maar het vergt een bewuste keuze – en een gedegen analyse van de organisatorische en financiële gevolgen – om de huidige werkwijze en processen aan te passen en frontofficemedewerkers steviger te positioneren bij het maken van een maatwerkoverweging om de kostendelersnorm op te leggen of ervan af te wijken. Met het oog op de landelijk groeiende kritiek op (de kostendelersnorm binnen) de Participatiewet en de recente Kamerbrief "uitkomsten rondetafelgesprekken Participatie en vervolgproces" (TK 2021-0000067909, d.d. 4 juni 2021) wordt echter geadviseerd bij een eventuele herinrichting van werkwijze en processen niet op eventuele toekomstige aanpassingen van de Participatiewet vooruit te lopen.
Pagina 3 van 3