CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting straatnamen plan Amstelwijck Midden.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 14 december 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 9: Raadsinformatiebrief benoemen openbare ruimte Amstelwijck Midden - Raadsinformatiebrief1.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

straatnamen in Plan Amstelwijck Het gebied waarin het wijkje is gesitueerd ligt weliswaar in de polder Wieldrecht maar behoorde oorspronkelijk niet tot het ambacht Wieldrecht. Het lag voor de Sint Elisabethsvloed in de Tieselenswaard, een eiland ingesloten tussen Oude Maas, de dijk tussen het tegenwoordige Puttershoek en Maasdam, de historische zuidelijke tak van de Maas en de Dubbel. Rond 1270 ging het met de Dordtse waard en de oorspronkelijke Groote Waard deel uitmaken van het waterschap De Groote Waard, al bleef het voor waterstaatszaken dankzij een handvest van Floris V uit 1282 een zekere onafhankelijke positie behouden. In de Tieselenswaard lagen het dorpje Hoecke (na 1421 het ambacht, nu Puttershoek) en de ambachten Poelwijck (het tegenwoordige Maasdam), Leyderambacht met het kerkdorp Leyderkerk ter hoogte van het huidige ‘s-Gravendeel, de Mijl met het kerkdorp Ammekerke en - geheel op het huidige Eiland van Dordrecht gelegen - het Oudeland met het kerkdorp Tieselenskerke (dat al bestond voor het ontstaan van de Tieselenswaard), de Nesse met het kerkdorp Wolbrandskerke/Kruiskerke en Heer Ghenemanspolre, ook kortweg Polre genoemd. Tieselenskerke wordt voor het eerst genoemd in 1126 als de kerk door Godebold, bisschop van Utrecht, aan St. Pieter te Utrecht wordt geschonken.

Het Oudeland, de Nesse met Wolbrandskerke en Polre worden voor het eerst genoemd in 1310, als graaf Willem III in ruil voor tienden in Zeeland de visserij van Wolbrandskerke en tienden in het Oudeland schenkt aan deken en kapittel van St. Pieter te Utrecht. Het ambacht Oudeland is voor ons het meest interessant omdat dit lag in het gebied van het wijkje waarvoor nu straatnamen worden gezocht. Ambachtsheren die met name bekend zijn zijn Paep Heynen (1351), Aper Paep Heynenzoon (1388), Hendrik Tolnaar (1391), diens zoon Henrik Tolnaar de jonge (1394), Arnout van Riede (1399) en Jan van Schoenhout (1403) in wiens geslacht het bleef tot aan de Sint Elisabethsvloed van 1421 toen het ambacht evenals grote delen van de Groote Waard ten onder ging. De visserij werd na 1421 aanvankelijk uitgeoefend door het kapittel van St. Pieter maar kwam in 1535 als de zalmsteek de Springer aan de grafelijkheid. Begin zeventiende eeuw werd een deel van de 1421 verloren grond weer op het water teruggewonnen en ontstonden achtereenvolgend Het Oude Land van Dubbeldam (1603), de Noord- of Merwedepolder (1616), de Zuidpolder (1617) en de Alloysenpolder (1652). In deze polders herrezen de ambachten Dubbeldam en de Mijl, zij het op deels andere plaatsen dan voor 1421.

Op 8 maart 1659 werd tussen de Rekenkamer van de Grafelijkheidsdomeinen en de ambachtsheren van Dubbeldam en de Mijl een akkoord gesloten tot inpoldering van de gronden ten oosten van de Dordtse Kil en ten zuiden van de Zuidpolder. En al in 1660 kon de verkaveling en verkoop van de grond in de Polder Wieldrecht beginnen. De grond van de Mijl werd verdeeld in vijf kavels en die van Dubbeldam in 13 kavels. De gronden van de Grafelijkheid ten zuiden van de Reeweg werden verdeeld in 6 panden.

Kaart van de Tieselenswaard van de hand van Henk ’t Jong uit 2009. De theorie over de Thure als zijarm van de Dubbel heeft hij inmiddels losgelaten.

Het voor de straatnamen van belang zijnde deel van het Oudeland kwam in de polder en het ambacht Wieldrecht te liggen, en wel in het zesde part of, zoals op de eerste kaart van de verkaveling die in oktober 1660, kort na voltooiing van de inpoldering werd gemaakt, weergegeven het Seste Pandt. Na de grote 17e-eeuwse inpolderingen kwamen de noordelijke delen van de oude maar inmiddels verdwenen ambachten het Oudeland en Nesse in het vergrootte ambacht Dubbeldam te liggen en de zuidelijk delen in het verkleinde ambacht Wieldrecht. Polre ging op in de polder Wieldrecht, de Alloysenpolder, de Cannemanspolder en de Hania’spolder.

Detail van de kaart van Matthijs van der Velden uit oktober 1660 (het noorden onder). NA-4.VTH-2202.

Hendrik Trip (gedoopt dordrecht 14-1-1607 – begraven Amsterdam 15 november 1666; zoon van Jacob Trip en Margaretha de Geer) was een van de personen die de inpoldering financierde. We zien hem dan ook terug als bezitter van een groot deel van de grond in het zesde pand (en in ten noorden van de Reeweg gelegen kavels van de tot Dubbeldam en de Mijl behorende gronden van de nieuwe polder). Het is zeer vermoedelijk deze Hendrik Trip die Amstelwijck kort na de inpoldering, in 1661, stichtte. Op de sluitsteen in de boogbrug (samen met het toegangshek rijksmonument) komt het jaartal 1661 voor. Amstelwijck bleef tot 1710 in het bezit van de familie Trip. Op 17e en 18e eeuwse kaarten komt de buitenplaats voor als een redelijk uitgebreide buitenplaats met herenhuis, schuur en pachtboerderij. Het herenhuis werd in de jaren 1866-1867 gesloopt en de schuur ging in mei 1986 in vlammen op, maar de boerderij aan de Koekebakker bestaat in afgeslankte vorm nog steeds. Het akker en weidebouwbedrijf was rond 1900 in handen van de familie Maurits en werd gepacht door de gebroeders de Bruin. In 1909 werden de landerijen verpacht aan Wiekert Visser en in 1915 werd Henry Boudewijn de Roo van Cappelle de nieuwe eigenaar. Latere eigenaar was W.R.C. de Roo, een zoon van de eerdere bezitter. En in 1934 werd Adrianus Visser de nieuwe pachter.

Hij verving de weidebouw door fruitteelt en wist het bedrijf tot 100 hectare te vergroten. Zowel Wiekert als Adrianus waren voorlopers op het gebied van landbouwmechanisatie. In 1920 werd op Amstelwijck het Carmelietenklooster Klein Amstelwijck gebouwd, dat tussen 1992 en 1995 dienst deed als asielzoekerscentrum en in 1998 een kantoorfunctie kreeg. Dit klooster beschikte zelfs over een nog altijd bestaande begraafplaats. Zie: https://www.onlinebegraafplaatsen.nl/begraafplaats/141/Historische-begraafplaats-Amstelwijck-Dordrecht De Rijksweg die in 1938 werd aangelegd verdeelde het bedrijf in twee delen. De aanleg van de Zeehaven en de bouw van Refaja (vanaf eind 1967) snoepten grote delen van het landgoed af en in 1977, toen er nog maar 27 hectare over was, stopte Visser de bedrijfsvoering en werd de rest verder versnipperd. Van de verkaveling bij de verkoop in 1915 is een kaartje bewaard gebleven, waarbij ereburger Adrianus (Jos) Visser in 1982 de benamingen heeft genoteerd.

Gekozen straatnamen:

onderschrift:

Jos Visserpad

1908-1995 herenboer op Amstelwijck, ereburger van Dordrecht

Hendrik Triplaan

1607-1666 stichter Amstelwijck in 1661

Hogewei Lagewei Driemorgen Viermorgen Vijfmorgen Eerste Weierei Tweede Weierei Achthond

Oostkilpad Amstelwijckweide

kavel voormalig landgoed Amstelwijck

geen onderschrift

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/360/documents/14257