CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.Pdf.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 18 oktober 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 8: Vaststellen bestemmingsplan 9e herziening Wielwijk, Crabbehof en Zuidhoven, Piet Heynstraat - speeltuinlocatie en vaststelling grondexploitatie Speeltuinlocatie Wielwijk - Raadsvoorstel10.337 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Stedelijk Waterplan Het Waterplan Dordrecht 2009-2015 is een actualisering en uitbreiding van het 1e Waterplan. Lerend van de praktijkervaringen, rekening houdend met de nieuwe beleidskaders en inspelend op de klimaatverandering hebben de waterpartners, de gemeente Dordrecht en waterschap Hollandse Delta, een nieuwe toekomstgerichte waterambitie geformuleerd. Samengevat luidt de lange termijn ambitie (2050) als volgt: Het eiland van Dordrecht heeft een klimaatbestendig, veilig, mooi en gezond watersysteem. Het heeft voldoende veerkracht voor het opvangen van zowel extreme neerslag als langere periodes van hitte en droogte. Bij het op orde brengen van het watersysteem en de waterkeringen is rekening gehouden met de zeespiegelstijging en hogere piek-afvoeren op de rivier. Op het hele eiland is het watersysteem schoon en ecologisch gezond. Het water draagt bij aan de kwaliteit en beleving van de openbare ruimte in de stad en het landelijk gebied. De waterstructuur is een aantrekkelijke doorgaande route die stad en land met elkaar verbindt en heeft een hoge natuurwaarde. De burgers van Dordrecht leven bewust met het water, maken volop gebruik en genieten van het open water. Water en ruimte, natuur en cultuur versterken elkaar en dragen bij aan de vitaliteit en duurzaamheid van het eiland van Dordrecht.

4.11.2 Onderzoek

Voor deze bestemmingsplanherziening is advies gevraagd aan waterschap Hollandse Delta. Waterschap Hollandse Delta heeft richtlijnen opgesteld voor het toenemend verhard oppervlak in een plangebied. Er moet bij de voorgenomen ontwikkeling rekening gehouden worden met een versnelde afvoer door toename van verhard oppervlak. Dit houdt in dat bij een toename aan verhard oppervlak van meer dan 500 m2, de versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding volledig moet worden gecompenseerd, met een oppervlakte van 10% van de toename

aan verharding. Dit is conform het afpelmechanisme opgenomen in het beleid van waterschap Hollandse Delta.

4.11.3 Conclusie

In de aanbestedingsfase zal rekening gehouden worden met bovengenoemde richtlijn van het waterschap Hollandse Delta. Het bestemmingsplan zelf voldoet daarmee aan het waterbeleid en de wetten en regels op dit gebied.

4.12 M.e.r.-beoordelingsplicht 4.12.1 Regelgeving en beleid

Op grond van artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. moet voor activiteiten die zijn genoemd in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) uitvoering worden gegeven aan de artikelen 7.16, 7.17 eerste t/m vierde lid, 7.18, 7.19, eerste en tweede lid, en 7.20a van de Wet milieubeheer. De op stedelijk niveau veel voorkomende activiteiten zijn de activiteiten genoemd in bijlage D11.2: stedelijke ontwikkelingsprojecten, waaronder de bouw van 2000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied. De initiatiefnemer deelt zijn voornemen schriftelijk mee aan het bevoegd gezag en verstrekt in elk geval de informatie als genoemd in artikel 7.16, tweede lid. Het bevoegd gezag neemt op grond van artikel 7.17 lid 1 Wm uiterlijk 6 weken na de datum van ontvangst van de mededeling van de initiatiefnemer een beslissing of bij de voorbereiding van het betrokken besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt.

4.12.2 Onderzoek

In deze paragraaf wordt de vraag beantwoord of de ruimtelijke ontwikkeling waarin dit bestemmingsplan voorziet, moet worden aangemerkt als een activiteit als bedoeld in bijlage D van het Besluit m.e.r.: D11.2 De aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject. In de nota van toelichting (NvT) op het Besluit mer wordt het begrip ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ verder geduid: "Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan". Het begrip stedelijke ontwikkeling laat enige ruimte voor interpretatie. De jurisprudentie geeft inkleuring aan dit begrip. Belangrijk is te benadrukken dat de jurisprudentie aangeeft dat het afhankelijk is van de omstandigheden van het geval of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling zijn volgens de jurisprudentie de volgende vragen van belang: 1. is sprake van (transformatie) van een bestaand gebouw? 2. is dezelfde functie al in de omgeving aanwezig? 3. is deze functie vergelijkbaar met de vigerende planologische situatie? De stedelijke ontwikkeling op de speeltuinlocatie aan de Piet Heynstraat overschrijdt de grenzen als bedoeld in de 2e kolom in bijlage D, onder 11.2 niet.

Dit betekent dat kan worden volstaan met een vormvrije mer-beoordeling. Wel moet het bevoegd gezag expliciet een besluit nemen dat het opstellen van een milieueffectrapportage wel of niet noodzakelijk is. Aangetoond moet worden dat de gewenste ontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid heeft een memo opgesteld (zie bijlage 8) waarin wordt aangegeven dat voor de onderbouwing dat er geen belangrijke negatieve effecten voor het milieu te verwachten zijn en verwezen kan worden naar de conclusies van de verschillende onderzoeken die ten behoeve van het bestemmingsplan zijn uitgevoerd.

4.12.3 Conclusie Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt dat wordt voldaan aan de gestelde eisen en maatregelen wanneer er geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht worden. Wezenlijke cumulatieve effecten met andere ruimtelijke ontwikkelingen zijn niet te verwachten. Er is dan ook geen aanleiding om een formele m.e.r.-procedure te voeren voor deze ontwikkeling.

Wel is invulling gegeven aan de vormvrije mer-beoordeling en zo voldoet dit bestemmingsplan aan de eisen. Het m.e.r. besluit is opgenomen als bijlage bij dit bestemmingsplan.

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving

5.1 Planmethodiek Dit bestemmingsplan is opgezet volgens de in Dordrecht in het algemeen gebruikte methodiek, waarbij de verschillende bestemmingen met hun bouwgrenzen direct van de verbeelding afleesbaar zijn. In onderhavig bestemmingsplan is een bouwvlak aangegeven, waarbinnen de zogenaamde hoofdbebouwing is toegestaan. De maximale bouwhoogte is op de verbeelding aangegeven. Buiten het bouwvlak is onder bepaalde voorwaarden het oprichten van bebouwing is toegestaan. Dit staat overigens los van de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Voor de opzet van de regels is aansluiting gezocht bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).

5.2 Regels Algemeen Er is sprake van een herziening van een gedeelte van het geldende bestemmingsplan Wielwijk. De regels zijn voor het overgrote deel overgenomen van dit plan. Bestemmingen Groen De bestemming 'Groen' is toegekend aan de grond in het oosten voor een openbare speelplek. Tuin De groenstroken aan de voorkant van de woningen zijn bestemd voor 'Tuin'. Verkeer De verkeersbestemming is toegekend aan de gronden van de openbare ruimte. De regels maken het mogelijk deze gronden in te richten met ontsluitingswegen, parkeerplaatsen, verhardingen en groenvoorzieningen. Wonen Voor Wonen is de standaardregeling opgenomen met bouwvlakken, toegelaten bouwwerken en maximale bouw- en goothoogtematen. Waarde - Archeologie - 3 (dubbelbestemming) In het bestemmingsplan is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie -3' opgenomen zodat archeologische waarden in de ondergrond worden beschermd. Overgangsrecht en slotregel In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Tot slot is in de slotregel de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

5.3 Verbeelding De verbeelding heeft uitsluitend betrekking op de gronden die zijn betrokken in de ontwikkeling van de voormalige speeltuinlocatie aan de Piet Heynstraat in Wielwijk.

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.12) dient de gemeenteraad een exploitatieplan, ook wel grondexploitatie, vast te stellen voor de gronden waar een aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het Besluit ruimtelijke ordening staat wat wordt verstaan onder een aangewezen bouwplan. Een explotatieplan wordt gelijktijdig bekendgemaakt met het bestemmingsplan of de wijziging. De gemeente is grondeigenaar van de gronden van de speeltuinlocatie in dit bestemmingsplan. Om de speeltuinlocatie te ontwikkelen is een grondexploitatie, afgekort GREX, opgesteld.

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1 Inspraak Verschillende keren is informatie verstrekt aan omwonenden en andere belanghebbenden. In oktober 2020 is een brief gestuurd naar omwonenden van de speeltuinlocatie met daarin informatie over de ontwikkeling van het gebied. In november 2020 is dit plan opgenomen in de gebiedsinformatie folder Wielwijk. Op 2 december 2020 is een gebiedsinformatiemarkt gehouden. Daarin kregen bewoners de ruimte om digitaal in gesprek te gaan over het plan. Tot slot is op 18 januari 2022 een informatieavond gehouden waar bewoners van Wielwijk de ruimte kregen een reactie te geven op dit plan. Overeenkomstig de bepalingen van Wet ruimtelijke ordening bestaat er de gelegenheid tegen het ontwerpbestemmingsplan zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad.

7.2 Overleg Het in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven overleg wordt gevoerd met: 1. Provincie Zuid-Holland; 2. Omgevingsdienst Haaglanden; 3. Rijkswaterstaat; 4. Waterschap de Hollandse Delta; 5. Veiligheidsregio. 6. Nederlandse Gasunie; 7. KPN; 8. Tennet TSO B.V.; 9. Evides; 10. Stedin.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/471/documents/19144