CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.Pdf.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 18 juni 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 7: Vaststellen Bestemmingsplan 8e herziening Wielwijk, Crabbehof en Zuidhoven, locatie Karel Doormanweg - Raadsvoorstel10.995 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In 2008 is het NBW geactualiseerd met als doel de watersystemen in 2015 op orde te krijgen, met name op het gebied van wateroverlast en watertekort. Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Kort samengevat regelt de Waterwet het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet biedt instrumenten om het waterbeheer op een doeltreffende en doelmatige manier op te pakken. De ruimtelijke aspecten van de plannen van Rijk en provincies worden aangemerkt als structuurvisies in de zin van de Wro. De bedoeling is dat op basis van deze structuurvisies plannen van de Waterwet doorwerken in de ruimtelijke ordening en ervoor zorgen dat de waterbelangen op een goede manier worden geborgd. Waterschappen stellen een waterbeheerprogramma op. De op 1 januari 2008 ingevoerde Wet gemeentelijke watertaken is ook opgenomen in de Waterwet. Door deze wetgeving hebben de gemeenten een aantal nieuwe zorgplichten: afvloeiend

hemelwater, grondwaterstand en een verbrede zorgplicht inzamelen afvalwater buitengebied. Waterbeheerprogramma 2016-2021 In 2016 is door waterschap Hollandse Delta het waterbeheerprogramma opgesteld. Het programma bestaat uit een statisch en een dynamisch deel. Het statisch deel bevat de doelen die het waterschap wil bereiken, zowel op de lange termijn als voor de planperiode. Het dynamisch deel bevat de maatregelen die nodig zijn om de doelen uit het statisch deel te realiseren. Het plan bevat doelen en maatregelen voor de thema’s Calamiteitenzorg, Water en Ruimte, Waterveiligheid, Voldoende Water, Schoon water en Waterketen. Voor het thema water en ruimte is de nadere uitwerking van de deltabeslissing ruimtelijke adaptatie de belangrijkste ontwikkeling. Hierbij wordt uitgegaan van meerlaagse veiligheid: preventie (laag 1), ruimtelijke inrichting (laag 2) en crisisbeheersing (laag 3). Voor Hollandse Delta ligt de nadruk op de eerste laag: een overstroming voorkomen door middel van (primaire) waterkeringen. Voor de tweede laag is als doel geformuleerd dat de ruimtelijke inrichting bijdraagt aan het beperken van de gevolgen van een overstroming. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterschap Hollandse Delta heeft in haar waterbeheerprogramma (WBP) de waterdoelen voor de planperiode 2022-2027 vastgelegd op gebied van waterveiligheid, het watersysteem en de waterketen.

Deze doelen zijn afgeleid van het waterschap haar ambities voor de lange termijn (tot 2050) die vastgelegd gaan worden in de omgevingsvisie Hollandse Delta. Naast de doelen tot 2027 bevat dit waterbeheerprogramma de strategie hoe deze doelen gerealiseerd gaan worden. Het programma richt zich op een toekomstbestendig waterbeheer en daarmee een toekomstbestendig woon-, werk- en leefgebied. Het waterschap zet in op het inperken van de impact op klimaat en milieu, het verbeteren van de klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van het gebied, versterken van de biodiversiteit en anders omgaan met hemelwater. Bij een klimaatbestendige en waterrobuust inrichting wordt gevolg gegeven aan de doelen vanuit de deltabeslissing ruimtelijke adaptatie en is de ambitie dat inwoners en bedrijven veilig in het gebied kunnen blijven wonen, ondernemen en recreëren en dat wordt bijgedragen aan het robuust en veerkrachtig maken van de leefomgeving. Er komt meer ruimte voor water; niet alleen letterlijk, maar ook bij de voorbereidingen van plannen voor de ruimtelijke inrichting. Om dit te bereiken heeft het waterschap de volgende acties gesteld in het WBP: <0000> samenwerken met overheidspartners en belanghebbenden; <0000> naar de voorkant van ruimtelijke planprocessen bewegen. Stedelijk Waterplan Het Waterplan Dordrecht 2009-2015 is een actualisering en uitbreiding van het 1e Waterplan.

Lerend van de praktijkervaringen, rekening houdend met de nieuwe beleidskaders en inspelend op de klimaatverandering hebben de waterpartners, de gemeente Dordrecht en waterschap Hollandse Delta, een nieuwe toekomstgerichte waterambitie geformuleerd. Samengevat luidt de lange termijn ambitie (2050) als volgt: Het eiland van Dordrecht heeft een klimaatbestendig, veilig, mooi en gezond watersysteem. Het heeft voldoende veerkracht voor het opvangen van zowel extreme neerslag als langere periodes van hitte en droogte. Bij het op orde brengen van het watersysteem en de waterkeringen is rekening gehouden met de zeespiegelstijging en hogere piek-afvoeren op de rivier. Op het hele eiland is het watersysteem schoon en ecologisch gezond. Het water draagt bij aan de kwaliteit en beleving van de openbare ruimte in de stad en het landelijk gebied. De waterstructuur is een aantrekkelijke doorgaande route die stad en land met elkaar verbindt en heeft een hoge natuurwaarde. De burgers van Dordrecht leven bewust met het water, maken volop gebruik en genieten van het open water. Water en ruimte, natuur en cultuur versterken elkaar en dragen bij aan de vitaliteit en duurzaamheid van het eiland van Dordrecht.

4.12.2 Onderzoek Waterschap Hollandse Delta heeft richtlijnen opgesteld voor het toenemend verhard oppervlak in een plangebied. Het waterschap stelt wanneer het verhard oppervlak toeneemt, 10% van de toename gecompenseerd dient te worden in oppervlaktewater. In de watertoets (bijlage 12)is, om een berekening te maken voor de watercompensatie, de nieuwe situatie vergeleken met het bestaande, zie tabel 1. Het bruto plangebied heeft een grootte van circa 1,6 ha. Dat is inclusief de school.

Tabel 1 – oppervlakken bestaand en nieuw Verharding pleinen en Openbare en private parkeerplaats bestaand in verharding nieuw in m² m² 3.120 3.230 Daken bestaand in m² Daken nieuw in m² 3.770 3.000 Verschil -660 Het waterschap vereist een watercompensatie indien een onverhard terrein verhard wordt. De noodzakelijke compensatie wordt gesteld op 14% (nieuwe beleidregel). Alleen als de verharding (bv voet- of fietspad) afstroomt naar de bodem is watercompensatie voor dat deel niet verplicht. Dit betekent dat bij vermeerdering van het verharde oppervlak wat op de riolering aangesloten gaat extra water gegraven moet worden. Dat dient te gebeuren bij voorkeur in het plangebied of in hetzelfde bemalingsgebied. Bij minder dan 500 m² extra verharding hoeft niet gecompenseerd te worden. Uit tabel 1 blijkt dat er circa 10% minder verharding aangebracht gaat worden in vergelijking met de bestaande situatie. Voor de nieuwe situatie is gebruik gemaakt van de gegevens die we nu ter beschikking hebben. Voor de niet bebouwde woning percelen is aangenomen dat 40% van dat oppervlak verhard gaat worden, wat al of niet aangesloten wordt op de hwa-riolering. De oude en de nieuwe situatie verschillen nauwelijks van elkaar wat betreft de hoeveelheid verhard oppervlak. In de nieuwe situatie gaat circa 10% minder verharding aangebracht worden.

Om aan het beleid van het waterschap te voldoen is hier geen compensatie van water noodzakelijk. Het gemeentelijk beleid is er op gericht om voor nieuwe bouwontwikkelingen voor extra wateropvang te zorgen vanwege de klimaat veranderingen. De stedelijke randvoorwaarden zijn in dit project voor de klimaatadaptatie niet normatief ingevuld. Het bouwplan voorziet wel in de aanleg van een 225 m lange natuurvriendelijke oever als klimaat adaptieve maatregel.

4.12.3 Conclusie De conclusie is dat het bestemmingsplan voldoet aan het waterbeleid en de wetten en regels op dit gebied.

4.13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.13.1 Regelgeving en beleid Op grond van artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. moet voor activiteiten, die zijn genoemd in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.), maar onder de daar genoemde drempelwaarden blijven, uitvoering worden gegeven aan de artikelen 7.16, 7.17 eerste t/m vierde lid, 7.18, 7.19, eerste en tweede lid, en 7.20a van de Wet milieubeheer. De op stedelijk niveau veel voorkomende activiteiten zijn de activiteiten, genoemd in bijlage D11.2: stedelijke ontwikkelingsprojecten, waaronder de bouw van 2000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied.

4.13.2 Onderzoek In het kader van de vergunningaanvraag op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dient conform artikel 7.2, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer, het bevoegd gezag, in deze burgemeester en wethouders van Dordrecht, te beoordelen of deze, in een algemene maatregel van bestuur aangewezen, activiteit zodanige nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, dat alsnog een milieueffectrapport (MER) dient te worden opgesteld. In bijlage D, onder 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage (Stb. 2011, nummer 102) is stedelijke ontwikkeling als m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit aangewezen. De opgenomen drempelwaarden zijn als gevolg van een uitspraak van de Raad van State niet meer van toepassing. Wij beschouwen de gewenste ontwikkeling als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in bijlage D onder 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Aangezien de grenzen uit de 2e kolom van bijlage D onder 11.2 niet worden overschreden kan in deze situatie worden volstaan met een zgn. vormvrije mer-beoordeling. Uit de milieuonderzoeken (zie bijlages) kan worden geconcludeerd dat voor de herontwikkeling van de Kompaslocatie aan de Karel Doormanweg te Dordrecht niet alsnog een milieueffectrapportage behoeft te worden uitgevoerd.

Er is in onderhavige situatie afdoende aangetoond dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wet milieubeheer.

4.13.3 Conclusie Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt dat wanneer wordt voldaan aan de gestelde eisen en maatregelen er geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht worden. Wezenlijke cumulatieve effecten met andere ruimtelijke ontwikkelingen zijn niet te verwachten. Er is dan ook geen aanleiding om een formele m.e.r.-procedure te voeren voor deze ontwikkeling.

Deel 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Planmethodiek Dit bestemmingsplan is opgezet volgens de in Dordrecht in het algemeen gebruikte methodiek, waarbij de verschillende bestemmingen met hun bouwgrenzen direct van de verbeelding 26 afleesbaar zijn. In onderhavig bestemmingsplan is een bouwvlak aangegeven, waarbinnen de zogenaamde hoofdbebouwing is toegestaan. De maximale bouwhoogte is op de verbeelding aangegeven. Buiten het bouwvlak is onder bepaalde voorwaarden het oprichten van bebouwing is toegestaan. Dit staat overigens los van de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Voor de opzet van de regels is aansluiting gezocht bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).

5.2 Regels Algemeen Er is sprake van een herziening van een gedeelte van het geldende bestemmingsplan Wielwijk. De regels zijn voor het overgrote deel overgenomen van dit plan. Begripsbepalingen De relevante begripsbepalingen van het geldende bestemmingsplan Schil zijn overgenomen. Bestemmingen Groen

De structurele groengebieden zijn bestemd tot 'Groen'. Verkeer De verkeersbestemming is toegekend aan de gronden van de openbare ruimte. De regels maken het mogelijk deze gronden in te richten met ontsluitingswegen, parkeerplaatsen, verhardingen en groenvoorzieningen. Wonen Voor het wonen is de standaardregeling opgenomen met bouwvlakken, toegelaten bouwwerken en maximale bouwhoogtematen. Waarde - Archeologie - 3 (dubbelbestemming) In het bestemmingsplan is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie -3' opgenomen. Overgangsrecht en naam In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Tot slot is in de slotregel de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

5.3 Verbeelding De verbeelding heeft uitsluitend betrekking op de gronden die zijn betrokken in de ontwikkeling Karel Doormanweg.

Deel 6 Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.12) dient de gemeenteraad een exploitatieplan vast te stellen voor de gronden waar een aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het Besluit ruimtelijke ordening staat wat wordt verstaan onder een aangewezen bouwplan. Een exploitatieplan wordt gelijktijdig bekendgemaakt met het bestemmingsplan of de wijziging. De gemeente is grondeigenaar van de gronden in dit bestemmingsplan. Om de locatie te ontwikkelen is een grondexploitatie, afgekort GREX, opgesteld.

Deel 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn tussen december 2020 en heden meerdere informatieavonden geweest over de woningbouw, de school en de openbare ruimte. Op 21 mei 2021 en 29 november 2021 hebben digitale bijeenkomsten plaatsgevonden waarbij de buurt geïnformeerd werd over de plannen voor de woningbouw. Ook heeft er regelmatig terugkoppeling plaatsgevonden op vragen en reacties van buurtbewoners. Zie voor een overzicht bijlage 13. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 14 december 2023 t/m 25 januari 2024. Er is 1 zienswijze binnengekomen. Deze is in de zienswijzenota beantwoord (bijlage 14). De zienswijze heeft niet geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Ambtshalve wijziging Naar aanleiding van overleg met de Provincie Zuid-Holland wordt wel een ambthalve wijziging doorgevoerd.

In de Regels is de begripsbepaling dienstverlening (1.17) aangepast: Was: Dienstverlening door een bedrijf of instelling dat in hoofdzaak een winkelkarakter heeft en daarbinnen passende diensten verleent gericht op het publiek, zoals stomerijen, wasserettes, kappers, makelaars, videotheken, banken, reis- en uitzendbureaus e.d. Onder dienstverlening worden belhuizen en internetcafé's niet begrepen. Wordt: Dienstverlening door een bedrijf of instelling dat in hoofdzaak een winkelkarakter heeft en daarbinnen passende diensten verleent gericht op het publiek, zoals stomerijen, wasserettes, kappers, makelaars, videotheken, banken, reis- en uitzendbureaus e.d. Onder dienstverlening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/763/documents/32841