CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 12 maart 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 9: Vaststellen bestemmingsplan woningen onder hoogspanningslijnen - Raadsvoorstel10.662 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

categorie D 14 'de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren. Wanneer sprake is van 100 stuks paarden of pony's geldt een m.e.r-beoordelingsplicht. In dit geval is sprake van toekomstig hobbymatig gebruik van een paardenweide. Er is dus geen sprake van een inrichting, of te wel bedrijfsmatig gebruik. Vanuit jurisprudentie ligt de grens dan op het houden van maximaal 5 paarden om niet te spreken van bedrijfsmatig gebruik. Daarbij is vereist dat er geen paarden of pony's van derden gestald worden op het terrein. Dit is vastgelegd in dit bestemmingsplan. Ervan uitgaande dat maximaal 5 paarden op het terrein worden gehouden valt dit plan onder de grenswaarde zoals bepaald in categorie D14, onder 12. <0000> Ingreep en effecten Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om een paardenweide (grasland) en bebouwing tot 100 m2 te realiseren. Huidig bevindt zich een woning van ongeveer 150 m2 op het perceel. De omvang van de bebouwing neem niet toe, maar af ten opzichte van de huidige situatie en omgeving. Ook op het aangrenzende perceel met het agrarisch loonbedrijf wordt gestreefd naar behoud van de huidige situatie en neemt de omvang van de bebouwing beperkt toe. Het totale oppervlak toegestaan aan bebouwing in het vigerende bestemmingsplan blijft vergelijkbaar en neemt niet toe.

Er is aangesloten bij het vigerende bestemmingsplan waarbij op percelen met de bestemming Recreatie of (agrarisch) bedrijf 25% van het totale perceel bebouwd mag worden. Een paardenweide en agrarisch loonbedrijf passen bij de omgeving waarin al voornamelijk agrarische bedrijven en maneges, naast natuur en recreatie voorkomen. Het plan voor een paardenweide past ook binnen de huidige landelijke ruimtelijke en functionele structuur. Het veranderen van de functie wonen naar een paardenweide geeft geen maatgevende effecten (of veranderingen) te aanzien van geluid en verkeer en parkeren. Wel zijn er effecten wat betreft flora en fauna en stikstof. Deze effecten zijn er doordat het gebied op korte afstand van het emmissie-gevoelige Natura 2000-gebied de Biesbosch ligt. Het toevoegen / mogelijk maken van het houden van meer paarden of pony's geeft een effect, waardoor een nadere afweging is

23

gemaakt wat betreft de effecten. Omdat hier sprake is van het hobbymatig houden van maximaal 5 paarden kan geconcludeerd worden dat de effecten minimaal zijn. Ook ten aanzien van het ruimtebeslag, omdat het hier gaat om 1 perceel. <0000> Rijksstraatweg 74, 125 en 127 Het veranderen van de functies op deze locaties kan aangemerkt worden als een activiteit in bijlage D Besluit m.e.r. categorie D 11.2 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject'. Er is hier namelijk sprake van een wijziging van de functie. Bij gevallen waar sprake is van een oppervlakte van 100 ha of meer, 2000 woningen of een bvo van 200.000 m2 of meer geldt een m.e.r. beoordelingsplicht. Voor deze 3 locaties is sprake van de volgen oppervlakten en bvo: Rijksstraatweg .... 74 125 127

Oppervlakte perceel 1260 m2 430 m2 330 m2

Bruto vloer oppervlakte bvo) 222 m2 105 m2 103 m2

Van bovenstaande oppervlakten en bvo uitgaande, is geen sprake van een overschrijding van een drempelwaarde zoals bepaald in categorie D 11.2 in Besluit m.e.r. <0000> Ingreep en effecten Dit bestemmingsplan maakt op hiervoorgenoemde percelen andere functies dan wonen mogelijk. Huidig bevinden zich woningen op de percelen. Deze woningen zullen blijven bestaan. In de woningen zullen de nieuwe functies/gebruiken gerealiseerd worden. Vanuit jurisprudentie kan op basis van de volgende 5 criteria bepaald worden wat de milieueffecten zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject: <0000> aard en omvang van de voorziene wijziging <0000> wijziging van opzet en vormgeving (evt. uitbreiding bebouwd oppervlakte) <0000> mogelijke gevolgen voor het milieu <0000> veranderingen van het woon- en leefklimaat (door bijv. verkeersaantrekkende werking) <0000> de vraag of het project is gelegen in bestaand stedelijk gebied. Vergeleken met het vigerende bestemmingsplan worden de bouwmogelijkheden niet aangepast. Het bouwvolume neemt niet toe en blijft gelijk. Daarnaast past de aard van de functiewijziging binnen de functionele structuur van de omgeving. Er is veelal sprake van een combinatie wonen-bedrijven. Zoals hiervoor geconstateerd is geen sprake van uitbreiding bebouwd oppervlakte ten opzichte van het huidige planologisch regime.

Er wordt geen tot beperkt een wijziging aangebracht in de huidige ruimtelijke opzet van de percelen om de nieuwe functies mogelijk te maken. Voor vormgeving is geborgd dat bouwplannen moeten voldoen aan de welstandsnota van de gemeente. De belangrijkste milieuaspecten zijn in hoofdstuk 4 van deze toelichting getoetst. Daaruit blijkt dat de voorgenomen planontwikkeling aan de Rijksstraatweg leidt tot geen significante milieueffecten ten opzichte van de huidige situatie. De nieuwe functies leiden wel tot iets meer verkeer ten opzichte van de huidige woonfunctie. Wat betreft stikstof en luchtkwaliteit kan aangenomen worden dat er geen significante effecten ontstaan. Het project is deels gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en deels binnen landelijk gebied. Het ligt aan de rand van de bebouwde kom van Dordrecht. De ontwikkelingen leiden niet tot een significante toename van het ruimtelijk beslag. Na realisatie van deze projecten zal het karakter van de omgeving niet tot minimaal veranderen. De projecten passen binnen de huidige ruimtelijke en functionele structuur.

4.12.3 Conclusie

Op basis van het bovenstaande (en alle uitgevoerde milieuonderzoeken) is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de voorziene ontwikkeling in dit bestemmingsplan. Gelet op de kenmerken en effecten van de ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat de milieueffecten van de ontwikkeling niet van dusdanige omvang zijn dat sprake is van 'belangrijke

24

nadelige milieugevolgen'. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het opstellen van een milieueffectrapportage, een vormvrije m.e.r. beoordeling of m.e.r. besluit.

25

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving

5.1 Planmethodiek De bestemmingen zijn van de verbeelding afleesbaar. In de regels is aangegeven onder welke voorwaarden er gebouwd kan worden. Voor de opzet van de regels is aansluiting gezocht bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).

5.2 Planregels In iedere bestemming is in de bestemmingsomschrijving aangegeven voor welke doeleinden de aangewezen gronden zijn bestemd. Daarna wordt in algemene zin aandacht besteed aan de bouwregels, de afwijkingen, en specifieke gebruiksregels.

Bestemmingen <0000> Gemengd De bestemming 'Gemengd' is toegekend aan een gedeelte van de gronden in dit bestemmingsplan, namelijk de percelen aan de Rijksstraatweg. Ter plaatse van deze bestemming worden via bestemmingsaanduidingen verschillende gebruiken toegestaan. <0000> Recreatie-1 De bestemming 'Recreatie - 1' is toegekend aan alle gronden in dit bestemmingsplan. Deze bestemming vervangt de bestemmingen die wonen toestonden. Deze bestemming is in lijn met de bestemming 'Recreatie - 1' in het (moederplan) bestemmingsplan Nieuwe Dordtse Biesbosch. Ter plaatse van de bestemming 'Recreatie - 1' worden via bestemmingsaanduidingen verschillende gebruiken toegestaan. <0000> Overgangsrecht en naam In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Tot slot is in de slotregel de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

26

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.12) dient de gemeenteraad een exploitatieplan vast te stellen voor de gronden waar een aangewezen bouwplan is voorgenomen. Een exploitatieplan is niet nodig als de kosten van het bestemmingsplan anderszins verzekerd zijn. Dit kan met een overeenkomst of via de gronduitgifte. De aankoop van de percelen waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft is verzekerd en gedekt middels de subsidie van het rijk vanuit de Regeling specifieke uitkering aan gemeenten voor aankoop van woningen onder hoogspanningsverbinding (WJZ/16188569). Voor de locatie Zuidbuitenpoldersekade is daarnaast een anterieure overeenkomst over de koop van de gronden opgesteld en zo is het kostenverhaal voor die locatie gedekt. Voor de locaties Rijksstraatweg 74 en 125 en 127 is de gemeente nog in onderhandeling met de nieuwe eigenaren. De financiële haalbaarheid wordt verzekerd via een nog af te sluiten anterieure overeenkomst tussen de gemeente en nieuwe eigenaren. Een exploitatieplan is niet nodig.

27

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1 Participatie Op basis van de Inspraakverordening moet cumulatie van participatie of inspraak vermeden worden (artikel 3, lid 3). Tijdens de formele procedure van het vaststellen van een bestemmingsplan is inspraak verplicht. Om cumulatie te vermijden is vooraf aan dit bestemmingsplan geen participatie of inspraak uitgevoerd.

7.2 Inspraak Het ontwerpbestemmingsplan wordt ter inzage gelegd en gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl zodat eenieder de mogelijkheid heeft een zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad. Het in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voorgeschreven overleg is gevoerd met: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Provincie Zuid-Holland; Gasunie; Rijkswaterstaat; Tennet TSO; Waterschap de Hollandse Delta; Veiligheidsregio; Omgevingsdienst Haaglanden.

Met de provincie heeft op de voorgeschreven wijze digitaal overleg plaatsgevonden met als conclusie dat er geen provinciale belangen bij dit plan betrokken zijn. De Gasunie en Rijkswaterstaat hebben bericht dat het plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen, gezien hun belangen. Vanuit het waterschap zijn eveneens geen opmerkingen. Hun belangen zijn voldoende verwoord. De veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid kan instemmen met paragraaf 4.4 in deze toelichting. Wel adviseren zij in de verdere uitwerking rekening te houden met de regels voor (uitschakelbare) mechanische ventilatiesystemen en de bereikbaarheid van bluswatervoorzieningen. Door Tennet is een zienswijze ingediend met betrekking tot de bestemmmingsplanregeling en motivering ten aanzien van magneetvelden. Ten aanzien hiervan heeft een overleg plaatsgevonden tussen de gemeente en Tennet. In de zienswijzenota wordt hun reactie behandeld. Omgevingsdienst Haaglanden laat weten dat er een ontheffing Wet natuurbescherming moet worden aangevraagd voor locaties Zuidbuitenpoldersekade 1 en 3 (ander bestemmingsplan). In het kader van de sloopvergunningen voor de sloop van de bestaande woningen is deze ontheffing aangevraagd.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/735/documents/30342