Toelichting.pdf
Tekst van het document
Het dynamisch deel bevat de maatregelen die nodig zijn om de doelen uit het statisch deel te realiseren. Het plan bevat doelen en maatregelen voor de thema’s Calamiteitenzorg, Water en Ruimte, Waterveiligheid, Voldoende Water, Schoon water en Waterketen. Voor het thema water en ruimte is de nadere uitwerking van de deltabeslissing ruimtelijke adaptatie de belangrijkste ontwikkeling. Hierbij wordt uitgegaan van meerlaagse veiligheid: preventie (laag 1), ruimtelijke inrichting (laag 2) en crisisbeheersing (laag 3). Voor Hollandse Delta ligt de nadruk op de eerste laag: een overstroming voorkomen door middel van (primaire) waterkeringen. Voor de tweede laag is als doel geformuleerd dat de ruimtelijke inrichting bijdraagt aan het beperken van de gevolgen van een overstroming. Waterkering Het uitwerkingsplan heeft geen betrekking op een waterkering. Stedelijk Waterplan Het Waterplan Dordrecht 2009-2015 is een actualisering en uitbreiding van het 1e Waterplan. Lerend van de praktijkervaringen, rekening houdend met de nieuwe beleidskaders en inspelend op de klimaatverandering hebben de waterpartners, de gemeente Dordrecht en waterschap Hollandse Delta, een nieuwe toekomstgerichte waterambitie geformuleerd. Samengevat luidt de lange termijn ambitie (2050) als volgt: Het eiland van Dordrecht heeft een klimaatbestendig, veilig, mooi en gezond watersysteem.
Het heeft voldoende veerkracht voor het opvangen van zowel extreme neerslag als langere periodes van hitte en droogte. Bij het op orde brengen van het watersysteem en de waterkeringen is rekening gehouden met de zeespiegelstijging en hogere piek-afvoeren op de rivier. Op het hele eiland is het watersysteem schoon en ecologisch gezond. Het water draagt bij aan de kwaliteit en beleving van de openbare ruimte in de stad en het landelijk gebied. De waterstructuur is een aantrekkelijke doorgaande route die stad en land met elkaar verbindt en heeft een hoge natuurwaarde. De burgers van Dordrecht leven bewust met het water, maken volop gebruik en genieten van het open water. Water en ruimte, natuur en cultuur versterken elkaar en dragen bij aan de vitaliteit en duurzaamheid van het eiland van Dordrecht.
4.11.2 Onderzoek Er is een watertoets uitgevoerd (bijlage 4) en daaruit blijkt het volgende. Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak toenemen en met 4.660 m2 . 5.3 Waterbergingsopgave Op basis van de toekomstig verhard oppervlak en de compensatieplicht volgens het waterschap Hollandse Delta bedraagt de compensatie in open water voor het plangebied in totaal circa 466 m2 (4.660 m2 x 10%). Conform het beleid van de gemeente Dordrecht dient er in het oppervlaktewater minimaal 205 m3 (4.660 m2 x 0,044 m) geborgen te worden. Hemelwater
De initiatiefnemer is voornemens om extra oppervlaktewater te realiseren tussen de bebouwing en de noordoost gelegen Mijlweg. In totaal zal er, inclusief taluds, circa 510 m2 aan oppervlaktewater gerealiseerd worden. Het grondwater binnen het plangebied heeft een Gemiddeld hoogte grondwaterstand (GHG) van circa 1,1 m -NAP, het huidige maaiveld is gelegen op 0,1 m -NAP. Binnen de planlocatie is er, exclusief taluds, circa 370 m2 oppervlaktewater aanwezig. Wanneer het oppervlaktewater tot aan het maaiveld stijgt is er circa 370 m3 (370 m2 x 1 m) waterberging aanwezig binnen de plangrenzen (exclusief taluds). De waterberging voldoet zodoende zowel aan de eis van het waterschap als de gemeente. Riolering Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een toename in het aanbod van vuilwater op het riool. Het vuilwater zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd worden.
4.11.3 Conclusie Er worden vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.
4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
4.12.1 Regelgeving en beleid Op grond van artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. moet voor activiteiten, die zijn genoemd in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.), maar onder de daar genoemde drempelwaarden blijven, uitvoering worden gegeven aan de artikelen 7.16, 7.17 eerste t/m vierde lid, 7.18, 7.19, eerste en tweede lid, en 7.20a van de Wet milieubeheer. De op stedelijk niveau veel voorkomende activiteiten zijn de activiteiten, genoemd in bijlage D11.2: stedelijke ontwikkelingsprojecten, waaronder de bouw van 2000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied.
4.12.2 Onderzoek Kenmerken van het project Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: <0000>
De omvang van het project betreft het realiseren van een bedrijfsgebouw;
<0000>
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreft het afvoeren van hemelwater in de nabij gelegen watergang, er worden geen uitlogende materialen gebruikt;
<0000>
De productie van afvalstoffen is niet aanwezig. Huishoudelijk afvalwater wordt via de riolering afgevoerd;
<0000>
Er is geen sprake van verontreiniging en hinder. Verwezen wordt naar onderdeel bedrijven en milieuzonering onder 4.2;
<0000>
Er is geen risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering. Verwezen wordt naar het onderdeel externe veiligheid zoals beschreven onder 4.5;
<0000>
Er zijn geen risico's voor de menselijke gezondheid. Verwezen wordt naar het onderdeel externe veiligheid, zoals beschreven onder paragraaf 4.5.
Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: <0000>
Het bestaande grondgebruik betreft braakliggend terrein;
<0000>
Het gebied ligt niet in een beschermingszone en het betreft het realiseren van bedrijfsruimte;
<0000>
Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, te weten de Biesbosch ligt op circa 5 km ten zuidwesten van het plangebied.
De herontwikkeling van het plangebied heeft geen nadelige gevolgen voor en leidt niet tot een grotere belasting van het Natura 2000 gebied.
4.12.3 Conclusie Op basis van de bovenstaande is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van het planvoornemen. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de effecten van het project, wordt geconcludeerd dat de milieueffecten van het project niet van dusdanige omvang zijn dat sprake is van 'belangrijke nadelige milieugevolgen'. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het opstellen van een milieueffectrapportage.
DEEL 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Planmethodiek In dit uitwerkingsplan wordt gewerkt met gedetailleerde bestemmingen op grond waarvan een directe bouwtitel ontstaat. Voor de opzet van de regels is aansluiting gezocht bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Zoals aangegeven gaat het uitwerkingsplan deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Zeehavens'. De in dat plan opgenomen algemene bepalingen gelden ook voor dit uitwerkingsplan. Om die reden is het niet nodig die in het uitwerkingsplan te herhalen en is volstaan met een algemene mededeling dat de regels en verbeelding van het uitwerkingsplan in samenhang met het bestemmingsplan gelezen moeten worden.
5.2 Juridische aspecten 5.2.1 Regels Begripsbepalingen De begripsbepalingen van het geldende bestemmingsplan Zeehavens blijven van toepassing. In de begripsbepalingen zijn daarom uitsluitend de 'nieuwe' begrippen benoemd: het plan en het moederplan. Werking
Om misverstanden te voorkomen is in deze planregel uitdrukkelijk aangegeven dat het moederplan van toepassing blijft, tenzij het in deze uitwerking anders is verwoord. Bestemmingen Detailhandel - 2 De uit te werken bestemming 'Bedrijf' kent de mogelijk van detailhandel in auto's, motoren, boten, caravans en landbouwwerktuigen. Aangezien het in het uitwerkingsplan gaat over deze vorm van detailhandel is gekozen voor de bestemming 'Detailhandel - 2'. Deze bestemming is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan en identiek aan de bestemming voor de garagebedrijven en showrooms op de andere hoek Mijlweg/ Nijverheidsstraat. Binnen de bestemming is een bouwvlak opgenomen voor de oprichten bebouwing; er geldt een maximale bouwhoogte van 10 m. Gebiedsaanduidingen Het geldende bestemmingsplan kent voor deze locatie de volgende gebiedsaanduidingen: <0000> milieuzone 3.2 <0000> gezoneerd industrieterrein <0000> zone geluidverkaveling. Deze aanduidingen zijn overgenomen in dit uitwerkingsplan. Overgangsrecht en naam In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Tot slot is in de slotregel de officiële naam van het plan bepaald.
Onder deze naam kan het uitwerkingsplan worden aangehaald.
5.2.2 Verbeelding In de verbeelding zijn uitsluitend de gronden opgenomen van het uitwerkingsplan.
DEEL 6 Economische uitvoerbaarheid De gronden zijn eigendom van de gemeente en worden verkocht aan initiatiefnemer. Onderwerpen als kostenverhaal en planschadeafwenteling zijn daarmee geregeld. Het opstellen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro is om deze redenen niet nodig en achterwege gelaten.
DEEL 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Inspraak Omdat er geen sprake is van nieuw beleid, is afgezien van een inspraakprocedure. Vanzelfsprekend kunnen belanghebbenden in het kader van de ter inzage legging van het ontwerp van het uitwerkingsplan daartegen zienswijzen naar voren brengen.
7.2 Overleg Het in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven overleg is gevoerd met: 1. Provincie Zuid-Holland 2. Rijkswaterstaat 3. Waterschap Hollandse Delta 4. Veiligheidsregio