CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Beleid Mini windturbine.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 23 januari 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Raadsinformatiebrief over Beleid mini windturbines - Raadsinformatiebrief676 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting op beleidsnota mini windturbines. 1.

Afbakening

Er is een grote verscheidenheid in vormen, toepassingen en hoogtes van windturbines 1. We onderscheiden: - grote windturbines met een ashoogte hoger dan 45 meter; - middelgrote windturbines met een ashoogte tussen 15 en 45 meter; - kleine windturbines met een ashoogte tot 15 meter; en - mini- of dakturbines. Bij kleine windturbines en mini- of dakturbines wordt de opgewekte energie ter plekke gebruikt, het eventuele overschot wordt terug geleverd aan het net. Deze beleidsnota gaat alleen over mini- of dakturbines in de gebouwde omgeving.

2.

Beleidskaders

2.1 Landelijk beleid Het landelijk beleid is gericht op grote windparken van meer dan 100 MW. Er is geen landelijk beleid voor mini- of dakturbines afgezien van milieuregels. 2.2 Provinciaal beleid Het provinciale beleid is gericht op windturbines vanaf 15 meter ashoogte. Er zijn randvoorwaarden benoemd ten aanzien van het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarden. Er is geen provinciaal beleid voor mini- of dakturbines. In Dordrecht is in de bestemmingsplannen een algemene regel opgenomen ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Deze regeling geldt voor heel Dordrecht, de bedrijventerreinen uitgesloten. Mini- of dakturbines vallen onder deze definitie. Specifieke beleidsregels  Windturbines van het type 'savonius' zijn toegestaan mits wordt voldaan aan het bepaalde in het bestemmingsplan. Hierop vinden geen uitzonderingen plaats.

Voordelen van het savonius-type (verticale 'windwokkels') zijn: o nauwelijks waarneembaar geluid: het geluid komt in de meeste gevallen niet uit boven het geluid van de wind; o relatief rustig beeld: geen draaiende wieken, nauwelijks slagschaduw en de aanwezige slagschaduw geeft geen 'knipperend' beeld zoals bij slagschaduw van wieken wel het geval is; o niet schadelijk voor vogels en insecten: dieren zien de molen als één kolom waar ze omheen vliegen, en worden daardoor niet geraakt door voor hen onzichtbare wieken.  Wij adviseren dat de windturbine voldoet aan de Handreiking miniwind en kleine windmolens NWEA. https://www.nwea.nl/wp-content/uploads/2020/04/Handreiking-miniwind-en-kleinewindmolens.pdf  De windturbine mag tot maximaal 10% boven de nokhoogte van het gebouw uitsteken. Bij gebouwen met een hoogte van zo'n 16 meter of meer (m.n. appartement- en bedrijfsgebouwen), zal dit in de meeste gevallen voldoende zijn om een gangbare kleine windturbine van 160 centimeter) op het (platte) dak te plaatsen.  Als de windturbine aan het gebouw wordt geplaatst gelden de regels uit het bestemmingsplan zoals onder 23.5 is geformuleerd.  Mini- of dakturbines kunnen vrijstaand geplaatst worden mits de bouwhoogte niet hoger is dan 4 meter (= ashoogte rotor ten opzichte van maaiveld, dus bij een verticale molen bovenzijde as).

Binnenplans kan er 10% van worden afgeweken en komt de maximale hoogte uit op 4,40 meter. 1

Onderscheid op basis van de Omgevingsvisie Zuid-Holland, toelichting ruimtelijke uitgangspunten Wind op land.

 De totale bouwhoogte (gebouw + mini- of dakturbine) is afhankelijk van wat er voor dat specifieke bouwvlak is vastgelegd in het bestemmingsplan. Aanvullende regels voor Beschermd Stadsgezicht welstandsniveau Intensief: Het plaatsen van Mini windturbines is uitgesloten in gebieden waar welstandniveau intensief van toepassing is. Denk hier bijvoorbeeld aan beschermd stadgebied; uitsluiting conform de passage in de welstandnota ten aanzien van schotels.

Het bestemmingsplan kent de volgende regels: Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste voor: - erfafscheidingen voor de voorgevel 1m - overige erfafscheidingen 2m - vlaggenmasten 9m - overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 4m Afwijkingsregel: Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van: c. de in de verbeelding dan wel in de regels aangegeven maten en getallen, mits: 1. de afwijking niet meer dan 10% bedraagt; 2. de bestemmingsgrens niet wordt overschreden. Verder is er nog de regeling voor ondergeschikte bouwdelen binnen het bouwvlak. 23.5 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen de aanduiding 'bouwvlak' of de aanduiding 'bestemmingsvlak' worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en reclame-uitingen, buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 0,50 meter wordt overschreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/743/documents/29516