CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp).pdf

Gemeenteraad Dordrecht 20 december 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 6: Vaststellen bestemmingsplan 7e herziening Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat zuid- Witte Dorp - Raadsvoorstel13.282 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan ‘7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp)’ Gemeente Dordrecht

Planstatus:

ontwerp

Identificatiecode:

NL.IMRO.0505. BP197Hercharlotzd-2001

Datum:

11 juli 2022

Contactpersoon Plannen-makers:

Dhr. C. Vaartjes en mevr. I. van Malsen

Kenmerk Plannen-makers:

PM21011

Opdrachtgever:

Woonbron; Mevr. Van Esch

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL863445639B01 KvK nummer: 84970502

Pagina 2 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

Inhoudsopgave 1

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4 Leeswijzer ................................................................................................................................ 4

2

Het plan ........................................................................................................................................... 5 Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 5 Beschrijving plan...................................................................................................................... 6 Beeldkwaliteit ........................................................................................................................... 8

3

Beleidsmatige onderbouwing .......................................................................................................... 9 Rijksbeleid ............................................................................................................................... 9 Provinciaal beleid Zuid-Holland ............................................................................................. 11 Gemeentelijk beleid Dordrecht .............................................................................................. 14

4

Milieutechnische uitvoerbaarheid .................................................................................................. 17 M.E.R. .................................................................................................................................... 17 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 18 Geluidhinder .......................................................................................................................... 18 Natuurbescherming ............................................................................................................... 20 Erfgoed .................................................................................................................................. 24 Bodemkwaliteit....................................................................................................................... 25 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 26 Externe Veiligheid .................................................................................................................. 29 Waterbeheer ..........................................................................................................................

31 Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 33 4.11 Energietransitie en Duurzaamheid ............................................................................................ 35

5

Juridische planbeschrijving ............................................................................................................ 36 Plansystematiek..................................................................................................................... 36 Opzet van de regels .............................................................................................................. 36 De bestemmingen.................................................................................................................. 37

6

Maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid........................................................................ 38 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 38 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 38

7

Bijlagen .......................................................................................................................................... 40

Pagina 3 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

1 Inleiding Aanleiding en doelstelling Woonbron is een woningcorporatie voor huurwoningen en bedrijfsruimtes in Rotterdam, Spijkenisse, Delft en Dordrecht. Woonbron is voornemens om ter plaatse van de locatie rondom de Charlotte de Bourbonstraat in de wijk Krispijn te Dordrecht de bestaande woningen te vervangen. Het gaat om de sloop van 80 grondgebonden woningen en de realisatie van 143 woningen verdeeld over vier appartementencomplexen met in totaal 90 sociale huurwoningen en verder 39 rijwoningen in de sociale huur en 14 kooprijwoningen. In overleg met de gemeente is bepaald dat een nieuw bestemmingsplan opgesteld moet worden om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken. Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor de daarna aan te vragen reguliere omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen. Voorliggend plan voorziet in de benodigde toelichting van het bestemmingsplan.

Leeswijzer Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na de toelichting volgen de regels inclusief de bijlagen en de verbeelding van het bestemmingsplan.

Pagina 4 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

2 Het plan Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen in de wijk Krispijn te Dordrecht. Het betreft verschillende straten rondom de Charlotte de Bourbonstraat, namelijk de parallel lopende Johan Willem Frisostraat, Mariannestraat en Frederikstraat, begrensd door de Anna Paulownastraat en de Mariastraat.

Figuur 1. Plangebied in omgeving. Plangebied globaal aangeduid met rode cirkel. (Bron: Google Earth)

Figuur 2. Plangebied in nabije omgeving. Plangebied globaal aangeduid met rood kader. (Bron: Google Earth)

Pagina 5 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

Beschrijving plan De huidige bebouwing bestaande uit 80 grondgebonden woningen wordt gesloopt. De nieuwe ontwikkeling bestaat uit 53 grondgebonden woningen en vier appartementencomplexen met 90 wooneenheden. In totaal worden de 80 bestaande woningen vervangen door 143 nieuwe woningen.

Figuur 3. Overzicht bestaande situatie plangebied

Figuur 4. Overzicht nieuwe ontwikkeling plangebied

Pagina 6 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

In de Anna Paulownastraat worden de bestaande woningen vervangen door twee woonblokken van elk negen, dus 18 woningen. Aan de Johan Willem Frisostraat komt een woonblok met 13 woningen. Aan de Mariannestraat komt een woonblok van acht woningen. Aan de andere zijde van de straat komt een woonblok van zeven woningen die gespiegeld wordt aan de Frederikstraat met een vergelijkbaar woonblok. Deze twee woonblokken in het oosten gelegen bestaan uit de koopwoningen (14 stuks). In totaal worden er dus 53 grondgebonden woningen gebouwd. De vier appartementencomplexen met in totaal 90 appartementen, waarvan 4 uitgevoerd als maisonnette, bevinden zich aan de Charlotte de Bourbonstraat en maken elk een hoek om langs de Mariastraat verder te lopen. De achterzijden van de complexen zijn bereikbaar via een achterweg die toegankelijk is via respectievelijk de J.W.Frisostraat en Mariannestraat. De vier appartementencomplexen hebben de mogelijkheid tot het realiseren van één appartement extra per gebouw. Parkeergelegenheid De grondgebonden woningen krijgen parkeervlakken voor de deur langs de straat. De parkeerplaatsen voor de appartementencomplexen liggen achter de complexen en zijn toegankelijk via de eerder genoemde achterwegen. De Charlotte de Bourbonstraat en achterwegen worden routes voor langzaam verkeer.

Openbaar groen Het straatbeeld wordt verreikt met openbaar groen, met name langs de voorzijde van de appartementencomplexen. Daar wordt een groenzone aangelegd langs de langzaam-verkeer-straat met de mogelijkheid voor een wadi.

Figuur 5. Dwarsdoorsnede plangebied

Pagina 7 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

Beeldkwaliteit Bij de opbouw van de wijk heeft de (grotendeels) planmatige uitbreiding van Krispijn gezorgd voor een sterk samenhangende structuur, waarin collectiviteit in het straatbeeld en de bebouwing overheerst. De architectuur heeft een strakkere en eenvoudige uitstraling. In Nieuw Krispijn is een groot deel van de buurten naoorlogs met een sobere architectuur die kenmerkend is voor de wederopbouwperiode. De wijk Krispijn is op te delen in kleine buurten: een groep bouwblokken met samenhangende architectuur die als eenheid herkenbaar is. Binnen de sterke stedenbouwkundige samenhang van de wijk zorgen de buurtjes voor identiteit, intimiteit en een gevarieerd beeld. Ook bij voorliggende planontwikkeling vormen de te vervangen woonblokken een samenhangend geheel. Volgens de welstandsnota is bij nieuwe ontwikkelingen het behouden en versterken van deze buurtstructuur een belangrijk uitgangspunt. Bij de vormgeving van de nieuwbouw is daarom de sobere en samenhangende architectuur als uitgangspunt genomen. Bij het indienen van de omgevingsvergunning zal het ontwerp nader beoordeeld worden door de welstandscommissie of deze aansluit op de welstandsnota.

Pagina 8 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

3 Beleidsmatige onderbouwing In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het geldende beleidskader dat relevant is voor het plangebied. Paragraaf 3.1 belicht het rijksbeleid. Het provinciaal/regionaal beleid wordt weergegeven in paragraaf 3.2 en het gemeentelijk beleid in paragraaf 3.3.

Rijksbeleid 3.1.1 Wet ruimtelijke ordening / Omgevingswet Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Deze gaat uit van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verankering). Het beleid wordt opgenomen in structuurvisies. Normstelling vindt plaats in het bestemmingsplan en/of in algemene regels die overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Streekplannen en planologische kernbeslissingen zijn vanaf 1 juli 2008 gelijkgesteld aan structuurvisies. Het overgangsrecht van de Wro regelt dat concrete beleidsbeslissingen van Rijk en provincie overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke omgeving. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte / Omgevingsvisie Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De structuurvisie is de opvolger van de Nota Ruimte en de Nota mobiliteit.

Het Rijk kiest daarin een aantal doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; • verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voorts benoemt het Rijk 13 nationale belangen. Deze belangen zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. In de SVIR is een eerste integrale afweging gemaakt van deze belangen. Dit heeft als gevolg dat het Rijk in gebieden of projecten een gebieds- of project specifieke afweging zal maken. Indien nodig maakt het Rijk duidelijk welke nationale belangen voorgaan. Nationale Omgevingsvisie De omgevingsvisie is een instrument van de Omgevingswet. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De ontwerp-NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt.

Daarnaast bestaan de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Dit kan worden bereikt door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. De opgaven die voort komen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Pagina 9 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen deze prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen en voor thema’s en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen Planspecifiek Door het nationale karakter van de SVIR en omgevingsvisie en de relatief kleine schaal van onderhavig plan gelegen in het stedelijk gebied van gemeente Dordrecht, heeft dit bestemmingsplan geen direct raakvlak met het nationale beleid. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het onderhavige plan niet in strijd is met de SVIR of omgevingsvisie. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen.

Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. Planspecifiek Voorliggende planontwikkeling betreft een herontwikkeling van reeds bestaand bebouwd terrein. Een woongebied van 80 grondgebonden woningen in bestaand stedelijk gebied maakt plaats voor een 143tal appartementen en grondgebonden woningen. De welstandsnota stelt: “De gemeente Dordrecht werkt samen met andere partijen aan de vernieuwing van de wijken Oud-Krispijn, Nieuw Krispijn, Wielwijk en Crabbehof in Dordrecht-West. Een belangrijke doelstelling is het ontstaan van wijken die fysiek en economisch goed in balans zijn en die toegevoegde waarde hebben voor de stad.

Hierbij horen betere en meer gevarieerde woningen; een beter niveau van de openbare ruimte; een eigentijds voorzieningenniveau en economische ontwikkeling op diverse locaties. Om dit te bereiken wordt onder meer fors geïnvesteerd in voorzieningen, renovatie, sloopnieuwbouw en openbare ruimte.” Voorliggend plan sluit aan op de wens van de gemeente betreffende de vernieuwing van Nieuw Krispijn. Door de bestaande woningen te vervangen door intensievere woonbebouwing wordt er efficiënter gebruik gemaakt van de ruimte. Verder zorgt het aanbod van zowel grondgebonden woningen als appartementen voor een meer gevarieerd aanbod van woningen. Daarnaast geeft de planontwikkeling de mogelijkheid om het voorzieningenniveau eigentijds te maken door het creëren van goede parkeervoorzieningen. Ook wordt de kwaliteit van de openbare ruimte verbeterd door groenzones te realiseren, wat tevens aansluit op de uitdagingen van klimaatadaptatie. Voorliggend plan voldoet hiermee aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Pagina 10 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

3.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Om uitvoering te geven aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, is op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Hierin staat een aantal projecten beschreven die van Rijksbelang zijn en waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen en wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het betreft de onderstaande projecten: • • • • • • • • • • • • • •

Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Natuurnetwerk Nederland Grote rivieren IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Waddenzee en waddengebied Kustfundament Primaire waterkeringen buiten het kustfundament Rijksvaarwegen Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Elektriciteitsvoorziening Defensie Project Mainportontwikkeling Rotterdam Ruimtereservering parallelle Kaagbaan

Planspecifiek Voorliggend plan betreft de bouw van 143 wooneenheden in het stedelijke gebied van Dordrecht. Het plan heeft geen raakvlak met één van de beschreven projecten van het Barro.

Provinciaal beleid Zuid-Holland 3.2.1 Omgevingsvisie en -beleid Zuid-Holland De provincie heeft op 1 april 2019 de omgevingsvisie vastgesteld. De nieuwe omgevingswet die naar verwachting in 2021 defintief vastgesteld wordt schrijft voor dat een provincie één omgevingsvisie en één omgevingsverordening heeft. De omgevingsvisie is de opvolger van de provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit. In de omgevingsvisie zijn meerdere beleidsvisies gebundeld. Het gaat om de volgende plannen: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm), het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww), het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer, de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De omgevingsvisie omvat inhoudelijk geen grote wijzigingen ten opzichte van het voorgaande beleid. Ook is de digitale beschikbaarheid van het beleid via de digitaal raadpleegbare kaarten weer een wezenlijk onderdeel van het beleid. In de Omgevingsvisie zijn zes ambities gedefinieerd. Het zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Het zijn abstracte ambities die bij specifieke opgaven ook tot conflicterende belangen kunnen leiden.

Juist de confrontatie in opgave zal leiden tot knelpunten maar ook tot kansen om de opgaven verder te helpen. De zes ambities zijn: • •

Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Pagina 11 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

• • • •

Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Naast de ambities is het algemene doel van de omgevingsvisie het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in provincie. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen verstaan. Het bestaande beleid is hiervoor gebundeld in de Omgevingsvisie. Vervolgens wordt met het oog op de omgevingswet dit verder ontwikkeld. Er komt een omschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland. Hierbij wordt een onderverdeling gemaakt in de drie Deltalandschappen, de Zuid-Hollandse steden en de strategische ligging in het internationale netwerk. Daarnaast komt er een leefomgevingstoets. De leefomgevingstoets is agenderend voor verdere beleidsontwikkeling. Tot slot wordt een concrete uitwerking van het beleid opgesteld om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. De Omgevingsvisie maakt gebruik van de reeds bestaande integrale kwaliteitskaart opgebouwd uit vier onderliggende kaarten. Dit instrument wordt verder gebruikt in zowel de visie als de verordening. Vanuit de kaart volgen onder andere bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Voor ontwikkelingen blijft het ‘ja, mits-beleid’ gelden: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Zoals aangegeven is in de Omgevingsvisie veel beleid overgenomen en samengevoegd.

Het beleid zal met het daarvoor opgesteld instrumentarium, Monitor en Evaluatie Omgevingskwaliteit geactualiseerd worden. Hierbij is het uitgangspunt dat niet al het beleid in één keer geactualiseerd wordt maar op basis van specifieke aanleidingen. Het samenvoegen van het beleid heeft tot een opsomming van twaalf beleidskeuzes geleid: • • • • • • • • • • • •

Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving; Behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende, aantrekkelijk en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier recreëren; Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie; Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen; Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder; Bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen; Duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van voldoende drinkwater; Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond; Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen; Bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders; Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied; Ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken.

Van alle beleidskeuzes is aangegeven op basis van welke specifieke beleidsdocumenten die gebasseerd zijn. Deze beleidsdocumenten zijn allemaal apart digitaal beschikbaar gesteld. Pagina 12 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

Planspecifiek Het plan betreft de ontwikkeling van 53 woningen en 90 appartementen rondom de Charlotte de Bourbonstraat in Dordrecht. De bestaande woningen worden gesloopt en er komt intensievere woonbebouwing terug. De woningen krijgen straatparkeerplaatsen voor de deur. De parkeerplaatsen voor de appartementencomplexen worden voorzien aan de achterzijde van het bouwblok. Tussen de complexen in wordt een groenzone met eventueel een wadi gerealiseerd waar bewoners kunnen ontspannen. Het plan geeft daarmee invulling aan de beleidskeuze van een zorgvuldig ruimtegebruik. Ten tweede verbetert de ruimtelijke kwaliteit zoals bedoeld bij de beleidskeuze over het zorgen voor een samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Tot slot draagt de groenzone met wadi bij aan het behoud van regenwater in het gebied en het beperken van hittestress zoals bedoeld bij de beleidskeuze om zodanig te bouwen dat weersextremen beter opgevangen worden. Het plan draagt zodoende concreet bij aan de doelstellingen van de Omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland De omgevingsverordening is gelijk met de omgevingsvisie op 1 april 2019 vastgesteld. De verordening bevat bindende ruimtelijke regels waar de provincie en gemeenten in Zuid-Holland zich aan moeten houden.

De doorwerking van de regels is uitgewerkt doordat bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen niet in strijd mogen zijn met de verordening. De verordening wordt met een digitale kaart beschikbaar gesteld om per locatie direct inzichtelijk te krijgen welke beleidsregels van toepassing zijn op de specifieke locatie. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plekgebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie. Nu de ruimtelijke ontwikkeling sterker wordt bepaald door maatschappelijke, veelal kleinschalige initiatieven, is een gedeeld beeld van de ruimtelijke kwaliteit op regionale schaal van belang. De provincie stelt met het handelingskader ruimtelijke kwaliteit spelregels vast die het bovenlokale, algemene belang borgen en heeft samen met partijen in de regio een kwaliteitsbeeld voor het betreffende gebied geformuleerd (de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit). De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.

Planspecifiek Voorliggend plan voegt zich in de bestaande structuur en kan daarmee ingepast worden. “Inpassing betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied, een toevoeging van een woning in een lint of de opknapbeurt van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen Pagina 13 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de relevante richtpunten.” Voorliggend plan betreft de herontwikkeling van een woonbuurt waarbij de bestemming hetzelfde blijft. De bestaande structuren en kwaliteiten hoeven hiervoor niet gewijzigd te worden.

Gemeentelijk beleid Dordrecht 3.3.1 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Krispijn’ van de gemeente Dordrecht. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 28 oktober 2014. Planspecifiek Onderstaand is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weergegeven. De uitsnede toont dat het huidig toegestaan gebruik van het plangebied Wonen is. Verder zijn gedeeltes van het plangebied aangeduid als verkeer- of tuinbestemming. Daarnaast heeft het plangebied de dubbelbestemming Archeologie waarde 3.

Figuur 6. Uitsnede vigerend bestemmingsplan. Plangebied globaal in rood kader. (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

3.3.2 Structuurvisie Dordrecht 2040 en Omgevingsvisie 1.0 In de op 17 december 2013 door de raad vastgestelde Structuurvisie Dordrecht 2040 worden de wijken in dit plangebied beschreven als 'stadswijken'. De wijken maken deel uit van de herstructureringsopgave Dordt-West. De hoofdfunctie is wonen. De woningbouw wordt gekenmerkt door een relatief hoog aandeel etagebouw, maar ook eengezinswoningen komen in ruime mate voor. De winkelvoorzieningen liggen verspreid in de wijk. Ondanks de redelijke dichtheid kent dit milieu veel openbaar groen. Omgevingsvisie Op 3 november 2020 is het ontwerp van de omgevingsvisie openbaar gemaakt. Deze omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Dordrecht 2040. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente wat de

Pagina 14 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

kernkwaliteiten zijn van de gemeente, wat de ambities zijn voor de lange termijn en welke kaders er zijn voor toekomstige ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Het belangrijkste leidende principe in de omgevingsvisie is Dordrecht Groei: ‘meer inwoners, meer draagkracht’. Dit drukt zich uit in de hoofdopgave om 10.000 woningen te realiseren en 4.000 arbeidsplaatsen te creëren. Er zijn zeven doelen vastgesteld die bijdragen aan dit principe. De zeven doelen zijn: Dordrecht… 1. Is een aantrekkelijke stad, 2. Is een bereikbare stad, 3. Is een gezonde stad, 4. Heeft een uitstekend vestigingsklimaat, 5. Is in 2035 klimaatbestendig, 6. Is in 2050 energieneutraal, 7. beschermt en bevordert de biodiversiteit. Planspecifiek Voorliggende planontwikkeling betreft de herontwikkeling van een buurt waarbij 80 eengezinswoningen worden vervangen door de nieuwbouw van 53 eengezinswoningen en twee appartementencomplexen met totaal 90 wooneenheden. In totaal worden dus 143 woningen gebouwd. De woningen worden aangeboden door de woningcorporatie Woonbron en zijn geschikt voor mensen met een lager inkomen. -

Het worden allemaal sociale huur met uitzondering van de 14 rijwoningen aan de meest oostelijke zijde van het plan. Dat worden koop woningen.

De herontwikkeling van het ‘Witte Dorp’ is onderdeel van de herstructureringsopgave Dordt-West. Voorliggende planontwikkeling draagt bij aan de hoofdopgave van de omgevingsvisie om meer woningen te realiseren. Door de verdichting van het aantal wooneenheden in het plangebied wordt er efficiënter gebruik gemaakt van de ruimte. Verder voorziet de ontwikkeling in zowel etagebouw als eengezinswoningen. De 14 woningen in de twee woonblokken aan de Frederik- en Mariannestraat zijn koopwoningen. De overige 129 woningen zijn sociale huurwoningen. Hierdoor ontstaat een meer gedifferentieerd woningaanbod. Tevens biedt de herontwikkeling ruimte om de kwaliteit van de woningvoorraad te verbeteren en beter te laten aansluiten op de huidige duurzaamheidseisen. Daarnaast wordt de openbare ruimte groen aangekleed, wat aansluit op de doelen om van Dordrecht een aantrekkelijke en gezonde, maar met name ook klimaatbestendige stad te maken. Bovendien bevordert een groenzone de biodiversiteit. Geconcludeerd kan worden dat de planontwikkeling nauw aansluit op de nieuwe omgevingsvisie van Dordrecht. 3.3.3 Welstandsnota Dordrecht 2015 Bij bouwplannen regelt het welstandsbeleid de verschijningsvorm van bouwwerken. Met het uiterlijk van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd.

Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte dat welstand een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Doel van het welstandsbeleid is bij bouwplannen een welstandsbeoordeling te maken en het toezicht op welstand op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Het welstandsbeleid is vastgelegd in de Welstandsnota Dordrecht (2015) en geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Planspecifiek Pagina 15 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

Het voorliggende projectgebied is in de welstandsnota aangeduid als ‘Welstandsniveau Regulier’ en wordt het beoordeeld volgens de criteria voor Stratenwijken. In de welstandsnota is aangegeven dat voor de buurt Nieuw-Krispijn de verouderdere huurwoningen gerenoveerd of vervangen door nieuwbouw worden. “Het doel van welstandszorg in het gebiedstype Stratenwijken is om ruimte te bieden aan individuele expressie per woning met behoud van de collectiviteit van het woningblok. Het behoud van een samenhangend en aangenaam straatbeeld is belangrijk. Daarnaast is het belangrijk dat er sprake blijft van een directe wisselwerking tussen woning en openbare ruimte. Een voortuin vormt daarbij de onmisbare intermediair.” Voorliggend plan betreft nieuwbouw en sluit aan bij de wens van de gemeente om verschillende wijken te vernieuwen. De nieuwbouw wordt aangepast aan de huidige stedenbouwkundige structuur en blijft als buurt een herkenbaar samenhangende beeld houden. Als onderdeel van de beoordeling op de omgevingsvergunning voor het bouwen zal het plan getoetst worden door de Welstandscommissie. De beoordeling van het plan vindt daar plaats. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat het plan niet binnen de kaders van de welstandsnota uit te werken is.

Pagina 16 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

4 Milieutechnische uitvoerbaarheid Een ruimtelijke onderbouwing voor een omgevingsvergunning moet voorzien in een goede ruimtelijke ordening, zoals de Wro ex art 3.1 stelt. De invulling van dit vereiste is in de jurisprudentie verder gepreciseerd. Onderstaand is per woon- en omgevingsaspect beoordeeld of en wat voor een wijziging er optreedt en of een goed woon- en leefklimaat voor zowel de omgeving als het plangebied zelf gegarandeerd is.

M.E.R. Toetsingskader Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd en in lijn gebracht met de Europese richtlijn hieromtrent (nr. 85/337/EEG). Voor deze wetswijziging kon bij de vraag of er een MER moest worden gemaakt, dan wel een mer-beoordeling moest worden uitgevoerd, worden volstaan met een toets aan de activiteiten en de bijbehorende getalsmatige grenzen uit het Besluit m.e.r. (bijlage C en D). Omdat de Europese richtlijn geen getalsmatige grenzen kent voor mer-plichtige activiteiten, zijn deze getalsmatige grenzen niet meer 'hard', maar hebben ze meer een indicatieve waarde. Concreet betekent dit dat bij de vraag of er een m.e.r. of een mer-beoordeling dan wel een planmer moet worden uitgevoerd, niet zonder meer kan worden uitgegaan van de getalsmatige grenzen in kolom 2 van bijlage C en D, maar dat meer in algemene zin beoordeeld moet worden of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, waardoor het opstellen van een MER noodzakelijk zou zijn. Een planmer is wettelijk verplicht wanneer: • Het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project-)mer noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project-)mer noodzakelijk is; • Een bestemmingsplan activiteiten mogelijk maakt die kunnen leiden tot significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (dan is een passende beoordeling noodzakelijk).

Bij een planmer gaat het om besluiten uit kolom 3 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Een projectmer of besluit-mer betreft een besluit op grond waarvan geen nader besluit mer- of (beoordelings-) plichtig besluit meer nodig is. Het plan schept dus geen kader meer voor een mer-(beoordelings)plichtig besluit. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan wat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een mer-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een veehouderij (met aanzienlijke milieugevolgen). Het betreft hier besluiten uit kolom 4 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. De wetswijziging van 1 april 2011 heeft tot gevolg dat ook onder de drempelwaarden beoordeeld moet worden of een mer-procedure doorlopen moet worden. Dit geldt zowel voor besluiten uit kolom 4 als voor besluiten (plannen) uit kolom 3 (planmer). Ingeval het project onder de drempelwaarde valt is deze beoordeling vormvrij. Dit betekent dat deze beoordeling via de officiële mer-beoordelingsprocedure kan geschieden, maar in veel gevallen zal een beoordeling in de toelichting bij het plan voldoende zijn. Planspecifiek Voorliggend plan valt in categorie D11.2 “Stedelijk ontwikkelingsproject. Het plan overschrijdt de getalsmatige grenzen van het Besluit m.e.r. (kolom C en D) niet. Deze grenzen zijn: D 11.2

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Figuur 10: Categorie milieueffectrapportage)

D11.2

met

getalsmatige

grenzen.

(bron:

bijlage

D

van

Besluit

Pagina 17 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

Dit betekent dat er sprake is van een vormvrije mer beoordeling. Voor voorliggend plan kan op basis van de in hoofdstuk 2 beschrijving van het plan en hoofdstuk 4 de milieutechnische uitvoerbaarheid voldoende inzicht gegeven worden in de milieugevolgen van het plan zoals bedoeld in de criteria van bijlage III van de m.e.r.-richtlijn geoordeeld worden dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.

Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Er dient dus beoordeeld te worden: 1. Past de nieuwe functie in de omgeving? 2. Laat de omgeving de nieuwe functie toe? Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. Voor deze afstanden in de brochure geldt dat naast de factoren aard en omvang van het bedrijf deze mede afhankelijk zijn van de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor andere gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. De betreffende VNG-publicatie vormt geen wettelijk kader. De in de publicatie opgenomen afstanden betreffen richtafstanden.

Planspecifiek Voorliggend plan houdt het realiseren van 143 woningen in. Om het plangebied heen liggen voornamelijk woonbestemmingen. Ten zuiden van het plangebied ligt een maatschappelijke bestemming (begraafplaats) en ten noordwesten een basisschool. Daarnaast ligt op ongeveer 50m ten oosten van het plangebied een gemengde bestemming waar bedrijven (cat. 1 en 2) mogelijk zijn. Tegenover het woonblok aan de Frederikstraat is een nutsvoorziening in de vorm van een elektriciteitshuisje aanwezig. In de bestaande situatie zijn de gronden ter plaatse van de nieuwe woningen reeds bestemd als wonen. Door voorliggend plan zal de situatie inzake milieuzonering niet wijzigen. Dit betekent dat door voorgenomen planontwikkeling er geen bedrijven in de omgeving verder worden beperkt dan in de bestaande situatie het geval is. Tevens is in de bestaande situatie al beoordeeld dat woningen mogelijk zijn in het plangebied en dat er geen bedrijven in de omgeving zijn die een belemmering vormen voor woonbestemmingen. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor voorliggend plan.

Geluidhinder In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder als gevolg van spoor-, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functies belast mogen worden. De Wgh geeft tevens aan in welke situaties middels onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen

Pagina 18 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudenties zijn aanvullende onderzoeksverplichtingen gesteld. Planspecifiek Voorliggend plan houdt het realiseren van 143 woningen in. Het plangebied ligt nabij een 50km/h weg waarvoor in het kader van de Wet geluidhinder een onderzoeksverplichting geldt. In de bestaande situatie zijn in het plangebied reeds geluidgevoelige woonobjecten aanwezig, dus de woonfunctie is al toegestaan. Het aantal woningen neemt echter toe. Om aan te tonen dat voor alle woningen sprake is van een goede ruimtelijke ordening is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1. De conclusie van het onderzoek luidt: ‘Aan de Mariastraat wordt door wooncorporatie Woonbron een deel van Het Witte Dorp vernieuwd, het gaat grotendeels om sloop/nieuwbouw. De maximale bouwhoogte wordt 10,5 meter. Bepalende geluidbronnen zijn de gezoneerde Mariastraat, de Dubbeldamseweg Zuid en de spoorlijn DordrechtBreda. De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Mariastraat leidt tot een geluidbelasting van maximaal Lden=60 dB op de zuidoostgevels van het plan. Op de woningen achter de eerstelijns bebouwing treedt geen overschrijding op. Het wegverkeer op de Dubbeldamseweg Zuid leidt niet tot een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai.

Het wegverkeer op de niet-gezoneerde Johan Willem Frisostraat leidt tot een geluidbelasting van Lden=49 dB op de gevels van de woningen aan deze weg. De geluidbelasting vanwege de spoorlijn Dordrecht-Breda leidt tot een overschrijding van maximaal 4 dB op de gevels van de eengezinswoningen in het blok wat gericht is op het spoor, zie figuur 7. De overschrijding beperken zich tot de kapverdieping. Op de begane grond en de eerste verdieping is wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde voor railverkeerslawaai. Er is geen sprake van geluidhinder. Alle woningen beschikken over een geluidluwe gevel, er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. De woonblokken aan de Mariastraat krijgen alle de beschikking over een gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte. De eisen met betrekking tot de woningindeling moeten als eis worden opgenomen in het SPvE. Voor de geluidbelasting vanwege het spoor dient B&W van Dordrecht een hogere waarde te verlenen van Lden=59 dB en 58 dB voor de eengezinswoningen in figuur 7. Voor de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Mariastraat dient B&W een hogere waarde te verlenen van Lden=60 dB voor de twee blokken aan deze weg, zie figuur 3.’ Op basis van bovenstaande conclusies zijn bouwkundige maatregelen nodig voor een geluidluwe buitenruimte aan de Mariastraat. Hieraan zal in de bouwkundige uitwerking voldaan worden.

Dit zal ook verwerkt worden in de aanvraag omgevingsvergunning. Daarnaast wordt in het plan voorzien van een zodanige woningindeling dat een slaapvertrek aanwezig is aan de geluidluwe zijde van de woning. Aan deze voorwaarde wort dus voldaan. Het aspect geluidhinder vormt dan ook geen belemmering voor voorliggend plan. Pagina 19 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

Natuurbescherming Natuur is een gevoelige functie die beschermd moet worden tegen negatieve effecten. Per 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Floraen faunawet en de Boswet. De nieuwe Wet natuurbescherming (Natuurwet) voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Er wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen soorten die Europees beschermd zijn en Nationaal beschermde soorten. Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. Dit is conform het bestuursakkoord natuur waarin is aangegeven dat de decentralisatie van de taken en bevoegdheden op het vlak van de natuurwetgeving haar beslag zal krijgen in de Wet natuurbescherming. Provincies nemen hiermee de taak over die tot nu toe werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Daarmee is de provincie bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten (hierna genoemd ‘handelingen’) bij Natura 2000-gebieden (de gebiedsbeschermingsbepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen).

Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. 4.4.1 Gebied- en soortbescherming In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. Indien de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of eventuele soorten aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet tevens aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen (extern) effect hebben op nabijgelegen natuurgebieden. De gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet vindt plaats via de Natura 2000-gebieden met Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Daarnaast zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit is de vroegere Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarische gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken) en nieuwe natuurgebieden, landbouwgebieden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer, alle Natura 2000-gebieden en alle grote wateren van Nederland (meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee).

Planspecifiek Voor voorliggend plan zal bebouwing gesloopt worden. Bij het transformeren van een locatie moet beoordeeld worden of er geen beschermde gebieden en of soorten benadeeld worden als gevolg van de planontwikkeling. Om dit te beoordelen is een Verkennend Ecologisch Onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 2. De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek luiden: Jaarrond beschermde nesten: ‘De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot schadelijke effecten op potentieel aanwezige verblijfplaatsen van huismus en gierzwaluw. Hierdoor kan verbodsbepaling Art 3.1 lid 2 zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Nader veldonderzoek is nodig. Indien huismus en/of gierzwaluw aanwezig is en een overtreding van een verbodsbepaling niet kan worden voorkomen, dient een ontheffing of vergunning te worden aangevraagd. De doorlooptijd van de ontheffingsaanvraag is maximaal 6 maanden. Tevens dienen dan mitigerende maatregelen te worden getroffen, zoals het plaatsen van Pagina 20 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

voorzieningen. Deze dienen aanwezig te zijn tenminste 3 maanden voor de start van het werk. Overige Vogelrichtlijnsoorten met jaarrond beschermde nesten worden niet verwacht.’ Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten: ‘Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijn de vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.’ Vleermuizen: ‘De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een negatief effect op potentieel aanwezige voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en laatvlieger). Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Nader onderzoek is nodig.

Indien voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn én door de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart. De doorlooptijd van de ontheffingsaanvraag is maximaal 6 maanden. Tevens dienen dan mitigerende maatregelen te worden getroffen, zoals het plaatsen van tijdelijke voorzieningen. Deze dienen aanwezig te zijn tenminste 3 maanden voor de start van het werk, maar hier zijn striktere uitzonderingen op mogelijk. Overige Habitatrichtlijnsoorten zijn uitgesloten.’ Nationaal beschermde soorten: ‘Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde faunasoorten welke vrijgesteld zijn van een ontheffing in de provincie Zuid-Holland. Voor deze soorten is er geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten zoals gewone pad, kleine watersalamander, bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen.

Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.’ Invasieve exoten: ‘Er is ook gekeken naar groeiplaatsen (voor zover waarneembaar – de achtertuinen konden vanwege de aanwezigheid van hoge schuttingen niet worden bekeken) van exoten als Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw. Er werden geen groeiplaatsen van deze soorten aangetroffen. Wellicht is tijdens de quickscan nog geen volledig beeld van alle exoten verkregen.’ Effecten op de huismus, gierzwaluw en de vleermuis door voorgenomen planontwikkeling kunnen niet worden uitgesloten. Er wordt daarom aanvullend onderzoek naar deze soorten uitgevoerd. Onderzoek dient jaarrond uitgevoerd te worden. De afronding van de aanvullende onderzoeken is in juli. Gezien de lange onderzoeksperiode is ervoor gekozen om de ontwerpfase van het bestemmingsplan alvast te doorlopen. Het nadere onderzoek zal als bijlage 3 aan het bestemmingsplan worden toegevoegd voorafgaand aan de vaststelling. Als een van de soorten daadwerkelijk aangetroffen worden zal een ontheffing aangevraagd worden vooruitlopend op de sloop van de bebouwing. Daarnaast zal sowieso een aantal vleermuiskasten opgenomen worden in de nieuw te realiseren woningen.

Pagina 21 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

4.4.2 Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden Op 15 juni 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) vastgesteld. Het PAS bevat maatregelen die leiden tot een afname van stikstofdepositie en maatregelen die leiden tot een versterking van de natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden. Een gedeelte van de toekomstige afname van stikstofdepositie kan vervolgens worden opgevuld door economische activiteiten die leiden tot een toename van stikstofdepositie. In de praktijk blijkt echter dat de afname van stikstofdepositie als gevolg van de maatregelen niet gegarandeerd kan worden. Daarom heeft op 29 mei 2019 de Raad van State een uitspraak gedaan waarin de Raad oordeelt dat het PAS niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Het uitgangspunt is sindsdien nog steeds dat voor nieuwe initiatieven aangetoond moet worden dat er geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofemissies en -deposities ontstaan als gevolg van het initiatief. Het instrument waarmee de stikstof berekend kan worden is de AERIUS Calculator (update oktober 2020). Op 10 maart 2021 is een nieuwe Stikstofwet vastgesteld en op 18 juni 2021 het besluit gepubliceerd die de wet nader uitwerkt.

De Wet stikstofreductie en natuurverbetering regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. Als gevolg van deze maatregelen gelden er nieuwe uitgangspunten voor een stikstofberekening. Zo hoeft de bouwfase niet meer meegenomen te worden in de berekening, enkel nog de gebruiksfase. Het besluit over deze wet is per 1 juli 2021 inwerking getreden. Planspecifiek In onderstaande afbeelding is een overzicht van nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.

Figuur 7. Overzicht Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. (Bron: Aeriuscalculator)

Pagina 22 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Binnen de 10km-zone van het plangebied bevinden zich zes Natura 2000-gebieden, waaronder de Biesbosch (5 km), Boezems Kinderdijk (8km), Oude Maas (8 km), Oudeland van Strijen (9 km), Hollands Diep (10 km) en Donkse Laagten (10 km). Met de Aeriusberekening moet worden vastgesteld of de gebruiksfase een toename van de emissie van stikstofoxiden tot gevolg heeft. Voor de gebruiksfase wordt gekeken naar de toename van stikstof als gevolg van extra vervoersbewegingen en als gevolg van het gebruik van woningen. Zoals reeds vermeld is de aanlegfase van een ontwikkeling vrijgesteld bij een Aeriusberekening sinds 1 juli 2021 en behoeft dus niet mee meegenomen te worden. Voorliggend plan betreft de realisatie van circa 143 woningen. Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energietransitie (wet VET) van kracht geworden, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hier van af te wijken. Het plan wordt derhalve aardgasvrij opgeleverd. Voor voorliggend plan behoeft dus enkel de stikstofuitstoot als gevolg van het aantal vervoersbewegingen in de gebruiksfase bepaald te worden. Het aantal vervoersbewegingen is bepaald in paragraaf 4.10 en bedraagt circa 615 bewegingen per dag.

Er is hierbij in de Aeriusberekening uitgegaan van licht wegverkeer over binnen de bebouwde kom wegen. Om het plangebied te verlaten zijn twee routes aangegeven. De 615 gemotoriseerde vervoersbewegingen zijn verdeeld over de twee ingevoerde lijnbronnen. In onderstaande afbeelding zijn de resultaten zoals die ingevoerd zijn in de calculator getoond.

Pagina 23 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

Figuur 8. Gegevens Aeriusberekening met resultaat 0,00 mol/ha/j (Bron: Aeriuscalculator.nl)

De conclusie is dat de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot een toename van stikstof op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Er is voor het plan dan ook geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en de Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de uitvoering en exploitatie van het plan. De pdf bestanden van de berekeningen zijn toegevoegd in bijlage 3. Het GML-bestand wordt separaat meegeleverd kan het bevoegd gezag importeren in de Aeriuscalculator om de berekening te controleren.

Erfgoed Het archeologisch en cultuurhistorisch erfgoed wordt binnen Nederland als waardevol beschouwd. De Erfgoedwet, vastgesteld in 2016, regelt op welke wijze omgegaan dient te worden met archeologisch erfgoed in Nederland. In 1992 ondertekende Nederland mede het zogenaamde Verdrag van Valetta (Malta). Dit verdrag heeft als doel de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. In Nederland heeft dit geleid tot een herziening van de toenmalige Monumentenwet 1988 alsmede een aanvulling op of wijziging van bepaalde artikelen in enkele andere wetten. Deze Wijzigingswet is beter bekend als de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ), die op 1 september 2007 van kracht werd. Vanaf de inwerkingtreding van deze (wijzigings-)wet zijn gemeenten verplicht rekening te houden met archeologische waarden in de bestemmingsplannen. Deze wetten zijn vervangen door de Erfgoedwet, echter overgangsrecht in de Erfgoedwet regelt dat bepaalde bepalingen uit de Monumentenwet (die dus niet in de Erfgoedwet staan) nog van kracht zijn tot de Omgevingswet van kracht is. Planspecifiek Monumentale bouwwerken en beschermd zicht Er is geen sprake van monumentale bouwwerken die gewijzigd of gesloopt worden. Archeologie Het plangebied heeft de dubbelbestemming Archeologie waarde 3.

Dit betekent dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is wanneer de fundering dieper ligt dan 100 cm beneden het maaiveld of wanneer het gezamenlijke oppervlakte van het heipalenplan (inclusief grondverdringing) meer dan 5% van het te bebouwen oppervlak bedraagt. Door de gemeentelijk archeoloog is beoordeeld of voor dit plan een archeologische onderzoek noodzakelijk is. Hiervoor is een advies memo opgesteld, zie bijlage 4. De conclusie van de adviesmemo luidt: ‘Uit het direct nabijgelegen archeologische onderzoek DDT 0826 Nassauweg (Archeologisch bureauonderzoek & inventariserend veldonderzoek verkennende fase, B&vdG rapport 3120109/34102, 2009) is gebleken dat het in 1421 verdronken middeleeuwse en oudere landschap met archeologisch Pagina 24 Toelichting bestemmingsplan 7e herz Krispijn, locatie Charlotte de Bourbonstraat (Witte dorp) te Dordrecht

behoudenswaardige waarden in deze omgeving met waarde archeologie 3 pas aanwezig is vanaf een diepte vanaf 200 cm –mv of 220 cm –NAP. Bodemingrepen tot een maximale diepte van 200 cm –mv/-peil/-straatniveau of 220 cm –NAP zijn daarom op basis van de resultaten van dit nabij uitgevoerde onderzoek vrijgesteld van de archeologische onderzoekplicht in het bestemmingsplan. Alleen bij voorgenomen nog diepere bodemingrepen moet alsnog een archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek in combinatie met booronderzoek) uitgevoerd en gerapporteerd worden. Maar dergelijke nog diepere bodemingrepen worden in het kader van dit plan niet verwacht, noch bij sloop noch bij nieuwbouw noch bij rioolaanleg.’ Op basis van dit advies is archeologisch onderzoek dan ook niet noodzakelijk. Cultuurhistorisch landschap Het plangebied maakt geen deel uit van landschap dat is aangemerkt met cultuurhistorische en landschappelijke waarden die beschermd dienen te worden. Het aspect erfgoed vormt vooralsnog geen belemmering voor voorliggend plan.

Bodemkwaliteit Het is wettelijk geregeld (Wbb en bouwverordening) dat bouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen, als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Indien sprake is van een verdachte locatie dient onderzocht te worden in welke mate de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Planspecifiek Voorliggend plan betreft de herontwikkeling van een woonbuurt met 143 nieuwbouwwoningen. Het grootste gedeelte van het plangebied heeft als bestemming Wonen, echter een deel heeft ook een verkeersbestemming. Om te bepalen of de milieu-hygiënische bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik is een bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 5. De conclusie van het onderzoek luidt: ‘Op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek kan worden geconcludeerd dat de bodem binnen Het Witte Dorp, percelen P 132, 133, 134, 135 en 792, in Dordrecht licht is verontreinigd met diverse zware metalen, PAK en/of PCB. Het aantreffen van barium in het grondwater wordt beschouwd als regionaal verhoogde achtergrondconcentratie. Toetsend aan het Besluit Bodemkwaliteit dan voldoet de grond indicatief aan klasse Industrie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/481/documents/21098