toelichting 17e herz Dubbeldam, locatie Loswalweg 20.pdf
Tekst van het document
24
Conclusie Het aspect waterhuishouding vormt geen belemmering voor onderhavig plan.
4.9 Archeologie In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan totdat de Omgevingswet in werking treedt. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Onder andere de Monumentenwet is hierin opgegaan. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet stelt namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'. Planspecifiek Het plangebied heeft op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeente Dordrecht een middelmatige verwachting. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de beleidskaart weergegeven.
Het plangebied heeft in het geldende bestemmingsplan 'Dubbeldam' de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3'. Archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen groter dan 50 m² en dieper zijn dan 100 cm beneden het maaiveld. In het plangebied is geen archeologisch onderzoek uitgevoerd. In de omgeving van het plangebied en binnen dezelfde archeologische dubbelbestemming zijn drie onderzoeken uitgevoerd:
• • •
Van Eesterneplein Vissersdijk 38 eo Groenezoom 400-402
25
De gemeente Dordrecht heeft een advies uitgebracht over het aspect archeologie (23A150 advies Archeologie, d.d. 25 september 2023, zie bijlage 4). Navolgend zijn de conclusie en het advies beschouwd. Uit deze onderzoeken is gebleken dat het in 1421 verdronken middeleeuwse en oudere landschap met archeologisch behoudenswaardige waarden in de omgeving pas aanwezig is vanaf een diepte van 2,5 m NAP. Het maaiveld in het plangebied ligt tussen 10 cm -NAP en 40 cm -NAP. Dit is aanleiding bodemingrepen tot 2 m -mv vrij te stellen, omdat daarbij geen behoudenswaardige archeologische waarden worden verstoord. Alleen bij voorgenomen diepere bodemingrepen moet een archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek in combinatie met booronderzoek) uitgevoerd en gerapporteerd worden. Een diepere paalzetting tot een oppervlak van maximaal 5% van het daadwerkelijk te bebouwen terreindeel is toegestaan. Dit percentage wordt enkel in zeldzame uitzonderingsgevallen overschreden. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.10 Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogde nieuwe ontwikkeling op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. In Dordrecht bestaat het verkeers- en vervoerssysteem uit een combinatie van verschillende netwerken: auto, fiets, openbaar vervoer (spoor, bus en waterbus) en te voet. De omgevingsvisie zet in op het verbeteren van de knooppunten waar deze netwerken samenkomen en het anders benutten van de bestaande infrastructuur en voorzieningen. Deze lijn is overgenomen uit de Koersnota Mobiliteit voor Dordrecht uit 2020. Daarin is op hoofdlijnen aangegeven welke richting nodig is om de stad bereikbaar en berijdbaar te houden. De mobiliteit zal komende jaren nog doorgroeien. Daarom wordt ingezet op een forse groei van de fiets- en openbaar vervoermobiliteit en een stabilisatie of mogelijke afname van de automobiliteit. 4.10.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt.
Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt. Planspecifiek Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de kengetallen uit publicatie 381 van het CROW (zie navolgende tabel). Gelijk met de Koersnota Mobiliteit wordt uitgegaan van 'zeer sterk stedelijk' en 'rest bebouwde kom'. In de navolgende tabel is de verkeersgeneratie die veroorzaakt wordt door de ontwikkeling weergegeven. Woningtype volgens publicatie 381 Koop, huis, vrijstaand Totaal
CROW- Verkeersgeneratie per woning 8,1
26
Aantal woningen
Totaal
1
8,1
De realisatie van een vrijstaande woning brengt afgerond 8 voertuigbewegingen per etmaal met zich mee. De woning wordt ontsloten via de Loswalweg. De Noordendijk en de Vissersdijk hebben een relatief lage verkeersintensiteit. Het is een reële verwachting dat deze verkeersgeneratie gemakkelijk opgevangen kan worden op deze wegen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect verkeer geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling. 4.10.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen.
Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen. Planspecifiek Voor het berekenen van de parkeereis bij nieuwbouw worden de actuele CROW-normen (publicatie 381) gehanteerd. Het geldende bestemmingsplan hanteert geen parkeereisen en de 'beleidsregels parkeren bij nieuwbouwprojecten Dordrecht' zijn sinds 29 december 2022 niet meer geldig. Het plangebied wordt beschouwd als 'zeer sterk stedelijk' en 'rest bebouwde kom'. Woningtype volgens publicatie 381 Koop, huis, vrijstaand Totaal
CROW- Parkeernorm per woning 2,5
Aantal woningen
Totaal
1
2,5
Uit de tabel blijkt dat in totaal afgerond 3 parkeerplaatsen benodigd zijn om te kunnen voldoen aan de parkeereis. Er worden in totaal 3 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Geconcludeerd kan worden dat het aspect parkeren geen belemmering oplevert voor deze ontwikkeling.
27
6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van een ruimtelijk plan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:
•
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderzins verzekerd is;
•
het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;
•
het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Planspecifiek Het voorliggende bestemmingsplan heeft gelet op artikel 6.2.1 van het Bro betrekking op een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan. De gemeente Dordrecht zal met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst sluiten. In deze overeenkomst worden het gemeentelijk kostenverhaal en de verplichting tot vergoeding van eventuele planschade, die het nieuwe planologische kader kan veroorzaken, geregeld. Het bestemmingsplan is economisch uitvoerbaar.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub c Wro overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Een ontwerp bestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens de dag na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De procedure eindigt met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2.1 Vooroverleg In deze paragraaf of in een separate bijlage worden te zijner tijd de resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1. Bro opgenomen.
28
6.2.2 Zienswijzen In deze paragraaf of in een separate bijlage worden eventuele zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien.
6.2.3 Participatie In de tweede helft van september zijn de directe omwonenden individueel op de hoogte gesteld van de voorgenomen plannen middels persoonlijke gesprekken. Gedurende deze gesprekken zijn er geen bezwaren geuit tegen het plan. Tegen het einde van september zijn de omwonenden voorzien van gedetailleerde plannen, inclusief bijbehorende tekeningen, en is hen verzocht om te reageren. Er is slechts één reactie ontvangen op dit verzoek. Subsequent is op 6 oktober 2023 een herinneringsmail verzonden met het verzoek om feedback, maar hier is geen reactie op ontvangen. Op basis van de overwegend positieve mondelinge reacties, kan worden geconcludeerd dat de omwonenden afdoende op de hoogte zijn gebracht.
29