CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Toegezonden rapport van fractie VVD over Verweer op risicofactoren en dierenwelzijn Damhert - 2-2023.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 9 mei 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Beantwoorden artikel 40-vragen VVD Herten horen in Park Merwestein - Antwoordbrief artikel 40/4111.731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn van het Dama hert op hertenkampen in reactie op RVO RAPPORT 2023 “Beoordelingen van de zoogdiersoorten” Beoordelingen van de zoogdiersoorten: Damhert J.W. van Holland i.s.m. Dr. P.S.J. Klaver

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn van het Damhert op hertenkampen

in reactie op RVO RAPPORT 2023 “Beoordelingen van de zoogdiersoorten” Beoordelingen van de zoogdiersoorten: Damhert

Beoordeling per risicofactor volgens RVO rapport 07-07-2022

J.W. van Holland, beheerder Dierenweide Julianapark i.s.m Dr. P.S.J. Klaver 22 februari 2023

2

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

3

1. Aanleiding

4

2. Introductie

6

3. Argumentatie Commissiedebat Argumentatie en tegenvragen commissiedebat

7

4. Argumentatie Onderzoeksgegevens Beknopte vragenlijst naar aanleiding van de onderzoeksgegevens

14

Samenvatting beoordeling van het Damhert / Beoordeling Cervidae

19

5. Damhert / Damhert

20

6. Risico’s voor de mens: Zoönosen

23

7. Letselschade

26

8.

Risico’s voor dierenwelzijn / diergezondheid v2 Voedselopname / hypsodonte kiezen

32

9.

Risico’s voor dierenwelzijn / diergezondheid v3 Foerageren

34

10. Ruimte gebruik / veiligheid Beschutting

37

11. Ruimtegebruik / Veiligheid Primaire vluchtreactie – Caputure Myopathie

39

12.

Sociaal gedrag

42

13.

Dierenwelzijn

44

14.

Conclusie van verweer

46

15.

Bronlijst

47

3

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

1. Aanleiding Huis en hobbydierenlijst voor zoogdieren Ter verbetering en bescherming van het welzijn van dieren en ter bescherming van de veiligheid van de mens, heeft Directoraat-generaal Agro ( Directie Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn) de nieuwe huis- en hobbydierenlijst voor zoogdieren aangeboden. Dit is een toetsingskader dat uit gaat van risicofactoren voor dierenwelzijn en gevaar voor de mens, waarbij de risicofactoren zijn geclusterd in de volgende categorieën: Letsel bij de mens, gezondheid van de mens ( zoönosen), voedselopname van het dier, ruimtegebrek/veiligheid van het dier, thermoregulatie van het dier en het sociaal gedrag van het dier. Bij deze beoordeling van de diersoorten is gebruik gemaakt van wetenschappelijke bronnen. Voor drie diersoorten op de huidige productiedierenlijst geldt dat zij niet op de huis- en hobbydierenlijst komen te staan. Het gaat om de nerts, het Damhert en het MiddenEuropees edelhert. De stelling hiervoor is dat in Nederland men alleen productiedieren mag houden als het hun welzijn en gezondheid niet benadeelt en als het geen risico vormt voor mensen. Productiedieren fokt en/of houdt men voor de productie van dierlijke producten, zoals melk, vlees, (broed)eieren, wol, huiden, pelzen of andere producten (zoals bijvoorbeeld sperma).

Tijdens een debat van de tweede kamer op 29-1-2023 heeft minister Adema van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit toelichting gegeven omtrent zijn besluit, dat er vanaf 1 januari 2024 niet meer mag worden gefokt met de herten van hertenkampen en en kinderboerderijen. Bij de bekendmaking van dit nieuws ( Commissiedebat 29 januari 2023 ) zei Minister Adema dat hij zich kan voorstellen dat veel mensen dat jammer vinden, maar hij vindt dat het dierenwelzijn voor moet gaan. Er zijn nu zo'n 250 hertenkampen en Adema heeft begrip voor het "Bambi-gevoel" dat mensen daar krijgen. Maar hij vindt dat dam- en edelherten in velden en bossen moeten kunnen leven, en niet in een beperkte ruimte achter een hek moeten worden gehouden. "Dat hoort niet bij deze dieren", vindt hij. Tijdens het commissiedebat en de bekendmaking van de positieflijst, verklaarde Dhr. Adema de grondslag voor de beslissing. (bij monde van Dhr. Adema:) “… Ik snap dat dit heel veel vraagtekens opwerpt omdat heel veel kinderen ook in de nabijheid van herten zijn op hertenkampen, je krijgt ook een beetje een Bambi gevoel bij herten; kijk de lijst wordt op twee gronden eigenlijk samengesteld. 4

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

Het gaat over het welzijn van het dier en het gaat over de veiligheid van het dier. Als we praten over de veiligheid van het dier dan kan het ook bij hertenkampen een probleem zijn, maar ook hier speelt vooral het welzijn van het dier. Het dier is bedoeld om in de vrije natuur te lopen, om in de vrije natuur zijn weg te zoeken en is niet bedoeld om opgesloten te worden in een klein kampje waar een dier niet de ruimte heeft om het natuurlijk gedrag te vertonen zoals dat, zoals ik vaak zie als ik ‘s avonds laat naar huis toe rij in het schemerlicht of heel ‘s morgens vroeg; dan zie ik ze (?) in een mooi golvende beweging door het prachtige Friesche landschap gaan, Ik beveel u dat Friesche landschap zeer aan om dat eens te zien en dat is waar de dieren horen te zijn, in de bossen en in de velden en dus vandaar dat we dus hebben gezegd, en dat is ook door de wetenschappers gezegd uit welzijnsoogpunt in dit geval, veel meer dan uit veiligheidsoogpunt, gaan we stoppen met de hertenkampen. En ik snap best dat daar vragen over leven en nou ja, dat ook mensen zeggen waarom kan dat dan niet, maar we moeten ook echt rekening houden met het welzijn van het dier…” (Adema, 2023).

De grondslag om hertenkampen op te heffen, dat tijdens het commissiedebat door Dhr. Adema bekend gemaakt werd, heeft als basis/achtergrond de bijbehorende gestelde risico factoren vanuit het RVO rapport 2023. Van dit RVO rapport mag men concluderen dat dit toetsingskader aangenomen is om de wetenschappelijke kennis te gebruiken als een belangrijke leidraad, zo niet aan de grondslag liggen in de besluitvorming(en) voor de minister.

In dit verweer wordt ingegaan op de argumentatie, hetzij bij monde van Dhr. Adema hetzij op basis van het RVO rapport hertenkampen te sluiten en een fokverbod in te stellen voor gedomesticeerde herten. Ook zal er gekeken worden naar de risico analyses en vanzelfsprekend het Dierenwelzijn op hertenkampen en het gedomesticeerde Damhert in het bijzonder.

5

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

2. Introductie In dit verweer dat voor u ligt: “Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn van het Damhert op hertenkampen”, worden de gestelde risicofactoren en contradicties belicht, om zo mogelijk vanuit een andere invalshoek op het RVO rapport en de grondslag hertenkampen te sluiten c.q. een fokverbod in te stellen, te beschouwen (adviescollege ministerie van LNV, 2022). In deze verweer is uitgegaan van het Damhert hert als gemeenschappelijke noemer m/v. In het geval van een Damhert bok is dit expliciet vermeld. Het Damhert is het meest voorkomende hert op hertenkampen en dierenweides en staat ook bekend als Dama Dama, of Fallow deer. Het gebruik van de naam hertenkamp in dit verweer word als noemer gebruikt voor dierenweides of kinderboerderijen, die naast herten ook andere “parkdieren” bezitten. De auteurs hebben met de meest mogelijke objectiviteit, gefundeerd met wetenschappelijke bronnen, een beeld geprobeerd te schetsen die vanuit een andere invalshoek is bekeken. De argumenten van minister Adema ter onderbouwing van het besluit, dat er vanaf 1 januari 2024 niet meer mag worden gefokt met de herten van hertenkampen en kinderenboerderijen bleken niet sluitend. In deel 1 van dit document zijn daarom vragen aan de minister m.b.t. zijn argumentatie geformuleerd.

Verder worden in deel 2 van dit document de voor Damherten in het document “beoordelingen van de zoogdiersoorten”gestelde risicofactoren kritisch onderbouwd met wetenschappelijke literatuur, bediscussieerd. Bij dit onderzoek willen wij langs deze weg Dr. Peter Klaver bedanken voor zijn kennis en expertise op het gebied van herten en wildlife. Peter Klaver studeerde diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht van 1977 tot 1988. Tijdens en na zijn studie legde zich toe op de behandeling van exoten, bijzondere dieren, hobbyvarkens, dierentuindieren en vogels. Hij was ruim 13 jaar (1988-2001) Hoofd Veterinaire Afdeling van de dierentuin Artis in Amsterdam. Als medepresentator was hij verbonden aan Radio Noord-Holland. Als deskundige werkte hij mee aan diverse (meer dan 100) televisieprogramma's over dieren, waaronder Dierenmanieren van Martin Gaus, Alle dieren tellen mee, Zoovenirs en De Rijdende Rechter. Van 2012 tot 2017 is hij vaste gast in het radioprogramma Dit is de Dag bij de EO op Radio 1 voor de rubriek "Natuur op 1". In 2015 en 2016 is Klaver vaste dierenarts bij de serie NH Dierendokter van RTV-Noord-Holland. Sinds 2001 heeft hij een eigen adviespraktijk, waarbij hij zich richt op bijzondere dieren en wildlife. Hij is docent bij de Faculteit Diergeneeskunde (anatomie) (2001-2007) en opleiding veterinaire natuurgeneeskunde de Silverlinde (2001-heden) in Breda.

Daarnaast is hij auteur van onder meer een viertal zakwoordenboeken voor de diergeneeskunde. Bibliografie: Zakwoordenboek van de diergeneeskunde 2006, Harpij diergeneeskundig woordenboek 1995, De geur van kamelen 1995, De Dierendisk 1999. Ook wordt hij met grote regelmaat door de Nederlandse overheid benaderd met vragen en/of medewerking bij o.a. herten gerelateerde onderzoeken en opdrachten.

6

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

3. Argumentatie Commissiedebat Om de argumentatie tijdens het commissiedebat, bij monde van Dhr. Adema beter uit te kunnen kristalliseren, is de tekst uitgesplitst in delen. Hierbij moet men realiseren dat het achterliggende rapport een belangrijke mate motiverend is voor de besluitvorming, en waarbij men van mag uitgaan, dat deze ten grondslag ligt voor de besluitvorming. Vanzelfsprekend kan men stellen dat anders dit rapport niet opgemaakt had hoeven te worden en de besluitvorming daardoor zonder wetenschappelijke gronden, door Dhr. Adema, op eigen subjectieve mening genomen is.

De Stelling c.q. onderbouwing van Dhr. Adema (2023) tijdens het commissiedebat over het fokverbod: Stelling: “… Ik snap dat dit heel veel vraagtekens opwerpt omdat heel veel kinderen ook in de nabijheid van herten zijn op hertenkampen, je krijgt ook een beetje een Bambi gevoel bij herten; “ Vragen: • De vraag aan de Minister is; wat wordt er met een ‚Bambi gevoel‘ bedoelt? • Is dit waarmee de Minister bedoelt, dat mensen positieve emoties ervaren als zij herten zien?

Vervolg Stelling van Dhr. Adema (2023) tijdens het commissiedebat:

7

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

Stelling: “..kijk de lijst wordt op twee gronden eigenlijk samengesteld. Het gaat over het welzijn van het dier en het gaat over de veiligheid van het dier”. Vragen: • In de lijst zijn opgenomen: risico’s gezondheid mens, risico’s gezondheid en welzijn dier. Als argument wordt ‚zeer ernstig letsel bij de mens‘ gebruikt waardoor het dier‚ direct onder risicoklasse F valt‘. Of bedoeld de Minister met ‚veiligheid van het dier; der veiligheid voor de mens? • Waarom zijn in de lijst geen (potentieel) positieve effecten van het houden van herten op de dieren, vooral t.o.v. leven in het wild opgenomen? Hierbij kan gedacht worden aan het frequent aanbieden van ruwvoer, mogelijkheden tot foerageren, voor jongen dieren aanbod van vaste verstop plaatsen / schuilplekken en voldoende ruimte voor mogelijke behoefte aan vluchten n.b. de Boer et al., 2004 heeft voor Damherten een maximale vluchtafstand van ca. 45 meter vastgesteld. In het document ‘Beoordelingen van de zoogdiersoorten’, waarop de lijst gebaseerd is, wordt daarnaast alleen naar risico’s gekeken. De indruk ontstaat, dat er over een daadwerkelijke aantasting van diergezondheid en welzijn en daadwerkelijke letselschade bij de mens in hertenkampen niets bekend is.

Vragen: • Is er iets bekend over een daadwerkelijke aantasting van diergezondheid en welzijn en daadwerkelijke letselschade bij de mens in hertenkampen? • En waarom wordt dit niet eerst in kaart gebracht? Ook de vraag hieronder over de gebruikte bron (Boer et al., 2004) die NIET bevestigt wat in het document Beoordelingen van de zoogdiersoorten aangehaald wordt ‚”hetgeen een gevaar op letsel …” in gevangenschap‘. De wetenschappelijke onderbouwing voor een risico op letsel bij het dier door gevangenschap blijkt dus te ontbreken.

8

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

Vervolg Stelling van Dhr. Adema (2023) tijdens het commissiedebat:

Stelling: ..”Als we praten over de veiligheid van het dier dan kan het ook bij hertenkampen een probleem zijn, maar ook hier speelt vooral het welzijn van het dier”... Vragen: • Het gaat dus over de veiligheid van het dier? • Wat wordt hier onder ‚veiligheid‘ verstaan en hoe verhoudt zich dit dan tot het welzijn van het dier? • In het document Beoordelingen van de zoogdiersoorten staat: ‚”Het Damhert heeft een primaire vluchtreactie en kan hoog springen hetgeen een gevaar op letsel oplevert in gevangenschap “(De Boer et al. 2004).‘ Op welke wetenschappelijke inzichten is dus deze uitspraak over ‚gevaar op letsel‘ en ,hoog springen’ gebaseerd? • Is er het dierenwelzijn van damherten in het gedrang op hertenkampen en zijn hier voorbeelden van? De Boer et al. (2004) bevat echter geen uitspraak/informatie over ‚hoog springen‘ en “hetgeen een gevaar op letsel …in gevangenschap”. Deze referentie heeft alleen betrekking op het eerste gedeelte van deze zin; het Damhert heeft een primaire vluchtreactie‘.

Stelling: ..”Het dier is bedoeld om in de vrije natuur te lopen, om in de vrije natuur zijn weg te zoeken en is niet bedoeld om opgesloten te worden in een klein kampje waar een dier niet de ruimte heeft om het natuurlijk gedrag te vertonen zoals dat, zoals ik vaak zie als ik ‘s avonds laat naar huis toe rij in het schemerlicht of heel ‘s morgens vroeg; dan zie ik ze (?) in een mooi golvende beweging door het prachtige Friesche landschap gaan”.., Vragen: • Hoe groot moet zo een gebied dan, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten, zijn? • Wat wordt verstaan onder ‚natuur‘? • Alle zogenoemde ‚natuurgebieden‘ in Nederland zijn begrensd (b.v. door hekken, wegen etc.).Waarop is gebaseerd, dat het dier ‚bedoeld‘ is om in de vrije natuur te lopen‘?. 9

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

Vervolg Stelling van Dhr. Adema (2023) tijdens het commissiedebat:

• Op welke wetenschappelijk onderbouwde inzichten is de uitspraak ‚klein kampje waar een dier niet de ruimte heeft om het natuurlijk gedrag te vertonen‘ gebaseerd? • Hoe groot moet een gebied zijn, zodat het dier zijn natuurlijk gedrag uit kan oefenen? • Welke natuurlijke gedragingen moet het dier uit kunnen oefenen en beperken hertenkampen deze mogelijkheid? • Wordt hiermee het gedrag bedoeld dat de Minister ‚‘s avonds ….in het schemerlicht of heel ‚s morgens vroeg‘ waarneemt? • Het argument, dat een dier natuurlijk gedrag uit moet kunnen oefenen is goed te relateren aan zijn welzijn. Waarom weegt dit argument mee bij het besluit over herten, maar niet bij het besluit over andere dieren? Vanuit welzijnsperspectief moet ieder dier, onafhankelijk van de soort in kwestie in staat zijn/gesteld worden om natuurlijk gedrag uit te oefenen. Juist met dit gedrag kan het dier zich aan zijn levensomstandigheden aanpassen, zijn welzijn waarborgen (Ohl & van der Staay, 2011). •

Het is vooringenomen dat herten kampen “ klein kampje zijn waar een dier niet de ruimte heeft om het natuurlijk gedrag te vertonen”. Ook is het vrij denigrerend voor het overgrote gedeelte van hertenkampen die meerdere hectaren groot zijn.

Stelling: ...”zoals dat, zoals ik vaak zie als ik ‘s avonds laat naar huis toe rij in het schemerlicht of heel ‘s morgens vroeg; dan zie ik ze (?) in een mooi golvende beweging door het prachtige Friesche landschap gaan”.. Dit is een subjectieve mening van de Minister en mag geen aanleiding zijn dit terug te koppelen op de besluitvorming. Deze mening zou ook toegedaan kunnen zijn aan mensen die bij de meer toegankelijke hertenkampen de dieren kunnen bewonderen. Vragen: • Heeft de Minister het hier over het Damhert of een andere hertensoort? (bron?) • Wat voor gedrag heeft de minister geconstateerd tijdens deze mooi golvende beweging? • Heeft de minister een aanleiding dat dit gedrag niet op hertenkampen voorkomt? • En wat is hier de wetenschappelijke onderbouwing voor? 10

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

• Zo niet, waar baseert de Minister dit dan op? (bron?) Vervolg Stelling van Dhr. Adema (2023) tijdens het commissiedebat:

Stelling: ”Ik beveel u dat Friesche landschap zeer aan om dat eens te zien en dat is waar de dieren horen te zijn, in de bossen en in de velden“.. Vragen: • Kan het onderbouwd worden dat welzijn en gezondheid van de dieren, door ze te houden, meer aangetast word dan “in de natuur?” • Wat is hier de wetenschappelijke onderbouwing voor? (bron?) • Heeft de minister de potentiële voordelen meegenomen die het welzijn en gezondheid op hertenkampen onderstrepen?

Stelling: “en dus vandaar dat we dus hebben gezegd, en dat is ook door de wetenschappers gezegd uit welzijnsoogpunt in dit geval” - Zie argumentatie positief lijst zoals opgesteld en in deze door de Minister als grondslag Erkent rapport (RVO, 2022).

Stelling: “, veel meer dan uit veiligheidsoogpunt, gaan we stoppen met de hertenkampen”. Vragen: Het is zeer te waarderen dat de Minister het welzijn van de dieren dermate veel gewicht voor de besluitvorming geeft. • Waarom worden er geen criteria benoemd waaraan voldaan zou moeten worden om diergezondheid en welzijn tot zekere hoogte niet in het geding te laten komen, of tenminste niet meer in het geding te laten komen dan in de ‚natuur‘?

11

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan eisen voor verzorging, huisvesting, groepsstructuur et cetera. De indruk ontstaat dat het uitgangspunt is dat ‚wildlevende‘ dieren geen aantasting van welzijn en/of gezondheid ervaren. • Kunt u dit wetenschappelijk onderbouwen? Vervolg Stelling van Dhr. Adema (2023) tijdens het commissiedebat:

Daarnaast vallen de dieren gebaseerd op het argument ‚zeer ernstig letsel voor de mens‘‚ direct onder risicoklasse F ‘. • Als de focus van de besluitvorming echter, zoals de Minister zegt, op dierenwelzijnsoogpunt gebaseerd is: In welke risicoklasse vallen de dieren als ‘letsel bij de mens‘ buiten beschouwing wordt gelaten, en alleen de andere factoren gehanteerd worden? Alleen al met reeën zijn er circa 10.000 aanrijdingen in Nederland. In ongeveer 20% van de gevallen is het betreffende dier niet op slag dood en is er sprake van dierenleed. Naast veel onnodig dierenleed veroorzaakt dit ook aanzienlijke materiële schade; gemiddeld € 2.500,= per incident. Over de nazorg hebben we het dan nog niet. Hieruit blijkt dat het uit veiligheidsoogpunt vanuit het dier én de mens, afgezien van de stellingname over het behoud van hertenkampen, dat de veiligheid en navenant de intrinsieke waarde van de in het wild levende dieren, zoals in de Wet dieren centraal staat, het veiligheidsoogpunt zoals het gesteld is, zeer discutabel is. https://www.rvo.nl/onderwerpen/dierenwelzijn/wet-dieren

Stelling: ..En ik snap best dat daar vragen over leven en nou ja, dat ook mensen zeggen waarom kan dat dan niet, maar we moeten ook echt rekening houden met het welzijn van het dier...” Definitie: Een individu verkeert in een staat van welzijn wanneer het in staat is zich actief aan zijn levensomstandigheden aan te passen en daarmee een toestand kan bereiken die het als positief ervaart. Naarmate het dier meer de grenzen van zijn eigen aanpassingsvermogen nadert, kan zijn welzijn in het geding komen. Faculteit Dierengeneeskunde Utrecht stelt: Als het dier niet meer in staat is zich aan te passen aan een situatie, d.w.z. als zijn aanpassingsvermogen wordt overschreden, wordt 12

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

een (pathologische) toestand bereikt die wordt gekenmerkt door fysiologische reacties en gedragingen die geen adaptieve waarde hebben. (https://www.uu.nl/organisatie/faculteitdiergeneeskunde/dierenwelzijn)

Vervolg Stelling van Dhr. Adema (2023) tijdens het commissiedebat:

Vragen: Voor dieren die leven in een gebied groter dan 5000 hectare geldt, dat zij de status van "wild" hebben. Er is geen eigenaar, de dieren zijn geen "gehouden dieren" en vallen derhalve ook niet onder de Veewet. De Flora- en faunawet Artkel 2 , lid 1 is hier van toepassing.

Ook stelt de Flora en faunawet dat een ieder in het wild levende dieren de nodige zorg dient te geven. Echter, volgens de Flora- en Faunawet is het bijvoeren van wild verboden. Doordat de dieren in die in een gebied groter dan 5000 hectare als wild beschouwd worden, is er ook geen verplichting om kadavers van dode dieren op te ruimen. • Heeft de Minister voorbeelden van Damherten op hertenkampen, waarbij het aanpassingsvermogen overschreden is met negatieve fysiologische of gedragingen? • Erkent de Minister dat “hulpbehoevende” herten op bijvoorbeeld hertenkampen eerder geconstateerd kunnen worden dan de in het wild levende? • Kan de Minister onderschrijven dat, in het kader van zoönose en welzijn, het ondervangen en het behandelen van “hulpbehoevende herten” tijdiger kan zijn op een hertenkamp door dierenarts(en), waardoor de behandeling van mogelijke besmettingen en mogelijke verwondingen een aanzienlijk grotere kans van slagen heeft dan bij de gestelde in het wild levende herten? • Erkent de Minister dat dit een zo mogelijk grootste belang binnen dierenwelzijn is?

13

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

4. Beknopte vragenlijst naar aanleiding van de onderzoeksgegevens Deze vragenlijst gaat over de onderzoekgegevens en het verweer hierop en de tegenargumenten. De verweervragen zijn in deze opgesomd en zijn ook terug te vinden bij ieder hoofdstuk. De bronvermeldingen van de verweervragen vind u op de laatste pagina van dit verweerschrift.

Onderzoeksvragen: Hoofdstuk:

Pagina:

5. Damhert

20

•

Kan men stellen dat de langere levensverwachting in gevangenschap, gerelateerd is aan dierenwelzijn? (Zoals bedoeld in David Fraser 'Understanding animal welfare' (2008)

•

Kan men stellen dat herten die vaak al generaties lang op een hertenkamp verblijven zich aangepast hebben aan hun habitat?

•

Is er onderzoek gedaan naar het houden van herten op hertenkampen en het bijbehorende dierenwelzijn?

•

Zo ja, is het rapport dan eenzijdig opgebouwd zonder kennis van het dierenwelzijn op hertenkampen? (bron?)

6. Risico’s voor de mens: Zoönosen: •

23

Kan men onderschrijven dat de (uw) bronvermeldingen van toepassing zijn op medisch “gemonitorde” herten zoals op hertenkampen?

•

Heeft men voorbeelden dat de benoemde zoónosen geconstateerd zijn bij Damherten op hertenkampen?

•

Kan men voorbeelden geven waarbij in Nederland door Coxiella besmette wilde Damherten gesignaleerd zijn?(bron?) •

•

Kan men voorbeelden geven waarbij in Nederland door Coxiella besmette Damherten op een hertenkamp gesignaleerd zijn?(bron?)

14

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

7. Letselschade: • • • •

• • • •

• •

• • •

•

26

Zijn er voorbeelden van geagiteerd of zo u wilt, agressieve gedragingen geconstateerd op hertenkampen? Heeft u voorbeelden van verwondingen door of dankzij het gewei, binnen of buiten de bronsttijd, op hertenkampen.? Erkent men dat ook hier de vergelijking gemaakt wordt, tussen het in het wild levende hert en het op een hertenkamp verblijvende Damhert? Kan men redelijkerwijs onderschrijven dat tijdens en buiten de bronsttijd, op een hertenkamp, de aanwezigheid door verzorgers voornamelijk gebaseerd is op voerrondes, schouwing en beheersing van het dierenwelzijn? Zijn er gedocumenteerde voorbeelden van agressief gedrag of zelfs verwondingen door Damherten op hertenweides? (bron?) Is er onderzoek gedaan naar agressief gedrag of zelfs verwondingen door Damherten op hertenweides? (bron?) Erkent men dat in het kader van gevaar tot de mens, de hond, koe en paard aanzienlijk hoger gerankeerd zijn? Terwijl deze diergroepen door middel van morfologie, gebit of horens, ook buiten de aangenomen bronstperiode bij het hert, aanwijsbaar gevaarlijk kunnen zijn? Erkent men dat deze dieren in de regel niet op hertenkampen voorkomen of zo u wilt, niet per definitie afgeschermd zijn door een hek? Erkent men dat bij de meeste, zo niet alle, bronvermeldingen die door u zijn aangehaald, óf de populaties, óf de habitat óf de onderzoeken gepleegd zijn op buitenlandse situaties, die niet vergelijkbaar

zijn met een hertenkamp in Nederland? (bron?) Erkent men dat dat de meeste ongelukken komen door herten als “veroorzaker” van verkeer gerelateerde ongevallen? Erkent men dat dit uitgesloten is op hertenkampen? Damherten leiden een schuw en teruggetrokken bestaan in de bossen. Wat onderschrijft dan en met voorbeelden het gevaar, zoals u als risicofactor aangeeft, ten aanzien van de mens? Zijn hier voorbeelden van op hertenkampen? (Bron?)

8. Risico’s voor dierenwelzijn/diergezondheid - Voedselopname •

Erkent men dat door de dagelijkse voeding van ruwvoer, de hypsodonte kiezen een grotere, of zo u wilt, een ander slijtagebeeld geven dan in het wild levende Damhert?

•

Erkent men dat de bereikbaarheid met vingers of id, waarbij de kans op bijten en kauwen aanwezig is, door de kiezen en wangstructuur vrijwel

15

32

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

onmogelijk is? •

Erkent men dat het Damhert geen boven tanden heeft, maar slechts een kleine rij ondertanden en een slijmvliesrand als boven tanden?

•

Heeft men gedocumenteerde voorbeelden van bijtgedrag bij Damherten?

•

Zijn er voorbeelden van verwondingen van bijtgedrag door Damherten?

9. Risicofactor V3 / foerageren

34

• Erkent men dat ook deze (uw) stelling gebaseerd is op het in het wild voorkomende Damhert? • Mag men stellen Damherten op hertenkampen dagelijks voorzien worden van steun/ruwvoer etc. en voldoende hooi gebaseerd op het jaargetijde? • Zo niet, bron? • Kan men stellen dat frequent juist foerageren en vers water zo niet de belangrijkste taak is op een hertenkamp? • Erkent men dat er een signalering van ongemak bij de Damherten en tijdig medisch ingrijpen / goede gezondheid eerder door verzorgers opgemerkt wordt op een hertenkamp? • Erkent men dat de mogelijkheid om een Damhert op een hertenkamp eerder te isoleren valt bij noodzakelijk medisch ingrijpen? • Zijn er voorbeelden dat op hertenkampen niet aan de zes leidende principes wordt gehouden of aangetast zijn? (bron?)

10. Ruimtegebruik / veiligheid / beschutting

37

•

Kan men stellen dat een Damhert, door zijn aanpassingen op een hertenkamp de best beschutte plek voor het jong zal nemen?

•

Kan men stellen dat hertenkampen dermate ingericht zijn om zoveel mogelijk aan de “natuurlijke” omgeving te voldoen?

•

Kan men stellen dat hertenkampen specifiek zijn ingericht voor herten?

•

Zijn er aanwijzingen die ongemak of zelfs dood van Damherten kalveren door gevolg van roofdieren bij hertenkampen tot gevolg hebben? 16

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

11. Ruimtegebruik / veiligheid / vluchtreactie •

39

Wat zijn de gestelde eisen aan de oppervlakte van een hertenkamp? (bron?)

•

Is het bekend dat voor Damherten men een maximale vluchtafstand van 45 meter bepaald heeft? (de Boer et al. 2004)

•

Is het bekend dat er aanzienlijk strengere regels aan vervoer en dus het ondervangen van stress gesteld worden bij Damherten voor hertenkampen, dan het transport van herten als productiedieren?

•

Heeft een hert wat bedoeld is voor de slacht minder stress of een andere primaire vluchtreactie? (bron?)

•

Van de in het wild levende Damherten mag men aannemen, mede door de afwezigheid van “natuurlijke vijanden”, dat deze een ander soort reactie zullen hebben, dan het Damhert, dat feitelijk alleen bekend is met zijn verzorgers en verder geen natuurlijke vijanden ontbeert. Bent u het hier mee eens?

•

Blumstein Erkent dat “individuen die vroegtijdig rechtstreeks worden blootgesteld aan roofdieren, of meer indirecte moederlijke effecten in verband met het leven in een risicovolle omgeving, volgen een heel ander een heel ander levenslooptraject dan individuen die opgroeien in een relatief veiliger omgeving. “ Waardoor de ontwikkeling van CM ( Caputure Myopathie ) minder vatbaar is. Bent u het hier mee eens?

13. Sociaal gedrag

42

• Zijn er voorbeelden van Aggregatie’s van 200 Damhert individuen op hertenkampen? (bron?) • Zijn er voorbeelden van instabiele bachelor- groepen op hertenkampen? (bron?) • Over hoeveel bachelors hebben wij het dan? (bron?) • Komen deze hoeveelheden in dezelfde aantallen voor op hertenkampen?

17

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

(bron?) • Zijn er voorbeelden van dominante situaties op hertenkampen, zoals gesteld als risicofactor, die een gevaar voor verzorgers hetzij bezoekers hebben opgeleverd? (bron?) • In Jennings et al, e.a. wordt gesproken over mannetjes die zich afzijdig houden van de vrouwtjesgroepen (eigen territorium). Waar is het gevaar dan op gebaseerd in relatie tot de mens? (bron?) 14. Dierenwelzijn

44

Honger, dorst en onjuiste voeding: • Zijn er voorbeelden van honger, dorst of onjuiste voeding op hertenkampen (bron?) Thermaal en fysiek ongemak: • Zijn er voorbeelden van thermaal of fysiek ongemak geconstateerd? (bron?) Verwondingen en ziekten: • Zijn er voorbeelden van verwondingen en ziekten zoals bedoeld door de RDA? Angst en chronische stress: • Zijn er voorbeelden van angst en chronische stress bij Damherten op een hertenkamp? ..En het de vrijheid heeft om normale, soortspecifieke gedragspatronen te vertonen, die het dier in staat stellen om zich aan te passen aan de uitdagingen die de heersende omgevingsomstandigheden bieden, zodat het dier een staat bereikt die het als positief ervaart.

•

Zijn er voorbeelden op Hertenkampen waarbij het Damhert zich niet of nauwelijks kan aanpassen en de uitdagingen, zoals bedoeld door de RDA, hierdoor een non-positieve ervaring heeft tijdens het verblijf op een hertenkamp. (bron?)

18

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

Beoordeling CERVIDAE In het volgende hoofdstuk zullen de beoordelingen per risicofactor nader bekeken worden. Hierbij is ter verduidelijking per risicofactor de afbeelding c.q. bron van het RVO rapport gebruikt.

19

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

5. Damhert

Domesticatie: Definitie overheid In het Dierentuinenbesluit heeft de overheid een begripsomschrijving van wilde dieren gegeven. Wilde diersoorten worden hier omschreven als: alle van nature in het wild levende diersoorten met uitzondering van diersoorten die voorkomen in de bijlage bij het Besluit aanwijzing voor productie te houden dieren en honden en katten. Alle diersoorten kwamen wel eens van nature in het wild voor. Ook onze runderen, paarden, schapen, konijnen, honden en katten. Door deze dieren nu uit te zonderen in een besluit, is door de overheid op geen enkele wijze een bruikbare definitie gegeven van wilde dieren. (1)Deze uitzondering lijkt alleen maar verdacht veel op alles als wilde dieren te beschouwen behalve de dieren die economisch van belang zijn en de dieren die door veel Nederlanders worden gehouden (honden, katten) en die men vanwege de onrust onder de bevolking maar beter even geen wild dier te noemen. Van wat nu wel moet worden verstaan onder wilde dieren helpt ons de gekunstelde begripsomschrijving in het geheel niet.

20

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

(1)Wilde dieren kunnen zichzelf domesticeren wanneer minder agressief gedrag hun overleving in de buurt van mensen verbetert. Dit vergemakkelijkt hun vermogen om te profiteren van de toegenomen beschikbaarheid van voedsel als gevolg van binnenlandse niches. (2)De meeste dieren op deze tweede tabel zijn op zijn minst enigszins veranderd van wilde dieren vanwege hun uitgebreide interacties met mensen, zij het niet tot het punt dat ze als verschillende vormen worden beschouwd (daarom worden er geen afzonderlijke wilde voorouders opgemerkt). Velen van hen konden niet in het wild worden vrijgelaten of zijn op de een of andere manier afhankelijk van mensen. (3)Damherten hebben een lange geschiedenis van semi-domesticatie door de mens. In de oudheid verspreidden ze zich binnen Europa en werden ze in verband gebracht met verschillende culten van de Feniciërs, Grieken en Romeinen. Nadat de Romeinen Groot-Brittannië hadden verlaten, stierven de Damherten uit op het eiland, maar ze werden in de elfde eeuw opnieuw geïntroduceerd door de Noormannen. Door de toename van de bevolking in Groot-Brittannië aan het eind van de twaalfde eeuw, die een enorme druk veroorzaakte op nederzettingsgebieden en wildsoorten, werd het houden van herten in omheinde gebieden populair. Tijdens de Europese expansie van de negentiende eeuw werden herten geïntroduceerd in veel Britse kolonies.

Dit artikel betoogt dat de introductie van Damherten in de Britse kolonies Australië en Nieuw-Zeeland alleen kan worden begrepen als we kijken naar wat Fernand Braudel de longue durée noemde, naar eeuwen van Britse jachtcultuur en de bijzondere rol van Damherten binnen deze context. Deze nauwe band tussen natuur en cultuur maakte het Damhert tot een belangrijk onderdeel van de Britse jachtcultuur en een gewild object voor acclimatisatie."

(4)Evolutie maakte het Damhert een perfect doelwit voor semi-domesticatie. Ze zijn sociaal en dus 'gemaakt' voor een leven in een hertenkamp. (5)Het semi gedomesticeerde Damhert hert is geclassificeerd als deels gedomesticeerd als productiedier voor vlees, huid, gewei en (Pet) huisdier ( Pet (vertaling): ieder dier wat als bron van gezelschap of plezier gehouden wordt) Iedere RVO risicofactor, dat opgenomen is in “RVO beoordelingen van de zoogdiersoorten 2022-07” Damhert kan men niet vergelijken met de gedomesticeerde herten in een hertenkamp. Ook het gedrag, voeding en het aanpassingsvermogen op hertenkampen, mede door erfelijkheid, vrij van natuurlijke vijanden en onder toezicht, kan men niet vergelijken met 21

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

het in het “wild” levende Damhert. Hierdoor mag men aannemen dat Damherten gedomesticeerd (in hertenkampen) zijn, en men met deze dieren meer ervaring (in sommige gevallen 300 jaar) heeft met het houden en verzorgen, waarbij door kennis en de medische verzorging bij tijdige signalering het dierenwelzijn tov het in het “wild”levende Damhert verzekerd is. Zoals al aangegeven door u is de levensverwachting van een Damhert 15-20 jaar in het wild en 25 jaar in gevangenschap.

• Kan men stellen dat de langere levensverwachting in gevangenschap, gerelateerd is aan dierenwelzijn? (Zoals bedoeld in David Fraser 'Understanding animal welfare' (2008) • Kan men stellen dat herten die vaak al generaties lang op een hertenkamp verblijven zich aangepast hebben aan hun habitat? • Is er onderzoek gedaan naar het houden van herten op hertenkampen en het bijbehorende dierenwelzijn? • Zo ja, is het rapport dan eenzijdig opgebouwd zonder kennis of onderzoek naar het dierenwelzijn op hertenkampen? (bron?)

22

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

6. Risico’s voor de mens: Zoönosen

(1)(2001) Mycobacterium bovis is geïsoleerd uit een groot aantal wilde diersoorten, naast huisdieren. In dit overzicht wordt gekeken naar de rol die verschillende soorten spelen bij de instandhouding van M. bovis in gemeenschappen van wilde dieren en de verspreiding naar huisdieren. Tuberculose veroorzaakt door M. bovis is ook een probleem geweest bij in gevangenschap levende wilde dieren en bij recent gedomesticeerde dieren zoals gekweekte herten. De bestrijding van M. bovis bij deze groep dieren hangt af van het oordeelkundig gebruik van diagnostische tests en de toepassing van deugdelijke ziektebestrijdingsbeginselen. Hierin wordt al de scheiding gemaakt tussen het in het wild levende, en onder (medisch) toezicht staande “gekweekte” herten . De wilde gastheren zijn voor de instandhouding van M. bovis. Het belang van deze gastheren is benadrukt door het groeiende besef dat deze dieren de belangrijkste bron van infectie kunnen vormen voor zowel huisdieren als beschermde wilde diersoorten. Hierbij is dus geen sprake van besmetting of overlapping tussen wilde herten en de geïsoleerde Damherten op een hertenkamp. Zhu et al., 2015 spreekt van een isolaat van het rabiësvirus (RABV), IMDRV-13, dat werd teruggevonden in hersenmonsters van hondsdolle Damherten (Damhert) op een boerderij in Hohhot, Binnen-Mongolië.

23

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

(1)In tegenstelling tot het Coxiella Burnettii onderzoek van Candela 2017 blijkt echter uit het onderzoek van Acta Vet Scand 2016: “Zowel gedomesticeerde als wilde herkauwers uit de alpiene en subalpiene ecosystemen van de oostelijke Pyreneeën werden blootgesteld aan C. burnetii.”. De hogere seroprevalentie bij schapen en hun relatieve abundantie suggereren dat deze soort een belangrijke verweer kan leveren aan de ecologie van C. burnetii. Daarentegen lijken wilde herkauwers geen relevante gastheergemeenschap voor de instandhouding van C. burnetii in de oostelijke Pyreneeën te vormen. Er werden geen positieve gevallen geconstateerd bij gedomesticeerde geiten, Damherten (Damhert), reeën (Capreolus capreolus) en zuidelijke gemzen (Rupicapra pyrenaica).

Q-Koorts: De mens kan niet alleen besmet worden door koeien, schapen en geiten, maar ook door honden, katten, vogels en teken. Besmetting kan optreden door inademing van besmet stof van stallen, weilanden, ruwe wol en dierenhuiden, door direct contact met besmette dieren en door het nuttigen van besmette rauwe melk of onvoldoende verhit besmet vlees. Met name het verwaaien van ingedroogde en op weilanden uitgereden mest zou zorgen voor verspreiding van de bacteriën naar de mens. - Herten staan niet in het overzicht.. Besmet stof van stallen is niet van toepassing (schuilplek), stof op weilanden, ruwe wol en dierenhuid ook niet. Ook melk of ter consumptie aangeboden vlees bij hertenkampen is niet van toepassing. Ook ingedroogde hertenweides vallen hier niet onder; op een ingedroogde weide kan men geen dieren houden. Herten geven geen overschot aan mest. Het gras wordt automatisch bemest. -Mycobacterium bovis: De verspreiding van dier (koe) naar mens verloopt meestal via geïnfecteerde niet-gepasteuriseerde melk. Nederland is al sinds 1993 vrij verklaard van rundertuberculose. Herten geven geen melk voor menselijke consumptie of herten geven geen melk anders dan voor eigen kalveren oid -Leptospira interrogans - Ziekte van Weil: Overdracht door urine. De bruine rat is de belangrijkste overdrager hiervan.

Ook hiervan zijn geen gevallen bekend die door herten overgedragen zijn, of herten met de ziekte van Weil. Bij het geval van besmetting door urine in stilstaand water is dit nauwelijks voor te stellen dat dit door herten komt, omdat deze urineren op het gras.

-Rabiësvirus: krijg je via speeksel binnen b.v. door krabben, bijten of likken. Het RIVM geeft aan dat rabiës bijna overal in de wereld voorkomt maar de kans om de ziekte in Nederland te krijgen zeer klein is. Het virus komt vooral voor bij honden, vleermuizen, vossen en katten. Op dierenweides cq hertenkampen is dit nooit geconstateerd. Daarnaast kan het virus in het lichaam komen door een beet (herten bijten niet), krabben 24

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

(herten hebben geen nagels) of een lik (Herten houden altijd een afstand om een veilig heenkomen te kunnen vinden) Er is vrijwel geen kans om rabiës op te lopen door contact met urine, ontlasting of bloed van een mens of dier die met rabiës besmet is. • Kan men onderschrijven dat de (uw) bronvermeldingen van toepassing zijn op medisch “gemonitorde” herten zoals op hertenkampen? • Heeft men voorbeelden dat de benoemde zoónosen geconstateerd zijn bij Damherten op hertenkampen? • Kan men voorbeelden geven waarbij in Nederland door Coxiella besmette wilde Damherten gesignaleerd zijn?(bron?) • • Kan men voorbeelden geven waarbij in Nederland door Coxiella besmette Damherten op een hertenkamp gesignaleerd zijn?(bron?)

25

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

7. Letselschade

“Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van Damherten, kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor het Damhert direct onder risicoklasse F valt”

Om deze stelling beter te begrijpen kunnen wij het beste de aangevoerde punten uitkristalliseren.

Matrioli 2011 spreek over het opvangen van krachten op het grote oppervlak van het gewei, echter niet over het gebruik als wapen direct of indirect naar de mens. Alhoewel verschillende bronnen andere lichaamsverhoudingen bevestigen, zegt dit niets als risicoklasse ten opzichte van andere hoorns, gewei of tanden die hoefachtigen die deze van nature hebben. Ook spreek men van het gewei grote krachten kan opvangen. (1)Hoewel een gewei lijkt te worden gebruikt om te vechten tegen roofdieren, is het onwaarschijnlijk dat een hertengewei hiervoor geëvolueerd is. Als een gewei een verdediging is tegen roofdieren, waarom hebben enkel mannelijke herten ze dan? Moeten vrouwtjes zich ook niet verdedigen? Nou, dat zou logisch zijn, maar een gewei is eigenlijk niet de eerste verdedigingslinie als er roofdieren in het spel zijn betrokken zijn. De meest voorkomende verdediging is gewoon weglopen. Mannetjes zijn eigenlijk vrij terughoudend om hun gewei te gebruiken om te vechten tegen tenzij ze zich in het nauw gedreven voelen. Dit feit, gecombineerd met 26

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

de afwezigheid van een gewei bij vrouwtjes, lijkt te suggereren dat hoewel een gewei van tijd tot tijd van pas komt voor zelfverdediging, dit is niet de primaire reden is dat het gewei evolueerde.

(1)Op de lijst(en) van gevaarlijkste diersoorten in het wild komt de hond, maar ook de mens, paarden en koeien met grote regelmaat terug. Het in het wild levende hert komt hierin alleen sporadisch terug als “veroorzaker” van verkeer gerelateerde ongelukken. https://www.worldatlas.com/animals/10-animals-that-kill-the-most-humans.html https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_deadliest_animals_to_humans https://www.farandwide.com/s/most-dangerous-animals-on-earth-de96b3ac3a844ad9

Vervolg Letselschade:

27

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

(1) Dat Damherten agressiever worden in de bronsttijd waarin ze zich ook agressiever opstellen , is inherent aan zo goed als aan alle andere diersoorten tijdens de paar periode. Het Damhert is buiten de bronsttijd niet territoriaal. De bronsttijd duurt van de tweede helft van oktober tot begin november. (2) "In feite beslissen de vrouwtjes niet alleen zelf met wie ze paren, maar onze studie heeft ook aangetoond dat een deel van de vrouwtjes meer dan eens per jaar en met verschillende mannetjes wil paren. Traditioneel was het meeste onderzoek van dit type gericht op paringsstrategieën van mannelijke herten en werd het vrouwelijk gedrag tijdens de bronst vaak over het hoofd gezien." (3) Agressief gedrag, gedrag van dieren dat daadwerkelijk of potentieel schade toebrengt aan een ander dier. Biologen maken vaak onderscheid tussen twee soorten agressief gedrag: roofzuchtige of antipredatory agressie, waarbij dieren jagen op of zich verdedigen tegen andere dieren van verschillende soorten, en intraspecifieke agressie, waarbij dieren leden van hun eigen soort aanvallen. Intraspecifieke agressie is wijdverspreid in het dierenrijk en wordt gezien in wezens zo divers als zeeanemonen, voddenwormen, wolfspinnen, veldkrekels, kreeften, zalm, boomkikkers, hagedissen, zangvogels, ratten en chimpansees.

Gezien het feit dat zoveel verschillende soorten dieren vechten, neemt agressie verschillende vormen aan.

Men kan dus hieruit concluderen dat dieren, evenals bij mensen, geagiteerd kunnen reageren bij of op plezierige of minder plezierige situaties zoals, broedseizoenen, menses, agressie, het verdedigen van familie of geliefden en bij andere soorten van opwinding. Dat de mannetjes tijdelijk agressiever (kunnen) zijn in de bronsttijd, kan men dus ook bestempelen als meer geagiteerd. Een dier en mens eigen karakterisering, die geenszins onderschrijft dat hierdoor, per definitie, een aanvallende reactie uit voortvloeit. (4) “Het Damhert is niet territoriaal, kuddes bewegen zich vrij binnen grote thuis bereiken die overlappen met die van andere kuddes. Wanneer ze in parken of omheiningen worden gehouden, kunnen Damherten opmerkelijk tam worden en zijn ze over het algemeen ongestoord door de aanwezigheid van mensen. Dit logenstraft echter de geheimzinnige en timide manieren van wilde levende dieren.” Volwassen mannetjes zijn meestal solitair. 28

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

Aan het eind van de zomermaanden kunnen ze echter kleine vrijgezelle kuddes van minder dan 6 en beginnen zich bij de vrouwelijke groepen te voegen tegen het begin van de herfst, het begin van de bronst. (1)In de eindfase van de bronst vormen mannetjes kleinere vrijgezellengroepen terwijl vrouwtjes, kalveren, en jaarlingen in grotere groepen van 7 tot 14 blijven. De kleinste vrouwelijke kuddes worden gevonden tijdens de bronsttijd. voornamelijk 's nachts actief en vertonen piekperiodes tijdens schemering en dageraad. Ze leiden een schuw en teruggetrokken bestaan in de bossen. In het algemeen zijn herten alerter in open gebieden of in kleinere groepen; vrouwtjes zijn meestal alerter dan mannetjes, vooral wanneer hun jongen aanwezig zijn. Afhankelijk van reproductieve status en dieetkwaliteit, besteden Damherten het grootste deel van hun tijd aan eten, rusten en bewegen.

•

Zijn er voorbeelden van geagiteerd of zo u wilt, agressieve gedragingen geconstateerd op hertenkampen?

•

Heeft u voorbeelden van verwondingen door of dankzij het gewei, binnen of buiten de bronsttijd, op hertenkampen.?

Master & Flach 2015 “Damherten zijn wilde dieren en hanteren van Damherten..” is een eigen onjuiste interpretatie van de genomen bron. Het rapport spreekt over medisch ingrijpen en verzorgen, waaronder : “met de juiste voorzieningen en expertise (zie hieronder), is het mogelijk eenvoudige veterinaire procedures uit te voeren, waaronder venapunctie, vaccinatie en lichamelijk onderzoek binnen dwangmiddelen.”(vert) Morfologie: (1) “Het gewei is een periodiek vervangen schedel aanhangsel dat, behalve bij rendieren, alleen door mannelijke herten wordt gekweekt. De jaarlijkse cyclus van het gewei wordt gestuurd door seizoensgebonden schommelingen..” (2) Hieruit kan men concluderen dat door de jaarlijkse cyclus, het gewei van een Damhert, overwegend, in “de groei is” en niet zoals doet vermoeden, een alleen tot volle groei uitkomend schedel aanhangsel is.

29

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

Damherten hebben echter een onvergelijkbare “habitat” als het gaat om verzorging en verblijf op een hertenkamp of dierenweide. De dieren zijn overdag op de weide waar zij hun vaste plekken hebben zoals beschutting, vaste plekken waar extra voeding, zoals in de vorm van hooi te vinden is, hun waterplekken en zelfs vaste plekken waar pasgeboren kalfjes veilig kunnen sterken. Afhankelijk van het hertenkamp en hun gebruiken krijgen de herten ‘s morgens of dezelfde tijd steunvoer, wel of niet aangevuld met fruit of groenten. Dit proces kan desgewenst in de middag herhaald worden. Deze “gewoontegang” geeft een compleet ander beeld dan het in het wild levende dieren t.a.v. omgang met mensen of verzorgers. Een in gevangenschap verblijvende Damhert/hertenbok zal hooguit in de buurt van zijn verzorgers komen zodra er gevoerd word. Na het steunvoer / bijvoer zal hij altijd weer het gezelschap opzoeken van de roedel. Bezoekers van hertenkampen zijn in de regel afgescheiden van de dieren. Dat, indien mogelijk, een bezoek aan specifiek de herten gedaan gaat worden onder begeleiding, is vaak verspilde moeite; Damherten, dus ook de bok, zullen altijd op een voor hun gepaste en veilige afstand blijven. Met name bij bezoek door (kleine) groepen.

Dr. P.S.J. Klaver, heeft bij navraag geen enkele situatie meegemaakt waarbij bokken op hertenkampen c.q. gevangenschap verwondingen hebben toegebracht aan verzorgers of bezoekers. Ook heeft hij nooit bokken of reeën hoeven te euthanaseren door vormen van agressie. Daarnaast beaamt hij dat Herten/Bokken zich bij een één op één contact eerder afstand nemen dan uit bijvoorbeeld nieuwsgierig gedrag op bezoekers afkomen. Dhr. Klaver bezoekt jaarlijks een goede 50 hertenkampen hetzij Dierenweides en wordt met regelmaat door de Nederlandse overheid benaderd met vragen en/of medewerking. • Erkent men dat ook hier de vergelijking gemaakt wordt, tussen het in het wild levende hert en het op een hertenkamp verblijvende Damhert? • Kan men redelijkerwijs onderschrijven dat tijdens en buiten de bronsttijd, op een hertenkamp, de aanwezigheid door verzorgers voornamelijk gebaseerd is op voerrondes, schouwing en beheersing van het dierenwelzijn? • Zijn er gedocumenteerde voorbeelden van agressief gedrag of zelfs verwondingen door Damherten op hertenweides? (bron?) • Is er onderzoek gedaan naar agressief gedrag of zelfs verwondingen door Damherten op hertenweides? (bron?)

30

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

Vervolg verweer: • Erkent men dat in het kader van gevaar tot de mens, de hond, koe en paard aanzienlijk hoger gerankeerd zijn? • Terwijl deze diergroepen door middel van morfologie, gebit of horens, ook buiten de aangenomen bronstperiode bij het hert, aanwijsbaar gevaarlijk kunnen zijn? • Erkent men dat deze dieren in de regel niet op hertenkampen voorkomen of zo u wilt, niet per definitie afgeschermd zijn door een hek? • Erkent men dat bij de meeste, zo niet alle, bronvermeldingen die door u zijn aangehaald, óf de populaties, óf de habitat óf de onderzoeken gepleegd zijn op buitenlandse situaties, die niet vergelijkbaar zijn met een hertenkamp in Nederland? (bron?) • Erkent men dat dat de meeste ongelukken komen door herten als “veroorzaker” van verkeer gerelateerde ongevallen? • Erkent men dat dit uitgesloten is op hertenkampen? • Damherten leiden een schuw en teruggetrokken bestaan in de bossen. Wat onderschrijft dan en met voorbeelden het gevaar, zoals u als risicofactor aangeeft, ten aanzien van de mens? • Zijn hier voorbeelden van op hertenkampen? (Bron?)

31

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

8. Risico’s voor dierenwelzijn/diergezondheid

Risicofactor v2 Voedselopname Het Damhert heeft hypsodonte kiezen. Constatering: Hypsodontie komt voor bij zoogdieren die een vezel- of mineraalrijk plantaardig dieet volgen, zoals knaagdieren (vooral bevers), paarden en herten. (1) Bij Damherten slijten de kiezen af omdat ze veel vezelrijk materiaal eten. Ze moeten daarom voldoende ruwvoer eten; zgn. Maalkiezen. De kiezen van een Damhert worden afhankelijk van de leeftijd, van 10 mm maximaal tot 2 mm op latere leeftijd. In gevangenschap krijgen Damherten ruw en bijvoer. Het Damhert heeft alleen +/- 5mm voortanden on de onderkaak. In dit risicofactor wordt gesproken over hypsodonte kiezen (maalkiezen) die bij de Damhert nauwelijks bereikbaar zijn (zelfs onder verdoving), door de grootte van de mondingang en flexibiliteit van de wangen. Waar men zich niet in moet vergissen zijn hypsodonte tanden met een hoge kroon, een soms korte tandwortel en glazuur dat verder dan de tandvleeslijn gaat, zoals bij paarden, het Damhert hert heeft dit niet.

32

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

(1) In de bovenkaak ontbreken de snijtanden en bevindt zich op die plaats een harde slijmvliesrand. Hierdoor kan het voedsel niet glad worden afgebeten, maar wordt het afgescheurd. Bij vraat aan takken en twijgen is daarom geen 'afgesneden' vraatbeeld te zien, zoals bij Paard, hazen en konijnen, maar een rafelige rand.

Een wortel is qua dikte de maximale mondingang bij een Damhert De kiezen zijn nauwelijks bereikbaar door de grootte van de mondingang en flexibiliteit van de wangen.

Vragen: • Erkent men dat door de dagelijkse voeding van ruwvoer, de hypsodonte kiezen een groter, of zo u wilt, een ander slijtagebeeld geven dan in het wild levende Damhert? • Erkent men dat de bereikbaarheid, waarbij de kans op bijten en kauwen aanwezig is, van de kiezen en wangstructuur vrijwel onmogelijk is? • Erkent men dat dat de Damhert geen boven tanden heeft, maar slechts een kleine rij ondertanden en een slijmvliesrand als boven tanden? • Heeft men gedocumenteerde voorbeelden van bijtgedrag bij Damherten? (bron?) • Zijn er voorbeelden van verwondingen van bijtgedrag door Damherten? (bron?)

33

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

9. Risicofactor V3 / Foerageren

Toelichting risicofactor V3: Constatering: Ook deze risicofactor is op basis van het in het wild levende Damhert. Damherten op hertenkampen ed krijgen dagelijks en op gezette tijden zowel steunvoer, hooi en extra’s in de vorm van fruit en groente. Ook is er gras/weideland beschikbaar waarbij de dama zijn natuurlijke behoefte aan fourageren kan voortzetten. Daarnaast is zo nodig medisch ingrijpen mogelijk, wat uiteraard in het wild levende Damherten ontberen. Als uitgangspunt voor de zorg die dieren redelijkerwijs behoeven worden de Vijf Vrijheden gehanteerd. Dieren moeten, voor zover redelijkerwijs kan worden verlangd, in elk geval gevrijwaard zijn van: • Dorst, honger en onjuiste voeding; • Fysiek en fysiologisch ongerief; • Pijn, verwonding en ziektes; • Angst en chronische stress; • Beperking van hun natuurlijk gedrag Naast de Vijf Vrijheden die zijn benoemd in de Wet dieren, wordt in het beleid uitgegaan van het Five Domains model van David Mellor en collega’s (2020). In dit model wordt, naast de afwezigheid van negatief welzijn, gekeken naar de aanwezigheid van positief welzijn. Het Five Domains model vormt ook de basis voor de zes leidende principes voor een dierwaardige veehouderij, zoals door de RDA (2021) gedefinieerd. De principes voor een dierwaardige veehouderij zijn in het coalitieakkoord 2021-20255 omarmd.

34

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

Bron: “Intrinsiek belangrijk” Universiteit Utrecht, Centre for Sustainable Animal Stewardship 22-03-2022 in opdracht van L.N.V.

. • Erkent men dat ook deze (uw) stelling gebaseerd is op het in het wild voorkomende Damhert? • Mag men stellen dat Damherten op hertenkampen dagelijks voorzien worden van steun/ruwvoer etc. en voldoende hooi gebaseerd op het jaargetijde? • Zo niet, bron? • Kan men stellen dat frequent juist foerageren en vers water zo niet de belangrijkste taak is op een hertenkamp? • Erkent men dat er een signalering van ongemak bij de Damherten en tijdig medisch ingrijpen / goede gezondheid eerder door verzorgers opgemerkt wordt op een hertenkamp?

35

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

• Erkent men dat de mogelijkheid om een Damhert op een hertenkamp eerder te isoleren valt bij noodzakelijk medisch ingrijpen? • Zijn er voorbeelden dat op hertenkampen niet aan de zes leidende principes wordt gehouden of aangetast zijn? (bron?)

36

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

10. Ruimtegebruik / veiligheid / beschutting

Risicofactor R2 Toelichting risicofactor R2: De jongen van Damherten gebruiken een beschutte verstop plaats (Awasthi et al., 2016). Deze risicofactor is daarom van toepassing. Constatering: Bij Damherten,op hertenkampen bepalen de hindes wat voor hun jong de best beschutte plek is op de weide. Dit kan onder bladeren zijn, boomspiegels of tussen geprepareerde rotsen of (semi) aangebrachte natuurlijke elementen. De moeder zal al snel na de geboorte het kalf daar naar toe brengen. ‘s morgens en ‘s avonds brengt de moeder een bezoek aan het kalf voor verzorging en melk. In principe is het jong overdag alleen, maar wordt van afstand in de gaten gehouden door de kudde. Van bescherming door de bok is geen of nauwelijks sprake. Hierbij kan van geen risico sprake zijn, hooguit natuurlijk gedrag.

37

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

Females often become secretive and try to find hiding places prior to giving birth. The female usually gives birth during the daily period of least activity. The mother-fawn bond is established immediately after birth when she licks it clean. The mother does not rejoin the herd immediately after birth. The mother hides the fawn in dense bushes and only returns to nurse it (every 4 hours for the first 4 months) during the day. Rumination in the fawn does not begin until 2 to 3 weeks of age. The mother begins weaning the fawn when it is around 20 days old but weaning continues until the fawn is around 7 months old. After 3 to 4 weeks the mother and fawn rejoin a herd of females and their young. After approximately one year, the young are independent. [100]

Grzimek, B., ed. 1990. Grzimek's Animal Life Encyclopedia. Mammals I - IV. ed. Series. Grzimek, B. Vol. I-IV. New York: McGraw-Hill Publishing Company.

Vragen: • Kan men stellen dat een Damhert, door zijn aanpassingen op een hertenkamp de best beschutte plek voor het jong zal nemen? • Kan men stellen dat hertenkampen dermate ingericht zijn om zoveel mogelijk aan de “natuurlijke” omgeving te voldoen? • Kan men stellen dat hertenkampen specifiek zijn ingericht voor herten? • Zijn er aanwijzingen die ongemak of zelfs dood van Damherten kalveren door gevolg van roofdieren bij hertenkampen tot gevolg hebben?

38

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

11. Ruimtegebruik / veiligheid / vluchtreactie Risicofactor R3 Toelichting risicofactor R3: Het Damhert heeft een primaire vluchtreactie en kan hoog springen, hetgeen een gevaar oplevert in gevangenschap.(De Boer et al 2004) In bron: De Boer et al, 2004 wordt alleen gesproken over de vluchtafstand en niet de springhoogte. In deze studie is tevens vermeld : “Een zwak punt in onze resultaten over vluchtafstanden van Damherten is het lage aantal waarnemingen (vooral in het open veld). Dit lage aantal waarnemingen kan bijgedragen aan het resultaat dat we geen significant verschil vonden in Damhertenvluchtafstanden in open veld en gesloten vegetatie “ In dit rapport zijn metingen verricht op oppervlakten van 1250Ha tot 5000Ha. -Er is waargenomen dat Damherten capture myopathy kunnen ontwikkelen. (Blumstein et al., 2015) In Blumstein et al., 2015 worden voorbeelden aangehaald waarbij er met name naar het wilde Damhert gekeken wordt en waarbij gesproken wordt over jacht en het Damhert als prooidier. De basis van het onderzoek ging over de relatie tussen CM en Takotsubo Cardiomyopathy, een unieke vorm van “unique form of cardiomyop- athy occurs in individuals who seem to be experiencing the highest levels of acute stress”.

Ook in “Blumstein staat: “Bijvoorbeeld, bij zoogdieren individuen die vroegtijdig rechtstreeks worden blootgesteld aan roofdieren, of meer indirecte moederlijke effecten in verband met het leven in een risicovolle omgeving, volgen een heel ander een heel ander levenslooptraject dan individuen die opgroeien in een relatief veiliger omgeving. Als dergelijke vroege blootstelling dieren voorbereidt om snel te ontsnappen, bijvoorbeeld door energie toe te wijzen aan de ontwikkeling de van snelle spiervezels of een zeer actief sympathisch zenuwstelsel, kunnen zij de vatbaarheid voor de gevoeligheid voor CM verhogen. Als dat zo is, zijn de voordelen van vermindering van stress bij de moeder en in de vroege kinderjaren spanningen blijvende gevolgen hebben in termen van vermindering van de kans om later vatbaar te zijn voor Takotsubo cardiomyopathie.” (vert.) “Wij suggereren dat deze resultaten erop kunnen wijzen dat de vluchtrespons van Damherten afhangt van de mate van veiligheid die hun directe omgeving biedt en van hun gewenning aan menselijke aanwezigheid.” J M Recarte 1 , J P Vincent, A J Hewison 1998

39

Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert

Constatering Capture myopathie (CM) is een niet-infectieuze ziekte van wilde en gedomesticeerde dieren waarbij spierschade het gevolg is van extreme inspanning, strijd of stress. CM treedt vaak op als gevolg van chemische immobilisatie, vangst of transport, maar kan ook het gevolg zijn van andere natuurlijke oorzaken van stress. Hiervoor zijn echter strenge regels opgesteld door het NVWA. Onder de gestelde voorwaarden van NVWA is het verantwoord, in deze, Herten te vervoeren. Damherten zijn echter in de basis (na aankoop bij fokker of id) dermate gedomesticeerd, dat alhoewel verzet zal zijn bij het vangen uit de kudde of paddock, deze niet bij de juiste verdoving door de dierenarts zich of anderen schade doen oplopen. Ook na het gecertificeerde transport met de juiste bijgaande papieren en onder begeleiding van de dierenarts, zal het dier eerst op een (overdekte)beschutte plek geplaatst worden, waarna de dierenarts ontwakingsmiddel zal toedienen en vervolgens een medische keuring zal afleggen. Na het compleet bijkomen en in gezonde, rustige staat, zal zonder zicht op mensen de ruimte van de (overdekte)beschutte plek geopend worden, waarbij het dier de mogelijkheid heeft om zich te oriënteren en zonder enige vorm van dwang de weide te betreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/685/documents/23668