Toegezonden rapport van fractie VVD over Verweer op risicofactoren en dierenwelzijn Damhert - 2-2023.pdf
Tekst van het document
https://www.nvwa.nl/onderwerpen/vervoer-levende-dieren/documenten/export/veterinair/ks-documenten/werkvoorschriftenDierenwelzijn/k-lv-wlzvl-01-werkvoorschrift-welzijn-tijdens-vervoer-van-gewervelde-dieren-
• Wat zijn de gestelde eisen aan de oppervlakte van een hertenkamp? (bron?) • Is het bekend dat voor Damherten men een maximale vluchtafstand van 45 meter bepaald heeft? (de Boer et al. 2004) • Is het bekend dat er aanzienlijk strengere regels aan vervoer en dus het ondervangen van stress gesteld worden bij Damherten voor hertenkampen, dan het transport van herten als productiedieren? • Heeft een hert wat bedoeld is voor de slacht minder stress of een andere primaire vluchtreactie? (bron?) • Van de in het wild levende Damherten mag men aannemen, mede door de afwezigheid van “natuurlijke vijanden”, dat deze een ander soort reactie zullen hebben, dan het Damhert, dat feitelijk alleen bekend is met zijn verzorgers en verder geen natuurlijke vijanden heeft. Bent u het hier mee eens? • Blumstein Erkent dat “individuen die vroegtijdig rechtstreeks worden blootgesteld aan roofdieren, of meer indirecte moederlijke effecten in verband met het leven in een risicovolle omgeving, volgen een heel ander een heel ander levenslooptraject dan individuen die opgroeien in een relatief veiliger omgeving. “ Waardoor de ontwikkeling van CM minder vatbaar is. Bent u het hier mee eens? 40
Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert
12. Sociaal gedrag Risicofactor S2
Volwassen mannetjes zijn gewoonlijk solitair. Aan het eind van de zomermaanden kunnen zij echter kleine vrijgezellengroepen van minder dan 6 vormen en zich tegen het begin van de herfst, het begin van de bronst, bij de vrouwtjesgroepen voegen. In de eindfase van de bronst vormen de mannetjes kleinere vrijgezellengroepen, terwijl de vrouwtjes, kalveren en jaarlingen in grotere groepen van 7 tot 14 blijven. De kleinste vrouwelijke kuddes worden gevonden tijdens de bronsttijd. Damherten zijn voornamelijk 's nachts actief en vertonen piekperioden in de schemering en de ochtend. Ze leiden een schuw en teruggetrokken bestaan in de bossen. In het algemeen zijn herten alerter in open gebieden of in kleinere groepen; vrouwtjes zijn meestal alerter dan mannetjes, vooral wanneer hun jongen aanwezig zijn. Afhankelijk van de voortplantingsstatus en de kwaliteit van het dieet besteden Damherten het grootste deel van hun tijd aan eten, rusten en bewegen. Damhert tillen hun poten hoger op dan alle andere soorten wanneer ze draven. Ze springen met alle vier de poten in de lucht en dragen hun staart rechtop bij het vluchten. (Feldhamer et al. 1998; Grizmek 1990; Nowak 1999).
41
Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert
• Zijn er voorbeelden van Aggregatie’s van 200 Damhert individuen op hertenkampen? (bron?) • Zijn er voorbeelden van instabiele bachelor- groepen op hertenkampen? (bron?) • Over hoeveel bachelors hebben wij het dan? • Komen deze hoeveelheden in dezelfde aantallen voor op hertenkampen? (bron?) • Zijn er voorbeelden van dominante situaties op hertenkampen, zoals gesteld als risicofactor, die een gevaar voor verzorgers hetzij bezoekers hebben opgeleverd? (bron?) • In Jennings et al, e.a. wordt gesproken over mannetjes die zich afzijdig houden van de vrouwtjesgroepen (eigen territorium). Waar is het gevaar dan op gebaseerd in basis tot de mens? (bron?)
42
Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert
13. Dierenwelzijn Vrijheid onder controleerbare omstandigheden De Canadees David Fraser beschrijft in een artikel 'Understanding animal welfare' (2008) dat in debatten verschillende mensen verschillende zorgen over dierenwelzijn aan de orde stellen. Daarbij legt de een meer nadruk op diergezondheid (vrij van pijn en verwondingen), de ander op natuurlijk gedrag en de beschikbaarheid van een natuurlijke omgeving om in te leven en weer een ander op de emotionele status (gemoedstoestand) van het dier (plezier en de afwezigheid van pijn en stress). Tussen deze drie begrippen is sprake van overlap. De begrippen komen grotendeels overeen met de vijf vrijheden van Brambell, maar framen het begrip dierenwelzijn net op een andere manier. In schema kan het begrip dierenwelzijn volgens Fraser als volgt worden geduid: In dit schema is sprake van goed welzijn als een dier gezond is, zijn natuurlijk gedrag kan uitoefenen (bij voorkeur in een natuurlijke leefomgeving) én het dier een positieve emotionele status ervaart. Tussen deze drie is sprake van nauwe samenhang. Het kunnen vertonen van natuurlijk gedrag draagt in zijn algemeenheid bij aan gezondheid en een positieve emotionele status. Een positieve emotionele status zorgt ervoor dat je weerbaarder bent bij ziekten en een gezond lichaam zorgt ervoor dat je natuurlijk gedrag kan uitoefenen, als je daar de ruimte voor krijgt.
De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) heeft begin 2013 een aangescherpte definitie van dierenwelzijn geformuleerd in het rapport 'Zorgplicht natuurlijk gewogen'. Reden hiervoor is dat de Vijf Vrijheden er op zijn gericht om de welzijnsaantasting van individuele dieren die onder controleerbare omstandigheden worden gehouden, te kunnen inschatten. Ze gaan er vooral van uit dat het waarborgen van dierenwelzijn de afwezigheid van 'negatieve' toestanden vereist. De Vijf Vrijheden bieden weinig handvatten om het welzijn van groepen van dieren te beoordelen, en om het welzijn van dieren in de vrije natuur (onder niet controleerbare omstandigheden) te beoordelen. De RDA stelt daarom een nieuwe definitie van dierenwelzijn voor, gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten: Een dier verkeert in een positieve staat van welzijn indien het in staat is om adequaat te reageren op: • honger, dorst en onjuiste voeding 43
Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert
• • • •
thermaal en fysiek ongemak verwondingen en ziekten angst en chronische stress en het de vrijheid heeft om normale, soortspecifieke gedragspatronen te vertonen, die het dier in staat stellen om zich aan te passen aan de uitdagingen die de heersende omgevingsomstandigheden bieden, zodat het dier een staat bereikt die het als positief ervaart.
In het kader van de definitie, zoals opgesteld door de RDA, de volgende vragen: honger, dorst en onjuiste voeding: • Zijn er voorbeelden van honger, dorst of onjuiste voeding op hertenkampen (bron?) thermaal en fysiek ongemak: • Zijn er voorbeelden van thermaal of fysiek ongemak geconstateerd? (bron?) verwondingen en ziekten: • Zijn er voorbeelden van verwondingen en ziekten zoals bedoeld door de RDA? angst en chronische stress • Zijn er voorbeelden van angst en chronische stress bij Damherten op een hertenkamp? ..En het de vrijheid heeft om normale, soortspecifieke gedragspatronen te vertonen, die het dier in staat stellen om zich aan te passen aan de uitdagingen die de heersende omgevingsomstandigheden bieden, zodat het dier een staat bereikt die het als positief ervaart. •
Zijn er voorbeelden op Hertenkampen waarbij het Damhert zich niet of nauwelijks kan aanpassen en de uitdagingen, zoals bedoeld door de RDA, hierdoor een nonpositieve ervaring heeft tijdens het verblijf op een hertenkamp. (bron?)
44
Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert
14. Conclusie van het verweer De conclusie kan alleen sluitend gemaakt worden na de beantwoording van de gestelde vragen. Echter mag men tot zover, vanuit dit verweer concluderen, dat het stoppen van Damherten als productiedieren wat leidt tot een uitsterving van deze soort op hertenkampen, onnatuurlijk en ongefundeerd is op basis van de gestelde onderzoekgegevens. Ook de Stelling tijdens het commissiedebat door Dhr. Adema en de uitspraken mogen over het algemeen subjectief genoemd worden. In het betoog zijn geen sluitende gronden genoemd en zijn de vergelijkingen gebaseerd op in het wild levende herten. Ook is de situatie op hertenkampen, gefundeerd, niet als vergelijking meegenomen. Daarnaast kan men over de bronnen die gesteld zijn, vraagtekens zetten bij de vergelijkbaarheid in relatie tot hertenkampen in Nederland, of zo u wilt, het houden van herten in gevangenschap. Het vergelijken van wilde dieren op een ander continent met hun specifieke zoönosen kan men niet terugkoppelen op een Damhert in een ander klimaat, medische verzorging en in een omgeving met zijn specifieke invloeden. Daarnaast zijn er geen onderzoekgegevens geraadpleegd of voorhanden, die het welzijn of het gebrek aan welzijn van Damherten op hertenkampen in beeld brengt. Wel kan men stellen dat door de dagelijkse verzorging, voor dieren op hertenkampen c.q.
dierenweides eerder en tijdiger medische zorg verleend kan worden. In het onderzoeksrapport is letselschade als risicofactor aangemeten. Ook hier is van het in het wild levende Damhert uitgegaan en zijn natuurlijke gedrag in het wild. En alhoewel er geen voorbeelden van letsel door het Damhert zijn aangedragen, zijn er klaarblijkelijk alleen gevallen bekend door ondeskundig hanteren en het benaderen van herten in het wild. Daartegenover zijn er wel gevallen bekend bij wilde Damherten bij het betreden tijdens de bronstperiode van verboden “reservaten”, het tussenbeide komen tijdens paring en het uit elkaar willen halen van sparrende Damhert bokken. Deze manier van ondeskundig handelen is een aanwijsbare en opzettelijke benadering door de mens en zou ook kunnen gelden bij andere dieren en/ of mensen. Er zijn geen gevallen bekend of aangedragen waar het gaat om het Damhert op hertenkampen. Ook zijn hier geen wetenschappelijke onderzoeken naar gedaan. De grondslag om het Damhert op hertenkampen als risicovol te bestempelen, is dus ongefundeerd. Hier moet bij in ogenschouw genomen worden dat er zich al 300 jaar hertenkampen in Nederland zijn, waarbij verzorgers of beheerders met hun ervaring en deskundigheid deze dieren in juiste dierenwelzijn te kunnen houden en verzorgen. Door de reden, geopperd door Dhr.
Adema; “daarom moeten hertenkampen sluiten”, is er geen grondslag naar boven gekomen of door Dhr. Adema toegelicht. Deze kan dus, zonder verdere onderbouwing, als subjectief en vanuit persoonlijk oogpunt beoordeeld of gezien worden. 45
Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert
De toetsing en de grondslagen die door Dhr. Adema geopperd zijn, zijn niet vergelijken, en konden ook niet vergeleken worden met het dierenwelzijn (als noemer) op hertenkampen. Simpelweg omdat hier verder geen onderzoek naar gedaan is. Van een objectieve, onpartijdige vergelijking is dus geen sprake. Waar het gaat om in een vergelijking, zal eerst het dierenwelzijn op hertenkampen in beeld gebracht moeten worden. Op basis van de feiten die in dit verweer staan, hebben wij geprobeerd een objectief beeld te vormen over de gestelde risicofactoren. Vanuit wetenschappelijk oogpunt waren er feitelijk alleen buitenlandse bronnen met uitzondering van: De Boer et al, 2004. Het probleem met de buitenlandse bronnen waren de overeenkomsten en de wetenschappelijke ervaringen cq toetsingen die op andere continenten hadden plaatsgevonden en op een andere schaal. Onderzoekmethoden die in Nederland niet mogelijk zouden zijn door verschil in oppervlakten of niet gebaseerd op de hertenkampen of domesticatie die wij in Nederland kennen. Er moest geconcludeerd worden dat alhoewel de gestelde bronvermeldingen over het algemeen klopten, er ook delen uit een (bron)tekst gehaald waren waarbij het gerelateerde stuk geciteerd werd, wat alleen in een bepaalde samenhang relevant had zou kunnen zijn.
Resumé Op basis van het onderzoeksrapport en zijn gestelde risicofactoren zijn er geen gronden die het “uitsterfbeleid” of fokverbod van het Damhert rechtvaardigen. De mening van de Minister en de weerleggingen op de wetenschappelijke bronnen, geeft een kwalificatie van een ver van natuurlijk gedrag binnen een roedel en aantasting van het dierenwelzijn . In deze verweer is het emotionele aspect ten aanzien van het houden en de positieve beleving van herten op hertenkampen niet meegenomen. Hiervoor zijn de landelijke petities bedoeld. Ook de vraagtekens die men kan zetten bij het dierenwelzijn van varkens, kippen en koeien als productiedier ten opzichte van het Damhert in gecontroleerde omgeving, is buiten het verweer gebleven. Wat de praktijk wel aantoont is het belang van educatie, positieve gevoelens en de algemene bewondering voor het Damhert hert en zijn historie, waardoor honderdduizenden bezoekers en scholen, ieder jaar hertenkampen of dierenweides bezoeken.
J.W. van Holland Beheerder Dierenweide Julianapark, Utrecht
46
Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert
Bronnenlijst: Pagina Nummer Bron: 20
1
(https://dier-en-natuur.infonu.nl/dieren/112704-wilde-dieren-wild-of-tam.html)
21
1
(Carlos A. Driscoll, David W. Macdonald, & Stephen J. O'Brien. (2009). From wild animals to domestic pets, an evolutionary view of domestication. Proceedings of the National Academy of Sciences - PNAS, 106(Supplement_1), 9971-9978. ) https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_domesticated_animals: ("The Story of the Fallow Deer: An Exotic Aspect of British Globalisation". Environmental History. November 13, 2014. Retrieved 12 July 2020. ) ("The Story of the Fallow Deer: An Exotic Aspect of British Globalisation". Environmental History. November 13, 2014. Retrieved 12 July 2020. ) (https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_domesticated_animals) (https://www.britannica.com/animal/pet)
2 3 4 5
23
1
( https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11288522/) (De Lisle G.W., Mackintosh C.G., Bengis R.G., Mycobacterium bovis in free-living and captive wildlife, including farmed deer, Rev. Sci. Tech. Off. Int. Epizoot. 20 (2001) 86–111.
24
1
Acta Vet Scand 2016 Apr 27;58:26. doi: 10.1186/s13028-016-0209-4. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27121001/
26
1
https://www.msudeer.msstate.edu/antlers.php
27
1
https://www.worldatlas.com/animals/10-animals-that-kill-the-most-humans.html https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_deadliest_animals_to_humans https://www.farandwide.com/s/most-dangerous-animals-on-earth-de96b3ac3a844ad9
28
1 2 3 4
https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/Damhert https://www.sciencedaily.com/releases/2013/01/130130111920.htm https://www.britannica.com/science/aggressive-behaviour https://worlddeer.org/fallow-deer/
29
1
(Feldhamer et al. 1998; Grizmek 1990; Nowak 1999).
30
1 2
(https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15523621/ ) https://animaldiversity.org/accounts/Dama_dama/
32
1
https://www.over-reeen.nl/samenleven/waarnemen/leeftijd-bepalen
33
1
https://www.over-reeen.nl/het-ree/lichaam/gebit https://nl.wikipedia.org/wiki/Hypsodontie
34
Zie pagina
35
“Intrinsiek belangrijk” Universiteit Utrecht, Centre for Sustainable Animal Stewardship 22-03-2022 in opdracht van L.N.V.
38
Grzimek, B., ed. 1990. Grzimek's Animal Life Encyclopedia. Mammals I - IV. ed. Series. Grzimek, B. Vol. I-IV. New York: McGraw-Hill Publishing Company.
39
De Boer et al, 2004 Blumstein et al., 2015 J M Recarte 1 , J P Vincent, A J Hewison 1998
40
https://www.nvwa.nl/onderwerpen/vervoer-levende-dieren/documenten/export/ veterinair/ks-documenten/werkvoorschriften-Dierenwelzijn/k-lv-wlzvl-01werkvoorschrift-welzijn-tijdens-vervoer-van-gewervelde-dieren-
47
Verweer op gestelde risicofactoren en dierenwelzijn Damhert
41
(Feldhamer et al. 1998; Grizmek 1990; Nowak 1999).
43
Zie pagina
De Boer, H. Y., Van Breukelen, L., Hootsmans, M. J. M., Van Wieren, S. E. (2004). Flight distance in roe deer Capreolus capreolus and fallow deer Damhert as related to hunting and other factors. https://doi.org/10.2981/wlb.2004.007 Ohl & van der Staay (juni, 2011). Animal welfare: At the interface between science and society, June 2011The Veterinary Journal 192(1):13-9 en het daarop gebaseerde standpunt faculteit Diergeneeskunde m.b.t. dierenwelzijn). RVO. (2022, juli). 1 Zoogdieren beoordeeld: Het biologisch fundament voor de Huis- en Hobbydierenlijst zoogdieren. www.rvo.n. Geraadpleegd op 19 januari 2023, van ttps://www.rvo.nl/sites/default/files/2022-07/Advies_Adviescollege_huis-_ en_hobbydierenlijst_Zoogdieren.pdf
J.W. van Holland Dierenweide Julianapark, Utrecht P/a Julianaparklaan 1500 3553 HK Utrecht info@dierenweidejulianapark.nl 06-41465275
48