CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen Jaarstukken 2020.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 22 juni 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 6: Vaststellen Jaarstukken 2020 - Raadsvoorstel4.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

Contactpersoon Mevr. E.A. Edelschaap Dhr. S.W. Goud

Van

Cluster Versterking Bestuur en Organisatie

T 078 770 4198

Aan

Griffie

E ea.edelschaap@dordrecht.nl

Datum

1 juni 2021

Kenmerk Betreft

Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2020

SP Wethouder Burggraaf 1

Het jaarrekeningresultaat van € 19,8 miljoen is het verschil tussen het eindresultaat en de 2e verzamelwijzing. Tussen de 2e verzamelwijziging en de primitieve begroting zit nog een voordeel van € 4,2 miljoen. De uitkomst wijkt dus € 24,1 miljoen af van de primitieve begroting. Is het mogelijk om voortaan dan € 24,1 miljoen te verklaren. Nu moet je voor een totaalbeeld ook nog kijken in de bestuursrapportage (ook weer zo’n lastig web-document) en de 2e verzamelwijziging. Dit geldt ook voor de op blz. 208 e.v. opgenomen analyse.

In artikel 28 van het Besluit Begroting en Verantwoording gemeentes en provincies (BBV) is opgenomen dat de toelichting op het overzicht van baten en lasten een analyse bevat tussen begroting na wijziging en werkelijk. Wij volgen derhalve de voorgeschreven lijn. Na het vaststellen van de primitieve begroting in november in jaar t-1 vinden overigens niet enkel wijzigingen plaats bij de verzamelwijzigingen en bestuursrapportage. Maar ook alle separate begrotingswijzigingen zonder dekking bij raadsvoorstellen hebben impact.

Wethouder Burggraaf 2

1

De grootste meevaller in 2020 is de budgetoverhevelingen. Dit betekent toch dat de uitgaven later dan verwacht (2020) plaatsvinden? Dus eigenlijk geen vrij te besteden bedrag, want het zal in 2021 of later nodig zijn als de activiteiten alsnog worden uitgevoerd. Of werkt dit anders?

Dit is op webpagina 202 opgenomen. Het resultaat bedraagt € 26,5 en is het verschil tussen begroot en werkelijk. Middels vaststelling van het voorstel budgetoverhevelingen worden budgetten overgeheveld om voorgenomen activiteiten c.q. plannen of prestaties, die niet (geheel) konden worden gerealiseerd in begrotingsjaar 2020, alsnog te realiseren in begrotingsjaar 2021. Wanneer we de budgetoverhevelingen van 2020 naar 2021 ad € 8,4 verrekenen met het eerdergenoemde resultaat, resteert een netto resultaat van afgerond 18,0 miljoen.

Kenmerk Datum

1 juni 2021

Wethouder Sleeking 3

Er is in totaal € 38 miljoen uitgegeven aan overhead. Kan voortaan worden aangegeven wat hiervan het aandeel communicatie is en op welke producten deze kosten dan betrekking hebben net zoals dat op blz. 256 gebeurt voor de bestuurskosten?

Deze indeling is door de raad vastgesteld bij de invoering van het nieuwe BBV, waarin een verplichte overheadparagraaf is vastgelegd. In het kader van de transitie van de GRD bereiden wij een voorstel voor om de toelichting van het onderdeel overhead uit te breiden, ook voor bijvoorbeeld een specificatie van ICT kosten. Wij zullen uw verzoek daarin meenemen en t.z.t. een voorstel aan de raad voorleggen. Dit zal in de loop van 2022 (na de transitie) vorm krijgen en kan in een aangepaste nota Kiezen, Sturen, Verantwoorden, die na de verkiezingen door een nieuwe raad wordt vastgesteld, worden opgenomen. Wat betreft "communicatiekosten" is het lastig de kosten goed af te bakenen, omdat dit een breed begrip is. Communicatiekosten die direct aan een programma of taakveld zijn verbonden worden daar verantwoord en maken geen onderdeel uit van de overhead (bijvoorbeeld een uitnodigingsbrief voor een verlopen paspoort). Onder overhead vallen wel de bijdragen aan de huidige GRD voor communicatiemedewerkers. De bijdrage in het basis- en pluspakket dat door het SCD wordt geleverd bedraagt ongeveer € 2,2 miljoen inclusief 0,2 miljoen voor afgesloten dienstverleningsovereenkomsten per jaar. Daarnaast zijn binnen de overhead drukwerk en frankeerkosten opgenomen voor algemeen communicatiemateriaal.

Het is op dit moment moeilijk aan te geven hoeveel dit is, omdat dit niet specifiek geadministreerd wordt. Meer informatie is opgenomen in de Jaarstukken 2020 onder de paragraaf organisatieontwikkeling & bedrijfsvoering.

Wethouder Burggraaf 4

2

Op blz. 119 staat: Met € 703 neemt Dordrecht in 2020, in vergelijking met de 40 grote gemeenten, de achtste plek in – waar we twee plekken stijgen ten opzichte van 2019. In 32 van de grote gemeenten liggen de lokale lasten dus hoger dan in Dordrecht. Dit is een vergelijking op basis van eigen woningbezit. Kan deze vergelijking voortaan worden uitgebreid met die voor de woonlasten voor huurders? Dat geldt ook op de ander P&C documenten waar de vergelijking wordt gebruikt.

Middels de art. 9, 10 en 24 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is vastgelegd dat de paragrafen van de begroting en de jaarstukken een aanduiding van de lastendruk dient te bevatten. De recent gepubliceerde notitie Lokale heffingen van de commissie BBV specificeert dit: "De woonlasten omvatten het totaal van de gemiddelde aanslag onroerendezaakbelasting eigenaar woningen (OZB), de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor meerpersoonshuishoudens". Wij volgen dus de voorgeschreven lijn. Omdat niet ieder huishouden en belastingplichtige hetzelfde is, nemen we in de paragrafen altijd een link op naar de COELO-gids zodat nagekeken kan worden welke individuele situatie van toepassing is.

Kenmerk Datum

1 juni 2021

Indien er bij de meerderheid van de raad andere wensen zijn, dan stellen we voor deze via de Auditcommissie en/of via het traject Kiezen, Sturen en Verantwoorden in beeld te brengen zodat het college hieromtrent keuzes kan maken en een voorstel kan doen. Wethouder Burggraaf 5

Er is een onderhoudsvoorziening Sportboulevard van ruim € 1,5 miljoen (blz. 194). Is deze voorziening nog steeds gebaseerd op de looptijd van het contract met de huidige exploitant (2030) en niet op de totale looptijd van de voorziening (2050)? Als dit inderdaad zo is wat had de stand van de voorziening eind 2020 dan moeten zijn uitgaande van de totale looptijd van de voorziening?

Ja, dat is correct; de voorziening is nog steeds gebaseerd op de looptijd van het contract met de huidige exploitant. Voor uw vraag wat de stand van de voorziening had moeten zijn wanneer een looptijd tot 2050 in aanmerking zou zijn genomen, verwijs ik u naar de technische vraag over de voorziening sportboulevard en de beantwoording hiervan bij het vaststellen van de nota Reserves en voorzieningen 2021.

Wethouder Burggraaf 6

Klopt het dat er geen geld gereserveerd wordt voor vervanging van de accommodaties op de Sportboulevard? Is dit niet nodig om in 2050 deze vervanging te kunnen realiseren of wordt de vervanging op een andere wijze financieel geregeld, hoe dan?

De accommodatie Sportboulevard is gefinancierd vanuit de reserve SI en wordt in 40 jaar volledig afgeschreven. In de periode voorafgaand aan het jaar 2050 zal de raad opnieuw voor de keuze van een vervolg op de exploitatie van de sportboulevard staan. Op grond van de staat van het vastgoed zullen hiertoe naar verwachting levensduurverlengende investeringen in het vastgoed ter dekking worden voorgelegd. Voor vervangingen in de accommodatie zoals opgenomen in het MJOP verwijs ik u naar het raadsvoorstel optimalisatie Sportboulevard en de beantwoording van de technische vragen bij het vaststellen van de nota Reserves en voorzieningen 2021 (zie ook de beantwoording vraag 5).

Wethouder Burggraaf 7

3

Op blz. 216 staat als lagere OZB opbrengst niet-woningen € 321.000. Volgens blz. 114 wordt dit voor € 200.000 veroorzaakt door de eigenaren en voor € 121.000 door de gebruikers. Wat is de reden van de tegenvaller en heeft het structurele gevolgen? Dit roept meteen een meer algemene vraag op. Regelmatig lezen we dat iets mee of tegenvalt, maar de reden ervan ontbreekt dan. Kan de reden van de afwijking voortaan altijd worden vermeld?

We streven ernaar de opbrengst per OZB-component zo getrouw mogelijk te schatten en tussentijds bij te stellen. Toch kan de jaarlijkse, werkelijke OZBopbrengst afwijken van de ramingen omdat:  we niet op basis van iedere mutatie in de geraamde WOZ-waarden de OZBopbrengst aanpassen in de begroting. De geraamde WOZ-waarden bevatten steeds het bestaande areaal (inclusief gerealiseerde areaalmutaties) uit de CBSbeschikking die wij ontvangen. Daarnaast vinden nog aanvullende ramingen plaats vanwege het tijdsverschil tussen het opstellen van beschikking en de begroting. De effecten op de OZB-opbrengsten kunnen tussentijds in de begroting worden verwerkt op een beperkt aantal momenten in het jaar, zoals bijvoorbeeld de bestuursrapportage. Er kan zich uiteraard altijd, nog later in het jaar, een afwijking voordoen, bijvoorbeeld door bezwaren.

Kenmerk Datum

1 juni 2021

  

nieuwbouw of wijziging, bijvoorbeeld sloop of leegstand, van grote fiscale objecten een grotere impact heeft op de belastingopbrengsten. gedurende drie jaar voor een bepaald belastingjaar nog aanslagen kunnen worden verzonden. leegstand van courante niet-woningen een ingewikkelde materie is bij vastgoedwaarderingen.

Op het totaal van de gerealiseerde OZB-opbrengst ad € 24,4 miljoen is nu sprake van marginale verschillen in de Jaarstukken 2020. We actualiseren jaarlijks de tariefberekening op basis van de door de raad gewenste OZB-opbrengsten. Afwijkingen in jaar t hoeven daardoor niet op te treden vanaf jaar t+1. Wethouder Burggraaf 8

Prima om de P&C stukken op een website te zetten, maar voor het echt kunnen lezen van de informatie werkt dit niet handig. Vaak zijn tabellen niet zodanig op je scherm te projecteren dat de tekst links nog zichtbaar is bij het meest rechtse bedrag. Ook kan je niet zoals in een pdf er een aantekening bij zetten of een stukje tekst markeren met een kleurtje, etc. Je bent nu veel tijd kwijt met bladeren, zoeken, weer terugzoeken en het dan niet meer kunnen vinden. Dat is geen taak voor raads- en commissieleden! Daarom het verzoek om voor de raad voortaan van alle P&C stukken een pdf te verstrekken.

Er is eerder door de raad gekozen om een website op te leveren en af te zien van het drukken van een boekwerk. Indien er bij de meerderheid van de raad andere wensen zijn, dan stellen we voor deze via de Auditcommissie en/of via het traject Kiezen, Sturen en Verantwoorden in beeld te brengen zodat het college hieromtrent keuzes kan maken en een voorstel kan doen.

Wethouder Burggraaf 9

4

Verder scheelt het veel zoekwerk als relevante zaken bij elkaar geplaatst kunnen worden. Zo zouden wij graag zien dat bij de verantwoording van het beleid (beginnend op blz. 23) per programma ook meteen de toelichting (begint nu op blz. 208) wordt opgenomen. Kan hier voortaan, ook in andere P&C documenten, aan worden voldaan?

De opstelling van de begroting en de jaarstukken hebben een strak voorgeschreven opstellingen vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Het beleidsdeel vanaf pag. 23 met de doelstellingen en activiteiten behoort tot het verslagdeel van de jaarstukken en de financiële analyses (vanaf pag. 208) moeten in het rekeningdeel worden opgenomen. Het is dus niet mogelijk deze bij elkaar te zetten. Bij de bestuursrapportage zijn beide wel bij elkaar geplaatst omdat dit document vormvrij is.

Kenmerk Datum

1 juni 2021

GROENLINKS Wethouder Burggraaf 10

Financiële positie Grondexploitatie. De tekst op p. 13 is voor ons volkomen onbegrijpelijk. Kan die in voor leken begrijpelijke tekst worden omgezet?

Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de waarde van de grondpositie is ten opzichte van de totaal gerealiseerde baten. Voor de ratio grondexploitatie geldt dat hoe lager deze is, des te beter. Dit betekent dat risico's voor een groot deel zijn afgedekt of voorzien. Volgens het gemeenschappelijk financieel toezichtskader (GTK) is een ratio grondexploitatie < 20% het minst risicovol te noemen. Het percentage voor Dordrecht bij de Jaarstukken 2020 bedraagt 5% en behoort daarmee tot het minst risicovol.

Wethouder Burggraaf 11

Samenwerkend en verbindend p. 26: doelstelling 1. (Geven van ruimte aan initiatieven vanuit de samenleving). Uit de verantwoording blijkt dat er nog geen financiële aanvragen voor het initiatievenfonds zijn goedgekeurd. Het fonds is er, maar er wordt kennelijk nog geen gebruik gemaakt of er kan nog geen gebruik van worden gemaakt. Toch staat er een groen vinkje bij. Waarom?

De reden dat er een 'groen vinkje' bij deze activiteit staat is in feite tweeledig. Het initiatievenfonds is ten eerste naar aanleiding van een beleidswens uit de Kadernota 2020 opgesteld en gerealiseerd. Dit was het doel van de beschreven activiteit voor 2020. Daarnaast zijn er – zoals uit de verantwoordingstekst blijkt – aanvragen voor het fonds binnengekomen, die na begeleiding door de gemeente hebben geleid tot andere subsidieregelingen omdat die beter passend waren. Door het bestaan van het fonds en de begeleiding die hierop volgde, hebben zij zo wel een impuls gekregen. Dat de financiële inhoud van het fonds in 2020 nog niet is benut, maakt hier geen direct oordeel uit in een groen, oranje of rood symbool. Immers, het fonds is opgezet voor de periode 2020-2022 waarbij het doel is dan 10-20 waardevolle initiatieven een impuls te geven.

Wethouder Van der Linden, Burggraaf en Sleeking 12

Samenwerkend en verbindend p. 29: doelstelling 4. (Dordrecht functioneert als centrumstad). Welke samenwerking met Zwijndrecht voor de Spoorzone is er concreet? Is er echt afstemming, of ontwikkelen beide gemeenten een eigen programma en gaan later voor uitvoering naast elkaar leggen?

Dordrecht en Zwijndrecht werken samen in de spoorzone via de ambtelijke werkgroep en de stuurgroep spoorzone. Hierin nemen Dordrecht en Zwijndrecht het voortouw in de ontwikkelingen van de gezamenlijke elementen in de spoorzone. Natuurlijk hebben de gemeenten ook eigen verantwoordelijkheden op het gebied van woningbouw, economie en bereikbaar. Voor de gezamenlijke elementen wordt samengewerkt, afgestemd en dus niet een eigen programma gemaakt en later naast elkaar gelegd.

Wethouder Stam en Sleeking 13

5

Groen en ruimtelijk p. 45: doelstelling 1. Creëren balans tussen vraag en aanbod van woningen). Is aan te geven hoeveel starters het afgelopen jaar een woning hebben gekocht en hoe dat verdeeld is tussen bestaande woningen, nieuwbouw een-persoonswoningen en nieuwbouw overig?

Het is technisch mogelijk dit aan te geven. Echter is hier dan wel aanvullend onderzoek voor nodig. Als voorbeeld voor een dergelijk onderzoek voegen we het verhuisketenonderzoek Valkhorst toe (2 bijlagen). Om stadsbreed in kaart te brengen hoeveel starters in Dordrecht afgelopen jaar een woning gekocht hebben en hoe dat verdeeld is over het type woning, vergt dus nogal een omvangrijk onderzoek.

Kenmerk Datum

1 juni 2021

Landelijk zien we een aantal trends die ook op Dordrecht van toepassing zijn. Zo is bijvoorbeeld de overdrachtsbelasting voor starters (onder bepaalde voorwaarden zoals een leeftijdsgrens en een aankoopprijs) afgeschaft. Dit lijkt landelijk een positief effect te hebben voor de koopstarter als dit vergeleken wordt met bijvoorbeeld het eerste kwartaal van 2020. "De 35-minners stelden eind 2020 de eigendomsoverdracht uit naar het 1e kwartaal van 2021. Dit zorgde ervoor dat 61% van alle woningtransacties in dit kwartaal door hen zijn aangekocht. In het 1ste kwartaal van 2020 was dat nog geen 45%" (Kadaster, 2021). Ook op lokaal niveau stimuleren we koopstarters een woning te kopen middels de starterslening die vanaf 1 januari 2021 van kracht is. Er zijn inmiddels 15 aanvragen binnengekomen. Hiervan zijn er zes toegekend, drie afgewezen en zijn er zes in behandeling. Wethouder Stam en Van der Linden 14

Groen en ruimtelijk p.48: doelstelling 4. (Openbare ruimte is van iedere Dordtenaar). Is er iets te zeggen over de feitelijke reductie of toename van zwerfvuil?

De hoeveelheid zwerfafval is stabiel; 2.879 ton in 2019 en 2.931 ton in 2020. De gemeten beeldkwaliteit bleef in 2020 binnen de normen. Bij 22% van de metingen was er sprake van beeldkwaliteit A of A+ en bij 76% van de metingen was er sprake van beeldkwaliteit B. Slechts bij 2% van de metingen was het met beeldkwaliteit C onvoldoende schoon. Zie ook bijgaande rapportage over heel 2020.

Wethouder Stam, Burggraaf, Sleeking en Van der Linden 15

Groen en ruimtelijk p. 50: doelstelling 6 (Ontwikkeling met en in de natuur). Kan nader worden toegelicht welke concrete invulling tot nu toe aan natuurinclusief bouwen wordt gegeven en op welke wijze dat wordt bevorderd?

De concrete invulling van natuurinclusief bouwen vindt plaats op twee niveaus, namelijk het uitwerken van een plan voor natuurinclusief bouwen en het stimuleren van kansen voor natuurinclusieve bouw. We werken intern aan een plan van aanpak met de groep van stedenbouwkundigen. Dit is een uitwerking van de doelen uit de Omgevingsvisie 1.0 (stimuleren biodiversiteit). Dit moet antwoord geven op de vraag hoe we borgen dat natuurinclusief ontwerpen en bouwen wordt toegepast (procesafspraken), hoeveel en welke maatregelen we afspreken per type ontwikkeling, en hoe geborgd wordt dat voorzieningen voor flora en fauna duurzaam in stand wordt gehouden. Het stimuleren van natuurinclusief bouwen regelen we in de aankomende projecten. We bevelen aan om in elk project maatregelen te nemen die de biodiversiteit bevorderen. Concrete voorbeelden van projecten waar we de biodiversiteit stimuleren zijn Spuiboulevard, Amstelwijck-Midden, Gezondheidspark en een aantal kleinere projecten. Het lukt nog niet om bij alle ruimtelijke projecten natuurinclusief bouwen en ontwerpen goed onder de aandacht te brengen. Daarbij speelt ook dat de projecten geen budget hebben om natuurinclusieve maatregelen uit te voeren.

6

Kenmerk Datum

1 juni 2021

Wethouder Burggraaf 16

Lerend en ondernemend p. 67: doelstelling 2 (Aantrekken bedrijven en banen). We bevorderen bedrijvigheid die past in een circulaire economie. Bij de verantwoording wordt aangegeven dat er in 2021 MEER aandacht komt voor nieuw te vestigen circulaire bedrijven. Wat is er in 2020 gedaan aan het aantrekken van dit type bedrijven?

We hebben voor het bestaande bedrijfsleven onder andere gesprekstafels georganiseerd voor de sectoren bouw en infra. Wat betreft aantrekken van circulaire bedrijven hebben we gesprekken gevoerd met een bedrijf dat actief is in de betonsector. Dit naar aanleiding van het onderzoek Circulair Dordrecht uit 2019. Dit bleek wat betreft plaatsing in Dordrecht geen optie. Dit jaar brengen we in het betrekken van circulaire bedrijven meer structuur aan. Dit doen we door een aanpak op te stellen die weergeeft hoe circulariteit meegenomen wordt bij het aantrekken van nieuwe bedrijven. Denk hierbij aan het afvalscenario, materiaaluitwisseling met andere bedrijven en een circulaire visie. Deze aanpak krijgt bij accountmanagers, ROM-D en/of Omgevingsdienst een vaste plek.

Wethouder Burggraaf en Sleeking 17

Gezond en levendig p. 75: doelstelling 1 (Vergroten aantrekkelijkheid). We onderzoeken welke terreinen in Dordrecht geschikt zijn voor evenementen. Er staat al een afgerond vinkje, terwijl we slechts gestart zijn met het nadenken over de mogelijkheden voor multifunctioneel gebruik van het Statenplein. Dit in het kader van het verplaatsen van het Kermisterrein. Zijn er al ideeën over evenemententerreinen? Is het misschien handig om er een integrale visie op te maken? Zijn er al plannen uitgewerkt na het nadenken?

Ideeën over evenemententerreinen: Op 15 december heeft de raad ingestemd met het voorstel "Bestendigen uitgangspunten: Ontwikkelingen evenementenlocaties en verplaatsing Zomerkermis, Circus en Dancetour" (zie RIS-dossier: 2644567). De raad is akkoord met het voorstel om de zomerkermis van de Spuiboulevard te verplaatsen en te onderzoeken of een permanente evenementenlocatie in de Spoorzone kan worden ingepast. In dit voorstel zijn ook de Grote Markt en het Statenplein benoemd als mogelijke kleinschaligere locaties voor evenementen. De aanpak van de Grote Markt is onderdeel van de casus Binnenstad in de Agenda 2030. Daarnaast worden nog vele andere locaties ingezet als evenementenlocatie, zoals de gehele binnenstad, de parken, Energieplein en Energiekade. Is het misschien handig om er een integrale visie op te maken? Nee, integraal beeld en afwegingskader is reeds vastgelegd in de beleidsregel en nadere regels voor de organisatie en uitvoering van evenementen. Zo kan –onder voorwaarde- de hele stad worden benut voor evenementen, afhankelijk van maat, schaal en mogelijke overlast. Het is wel goed, zoals nu gebeurt, om dat te doen voor grote evenementen zoals boven is aangegeven. Zijn er al plannen uitgewerkt na het nadenken? Nee.

Wethouder Stam 18

7

Gezond en levendig p. 76.: doelstelling 2 (Verbeteren sportvoorzieningen). We stellen een ontwikkelplan op voor de Krommedijk en Schenkeldijk. Er is nog geen ontwikkelplan voor Krommedijk, er is een haalbaarheidsonderzoek gedaan.

Er is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd en afgerond. Hieruit is geen plan van aanpak voortgekomen. Het is nu wachten op de kaders die de politiek hierop gaat meegeven. Daarnaast worden Krommedijk en Schenkeldijk meegenomen in het programma sportparken dat opgesteld wordt.

Kenmerk Datum

1 juni 2021

Waarom wordt deze actie toch als behaald gepresenteerd? (met de beantwoording van de motie en het toevoegen van een extra kunstgrasveld is de ontwikkeling toch niet afgerond?) Wethouder Van der Linden 19

Duurzaam en innovatief p. 85: doelstelling 3 (Verbeteren milieukwaliteit). Kan worden aangegeven in welke mate het verkeersstructuurplan en andere projecten reeds hebben bijgedragen aan de vermindering van geluidsbelasting of dat naar verwachting nog zullen gaan doen?

Het verkeersstructuurplan zal door verandering van de verkeerscirculatie en infrastructurele ingrepen een verschuiving doen opleveren van plekken waar sprake is van geluidbelasting door verkeer. Plekken waar nu sprake is van geluidoverlast zullen stiller worden en op andere plaatsen zal het toenemen. Waar en in welke mate is grotendeels nog niet bekend. Ook nog niet of maatregelen noodzakelijk zijn. Hier wordt nu aan gewerkt, en elke situatie wordt beoordeeld op de geldende normen met betrekking tot geluid. De wijzigingen vinden niet alleen plaats in het plangebied, maar ook elders in de stad gaat de situatie in beperkte mate wijzigen. Daar waar het verkeersstructuurplan al wel bijgedragen heeft, betreft het geluidsvermindering door de recente wijziging van het kruispunt Johan de Wittstraat – Singel – Stationsweg. De verkeersintensiteiten op de Albert Cuypsingel en Nicolaas Maessingel zijn afgenomen, en is in deze woonstraten al een eerste vermindering van de geluidsbelasting. Tevens wordt dit jaar wordt gestart met de Geluidbelastingskaarten 2021. Deze kaarten geven een actueel beeld van de geluidsituatie in Dordrecht. Een exacte planning is nog niet beschikbaar, maar de kaarten zullen naar verwachting in de loop van 2022 beschikbaar komen.

Wethouder Stam en Sleeking 20

8

Bouwend en bereikbaar p. 91 : doelstelling 1. (Het realiseren van 4000 woningen tot 2022). Er wordt geconcludeerd dat de uitvoering bij corporaties achterblijft. Is er een duidelijk beeld te geven van waarom de uitvoering achterloopt (gedetailleerder dan alleen een tekort aan financiële middelen?)? De prestatieafspraken worden in dit kader genoemd als oplossing, kunt u toelichten hoe?

De belangrijkste redenen voor achterblijven van realisatie van sociale huurwoningen: 1. Corporaties hebben de afgelopen jaren minder ontwikkeld en moeten hun personele capaciteit/expertise op dat vlak weer opbouwen. 2. Locaties van de corporaties duren gemiddeld genomen langer om te ontwikkelen. Dat komt omdat bewoners op die locatie eerst zorgvuldig verhuisd moeten worden. Daarna kan sloop en nieuwbouw pas plaatsvinden. Hierdoor duurt de ontwikkeling zeker een jaar langer dan een locatie die niet bewoond is. 3. Op een aantal thema's zitten we als gemeente en corporatie niet altijd op één lijn. Hierdoor duurt planvorming langer omdat we meer gesprekken moeten voeren om er samen uit te komen. Denk hierbij aan waar de sociale huurwoningen precies aan moeten voldoen (ontwerp, inrichting etc.). 4. Financiële mogelijkheden van corporaties zijn beperkt door landelijke wetgeving.

Kenmerk Datum

1 juni 2021

De prestatieafspraken zijn een oplossing omdat we hierin:  Een gezamenlijke doelstelling afspreken. Ook leggen we vast wat en hoeveel we willen bouwen en met welke planning.  Afspreken dat we deze doelen en planning gezamenlijk volgen. Hierdoor kunnen we beter sturen.  Vastleggen dat we voor een deel inzetten op andere type woningbouw die sneller gerealiseerd kan worden dan 'traditionele' nieuwbouw. Denk hierbij aan industriële en/of tijdelijke bouw.  Bepalen dat we corporaties in een vroeg stadium te betrekken bij gemeentelijke projecten. Hiermee voorkomen we dat we in de uitwerking vastlopen. Wethouder Burggraaf 21

Weerstandsvermogen Kan worden toegelicht welke betekenis voor het financiële beleid moet worden toegekend aan de weerstandsratio als die in een half jaar tijd van 1,2 in 3,1 kan veranderen? (p. 132 in vergelijking met de begroting 2021).

De berekening van de ratio van het weerstandsvermogen is altijd een momentopname. In dit geval een berekening op 31-12-2020. De sterk opgelopen ratio en hiermee samenhangende surplusruimte wordt grotendeels verklaard door het aanzienlijke rekeningresultaat in het coronajaar 2020. Tegelijkertijd is de vermogenspositie van het Grondbedrijf verbeterd en het risicoprofiel lager wat positief bijdraagt aan de ontwikkeling van de surplusruimte. Volgens afspraak uit de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen biedt een ratio hoger dan 1,4 ruimte voor 'heroverweging en mogelijk verlagen beschikbare weerstandscapaciteit: bij de kadernota of begroting kan worden bezien of en op welke wijze een eventueel surplus wordt aangewend (integrale afweging)'. In de Kadernota 2022 worden u bij de bestuurlijke behandeling voorstellen voorgelegd voor (gedeeltelijke) aanwending van het surplus. Hiermee volgt het financieel beleid de met u gemaakte afspraken over inzet van de surplusruimte.

Wethouder Burggraaf 22

9

Grondbeleid Kan worden toegelicht welke betekenis voor het financiële beleid moet worden toegekend aan de reserve grondbedrijf als het verschil door mee- en tegenvallende opbrengsten in 1 jaar tijd meer dan 20 mln kan verschillen (zelfde orde van grootte als de reserve zelf)? (p. 167, 168).

Een toename van de reserve werd al verwacht en is eerder ook bij de prognose van de grondexploitaties gepresenteerd. Het afgelopen jaar is sprake geweest van een versnelde afzet van bouwgrond in Dordtse Kil IV en tegelijkertijd zijn de prijsontwikkelingen voor zowel de bedrijfsruimtemarkt als de woningmarkt boven verwachting geweest, waardoor de toename van de reserve in 2020 groter was dan verwacht. Het volume aan uit te geven gronden in de grondexploitatie Dordtse Kil IV is bovendien dusdanig groot dat verschuivingen in fasering grote effecten sorteren. Het is belangrijk te beseffen dat een deel van de toename van de reserve (bestaande uit winstnemingen) feitelijk al in andere jaren werd verwacht in de prognose van de reserve, maar nu dus eerder is gerealiseerd. Verder bestaat er meer zekerheid over de realisatie van winstnemingen dan over onttrekkingen als gevolg van ophogen verliesvoorzieningen, waardoor de omvang van de reserve ook in minder goede jaren

Kenmerk Datum

1 juni 2021

eerder zal groeien dan afnemen. Zodoende bestaat een zekere continuïteit om de risico's op de grondexploitaties nu en in de toekomst af te kunnen dekken, wat de primaire functie van de reserve is.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/294/documents/10485