Technische toelichting Dordts Leerprogramma.pdf
Tekst van het document
Tijdens de beeldvormende vergadering van 9 september 2025 heeft de heer Bomius (namens de wethouder) toegezegd zo snel mogelijk een schriftelijke technische toelichting te geven op de met het DLP te bereiken doelstellingen en de Kritische Prestatie Indicatoren, zoals uitstroomniveaus/percentages en leergroei op het gebied van taal en rekenen. Deze treft u onderstaand aan.
Technische toelichting op doelstellingen en KPI’s van het Dordts Leerprogramma (DLP) In het kader van de Agenda 2030 wordt jaarlijks gerapporteerd aan de raad over de voortgang van het Dordts Leerprogramma (DLP). In deze rapportage worden twee centrale resultaten benoemd:
Uitstroomniveaus: De uitstroomniveaus op de 11 doelgroepscholen dienen op termijn gelijk te liggen met het Dordtse gemiddelde, berekend zonder deze doelgroepscholen.
Leergroei: Binnen het DLP wordt gestreefd naar een stijging van de leergroei op de ontwikkelingsgebieden taal, rekenen, lezen en welbevinden. De groei wordt gemonitord op schoolniveau en betreft alle leerlingen binnen de doelgroepscholen. De leergroei wordt gemeten via onafhankelijke toetsen, met name het CITO Leerlingvolgsysteem, waarin jaarlijks midden- en eindtoetsen worden afgenomen.
De eindopbrengsten op het gebied van taal, lezen en rekenen zijn inzichtelijk via openbare data. De gezamenlijke ambitie is dat de gemiddelde eindopbrengsten in Dordrecht stijgen, met als ondergrens het behalen van de streefniveaus. Op het gebied van welbevinden zijn er geen meetbare prestaties afgesproken, omdat hiervoor geen objectieve instrumenten beschikbaar zijn. Scholen worden hierover wel bevraagd via de Dordtse onderwijsmonitor.
Monitoring via de Dordtse Onderwijsmonitor Alle Dordtse scholen werken mee aan de jaarlijkse Dordtse onderwijsmonitor. Zo wordt de leergroei van leerlingen systematisch in beeld gebracht. Binnen deze monitor hanteren we de volgende ambitie:
100% van de scholen in Dordrecht realiseert een percentage behaalde referentieniveaus (fundamenteel en streefniveau) voor rekenen, taalverzorging en lezen dat hoger ligt dan het landelijke gemiddelde van scholen met hetzelfde schoolgewicht. Daarbij geldt als uitgangspunt dat leerlingen minimaal het landelijke gemiddelde referentieniveau (1F/1S) behalen dat past bij het schoolgewicht van hun school. Deze ambitie is richtinggevend voor zowel de monitoring als de ondersteuning binnen het DLP.
Verantwoording door DLP-scholen Binnen de subsidieverantwoording rapporteren DLP-scholen over merkbare en meetbare resultaten. Dit betreft zowel tussenopbrengsten (zoals leergroei per schooljaar) als eindopbrengsten (zoals behaalde referentieniveaus). De verantwoording is gekoppeld aan de doelen zoals vastgelegd in het programma en sluit aan bij de monitoring via de onderwijsvisie.
Zicht op de opbrengsten Voor zowel de merkbare als de meetbare data, zeker waar het de uitstroomniveaus aangaat, is het nog te vroeg om conclusies te trekken. Dit valt ook terug te lezen in het evaluatierapport van Twijnstra en Gudde. We verwachten over twee jaar een aantal trends te kunnen delen. Maar ook daarbij geldt dat het lastig is om deze trends te herleiden naar de inzet die via het Dordts Leerprogramma mogelijk is gemaakt, omdat het programmaonderdeel vormt van het totale pakket aan inzet met het doel de leeropbrengsten te verhogen. Tijdens de beeldvormende sessie heeft de afvaardiging van het onderwijs dit toegelicht.
Duiding van de formulering in het raadsvoorstel In het raadsvoorstel wordt gesteld:
“Het doel is niet per se om een verhoogd uitstroomniveau te realiseren bij al deze kinderen…” De gemeenteraad vraagt om technische duiding: binnen het DLP wordt niet per leerling een verhoogd uitstroomniveau verwacht, maar wordt gestuurd op schoolniveau. De ambitie is dat de gemiddelde uitstroomniveaus van de doelgroepscholen stijgen richting het Dordtse gemiddelde. Dit is een collectieve doelstelling, geen individuele norm. Individuele leerlingdata is vaak contextafhankelijk en moeilijk te vergelijken. Schoolniveau biedt een stabieler fundament voor beleidsanalyse. Daarnaast kent het programma ook brede ontwikkelingsdoelen, zoals welbevinden, motivatie en sociale vaardigheden. Hoewel deze aspecten essentieel zijn voor kansengelijkheid en toekomstbestendigheid, zijn ze niet eenduidig meetbaar. Daarom worden ze niet als harde KPI’s opgenomen, maar wel als kwalitatieve indicatoren binnen de monitoring en verantwoording.