Technische beantwoording diverse onderwerpen uit de Dordtse Omgevingsvisie 2.0 (onderwerpen: ZZS, STOMP, Knoop Leerpark-sportvoorzieningen en verwerking amendement OGV 1.0).pdf
Tekst van het document
Technische beantwoording diverse onderwerpen uit de Dordtse Omgevingsvisie 2.0; ZZS, Voetgangersverkeer/ STOMP, Knoop Leerpark en sportvoorzieningen, Verwerking amendementen
Inhoud ZZS......................................................................................................................................2 Voetgangersverkeer/ STOMP .................................................................................................4 Knoop Leerpark en sportvoorzieningen .................................................................................6 Verwerking amendementen 1.0 ............................................................................................7
ZZS Tijdens de beeldvormende commissie van 8 april 2025 is gevraagd om meer informatie over de (juridische) mogelijkheden rondom ZZS. Antwoord: Zeer Zorgwekkende stoffen (ZZS) Het op de markt brengen van chemische stoffen is door middel van Europese wet- en regelgeving (REACH) geregeld. Op Europees niveau zijn er criteria opgesteld die bepalen of een chemische stof van zeer hoge zorg is voor de gezondheid van mens en milieu (art. 57 REACH). Dit is het kader waarbinnen de Nederlandse wetgever moet opereren. Om te bepalen of de emissie van een chemische stof al dan niet schadelijk is, worden daarom in de Nederlandse wet- en regelgeving dezelfde REACH criteria gebruikt. Stoffen die aan deze criteria voldoen worden Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS stoffen) genoemd en zijn zeer gevaarlijk voor mens of milieu. Het RIVM heeft een lijst gepubliceerd met de ZZS stoffen. Het ultieme doel is om deze stoffen uit te faseren, maar veilig gebruik blijft mogelijk. Daarom gelden voor de productie en het gebruik van deze stoffen strenge regels, waaronder een minimalisatieplicht. De regels worden opgelegd in omgevings- en lozingsvergunningen. Omgevingsvergunningen kunnen worden afgegeven door gemeenten, provincies (bij complexe activiteiten) of het Rijk (bij rijksbelangen).
Lozingsvergunningen kunnen worden afgegeven door een waterschap (lozen op een waterzuivering) of het rijk (lozen op het oppervlaktewater) Omdat Zeer Zorgwekkende Stoffen gevaarlijk zijn voor mensen, dieren en het milieu, moeten bedrijven voorkomen dat ze in het milieu terechtkomen. Dat kan door bronaanpak waarbij de stof, indien mogelijk, niet meer gebruikt wordt. Deze bronaanpak geniet de voorkeur, maar is niet altijd mogelijk. In dat geval beoordeelt het bevoegd gezag in hoeverre het toelaatbaar is dat de ZZS via de schoorsteen, via lozing van afvalwater of via afvalproducten in de leefomgeving terecht komt. Het doel hierbij is dat de emissies van ZZS-stoffen tot een verwaarloosbare concentratie worden teruggebracht. Hierbij moet een bedrijf in ieder geval de beste beschikbare technieken toepassen. Daarnaast moet het bedrijf ook; • Alle passende preventieve maatregelen nemen tegen milieuverontreiniging; • Alle passende preventieve maatregelen nemen ter bescherming van de gezondheid; • Geen significante verontreiniging veroorzaken. De afweging welke maatregelen passend zijn voor een bedrijf is dus breder dan het kijken naar de beste beschikbare techniek. Zo zal ook de depositie of cumulatie van een stof een rol spelen in deze afweging. Dit kan ertoe leiden dat, ondanks de toepassing van de beste beschikbare technieken, aanvullende maatregelen moeten worden getroffen.
Het bevoegd gezag kan dit soort maatregelen in maatwerk vastleggen op basis van de specifieke zorgplicht. Tot slot wordt van het bedrijf verwacht dat het werkt aan een continue verbetering van de bedrijfsprocessen. Dit verplicht het bedrijf iedere 5 jaar te rapporteren aan het bevoegd gezag over zowel de getroffen maatregelen om de emissie van ZZS te verminderen als over beschikbaar gekomen technieken waarmee verdere invulling kan worden gegeven aan de minimalisatie van emissies. Dit wordt gedaan met een zogenaamd vermijdings- en reductieprogramma. Potentieel Zeer Zorgwekkende Stoffen (pZZS) Voor een groep stoffen bestaat er op Europees niveau het vermoeden dat ze voldoen aan de REACH-criteria. Nederland noemt deze stoffen potentieel Zeer Zorgwekkende Stoffen (pZZS). Het RIVM publiceert een lijst met pZZS stoffen. Bedrijven die deze stoffen uitstoten kan gevraagd
worden om onderzoek te doen, en zo nodig, om uit voorzorg de emissies te beperken. Als alle gegevens van de pZZS bekend zijn, wordt de stof ingedeeld (ZZS of niet-ZZS). Niet-ZZS kunnen overigens wel schadelijk voor het milieu zijn. Ook voor deze stoffen gelden regels die worden opgelegd in omgevings- en lozingsvergunningen. Het uitgangspunt bij vergunningverlening is het toepassen van de beste beschikbare technieken. Omgevingsvergunningen kunnen worden afgegeven door gemeenten, provincies (bij complexe activiteiten) of het Rijk (bij rijks belangen). Lozingsvergunningen kunnen worden afgegeven door een waterschap (lozen op een waterzuivering) of het rijk (lozen op het oppervlaktewater)
Voetgangersverkeer/ STOMP Tijdens de beeldvormende commissie van 8 april 2025 is gevraagd om meer informatie over voetgangersverkeer en het STOMP principe. Nadere duiding vraag/ onderwerp: "Ik constateer dat het STOMP-principe in zijn algemeenheid beleden wordt maar dat er geen concreet beleids- of uitvoeringsprogramma is om de ruimte voor de voetgangers te realiseren en te borgen. Vuilcontainers, geveltuinen, groenstroken, terrassen, parkeerhavens en foutparkeerders, steigers en dom gesitueerde fietsrekken met fietsen blokkeren of beperken de doorgang voor voetgangers op de stoep. Zelfs de ooit aangekondigde rode loper van station naar binnenstad is op een aantal plaatsen te smal. Toch staat `stappen’ op de eerste plaats in het STOMP-principe. Ik zou het niet erg vinden als de verantwoordelijke verkeerskundige de bovengenoemde door mij geconstateerde tegenstelling van commentaar voorziet." Antwoord: De gewenste concreetheid komt in paragraaf 4.1 ‘Ruimte voor de voetganger’ in het Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 aan de orde. Het mobiliteitsplan is een programma dat als uitwerkingsslag van de strategische doelen onder de Omgevingsvisie van gemeente Dordrecht hangt. ‘4.1 Ruimte voor de voetganger Elke reis begint en eindigt met lopen.
Of het nu gaat om het dagelijkse woon-werkverkeer, boodschappen doen, winkelen of sporten, wandelen is een fundamenteel onderdeel van ons mobiliteitspatroon. Het stimuleren van wandelen brengt diverse voordelen met zich mee, zoals het bevorderen van de fysieke gezondheid door regelmatige lichaamsbeweging en het versterken van sociale interactie en veiligheid in de openbare ruimte. Daarom is het cruciaal om voldoende ruimte te bieden aan voetgangers in onze stad, niet alleen voor een duurzamere mobiliteit, maar ook voor een gezondere en leefbare omgeving. Een rode loper voor de voetganger In de historische binnenstad van Dordrecht leggen we een rode loper uit voor de voetganger. We richten ons op het creëren van een gastvrije en toegankelijke omgeving waar de voetganger centraal staat. Dit betekent niet alleen het vergroten van het voetgangersgebied, maar ook het herzien van delen van de binnenstad om zowel voetgangers als fietsers meer ruimte en comfort te geven. We besteden bijzondere aandacht aan het waarborgen van de toegankelijkheid voor mensen met mobiliteitsbeperkingen, zodat een inclusieve binnenstad ontstaat waar iedereen gemakkelijk en veilig kan navigeren. Ter verbetering van de leesbaarheid van de stad, optimaliseren we de inrichting van de openbare ruimte, verbeteren we verwijsborden en versterken we hoofdroutes door de binnenstad en het kernwinkelgebied.
Deze maatregelen zijn niet alleen bedoeld om de fysieke omgeving te verbeteren, maar dragen ook bij aan sociale doelstellingen. Door een omgeving te creëren die uitnodigt tot ontmoeting, verblijf en beweging, bevorderen we het sociale netwerk en de gezondheid van de gemeenschap in de stadskern. Een warm welkom voor bezoekers Om bezoekers van de binnenstad een warm welkom te bieden, werken we aan het verbeteren van de verbindingen met het station, de stadsrandhubs Weeskinderendijk (Maasparkeergarage) en Energiehuis, en de waterbushaltes. Dit realiseren we door het creëren van aantrekkelijke veilige looproutes, waardoor mensen gemakkelijk vanaf deze knooppunten de binnenstad kunnen bereiken. Denk daarbij aan de looproutes naar het
centrum vanaf het centraal station via Johan de Wittstraat waarbij de Burgemeester de Raadtsingel beter oversteekbaar is en Krispijn (via Spuiweg), vanaf Weeskinderendijk (via Dokweg-Wilgenbos) of waterbushalte Merwekade naar het centrum (via Voorstraat). Daarnaast heten we bezoekers ook welkom via het water door aanlegpunten te bieden, waardoor ze met hun bootje kunnen aanmeren in de binnenstad. Hiervoor werken we aan een steiger en halteerplan voor alle havens in Dordrecht. Het water is een unieke kwaliteit van Dordrecht die we willen benadrukken en behouden. Op deze manier streven we ernaar om de binnenstad van Dordrecht niet alleen bereikbaar te maken, maar ook uitnodigend en aantrekkelijk voor alle bezoekers, ongeacht hun vervoerswijze. Te voet naar dagelijkse voorzieningen Iedereen moet dagelijkse voorzieningen zoals een supermarkt, school of park op een comfortabele en veilige manier kunnen bereiken. Dit begint bij het principe dat deze dagelijkse voorzieningen in elke wijk aanwezig zijn, zodat de af te leggen afstand vanaf je woning beperkt blijft (10-minutenstad). Dankzij de diverse wijkharten in de stad, zijn veel basisvoorzieningen al goed gespreid in de stad. Als de nabijheid van dagelijkse voorzieningen op orde is, wordt het ook vanzelfsprekender om hier lopend of per fiets heen te gaan.
De volgende stap is ervoor zorgen dat de infrastructuur van en naar deze voorzieningen beschikbaar en van kwaliteit is, ook voor de voetganger. Hoe dichter we bij de wijkharten of andere voorzieningenclusters komen, hoe belangrijker we de positie van de voetganger vinden. De stoep kent verschillende gebruikers Bij investeringen voor de voetganger houden we oog voor het feit dat de stoep niet alleen wordt gebruikt door voetgangers. De stoep heeft ook als functie om verplaatsingen per rolstoel, rollator, scootmobiel of kinderwagen te faciliteren. Ook personen met een beperking willen de openbare ruimte goed en veilig kunnen betreden. Dit vraagt om voetpaden van voldoende breedte, toegankelijke hellingen, afwezigheid van obstakels, veilige oversteekplaatsen en het toepassen van geleidelijnen. In het bijzonder op locaties waar veel voetgangers samenkomen zoals het A-gebied, wijkcentra, stadsrandhubs, bushaltes en stations plegen we extra inzet om de toegankelijkheid van voetgangersvoorzieningen te waarborgen. Bijvoorbeeld rondom parkeerterrein Weeskinderendijk is op dat gebied nog veel winst te behalen. De basis op orde brengen voor de voetganger vereist op sommige locaties ook om maatregelen op andere thema’s: denk bijvoorbeeld aan goede oplossingen voor het parkeren van auto’s en stallen van fietsen of het tijdig uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden.
Dit wordt verder uitgewerkt in de wijkplannen in lijn met het Ontwerphandboek Kwaliteit Openbare Ruimte (KOR).’ Het Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 schetst de kaders, maar vraagt op wijkniveau nog nadere uitwerking. Hiervoor worden de komende periode wijkuitwerkingen gemaakt die verder invulling geven aan maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan de wensbeelden voor de verschillende netwerken en lokale knelpunten op te lossen. Met daarbij ook aandacht voor ruimte voor de voetganger.
Knoop Leerpark en sportvoorzieningen Tijdens de beeldvormende commissie van 8 april 2025 is gevraagd om meer informatie over de ontwikkeling van Knoop Leerpark in relatie tot de aanwezige sportvoorzieningen. Nadere duiding vraag/ onderwerp: “De info is wat mij betreft wat er nodig is om de huidige situatie van de sportfaciliteiten ook voor de toekomst te borgen in de omgevingsvisie.” Antwoord: In de vastgestelde Sportvisie 2030 ‘Niemand buitenspel in Dordrecht' zijn een aantal beleidsuitgangspunten opgenomen. Waaronder: 1. We behouden de komende 10 jaar minimaal de huidige capaciteit van het buitensport areaal in de stad; 2. We behouden voor de komende 10 jaar minimaal de huidige capaciteit aan sporthallen; 3. [...] Deze uitgangspunten worden ook herhaald in de Dordtse Omgevingsvisie 2.0 (B.2.2.2 Gezondheid en groenblauw): •
We voeren het programma 'Een omgeving die uitnodigt tot sport en bewegen' dat hoort bij de Sportvisie 2030 uit. In 2030 draagt sport nog meer bij aan een gelukkiger, gezonder en sterker Dordrecht. De omgeving bestaat uit zowel buiten- als binnensportaccommodaties en de openbare ruimte. Rode draad is dat ontmoetingen plaatsvinden door het gebruik van ruimte van sport. Daarom behouden we de komende 10 jaar minimaal de huidige capaciteit van het buitensport areaal in de stad en minimaal de huidige capaciteit aan sporthallen.
Daarnaast heeft de gemeenteraad de motie ‘Verenigingen centraal in Dordt’ (d.d. 16 mei 2023) aangenomen, waarin het college wordt verzocht: 1. Indien verplaatsing van een of meerdere sportverenigingen nodig wordt geacht of er sprake is van andere impact op het sportareaal of op de ambities uit de sportvisie dit expliciet in een voorstel aan de raad voor te leggen; 2. Hierbij op te nemen welke afwegingen gemaakt worden en ook op welke wijze de betreffende vereniging wordt gecompenseerd; 3. Dit geheel in een vroeg stadium voor te leggen aan de gemeenteraad zodat zij als hoogste orgaan hierin de brede politieke en maatschappelijke belangenafweging kan maken. Specifiek voor de Knoop Leerpark is opdracht gegeven aan een bureau voor een stedenbouwkundige verkenning. Deze studie is erop gericht om de mogelijkheden te onderzoeken voor de mogelijke verdere ontwikkeling in een ruimte cirkel rondom het potentiële station. In dit kader is ook kennis genomen van de motie ‘Verenigingen centraal in Dordt’ d.d. 16 mei 2023. Er is op dit moment geen aanleiding om hierover in gesprek te gaan met de aanwezige sportvoorzieningen. Mocht dit uitgangspunt om wat voor reden dan ook wijzigen, dan zal het College de raad hierover informeren en hierover daarna het overleg met de genoemde omgevingspartijen voeren.
Zij worden - net als andere omgevingspartijen – sowieso betrokken bij de planologische procedure (t.b.v. omgevingsplan) voor het potentiële station Leerpark. In de eerdere fase is al wel met hen gesproken over een gebiedsontwikkeling.
Verwerking amendementen 1.0 Tijdens de beeldvormende commissie van 8 april 2025 is de vraag gesteld of de amendementen die zijn ingediend op de omgevingsvisie 1.0 destijds zijn verwerkt. Antwoord: Hieronder is per amendement dat is ingediend op de omgevingsvisie 1.0 de kern van het amendement aangegeven, hoe dit destijds is verwerkt in de omgevingsvisie 1.0 en hoe dit nu is opgenomen in de omgevingsvisie 2.0.
Figuur 1 - Stemmingsresultaat ingediende amendementen omgevingsvisie 1.0
A1 – Dordwijkzone niet op slot (VVD, PvdA, BVD, GewoonDordt, D66) Kern amendement Er werden enkele tekstaanpassingen voorgesteld om de mogelijkheden van gebruik in de Dordwijkzone uit te breiden op het gebied van wonen, werken en sport. Met het amendement wilde partijen mogelijkheden, bij voorkeur aan de randen van de Dordwijkzone, binnen bepaalde schaal toevoegen. Verwerking in 1.0 Het amendement heeft de volgende teksten toegevoegd: •
Het multifunctionele park moet bijdragen aan de leefbaarheid, door middel van een groenblauwe zone. Dit gebied is een groene long waarbij de N3 vanuit ecologisch en gezondheidsperspectief geïntegreerd dient te worden in de verdere ontwikkeling. Het gebied biedt meerdere vormen van ruimtegebruik. Denk daarbij primair aan het uitbreiden van de sportfunctie, het integreren van een landbouwfunctie, en secundair ruimte voor een woonfunctie langs de randen van het gebied en lichte bedrijvigheid ter ondersteuning van de huidige functies. Daarbij wordt maatwerk toegepast binnen de Dordwijkzone, met behoud van de bestaande parken.
•
De ruimtelijke uitstraling van de Dordwijkzone is vooral parkachtig en landschappelijk met sport- en recreatiemogelijkheden. Het biedt ook kansen om het gebied langs de randen een multifunctioneel karakter te geven. Een groen park waar naast recreatieve en natuurlijke ontwikkelingen ook ontwikkelingen als wonen en lichte bedrijvigheid de
ruimte krijgen, zonder afbreuk te doen aan het groenblauwe karakter van het gebied. Een park dat bovendien een natuurlijke en geleidelijke overgang biedt naar zijn omgeving. Binnen de Dordwijkzone is het huidige sportareaal het uitgangspunt waarop niet mag worden ingeleverd. De huidige functionaliteiten zoals (professionele) sport krijgen een logische en goede plek binnen dit gebied. Op deze manier levert het stadspark een bijdrage aan de leefbaarheid: ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid en verkeersveiligheid, gezondheidseffecten, groen, wonen, water en biodiversiteit.
•
Het doel is om ontwikkelingen op het gebied van gezondheid, sport, leisure, wonen, kleinschalige evenementen en ondersteunende bedrijvigheid (passend in het gebied) te behouden en mogelijk te maken.
•
Indachtig de visie op de groenblauwe zone, kunnen in de Dordwijkzone op kleinere schaal nieuwe woningen worden toegevoegd aan de randen van het gebied, behalve het gebied ten zuiden van de Oudendijk. Het gaat hier om maatwerk, waarbij een ontwikkeling bovendien ten dienste kan staan aan een ontwikkeling die functiemenging en meervoudig grondgebruik tot stand brengt. Daarbij zijn de bestaande parken uitgesloten. Bij de totstandkoming van de omgevingsplannen dient een participatietraject ten grondslag te liggen, waarbij nadere invulling komt voor wat betreft de exacte locaties, aantallen en type woningen.
•
Hogere bouwwerken als een lichtmast (op een sportpark) of een uitkijktoren passen we zoveel mogelijk landschappelijk in en stemmen we af met de directe omgeving. In het geval van hoogbouw ten behoeve van eventuele woningbouwontwikkeling aan de rand van het gebied, wordt gekeken naar plekken waar de kansen op functiemenging en meervoudig grondgebruik het grootst zijn. Daarbij streven we naar de meest duurzame en ecologisch verantwoorde oplossingen, die passen bij het karakter van het gebied.
•
In het algemeen streven we naar een grotere programmatische diversiteit voor de Dordwijkzone met het groene karakter van het gebied als uitgangspunt. Lichte bedrijvigheid krijgt de ruimte waar het andere (reeds bestaande) functies kan versterken en ondersteunen.
Onderwerp in 2.0 De ruimtelijke uitstraling van het Stadspark is vooral parkachtig en landschappelijk met sport-, beweeg- en recreatiemogelijkheden. Het biedt ook kansen om het gebied langs de randen een multifunctioneel karakter te geven. Een groen park waar naast recreatieve en natuurlijke ontwikkelingen ook ontwikkelingen als wonen en maatschappelijke voorzieningen (bijvoorbeeld onderwijs) de ruimte krijgen, zonder afbreuk te doen aan het groenblauwe karakter van het gebied. In die zin beschouwen we dit deelgebied ook echt als een ontwikkelgebied. Een park dat bovendien een natuurlijke en geleidelijke overgang biedt naar zijn omgeving. De huidige functionaliteiten zoals (professionele) sport behouden/krijgen een logische en goede plek binnen dit gebied. Op deze manier levert het stadspark een bijdrage aan de leefbaarheid: ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid en verkeersveiligheid, gezondheidseffecten, groen, wonen, water en biodiversiteit.
A2 – Energieopwekking binnen kaders (VVD, GewoonDordt, Fractie Jager, VSP) Kern amendement Er worden een aantal voorstellen gedaan om teksten uit de omgevingsvisie aan te passen, die volgens het amendement op een aantal punten te ver uiteenlopen met de eerder vastgestelde Concept RES en vooruit op de nog vast te stellen RES. Er wordt voorgesteld om teksten over de mogelijkheden voor windturbines en de verwijzing naar de Structuurvisie Windenergie te schrappen en het opwekken van zonne-energie in restruimtes zowel binnen als buiten de bestaande kom, slechts binnen strenge kaders toe te staan. Verwerking in 1.0 Het amendement heeft de volgende teksten verwijderd: • •
Windturbines langs de A16…het eiland van Dordrecht. In de Structuurvisie Windenergie…de gemeente uit 2005.
Het amendement heeft de volgende teksten toegevoegd: •
Het opwekken van zonne-energie wordt in restruimten slechts binnen strenge kaders toegestaan, in zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Deze kaders worden vastgesteld bij de Regionale Energie Strategie 1.0. Leefbaarheid en landschap prevaleren hierbij boven de inzet van energieopwekking.
Onderwerp in 2.0 De vaststelling van de OGV 1.0 was net iets eerder dan de vaststelling van de RES 1.0. De eerste in april 2021 en de tweede in juni 2021. In de RES 1.0 is opgenomen dat er 1 extra windmolen wordt gerealiseerd (locatie Krabbegors); die ontwikkeling is inmiddels gestopt en niet meer haalbaar (zie: Voorstel-Afgeven-verklaring-van-geen-bedenkingen-tegen-intrekken-vergunningwindmolen-Van-Leeuwenhoekweg-33-Krabbegors-Raadsvoorstel.pdf). Aan de andere kant is in de RES 1.0 opgenomen dat indien er andere windlocaties worden toegevoegd deze moeten passen binnen de kaders van de Structuurvisie Windenergie uit 2016. Die is namelijk niet ingetrokken met het vaststellen van de RES 1.0. Ten aanzien van zonneweides heeft de raad bij de bespreking van de concept-RES in oktober 2020 een zienswijze ingediend over het tegengaan van verglazing van het buitengebied. De daarin opgenomen voorkeursvolgorde (zonne-installaties op daken-benutten onbenutte ruimtes in bebouwd gebied-onbenutte ruimtes in buitengebied) is overgenomen in de RES 1.0. Dat is dus ook in lijn met het ingediende amendement bij de OGV 1.0. Ook met het vaststellen van de OGV 1.0 is de Structuurvisie Windenergie niet ingetrokken. Op 16 mei 2023 is de Startnotitie Programma Energietransitie vastgesteld door de raad.
Bij de behandeling is door het college de toezegging gedaan dat de Structuurvisie Windenergie zal worden geactualiseerd. Tijdens de beeldvormende sessie op 4 april 2023 heeft de raad opgeroepen om hierbij ook te kijken naar een goede mix van zon en wind. Zie hiervoor de RIB van eind 2023 over de stand van zaken: ONGETEKENDE-RIB-Afhandelen-toezegging-230516-T1Actualisatie-Structuurvisie-Windenergie-3.pdf Het college werkt nu toe naar een Programma Opwek duurzame energie (die voor de vaststelling ervan ook nog via een ‘wensen en bedenkingen procedure aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd). Dit conform het raadsbesluit uit 2024 om de mogelijke zoeklocaties voor
windenergie verder te onderzoeken. Er loopt voor wind ook een provinciaal traject. De locaties worden daarin meegenomen. Zie hiervoor de voortgangs-RIB: Gemeenteraad Dordrecht 11 maart 2025 14:00:00, Gemeente Dordrecht Deze actuele stand van zaken is verwerkt in de omgevingsvisie 2.0, zie hoofdstuk A.5.7 Doel 6: Dordrecht is in 2040 een duurzame en klimaatneutrale stad.
A3 – Mobiliteitskeuze faciliteren kan niet eenzijdig (VVD, GewoonDordt, Fractie Jager, VSP) Kern amendement Er worden een aantal voorstellen gedaan om teksten uit de omgevingsvisie aan te passen, die volgens het amendement afwijken van de algehele lijn in de Omgevingsvisie. Verwerking in 1.0 Het amendement heeft de volgende teksten verwijderd: •
Het bewust “vast laten lopen”…slecht is voor het milieu”
Het amendement heeft de volgende teksten toegevoegd: •
•
•
• •
De gemeente zet daarom in op infrastructurele maatregelen om het gemak en de veiligheid voor voetgangers, fiets en OV te verhogen en het hiermee stimuleren van alternatieve vervoerwijzen zoals het openbaar vervoer, de fiets en deelvoertuigen. Om verdere overbelasting te voorkomen wordt voor gebieden met een hoge verkeersintensiteit door toedoen van de auto actief en gericht maatregelen genomen en campagnes ingezet om het OV- en fietsgebruik te bevorderen. Voor specifieke deelgebieden zoals de binnenstad zal de autobereikbaarheid in volle omvang slecht te faciliteren zijn. Hiervoor kiezen we ervoor om maatwerkmaatregelen te nemen die deze gebieden enkel beperkt toegankelijk maakt en zorgt voor een betere algehele mobiliteit binnen de stad. Inzetten op stimuleren ov- en fietsgebruik: stationshalte, optimaliseren aansluiting op fietsnetwerk richting stad. Inzetten op stimuleren OV- en fietsgebruik: stationshalte.
Onderwerp in 2.0 We brengen autoverkeer terug op plekken waar dat noodzakelijk en wenselijk is. Daarnaast bundelen we autoverkeer zoveel mogelijk en krijgt het prioriteit op belangrijke verkeersaders. Dit bevordert de doorstroming. Zie hoofdstuk A.5.3 Doel 2: Dordrecht is een bereikbare stad.
•
Terugbrengen van autoverkeer op plekken waar dat noodzakelijk en wenselijk is. - Toepassen van 30 km/u als basissnelheid in woonwijken. - We doen ingrepen in het autonetwerk, zoals knips en ongelijkvloerse kruisingen om verkeer naar de gewenste routes te leiden en meer ruimte voor lopen, de fiets en OV te realiseren (zie Doel 1: Dordrecht is een aantrekkelijke stad, en Doel 3: Dordrecht is een gezonde stad en Doel 6: Dordrecht is een duurzame en klimaatneutrale stad in 2040).
•
Autoverkeer wordt zoveel mogelijk gebundeld en krijgt prioriteit op belangrijke verkeersaders. Dit bevordert de doorstroming. - We borgen een goede doorstroming van autoverkeer op de belangrijkste inprikkers (verbindingen), te weten Laan der Verenigde Naties, Dokweg, Baanhoekweg, Merwedestraat, Oranjelaan, Mijlweg, Rijksstraatweg (ten noorden van N217), Aquamarijnweg, Overkampweg, Copernicusweg en Provinciale weg. - Voor wat betreft de logistiek borgen we dat er voldoende ruimte voor grote voertuigen blijft bestaan in de werkgebieden en stimuleren we verduurzaming van het goederenvervoer door een verschuiving naar meer transport over water te faciliteren. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen houden we de relevante werkgebieden met een route gevaarlijke stoffen, aangesloten op de rijks infrastructuur (zie Doel 3: Dordrecht is een gezonde stad en Doel 4: Dordrecht heeft een toekomstbestendige economie).
[…] •
Aansluiten op de verschillen in de stad (gebiedstypen mobiliteitsaanpak) De wijze waarop het STOMP principe en het parkeerbeleid worden toegepast hangt af van de uitgangspositie en de omstandigheden in de verschillende delen van de stad. In de binnenstad is de uitdaging anders dan in een willekeurige buitenwijk. Dit betekent dan ook dat per gebied een andere mobiliteitsmix kan worden nagestreefd. We onderscheiden hiervoor 4 gebiedstypen. Het A-gebied omvat de historische binnenstad en de 19e-eeuwse schil. Voor deze gebieden is goede bereikbaarheid met name te voet zeer belangrijk. Deze benadering zetten we door in de wijk Stadswerven, de gebiedsontwikkeling Maasterras en woningverdichting rond het Leerpark en Gezondheidspark. Het B-gebied beslaat de wijken Nieuw-Krispijn, Oud-Krispijn, Wielwijk, Crabbehof, Reeland en Staart West. Het C-gebied bestaat uit de wijken Staart-Oost, Stadspolders, Dubbeldam, Sterrenburg, Wilgenwende, Zuidhoven, Het Dordtse Hout, Amstelwijck. De bedrijventerreinen en industriegebieden aan de flanken van de stad: de Westelijke Dordtse Oever (WDO) en de Merwedehavens noemen we het D-gebied. Zie hiervoor ook de doelkaart. Daarnaast vervult Dordrecht een belangrijke regiofunctie die bijdraagt aan de economische vitaliteit van de stad.
Voorbeelden van bestemmingen zijn het Leerpark, het Gezondheidspark, het bezoeken van de historische binnenstad en recreatieve bestemmingen zoals Nationaal Park De Biesbosch. We investeren in de multimodale bereikbaarheid van deze bestemmingen. Dit betekent een goede aantakking op het hoofdwegennet en tegelijk de beschikbaarheid van aantrekkelijke regionale fietsverbindingen en openbaar vervoer of deelmobiliteit.
A4 – Bestaande parken blijven parken (ChristenUnie-SGP) Kern amendement Er wordt voorgesteld om het raadsvoorstel te wijzigen zodat er in de omgevingsvisie duidelijkheid wordt gegeven over het niet bouwen in bestaande parken. Verwezen wordt naar een lijst met 20 parken.
Verwerking in 1.0 Het amendement heeft de volgende teksten toegevoegd: •
Ten vierde houden we de twintigtal bestaande parken in stand, ieder met verschillende functies variërend van recreatief gebruik tot ecologisch- en cultuurhistorische functie. Aan deze parken worden geen woningen toegevoegd.
Onderwerp in 2.0 De overgenomen tekst komt ook terug in de omgevingsvisie 2.0 (B.2.2.1 Groenblauwe structuren).
A5 – Sociale veiligheid en ruimtelijke kwaliteit (ChristenUnie-SGP) Kern amendement Er wordt voorgesteld om het raadsvoorstel te wijzigen en toe te voegen om in een programma ‘sociale veiligheid en ruimtelijke kwaliteit’ uitwerking te geven aan de doelstelling van het stimuleren van een veilige woon- en leefklimaat in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit van de gebouwde omgeving. Verwerking in 1.0 Verwerkt. Onderwerp in 2.0 N.a.v. het aangenomen amendement is geïnventariseerd wat er al gebeurt binnen de Gemeente Dordrecht in relatie tot ‘sociale Veiligheid en ruimtelijk kwaliteit’. Dit is al veel: er wordt gewerkt met het Politie Keurmerk Veilige Woningen bij nieuwbouw, waar nodig is cameratoezicht of handhaving aan zet en er wordt gewerkt aan een preventieprogramma richting jongeren over ongewenst gedrag / straatintimidatie. De geactualiseerde KOR (ontwerphandboek Kwaliteit Openbare Ruimte) is wellicht het beste voorbeeld, waarin de ruimtelijke kwaliteit bijdraagt een de sociale veiligheid. Zo staat er onder andere: In zijn algemeenheid geldt dat een overzichtelijke, rustige, eenduidige en goed verlichte openbare ruimte als veilig en aangenaam wordt ervaren. Men kan de ruimte overzien, de situatie en anderen snel herkennen en dat stemt gerust. Bij het ontwerp van de openbare ruimte maken we gebruik van een aantal vuistregels m.b.t.
openbaarheid, zichtbaarheid, eenduidigheid, aantrekkelijkheid en sociale interactie. Er zijn 9 opgavenprincipes benoemd om te hanteren voor een Veilige openbare ruimte. In de omgevingsvisie 2.0 is aangegeven dat het aangekondigde programma ‘sociale veiligheid en ruimtelijke kwaliteit’ niet is uitgewerkt omdat deze thema’s ook terugkomen in de principes voor een veilige openbare ruimte uit het Ontwerphandboek Kwaliteit Openbare Ruimte.
A7 – Indicatieve planning programma’s (ChristenUnie-SGP) Kern amendement
Er wordt voorgesteld om het raadsvoorstel te wijzigen en een aantal programma's met indicatieve planning toe te voegen. Verwerking in 1.0 Het college heeft in juni 2021 de raadsinformatiebrief Omgevingsvisie Amendement - Indicatieve planning programma’s toegestuurd aan de raad. Bijlage 3 bij die RIB geeft een lijst van programma’s met – zover mogelijk – een indicatieve planning. Onderwerp in 2.0 In paragraaf A.7.2 Programma’s van de omgevingsvisie 2.0 is een tabel opgenomen met daarin de aangekondigde en inmiddels afgeronde programma’s. De lijst met programma's is niet in beton gegoten. Als gevolg van nieuwe vraagstukken, actualisaties en andere ontwikkelingen kunnen we programma's toevoegen, samenvoegen of wijzigen. Daarom is voor de programma’s een indicatieve status meegegeven.
A8 – Verdichting (GroenLinks) Kern amendement Er wordt voorgesteld om het raadsvoorstel te wijzigen zodat er aan de omgevingsvisie een subparagraaf met betrekking tot verdichting wordt toegevoegd. Verwerking in 1.0 Het amendement heeft de volgende teksten toegevoegd: •
C. Verdichtingvisie Om de forse groei van het aantal woningen binnen de stedelijke contour te combineren met behoud en versterking van leefbaarheid, gezondheid en toekomstbestendigheid, is de inpassing van bouwwerken en functies in de stedelijke omgeving en de inrichting van de buitenruimte van groot belang. In het Omgevingsplan [of in een programma Verdichting] worden daarom minimale normen vastgelegd voor onder meer o Oppervlakte aan (publieke) buitenruimte op straat-, buurt en wijkniveau o Groenvoorzieningen o Ruimte voor ontmoeting, sporten, ontspannen en bewegen o Voorzieningen en afstand tot voorzieningen o Wateropvang en (her)gebruik Daarnaast stimuleren we groene daken en (gezamenlijke of publiek toegankelijke) daktuinen, groene gevels e.d. sterk.
Onderwerp in 2.0 In paragraaf B.2.8.4 zijn de inzichten met betrekking tot verdichting geactualiseerd. Verdichtingsvisie Doelstelling In Dordrecht is de ambitie uitgesproken om tussen 2018 en 2030 11.000 woningen te realiseren. Die ambitie gaat gepaard met het doel om de stad sociaal en economisch te versterken, en zo de kwaliteiten van de stad te verbeteren. Door deze groei in de vorm van verdichting en op een kwalitatieve wijze te accommoderen, waarbij woningen, voorzieningen
en werkplekken binnen de bestaande stad worden toegevoegd, ontstaan kansen om straten, buurten en de stad als geheel sterker en mooier te maken. Hoe gaan we dit doen? Nieuwbouw kan bijdragen aan opgaven zoals de verduurzaming van woningen, het op gang brengen van doorstroming en het verbeteren van de woonomgeving in bestaande wijken. Daarnaast biedt verdichting een kans om het aanbod in de wijken meer in balans brengen en daarmee toekomstbestendiger maken. Een grotere groep inwoners vlakbij een station, winkels of sportvoorzieningen draagt eraan bij om deze voorzieningen stabieler en sterker te maken. Wanneer inwoners dichter bij deze voorzieningen, hun baan, stage of onderwijs wonen, is het ook makkelijker om deze lopend, met de fiets of het OV te bereiken. Door in te zetten op duurzame mobiliteit ontstaat er meer ruimte voor groen en water in straat, buurt en stad, wat de stad als geheel aantrekkelijker maakt als woon- en werkstad. Daarnaast kan met meer groen en water de klimaatbestendigheid verbeteren. Zo versterkt de verdichtingsopgave de kwaliteiten van de straat, de buurt, en de stad Dordrecht als geheel. De effecten op de stad zijn breed en leiden zowel tot directe baten als tot indirecte vermeden kosten. Door in te zetten op verdichting volgens een integrale aanpak worden de hiernaast staande effecten verwacht, georganiseerd per thema.
Zo verwachten we onder andere meer doorstroming op de huizenmarkt, stimulering van duurzame en gezonde mobiliteit, een klimaatbestendigere stad, een aantrekkelijker vestigingsklimaat en een levendigere stad met een vitaler voorzieningenaanbod. Samen maken ze de stad Dordrecht aantrekkelijker om te wonen, werken, ontspannen, verplaatsen, en een bedrijf te beginnen - een meer toekomstbestendige stad. Al met al een breed palet van voordelen en versterkingen voor Dordrecht. Daarom ook deze belangrijkste conclusie: kwalitatief verdichten doe je om de kwaliteiten van de straat, buurt en stad te versterken.
Figuur 2 - Verwachte effecten op stedelijk niveau van verdichting (DZH/Ravenkop, 2024)
A10 – Doelen randvoorwaardelijk (GroenLinks) Kern amendement Met betrekking tot de functie van de zeven doelen wordt een tekstsuggestie gedaan met meer nadruk op ''toekomstbestendige richting'' en ''de groei op een slimme manier invullen zodat de hieronder genoemde doelen optimaal worden gerealiseerd.''
Verwerking in 1.0 Het amendement heeft de volgende teksten toegevoegd: •
Zeven doelen Om de groei te faciliteren en een toekomstbestendige richting te geven formuleren we een aantal doelstellingen waaraan de groei moet voldoen. De opgaven zijn groot, maar de fysieke ruimte is beperkt. Dat betekent dat de groei op een slimme manier moet worden ingevuld zodat de hieronder genoemde doelen optimaal worden gerealiseerd.
Onderwerp in 2.0 Ook in de omgevingsvisie 2.0 hanteren we de doelen als randvoorwaarden die worden gesteld. A.2.1 In dit hoofdstuk In dit hoofdstuk geven we de Dordtse Koers aan. We staan stil bij de centrale ambitie voor Dordrecht en introduceren de zeven doelen (randvoorwaarden) die we hierbij hebben gesteld. Daarnaast belichten we de positie van Dordrecht in de regio.
A14 – Wij maken Dordt (Fractie Jager, Gewoon Dordt, SP, PVV) Kern amendement Voorgesteld wordt om het volgende te schrappen: Meer werk betekent ook minder armoede, minder laaggeletterdheid en minder eenzaamheid kan een bijdrage leveren aan armoedebestrijding. Armoede wordt immers niet alleen veroorzaakt door weinig banen en bestrijding van laaggeletterdheid en eenzaamheid is een maatschappelijke opgaven, geen kwestie van banen creëren. Verwerking in 1.0 Het amendement heeft de volgende teksten verwijderd: •
betekent ook minder armoede, minder laaggeletterdheid en minder eenzaamheid
Onderwerp in 2.0 Betreffende verband dat is geschrapt is ook buiten beschouwing gebleven van deze omgevingsvisie.