t_NL.IMRO.0505.BP190Herzrstrwg131-2501_5e herziening Dordts.Pdf.pdf
Tekst van het document
HOOFDSTUK 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Planmethodiek Dit bestemmingsplan is opgezet volgens de in Dordrecht in het algemeen gebruikte methodiek, waarbij de verschillende bestemmingen met hun bouwgrenzen direct van de verbeelding afleesbaar zijn. In onderhavig bestemmingsplan is een bouwvlak aangegeven, waarbinnen de zogenaamde hoofdbebouwing is toegestaan. De maximale bouwhoogte is op de verbeelding aangegeven. Buiten het bouwvlak is onder bepaalde voorwaarden het oprichten van bebouwing is toegestaan. Dit staat overigens los van de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Voor de opzet van de regels is aansluiting gezocht bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmings-
plannen (SVBP2012).
5.2 Regels Algemeen Er is sprake van een herziening van een gedeelte van het geldende bestemmingsplan Dordtse Kil. De regels zijn waar mogelijk overgenomen uit dit plan. Begripsbepalingen De relevante begripsbepalingen van het geldende bestemmingsplan Dordtse Kil zijn overgenomen. Bestemmingen Wonen Voor het wonen is de standaardregeling opgenomen met bouwvlakken, toegelaten bouwwerken en maximale bouwhoogtematen. Leiding - Hoogspanningsverbinding Een deel van het perceel valt onder de dubbelbestemming Leiding-Hoogspanningsverbinding, waarvoor planregels zijn opgenomen. Cultuurhistorische Waarden Het pand Rijksstraatweg 131 heeft cultuurhistorische betekenis; het heeft zelfs de status van gemeentelijk monument. In de planregels is een bescherming tegen aantasting van dit monument opgenomen. Overgangsrecht en naam In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Tot slot is in de slotregel de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
5.3 Verbeelding De verbeelding heeft uitsluitend betrekking op het perceel Rijksstraatweg 131
HOOFDSTUK 6 Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.12) dient de gemeenteraad een exploitatieplan vast te stellen voor de gronden waar een aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het Besluit ruimtelijke ordening staat wat wordt verstaan onder een aangewezen bouwplan. Een exploitatieplan is niet nodig als de kosten van het bestemmingsplan anderszins verzekerd zijn. Dit kan met een (anterieure) overeenkomst of via gronduitgifte. De gemeente was grondeigenaar en heeft die grond in 2007 geruild met de huidige eigenaar van het perceel Rijksstraatweg 131. Een bestemmingsplanwijziging was ten tijde van de ruil niet nodig; beide panden lieten Wonen als bestemming toe. Bij de ruilovereenkomst heeft een waardevergelijking plaatsgevonden tussen de objecten, uitgaande van een woonbestemming in beide panden. Dat betekent dat reeds met de ruil in feite het aan de eis van kostenverhaal is voldaan. Gesteld kan worden dat via bovengenoemde ruil een anterieure overeenkomst is gesloten. Het kostenverhaal is verzekerd en de exploitatiebijdrage voor de nu noodzakelijke planologische wijziging, welke veroorzaakt is door een onjuiste regeling in het geldende bestemmingsplan dient op € 0,-- te worden gesteld. Het opstellen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro is om deze reden achterwege gelaten.
HOOFDSTUK 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Participatie Het bestemmingsplan voorziet in het herstellen van een fout in de huidige bestemmingsregeling. Het bestemmingsplan heeft primair ook niet tot doel om de bestaande bebouwing te vervangen of uit te breiden. De bouwgrenzen zijn dan ook strak langs de bestaande bebouwing gelegd. Gezien het bovenstaande is er voor college en raad geen ruimte voor het maken van beleidsinhoudelijke keuzes omtrent de inhoud van het bestemmingsplan; vanwege de in 2007 gesloten ruilovereenkomst moet de huidige maatschappelijke bestemming gewijzigd worden in een woonbestemming. Gelet op artikel 4, lid 1 onder c van de Participatie- en inspraakverordening van de gemeente is om bovenstaande reden geen participatieronde gehouden. Overeenkomstig de bepalingen van Wet ruimtelijke ordening bestaat er de gelegenheid tegen het ontwerpbestemmingsplan zienswijzen te dienen bij de gemeenteraad.
7.2 Overleg Het in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven overleg wordt gevoerd met: 1. 2. 3. 4.
Provincie Zuid-Holland; Rijkswaterstaat; Waterschap de Hollandse Delta; Veiligheidsregio.