CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

SLDB - Bijlage 2 Concept nadere regels historische schepen Zuidelijke Insteekhaven en Wantij rev 26-05-2021.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 8 juni 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 14: Afschriftbrief van stichting Leefwerf de Biesbosch over Fase 2 Leefwerf de Biesbosch aanpassing kades2.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Intitulé Nadere regels historische binnenschepen in de Zuidelijke Insteekhaven en Wantij Het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van de gemeente DORDRECHT; gelet op artikel 5.1 onder n. en q. van de Havenbeheersverordening Dordrecht overwegende, dat de gemeente Dordrecht in de Zuidelijke Insteekhaven en in het Wantij ligplaats wil bieden aan historische bedrijfsvaartuigen om bij te dragen aan de instandhouding van een cultuurhistorisch erfgoed voor het nageslacht en vanwege de waarde die de aanwezigheid van een aantal historisch representatieve binnenschepen in deze haven heeft voor aantrekkelijkheid en levendigheid van de stad; BESLUIT: vast te stellen de navolgende Nadere regels inzake historische binnenschepen in de Zuidelijke Insteekhaven en Wantij. Artikel 1 Inleiding De Havenbeheersverordening is de grondslag voor de nadere regels die betrekking hebben op de aanvullende bepalingen omtrent het innemen van ligplaatsen van historische binnenschepen in de Zuidelijke insteekhaven en Wantij. Artikel 2 Doelstelling De gemeente Dordrecht wil ligplaats bieden aan een aantal oude bedrijfsvaartuigen in de Zuidelijke Insteekhaven en Wantij als bijdrage aan de instandhouding van een cultuurhistorisch erfgoed voor het nageslacht en vanwege de waarde die de aanwezigheid van een aantal historisch

representatieve binnenschepen die deze haven heeft voor de aantrekkelijkheid en levendigheid in de stad. Artikel 3 Toepassingsgebied Het toepassingsgebied van de Zuidelijke Insteekhaven beslaat de Zuidelijke Insteekhaven, met opgang vanaf de kade aan de zijde van de Biesboschhal; zoals op tekening in de bijlage behorende bij deze nadere regels is aangegeven. Er wordt ruimte geboden aan een gebruiksoppervlak van maximaal 25% van de Zuidelijke Insteekhaven voor historische binnenschepen. Het gedeelte waarop de regels van toepassing zijn in het Wantij betreft het gedeelte parallel aan de kade langs de Biesboschhal, inclusief de werkhaven naast de Biesboschhal. Artikel 4 Vergunningenstelsel Het is verboden zonder vergunning met een schip ligplaats te nemen in het hiervoor door het college aangewezen gebied dat betrekking heeft op het gedeelte van de Zuidelijke Insteekhaven en het Wantij dat bedoeld is voor historische binnenschepen. In afwijking van artikel 1.6 lid 1 Havenbeheersverordening wordt de vergunning verleend voor onbepaalde tijd, conform artikel 3.3. lid 3 Havenbeheersverordening (mogelijkheid ontheffing duur innemen ligplaats).

1

In afwijking van de Havenbeheersverordening wordt in de Zuidelijke Insteekhaven en het Wantij in hoofdzaak een zaaksgebonden vergunning verleend, die zich tevens kenmerkt door persoonsgebonden elementen. Het doel van dit vergunningstelsel is het waarborgen van de doelstellingen van de nadere regels. Immers bij een zuiver persoonsgebonden vergunning kan dit betekenen dat de eigenaar van een schip in de Zuidelijke Insteekhaven of het Wantij zijn schip verkoopt en een nieuw schip koopt dat niet voldoet aan de cultuurhistorische vereisten. Deze situatie is ongewenst. Bij een zuiver zaaksgebonden vergunning is het risico dat de bewoners van een schip hun woning kwijt raken bij de aankoop van een nieuw schip, omdat de ligplaatsvergunning dan over zou gaan op de koper van hun oude schip. Ook deze situatie is ongewenst. Om onbedoelde en ongewenste effecten te voorkomen wordt in de Zuidelijke Insteekhaven en in het Wantij derhalve gekozen voor een ligplaatsvergunning die beide elementen in zich draagt. Er kan door een verkopende schipper derhalve geen enkele garantie worden gegeven dat een nieuwe bewoner van het schip recht heeft op een ligplaats in de Zuidelijke Insteekhaven of het Wantij.

Een huidige bewoner heeft, vanwege het persoonsgebonden element, bij verkoop van zijn schip en bij aankoop van een nieuw historisch schip voorrang boven de koper van zijn oude schip en boven gegadigden op de plaatsingslijst als bedoeld in artikel 12. Het nieuwe schip van de bewoners dient uiteraard wel minimaal te voldoen aan de eisen, die daarover in de nadere regels worden gesteld. De ligplaatsvergunning die wordt verkregen biedt overigens geen recht op een vaste locatie in de Zuidelijke Insteekhaven of het Wantij. Het is aan de beheerder stichting Leefwerf De Biesbosch om voor het vergunde schip een ligplaats aan te wijzen. Vanwege het in- en uitvaren van de historische schepen wordt verwacht dat de schipper medewerking verleend om voor een ander schip ruimte te bieden bij het manoeuvreren; indien noodzakelijk door zijn schip tijdelijk te verhalen. Artikel 5 Toelatingscriteria Zuidelijke Insteekhaven en Wantij Om als aanvrager in aanmerking te kunnen komen voor een ligplaatsvergunning met een schip in de Zuidelijke Insteekhaven en het Wantij gelden de volgende toelatingscriteria: a. scheeptype: het vaartuig moet een bedrijfsvaartuig van de binnenvaart zijn en aantoonbaar

bijgedragen hebben aan de ontwikkeling van Nederland; b. afmetingen: in de Zuidelijke Insteekhaven moet het vaartuig langer dan 36 meter en korter dan 80 meter zijn, in de Wantij geldt een minimum lengte van 18 meter en een maximum van 80 meter lengte; c. bewoning: het schip is bewoond. Indien bij de toelating van een schip in de Zuidelijke Insteekhaven blijkt dat het schip niet zal worden bewoond, wordt de ligplaatsvergunning niet verleend. Een uitzondering hierop geldt voor historisch schip dat onderdeel van het drijvende park uitmaakt; wat derhalve daardoor niet geschikt gemaakt kan worden voor bewoning. Onverminderd de daartoe geldende wet- en regelgeving zijn, naast bewoning, geen overlast veroorzakende bedrijfsactiviteiten aan boord van het schip toegestaan. Voor schepen in het Wantij geldt een uitzondering voor bewoning aan boord indien het historisch schip vanwege haar afmetingen of (publieks) functie niet bewoond kan worden; d. uitstraling en totaalbeeld: het schip dient naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders te passen in de uitstraling en het totaalbeeld van de haven; e. beheerder stichting Leefwerf De Biesbosch wijst de locatie van de ligplaats toe; f. de aanvrager heeft met beheerder stichting Leefwerf De Biesbosch een huurovereenkomst ondertekend waarin verdere afspraken tussen verhuurder en huurder zijn geformaliseerd.

Een kopie van de ondertekende huurovereenkomst wordt bij een aanvraag voor een ligplaatsvergunning door aanvrager bijgevoegd. Artikel 6 Aanvullende criteria

2

Naast de onder artikel 5 genoemde criteria dient het schip van de aanvrager die een ligplaatsvergunning in de Zuidelijke Insteekhaven of het Wantij heeft te voldoen aan de volgende criteria: a. Het silhouet is gaaf en in overeenstemming met het historisch karakter van het schip; b. De kleurstelling van het schip is in overeenstemming met het klassieke karakter van het schip; c. Het schip verkeert in goede en verzorgde staat van onderhoud; d. Het schip moet zich slepend, duwend of op eigen motorkracht kunnen verplaatsen; e. De begaanbaarheid van het schip is, gelet op het langs elkaar afmeren en het recht van overpad, veilig en de afmeervoorzieningen zijn in dit verband in ruime mate aanwezig; f. het schip dient aan alle veiligheidseisen gesteld in de Binnenvaartwet te voldoen. Voor de aanvullende criteria geldt, in tegenstelling tot de toelatingscriteria genoemd in artikel 5, dat de vergunning wellicht toch verleend kan worden onder de voorwaarden dat alsnog aan de aanvullende criteria wordt voldaan. Hiertoe dient in dat geval een door het college van burgemeester en wethouders goed te keuren restauratieplan te worden overgelegd. Het college laat zich hierbij adviseren door de in artikel 8 genoemde commissie. Ter beoordeling of het schip aan de in artikel 5 en 6 genoemde criteria voldoet dient de aanvrager het schip daartoe aan het college beschikbaar te stellen.

Artikel 7 Restauratieplan a. In een restauratieplan wordt (schematisch) weergegeven wanneer welke werkzaamheden door de aanvrager zullen worden verricht teneinde te komen tot het beeld van een historisch binnenschip dat de gemeente voorstaat. De in artikel 6 genoemde aanvullende criteria zijn leidend om invulling te geven aan het restauratieplan. Zaken van ondergeschikte betekenis zijn niet relevant voor het restauratieplan. Het is voorts noodzakelijk een tijdsplanning in het restauratieplan op te nemen om de voortgang in het proces te houden. Doel is immers om (binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid) te komen tot het bereiken van de doelstelling: een representatief historisch binnenschip. b. Jaarlijks, in januari, wordt door de aanvrager/vergunninghouder een voortgangsrapportage aan het college van burgemeester en wethouder aangeboden. c. Het woord restauratieplan kan onbedoeld de indruk wekken dat het schip volledig in de oorspronkelijke staat moet worden teruggebracht. Een schip behoeft echter niet 100% ahistorisch- of historisch-authentiek te zijn om aantrekkelijk te kunnen zijn. Vandaar dat onder de aanvullende criteria waaraan schepen moeten voldoen om in de Zuidelijke insteekhaven of het Wamtij een ligplaats te krijgen, staat vermeld dat het silhouet intact dient te zijn.

Ingrepen zijn aanvaardbaar, indien deze naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders op respectvolle wijze ten aanzien van het historisch karakter van het schip hebben plaatsgevonden. d. De overeen te komen tijdsplanning zal onder meer afhangen van de omvang van de werkzaamheden. Een planning kan om die reden soms 3 tot zelfs 10 jaar bedragen. e. Voordat tot vergunningverlening wordt overgegaan dient het restauratieplan inclusief de tijdsplanning te zijn goedgekeurd door het college van burgemeester en wethouders. f. Is het plan niet overeenkomstig de aanvullende criteria, dan dient het restauratieplan aangepast te worden. g. Indien er een situatie ontstaat, waarbij alsnog geen overeenstemming wordt bereikt, dan wordt de ligplaatsvergunning geweigerd. h. Nadat het restauratieplan door het college van burgemeester en wethouders is goedgekeurd, kan de vergunning worden verleend, onder de voorwaarde dat aan het restauratieplan binnen de

3

tijdsplanning wordt voldaan. Uiteraard dient nadat het gestelde restauratieplan is gerealiseerd, ook blijvend aan de toelatingscriteria in artikel 5 te worden voldaan. j. Gelet op de doelstelling dat de gemeente met de Zuidelijke Insteekhaven en Wantij weliswaar levendige, maar geen luidruchtige havens voor ogen heeft, dienen ingrijpende, langdurige en dus vaak overlast veroorzakende werkzaamheden buiten de haven plaats te vinden. De gemeente zal zich in dergelijke gevallen inspannen om tijdelijk een alternatieve ligplaats te vinden waar deze werkzaamheden kunnen plaatsvinden. Artikel 8 Commissie a. Voor de beoordeling van de restauratieplannen en de daarmee samenhangende rapportages en werkzaamheden laat het college van burgemeester en wethouders, zich bijstaan door een commissie, die is ingesteld op grond van artikel 84 van de Gemeentewet. b. De commissie bestaat in aanvang uit een vertegenwoordiger van de beheerder stichting Leefwerf de Biesbosch, een onafhankelijke deskundige en een vertegenwoordiger van de gemeente; uit te breiden met één of twee vertegenwoordigers van de eigenaren van de historische binnenschepen in de Zuidelijke insteekhaven of Wantij bij invulling van daartoe bestemde ligplaatsen. c. De rol van de commissie is adviserend. Bij haar adviserende rol kan de commissie in zekere vrijheid de criteria genoemd onder artikel 5 en 6 interpreteren.

De adviezen alsmede de aanvraag zijn openbaar en worden in elk geval z.s.m. aan vergunninghouders bekend gemaakt. d. Naast de adviserende taak van de commissie inzake het restauratieplan als bedoeld in artikel 7, dient de commissie het college van burgemeester en wethouders tevens van advies inzake de toelating als bedoeld in artikel 5. Artikel 9 Tijdelijke invulling ligplaatsen door gastschepen met een cultuurhistorische status a. Bij het verlaten van schepen uit de haven, worden opengevallen ligplaatsen tijdelijk ingevuld door vergelijkbare gastschepen. b. Binnenhavengeld van deze gastschepen komen ten gunste van de exploitant. Artikel 10 Handhaving a. Is de vergunning verleend, dan dient erop te worden toegezien dat de vergunning met de daaraan verbonden voorschriften (waaronder het restauratieplan) en beperkingen wordt nageleefd, overeenkomstig onderhavige nadere regels. b. Er dient te worden opgetreden wanneer iemand zonder vergunning ligplaats inneemt in de Zuidelijke Insteekhaven of het Wantij. c. Toezichthouders zijn/worden op grond van artikel 6.3 van de Havenbeheersverordening aangewezen. Artikel 11 Intrekkingsgronden vergunning Het college van burgemeester en wethouders kan onder meer een vergunning weigeren, wijzigen, schorsen of intrekken wanneer de situaties als genoemd in artikel 1.7 van de Havenbeheersverordening zich voordoen.

Daarnaast kan de vergunning worden geweigerd, gewijzigd, geschorst of ingetrokken indien: a. de wettelijke voorschriften uit de Havenbeheersverordening en deze onderhavige nadere regels over historische schepen Zuidelijke insteekhaven en Wantij niet worden nageleefd ;

4

b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is verleend; c. sprake is van strijd met het bestemmingsplan of ruimtelijke ontwikkelingen ter plaatse; d. sprake is van verkoop van het schip waarop de vergunning betrekking heeft; e. het historische schip niet langer in goede staat van onderhoud verkeert. Artikel 12 Plaatsingslijst a. Wanneer er belangstelling is getoond voor een ligplaats in de Zuidelijke insteekhaven of Wantij middels een schriftelijk en gemotiveerd verzoek aan de beheerder Stichting Leefwerf De Biesbosch, maar deze haven vooralsnog geen ligplaats beschikbaar heeft, kan men zich op de plaatsingslijst laten inschrijven. b. Men kan zich op de plaatsingslijst laten plaatsen, indien men over een schip beschikt. Het schip en de toekomstige bewoners moeten aan de toelatingscriteria, genoemd in artikel 5, voldoen. c. Komt er een ligplaats vrij, dan zal allereerst worden gekeken welk type schip met het oog op de verdeling (artikel 5 c) in aanmerking komt. Vervolgens zal de keuze voor één van de overgebleven schepen afhangen van de vraag welk schip alles afwegende het beste bijdraagt aan de doelstelling. Het feit dat er een restauratieplan nodig is of nog veel of ingrijpende restauratiewerkzaamheden moeten plaatsvinden, is bij deze afweging van ondergeschikt belang. d.

Komt er na bovengenoemde afweging nog steeds meer dan één schip voor de ligplaats in aanmerking, dan zal degene, die het langst op de plaatsingslijst is ingeschreven met desbetreffende schip in aanmerking komen. e. Bij de afweging welk schip in aanmerking komt voor de vrijgekomen ligplaats, laat het college van burgemeester en wethouders zich adviseren door de commissie genoemd in artikel 8. Bijlagen Tekening indeling locatie ligplaatsen historische schepen in de Zuidelijke Insteekhaven

5

Tekening indeling ligplaatsen historische schepen in het Wantij

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/291/documents/10245