CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke vragen FvD Technische sessie RV Marktverordening.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 23 januari 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen Marktverordening en Marktvisie - Raadsvoorstel1.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke vragen - Technische sessie Marktverordening & Marktvisie Aan: Wethouder Maarten Burggraaf Betreft: Technische vragen bij Marktverordening & Marktvisie

Dordrecht, 17 januari 2024 Geachte wethouder Burggraaf, De commissievergadering van dinsdag 16 januari over het raadsvoorstel Marktverordening & Marktvisie is te kort gebleken voor de commissieleden om alle technische vragen te stellen en daarom doorgezet naar nog een beeldvormende sessie op dinsdag 23 januari. . U gaf de commissie de mogelijkheid om schriftelijke vragen in te dienen om de hoeveelheid vragen voor de volgende beeldvormende sessie zoveel mogelijk weg te nemen. Graag stellen wij onze vragen ook eerst schriftelijk, met het oog op een effectievere sessie op 23 januari . Marktvisie Dordrecht: 1. Met de centrale vraag in de inleiding lijkt de gemeente meer de rol te (willen) pakken van marktondernemer door te sturen op hoe de markt kan functioneren: “Hoe kan de centrummarkt van Dordrecht op de middellange en lange termijn optimaal blijven functioneren, rekening houdend met landelijke en lokale ontwikkelingen?”. Is de rol van de gemeente niet juist om de ondernemers te faciliteren zodat zij optimaal functioneren en winstgevend zijn als onderneming? Wanneer u kunt beamen dat de rol van de gemeente inderdaad faciliterend is en niet ondernemend, zou de centrale vraag dan niet beter anders geformuleerd kunnen worden? 2.

Voldoet de doelstelling die is omschreven volgens u aan het SMART principe waar volgens alle bedrijfskundige richtlijnen een doelstelling aan dient te voldoen? 3. De marktvisie spreekt over flexibiliteit versus zekerheid en dat “zekerheid kan worden geboden door duidelijke regels en afspraken". Is dat echt waar zekerheid vandaan komt voor een ondernemer? En welke duidelijke regels en afspraken worden in dit geval bedoeld? 4. In de tekst staat: “In het geval van de centrummarkt van Dordrecht, is het belangrijk om te benadrukken dat de gemeente haar marktondernemers veel kansen en zekerheid wil bieden, maar hier ook zaken voor terug vraagt.” Wat betekent deze ‘voor wat hoort wat’ principe precies? Welke zaken vraagt de gemeente terug voor het faciliteren van kansen en zekerheid? 5. In de tekst op pagina 6 lezen we: “Hier ligt een grote uitdaging voor de gemeente om hier met goede oplossingen te komen, die de marktondernemer de kansen en zekerheid biedt die zij verdienen. Tegelijkertijd wil Dordrecht ook een grote evenementenstad blijven, wat betekent dat we scherpe keuzes moeten maken.” Wat zijn precies de scherpe keuzes die de

gemeente moet maken die zich tegelijkertijd afspelen met het bieden van kansen en zekerheid? 6. Op pagina 7 lezen we: “Daarnaast biedt het mogelijkheden om samen met de Marktadviescommissie weer te gaan sturen op kwaliteit en toegevoegde waarde. Een en ander wordt uitgewerkt in de marktverordening.” We lezen hier dat de gemeente gaat sturen op kwaliteit en toegevoegde waarde. Is dat niet juist wat marktwerking is; als de kwaliteit slecht is en het vervult geen behoefte van de afnemer, dan komt dat vanzelf tot uiting en dient de aanbieder het product beter af te stemmen op de behoefte van de afnemer? 7. In de conclusie staat: “Al met al kan worden gesteld dat de centrummarkt van de gemeente Dordrecht meer en meer geïntegreerd moet worden in één grote samenwerking van alle verschillende spelers in de binnenstad. Alleen zo kunnen we de markt en de binnenstad levendig houden.” Is dat een eigen conclusie? Of is dat een invulling die mooi past als rechtvaardiging van de “scherpe keuzes en beslissingen” die door de gemeente gemaakt worden? Raadsvoorstel Vaststellen Marktverordening & Marktvisie: 1. De gemeente geeft voor de verdeling van de schaarse vergunning het advies om over te gaan op het selectiestelsel. Tijdens de commissie werd daarover gezegd dat men punten ontvangt als men een bijdrage levert aan de ambities van het college.

Is de gemeente dan niet juist aan het voortrekken of positief discrimineren? 2. Bij b. Branchering wordt gesteld: “Als de gemeente wil sturen op de verkoopgroepen op de markt…” Moeten we als gemeente wel willen sturen op verkoopgroepen? Vraag en aanbod zijn bepalend voor de markt. Niet goed lopende verkoopgroepen zullen dan toch vanzelf verdwijnen? 3. Bij b. Branchering I wordt genoemd: “Ter bescherming van de bezoeker…wilen wij verkoopgroepen houden.” De markt wordt mede bepaald door de afnemer en goed marktonderzoek kan bijdragen aan een behoeftebepaling. Heeft de bezoeker dus echt bescherming nodig? 4. Bij b. Branchering II wordt genoemd: “Met de komst van schaarse vergunningen bestaat er een (groter) risico dat grote(re) ondernemingen vergunningen opkopen, of bijvoorbeeld familieleden of vrienden in laten schrijven…” Dit impliceert op voorhand dat de ondernemers van de markt vergunningsfraude zullen gaan plegen. Een dergelijke opmerking werd tijdens de commissievergadering van 16 januari ook gemaakt door de ambtelijke ondersteuning. Het is nogal een sterke aantijging om de ondernemers daar op voorhand van te beschuldigen. Is de wethouder het met ons eens dat dit zeer ongepast is en zelfs onacceptabel om dit als gemeente uit te spreken en op papier te zetten? 5. Bij b.

Branchering III wordt genoemd: “...het aantal verschillende verkoopgroepen geleidelijk af te bouwen…” Voor wie is dit een voordeel en wat is het voordeel? 6. Bij d. Flexibel en optimaal ruimtegebruik wordt er gekozen om in de marktverordening op te nemen: "Markt verplaatsen of annuleren". Dit kan bij bovenregionale evenementen, denk bijvoorbeeld aan de "Tour de Femmes", of bij regionale evenementen met een zeer groot belang voor de stad, zoals de "Decemberdagen”." Wat is de reden dat deze evenementen niet op de Bagijnhof kunnen worden gehouden? Deze zijn incidenteel en mogen ook

plaatsvinden op een centrale en makkelijk bereikbare plek in het centrum vanaf het station gezien. 7. Bij e. Vergunningsduur staat: “De Europese Dienstenrichtlijn stelt dat vergunningen voor onbepaalde tijd niet langer uitgegeven mogen worden.” Hoe wordt dit precies omschreven in de richtlijn en in welke context mag dit geplaatst worden? 8. Zou het college kunnen toelichten op welke manier de markt valt onder het leveren van een dienst, rekening houdend met het feit dat de markt de puurste vorm is van het verkopen van producten? 9. Wanneer er geen sprake is van het leveren van een dienst, maar het leveren van producten, vallen de ondernemers van de markt die producten verkopen dan wel onder de Europese Dienstenrichtlijn? 10. Bij e. Vergunningsduur staat: “...andere factoren…” Wat zijn de andere factoren? 11. Bij e. Vergunningsduur wordt gesteld dat een gemiddelde terugverdientijd voor een marktondernemer 9-12 jaar is, wat een vergunning van 15 jaar zou rechtvaardigen. Stel dat de terugverdientijd van een investering in kapitaalgoederen (bijvoorbeeld de vitrines en bakapparatuur van de viskraam) 12 jaar is. Hier wordt dan vaak gesproken over afschrijvingen of vervangingsinvesteringen.

Als na 12 jaar apparatuur aan vervanging toe is, blijft de ondernemer dan doorwerken met oude, versleten of kapotte apparatuur? Wanneer apparatuur na bijvoorbeeld 12 jaar aan vervanging toe is, adviseert u dan de ondernemer om te investeren in apparatuur met een terugverdientijd van 9-12 jaar terwijl hij niet weet of hij over 3 jaar “geselecteerd” wordt voor een nieuwe vergunning? 12. Bij de risico’s van dit voorstel staat bij 1. Persoonlijke Aanwezigheid: “Ook zien wij juridische zwaktes in ons beleid als persoonlijke aanwezigheid niet wordt behouden.” Wat zijn die juridische zwaktes? 13. Bij 2. Branchering / Verkoopgroepen staat: “Ons voorstel om de verkoopgroepen geleidelijk te bekijken is wel een juridisch risico.” Wat is het juridisch risico?

Fractie Forum voor Democratie Dordrecht kijkt uit naar de beantwoording. Hoogachtend, Ruby Pichel Fractievoorzitter Forum voor Democratie Dordrecht

T: +31 636514616 E: dordrecht@fvd.nl W: www.fvd.nl/dordrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/743/documents/29482