CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke beantwoording van de vragen en toezeggingen nav de commissievergadering van 13 januari 2026.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 27 januari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen Leegstandverordening Gemeente Dordrecht - Raadsvoorstel963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zie hieronder de schriftelijke beantwoording van de vragen die dinsdag in de commissie zijn gesteld: 

Er is een vraag gesteld over de middelen van het Rijk voor de uitvoering van de Wet goed verhuurderschap: betreft het incidentele middelen of structurele middelen? Het gaat om structurele middelen, maar het bedrag neemt jaarlijks af en komt na 2028 uit op ongeveer € 37.000,- per jaar. In 2024 zijn daarnaast eenmalige incidentele middelen uitgekeerd voor de implementatie van de wet. Belangrijk om te benadrukken is dat zowel de huidige als de toekomstige middelen vanuit het Rijk niet voldoende zijn om de structurele kosten voor toezicht en handhaving volledig te dekken. Dit betekent dat aanvullende dekking vanuit de gemeente noodzakelijk blijft.

Daarnaast is toegezegd inzicht te geven in de berekening van legeskosten. Deze zijn kostendekkend vastgesteld op basis van gemiddelden. De vraag had specifiek betrekking op het aantal woningen per vergunning en de verschillen in kosten per vergunning. Op dit moment is de verwachting dat het vastgestelde legesbedrag voldoende is om alle aanvragen kostendekkend af te handelen op basis van gemiddelden. Mocht na invoering blijken dat deze inschatting niet klopt, dan kunnen de leges tussentijds worden aangepast via een wijzigingsbesluit van de legesverordening. Daarbij kan per extra woning een aanvullend legesbedrag worden opgenomen in de verordening. De toelichting op de berekening van de leges en de financiële dekking is opgenomen in de bijgevoegde bijlage.

In artikel 2 van de verordening worden verschillende categorieën woonruimte benoemd. Er is gevraagd welke categorieën dit precies zijn en hoe het onderscheid in de praktijk wordt toegepast. Wanneer gesproken wordt van verschillende categorieën van woonruimte, kan dat onder andere door onderscheid te maken op basis van de volgende hoofdindelingen: o zelfstandige en onzelfstandige woonruimte; o woonruimte naar huurprijssegment (sociale huur, middeldure huur en vrije sector); o woonruimte naar gebruiksvorm, zoals reguliere bewoning, kamerverhuur, woningdelen of tijdelijke verhuur; o soms specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld studenten, ouderen of zorgwoningen). In de praktijk blijkt het echter lastig om woonruimten eenduidig binnen één categorie te plaatsen en om het instrument alleen op specifieke categorieën toe te passen. Dit leidt tot uitvoeringsproblemen en handhavingsrisico’s. Om die reden is er voor gekozen de Verhuurverordening van toepassing te verklaren op alle categorieën woonruimte.

Welk bedrag wordt opgehaald door middel van boetes? Het is lastig om hier een exacte inschatting van te geven. Als we kijken naar gemeenten waar al een verhuurverordening van kracht is (bijvoorbeeld Den Haag), blijkt dat er tot nu toe weinig bestuurlijke boetes

zijn opgelegd. De handhaving werkt met een escalatieladder (zoals ook in Dordrecht zal worden toegepast), waarbij eigenaren eerst de gelegenheid krijgen om overtredingen te herstellen. In veel gevallen volstaat een gesprek met de eigenaar, juist omdat zij een bestuurlijke boete willen voorkomen, zeker omdat deze boetes ook openbaar worden gemaakt op de gemeentelijke website. In de praktijk betekent dit dat boetes voornamelijk worden opgelegd bij hardnekkige overtreders. Toezeggingen: 

De gegevens/resultaten van gemeenten waar deze instrumenten al worden toegepast, worden gedeeld met de gemeenteraad. In 2024 heeft RIGO een evaluatie uitgevoerd van de Leegstandwet, waarbij ook de Leegstandverordening is meegenomen. Uit deze evaluatie blijkt dat gemeenten die een leegstandverordening hebben ingevoerd dit op verschillende manieren doen. Er zijn grote verschillen in de mate van handhaving en proactiviteit. Twee gemeenten die een proactieve handhavingsaanpak hanteren, zijn Utrecht en Amsterdam. Over deze gemeenten vermeldt het RIGO-onderzoek het volgende: o Amsterdam: Het aantal meldingen is toegenomen en sinds de start van het experiment zijn 430 woningen weer regulier bewoond. o Utrecht: De gemeente heeft veel meer inzicht gekregen in leegstand van woningen, op basis waarvan vervolgstappen worden gezet. Momenteel worden gesprekken gevoerd met de betreffende eigenaren.

Er zijn meerdere tekstuele wijzigingen in de verordening besproken en deels toegezegd. In dit stadium kunnen er echter ambtelijk geen wijzigingen meer worden aangebracht in de stukken. Eventuele aanpassingen kunnen plaatsvinden via een amendement of bij een eerste wijzigingsbesluit van de verordening. Dat gaat om de volgende punten:  

In lid 5 van artikel 2 wordt naar het verkeerde lid verwezen. In artikel 7.3 wordt de rol van het college bedoeld. Het lijkt beter om het woord ‘hem’ te vervangen door ‘college’. Hierop wordt een toelichting gegeven. De commissie geeft aan dat het wenselijk is om in verordeningen verwijzingen naar wetgeving op een consistente en eenduidige wijze toe te passen.

Technische vraag VVD: 

Graag ontvangen wij de toegezegde informatie over onder andere de analyse en onderbouwing van de aantallen en doelstelling van

40%. Het aantal van 555 langdurig leegstaande woningen in Dordrecht is gebaseerd op administratieve leegstand, vastgesteld door het CBS op basis van gegevens uit verschillende landelijke registers. Een woning wordt als administratief leegstaand beschouwd wanneer: o o o

er geen bewoning is volgens de Basisregistratie Personen (BRP); er geen bedrijvigheid is volgens het Algemeen Bedrijven Register (ABR); er geen (fiscaal) gebruik is volgens de Landelijke Voorziening WOZ (LVWOZ).

Daarnaast gebruikt het CBS aanvullende controles, zoals energieverbruik, om feitelijke leegstand beter in beeld te brengen. Deze methode wordt ook toegepast in de Landelijke Monitor Leegstand en maakt onderscheid tussen tijdelijke (frictie)leegstand en structurele, langdurige leegstand. Het genoemde aantal van 555 woningen is een indicatie op basis van deze administratieve gegevens. Het is geen exact cijfer, omdat we pas na invoering van de Leegstandverordening meer inzicht krijgen in de daadwerkelijke omvang van leegstand in Dordrecht. Het verkrijgen van inzicht in de omvang en aard van de langdurige leegstand is een belangrijke functie van de verordening. De doelstelling van 40% vermindering is een ambitie, gebaseerd op ervaringen in andere gemeenten zoals Amsterdam, waar de invoering van een Leegstandverordening aantoonbaar effect heeft gehad. We verwachten dat ook in Dordrecht een substantieel effect mogelijk is, maar de precieze impact zal pas duidelijk worden zodra we meer praktijkgegevens hebben, en is tevens sterk afhankelijk van de mate van proactiviteit in de handhaving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1090/documents/45735