CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke beantwoording technische vragen CU-SGP, PvdD, CDA, BvD, VSP - Wieldrechtse Zeedijk 2a.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 30 september 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Afgeven Verklaring van geen bedenkingen voor Wieldrechtse Zeedijk 2a - Raadsvoorstel3.762 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke beantwoording Vragen aan het college naar aanleiding van de door de inspreker toegelichte aspecten over het Raadsvoorstel: Afgeven Verklaring van geen bedenkingen voor Wieldrechtse Zeedijk 2a. 25-9-2025 Vooraf: Tijdlijn ter verduidelijking Feb 2019 2 juli 2021 18 okt 2022 Nov 2022 – april 2023

16 mei 2023 15 nov 2024

16 juni 2025

Instemming van wethouder over dit initiatief. Voorwaarde over participatie meegegeven. Formele aanvraag omgevingsvergunning en APV vergunning ontvangen door de omgevingsdienst en vanaf toen in behandeling genomen en beoordeeld. Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen afgegeven door uw raad en daarmee ingestemd met het advies van het college om mee te werken aan deze aanvraag. Zienswijze periode en beantwoording. Zienswijze van de inspreker ontvangen en ongegrond verklaard. Dit kunt u teruglezen in de ontwerpbeschikking via https://raad.dordrecht.nl/Documenten/Wabobeschikking-geanonimiseerd-1.pdf Definitieve Verklaring van geen bedenkingen afgegeven door uw raad. Na ingesteld beroep door de inspreker uitspraak van de rechter dat de beslissing op de verleende vergunningen wordt vernietigd. De aanvraag is er nog steeds, dus is een nieuw besluit van het college nodig. Voorstel van het college aan de Raad om (opnieuw) een Verklaring van geen bedenkingen af te geven. Deze ligt nu bij u voor.

ChristenUnie/SGP 

Waarom is door de gemeente Dordrecht (afdeling Bouw- en Woningtoezicht) afgezien van handhaving ten aanzien van de reeds gerealiseerde aanpassing van de in- en uitrit op deze locatie?

Antwoord: De gemeente is in het verleden voornemens geweest de uitwegvergunning voor de in- en uitrit op deze locatie te verlenen. De aanvraag is beoordeeld en akkoord bevonden op grond van artikel 2:12 in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Dordrecht. De rechter heeft in zijn uitspraak de beslissing op deze uitwegvergunning vernietigd, omdat een omgevingsvergunning aanvraag voor het afwijken van het bestemmingsplan miste. Er rust een woonbestemming op de in- en uitrit waardoor deze niet gebruikt mag worden voor een bedrijf. De rechter oordeelde dat deze onterecht niet was aangevraagd. Ten aanzien van de inhoud van de uitwegvergunning zijn er geen bijzonderheden. De rechter heeft in zijn uitspraak aangegeven dat hij geen aanknopingspunten zag (in het bijzonder in de door de omwonenden aangevoerde punten over de

verkeerskundige beoordeling) om te oordelen dat er inhoudelijk iets mis zou zijn met de verleende uitwegvergunning. De geconstateerde afwijkingen (verbreding t.b.v. draaicirkel en afwijkende breedte van 5,7 i.p.v. 5,5 meter) heeft de rechter als marginaal/ ondergeschikt gezien. Deze waren geen reden om van vergunningverlening af te zien. Omdat inhoudelijk eigenlijk niets aan te merken is op de uitwegvergunning en de gemeente nog steeds voornemens is deze vergunning af te geven is daarom afgezien van handhaving. 

De CU-SGP constateert dat er verschillen bestaan tussen de akoestische onderzoeken met betrekking tot het aantal vrachtwagenbewegingen en de daaraan gekoppelde normen voor piekgeluiden. Kan het college toelichten hoe deze verschillen zijn ontstaan en welke gegevens als uitgangspunt worden gehanteerd?

Antwoord: In juli 2022 zijn akoestische onderzoeken aangeleverd. N.a.v. de gerechtelijke uitspraak in november 2024 zijn nieuwe akoestische onderzoeken aangeleverd. Daardoor zitten er verschillen tussen de akoestische onderzoeken. De gegevens die als uitgangspunt worden genomen zijn die van de recentste akoestische onderzoeken uit november 2024. Deze zijn beoordeeld door de omgevingsdienst namens het college. 

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er een aanzienlijke toename van verkeersbewegingen te verwachten is. Acht het college het, mede gezien de voorgenomen wijziging van een recreatieve naar een bedrijfsbestemming, noodzakelijk om aanvullend verkeersonderzoek te verrichten naar de effecten van deze nieuwe situatie?

Antwoord: De Wieldrechtse Zeedijk is in de huidige situatie smal (3,5 tot 4 meter breed). Het landbouwverkeer is met de nieuwe landbouwweg van deze dijk verdwenen. Er geldt ook een beperking voor deze weg waarbij in de avond- en ochtendspits alleen bestemmingsverkeer mag rijden op deze weg. De verkeersintensiteiten in de huidige situatie zijn daarmee laag. In de praktijk zal vooral 's ochtends en 's avonds worden afgereden. Door onze verkeerskundigen is de verkeersaantrekkende werking van een hoveniersbedrijf passend geacht. Vergeleken met wat nu is toegestaan en de omliggende bedrijven zijn deze verkeersaantallen ook niet hoog. Op de huidige locatie is binnen het bestemmingsplan (en dus zonder omgevingsvergunning) een recreatief bedrijf gericht op dagrecreatie met 20 parkeerplaatsen toegestaan. In het bestemmingsplan is dit berekend en passend geacht. De naastgelegen manege heeft ook een vergelijkbare verkeersaantrekkende werking met bezoekers en bevoorrading. Aanvullend verkeersonderzoek achten wij daarom niet noodzakelijk. Verder merken wij op dat ieder initiatief (ook passend binnen de bestemming) meer verkeersbewegingen genereert aangezien het perceel nu al enkele jaren niet (intensief) wordt gebruikt.

De toekomstige verkeerssituatie kan mogelijk leiden tot trillingshinder voor nabijgelegen panden. In hoeverre is het noodzakelijk om deze risico’s in kaart te brengen en zo ja, op welke wijze gebeurt dit?

Antwoord: Wegverkeer geeft in het algemeen geen trillinghinder. Ook bij zwaar verkeer is in beginsel geen trillinghinder te verwachten. De weg Wieldrechtse Zeedijk is in goede staat, het wegdek is vlak en er zijn geen drempels. Daarbij zal de snelheid van het verkeer, specifiek van de vrachtwagens, laag zijn omdat het verkeer bovenaan moet draaien om de in- en uitrit op te rijden. Aanvullend merken wij op dat de in – en uitrit ook voldoende breed is om de draai goed te kunnen maken. Deze factoren verlagen de kans op trillingen. De kans op overschrijding van de norm voor trillingen is ook klein. Het is volgens ons daarom niet noodzakelijk om deze risico’s in kaart te brengen.

Partij voor de Dieren 

Welke vergunningaanvragen voor bouwactiviteiten zijn de afgelopen 20 jaar voor dit perceel gedaan, hoe is daar destijds op besloten en met welke onderbouwing? (PvdD)

Antwoord: Er zijn in de afgelopen 20 jaar geen officiële omgevingsvergunningaanvragen binnengekomen (en verleend), behalve de voorliggende aanvraag van Baan Hofman b.v.

N.a.v. de reactie van de inspreker is nog nader onderzoek gedaan; In 2016 is een melding op grond van het Activiteitenbesluit gedaan (kenmerk: Z16-307383) en een vooroverleg (ook wel conceptaanvraag) ingediend voor de vestiging van een manege op de Wieldrechtse Zeedijk 2a. Uit de stukken is niet gebleken dat het college negatief tegenover het vestigen van een manege op deze locatie stond. Er is echter voor zover wij hebben kunnen achterhalen nooit een initiatiefbesluit genomen of een officiële aanvraag ingediend.

CDA De inspreker stelt dat het totale gebied qua bestemmingsbepalingen zich onderscheidt in twee deelgebieden, namelijk perceel W200 (bestemming recreatie) en perceel W66 (bestemming wonen/tuin). 1. Vraag: Onderschrijft u de door de inspreker aangebrachte onderverdeling en zo ja, betekent dit dat voor beide deelgebieden separate verklaringen van geen bedenkingen aan de Gemeenteraad dienen te worden overlegd ? Antwoord: Dat klopt, want er is een omgevingsvergunningaanvraag die betrekking heeft op W200 en een aanvraag die betrekking heeft op perceel W66. Er is 1 raadsvoorstel gemaakt voor formeel 2 verklaringen van geen bedenkingen. Deze zijn samengenomen omdat het gaat over één bedrijf en adres en afgesproken is de besluitvorming parallel aan elkaar te laten lopen. De inspreker stelt dat de reeds aangepaste inrit niet voldoet aan de normen, geldend voor het gebied W66 en dat meerdere verzoeken van de inspreker aan de Omgevingsdienst om hierop te handhaven niet zijn gehonoreerd.

2. Vraag: Kunt u toelichten waarom u al dan niet de stelling van de inspreker deelt dat de huidige inrit niet voldoet aan de voor dit deelgebied nu geldende normen en dat derhalve deze inrit qua uitvoering als illegaal kan worden beschouwd? Antwoord: De in- en uitrit kan op twee manieren in strijd zijn met de geldende normen: 1. Gebruik 2. Maatvoering Onderhoud door de eigenaar is niet in strijd met de geldende normen. Ten aanzien van het gebruik geldt dat de in- en uitrit niet mag worden gebruikt voor activiteiten anders dan de bestemming die daar geldt (tuin en wonen). In dit geval zegt de bestemming ook dat de in- en uitrit mede mag worden gebruikt als ontsluiting van een naast het betreffende perceel gelegen andere functie (hier dagrecreatie). De in- en uitrit mag dus niet worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten. Ten aanzien van de maatvoering geldt dat voldaan moet worden aan de maatvoering in de beschikking. De maatvoering is opgenomen in de uitwegvergunning die al is voorbereid door het college. Vanuit de gerechtelijke procedure is vrijwel niets inhoudelijks aan te merken op de voorbereide uitwegvergunning, behalve dat onterecht geen omgevingsvergunning is aangevraagd voor het afwijken van het bestemmingsplan. De geconstateerde afwijkingen (verbreding t.b.v. de draaicirkel bovenaan en de afwijkende breedte van 5,7 i.p.v.

5,5 meter) heeft de rechter als marginaal/ondergeschikt gezien. Deze waren geen reden om van vergunningverlening af te zien. Het college is nog steeds voornemens de uitwegvergunning af te geven en heeft daarom afgezien van handhaving op de strijdigheden. Voor deze locatie zijn meerdere handhavingsverzoeken ontvangen door de omgevingsdienst. Naar aanleiding van deze verzoeken heeft de omgevingsdienst op een twintigtal momenten gecontroleerd op de locatie. Er zijn tot in maart 2024 geen illegale activiteiten waargenomen door de omgevingsdienst tijdens deze controles. Naar aanleiding van de controle in maart 2024, waarbij een fietsenrek dat groter was dan gemiddeld was geplaatst bij de in-en uitrit, is een last onder dwangsom opgelegd op basis van het gebruik ten behoeve van bedrijfsactiviteiten. Kortom, de in- en uitrit kan op basis hiervan niet als illegaal worden beschouwd. Behalve voor het fietsenrek in maart 2024, wat aan banden is gelegd met een last onder dwangsom. 3. Vraag: Kunt u bevestigen dat de Omgevingsdienst niet is ingegaan op verzoeken van de inspreker, zijnde het handhaven van de voor dit deelgebied zijnde normen, met dan als consequentie dat de inrit daaraan zou dienen te worden aangepast? Antwoord: De omgevingsdienst heeft meerdere handhavingsverzoeken ontvangen van de inspreker.

Deze zijn in behandeling genomen en er zijn inspecties op locatie uitgevoerd om te achterhalen of aan de normen wordt voldaan, zoals uitgelegd bij vraag 2. Er kan niet worden gehandhaafd op grond van meldingen of waarnemingen van de buren. Er moet een waarneming worden gedaan door een aangewezen toezichthouder namens het bevoegd gezag. Er hebben op verzoek van de inspreker vele controles door de omgevingsdienst plaatsgevonden. Slechts één keer is geconstateerd dat er een illegale

bedrijfsmatige activiteit (het fietsenrek) plaatvond op het terrein. Er is toen een last onder dwangsom aan Baan Hofman b.v. verstuurd. De omgevingsdienst is ingegaan op verzoeken van de inspreker en heeft gehandhaafd op de geldende normen. Zoals bij vraag 2 uitgelegd is het niet nodig dat de inrit moet worden aangepast. 4. Vraag: wat is uw reactie op het door de inspreker gestelde dat de Omgevingsdienst haar niet in de gelegenheid heeft gesteld om met haar over deze problematiek te overleggen? Antwoord: Wij vinden het vervelend om te horen dat dit zo wordt ervaren door de inspreker. Door de omgevingsdienst is op alle verzoeken gereageerd, zijn tijdig de stukken toegestuurd aan (de advocaat van) de inspreker en zijn alle vragen beantwoord. Het is ook al vanaf het begin af aan duidelijk dat de inspreker deze ontwikkeling niet wilt. Er zijn vanuit hen geen bewegingen gemaakt om tot een oplossing te komen maar vooral formele instrumenten aangewend om de ontwikkeling tegen te houden. Als er een opening zou zijn geweest, was het mogelijk om te overleggen of was mediation een optie geweest om tot een oplossing te komen.

De inspreker stelt dat bij het honoreren van de voorgestelde verklaring van geen bedenkingen (dus het instemmen met het daar dan uitoefenen van een hoveniersbedrijf) het te verwachten geluidsniveau de voor het gebied W220 geldende normen sterk overstijgt, dit zowel voor het gebied zelf als tevens voor de woning van de inspreker. 5. Vraag: Kunt u het door de inspreker over deze geluidsoverschrijding gestelde delen en kunt u toelichten waarom deze overschrijding, geldend voor dit stiltegebied desondanks als toelaatbaar mag worden beschouwd? Antwoord: Dit gebied (W220) valt inderdaad in het stiltegebied dat is aangewezen door de provincie in hun provinciale omgevingsverordening. In de provinciale omgevingsverordening zijn regels opgenomen (in artikel 3.16) dat in het stiltegebied een ontheffing nodig is voor: 1. Het gebruiken van een toestel waardoor de ervaring van natuurlijke geluiden in een stiltegebied kan worden verstoord. Hier wordt mee bedoeld: een airgun of andere knalapparatuur, een toestel om geluid elektrisch versterkt voort te brengen (muziek/omroep), een modelvoertuig aangedreven met een verbrandingsmotor of een schietwapen. 2. Het rijden met een motorrijtuig buiten de weg of buiten andere voor bestemmingsverkeer openstaande wegen of terreinen. 3. Het houden van en deelnemen aan een toertocht voor motorrijtuigen. 4.

Het varen met een watervoertuig, zoals een motorboot of waterscooter, sneller dan 9 km/u. In de toelichting bij dit artikel staat verder: “Op openbare wegen in stiltegebieden mag met motorrijtuigen worden gereden. Dit geldt ook voor het rijden op voor het bestemmingsverkeer openstaande wegen of terreinen, zoals erven van boerderijen.” De activiteiten van het toekomstig hoveniersbedrijf vallen niet onder één van deze categorieën. Er is wel sprake van het rijden met een motorrijtuig buiten de weg op het erf, maar zoals in de toelichting terug te lezen is mag hier ook met motorrijtuigen worden gereden.

In het omgevingsbeleid van de provincie wordt genoemd dat het uitgangspunt is om het gebied zo stil mogelijk te houden. Dit betekent niet dat het volledig stil moet zijn. Geluiden die bij het gebied horen, zoals bijvoorbeeld de agrarische activiteiten, zijn toegestaan. We zitten hier aan de rand van de stad en ingeklemd tussen maneges met verderop ook agrarische bedrijven. Wij hebben de geluiden als passend geacht, omdat deze locatie tegen de stadsrand aanligt. Het vigerende bestemmingsplan liet binnen de functie recreatie ook al vergelijkbare geluidbelasting toe. Nu wordt de afwijking van het bestemmingsplan beoordeeld en deze hoveniersfunctie is niet nadeliger voor dit gebied dan de functie die nu al is toegestaan. Dit bezwaar zat ook in de eerdere zienswijze en is daar op deze wijze beantwoord. 6. Vraag: Wat kunt melden over de stelling van de inspreker dat de veronderstelde geluidsproductie, geldend voor de bedrijfsvoering van dit hoveniersbedrijf, conflicteren met de voor dit gebied toegestane geluidsnormen, ook geldend voor aanwezige naburige woningen, zoals die van de inspreker? Antwoord: Uit de geluidsonderzoeken blijkt dat voor het grootste gedeelte van de bedrijfsvoering van dit hoveniersbedrijf de geluidsnormen niet worden overtreden.

Ten aanzien van de vrachtwagens die worden gebruikt voor het laden en lossen van producten is er wel een overschrijding van de geluidsnorm. In het onderzoek zijn de verkeersbewegingen en de activiteiten van het bedrijf (de apparaten die worden gebruikt zoals een shovel) berekend en getoetst. Het hoveniersbedrijf doet zijn werkzaamheden hoofdzakelijk ergens anders en deze locatie zal voornamelijk worden gebruikt overdag voor opslag, het af en aanrijden van voertuigen naar werklocaties en het houden van de kwekerij. Specifiek staat in het geluidsonderzoek het volgende: De geluidsnormen waaraan moet worden voldaan is 50 dB(A) overdag, 45 dB(A) in de avond en 40 dB(A) in de nacht op de gevels van de nabijgelegen woningen. Gezien de kleine afstand van de nabijgelegen woningen en tuinen tot het toekomstig bedrijf is de strengere richtwaarde van de VNG van 45 dB(A) overdag ook getoetst. Ten aanzien van de woningen Wieldrechtse Zeedijk 2 (van inspreker) en 3, 4 en 5 (naburige woningen) is gemeten op de gevel en tuin en blijkt dat het geluid binnen de toegestane normen en strengere richtwaarde blijft. Voor zogeheten piekgeluiden (plotseling harde geluiden) gelden andere normen: 70 dB(A) overdag, 65 dB(A) in de avond en 60 dB(A) in de nacht. De richtwaarden zijn respectievelijk 65 dB(A), 60 dB(A) en 55 dB(A).

Bij de woningen aan de Wieldrechtse Zeedijk 2 (en achtertuin), 3 en 5 wordt is het piekgeluid overdag te hoog en past niet binnen de grenswaarde van 70 dB(A). De hoogst gemeten waarde bedraagt 77 dB(A) overdag. Dit wordt veroorzaakt door het optrekken en afremmen van de vrachtwagen die het terrein op- en afrijden. Onze geluidsadviseurs hebben geconstateerd dat het geluidsonderzoek juist is. Bij een overtreding van een geluidsnorm is het nodig om maatregelen te nemen. In het geluidsonderzoek wordt aangegeven dat door het aantal vrachtwagens per dag te beperken het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen in de omgeving wordt gewaarborgd. Daarom hebben wij besloten het aantal vrachtwagens te beperken tot één per dag en maximaal drie in de week en dit specifieke aantal vrachtwagens vast te leggen met een voorschrift in de vergunning zodat er sprake blijft van een aanvaardbare akoestische situatie.

Er wordt in de verklaring van geen bedenkingen gesproken over het op dit deelgebied toestaan van het bouwen van een bedrijfswoning. 7. Kunt u toelichten waarom dit, zowel in afwijking van de geldende bestemmingsbepalingen als ook voor wat betreft de voor deze woning in dit gebied toelaatbare geluidsnormen, toch als toelaatbaar kan worden geacht? Antwoord: Zoals eerder aangegeven is voor de bedrijfsactiviteiten van het hoveniersbedrijf, behalve de vrachtwagens, in het onderzoek geconstateerd dat deze voldoen aan de geluidsnorm. Dus worden deze toelaatbaar geacht voor de omliggende woningen. De bedrijfswoning bij het hoveniersbedrijf is een ander soort bestemming dan de burgerwoning van Wieldrechtse Zeedijk 2. Voor een bedrijfswoning gelden de geluidsnormen niet als het een functionele binding heeft met het bedrijf. Dat is in dit geval dus is de bedrijfswoning niet onderzocht ten aanzien van de eigen bedrijfsactiviteiten. Wat wel onderzocht moet worden voor de bedrijfswoning is de geluidbelasting van het wegverkeer van de Wieldrechtse Zeedijk op de bedrijfswoning. Dit is onderzocht en hier volgt uit dat aan de normen wordt voldaan en de bedrijfswoning toelaatbaar is. 8. Vraag: In de in het Raadsvoorstel gemelde overwegingen meldt u dat het bouwen van een bedrijfswoning slechts mogelijk is in samenhang met het realiseren van een volwaardig recreatiebedrijf.

Kunt u toelichten waarom, nu het niet gaat om een recreatiebedrijf toch mogelijk wordt gemaakt? Antwoord: In het huidige bestemmingsplan zit een wijzigingsbevoegdheid voor het toevoegen van een bedrijfswoning bij een volwaardig recreatiebedrijf. Dit bestemmingsplan is door uw raad vastgesteld. De voorwaarde is dat de woning behoort bij het bedrijf dat daar wordt gerealiseerd. Deze voorwaarde is ook opgevoerd voor dit hoveniersbedrijf. Dit kun je meer zien als een dienstverlenend bedrijf met agrarische functie in de vorm van een kwekerij. De woning in het plan hoort bij dit volwaardige hoveniersbedrijf. De inspreker meldt dat er naast de al door de rechter vernietigende besluiten nog door haar aangespannen vijf gerechtelijke procedures rond deze deelgebieden lopen. 9. Vraag: Bent u op de hoogte deze nog lopende rechtszaken en kunt u toelichten waarom voor u dit geen beletsel is om dit Raadsvoorstel desalniettemin aan de raad ter besluitvorming voor te leggen? Antwoord: De gerechtelijke procedures die nog lopen staan los van de twee omgevingsvergunningen waar dit raadsvoorstel over gaat. Voor de omgevingsvergunningen is de gerechtelijke procedure afgerond met de uitkomst dat deze overnieuw moeten. De gerechtelijke procedures die nog lopen zijn in het kader van handhavingszaken en het niet tijdig beslissen.

Beter voor Dordt - Voorgesteld wordt om te vergunnen dat maximaal 3 vrachtwagens per week naar dat adres gaan over dat zeer smalle stukje Wieldrechtse Zeedijk. Hoe wordt dat gehandhaafd? Antwoord: Dit gebeurt naar aanleiding van een klacht/melding of een verzoek om handhaving. De omgevingsdienst zal op basis hiervan een controle uitvoeren op de locatie. In de beschikking van de omgevingsvergunning staat de voorwaarde dat maximaal 3 vrachtwagens per week de inrit gebruiken. Wanneer tijdens de controles blijkt dat hier meer vrachtwagens komen dan is er een grondslag om bijvoorbeeld een last onder dwangsom op te leggen.

-

Hoeveel verkeersbewegingen en dan met name vrachtwagens zijn er bij de huidige locatie van de hovenier? (Ervan uitgaande dat de bedrijfsactiviteiten hetzelfde zijn als wat straks de bedoeling is.) Antwoord: Hiervoor hebben wij navraag gedaan bij de aanvrager en deze geeft aan dat het merendeel van de benodigdheden direct bij de opdrachtgever op locatie worden geleverd. Op de huidige locatie komt gemiddeld één keer per week één vrachtwagen om te laden en lossen. Er zijn ook weken bij waarin er geen vrachtwagen langskomt en in sommige gevallen maximaal drie keer. De bedrijfsactiviteiten op de huidige locatie blijven hetzelfde op de nieuwe locatie, met uitzondering van de kwekerij. Vragen gesteld via de Agenderingstool CDA: Waarom is deze afwijking van het bestemmingsplan een goed idee? Antwoord: In 2022 is door uw raad met het volgende advies vanuit een goede ruimtelijke ordening ingestemd: in plaats van dat het terrein van de Wieldrechtse Zeedijk 2a langer onbenut blijft, zou een invulling met een hoveniersbedrijf als een passende functie kunnen worden gezien. Een hoveniersbedrijf is geen recreatieve functie, maar een deel van de activiteiten bestaat uit een kwekerij van bomen en planten (deels een agrarische functie) past binnen het karakter van het gebied en gaf aanleiding in februari 2019 te besluiten medewerking aan het plan te verlenen.

Bij een aanvraag omgevingsvergunning die niet past in het bestemmingsplan worden diverse adviseurs van de gemeente geraadpleegd (stedenbouw, verkeer, economie etc.) Voor deze ontwikkeling werd door een ieder positief geadviseerd, ook omdat het terrein al lange tijd ongebruikt was. In het raadsvoorstel dat nu bij u voorligt is de omgevingsvisie scherper getoetst en is het advies aangevuld met: In de omgevingsvisie 1.0 is bepaald dat voor het buitengebied alleen de functies natuur, recreatie en agrarisch zijn voorzien. Dit plan past niet binnen één van deze functies en draagt hier ook niet aan bij. De ondergeschikte kwekerij is een agrarische functie, maar de hoofdbedrijfsvoering – een hoveniersbedrijf – is geen agrarische functie. Dat betekent dat voor dit plan in strijd met het omgevingsplan alsnog medewerking kan worden verleend indien het plan geen afbreuk doet aan de omgevingskwaliteit zoals beschreven in de zeven doelen in de omgevingsvisie. De prioritaire doelen voor het buitengebied zijn: biodiversiteit en gezonde stad. Vanuit de onderzochte milieuaspecten volgt dat aanwezige natuurwaarden zijn beschermd of de ontwikkeling deze niet in de weg staat. Er wordt ruimte geboden aan drie soortgroepen en drie biotopen gecreëerd. Er wordt ingezet op duurzaam water- en bodembeheer en er wordt ingezet op het zo energieneutraal mogelijk maken van de woning en bedrijfspand.

Dit plan zal ten aanzien van de omgevingsvisiedoelen niet leiden tot een aantasting van de omgevingskwaliteit. Daarmee ziet het college geen belemmeringen om medewerking te verlenen aan dit plan. VSP: Zijn de bewoners goed meegenomen in het proces? Antwoord: In februari 2019, nadat het initiatief met de wethouder is besproken, is de initiatiefnemer Baan Hofman b.v. gevraagd omwonenden op de hoogte te stellen van hun plannen en zo voor aanvang van de ruimtelijke procedure draagvlak te creëren. Zij hebben daarvoor een verslag aangeleverd. Deze zit bij dit raadsvoorstel en het voorgaande raadsvoorstel uit 2022. Daarnaast hebben

omwonenden tijdens de procedure de mogelijkheid gehad om zienswijzen in te brengen. Dit is in het verleden ook gebeurd en deze zienswijzen zijn behandeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1045/documents/43116