RWS-Variantennota planstudie sliedrechtse biesbosch.pdf
Tekst van het document
Op dit moment zijn de grondeigenaren in een deel van de NBP niet bereid om gronden te verkopen. Het ontpolderen van de hele NBP is daarom uitgesloten voor het VKA.
voor de ingrepen moeten veel bomen gekapt worden, ook in N2000-gebied de gemeente Dordrecht is de eigenaar van de polder en staat welwillend tegenover een herinrichting1 binnen de polder is uit het bodemonderzoek gebleken dat er verhoogde PFAS-waardes zijn
Het ontwerp moet geoptimaliseerd worden om aantasting van N2000gebied en houtopstanden te voorkomen/beperken. Ook moet er aanvullend bodemonderzoek gedaan worden om erachter te komen wat er mogelijk is met de bodem en is een emissietoets nodig om de effecten van het veranderen van landbodem naar waterbodem inzichtelijk te maken.
-
2
Hel- en Zuilespolder (44 ha)
-
-
3
Kribvakken Beneden Merwede (10 ha)
-
het aanleggen van langsdammen zorgt voor onveilige situatie voor scheepvaart op de Beneden Merwede
Vanwege de krappe vaargeul in de Beneden Merwede is het niet mogelijk om hier langsdammen in te passen. Het risico op zowel erosie als veiligheid is voor de Beneden Merwede te groot.
4
Oevers Wantij (4 ha)
-
voor effectieve natuur niet noodzakelijk, maar stapstenen hebben wel een toegevoegde waarde bij het verbinden van natuurgebieden stakeholders erg positief over deze bouwsteen
Met o.a. Vogelwacht in gesprek over de exacte inrichting van deze bouwstenen. Er leven wat verschillende inzichten (die niet tot een significant andere beoordeling zullen leiden).
grond van SBB, en zij hebben aangegeven niet mee te willen werken minder effectief voor watertype R8
Gebied uitgesloten door terugtrekken SBB.
5
Otterpolder (24 ha)
-
1
Deze inschatting is gebaseerd is op verkennende gesprekken op ambtelijk niveau, er is nog geen bestuurlijk standpunt ingenomen.
57 | 67
Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief
Nummer
Locatie
Belangrijkste uitkomsten onderzoeken
Belangrijkste bevindingen effectenonderzoek
6
Hel- en Zuilespolder (20 ha)
-
de gemeente Dordrecht is de eigenaar van de polder en staat welwillend tegenover een herinrichting1 binnen de polder is uit het bodemonderzoek gebleken dat er verhoogde PFAS-waardes zijn
Voordeel t.o.v. bouwsteen met het volledig inrichten is dat er geen aantasting van het N2000-gebied is. Oppervlakte eenvoudig te vergroten om de effectiviteit te vergroten tot ca. 40 hectare (tussenvorm tussen bouwsteen 1 en 6).
grond van SBB, en zij hebben aangegeven niet mee te willen werken minder effectief voor watertype R8
Gebied uitgesloten door terugtrekken SBB.
rivierdynamiek sterker dan getijdedynamiek, waardoor maatregelen minder bijdragen aan maatlatscore toename van de waterstanden door aantakken van de nevengeul hoge verwachtingswaarde archeologie
Het ontwerp moet geoptimaliseerd worden om hoogwaterveiligheid risico’s te beperken, met het huidige ontwerp is er een negatief effect op de vaargeul vanwege aangepaste stroming. Kosten voor verbindingen t.b.v. beheer nog te optimaliseren.
draagt vanwege de ligging en de omvang bij aan de effectiviteit van de natuur er moeten bomen gekapt worden om de natuur te realiseren gebied ligt op gronden van derden die niet beschikbaar zijn
Op dit moment zijn de grondeigenaren in een deel van de NBP niet bereid om gronden te verkopen. Het ontpolderen van dit deel van de NBP is daarom uitgesloten voor het VKA. Het kappen van bomen kan beperkt worden door enkel doorsteken te maken en gebied met bomen minimaal aan te tasten.
bijdrage aan natuurwaarde onduidelijk ook in de Boven Merwede hebben de langsdammen mogelijk negatieve invloed op morfologie en scheepvaart, maar door de breedte is het risico kleiner het aanleggen van langsdammen brengt veiligheidsrisico’s met zich mee
Er zijn geen onmogelijkheden, maar toch lijkt het geen haalbare bouwsteen. De bijdrage aan de natuurdoelen voor getijdenatuur zijn onbekend terwijl dat wel het hoofddoel van het project is. Ook de veiligheidsrisico’s zullen zwaar wegen in het vervolgstadium.
rivierdynamiek sterker dan getijdedynamiek, waardoor maatregelen minder bijdragen aan maatlatscore er moeten bomen gekapt worden
Het ontwerp moet geoptimaliseerd worden om bomenkap te beperken. Aanvullend onderzoek naar de archeologische waarde moet uitgevoerd worden.
beperkte bijdrage aan natuurwaarde voor R8
Geen bijzonderheden uit effectenstudies.
-
7
Thomaswaard (17 ha)
-
8
Het Gors en de Aanwas (12 ha)
-
9
Noordbovenpolder (Wantijzone) (25 ha)
-
10
Kribvakken Boven Merwede (10 ha)
-
-
11
Sleeuwijkerwaard* (15 ha)
-
12 *
Avelingen (4 ha)
-
Sleeuwijkerwaard is beschouwd t.o.v. het Gors en de Aanwas. Het meenemen van beide locaties zou een te grote realisatie van de natuur in het oostelijke deel van het waterlichaam betekenen, wat onvoldoende effectiviteit geeft (zie ook H4.1). Op basis van de uitgevoerde onderzoeken en een veldbezoek blijkt de potentie in het Gors en de Aanwas groter. Met beperkte inspanningen kunnen de eerder uitgevoerde maatregelen worden geoptimaliseerd en uitgebreid waardoor hier grote(re) en robuuste(re) natuur kan worden gerealiseerd. Tevens liggen er bij Gors en de Aanwas meer meekoppelkansen met recreatie en natuurbeleving.
1
Deze inschatting is gebaseerd is op verkennende gesprekken op ambtelijk niveau, er is nog geen bestuurlijk standpunt ingenomen.
58 | 67
Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief
6 VOORKEURSVARIANT 6.1
Advies voor de voorkeursvariant
In de eerste fase van het project zijn we begonnen met het samenstellen van bouwstenen en het vaststellen van het beoordelingskader. Vanuit de bouwstenen zijn er 3 varianten gevormd die bestaan uit verschillende combinaties van bouwstenen. Dit is vastgelegd in de notitie ‘Beschrijving Varianten’ en welke zijn afgestemd met Rijkswaterstaat en de stakeholders in ontwerpateliers en individuele afstemmingsmomenten (KESgesprekken). Na het vaststellen van de varianten zijn allerlei (conditionerende) onderzoeken uitgevoerd, waarmee het afwegingskader voor de 3 varianten is ingevuld. De resultaten van de onderzoeken zijn gebruikt om de varianten te beoordelen volgens het afwegingskader, om zo tot voorkeursvariant te komen. Gedurende de tweede fase van het projecten en tijdens de uitvoering van de effectenstudie worden er dingen duidelijk die effect hebben: zo blijkt uit de grondpositie-analyse en gesprekken over strategisch grond dat de Noordbovenpolder een lastige bouwsteen gaat worden. En wordt duidelijk dat de Otterpolder en Thomaswaard afvallen omdat Staatsbosbeheer niet bereid is om maatregelen uit te voeren op hun gronden. Daarnaast zijn er ook andere bevindingen gedurende het effectenonderzoek die ervoor zorgen dat verschillende bouwstenen niet (volledig) te realiseren zijn. Dit is ook terug te zien in H5 waar een overzicht is opgenomen van de beoordeling per bouwsteen.
Tijdens de uitvoering van de variantenbeoordeling is zowel richting stakeholders (in het ontwerpatelier) als richting de specialisten die de effectenbeoordeling opstellen aangegeven dat het niet zo is dat het VKA per se 1 van de varianten is, maar ook een nieuwe combinatie van bouwstenen kan zijn. Inmiddels blijkt dat het inderdaad zo is dat het niet mogelijk is om 1 van de 3 varianten te kiezen als voorkeursvariant. Tezamen met een team van specialisten met o.a. het IPM-team, de ecoloog en de deskundige hoogwaterveiligheid is het projectteam om tafel gegaan om uit de bouwstenen een nieuw VKA samen te stellen. Daarbij is er naast de bestaande bouwstenen ook gekeken naar eventuele andere gebieden (Kikvorstpoldertje) die aan een bouwsteen toegevoegd kunnen worden of optimalisaties in de bouwstenen. Uiteindelijk is er een VKA gekozen op basis van de scores van de bouwstenen die het beste scoren én een robuuste bijdrage leveren aan de doelstelling. Hieronder is beschreven welke bouwstenen meegenomen zijn in de voorkeursvariant. In het volgende hoofdstuk is de voorkeursvariant beschreven.
Tabel 6.1 Ingrepen van Voorkeursvariant (nummering van ingrepen zijn gelijk aan beschrijving van varianten; ingrepen die geen onderdeel van voorkeursvariant zijn, zijn niet opgenomen in deze tabel) Bouwstenen Nummer
Locatie
Maatregel
Ingrepen
2a
Hel- en Zuilespolder (44 ha)
-
a c
kreken overstromingsvlaktes
d e f
59 | 67
Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief
uitgraven van kreken overstromingsvlakte: afgraven maaiveld behouden oeverwal ontgraven en verleggen zomerkade bos zoveel mogelijk behouden
Bouwstenen g
aanleg bruggen (bereikbaarheid woonterpen)
4
Oevers Wantij (4 ha)
-
kreken en natuurlijke rivieroevers
a b c
graven nevengeul ontstenen oever aanleggen langsdam
8
Het Gors en de Aanwas (10 ha)
-
stromende nevengeulen krekenstelsels overstromingsvlakte laagdynamische ondiepe wateren en moerassen
a b c d e
behouden oeverwallen verlengen bestaande kreek graven laagdynamische plas verwijderen duiker aanleg bruggen
9a
Noordbovenpolder (Wantijzone) (10 ha)
-
overstromingsvlakte krekenstelsels
a c d
landinwaarts leggen zomerkade overstromingsvlakte: ophogen maaiveld graven kreken
a b
behouden waardevolle natuur aanleg twee vispassages
12
60 | 67
Avelingen (4 ha)
-
vispassage
Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief
61 | 67
Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief
De Hel- en Zuilespolder (aangepaste bouwsteen) De Hel- en Zuilespolder is een centraal gelegen grote polder waarvan de natuurwaarde op dit moment beperkt is voor grote delen van de polder. De polder is eigendom van de gemeente Dordrecht, die welwillend staan tegenover een herinrichting van het gebied1. De polder is westelijk gelegen, waardoor er veel potentie is om R8 getijdenatuur te creëren. De bestaande maaiveldhoogtes liggen dicht bij de hoogtes die nodig zijn voor getijdenatuur, waardoor de hoeveelheid grondwerk beperkt is. Dit kan bij een verdere uitwerking van het ontwerp ook verder geoptimaliseerd worden waardoor kosten bespaard kunnen worden. In het de variantenfase is gekeken naar een inrichting waarbij de volledige Hel- en Zuilespolder meegenomen is, inclusief het bosrijke noordelijke gedeelte. Dit bosrijke gedeelte blijft in het VKA behouden evenals het alluviale bos in de uiterwaarden. Een risico in de Hel- en Zuilespolder is de bodemkwaliteit omdat hier uit het indicatieve bodemonderzoek gebleken is dat er verhoogde PFAS-concentraties gevonden zijn. Uit het verdere bodemonderzoek moet echter blijken hoe hiermee omgegaan moet worden. Gezien de recente ontwikkelingen op het gebied van PFAS-beleid is de inschatting dat het PFAS in de bodem geen onoverkomelijk risico is.
De verkennende gesprekken met bevoegd gezag hierover zijn inmiddels opgestart en worden in de volgende fase doorgezet. Het totale gebied van de Hel- en Zuilespolder bedraagt 56 hectare We gaan er vanuit dat er in de Hel- en Zuilespolder mogelijkheden zijn om ca. 44 hectare getijdenatuur te creëren (ca. 80 % van het beschikbare oppervlakte2). Daarbij is dus al meegenomen dat er een optimalisatie gedaan wordt om bomen te sparen en geen N2000-gebied aan te tasten. Hiermee vormt de herinrichting van de polder een grote bijdrage aan de doelstelling van het project. Oevers Wantij Het ontwikkelen ¥van de oevers van Het Wantij is meegenomen in het voorkeursalternatief omdat Het Wantij een belangrijke verbinding is naar de Sliedrechtse Biesbosch. Ook is er vanuit verschillende stakeholders veel interesse om Het Wantij natuurlijker te maken. De monding van Het Wantij zijn wel erg stenig en onnatuurlijk. Het kan de overlevingskans van dieren dus helpen om hier wat stapstenen te realiseren. Er zijn ongetwijfeld ook minder mobiele soorten (jonge vis, macrofauna) en landsoorten in de stad (vogels, vleermuizen, zoogdieren) die er wel baat bij hebben en het zal in Het Wantij ook een aantrekkende werking hebben (meer schuilgelegenheid, meer voeding), waardoor meer soorten de afslag nemen richting de Sliedrechtse Biesbosch en de migratie naar nieuwe natuur versterkt wordt.
Aan ontwikkelingen in en rondom Het Wantij zijn ook risico’s gebonden. Zo ligt er naast Het Wantij over bijna de volledige lengte aan de zuidkant een primaire waterkering. Ook het gebied rondom het water deels verstedelijkt en is de ruimte voor ingrepen beperkt. Een ander aandachtspunt is dat Het Wantij druk wordt bezocht door recreanten, waardoor het in bepaald periodes druk is op het water. Een eventuele versmalling van Het Wantij kan voor onveilige situaties zorgen. De exacte inrichting van de maatregelen in Het Wantij liggen voor een deel nog open. Er is een analyse gemaakt van alle mogelijk locaties voor natuurmaatregelen. In het referentieontwerp wordt vastgesteld welke maatregelen precies genomen worden om de KRW natuur te verbeteren. Het gaat in ieder geval om ontstenen van oevers en deze natuurvriendelijk inrichten en het creëren van luwten in het water door bijvoorbeeld dammetjes of kleinschalige langsdammen. Het Gors en de Aanwas Het derde gebied dat onderdeel uitmaakt van de voorkeursvariant is het Gors en de Aanwas, gelegen in het oostelijke deel van het waterlichaam. Er is gekozen om dit gebied mee te nemen in de voorkeursvariant omdat er mogelijkheden zijn om aan te sluiten bij reeds gerealiseerde werkzaamheden die niet tot volledige effectiviteit hebben geleid. Door het gebied verder in te richten kan het bijdragen aan de verbetering van het 1
Deze inschatting is gebaseerd is op verkennende gesprekken op ambtelijk niveau, er is nog geen bestuurlijk standpunt ingenomen.
2
In geval er andere bouwstenen niet realiseerbaar blijken kan zelfs overwogen worden om dit percentage te vergroten naar 90 %. Dit lijkt vooralsnog niet onrealistisch.
62 | 67
Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief
waterlichaam ondanks het feit dat de getijdeslag hier minder groot is. Door het verlengen en benedenstrooms aantakken van de bestaande nevengeul wordt de dynamiek vergroot en extra habitat gecreëerd. Ook Brabants Landschap staat positief tegenover de plannen. In de volgende fase moet er zorgvuldig naar het ontwerp gekeken worden om de optimale invulling van habitats te creëren binnen de randvoorwaarden zijn er zijn in het gebied, met name het beperkte getij. Ook moet in het ontwerp gekeken worden naar optimalisaties om rivierkundige effecten te mitigeren en de negatieve effecten van de dwarsstroming te beperken. De kosten van het Gors en de Aanwas zijn relatief hoog. Dit komt door een aantal hoge gedeeltes in het maaiveld waardoor er veel grondverzet nodig is en het feit dat er 5 bruggen voorzien zijn in het ontwerp dat gebruikt is in de variantenfase. In de volgende fase is er nog ruimte om het ontwerp te optimaliseren door bestaande laagtes in het gebied te gebruiken en lange bruggen te vervangen voor kortere bruggen, voordes of dammen met grote duikers. De verwachting is dat we ca. 10 hectare getijdenatuur kunnen toevoegen aan het gebied het Gors en de Aanwas. Noordbovenpolder (aangepaste bouwsteen) De Noordbovenpolder is vanwege de ligging van de polder in het westelijke deel van het waterlichaam één van de meest geschikte locaties voor getijdenatuur.
Vanwege het particuliere eigendom van een aantal gronden is het echter niet mogelijk om de gehele polder her in te richten en om te vormen tot getijdenatuur. Om toch gebruik te kunnen maken van een deel van de polder is ervoor gekozen om de ontwikkeling van het meest zuidoostelijke deel van de polder mee te nemen in de voorkeursvariant. Hiervoor is het noodzakelijk om voor een aantal percelen regelingen te treffen met particuliere eigenaren. Onze inschatting is echter dat dit voor dit gedeelte van de polder moet lukken als de gronden van de Staat in het overige deel van de Noordbovenpolder (deels) ingezet kunnen worden of elders vervangende cultuurgrond kan worden aangeboden. Het gaat om respectievelijk 5,4 hectare (vervangende grond voor perceel Y218) en 3,5 hectare (vervangende grond voor perceel Y219 en 220). Naast het feit dat de Noordbovenpolder op een zeer geschikte locatie ligt om getijdenatuur te realiseren is het ook een polder die op dit moment laag ligt. Het maaiveld in de polder moet opgehoogd worden om ideale omstandigheden te creëren voor natuurontwikkeling. Dit levert kansen op om grond vanuit de andere gebieden hier naartoe te vervoeren. Daarmee is de Noordbovenpolder een belangrijke schakel om tot een gesloten grondbalans te komen. Om het gebied in te kunnen richten als getijdenatuur moet de voorlandkering voor een deel vergraven worden.
Omdat het maar om een deel van de polder gaat betekent het dat de voorlandkering slechts voor een gedeelte verwijderd en hersteld moet worden. Wel is het waarschijnlijk dat de primaire waterkering voor het deel waar getijdenatuur gerealiseerd wordt moet worden voorzien van taludbekleding en/of een versterking. Dit wordt in de volgende fase nader beschouwd. In de effectbeoordeling is ook naar voren gekomen dat het onwenselijk is om de bestaande bomen die tussen de NBP en de oever van Het Wantij staan te kappen. In het referentieontwerp wordt voor de locatie van de doorsteek naar de NBP zo veel mogelijk gebruikt gemaakt van bestaande kreken in deze zone. Op dit moment is de Noordbovenpolder een polder waar een vast peil gehandhaafd wordt. Vanwege de locatie van de ingrepen moet het elektrisch gemaal met een capaciteit van 6 m3/min verplaatst worden. Door de oostelijke hoek van de Noordbovenpolder in te richten als getijdenatuur verwachten we 10 hectare te kunnen realiseren.
63 | 67
Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief
Afbeelding 6.1 In te richten gedeelte van de Noordbovenpolder
Avelingen Het gebied de Avelingen is eigendom van Staatsbosbeheer. Er is aangegeven dat grootschalige herinrichting in het gebied niet haalbaar is, vanwege de huidige natuurwaarde. Het is daarentegen wel mogelijk om door middel van een vispassage mogelijkheden te scheppen voor vissen om het gebied in- en uit te zwemmen. Daarmee wordt het habitat van de vissen vergroot zonder grootschalige ingreep. De bijdrage aan de R8 natuur is beperkt, maar toch kan het een waardevolle bijdrage zijn tegenover een kleine ingreep. Staatsbosbeheer is positief over deze ingreep. De verwachting is dat er door het aanleggen van een vispassage maximaal 4 hectare getijdenatuur toegevoegd wordt.
6.2
Beoordeling van de voorkeursvariant
6.2.1
Effectiviteit
De voorkeursvariant bevat maatregelen die goed passen bij het DNA van de rivier (zie ook par. 4.1.2) en waarmee we ruim voldoen aan de opgave van 60,5 hectare getijdennatuur. De Hel- en Zuilespolder, Het Wantij en de Noordbovenpolder liggen op een goede plek voor getijdennatuur (grootste getijslag in het projectgebied) en zijn robuust door het relatief grote oppervlak, met name van de Hel- en Zuilespolder. Het is ook gunstig dat een deel van de Hel- en Zuilespolder niet omgevormd wordt. Dat is gunstig voor insecten die een deel van hun leven boven water doorbrengen. De andere gebieden zijn kleiner dan de Hel- en Zuilespolder. Kleiner ook dan de 30 hectare genoemd in par. 4.1.1, maar het zal onderdeel uitmaken van de reeds aanwezige getijdennatuur waardoor de robuustheid van de Sliedrechtse Biesbosch in haar geheel zal toenemen. Er ontstaat meer areaal van geschikte ecotopen en meer variatie in ecotopen. Dat is gunstig voor de waterkwaliteit (score KRW-maatlat) en de KRW-gidssoorten (zie Effectiviteit in par. 4.1).
64 | 67
Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief
Het Wantij zal een verbeterde waterverbinding vormen tussen de Beneden Merwede en de Sliedrechtse Biesbosch. Het realiseren van stapstenen zal de overlevingskans van dieren vergroten. Er zullen daarnaast ook minder mobiele soorten (jonge vis, macrofauna) en landsoorten in de stad (vogels, vleermuizen, zoogdieren) zijn die er wel baat bij hebben en het zal in Het Wantij ook een aantrekkende werking hebben (meer schuilgelegenheid, meer voeding), waardoor meer soorten de afslag nemen richting de Sliedrechtse Biesbosch en de migratie naar nieuwe natuur versterkt wordt. Stapstenen worden positief beoordeelt, maar het blijft staan dat een stapsteen een afgeleide is van een groter en robuuster leefgebied wat de voorkeur heeft als KRW-maatregel om aan te leggen. Het Gors en de Aanwas liggen zoals al beschreven in paragraaf 4.1.2 net op de grens van riviersysteem naar getijdenrivier. Specifiek voor getijdennatuur (R8) draagt dat wat minder bij, maar anderzijds hoort de overgang er wel gewoon bij. Het biedt kansen voor inundatiezones en meer stagnante wateren wat gunstig is voor onder meer plantminnende (limnofiele) soorten (waaronder de KRW-doelsoorten zeelt, vetje, bittervoorn, rietvoorn) die het ook moeilijk hebben in onze rivieren en in type R8 wat minder leefgebied hebben. Dit geldt ook voor de vispassages naar de Avelingen. Er ontstaat strikt genomen geen getijdennatuur.
De polderwateren houden hun eigen peil. Het vormt wel leefgebied voor trekvis (paling), limnofiele soorten en de meer algemene soorten (eurytopen).
6.2.2
Ingevuld beoordelingskader voor de voorkeursvariant
Op basis van alle onderzoeken die zijn gepresenteerd in H3 is de voorkeursvarianten beoordeeld voor alle verschillende aspecten. Hieronder is de ingevulde tabel opgenomen. De beoordeling houdt dus als rekening met de mitigerende maatregelen als opgenomen in de beschrijving van het vorige hoofdstuk
Tabel 6.2 Beoordelingskader - ingevuld (aandachtpunten aangegeven met *) (Milieu)Thema
Aspecten
Voorkeursvariant
robuustheid getijdenatuur
++
kwaliteit van getijdennatuur
++
vergroting relatieve natuurwaarde
++
hoofdoelen effectiviteit
Nevendoelen / overige aspecten robuustheid bij klimaatverandering bodem en water waterlichaam
natuur
veiligheid
65 | 67
gevoeligheid zeespiegelstijging
+
gevoeligheid rivierafvoer
0
waterkwaliteit
-
kwaliteit waterbodem
-- (*)
morfologie bodem (erosie en sedimentatie)
0
geohydrologie, invloed op grondwaterstanden
0 (*)
gebiedsbescherming N2000
0
NNN
0
soortbescherming (inclusief icoonsoorten provincie Zuid- Holland)
0
houtopstanden
-
(a)biotische condities
+
potentie verbinding
++
hoogwaterveiligheid (Hydraulica)
-
integrale veiligheid
0
Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief
(Milieu)Thema
Aspecten
Voorkeursvariant
woon- en leefmilieu
geluid
-
luchtkwaliteit
0
ruimtelijke kwaliteit
landschap, Cultuurhistorie Archeologie
-
ruimtegebruik
grondpositie
+ /-- (*)
raakvlakken met overige bestaande functies
0
sociale aspecten
draagvlak omgeving
++
duurzaamheid
benutten van kansen op gebied van duurzaamheid
+ (*)
kosten
kosten van aanleg, beheer, onderhoud en sloop (LCC- benadering), gelet op duurzaamheid en toekomstvastheid.
raakvlakken
6.3
synergie met andere projecten
ca. EUR 270.000 / ha +
Aandachtspunten voorkeursvariant
Uit het variantenonderzoek is een voorkeursvariant gekomen, maar voor de verdere uitwerking van de variant zijn er nog wel een aantal belangrijke aandachtspunten. Deze kunnen gezien worden als randvoorwaardelijk en zijn hieronder opgenomen.
Tabel 6.3 Aandachtspunten bij de voorkeursvariant Aandachtspunt
Toelichting
PFAS / PFOA
Zowel in de Noordbovenpolder als de Hel- en Zuilespolder zijn uit het indicatieve bodemonderzoek verhoogde PFOA-gehaltes gevonden. Op basis van het huidige gebiedsspecifieke beleid van de regio ten aanzien van PFOA kan ondanks de verruimde toepassingsmogelijkheden de bovengrond en de ondergrond aan de noordoostzijde van de Hel en Zuilespolder (bebost deel) niet binnen het plangebied worden toegepast. Mogelijk is hier in gesprek met de Omgevingsdienst wel een uitzondering op te maken. Voor het omzetten van landbodem naar waterbodem (aanleggen overstromingsvlakten en/of nieuwe waterbodems kreken) is geen beleid omtrent de PFAS-gehaltes beschikbaar. Voor deze toestemming is echter wel instemming van bevoegd gezag noodzakelijk.
Waterkering Noordbovenpolder
Door het verwijderen van de voorlandkeringen in de Noordbovenpolder veranderd ook de situatie ter plaatse van de primaire waterkering naast de Noordbovenpolder. Om te zorgen dat de faalkans niet toeneemt moet er in overleg met het waterschap worden onderzocht welke maatregelen nodig zijn.
Eigendommen grond Noordbovenpolder
Om de Noordbovenpolder in te kunnen richten is het ruilen of aankopen van grond noodzakelijk van in totaal 8,9 hectare.
Grondbalans
Er is momenteel een fors overschot van vrijkomende grond. Mogelijk om te komen tot een (meer) gesloten grondbalans moeten worden verkend.
66 | 67
Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief
7 REFERENTIES Alle definitieve onderzoeksrapporten: - Deelrapport archeologie en cultuurhistorie - Deelrapport beheervisie - Deelrapport beroeps- en recreatievaart - Deelrapport conventionele explosieven - Deelrapport duurzaamheid - Deelrapport geohydrologie - Deelrapport hoogwaterveiligheid - Deelrapport indicatief bodemonderzoek - Deelrapport integrale veiligheid - Deelrapport lucht en geluid - Deelrapport natuur - Deelrapport recreatie - Grondstromenplan - Kostennota Startdocument inclusief onderliggende documenten: - Beleids- en Omgevingsanalyse - Huidige situatie en autonome ontwikkelingen - Landschapsecologische systeemanalyse - Probleemanalyse Bal H., H.M. Beije, M. Fellinger, Haveman, R (2002). Handboek Natuurdoeltypen. LNV. De Bijl J. (2021). Notitie bepaling KRW-areaal in relatie tot de KRW-opgave in het zoetwatergetijdengebied. Rijkswaterstaat. Kind, J. (2019). Invloed Hoge Scenario’s voor Zeespiegelstijging voor Rijn-Maas Delta. Deltares. Pouwels R., S.R. Hensen, J.G.P. Klein Breteler & J. Kranenbarg (2002). Praktijkstudie LARCHvissen. Wageningen, Alterra, Research Instituut voor de Groene Ruimte. Alterra-rapport 434. Van Geest G., T. Buijse (2012). Kansen voor waterplanten in semi-stagnante uiterwaardplassen. De Levende Natuur. Jaargang 113 - nummer 6. Witteveen+Bos / BWZ (2021), Beschrijving varianten, referentie 121627/21-005.810.
67 | 67
Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief
Bijlage(n)
I BIJLAGE: VISUALISATIES BOUWSTENEN
Witteveen+Bos en BWZ Ingenieurs | 121627-PSP2/22-001.067 | Bijlage I | Definitief
Impressie inrichting Het Wantij
Het Wantij Scheepvaart met golfslag
Het Wantij
Bestaande aanwas met bomen Buffer tegen golfslag
Kreek
Kreek met biezen Getijdendynamiek
Begroeide aanwassen
Wantijdijk Wandel- en fietspad
Wantijdijk
Impressie inrichting Noordbovenpolder Het Wantij Circa 80 cm getijdenslag
Getijdendynamiek
Krekenstelsels Dynamiek door getijdenslag
Krekenstelsels
Ontwikkeling biezenvelden Hoger gelegen platen
Biezenvelden
Zeedijk Recreatie en landschapsbeleving
Impressie inrichting Hel- en Zuilespolder
Nieuwe kade Waterkerend
Lanschapsbeleving
Hoofdgeulen Dynamiek door getijdenslag
Vlonderpad Landschapsbeleving
Getijdendynamiek
Krekenstelsels
Kreken Ontwikkeling biezenvelden Diverse hoogteverschillen Hoger gelegen platen
Biezenvelden
Ontwikkeling waterriet Laagdynamische randen
Impressie inrichting Beneden Merwede
Vaargeul Beneden Merwede Goldslag en geluid
Langsdam
Langsdam Buffer tegen golfslag
Langsdam vanuit de lucht
Nevengeul Gereduceerde scheepvaartinvloed
Zandstrand behouden
Oeverwal met zandstrand Behouden | recreatie weren
Impressie inrichting Boven Merwede
Vaargeul Boven Merwede Golfslag en geluid
Langsdam
Langsdam Buffer tegen golfslag
Langsdam vanuit de lucht
Nevengeul Gereduceerde scheepvaartinvloed
Oeverwal behouden
Oeverwal met zandstrand Behouden | strekdam deels behouden
Impressie inrichting Sleeuwijkerwaard
Oeverwal met zandstrand Ruigte, grasland of rietland Plasdraszone Behouden Verhogen natuurwaarde Laagdynamische zone
Natuurrecreatie
Plasdraszone
Meestromende geul
Meestromende geul Hoogdynamische zone
Zachthout Ooibos
Zachthout Ooibos Behouden
Winterdijk Bebouwingslint met autoweg
Impressie inrichting Gors en Aanwas
Oeverwal met zandstrand Behouden
Laagdynamische plas Aangetakt middels kreek
Ruigte of grasland Verhogen natuurwaarde
Laagdynamische plas
Hoogwatervluchtplaats
Meestromende geul
Hoogwater vluchtplaats Gesloten grondbalans
Biezenvelden
Meestromende geul Aantakken
Winterdijk Bebouwingslint met autoweg
www.witteveenbos.com