CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

RWS-Variantennota planstudie sliedrechtse biesbosch.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 24 mei 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Plannen zoetwatergetijdenatuur Boven en Beneden Merwedegebied21.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Tabel 4.4 Beoordeling gevoeligheid zeespiegelstijging Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

+

+

0

toelichting

De variant dynamiek is het meest robuust. De gebieden liggen in het gedeelte van het zoekgebied met het meeste getij en door de omvang van de bouwstenen is er ruimte om veranderingen van bodemdynamiek op te vangen.

De variant integrale natuurdoelen heeft een aantal geïsoleerd gebieden (Otterpolder en Thomaswaard) die niet direct contact maken met de Merwedes. De verandering van bodemdynamiek heeft daarom beperkt invloed. De toename van het getij kan wel bijdragen aan verder ontwikkeling van met name bovenstroomse gebieden.

De variant verbinden bestaat uit de meeste kleine gebieden waardoor de risico’s van de veranderende bodemdynamiek het grootste zijn. De toename van de getijdewerking kan echter ook zorgen voor een verbetering van de bovenstrooms gelegen gebieden.

4.2.2

Gevoeligheid rivierafvoer

Klimaatverandering resulteert de komende decennia mogelijk in extremere rivierafvoeren: lagere afvoeren in het voorjaar en de zomer en hogere afvoeren in de winter. In welke mate dit gebeurt is niet zeker. De KNMI klimaatscenario’s zijn hiervoor de meest gangbare bron. Zoals ook beschreven in het Stardocument geven de verschillende scenario’s aan de er een toename is van de afvoer in de rivier in de winter en een afname in de zomer. Maar om hoeveel dit gaat is nog zeer onzeker en afhankelijk van het klimaatscenario. De veranderingen in de afvoer hebben invloed op o.a. de gemiddelde laag- en hoogwaterstand, wat belangrijke uitgangspunten zijn voor het ontwerpen van getijdenatuur. Voor de grotere gebieden zoals de Hel- en Zuilespolder en de Noordbovenpolder is er meer ruimte om bijvoorbeeld hele flauwe oevers aan te leggen die bestand zijn tegen grotere schommelingen in de waterstand. Voor de gebieden met een kleiner oppervlak zoals langsdammen en de maatregelen in Het Wantij moeten de maatregelen specifieker ingepast worden voor de huidige GHW en GLW. In deze gebieden is minder ruimte om rekening te houden met

33 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

robuustheid in het ontwerp die vooruitlopen op eventuele lagere GLW-waardes en hogere GHW-waardes. De variant Verbinden is op dit punt daarom het meest gevoelig voor een veranderende rivierafvoer. Voor de variant Integrale natuurdoelen zijn de gebieden Otterpolder en Thomaswaard aangesloten via een duiker die zorgt voor gedempt tij. Dit betekent dat het getij enigszins gereguleerd kan worden in de polders en dat de effecten van hoge en lage rivierwaterstanden bepekt zijn.

Tabel 4.5 Beoordeling gevoeligheid rivierafvoer Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

0

0

-

toelichting

De gebieden binnen deze variant zijn relatief groot, waardoor er ruimte is om binnen het ontwerp rekening te houden met veranderende waterstanden door bijvoorbeeld langere flauwe oevers of gorzen en vlaktes op verschillende hoogtes te realiseren Omdat de gebieden direct zijn aangesloten op de rivieren zijn er wel directe gevolgen van veranderende rivierafvoeren.

Een belangrijk deel van deze variant zijn de gebieden Otterpolder en Thomaswaard waarin de invloed van de rivier niet direct merkbaar is. Voor Het Wantij geldt wel dat de werking afhankelijk is van ontwerpkeuzes op basis van de GLW en GHW die nu bekend zijn.

In deze variant zijn de meeste kleine gebieden waarin minder ruimte is om in het ontwerp rekening te houden met eventuele toekomstige waterstanden in de rivieren.

4.3

Bodem en water waterlichaam

4.3.1

Waterkwaliteit

Door de ligging van het gebied ten oosten van Chemours/Du Pont fabriek dient rekening gehouden te worden met verhoogde PFOA-gehaltes. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek in de Noordbovenpolder is reeds bekend dat PFOA in de bovengrond in gehaltes voorkomt boven de generieke maximale toepassingsnorm voor toe te passen grond volgens het Besluit bodemkwaliteit. Tevens is het gehalte hoger dan de gebiedsspecifieke (verhoogde) maximale toepassingsnorm. Om meer inzicht te krijgen in de bodemkwaliteit is er een indicatief bodemonderzoek opgesteld voor de Hel- en Zuilespolder. Er zijn 34 boringen gezet die verspreid zijn over de Hel- en Zuilespolder. De resultaten van het onderzoek bevestigen dat de bodem tot 1 m-mv PFAS-gehaltes bevat die hoger liggen dan de interventiewaarde. Dit betekent dat de grond op basis van de huidige regelgeving niet toepasbaar is. Bij het omzetten van landbodem naar waterbodem (aanleggen overstromingsvlakten en/of nieuwe waterbodems kreken) is er mogelijk een effect op de waterkwaliteit. In de volgende fase wordt door middel van een immisietoets vastgesteld of de PFAS-gehaltes de waterkwaliteit beïnvloeden.

34 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

Tabel 4.6 Beoordeling waterkwaliteit Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

-

-

-

toelichting

Binnen de variant zitten gebieden met verhoogde PFAS-/PFOA-waardes. Vanwege de beperkt regelgeving voor met name de landbodem die eventueel waterbodem wordt is de variant negatief beoordeeld.

Binnen de variant zitten gebieden met verhoogde PFAS-/PFOA-waardes. Vanwege de beperkt regelgeving voor met name de landbodem die eventueel waterbodem wordt is de variant negatief beoordeeld.

Binnen de variant zitten gebieden met verhoogde PFAS-/PFOA-waardes. Vanwege de beperkt regelgeving voor met name de landbodem die eventueel waterbodem wordt is de variant negatief beoordeeld.

4.3.2

Kwaliteit waterbodem

Om de kwaliteit van de (water)bodem in beeld te brengen is begin 2021 is vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. Hieruit is gebleken dat binnen de deelgebieden die deel uitmaken van de landbodem geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Wel is bekend uit recent waterbodemonderzoek dat op delen van Het Wantij (vooral in het zuidoostelijke deel) de waterbodem sterk verontreinigd is. Verwacht kan worden dat ook in de oevergebieden van Het Wantij verontreinigd slib (geconsolideerde slib) aanwezig is. Op basis van het onderzoek in Het Wantij en oudere waterbodemonderzoeken in het gebied wordt verwacht dat ook in de oevergebieden van de Otterpolder en Hel en Zuilespolder verontreinigd (geconsolideerd) slib aanwezig is. Verder zijn er verdachte locaties in de vorm van dammen, gedempte sloten en boerenerven. Hier kan enige mate van bodemvreemde materialen in de bodem worden verwacht. Er is geen directe aanwijzing voor aanwezigheid van verontreinigd materiaal. Als gevolg van de aanwezigheid van verontreinigd slib gelden alle waterbodems en vooral de oevergebieden (met een dikke laag slib) als verdachte gebieden voor een verontreiniging. Door de ligging van het gebied ten oosten van Chemours/Du Pont fabriek dient rekening gehouden te worden met verhoogde PFOAgehaltes.

Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek in de Noordbovenpolder is reeds bekend dat PFOA in de bovengrond in gehaltes voorkomt boven de generieke maximale toepassingsnorm voor toe te passen grond volgens het Besluit bodemkwaliteit. Tevens is het gehalte hoger dan de gebiedsspecifieke (verhoogde) maximale toepassingsnorm. Op basis van dit onderzoek dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid dat ook in de overige polders en de oeverzones binnen het plangebied verhoogde PFOA-gehaltes voorkomen. Voor de Hel- en Zuilespolder is dit specifiek onderzocht door middel van een indicatief bodemonderzoek. Hieruit blijkt dat de bodem in zowel het buitendijkse oevergebied als het binnendijkse gebied, over het algemeen vanaf het maaiveld tot een diepte van ca. 1,0 m-mv op basis van het tijdelijk handelingskader (THK) niet toepasbaar is. In het buitendijkse oevergebied zijn de PFAS-gehaltes in de bodemlagen vanaf 1,0 m-mv tot een diepte van 3,0 m-mv gering en lager dan de Achtergrondwaarde. In het binnendijkse gebied zijn over het algemeen enkel in de diepere ondergrond (2,0-2,5 m-mv) gehaltes aan PFAS aangetoond lager dan de Achtergrondwaarde. Op basis van het THK zouden deze bodemlagen wel toepasbaar zijn. Als gevolg van de herinrichting wordt de huidige landbodem een waterbodem, en daarmee onderdeel van het oppervlaktewaterlichaam de Beneden-Merwede.

Er ontstaat hierdoor een nieuw contact tussen de landbodem (die dan waterbodem wordt) en het oppervlaktelichaam. Hierdoor kunnen er nieuwe emissie optreden vanuit de waterbodem naar het oppervlaktewater. Met de waterbodemimmissietoets is aangetoond dat voor alle getoetste PFAS (PFOA, PFOS en GenX) is geen sprake van achteruitgang van de kwaliteit van het oppervlaktewaterlichaam als gevolg van emissies vanuit de nieuwe waterbodem.

35 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

Tabel 4.7 Beoordeling kwaliteit waterbodem Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

--

--

-

toelichting

Zowel in de oevers van Het Wantij als in de Hel- en Zuilespolder zijn de PFASconcentraties hoog. Dit betekent dat er nog geen uitsluitsel is over de toepassingsmogelijkheden van de uitkomende grond. Daarbij moet nog worden bepaald wat de norm is voor nieuwe waterbodem i.v.m. potentieel uitlogen van PFAS. Meer oostelijk in het gebied worden lagere concentraties PFAS verwacht.

Zowel in de oevers van Het Wantij als in de Hel- en Zuilespolder zijn de PFASconcentraties hoog. Dit betekent dat er nog geen uitsluitsel is over de toepassingsmogelijkheden van de uitkomende grond. Daarbij moet nog worden bepaald wat de norm is voor nieuwe waterbodem i.v.m. potentieel uitlogen van PFAS. Meer oostelijk in het gebied worden lagere concentraties PFAS verwacht.

In de oevers van Het Wantij zijn de PFAS-concentraties hoog. Dit betekent dat er nog geen uitsluitsel is over de toepassingsmogelijkheden van de uitkomende grond. Daarbij moet nog worden bepaald wat de norm is voor nieuwe waterbodem i.v.m. potentieel uitlogen van PFAS. Meer oostelijk in het gebeid worden lagere concentraties PFAS verwacht.

4.3.3

Morfologie bodem (erosie en sedimentatie)

In het rapport ‘Deelrapport hoogwaterveiligheid’ is het effect van de varianten op het aspect Morfologie (erosie en sedimentatie) beschouwd. Een mogelijk effect van het verruimen van de uiterwaard is een verandering van de stroomsnelheden in het zomerbed waardoor de evenwichtsbodemligging kan veranderen. Voor het aspect Morfologie is een kwalitatieve inschatting gemaakt van erosie en/of sedimentatie in het zomerbed. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat er met name een risico is op negatieve effecten in de Beneden Merwede bij het aanleggen van langsdammen. De bestaande kribben hebben hier een belangrijke rol als het gaat om het reguleren van de stroming en de morfologie. Daarnaast is de ruimte in de Beneden Merwede beperkt en is er geen ruimte voor extra sedimentatie in de vaargeul. Naast de Beneden Merwede is er ook gekeken naar de effecten van de nevengeul die onderdeel uitmaakt van de plannen in de Hel- en Zuilespolder, de Sleeuwijkerwaard en het Gors en de Aanwas. De verwachting is echter dat hier nauwelijks effecten optreden.

Tabel 4.8 Beoordeling erosie en sedimentatie Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

-

0

-

toelichting

Mogelijk sedimentatie ter hoogte van de langsdammen in de Beneden Merwede. Geen/beperkte ruimte voor sedimentatie.

Geen/zeer beperkte sedimentatie.

Mogelijk sedimentatie ter hoogte van de langsdammen in de Beneden Merwede. Geen/beperkte ruimte voor sedimentatie.

4.3.4

Geohydrologie, invloed op grondwaterstanden

In het rapport ‘Deelrapport geohydrologie’ is het effectenonderzoek voor het aspect geohydrologie beschreven. Daarbij is specifiek gekeken naar het risico van het falen van de primaire waterkeringen als

36 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

gevolg van veranderingen van de (grond)waterstanden en een eventuele toename van de kwelflux. Daarbij is gekeken naar de verandering van de situatie voor de primaire kering in de Noordbovenpolder. In de variant Dynamiek is het voornemen om de voorlandkering te verwijderen en de polder volledig her in te richten. Hiermee neemt het risico op piping en macro-instabiliteit toe omdat er zonder maatregelen meer kwel zal ontstaan. Er zullen mitigerende maatregelen genomen moeten worden om deze volledige herinrichting van de Noordbovenpolder uit te kunnen voeren. Omdat er in de Sleeuwijkerwaard werkzaamheden voorzien zijn in de beschermingszone zullen ook hier naar verwachting aanvullende maatregelen benodigd zijn. Deze variant is daarom met ‘-’ beoordeeld. Het effect van de veranderende (grond)waterstanden wordt voor de overige bouwstenen als neutraal beoordeeld omdat hier geen grootschalige veranderingen optreden aan de situatie en/ of de vergravingen relatief ver van de kering plaatsvinden.

Tabel 4.9 Beoordeling geohydrologie Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

-

0

-

toelichting

Het weghalen van de voorlandkering in de Noordbovenpolder heeft een negatief effect op de primaire waterkering.

Geen vergroot risico vanwege veranderende (grond)waterstanden.

Bij Sleeuwijkerwaard ook werkzaamheden in de beschermingszone voorzien, die naar verwachting aanvullende maatregelen vereisen.

4.4

Natuur

In het rapport ‘Deelrapport natuur’ is uitgebreid beschreven wat de effecten van de verschillende varianten zijn op de bestaande natuur. Ook is er een fotorapportage van het veldbezoek opgenomen in de bijlage van het deelrapport natuur.

4.4.1

Gebiedsbescherming (Natura 2000 en NNN)

Per variant zijn de effecten van het voornemen op aanwezige of nabijgelegen Natura 2000-gebieden en percelen van het NNN-netwerk beoordeeld. Voor alle varianten geldt dat er een groot aantal gebieden gedeeltelijk of volledig in het N2000-gebied ‘Biesbosch’ liggen. Omdat het niet is uit te sluiten dat er in de aanlegfase effecten optreden van de soorten en habitats met een instandhoudingsdoelstelling is (in de volgende projectfase) er verdere toetsing in de vorm van een Voortoets en/of Passende Beoordeling nodig. Wel is het zo dat een deel van de maatregelen, die binnen het N2000-gebied vallen, gelegen zijn in H0000 of H6430B (zoekzone of Ruigte en zomen). Het creëren van natuurlijke oevers en getijdennatuur draagt in die zin bij aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. Deze redenering gaat echter niet op voor het noordelijk deel van deelgebied Hel- en Zuilespolder waar ook het natuurtype H91E0A (Vochtige alluviale bossen) aanwezig is.

37 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

Naast de verstoring van soorten en habitats zijn er ook risico’s met betrekking tot de depositie van stikstof Door de aard en omvang van de werkzaamheden, in combinatie met de afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied (Biesbosch) zijn effecten van stikstofdepositie op voorhand niet uit te sluiten. Dit vereist geen actie omdat er momenteel een vrijstelling stikstof voor bouw is 1. Ook voor het NNN-gebied geldt dat er voor alle gebieden een raakvlak is met NNN-gebieden van de provincie Zuid-Holland of Noord-Brabant. De werkzaamheden passen echter in de ontwikkeling van de aanwezige natuurbeheertypen. Een Nee, tenzij-toets is nog wel nodig om de effecten van de werkzaamheden te toetsen. Dit geldt voor alle varianten.

1

Wet en Besluit stikstofreductie en natuurverbetering: partiële vrijstelling stikstof voor de bouw Deze vrijstelling is per 1 juli jl. ingegaan. Projecten met alleen stikstofdepositie tijdens aanlegfase (kabels, dijkversterkingen, windmolens) hebben hier baat bij. De vrijstelling gaat enkel over stikstof, zijn er ook andere effecten dan moet je die nog steeds beoordelen. De vrijstelling is ook niet geldig voor stikstofdepositie in de gebruiksfase van projecten.

38 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

Tabel 4.10 Beoordeling gebiedsbescherming

beoordeling Natura 2000 NNN toelichting

Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

0

0 +

+

Alle deelgebieden liggen gedeeltelijk of volledig in het Natura 2000-gebied Biesbosch. Negatieve effecten zijn niet uit te sluiten. Een verdere toetsing in de vorm van een Voortoets en/of Passende Beoordeling is nodig.

Vier van de vijf deelgebieden liggen gedeeltelijk of volledig in het Natura 2000-gebied Biesbosch. Negatieve effecten zijn niet uit te sluiten. Een verdere toetsing in de vorm van een Voortoets en/of Passende Beoordeling is nodig.

Twee van de zeven deelgebieden liggen gedeeltelijk in het Natura 2000-gebied Biesbosch. Negatieve effecten zijn niet uit te sluiten. Een verdere toetsing in de vorm van een Voortoets en/of Passende Beoordeling is nodig.

De deelgebieden zijn echter gelegen in H0000 of een zoekzone voor H6430B (Ruigte en zomen). Het creëren van natuurlijke oevers en getijdennatuur draagt bij aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellin gen van H0000 en H6430B omdat daarmee gunstige condities voor ruigte en zomen wordt gecreëerd. Deze redenering gaat echter niet op voor het noordelijk deel van deelgebied Hel- en Zuilespolder. Alle deelgebieden liggen in NNN-gebied van de provincie Zuid-Holland. Sommige werkzaamheden passen echter in de ontwikkeling van de aanwezige natuurbeheertypen Rivier en Rivier- en moeraslandschap. Een Nee, tenzij-toets is nodig om de effecten op de overige natuurbeheertypen te toetsen.

4.4.2

De deelgebieden zijn echter gelegen in H0000 of een zoekzone voor H6430B (Ruigte en zomen). Het creëren van natuurlijke oevers en getijdennatuur draagt in die zin bij aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellin gen van het gebied. Alle deelgebieden ligging in NNN-gebied van de provincie Zuid-Holland of Noord-Brabant. De werkzaamheden passen echter in de ontwikkeling van de aanwezige natuurbeheertypen. Een Nee, tenzij-toets is nog wel nodig om de effecten van de werkzaamheden te toetsen.

De deelgebieden zijn echter gelegen in H0000 of een zoekzone voor H6430B (Ruigte en zomen). Het creëren van natuurlijke oevers en getijdennatuur draagt in die zin bij aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellinge n van het gebied. Alle deelgebieden ligging in NNN-gebied van de provincie Zuid-Holland of Noord-Brabant. Het merendeel van de werkzaamheden past echter in de ontwikkeling van de aanwezige natuurbeheertypen. Een Nee, tenzij-toets is nog wel nodig om de effecten van de werkzaamheden te toetsen.

Soortbescherming (inclusief icoonsoorten provincie Zuid- Holland)

In het deelrapport Natuur is een uitgebreide analyse opgenomen van de bekende waarnemingen van de onder de Wet Natuurbescherming beschermde soorten. Vanwege de aanwezigheid van de bever in het gebied Hel- en Zuilespolder / Beneden Merwede zijn de varianten Dynamiek en Verbinden negatief (-) beoordeeld. In de beoordeling is zowel tijdelijke verstoring (zoals bijvoorbeeld voor de zoogdieren) als permanente verstoring (voor bijvoorbeeld vleermuizen) meegenomen. Een verdere toetsing in de vorm van een Natuurtoets / Voortoets is voorzien in de volgende projectfase.

39 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

Tabel 4.11 Beoordeling soortenbescherming Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

-

0

-

toelichting

-

-

-

-

4.4.3

aanwezigheid bever in noordelijke deel Helen Zuilespolder/ middelste deel Kribvakken Beneden Merwede mogelijke aanwezigheid verblijfplaatsen vleermuizen mogelijke aanwezigheid jaarrond beschermde nesten mogelijke aanwezigheid grote modderkruiper

-

-

-

mogelijke verblijfplaatsen vleermuizen mogelijke aanwezigheid jaarrond beschermde nesten mogelijke aanwezigheid grote modderkruiper

-

-

-

aanwezigheid bever in middelste deel Kribvakken Beneden Merwede mogelijke aanwezigheid verblijfplaatsen vleermuizen mogelijke aanwezigheid jaarrond beschermde nesten

Houtopstanden

Alle gebieden liggen buiten de bebouwde kom en vallen hiermee onder de Wet natuurbescherming. Daarbij wordt ook het effect op bestaande bomen getoetst. Uit de effectenbeoordeling is naar voren gekomen dat voor de gebieden Hel- en Zuilespolder, de Sleeuwijkerwaard en de Noordbovenpolder bomen gekapt moeten worden. Daarmee geldt dat er voor alle varianten een negatief effect is op houtopstanden.

Tabel 4.12 Beoordeling houtopstanden Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

--

-

-

toelichting

Zowel de Noordbovenpolder als de Hel- en Zuilespolder bevatten houtopstanden die gekapt/beschadigd worden door het voornemen. Heraanplant binnen de deelgebieden is niet mogelijk.

Deelgebied Hel- en Zuilespolder bevat houtopstanden en bomenrijen die gekapt/beschadigd worden door het voornemen. Heraanplant binnen het deelgebied is niet mogelijk. De aanwezige houtopstanden zijn echter aanzienlijk kleiner dan in variant dynamiek.

Deelgebieden Noordbovenpolder Wantijzone en (mogelijk) Sleeuwijkerwaard bevatten houtopstanden die gekapt en/of beschadigd worden.

4.4.4

(A)biotische condities

Voor het aspect (a)biotische condities is voor de deelgebieden vastgesteld in welke mate deze potentie bieden aan de voorgestelde ontwikkeling van getijdennatuur. De beoordeling is gebaseerd op de huidige aanwezige condities en dus niet op de effectiviteit van de voorgestelde maatregelen (de effectiviteit is paragraaf 4.1 opgenomen). Alleen voor de Hel- en Zuilespolder is de verandering van bosgebied naar getijdenatuur niet positief beoordeeld. Dit omdat er waarschijnlijk veel bos zal afsterven als gevolg van de hydrologische aanpassingen.

40 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

De variant Dynamiek is daarom neutraal beoordeeld. Voor alle overige bouwstenen is de verandering van de huidige conditie naar getijdenatuur positief en de andere varianten zijn dan ook positief beoordeeld.

Tabel 4.13 Beoordeling (a)biotische condities Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

0

++

++

toelichting

Het bosrijke noordelijk deel van de Hel- en Zuilespolder heeft geen geschikte biotische condities voor de ontwikkeling van de gewenste getijdennatuur als bomensterfte voorkomen wordt. Tevens is er waarschijnlijk een zeer voedselrijke bouwvoor aanwezig in de Noordbovenpolder na jarenlange agrarische activiteiten.

Alle deelgebieden hebben reeds geschikte (a)biotische condities om getijdennatuur te ontwikkelen. Tevens zijn de deelgebieden van zulke oppervlakte dat er een groot, robuust oppervlakte getijdennatuur gecreëerd wordt.

De variant Verbinden focust zich voornamelijk op het creëren van stapstenen in de vorm van langgerekte getijdennatuur langs de oevers van verschillende rivieren. Hierdoor worden geen grote, robuuste oppervlakten getijdennatuur gevormd. Het merendeel van de deelgebieden beschikt wel over de geschikt (a)biotische condities, uitgezonderd deelgebied Noordbovenpolder Wantijzone.

4.4.5

Potentie verbinding

Voor dit aspect is er gekeken naar de aanwezige (getijden)natuur in de omgeving van de varianten en hoe deze zich situeren ten opzichte van de varianten. Daarbij blijkt dat alle varianten bijdragen aan de verbinding van de natuur, maar dat (vanzelfsprekend) de variant Verbinden het meeste bijdraagt.

Tabel 4.14 Beoordeling (a)biotische condities Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

+

+

++

toelichting

De beoogde deelgebieden zijn sterk met elkaar verbonden en hun directe omgeving. Deze variant concentreert zich echter maar op één gedeelte van de hele Biesbosch. Er is geen verbinding voorzien met de rest van het gebied.

De deelgebieden Oevers Wantij, Otterpolder en Helen Zuilespolder Zuid zijn goed met elkaar verbonden. De deelgebieden Thomaswaard en het Gors en de Aanwas liggen meer geïsoleerd, maar gezien deze gebieden verder verspreidt in de Biesbosch gelegen zijn, is de verbinding over het hele gebied Biesbosch beter.

De variant Verbinden focust zich op het creëren van verbindingen in de vorm van (getijden)natuur langs de Boven Merwede, Beneden Merwede en de Wantij. Hoewel er nog enkele verbeterpuntjes zijn, is deze variant beduidend het sterkst in verbinding. Ook op schaal niveau van de hele Biesbosch scoort deze variant het best in verbinding.

41 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

4.5

Veiligheid

4.5.1

Hoogwaterveiligheid (Hydraulica)

In het rapport ‘Deelrapport hoogwaterveiligheid’ is er naar vier verschillende aspecten gekeken op het gebied van hoogwaterveiligheid: - waterstand op de as van de rivier: voor alle varianten is er een toename van de maximale opstuwing op de as van de rivier van respectievelijk 1 mm (Dynamiek), 10 mm (Integrale natuurdoelen) en 6 mm (Verbinden). Voor de varianten Integrale natuurdoelen en Verbinden is er echter wel een netto daling vanwege de aanpassingen rondom de rivieren. Deze varianten zijn daarom met ‘+’ beoordeeld en de variant Dynamiek is met ‘0’beoordeeld; - waterstandseffect op de as van de rivier: ter hoogte van het Gors en de Aanwas is een waterstandsverhoging van maximaal 20 (Integrale natuurdoelen) tot 25 mm (Verbinden) berekend. Deze varianten zijn op dit aspect daarom met ‘-’ beoordeeld. In een vervolgfase dient het ontwerp geoptimaliseerd te worden om de opstuwing te minimaliseren. De waterstandsverhoging dient ook besproken worden met de beheerder van de waterkering. Voor de variant Dynamiek is de stijging < 1 mm, deze variant is daarom met ‘0’ beoordeeld; - afvoerverdeling: voor de afvoerverdeling zijn in geen van de varianten verschillen met de huidige verdeling.

Dit aspect is daarom voor de 3 varianten met ‘0’ beoordeeld; - dwarsstroming; de toename van de dwarsstroming is niet berekend, maar de inschatting is dat deze het grootste effect heeft ter plaatste van het Gors en de Aanwas. Omdat dit gebied in de varianten Integrale Natuurdoelen en Verbinden zit, zijn deze met ‘-’ beoordeeld. Onderstaande tabel vat de genoemde effecten op het gebied van hoogwaterveiligheid samen.

Tabel 4.15 Beoordeling hoogwaterveiligheid Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

0

-

-

toelichting

De effecten op de hoogwaterveiligheid van deze variant zijn zeer bepekt. Op alle onderdelen wordt neutraal gescoord.

Vanwege de negatieve beoordeling op zowel de dwarsstroming als de waterstand bij de primaire kering is de variant negatief beoordeeld.

Vanwege de negatieve beoordeling op zowel de dwarsstroming als de waterstand bij de primaire kering is de variant negatief beoordeeld.

4.5.2

Integrale veiligheid

In het rapport ‘Deelrapport integrale veiligheid’ is het effect van de varianten op integrale veiligheid beoordeeld. In het onderzoek is naar de volgende thema’s gekeken; arbeidsveiligheid, arbeidsveiligheid, arbeidsveiligheid Kabels & Leidingen, arbeidsveiligheid bodem, waterveiligheid, nautische veiligheid, verkeersveiligheid, sociale veiligheid, constructieve veiligheid en externe veiligheid. Voor de meeste onderdelen zijn de varianten niet te onderscheiden, maar voor onderstaande thema’s is er wel een verschil in de beoordeling. Dit heeft met name te maken met de risico’s die het aanleggen van de langsdammen met zicht meebrengt. Omdat deze vanaf het water aangebracht worden. Dit heeft invloed op de beoordeling van het onderdeel arbeidsveiligheid en nautische veiligheid Daarom zijn de varianten Integrale natuurdoelen (-) en Verbinden (--) hierop negatief beoordeeld.

42 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

Tabel 4.16 Beoordeling integrale veiligheid Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

-

0

--

toelichting

Vanwege de negatieve beoordeling voor zowel arbeidsveiligheid als nautische veiligheid is de variant negatief beoordeeld.

Omdat de variant op alle onderdelen neutraal scoort, is de beoordeling van de variant neutraal.

Omdat de variant op zowel arbeidsveiligheid als nautische veiligheid -- scoort is de variant ook met -beoordeeld.

4.6

Woon- en leefmilieu

In het rapport ‘Deelrapport lucht en geluid’ is ingegaan op de effecten van de verschillende varianten op het gebied van geluid en lucht. Daarbij is gekeken naar zowel de aanleg als de gebruiksfase.

4.6.1

Geluid

Gedurende de aanlegfase moet er zorgvuldig worden gepland en moet worden bekeken in hoeverre het inzetten van alternatieve rijroutes of stil(ler) materieel een optie is. Dit geldt voor alle drie de varianten. Daarnaast is het op voorhand voor alle varianten niet uit te sluiten of er in de aanlegfase significante verstoring door geluid zal plaatsvinden, waardoor instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied niet gehaald worden. Op dit moment is er geen verschil tussen de varianten vast te stellen en worden de varianten allemaal met (-) beoordeeld vanwege de toename van geluid ten opzichte van de huidige situatie in de aanlegfase.

Tabel 4.17 Beoordeling geluid Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

-

-

-

toelichting

Sterke toename van geluidsbelasting ten opzichte van de huidige situatie in de aanlegfase. Vrijwel geen toe-/afname van geluidsbelasting ten opzichte van de huidige situatie in de gebruiksfase.

Sterke toename van geluidsbelasting ten opzichte van de huidige situatie in de aanlegfase. Vrijwel geen toe-/afname van geluidsbelasting ten opzichte van de huidige situatie in de gebruiksfase.

Sterke toename van geluidsbelasting ten opzichte van de huidige situatie in de aanlegfase. Vrijwel geen toe-/afname van geluidsbelasting ten opzichte van de huidige situatie in de gebruiksfase.

4.6.2

Lucht

Alle varianten zullen in de aanlegfase leiden tot een tijdelijke toename van concentraties van luchtverontreinigende stoffen gedurende de aanlegfase. Gezien de omvang en aard van de werkzaamheden zullen deze effecten lokaal optreden, maar naar verwachting niet van een dermate grootte dat dit leidt tot een wezenlijke verslechtering van de luchtkwaliteit. Omdat de omvang en duur van de werkzaamheden in alle varianten grotendeels gelijk zijn, worden alle drie de varianten als neutraal beoordeeld. In de gebruiksfase wordt geen verandering van luchtverontreinigende stoffen verwacht.

43 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

Tabel 4.18 Beoordeling lucht Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

0

0

0

toelichting

Vrijwel geen toe-/afname van luchtverontreinigende stoffen ten opzichte van de huidige situatie.

Vrijwel geen toe-/afname van luchtverontreinigende stoffen ten opzichte van de huidige situatie.

Vrijwel geen toe-/afname van luchtverontreinigende stoffen ten opzichte van de huidige situatie.

4.7

Ruimtelijke kwaliteit

4.7.1

Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie

In het rapport ‘Deelrapport archeologie’ en cultuurhistorie is ingegaan op het effect op de ruimtelijke kwaliteit van de varianten. Voor het onderdeel Archeologie is vastgesteld dat er voor alle varianten locaties zijn met hoge verwachtingswaardes vanaf 70 cm onder de bodem. Dit gaat o.a. om de Hel- en Zuilespolder en de oevers van Het Wantij en de Beneden Merwede. Voor het Gors en de Aanwas en de Sleeuwijkerwaard geldt zelfs dat er vanaf 50 cm onder het maaiveld hoge verwachtingswaardes. Voor het onderdeel cultuurhistorie is gekeken naar bouwkundige ensembles en objecten die aanwezig zijn binnen die gebieden. Uit de analyse blijkt dat er voor het Gors en de Aanwas vesting- en liniewerken zijn met hoge cultuurhistorische waarde. Verder zijn er nog een aantal locaties met een redelijk hoge cultuurhistorische waarde zoals De Badweg Dordrecht (nederzetting ’40-’45). De Helsluis inclusief de sluiswachterswoning zijn aangeduid als locaties met een zeer hoge cultuurhistorische waarde. Deze zal echter in geen van de varianten aangetast worden.

Tabel 4.19 Beoordeling ruimtelijke kwaliteit Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

-

-

-

toelichting

Bodemingrepen in de Helen Zuilespolder en Oeverzones Beneden Merwede met (zeer) hoge verwachtingswaarde voor archeologie vanaf 70 cm beneden maaiveld. Door de bodemingrepen kunnen archeologische waarden mogelijk verloren gaan.

Bodemingrepen in het meest noordelijke deel Oevers Wantij met een zeer hoge verwachtingswaarde voor archeologie vanaf 70 cm beneden maaiveld. Daarnaast bodemingrepen in een middelhoge verwachtingswaarde voor archeologie in het Gors en de Aanwas vanaf 50 cm beneden maaiveld. In de Thomaswaard zijn mogelijk restanten van een eendenkooi aanwezig. Door de bodemingrepen kunnen archeologische waarden mogelijk verloren gaan.

Bodemingrepen in het meest noordelijke deel Oevers Wantij en Oeverzones Beneden Merwede met een (zeer) hoge verwachtingswaarde voor archeologie vanaf 70 cm beneden maaiveld. Daarnaast bodemingrepen in een middelhoge verwachtingswaarde voor archeologie in het Gors en de Aanwas en Sleeuwijkerwaard vanaf 50 cm beneden maaiveld. Door de bodemingrepen kunnen archeologische waarden mogelijk verloren gaan.

Omdat beide Rijksmonumenten niet aangetast worden zullen er in dit scenario geen effecten zijn op de cultuurhistorische waarden. Als ze wel worden aangetast zal dat betekenen dat alleen het afgraven van het maaiveld t.b.v. het maken van een overstromingsvlakte relevant kan zijn, de andere

44 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

Het verwijderen van de blokken voor de natuurlijke oever kunnen negatieve

Ter plaatse van het Gors en de Aanwas kunnen er negatieve effecten zijn op de cultuurhistorische waarden. Daar zullen de Oeverwal met

Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

ingrepen lijken minder (direct) van invloed.

effecten opleveren voor de nederzettingen ter plaatse van de Oevers Wantij. Daarnaast kan ter plaatse van Gors en Aanwas een negatief effect ontstaan op de cultuurhistorische waarde doordat daar de Oeverwal met zandstrand, laagdynamische plas, aanleg van bruggen en het verlengen van de bestaande kreek een negatief effect zullen hebben op de Vesting- en Liniewerken.

zandstrand, laagdynamische plas, aanleg van bruggen en het verlengen van de bestaande kreek mogelijk een negatief effect hebben op de Vesting- en Liniewerken. Van de molen is niet bekend wat daar de huidige cultuurhistorische waarde van is en of deze aangetast zal worden.

4.8

Ruimtegebruik

4.8.1

Raakvlakken met bestaande functies

Grondpositie De beschikbaarheid van gronden voor ontwikkeling van natuur is onderzocht door in eerste instantie de verdeling van het eigendom, bestemming, grootte en vorm en gebruiksmogelijkheden uit te zoeken. Vervolgens is, voor de gebieden in de drie varianten bepaald met welke eigenaren en pachters gesprekken gevoerd moeten worden. Het is niet in alle gevallen gelukt de gesprekken te voeren. Een deel van de particuliere eigenaren in de Noordbovenpolder heeft niet ingestemd met een gesprek. Rijkswaterstaat bezit ook percelen in deze polder. Er is onderzocht of het mogelijk is deze percelendeel te ruilen om een zone langs Het Wantij in beschikbaar te krijgen voor natuurontwikkeling. Dit lijkt echter niet te kunnen, omdat de gronden binnen het beheersgrens Waterwet vallen waardoor Rijkswaterstaat ze niet mag uitruilen. Dit zijn voor de Rijkswaterstaat strategische gronden die in toekomst nodig zijn. Er wordt bij Rijkswaterstaat nagegaan of er een uitzondering mogelijk is, daar kan vooralsnog niet van uitgegaan worden. Er is geen sprake van beperkende pachtcontracten in de gebieden. Alleen in de Noordbovenpolder is de grondpositie beperkend voor mogelijke natuurontwikkeling.

Tabel 4.20 Beoordeling raakvlakken bestaande functies - grondpositie Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

--

--

-

toelichting

In de Noordbovenpolder zijn percelen in bezit van meerdere particulieren, waarvan er vier (met een totaal oppervlak van 30 ha) niet in gesprek willen gaan over verkoop.

De gronden in de variant zijn beperkt beschikbaar voor natuurontwikkeling. De Otterpolder en Thomaswaard zijn van Staatsbosbeheer en afgevallen vanwege andere prioriteiten bij Staatsbosbeheer.

In de Noordbovenpolder zijn percelen in bezit van meerdere particulieren, waarvan er vier (met een totaal oppervlak van ha) niet in gesprek willen gaan over verkoop. Voor inrichten van alleen de Wantijzone, zou de grond voor natuurontwikkeling geruild kunnen worden met de grond in eigendom van Rijkswaterstaat. Vanwege het feit dat de gronde van RWS strategische gronden zijn,

In de Hel- en Zuilespolder is sprake van kortlopende pacht, en ook in de oeverzones Beneden Merwede spelen geen beperkende eigendomskwesties.

45 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

In de Hel- en Zuilespolder is sprake van kortlopende pacht, wat geen probleem vormt. De oevers van Het Wantij zijn in eigendom bij

Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

de gemeente Dordrecht, die meewerkt. Het Gors en de Aanwas zijn in eigendom bij de Staat en bij Brabants Landschap. Ook Brabants Landschap werkt mee.

wordt er vooralsnog van uitgegaan dat deze gronden niet geruild kunnen worden. In de oeverzones Boven en Beneden Merwede spelen geen beperkende eigendomskwesties. De oevers van Het Wantij zijn in eigendom bij de gemeente Dordrecht, die meewerkt. De Sleeuwijkerwaard en het Gors en de Aanwas zijn in eigendom bij de Staat en bij Brabants Landschap. Ook Brabants Landschap werkt mee. De vispassage in de Dordtse Avelingen is voorzien op grond van Staatsbosbeheer dat hieraan meewerkt.

Recreatiemogelijkheden In fase 2 zijn de globale mogelijkheden voor recreatief medegebruik van de bouwstenen per variant onderzocht. Op basis van oriënterende stakeholdergesprekken, veldbezoeken, resultaten uit het ontwerpatelier met betrokken partijen en (interne) brainstormsessies is een visie gevormd op de recreatieve mogelijkheden binnen de verschillende bouwstenen.

Tabel 4.21 Beoordeling raakvlakken bestaande functies - recreatie Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

+

+

+

toelichting

In de Noordbovenpolder nemen kansen voor recreatie toe. In de Hel- en Zuilespolder kan recreatie behouden blijven en mogelijk worden versterkt, maar hier zijn relatief hoge kosten mee gemoeid.

Ontwikkeling van de oevers van Het Wantij verbindt de natuur meer met de stad en is positief. In de Otterpolder en Thomaswaard is geen recreatie en is dit ook niet voorzien bij ontwikkeling. In de Hel- en Zuilespolder kan recreatie behouden blijven en mogelijk worden versterkt, tegen relatief beperkte kosten. In het Gors en de Aanwas blijft recreatie behouden.

In de Noordbovenpolder nemen kansen voor recreatie toe. Ontwikkeling van de oevers van Het Wantij verbindt de natuur meer met de stad en is positief. In de Sleeuwijkerwaard en het Gors en de Aanwas blijft recreatie behouden.

De natuurontwikkeling in de kribvakken is nadelig voor de recreatie op de strandjes.

De natuurontwikkeling in de kribvakken is nadelig voor de recreatie op de strandjes. De vispassage in de Dordtse Avelingen heeft geen effect op recreatie.

Kabels en leidingen In november 2020 is een KLIC-melding gedaan om in beeld te brengen welke netbeheerders er binnen het projectgebied belangen hebben. Met name in het verstedelijkte gebied in het westen bevinden zich veel kabels en leidingen. Uit de KLIC-melding kwam naar voren dat er voor ontwikkelingen in de nabijheid van leidingen van Tennet Tso (hoogspanningsleiding) en Air Liquide en N.V. Nederlandse GasUnie West (buisleiding gevaarlijke inhoud) een Eisvoorzorgsmaatregel geldt. Met de GasUnie en Air Liquide heeft

46 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

hierover reeds vooroverleg plaatsgevonden om duidelijk te krijgen wat de mogelijkheden zijn. Tijdens dit overleg is ingezoomd op de Noordbovenpolder. Met Tennet is op dit moment nog geen contact geweest. GasUnie De leiding van de Nederlandse GasUnie betreft een leiding met gevaarlijke inhoud (aardgas) in de Noordbovenpolder. Er is afstemming geweest met GasUnie omtrent deze leiding en het projectvoornemen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de belemmeringsstrook gelden voorwaarden, en er moet een minimale dekking van één meter tussen de bodem en bovenkant leiding blijven bestaan. Deze voorwaarden zijn inpasbaar en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling van getijdennatuur. Air Liquide De Air Liquide leiding in het gebied blijkt niet meer in gebruik te zijn. De leiding mag eventueel onderbroken worden en er hoeft geen rekening gehouden te worden met veiligheidsvoorschriften. Deze leiding vormt geen belemmering. Tennet Zowel door de Noordbovenpolder als over de oostelijke oeverzone Beneden Merwede lopen hoogspanningsleidingen. Met name voor ontwikkelingen in de Noordbovenpolder is het van belang vooraf overleg te hebben met Tennet. Dit overleg heeft nog niet plaatsgevonden. De verwachting is niet dat dit een belemmering zal vormen.

Tabel 4.22 Beoordeling raakvlakken bestaande functies – kabels en leidingen Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

0

0

0

toelichting

Rekening houden met leidingen in de Noordbovenpolder.

Rond oevers Wantij in stedelijke zone lopen veel leidingen, niet problematisch.

Rond oevers Wantij in stedelijke zone lopen veel leidingen, niet problematisch.

Ontplofbare Oorlogsresten Uit het vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten (Euroradar, 10 juni 2021) blijkt dat er binnen het projectgebied sprake is van diverse verdachte gebieden. Uit de globale beschouwing van de naoorlogse ontwikkelingen binnen de gemeente Dordrecht (kribvakken Beneden Merwede en oevers Wantij) is gebleken dat als gevolg van bodemroerende ingrepen mogelijk de omvang van de verdachte gebieden zowel in horizontale als in verticale dimensie is gereduceerd, waardoor minder ingrijpende of omvangrijke opsporingswerkzaamheden noodzakelijk zijn. Voor deze gebieden wordt voorafgaande aan de voorgenomen werkzaamheden het opstellen van een Risicoanalyse (RA) met een aanvullend onderzoek na-conflictperiode aanbevolen. Uit de globale analyse van de naoorlogse ontwikkelingen binnen de gemeenten Altena en HardinxveldGiessendam is gebleken dat de mate van naoorlogse bodemingrepen zeer beperkt is gebleven. In deze gebieden is het advies om voorafgaande aan de voorgenomen werkzaamheden binnen verdacht gebied over te gaan tot de uitvoering van een opsporingsproces zoals omschreven in het CSOOO. In geval er verdachte verstoringen worden waargenomen, dan dienen deze benaderd en indien nodig verwijderd te worden.

47 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

Tabel 4.23 Beoordeling raakvlakken bestaande functies – ontplofbare explosieven Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

0

0

--

toelichting

Voor oeverzones Beneden Merwede is een risicoanalyse aanbevolen.

Voor het Gors en de Aanwas is een risicoanalyse aanbevolen.

Voor oeverzones Beneden Merwede en het Gors en de Aanwas is een risicoanalyse aanbevolen. Voor de Sleeuwijkerwaarden de locatie van de vispassages in de Dordtse Avelingen is een uitgebreider opsporingsproces aanbevolen.

4.9

Sociale aspecten

4.9.1

Draagvlak omgeving

Draagvlak omgeving Het draagvlak voor de plannen voor ontwikkeling van getijdennatuur is als integraal onderdeel meegenomen in het ontwerpproces. Conclusies omtrent draagvlak is opgesteld op basis opgehaalde resultaten van een enquête, individuele gesprekken met belanghebbenden en twee ontwerpateliers met betrokken partijen.

Tabel 4.24 Beoordeling sociale aspecten – draagvlak omgeving Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

+

+

+

toelichting

Voor ontwikkeling van de Noordbovenpolder en de Hel- en Zuilespolder is draagvlak, zij het voor de Hel- en Zuilespolder met de kanttekening dat de recreatieve functie behouden moet blijven.

Voor ontwikkeling van de oevers van Het Wantij en de Hel- en Zuillespolder is draagvlak. Voor beide gebieden geldt dat de inrichting nog wel optimalisatie behoeft, en voor de Hel- en Zuilespolder is er de kanttekening dat de recreatieve functie behouden moet blijven. De waarde van Het Wantij als verbinding van de Oude Maas met de Biesbosch, en de stad met de natuur, wordt benadrukt. Ook voor ontwikkeling van het Gors en de Aanwas is draagvlak. De Otterolder en de Thomaswaard zijn afgevallen.

Voor ontwikkeling van de oevers van Het Wantij is draagvlak, zij het dat de inrichting geoptimaliseerd moet worden. De waarde van Het Wantij als verbinding van de Oude Maas met de Biesbosch, en de stad met de natuur, wordt benadrukt. Voor ontwikkeling van de Wantijzone in de Noordbovenpolder, de Sleeuwijkerwaard, het Gors en de Aanwas en de vispassages in de Dordtse Avelingen is draagvlak.

Ook is het bos in het noorden van de polder nog een aandachtspunt. Voor de ontwikkeling van langsdammen langs de oeverzones Beneden Merwede is weinig draagvlak, omdat er i.v.m. scheepvaart geen ruimte voor is. Ook is recreatie op de strandjes hier een lastig punt.

48 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

Voor de ontwikkeling van langsdammen langs de oeverzones Beneden Merwede is weinig draagvlak, omdat er i.v.m. scheepvaart geen ruimte voor is. Ook is recreatie op de strandjes hier een lastig punt. Dit laatste geldt ook voor de oeverzones Boven Merwede. Daar is ook met name door druk op overnachtingsmogelijkheden

Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden voor schepen weinig draagvlak voor aanleg van langsdammen.

4.10

Duurzaamheid

In het rapport ‘Deelrapport duurzaamheid’ zijn de effecten van duurzaamheid bepaald. Daarbij is naar drie verschillende onderdelen gekeken: Energieverbruik tijdens de aanlegfase Binnen het criterium ‘energieverbruik tijdens de aanlegfase’ scoren varianten Integrale natuurdoelen en Verbinden relatief beter dan Dynamiek. Bij deze twee varianten worden meer bouwstenen toegepast (en is de omvang van het grondverzet en materiaalgebruik groter) waardoor het door de kwalitatieve beoordeling niet uit te sluiten dat hier ook daadwerkelijk het minste energie wordt verbruikt. Materiaalvraag bij aanlegfase Alle varianten scoren positief op het criterium materiaalvraag bij de aanlegfase. Er is weinig materiaal nodig, vanwege het enkel ontgraven van grond of omdat ingrepen (volledig) met vrijkomend materiaal gerealiseerd (kan) worden. Bij variant Integrale natuurdoelen en Verbinden zijn er bouwstenen die negatief beoordeeld zijn (Otterpolder, Thomaswaard en Avelingen). Bij deze variant worden enkele kleine bouwwerken (regelwerk of een vispassage) gerealiseerd. Er wordt vanuit gegaan dat het toepassen van duurzame (hergebruikt of hernieuwbaar) materiaal hier in eerste instantie niet direct haalbaar is. Deze ingrepen zijn ten opzichte van de andere bouwstenen (waar meer grondverzet plaatsvindt) klein waardoor de daadwerkelijke impact op de materiaalvraag uiteindelijk lager uit kan vallen.

Vrijkomend materiaal bij aanlegfase Binnen alle varianten is er de potentie om vrijkomend materiaal hoogwaardig her te gebruiken binnen het project. Door het overschot van vrijkomende materialen zijn deze niet altijd binnen het project toe te passen. Door het ontgraven komt er veel grond bij wat hoogwaardig hergebruikt kan worden maar binnen het project niet volledig een bestemming kan krijgen. Bij variant Dynamiek is er de potentie om vrijkomende grond her te gebruiken bij het ophogen van de overstromingsvlakte in de Noordbovenpolder. Bij varianten Integrale natuurdoelen en Verbinden zijn er kleinere maatregelen waar in het ontwerp materiaal al hergebruikt gaat worden zoals blokken van langsdammen (bouwsteen Oevers Wantij) of alleen materiaal nodig is (bouwsteen Avelingen). Bij variant Verbinden zijn er meer aanwezige of mogelijke situaties voor hergebruik. De mate van hergebruik is afhankelijk van de vraag naar (secundaire) materialen en het aanbod aan vrijkomende materialen.

Tabel 4.25 Beoordeling duurzaamheid Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

+

0

+

toelichting

Ondanks het feit dat er veel grondverzet nodig is (hoog energieverbruik) zijn er in de variant genoeg kansen voor het hergebruiken van materiaal en is de aanvoer van materiaal beperkt.

Voor deze variant zijn er minder kansen voor het hergebruiken van materalen omdat de locaties mee verspreid zijn. De varianten is daarom neutraal beoordeeld.

Ondanks het feit dat er veel grondverzet nodig is (hoog energieverbruik) zijn er in de variant genoeg kansen voor het hergebruiken van materiaal en is de aanvoer van materiaal beperkt.

49 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

4.11

Kosten

Grondstromenplan Het belangrijkste onderdeel van de kostenraming is de grote hoeveelheid grondverzet. Om dit inzichtelijk te maken is er een grondstromenplan gemaakt (TM-VAR1 Grondstromenplan). In het grondstromenplan is aangegeven waar grond wordt afgegraven en waar wordt opgehoogd. Op deze kaarten zijn ook de hoeveelheden aangegeven voor de verschillende werkzaamheden zoals het afgraven van grond ten behoeve van kreken, vergraven van kades en het verwijderen van kribvakken. Ook is daarbij aangegeven om welk bodemtype het gaat, of de bodem hergebruikt kan worden en wat er met de grond gedaan wordt. Daarbij is een aanzet gedaan voor het optimaal hergebruiken van de gronden, maar dit moet in de volgende fase verder uitgewerkt worden. Op dit moment heeft nog geen van de varianten een gesloten grondbalans omdat er veel gebieden zijn waarin grond afgegraven moet worden. De Noordbovenpolder is de enige locaties waar veel grond naartoe moet om getijdenatuur aan te kunnen leggen. Het grondstromenplan is opgesteld aan de hand van de AHN3 en de inrichtingsschetsen die gemaakt zijn. Op het gebied van grondverzet gaat het echter om een grove inschatting. De verwachting is dat de hoeveelheden aanzienlijk geoptimaliseerd worden als het ontwerp verder uitgewerkt wordt, waardoor ook de kosten afnemen. Kosten van aanleg Op basis van het ontwerp zijn de hoeveelheden bepaald.

Passend bij de hoeveelheden en de situatie zijn, op basis van kengetallen en/of Cleopatra onderbouwingen, eenheidsprijzen bepaald. De kostenraming is opgesteld op basis van de CROW Kennismodule ‘Standaard Systematiek Kostenramingen SSK-2018’. Hierbij zijn de directe en indirecte kosten geraamd alsook objectgebonden risico’s, projectengineering, bijkomende kosten en objectoverstijgende risico’s. Alle varianten liggen ruim boven het taakstellend budget van M€ 8,8 (exclusief omzetbelasting).

Tabel 4.26 Beoordeling kosten Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

--

--

--

toelichting

Variant ligt ruim boven het project budget van M€ 8,8.

Variant ligt ruim boven het project budget van M€ 8,8.

Variant ligt ruim boven het project budget van M€ 8,8.

4.12

Raakvlakken

Synergie met andere projecten In gesprekken met de belanghebbenden zijn raakvlakken opgehaald. Er is een aantal projecten of ideeën waarmee potentieel raakvlakken zijn (van west naar oost): - Oevers Wantij, Noordbovenpolder en Hel- en Zuilespolder hebben raakvlakken met de ‘Visie de Staart’ van de gemeente Dordrecht. Deze ontwikkelingen versterken elkaar en leveren mogelijk meekoppelkansen; - Rivier als Getijdenpark XL. Ontwikkeling van ecologische zones langs de Nieuwe Waterweg, Nieuwe Maas en Hollandse IJssel. In combinatie met ideeën als getijdenpark als ontmoetingsruimte, als cultuurpark, als voedsellandschap, als economische as en als klimaat-as. Dit kan meekoppelkansen opleveren en/of de robuustheid van de te ontwikkelingen getijdennatuur in de Sliedrechtse Biesbosch vergroten; - Merwedeheuvel - Afvalberging Derde Merwedehaven. De stort van afval is gestopt en deze afvalberging wordt afgewerkt. Erop wordt een recreatiegebied aangelegd, in de vorm van een parkachtig landschap dat bestaat uit grasland en groepen bomen en struikgewas. Het nieuwe gebied is geschikt voor fietsers en wandelaars. Bij inrichting van de Hel- en Zuilespolder kan wellicht aansluiting gezocht worden met de 3e Merwedehaven in de vorm van fiets- of wandelpaden;

50 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

-

-

Ontwikkeling Zuileshoeve in de Hel- en Zuilespolder. Deze ontwikkelingen passen naast elkaar en kunnen elkaar versterken; Nevengeul Sleeuwijk als hoogwatermaatregel binnen Integraal Riviermanagement. Dit combineert slecht met getijdennatuur in de Sleeuwijkerwaard. Wanneer er een besluit valt over het wel dan niet willen opnemen (in het hoogwaterbeschermingsprogramma) van deze hoogwatergeul is nog niet bekend; Verbreding van de A27. De verbreding van de A27 gaat samen met her vervangen van de Merwedebrug, waarbij het landhoofd verder landinwaarts komt te liggen. Dit versterkt het plan voor getijdennatuur omdat er in de Sleeuwijkerwaard meer ruimte voor natuur ontstaat. Plannen voor de A27 lopen echter niet synchroon, conform de huidige planning wordt de nieuwe brug over de Merwede pas tussen 2029 en 2031 opengesteld. Een deel van de Sleeuwijkerwaard is tot die tijd niet beschikbaar voor KRW maatregelen.

Tabel 4.27 Beoordeling ruimtelijke kwaliteit Dynamiek

Integrale natuurdoelen

Verbinden

beoordeling

+

+

+

toelichting

Raakvlak met Visie De Staart, Rivier als Getijdenpark XL en ontwikkeling Zuileshoeve.

Raakvlak met Visie De Staart en Rivier als Getijdenpark XL.

Raakvlak met Visie De Staart, Rivier als Getijdenpark XL en ontwikkeling Zuileshoeve (positief).

51 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

5 INTEGRALE EFFECTENVERGELIJKING In dit hoofdstuk wordt het beoordelingskader ingevuld op basis van de onderzoeksresultaten die in het vorige hoofdstuk beschreven zijn.

5.1

Aanpak beoordeling

Om de varianten te beoordelen is een beoordelingskader opgesteld. De beoordelingsschaal van de varianten is relatief. Per criterium is in de bijlagen een maatlat ontwikkeld waarmee gespecificeerd wordt wanneer een bepaalde beoordeling toegekend wordt.

Tabel 5.1 Beoordelingsschaal Score

Oordeel ten opzichte van de huidige situatie ++

uiterst positief

+

positief

0

neutraal

-

negatief

--

uiterst negatief

Enkel voor het thema effectiviteit is afgeweken van dit kader. Alle bouwstenen zijn namelijk reeds in de verkenning op effectiviteit beoordeeld. Daarom is voor dit thema beoordeeld van +++ tot +.

5.2

Ingevuld beoordelingskader voor de varianten

Op basis van alle onderzoeken die zijn gepresenteerd in H4 en bovenstaande toelichtingen zijn de 3 varianten beoordeeld voor alle verschillende aspecten. Hieronder is de ingevulde tabel opgenomen.

Tabel 5.2 Beoordelingskader - ingevuld (Milieu)Thema

Aspecten

Variant 1

Variant 2

Variant 3

+++

++

+

++

+

+

+++

+

++

+

+

0

0

0

-

hoofddoelen effectiviteit

robuustheid getijdenatuur kwaliteit van getijdennatuur vergroting relatieve natuurwaarde

nevendoelen / overige aspecten robuustheid bij

gevoeligheid

klimaatverandering

zeespiegelstijging gevoeligheid rivierafvoer

52 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

(Milieu)Thema

Aspecten

Variant 1

Variant 2

Variant 3

bodem en water

waterkwaliteit

-

-

-

waterlichaam

kwaliteit waterbodem

--

--

-

-

0

-

-

0

-

N2000

-

0

+

NNN

0

+

0

-

0

-

houtopstanden

--

-

-

(a)biotische condities

0

++

++

potentie verbinding

+

+

++

0

-

-

integrale veiligheid

-

0

--

geluid

-

-

-

luchtkwaliteit

0

0

0

-

-

-

--

--

-

+

0

-

+

+

+

+

0

+

--

--

--

+

+

+

morfologie bodem (erosie en sedimentatie) geohydrologie, invloed op grondwaterstanden natuur

gebiedsbescherming

soortbescherming (inclusief icoonsoorten provincie Zuid- Holland)

veiligheid

hoogwaterveiligheid (Hydraulica)

woon- en leefmilieu ruimtelijke kwaliteit

landschap, cultuurhistorie archeologie

ruimtegebruik

grondpositie raakvlakken met overige bestaande functies

sociale aspecten

draagvlak omgeving

duurzaamheid

benutten van kansen op gebied van duurzaamheid

kosten

kosten van aanleg, beheer, onderhoud en sloop (LCC- benadering), gelet op duurzaamheid en toekomstvastheid.

raakvlakken

synergie met andere projecten

Op basis van deze integrale beoordeling kunnen een aantal conclusies worden getrokken: - variant 1: dynamiek, scoort het beste op het hoofddoel: effectiviteit. Vanuit het hoofddoel van de te nemen maatregelen, de doelsoorten van KRW-type R8 Zoet getijdenwater, heeft variant 1 de voorkeur. Variant 1 geeft de beste kwaliteit van de getijdenatuur, hoogste robuustheid van de natuur en de hoogste vergroting van de relatieve natuurwaarden voor de beoogde natuurdoelen; - variant 1 scoort het slechtste op het thema natuur, op de effecten op beschermde natuur in het kader van de Wet Natuurbescherming. Dit wordt echter met name veroorzaakt door specifieke ingrepen in de Hel- en Zuilespolder; dit is daardoor te mitigeren; - er een divers beeld is per thema omtrent de score van de varianten. Er springt niet direct één variant expliciet naar voren ten opzichte van de andere resumerend over alle thema’s tezamen; - er is geen sprake van beperkende pachtcontracten in de gebieden. In de Noordbovenpolder, Thomaswaard en Otterpolder is de grondpositie beperkend voor mogelijke natuurontwikkeling; - er is weinig draagvlak voor de ontwikkeling van langsdammen langs de oeverzones Beneden Merwede. Voor de overige bouwstenen er is draagvlak;

53 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

-

alle varianten worden fors boven het project budget geraamd. Uit de deelramingen blijkt een groot verschil te zitten in de kosten voor de verschillende bouwstenen. Tevens worden nog mogelijkheden gezien om de kosten in de volgende fase te optimaliseren.

5.3

Analyse per bouwsteen

5.3.1

Effectbeoordeling per bouwsteen

Omdat er in ieder variant bouwstenen zitten die niet haalbaar zijn gebleken is er ook per bouwsteen gekeken naar de beoordeling. Een compleet overzicht van de effectbeoordeling per bouwsteen is opgenomen in tabel 5.3. In deze tabel zijn de beoordelingen voor alle onderdelen van de beoordelingskader zichtbaar voor alle bouwstenen daarnaast is aangegeven hoe groot de bouwsteen is (in hectares) en wat de kosten van de bouwsteen per hectare zijn.

54 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

Tabel 5.3 Effectbeoordeling per bouwsteen

effecten

Bouwstenen

Noordbovenpolder compleet

Hel- en Zuilespolder compleet

Kribvakken Beneden Merwede

Otterpolder

Hel- en Zuilespolder zuid

Oevers Wantij

Thomaswaard

Het Gors en de Aanwas

Noordbovenpolder Wantijzone

Kribvakken Boven Merwede

Sleeuwijkerwaard

Avelingen

hectares

40

44

10

4

24

20

17

12

25

10

15

4

robuustheid getijdenatuur

+++

+++

++

+

+

++

+

++

++

++

++

+

kwaliteit van getijdennatuur

++

++

+

+

0

++

0

+

++

+

+

0

vergroting relatieve natuurwaarde

+++

+++

+

+

0

++

0

++

++

+

++

0

gevoeligheid zeespiegelstijging

+

+

0

0

+

+

0

-

+

0

-

0

gevoeligheid rivierafvoer

0

0

0

0

0

0

0

-

0

0

-

0

waterkwaliteit

-

-

-

-

-

-

0

0

-

0

0

0

kwaliteit waterbodem

--

--

-

--

--

--

0

0

--

-

0

0

morfologie bodem (erosie en sedimentatie)

0

0

--

0

0

0

0

0

0

0

0

0

geohydrologie, invloed op grondwaterstanden

-

0

0

-

0

0

0

0

0

0

-

0

N2000

+

-

-

0

++

0

++

0

+

0

0

0

NNN

0

0

0

0

0

0

0

+

0

0

+

0

soortbescherming (inclusief icoonsoorten provincie ZuidHolland)

0

-

-

0

0

-

0

0

0

0

0

0

houtopstanden

-

-

0

0

0

-

0

0

--

0

-

0

(a)biotische condities

-

-

+

++

0

-

+

++

-

++

++

+

potentie verbinding

0

0

++

++

0

0

+

+

0

++

+

+

hoogwaterveiligheid

0

0

0

0

0

0

0

-

0

0

0

0

integrale veiligheid

0

0

--

-

0

0

0

-

0

--

0

0

effectiviteit

robuustheid bij klimaatverandering

bodem en water waterlichaam

natuur

veiligheid

55 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

Bouwstenen

Noordbovenpolder compleet

Hel- en Zuilespolder compleet

Kribvakken Beneden Merwede

Otterpolder

Hel- en Zuilespolder zuid

Oevers Wantij

Thomaswaard

Het Gors en de Aanwas

Noordbovenpolder Wantijzone

Kribvakken Boven Merwede

Sleeuwijkerwaard

Avelingen

geluid

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

luchtkwaliteit

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

cultuurhistorie en archeologie

0

-

-

-

0

-

-

-

0

0

-

0

grondpositie

--

0

0

0

--

0

--

0

--

0

0

0

raakvlakken met overige bestaande functies

+

+

-

0

0

+

0

-

+

0

-

0

draagvlak omgeving

+

+

-

+

0

+

0

+

+

-

+

+

benutten van kansen op gebied van duurzaamheid

+

0

-

+

0

0

0

-

+

-

-

0

kosten van aanleg, beheer, onderhoud en sloop

€ 145.494,15

€ 90.851,73

€ 1.250.890,20

€ 194.694,00

€ 14.249,58

€ 156.831,10

€ 222.026,82

€ 1.152.328,17

€ 51.231,92

€ 378.758,50

€ 478.091,47

€ 56.133,00

synergie met andere projecten

+

++

0

+

0

+

0

0

+

-

-

0

woon- en leefmilieu

ruimtelijke kwaliteit

ruimtegebruik

sociale aspecten

duurzaamheid

kosten

raakvlakken

56 | 67

Witteveen+Bos | 121627-PSP2/22-001.067 | Definitief

5.3.2

Samenvatting effecten per bouwsteen

In tabel 5.4 is de beoordeling van de verschillende bouwstenen opgenomen. Daaruit blijkt dat er een aantal bouwstenen zijn die op geen enkel onderdeel ‘--’ scoren, namelijk; Sleeuwijkerwaard, het Gors en de Aanwas en Avelingen. Dit zijn de gebieden die met het minste risico ontwikkeld kunnen worden tot getijdenatuur. Het nadeel van alle drie de gebieden is echter dat ze relatief ver bovenstrooms liggen en daarom minder goed scoren op het onderdeel Effectiviteit, wat wel het hoofddoel is van het project. De overige gebieden scoren op 1 of meer onderdelen ‘--’, wat betekent dat er (grote) risico’s zijn bij de inrichting van het gebied. Dit komt met name door; grondpositie (gronden van particulieren of SBB), veiligheid en de bodemkwaliteit. Het laten afvallen van alle gebieden die op 1 of meerdere punten ‘--’ scoren is echter geen optie. Dan blijft er namelijk onvoldoende oppervlak over om aan de projectdoelstelling van 60,5 hectare te voldoen

Tabel 5.4 Analyse per bouwsteen, nadat mitigerende maatregelen zijn genomen (rood in NO-GO, groen is positief, oranje is negatief) Nummer

Locatie

Belangrijkste uitkomsten onderzoeken

Belangrijkste bevindingen effectenonderzoek

1

Noordbovenpolder (40 ha)

-

mogelijkheid tot grootschalige getijdenatuur met een hoge natuurwaarde Door het verwijderen van de voorlandkering neemt de faalkans van de primaire waterkering toe grondeigenaren zijn niet bereid om afstand te doen van gronden die nodig zijn om de polder compleet her in te richten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/505/documents/17305