RES 1.0 170521.pdf
Tekst van het document
de RRE-subsidie een maatregelenpakket samengesteld.
maatregelen geïntegreerd met hun primaire taken kunnen realiseren.
en isolatie- en bouwbedrijven. Het heeft daarom een centrale rol binnen de energiebesparingsopgave. Zie voor meer informatie de website van het Regionaal energieloket.
Wat is de RRE-regeling? De Regeling Reductie Energiegebruik stimuleert eigenaren van een koopwoning om kleine energiebesparende
Stimulerende regelingen Ook maken de gemeenten gebruik van stimulerende regelingen. Zo hebben alle Drechtsteden- gemeenten in 2021 de eenmalige Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW) aangevraagd én toegekend gekregen. Hiermee kunnen de gemeenten eenvoudige energiebesparende maatregelen aanbie-
maatregelen te treffen. Zo kunnen bewoners met een waardebon energiebesparende producten aanschaffen. Ook kan het gaan om het inregelen van de cv-installatie, het aanbrengen van radiatorfolie en tochtstrippen of het plaatsen van ledlampen.
5.2.4 Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) Energiebesparing brengt voor VvE’s aanvullende complexiteit met zich mee. Zo zijn er VvE- maatregelen waar de vereniging zelf over behoort te besluiten, maar kan er ook sprake zijn van maatregelen waar alle eigenaren van de appartementen mee in moeten stemmen. Bovendien kan er binnen VvE’s sprake zijn van een combinatie van particulier en coöperatief bezit (een vorm van gespikkeld bezit).
den en advies uitbrengen over energiebesparing. Zo kunnen zij huurders en eigenaar-bewoners stimuleren om energie te
Energiearmoede
Welke energiebesparende maatregelen een VvE kan nemen,
besparen in hun woning. Door deze regeling vermindert de
Het gemiddelde inkomensniveau in de regio ligt onder het
hangt af van de staat en het bouwjaar van het appartementen-
CO2-uitstoot en worden de woonlasten verlaagd. De huurders
Nederlandse gemiddelde. Dit is een complicerende factor
gebouw en de wensen en het budget van de bewoners. Voor
en eigenaar-bewoners worden zich bovendien meer bewust
met betrekking tot particuliere woningeigenaren. Een grote
VvE’s geldt daarom vaak maatwerk, waarvoor het complex
van hun mogelijkheden om energie te besparen. Hiernaast
groep bewoners heeft onvoldoende middelen om te investe-
door een adviseur bezocht moet worden.
lopen in de gemeenten ook lokale initiatieven en worden er op
ren in isolatie en energiebesparing, terwijl dit juist (financieel)
lokale schaal geschikte toepassingen gezocht om energiebe-
voordeel op kan leveren op de langere termijn. We vinden het
Het REL brengt VvE’s in contact met specialisten. De specialist
sparing te bewerkstelligen.
belangrijk dat iedereen mee kan doen in de energietransitie
helpt op verzoek van de VvE met kennis over bijvoorbeeld
en willen energiearmoede voorkomen. We hebben daarom
financiële mogelijkheden en met het overtuigen van de eige-
specifiek aandacht voor deze doelgroep.
naren van de aangesloten appartementen. Dit biedt tegelijk
5.2.2 Particuliere woningeigenaren
de kans om hen te adviseren over kleinere maatregelen of
In 2019 bedroeg het aantal koopwoningen in de Drechtsteden 77.306.4 Dit is ruim 60% van de 127.000 woningen die de regio
5.2.3 Woningcorporaties
telt. We bieden woningeigenaren handelingsperspectief door
Het corporatiebezit in de regio beslaat met ruim 40.000 wo-
middel van informatie, groepsaankopen en wijkaanpakken.
ningen bijna een derde van de bestaande woningvoorraad.5
Communicatie is hiervoor een belangrijk instrument.
De woningbouwcorporaties worden bovendien als een belang-
gedrag.
rijke startmotor gezien voor de warmtetransitie en daarmee Het REL is een belangrijke partner waar woningeigenaren
voor de energiebesparingsopgave.
terecht kunnen voor informatie en algemeen advies. Daarnaast zijn er energiecoaches van de Drechtse Stromen en het
4 5
In de regionale prestatieafspraken voor de langere termijn
Klimaatmonitor 2019 https://www.aedes.nl/artikelen/warmtenetten/corporaties-in-drechtsteden-werken-gezamenlijk-aan-warmtenet.html
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
23
5.3 Energiebesparing maatschappelijk vastgoed
5.4 Energiebesparing bedrijfsvastgoed
5.5 Vervolgstappen
Onder bedrijfsvastgoed verstaan we winkels, bedrijventerrei-
Ons doel is 20% aan energiebesparing in 2030 vergeleken met
Maatschappelijk vastgoed betreft gebouwen met een publie-
nen en kantoorgebieden. Binnen de Drechtsteden zijn 4.816
2020. Hiervoor zetten we de komende jaren vooral in op het
ke functie die (gedeeltelijk) met publieke middelen worden
bedrijfspanden aanwezig.6 Panden van zelfstandigen of een-
bieden van handelingsperspectief aan inwoners, ondernemers
bekostigd. Hieronder verstaan we: scholen, culturele centra,
manszaken worden hier niet tot gerekend. Hiervan verbruiken
en maatschappelijke partners. Ook helpen we hen om zoveel
theaters, opvangtehuizen, gezondheidscentra, buurthuizen,
circa 1.555 bedrijfspanden op jaarbasis meer dan 50.000 KWh
mogelijk energie te besparen. Daarbij nemen we ook onze
sportaccommodaties, gemeentehuizen en dergelijke. Het
aan elektra of meer dan 25.000 m3 aardgas.7 Voor deze bedrij-
voorbeeldfunctie als overheden serieus. Specifieke acties waar
maatschappelijk vastgoed bestaat uit een aantal sectoren:
ven geldt een energiebesparingsplicht.
we ons de komende jaren op richten, zijn:
Rijksvastgoedbedrijf, gemeenten, provincies, onderwijs, zorg-
Deze plicht houdt in dat deze bedrijven verplicht zijn om
• Opzetten van een revolverend fonds voor energiebespa-
en sportvastgoed en monumenten.
energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van
ringsmaatregelen voor woningeigenaren;
vijf jaar of minder te nemen. Ook zijn deze bedrijven sinds juli
• Uitbouwen van het energieloket voor VvE’s;
Voor elke sector is landelijk een routekaart opgesteld met als
2019 verplicht om te rapporteren welke energiebesparende
• Besparingsmaatregelen actief promoten door de realisatie
uitgangspunt het terugdringen van het gebouw gebonden
maatregelen zij al hebben uitgevoerd. De naleving van deze
van een fysieke winkel of mobiele kraam waar inwoners
energiegebruik middels verduurzamingsmaatregelen. Ten
verplichting wordt door de Omgevingsdienst Zuid-Holland-
informatie kunnen ophalen en vragen kunnen stellen;
behoeve van het maatschappelijk vastgoed treden wij met de
Zuid (OZHZ) gemonitord via een handhavend spoor.
• Uitrollen van gerichte communicatie over energiebesparing, om zo groepen met specifieke uitdagingen rond energiebe-
eigenaren in contact en stimuleren en ondersteunen we hen om uitvoering te geven aan de routekaart die op het betreffen-
Daarnaast hanteren we met betrekking tot bedrijven een
sparing zoals moeilijk te isoleren woningen of gebrek aan
de vastgoed van toepassing is.
stimulerend spoor, waarbij we ons vooral richten op boven-
financiële mogelijkheden te benaderen.
wettelijke maatregelen. In de toekomst willen we een energieRoutekaart gemeentelijk maatschappelijk vastgoed & CO2-
makelaar inzetten om de grotere bedrijven te stimuleren om
voetafdruk
meer te doen dan wettelijk verplicht is.
Gemeentelijk maatschappelijk vastgoed betreft alle gebouwen waarvan de gemeente ook juridisch eigenaar is. Gemeenten
Kantoorruimten
hebben een belangrijke voorbeeldfunctie met het eigen ge-
In 2018 waren er in de Drechtsteden 1.711 kantoorruimten.8 In
meentelijk vastgoed. Ook voor deze gebouwen is op nationaal
2012 is nationaal besloten dat kantoren met minstens 100 m²
niveau een routekaart ontwikkeld. Gemeenten maken met oog
aan oppervlakte per 1 januari 2023 minimaal energielabel C
op deze routekaart in 2021 de eigen CO2-voetafdruk inzich-
moeten hebben. Halen bedrijven dit niet, dan mogen ze deze
telijk en stellen een reductieplan op. De voetafdruk dient als
kantoren niet langer gebruiken. Op dit moment heeft bijna
nulmeting voor het bepalen van de totale CO2-reductie van de
40% van de kantoren met minstens 100 m² aan oppervlakte
eigen gemeentelijke organisatie.
een energielabel lager dan C. Met het oog hierop wordt in 2021 samen met de OZHZ een kantorenaanpak gestart. Kantooreigenaren ontvangen een persoonlijk, vrijblijvend advies,
Wilt u kijken wat het Energieloket kan betekenen? Voor particulieren
Ga naar het energieloket
een formele brief en een e-book. Voor bedrijven: 6 7 8
Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) 2020 Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 2018 https://www.onderzoekcentrumdrechtsteden.nl/Publicaties/Economie/Publicaties_economie/Monitor_Kantorenmarkt_Drechtsteden_2018
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Ga naar het energieloket
Vervolg
24
6 Energiegebruik mobiliteit
Unie stellen aan brandstofgebruik en emissies van
6.1 Inleiding
voertuigen. Desalniettemin zijn er ook veel manieren waarop we als regio kunnen bijdragen aan de
M
6.2 Regionale Agenda Laadinfrastructuur
obiliteit is een van de vijf belangrijke secto-
verduurzaming van de sector. Zo zijn we onderdeel
ren waarover in het Klimaatakkoord afspra-
van de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Zuid-
De ambitie in het Klimaatakkoord is dat in 2030
ken zijn gemaakt. Ook deze sector gaat overstap-
west (RAL ZW) om elektrisch rijden te stimuleren.
alle nieuwe auto’s emissieloos zijn. We gaan dan
pen van fossiele brandstoffen op hernieuwbare
naar een wagenpark van 1,9 miljoen elektrische
energiebronnen om zo de CO2-uitstoot te vermin-
Om inwoners te stimuleren van de auto naar duur-
personenvoertuigen in Nederland. Daarnaast
deren. Hiervoor moet er nog veel gebeuren, de
zamere vervoersmiddelen over te stappen, werken
wordt een sterke groei verwacht in elektrische
sector is momenteel bijna geheel afhankelijk van
we in meerdere gemeenten aan vernieuwing van
bussen, bestelauto’s, vrachtwagens, binnenvaart-
fossiele brandstoffen.
OV-bussen én stimuleren we fietsgebruik via een
schepen, light electric vehicles (LEVs) en overig
fietsstimuleringsprogramma en het plaatsen van
elektrisch transport/vervoer.
Veel mobiliteit is niet regio-gebonden. Zo heeft
meer fietsstallingen. Ook vragen we van de tran-
85% van het vrachtverkeer een herkomst en
sportsector om een efficiëntieslag te slaan op hun
De Drechtsteden willen in 2030 een laadinfrastruc-
bestemming buiten de regio. Daarom zal veel
slimmere logistieke systemen om zo de CO2-voet-
tuur hebben die een gedeelte van de beoogde
afhangen van eisen die het Rijk en de Europese
afdruk van deze sector verder te verminderen.
1,9 miljoen elektrische personenauto’s én elektrische busnetwerken kan ondersteunen. Hiervoor moeten grote stappen worden gezet. In 2019 reed slechts 1,63% van onze inwoners elektrisch en
Wat is de trias mobilica?
waren er 900 laadpalen in de regio.9
De trias mobilica (afbeelding 10) is een driehoeksmodel met drie typen maatregelen om mobiliteit effectief te verduur-
Om ons doel te halen is een toekomstbestendig,
zamen. Eerst wordt er gekeken naar vermindering van
toegankelijk en betrouwbaar netwerk van laad-
1
het aantal gereisde kilometers (slimmer reizen), bij-
infrastructuur nodig. Daarom heeft de Rijksover-
voorbeeld door effectieve ruimtelijke ontwikkeling.
heid met decentrale overheden, marktpartijen en
Dan wordt gekeken naar het verduurzamen van de
netbeheerders afspraken gemaakt over de ont-
Verminderen
vorm van mobiliteit (anders reizen). Bijvoorbeeld
wikkeling van voldoende laadinfrastructuur en een
door mensen uit de auto te krijgen en in het
dekkend, toegankelijk en betrouwbaar netwerk.
ov, of op de fiets. Dan wordt er gekeken naar
Deze afspraken zijn opgenomen in de Nationale
verduurzaming van bestaande mobiliteit (schoner reizen). Een voorbeeld is de
3
2
overstap van een auto op benzine naar
Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Zuidwest
een elektrische auto. De Drechtsteden zetten bewust in op elk punt van deze driehoek.
De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het Verduurzamen
Veranderen
mogelijk maken van voldoende laadinfrastructuur en het verkorten van de doorlooptijd. Om
Afbeelding 10: Trias mobilica
9
Agenda Laadinfrastructuur (NAL).
gemeenten hierin te ondersteunen is in de NAL
https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/mobiliteit/
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
25
afgesproken om samenwerking op landsdeelniveau te organi-
een instrument om toekomstbestendige bereikbaarheidsop-
ook steeds meer elektrische bussen in gebruik genomen. Zo
seren. Zuid-Holland en Zeeland zijn door het Rijk ingedeeld als
lossingen te realiseren. Daarbij ligt de focus op het verbeteren
rijdt de stadsdienst in Dordrecht elektrisch. Ook het vervoer
samenwerkingsregio Zuidwest (RAL ZW). Gedeputeerde Staten
van de leefbaarheid, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en
over water wordt verduurzaamd. Zo wordt de veerpont tussen
van Zuid-Holland en Zeeland hebben de RAL ZW in januari
gezondheid van onze regio.
Dordrecht en de Biesbosch/Werkendam in 2022 volledig elek-
2021 vastgesteld. Hierin staat hoe invulling wordt gegeven aan
trisch. Ook de Waterbus in de Drechtsteden, die jaarlijks bijna
de regionale samenwerking en aan de afspraken met het Rijk.
Het Rijk werkt aan de ontwikkeling van een Nationaal Mobili-
twee miljoen passagiers vervoert, zal in de komende jaren
Het is de ambitie van de NAL om ervoor te zorgen dat de laad-
teitsprogramma. De totstandkoming en inhoud van het RMP
elektrisch worden aangedreven.
infrastructuur geen drempel vormt bij de uitrol van elektrisch
is een regionale verantwoordelijkheid. De regionale uitwerking
vervoer. Dit is noodzakelijk om te zorgen dat het voor de con-
is ook vormvrij. Uitgangspunt is om zo veel mogelijk gebruik te
sument aantrekkelijk is om nu én in de toekomst elektrisch te
maken van bestaande regionale samenwerkingsverbanden en
rijden. De NAL neemt activiteiten op die zorgen voor:
bestaande regionale mobiliteits- en bereikbaarheidsprogram-
• Een dekkende laadinfrastructuur;
ma’s. Binnen de regio Drechtsteden wordt voortgeborduurd
• Een verkorting van de doorlooptijden en een strategische
op de in 2020 vastgestelde ‘Gebiedsagenda Bereikbaarheid
Er gebeurt op dit moment veel op het vlak van mobiliteit. Zo
Drechtsteden’. In deze Gebiedsagenda is met name aandacht
wordt de RAL ZW jaarlijks geactualiseerd. De RAL ZW zal zich in
voor het anders reizen; het stimuleren van fietsgebruik en
de komende periode richten op:
openbaar vervoer. Ook wordt er gebouwd op gemeentelijke
• Inzicht krijgen in de opgave voor gemeenten;
plannen.
• Opstellen van een integrale visie op laadinfrastructuur;
plaatsing van laadinfrastructuur; • Toegankelijke informatie zoals de locatie en beschikbaarheid van de laadpunten en de laadtarieven; • Een toekomstbestendige laadinfrastructuur om capaciteitsbelasting van het elektriciteitsnet zoveel mogelijk te voorko-
6.5 Vervolgstappen
• Ondersteunen van gemeenten bij het opstellen van plaat-
men.
singsbeleid; Wat is de relatie russen de RES, RAL en RMP?
• Uitwerken van de visie in beleid en beleidsregels, die naar
Samenwerking tussen de Drechtsteden
Provincies, gemeenten en netbeheerders leggen de
verwachting in het derde kwartaal van 2021 aan de colleges
Naast samenwerking binnen de RAL ZW-regio, werken we als
verbinding tussen uitwerkingen van afspraken in het
wordt aangeboden;
Drechtstedengemeenten intensief samen om de aanpak, de
Klimaatakkoord, zoals de Regionale Energiestrategie, de
visie en het beleid rond laadinfrastructuur zo veel mogelijk te
Regionale Aanpak Laadinfrastructuur en het Regionale
uniformeren én ruimte te behouden voor een lokale invulling.
Mobiliteitsprogramma. De inhoudelijke samenhang tus-
De afzonderlijke gemeenteraden hebben de verantwoordelijk-
sen deze werelden is een gedeelde verantwoordelijkheid
De afzonderlijke gemeenteraden hebben de verantwoorde-
heid om de integrale visie op laadinfrastructuur vast te stellen.
van gemeenten, regio’s en provincies.
lijkheid om de integrale visie laadinfrastructuur vast te stellen.
• Opzetten van een loket voor kennisdeling en informatievoorziening.
De colleges van burgermeester en wethouders gaan over het
Deze staan gepland voor september 2021. Voor het opstellen
plaatsingsbeleid.
en uitvoeren van de RAL ZW in de periode tot en met 2023
6.3 Regionaal Mobiliteitsprogramma
6.4 Verduurzaming van het openbaar vervoer
hebben de provincies Zeeland en Zuid-Holland een Rijksbijdrage toegekend gekregen. Om te komen tot een RMP wordt de komende periode ingezet
Openbaar vervoer is in principe een duurzame manier van
op:
De transitie naar een duurzaam en zorgeloos mobiliteits-
personentransport. Toch kan de sector nog een stuk schoner
• Het bundelen van reeds bestaande duurzame mobiliteits-
systeem vergt een integrale aanpak en regionaal maatwerk.
door verder te elektrificeren en effectiever te werk te gaan.
Daarom is in het Klimaatakkoord afgesproken om Regionale
De elektrificatie van onder andere bussen wordt gestimuleerd
Mobiliteitsprogramma’s (RMP’s) te ontwikkelen. Het RMP is
en gefaciliteerd door de uitrol van de NAL. In de regio worden
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
plannen door de regio en gemeenten; • Inzicht krijgen in de opgave en ambities van de gemeenten
Deel III Energiesysteem
en de regio;
Vervolg
26
• Inzicht krijgen in nut en noodzaak van extra maatregelen en acties om CO2-reductie te bewerkstelligen. Aan de hand van de bundeling en inzichten zal een paragraaf duurzame mobiliteit worden toegevoegd aan de reeds be-
Wilt u meer weten over mobiliteit?
staande Gebiedsagenda Bereikbaarheid Drechtsteden. Dit vormt het RMP voor de regio Drechtsteden en staat gepland voor eind 2021.
De Nationale Agenda Laadinfrastructuur Zuidwest: Op het vlak van duurzaam openbaar vervoer werken we samen met de provincie Zuid-Holland toe naar een zero-emissie
Ga naar de website
OV-netwerk na 2030. Dit doen we onder andere door steeds strengere eisen te stellen in nieuw te verlenen vergunningen voor de concessies binnen het gebied - zoals met de concessie
De Gebiedsagenda Bereikbaarheid Drechtsteden:
Drechtsteden, Molenlanden en Gorichem en de waterbusconcessie is gebeurd - waarbij elektrificatie van vervoersmiddelen
Download het PDF
opgenomen is in het programma van eisen. Ten slotte, de markt is volop in ontwikkeling. Het staat daarom ook nog niet vast hoe de wereld van elektrisch rijden en laden er in 2030 uitziet. De verwachting is dat de vraag naar laadinfrastructuur de komende jaren toeneemt en dat er een flinke opgave ligt om in die behoefte te voorzien.
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
27
Deel II Energiebronnen 7
9
Zon op dak
7.1 Inleiding
Grootschalige opwekking van duurzame energie
10
10.1 Inleiding
9.1 Inleiding
7.2 Zon op dak grootschalig 7.3 Zon op dak kleinschalig
9.2 Uitwerkingsgebied voor zon bij Kijfhoek
7.4 Vervolgstappen
9.3 Uitwerkingsgebied voor zon en wind A16 Westzijde
8
9.4 Uitwerkingsgebied zon langs Betuwelijn
Zon in restruimten
Regionale Structuur Warmte
10.2 Nationale en indicatieve regionale opgave 10.3 Transitievisies Warmte in samenhang met de Regionale Structuur Warmte
10.4 Warmtebronnen
8.1 Inleiding
9.5 Uitwerkingsgebied zon langs A15
10.5 Warmte infrastructuur en warmteopties
8.2 Typologie
9.6 Onderzoeksgebied Avelingen
10.6 Afwegingscriteria en spelregels
8.3 Koppelkansen
9.7 Spelregels
10.7 Vervolgstappen
8.4 Spelregels en gedragscode zon op land
9.8 Vervolgaanpak
8.5 Vervolgaanpak
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
28
7 Zon op dak
maatschappelijke instellingen waarop met zonne-
7.1 Inleiding
panelen een vermogen van meer dan 15 kWp kan
Wat is een SDE-subsidie?
worden gerealiseerd. Dat staat gelijk aan ongeveer
Dat is de subsidie Stimulering Duurza-
e Drechtsteden is een sterk verstedelijkte regio
50 zonnepanelen. We rekenen overkappingen
me Energieproductie en Klimaattransitie
en beschikt daardoor over relatief veel dakop-
boven parkeerplekken en kleine bijgebouwen
(SDE++). Deze regeling stimuleert duurza-
pervlak. We hebben zowel de ruimte en het maat-
zoals schuurtjes niet als geschikte daken voor
me energieproductie en CO2-reductie en is
schappelijke draagvlak voor zon op dak. Het kwam
de grootschalige opwekking van zonne-energie.
bedoeld voor bedrijven en (non-)profitinstel-
namelijk zowel tijdens online participatieavonden
Overkappingen boven parkeerplaatsen hebben
lingen in sectoren als de industrie, mobiliteit,
als op ons online participatie-platform ‘Denk mee!’
wel potentie voor zon en worden verder bespro-
elektriciteit, landbouw en de gebouwde
consistent naar voren als een manier van energie-
ken in Hoofdstuk 8: Zon in restruimten.
omgeving.
D
opwekking die op veel steun kan rekenen. Vooral bij grotere bedrijfspanden is er een forse
Onze inzet: 0,21 TWh aan grootschalig zon op dak
Om deze redenen vinden we het een logische keuze
potentie voor grootschalige opwekking. Dit geldt
in 2030
om in onze regio sterk in te zetten op zon op dak.
voor zowel bestaande als nieuwe gebouwen. Het
Ons doel is om tenminste 0,21 TWh aan zon-
Door daken in ons verstedelijkte gebied te voorzien
installeren van zonnepanelen op bestaande be-
ne-energie op grote daken op te wekken in 2030.
van een dubbele functie, houden we ruimte over
drijfsdaken gaat niet vanzelf. Ervaring met eerdere
Dit is de uitkomst van berekeningen en overwe-
op andere plekken. Zo kunnen we stappen zetten
projecten voor collectieve inkoop laat zien dat on-
gingen waarbij een combinatie van nuchterheid en
richting een duurzaam energiesysteem zonder onze
dersteuning van ondernemers de uitrol van PV-in-
ambitie centraal stonden.
open landschappen en natuur aan te tasten.
stallaties kan versnellen. Ook zijn we met Stedin in overleg over een gebiedsgerichte samenwerking
Op basis van de bovenstaande definitie van grote
Zonnepanelen op daken van woningen, bedrijven,
om de capaciteit van het net zo optimaal mogelijk
daken blijft er in de Drechtsteden ruim zes vier-
kantoren en maatschappelijke instellingen hebben
te benutten en te komen tot tijdige uitbreidingen
kante kilometer aan grootschalige dakoppervlakte
in onze regio bij elkaar een enorme potentie voor
op de netcapaciteit.
over. Helaas is niet de gehele oppervlakte geschikt
de opwekking van duurzame energie. Daken kun-
om zonnepanelen op te plaatsen. Sommige gebou-
nen echter ook ongeschikt of een onlogische keuze
Naar verwachting krijgen gemeenten bij de in-
wen hebben namelijk niet de juiste dakconstructie
zijn voor zon. Daken zijn bijvoorbeeld ongeschikt
voering van de Omgevingswet in 2022 een extra
om zonnepanelen te kunnen dragen en soms is er
omdat de dakconstructie te zwak is om het ge-
bevoegdheid, waarmee ze zonnepanelen op grote
geen aansluiting op het elektriciteitsnet mogelijk.
wicht van de panelen te dragen of omdat er geen
bedrijfspanden kunnen verplichten.10 Deze moge-
Geschikte daken kunnen daarnaast niet helemaal
aansluiting op het elektriciteitsnet mogelijk is.
lijkheid wordt meegenomen bij de verdere uitwer-
vol worden gelegd; aan de dakranden en rond licht-
king van de RES 1.0, bij zowel bestaande gebou-
straten en technische installaties blijft bijvoorbeeld
wen, nieuwe gebouwen als nieuw te ontwikkelen
verplicht ruimte over. Daarnaast is zon niet de
bedrijventerreinen.
enige manier om een dubbele functie toe te voe-
7.2 Zon op dak grootschalig
gen aan daken. Daken kunnen ook een rol spelen in onder andere de bevordering van biodiversiteit
Met grote daken bedoelen we daken van meer-
of het opnemen van overtollig regenwater middels
dere woningen, bedrijven, kassen, kantoren en
intensieve of extensieve groene dakbedekking.
10 https://www.gemeente.nu/ruimte-milieu/energie/zonnepanelen-op-bedrijfspanden-mogelijk-lokaal-verplicht/
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
29
Met inachtneming van onder andere de bovenstaande factoren
Daarbij heeft zon op kleine daken als voordeel dat, in het licht
Verzilveren kansen voor regionale economie en arbeidsmarkt
achten wij het realistisch dat in 2030 tenminste 30% van het
van de verdergaande elektrificatie van huishoudens en het
De realisatie van duurzame opwekking kan gepaard gaan met
beschikbare grootschalige dakoppervlakte in onze regio wordt
MKB, deze vorm van energieopwekking de mogelijkheid biedt
aanzienlijke investeringen en werkzaamheden. Niet alleen het
benut voor duurzame energieopwekking met zonnepanelen.
om opwek en verbruik dichter bij elkaar te brengen. In de
plaatsen, maar ook de inkoop van benodigde materialen levert
Drechtsteden gaan we uit van de opwekking van 0,07 TWh aan
een bijdrage aan de werkgelegenheid. Daarnaast kunnen
Hiermee realiseren we 0,21 TWh aan zonne-energie op grote
zonne-energie op kleine daken in 2030. Hiermee hopen we in
duurzame investeringen voor inwoners, bedrijven en maat-
daken in 2030. Dit is een optelsom van al gerealiseerde zon-
lijn te blijven met de verwachtte groei van autonome opwek-
schappelijke organisaties een flinke kostenbesparing opleve-
neprojecten op grote daken (0,02 TWh), projecten die op dit
king op kleine daken zoals omschreven in het Klimaatakkoord.
ren, wat de toekomstbestendigheid versterkt.
moment in de pijplijn zitten (0,04 TWh) en nog te realiseren Met bovenstaande in achtneming zetten wij ons in om kansen
projecten (0,15 TWh). De volledige berekening van ons bod voor zon op dak staat in Bijlage A: onderbouwing bod.
voor de regionale economie en arbeidsmarkt te verzilveren.
7.4 Vervolgstappen
Hiervoor zoeken we de samenwerking met onderwijsinstellingen en bestaande initiatieven als Baanbrekend Drechtsteden
Ons doel is om in 2030 tenminste 0,21 TWh aan zonne-ener-
7.3 Zon op dak kleinschalig
en Werk In Zicht.
gie op grote daken en 0,07 TWh aan zonne-energie op kleine daken te realiseren. Om dit te bereiken proberen we zon op
Stimuleringsmiddelen
Zon op kleine daken wordt niet tot ons bod gerekend. Hiermee
dak zo toegankelijk mogelijk te maken en inwoners en onder-
Om de gestelde duurzaamheidsambities te realiseren én met
wordt verwezen naar zonneprojecten die minder dan 15 kWp
nemers te enthousiasmeren om autonoom elektriciteit op te
het oog op bovenstaande, onderzoeken gemeenten of zij
(ongeveer 50 zonnepanelen) aan zonne-energie realiseren. Er
wekken.
aanvullende stimuleringsmiddelen in kunnen zetten of fondsen vorm kunnen geven. Dit om energieopwekking en andere
is in het Klimaatakkoord uitgegaan van een groei van 7 TWh Hiervoor zetten we de komende jaren sterk in op het bie-
aan autonome opwekking op kleine daken tot 2030.
duurzame investeringen aan te jagen.
den van handelingsperspectief aan inwoners, ondernemers Zon op kleine daken speelt echter wel een significante rol in
en maatschappelijke partners en helpen we hen om zoveel
De provincie Zuid-Holland heeft daarnaast het aanvalsplan ‘Zon
de energietransitie. Het geeft inwoners en het midden- en
mogelijk energie op te wekken. Gemeenten brengen hiervoor
op Dak’ en de subsidieregeling ‘Zonnig Zuid-Holland’ om de
kleinbedrijf (MKB) een duidelijk handelingsperspectief en laat
bijvoorbeeld de potentie van geschikte daken nader in beeld
opwekking van energie op dak te stimuleren. Het plan bestaat
zien wat ze zelf kunnen doen. Het is bovendien een effectieve
én richten zich specifiek op de eigenaren van gebouwen met
onder andere uit een subsidieregeling van € 4 miljoen om on-
en persoonlijke manier van bijdragen aan de energietransi-
veel potentie.
geschikte daken geschikt te maken voor de installatie van zonnepanelen. De subsidieregeling richt zich op gebouweigenaren
tie. Onze inzet in relatie tot zon op kleine daken is dus vooral
die hun daken beschikbaar stellen voor energiecoöperaties.11
bedoeld om mensen en bedrijven op te roepen om mee te
Programmatische aanpak
doen. Hier speelt onder andere het Regionaal Energieloket een
Met het oog op de netimpact en noodzakelijke aanpassingen
belangrijke rol. Bij dit loket kunnen huiseigenaren en onderne-
aan het elektriciteitsnet, streven wij samen met netbeheerder
Als regio zetten we sterk in op zon op dak. Dit alleen is echter
mers terecht voor informatie over de kosten en mogelijkheden
Stedin naar een programmatische en geclusterde aanpak. Zo
niet genoeg. Bovendien is het belangrijk om te zoeken naar
van het plaatsen van zonnepanelen op hun dak. Ook kunnen
kan Stedin gerichter in het net investeren én kunnen we de
een gezonde balans tussen zon en wind (meer hierover in
ze hier vrijblijvend en volledig op maat gemaakt advies van
verzwaring van het net en de realisatie van duurzame opwek-
hoofdstuk 11). Daarom zien de Drechtsteden zon op dak als
installatie-adviseurs aanvragen.
king op daken beter op elkaar afstemmen.
een belangrijke stap binnen de grotere opgave om tot een duurzaam en gebalanceerd energiesysteem te komen.
11 https://www.zuid-holland.nl/overons/bestuur-zh/gedeputeerde-staten/besluiten/2020/juni/2-juni/energietransitie-aanvalsplan-zon-dak/
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
30
8 Zon in restruimten
hectare) aan duurzame elektriciteit opwekken in
VII. Op water;
restruimten.
VIII. Nabij natuurgebied.
n het vorige hoofdstuk is besproken hoe we
Waar deze opwekking komt, is nog niet besloten.
Naast het type is ook het landschap waarin de
in de Drechtsteden maximaal inzetten op zon
Voor zon in restruimten worden in de RES 1.0
restruimte zich bevindt van groot belang. Dit
op dak. Omdat we als regio een eerlijk en realis-
geen specifieke locaties of gebieden aangewezen.
wordt bijvoorbeeld duidelijk in gebieden zoals de
tisch deel van de nationale opgave op ons willen
In principe kan zon in restruimen gerealiseerd
Alblasserwaard. Hier is de leegte een belangrijk
nemen, moeten we echter meer aan duurzame
worden als de ruimte aan bovenstaande definitie
onderdeel van de landschappelijke waarde. Een
energieopwekking doen dan enkel zon op dak.
voldoet, een initiatief is getest én aan de gestelde
zonneveld op een ongebruikt agrarische kavel kan
In de concept-RES is met oog hierop gesproken
criteria en spelregels voldoet. Om de mogelijkhe-
in zo’n geval afbreuk doen aan de kwaliteit van het
over zonnepanelen in o.a. spoor- en wegbermen,
den te onderzoeken zijn wel mogelijke locaties ge-
gebied. Met het oog hierop hebben wij landschap-
op (voormalige) stortplaatsen en braakliggende
ïnventariseerd en als onderdeel van het participa-
pelijke criteria opgesteld.
terreinen als een manier om open landschappen
tieproces indicatief beoordeeld door inwoners van
te ontzien. Dit werden restruimten genoemd.
de Drechtsteden (zie Bijlage C Participatiestrategie
Om per type restruimte algemene landschap-
Samen met de inwoners van de Drechtsteden is in
zon en wind voor het gehele proces). Het resultaat
pelijke criteria op te stellen, is gekeken naar de
het traject naar de RES 1.0 een omschrijving van
is een kansenkaart waar bij het vervolgproces op
waarden van het type restruimte, de verschillende
restruimten tot stand gekomen. Een restruimte
de RES 1.0 nadrukkelijk nog uitwerking, projectpar-
landschappen waar restruimten in kunnen liggen
voor zon is op basis van dit traject omschreven als
ticipatie en gemeentelijke en provinciale besluit-
en welke aspecten er vanuit dat landschap van
een gebied waar:
vorming zal plaatsvinden.
belang zijn voor de plaatsing van zonnepanelen.
8.1 Inleiding
I
1.
de toevoeging van zonne-energie inpasbaar is
We hebben het dan over minimumeisen, criteria,
en ondergeschikt is aan het bestaande land-
maatschappelijke koppelkansen en spelregels voor
schap, of het bestaande landschap versterkt; 2.
de participatie en vervolgaanpak.
8.2 Typologie
de toevoeging van zonne-energie de bestaan-
De ruimte waar een initiatief betrekking op heeft,
de functie en waarde niet significant belemMiddels ons onderzoek hebben we zicht gekre-
moet voldoen aan de omschrijving voor restruimte
gen op de verschillende typen restruimten. Op
zoals omschreven in de inleiding van dit hoofd-
Deze geschikte restruimten kunnen op verschillen-
basis van het onderzoek kunnen we de volgende
stuk. Daarnaast moeten alle zonneweides aan de
de manieren zijn ontstaan, bijvoorbeeld door:
acht typen restruimten (in willekeurige volgorde)
Nederlandse wet- en regelgeving voldoen. Bij een
• Wettelijke beperking(en) in een gebied;
onderscheiden waar zonne-energie kan worden
vergunningaanvraag wordt hier altijd op getoetst.
• Overruimte in planologie;
toegepast:
mert en/of waarde toevoegt.
Hierbij komen onder andere de volgende onderde-
• Mogelijkheid voor dubbel ruimtegebruik; • Ruimte die (tijdelijk) niet in gebruik is. Regionale inzet zon in restruimten: 0,02 TWh
I.
Boven parkeerplaatsen;
len terug:
II.
Industriegebied;
• Er dient voldaan te worden aan de eisen voor
III.
Bermen en geluidsschermen langs infrastruc-
beschermingszones rondom infrastructuur,
tuur/op knooppunten;
zoals wegen, spoor, hoogspanning en dijken: -
Op basis van het participatief ontwerpend on-
Er dient een bufferzone van tenminste één
derzoek naar de landschappelijke, technische en
IV.
Dijken;
maatschappelijke mogelijkheden, willen wij in
V.
Stedelijk gebied;
meter te worden aangehouden tussen een
2030 met zonnepanelen tenminste 0,02 TWh (22,1
VI.
Nabij agrarisch polderlandschap;
zonneveld en een weg en buiten- of midden-
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
31
-
te voorkomen.
• Een parkeerplaats mag geen overkapping krijgen als dat
berm bij knooppunten; Bij watergangen met een afvoerfunctie moet een buf-
afbreuk doet aan aanwezige landschappelijke openheid;
• Andere functies van en gebruik op de parkeerplaats (zoals
ferzone van tenminste 3,5 meter worden aangehouden.
• De overkapping van een parkeerplaats mag belangrijke en
een markt, kermis, evenement) moeten na plaatsing van
Bij hoofdwatergangen moet de bufferzone tenminste 4
waardevolle zichten niet belemmeren. Het overkappen van
meter zijn.
parkeerplaatsen in een historische stads- of dorpsgezicht of
• nen vinden;
nabij monumentale gebouwen kan niet (18);
• Houdt rekening met reflectie van de verhoogde zonnepane-
• Nieuwe ontwikkelingen mogen geen afbreuk doen aan beschermde natuurgebieden of beschermde plant- en dier-
een overkapping met zonnepanelen nog steeds plaats kun
len naar de omgeving;
• Bij parkeerplaatsen dient een zichtbare en veilige verkeers-
• Creëer een groene inpassing en meer ruimtelijke kwaliteit
situatie behouden te blijven wanneer deze overkapt wor-
soorten (wet Natuurbeheer); • Er dient voldaan te worden aan de eisen met betrekking tot
den. Zorg voor een sociaal veilige parkeerplaats. Vermijd
van de parkeerplaats bij plaatsing van zonnepanelen boven
waterhuishoudkundige situatie in het gebied. Zo mag het
afscherming van de omgeving om ongewenste activiteiten
de parkeerplaats (19).
waterbergend vermogen op of rond het betreffende gebied niet worden aangetast;
3
• Er dient voldaan te worden aan de eisen ten behoeve van (behoud van) archeologische en/of cultuurhistorische waarden (Erfgoedwet). Criteria per type restruimte
8
Een restruimte voor zon is een gebied waar de toevoeging van
P
6
zonnepanelen inpasbaar is en de bestaande functie en waarde niet significant belemmert. Daarnaast dient elk nieuw initiatief
19
4
5
P
voor zon in een restruimte rekening te houden met de land-
2
24
18
schappelijke context en bijbehorende kwaliteiten en karakte-
9
7
ristieken van de omgeving waarin deze geplaatst wordt.
14
1 16
Per landschap en per restruimte zijn criteria gedefinieerd waar een initiatief voor zon in restruimte aan dient te voldoen. Deze
15
14
criteria komen voort uit inbreng vanuit de participatie en de landschappelijke analyse. De nummers in de onderstaande
11
tekstuele uitwerking verwijzen naar nummers in de visualisa-
20
17
tie(s).
21
P I.
Boven parkeerplaatsen
13
P
22
10
Parkeerplaatsen zijn vaak monofunctionele gebieden met
12
weinig ruimtelijke kwaliteit. Ze kunnen een multifunctionele inrichting krijgen door er zonnepanelen boven te plaatsen. Dit
23
zorgt zowel voor energie als beschutting onder de panelen. • Bij parkeerplaatsen nabij bedrijvigheid dienen de zonnepanelen boven parkeerplaatsen voor een ruimtelijke kwalitatieve impuls te zorgen (17);
Afbeelding 11: Visualisatie zon in restruimten
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
32
19
4
5
P
9
7 II.
Industriegebied
14
De verschillende gemeenten in de regio kennen allemaal ge-
1
bieden met een sterk industrieel karakter. Aan de rivier ligt van
16
oudsher de grootschalige industrie en bedrijvigheid. Hier is
14
ruimte voor innovatie en ontwikkeling, met een sterke identi-
15
3
teit van de rivier.
11 Deze gebieden kennen ruimte voor een meer industriële invullingen waar zonnepanelen goed bij kunnen passen. Industriegebieden kennen daarnaast vaak een tekort aan groenstructuren, hier kunnen nieuwe zonnevelden een bijdrage aan leveren.
8
18
P
20
Afbeelding 13: Visualisatie criteria restruimte infrastructuur en knooppunten 17
P
III.
Bermen en geluidsschermen langs infrastructuur/op 13 P 2 24 knooppunten
21 • Ecologische waarden worden beschermd en zo veel mogelijk versterkt 22 of toegevoegd: -
Bermen en geluidsschermen 10 langs grote infrastructuur zoals
Indien mogelijk dient de plaatsing van zonnepanelen
spoorwegen of hoofdwegen, bieden kansen voor de opwek-
langs de weg of het spoor de barrièrewerking van de
worden met groenstructuren en ecologische waarden toe te
king van zonne-energie. Het spoor en de hoofdwegen zijn de
infrastructuur voor ecologie te verzachten door bijvoor12
voegen (10); 19
belevingsaders van de Drechtsteden. Inpassing langs deze
beeld grotere groenstructuren. Dit kan bijvoorbeeld 4
• Zonnevelden 6 in industriegebieden dienen gecombineerd te
5
P
de visuele relatie met deze rivier door de inrichting van het
aders valt op. Zonnevelden langs de snelweg dienen daarom 23 aantrekkelijk ingepast te zijn. Bermen langs spoorwegen en
veld versterkt te worden (11).
snelwegen kennen daarnaast vaak een ecologische waarde als
• Wanneer zonnevelden aan de rivier geplaatst worden dient
7
weg aan te leggen;
9
-
1
gebied. Dit kan op verschillende manieren; -
Hiervoor gelden de volgende criteria:
16
17
geluidsschermen zijn. Daar waar restruimten langs de
groenstructuur versterkt worden. Denk hierbij aan het
snelweg geen onderdeel zijn van de groenstructuur, dienen
aanhalen en doorzetten van lanen en bomenrijen (16);
de zonnevelden met hun inpassing bij te dragen aan een
11
De aanleg van zonnevelden mag niet ten koste gaan van
15 de huidige hoofdgroenstructuur. Indien mogelijk kan de
• Restruimten langs infrastructuur kunnen bermen en
14
Het plaatsen van zonnepanelen moet gepaard gaan met het versterken van de ecologische waarde van het
corridor tussen verschillende natuurgebieden.
14
P
door ecologische stepping-stones aan weerszijde van de
• De gehele berm mag niet dichtgezet worden, er moet altijd
20 versterking van de groenstructuur (14);
ruimte overblijven.
• Verrommeling van het zicht vanaf de infrastructuur dient
P
voorkomen te worden. Zorg voor een21 eenduidige uitvoering
IV.
en 13opstelling van zonnepanelen langs de infrastructuur;
De Drechtsteden zijn rijk aan een groot aantal dijken, van oude
22 • Hooggewaardeerd zicht op landschappen dient behouden 10
23
gebieden, industriegebieden, natuurgebieden en poldergebie-
open polder, de Merwede, stadsparken en kenmerkende
den. Nadrukkelijk wordt aansluiting gezocht bij de criteria die
dorpsgezichten. Op deze locaties willen we geen zonnevel-
12 de waterschappen willen stellen vanuit hun bevoegdheid als
den om zichten vanaf de infrastructuur op de landschappen
waterbeheerder om geen hinder te veroorzaken aan andere
te behouden (15);
functies (vaarwegen /recreatie /natuur /waterbeheer /ecolo-
voor het verkeer. Er moet rekening gehouden worden met
Inleiding
zeedijken, tot rivierdijken en lage polderdijken in stedelijke
worden. Belangrijke zichten zijn bijvoorbeeld die op de
• Zonnepanelen mogen geen gevaar of belemmering vormen
Afbeelding 12: Visualisatie criteria restruimte industriegebied
Dijken
gie). Dit maakt de mogelijkheid voor zonnepanelen op dijken in de Drechtsteden beperkt.
reflectie van zonnepanelen;
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
33
3
Toch sluiten we niet uit dat er mogelijkheden zijn om zonne-
3
panelen te plaatsen op dijken in de regio. Aanvullende criteria hiervoor zijn: • Een dijk is ongeschikt voor de plaatsing van zonnepanelen
8
wanneer het onderdeel is van een open polder of een recreatieve route (15); steken zodat de dijk als element herkenbaar kan blijven. Binnen het stedelijk gebied zijn zonnepanelen mogelijk op
8
P 5
P
P
14 7
14 16
11
14
• Zonnevelden op restruimten binnen de stedelijke structuur 17
20
van de openheid van de polder. Dit zien we niet als rest-
groene 17 en ecologische inrichting. Daarnaast kunnen eventu-
groenstructuur. Op stedelijke groenstructuur mogen geen
ruimten en hier mogen geen zonnevelden komen, omdat
ele recreatieve verbindingen tussen stad en land verbeterd te worden (9).
P
13
dienen ingepast te worden met nieuwe groenstructuren
VI.
ten behoeve van de biodiversiteit en de uitstraling van de
Onze regio kent meerdere agrarische gebieden; de 13 open
ruimte (6);
polderlandschappen van de Alblasserwaard, de zeekleipolders
P
21 dit de openheid en het zicht over de polder aantast (2); 20
11
P
• Zonnevelden dienen ecologische waarden toe te voegen
22
Nabij agrarisch polderlandschap
P
door middel 21 van de inrichting van een zonneveld en combi-
10
natie met ecologie verhogende elementen zoals vernatting,
22 of sloten; beplanting
• Restruimten grenzend aan de groenstructuur van de stad,
ten zuidoosten 10 van Dordrecht en de agrarische gebieden bij
• In de buurt van kassen dienen zonnevelden ruimtelijk ge-
dienen bij plaatsing van zonnepanelen gebruikt te worden
Kijfhoek. In dit laatstgenoemde gebied worden open polders
koppeld te worden aan de aanwezige glastuinbouw (3);
om de bestaande groenstructuur te versterken of uit te
afgewisseld met glastuinbouw. Locaties die ook als restruim-23
12 • Rioolwaterzuiveringen (RWZI’s) en oude vuilstortplaatsen
breiden (7);
ten bestempeld kunnen worden in deze gebieden zijn bijvoor-
zijn mogelijk geschikt voor zonnevelden. De plaatsing van
beeld rioolwaterzuiveringen (RWZI’s),12 de overgang tussen
zonnevelden moet dan wel ecologische kwaliteiten of recre-
glastuinbouwlocaties en agrarisch land en vuilstortplaatsen.
atieve mogelijkheden toevoegen (4).
• Historische stads- en dorpsgezichten dienen behouden te blijven. Zonnepanelen zijn hier ongewenst (8);
15
15 Afbeelding 15: Visualisatie criteria restruimten in agrarisch polderlandschap
Afbeelding 14: Visualisatie criteria restruimten in stedelijk gebied
• Restruimten mogen niet concurreren met de stedelijke zonnevelden worden gerealiseerd (5);
1
14
drik-Ido-Ambacht, Alblasserdam, Papendrecht, Sliedrecht en criteria:
1
9
16
Het stedelijk gebied van de Drechtsteden bestaat uit de his-
Hardinxveld-Giessendam. Hier identificeren we de volgende
4
5
Stedelijk gebied
torische stad Dordrecht en de kernen van Zwijndrecht, Hen-
9
7
19
restruimte type vijf: zonnepanelen langs infrastructuur (14).
2
24
18
19
6
dijken/taluds langs infrastructuur. Zie daarvoor de criteria voor
V.
18
P
6
• Zonnepanelen mogen niet boven de kruin van de dijk uit
2
24
23
12
• De stadsrand kent een meer divers karakter met de overgang naar het landelijke gebied als waardevol kenmerk.
Voor deze typen restruimten gelden de volgende criteria:
VII. Op water
Zonnevelden op restruimten bij de stadsrand dienen de
• Zicht over de open polder mag niet worden belemmerd (1);
Onze regio is rijk aan natte landschappen. Polders wisselen
overgang naar het landelijke gebied te verbeteren door een
• Locaties op agrarisch land in open polders zijn onderdeel
af met grote rivieren, kleinere kreken en waterplassen. Het
12 Veel rioolwaterzuiveringen in de regio zijn al voorzien van zonneparken.
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
34
17 21
P
13
P
22
10
8.3 Koppelkansen 12 Koppelkansen verschillen van criteria; het zijn mogelijkheden voor maatschappelijke meerwaarde die overwogen zouden
23
moeten worden in het proces. Vanuit het participatieproces zijn de volgende kansen geïdentificeerd: • Combinatie met maatregelen voor meer biodiversiteit, zoals
Afbeelding 16: Visualisatie criteria restruimten op water
inheemse begroeiing tussen de zonnepanelen of plasdras-zones;
gebruik van het water is zeer uiteenlopend, van hoofdvaar-
VIII. Nabij natuurgebied
netwerk tot ecologie, waterberging en recreatie. We moeten
De regio kent meerdere grote natuurgebieden, zoals de Bies-
• Recreatie;
zeer voorzichtig omgaan met het plaatsen van zonnepanelen
bosch, Merwelanden en de Sophiapolder. Gebieden met grote
• Educatie.
op water. We hebben daarom de volgende criteria geïdentifi-
recreatieve en vaak unieke ecologische waarden. Om de aan-
ceerd:
wezige natuurwaarden te beschermen, mogen hier in principe
• Zorg dat de bestaande functies op het water niet onmo-
geen zonnevelden komen (12).
3
8.4 Spelregels en gedragscode zon op land
gelijk worden gemaakt door zonnepanelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan waterski-routes, zwemgebieden, zeil-,
Nabij natuurgebieden kan wel plek voor zon in restruimten
windsurf- en visgebieden. Indien mogelijk moeten deze
zijn. Hiervoor gelden de volgende criteria:
Voor zon op land is een gedragscode (Gedragscode zon op
naast elkaar plaatsvinden (20);
• Een zonneveld mag geen ecologische barrière 2 opwerpen,
land | Publicatie | Klimaatakkoord13) opgesteld. Deze is vooral
24
8 18 • Bestaande ecosystemen mogen geen negatieve invloed
P
6 ervaren van zonnepanelen. Indien mogelijk moet de plaat-
maar moet in haar inrichting bestaande of gewenste ecolo-
van toepassing op zonneparken. De drie basisprincipes en de
gische corridors versterken en/of aanhalen (13);
spelregels voor procesparticipatie en financiële participatie zijn
• De inrichting van een zonneveld in de buurt van een natuur-
sing van zonnepanelen ecologische19waarden versterken 5
4
echter ook goed toe te passen op zon in restruimten:
P of toevoegen, bijvoorbeeld door toevoeging van drijvende
gebied moet worden ingericht zodat de biodiversiteit en/of
ecologische eilanden;
ecologische waarde verhoogd9wordt. Dit kan bijvoorbeeld
1.
gerealiseerd worden door voldoende afstand tussen de
Betrekken van omwonenden in de keuzes over het plan, het
panelen en begroeiing te garanderen.
ontwerp en de mogelijkheid financieel te participeren.
7
• Houdt bij plaatsing rekening met het recreatieve zicht op de 14
panelen. Zorg voor een zicht op de panelen en niet eronder 16
(21);
1
Samen met stakeholders
15
• Zorg bij plaatsing van zonnepanelen14op water voor voldoende rustplaats voor trekvogels (22);
Wat de wensen ten aanzien van een park zijn is iets wat van geval tot geval verschillend zal zijn. De sector zal werken met
11
• Plaats geen zonnepanelen op het vaarnetwerk (23).
een op het project afgestemde vorm van procesparticipatie. Bij
20
17
• Nadrukkelijk wordt aansluiting gezocht bij de criteria die de
ieder project denken de stakeholders inclusief inwoners uit de
21
waterschappen willen stellen P vanuit hun P bevoegdheid als
13
waterbeheerder om geen hinder te veroorzaken aan ande-
omgeving vanaf het begin mee over de locatie, vormgeving en
22
ontwikkeling van het beoogde zonneveld.
10
re functies (vaarwegen /recreatie /natuur /waterbeheer / 12
ecologie).
2.
Meerwaarde omgeving
Door een goede locatiekeuze en vormgeving meerwaarde
23
bieden aan de omgeving: de natuur ter plekke zal erop vooruit
Afbeelding 17: Visualisatie criteria restruimte natuurgebied
moeten gaan; omwonenden zullen mee kunnen profiteren.
13 https://hollandsolar.nl/u/files/gedragscode-zon-op-land.pdf
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
35
Naast economische motieven voor ontwikkelaar en grondei-
ders. Dit doen zij vanaf het begin van de ontwikkelfase van
scherp vastgelegd. Dit is ook geen zaak voor uniforme regels
genaar spelen er voor de omgeving andere belangen, zoals
een concreet project. Wat dat betekent zal van geval tot geval
maar iets dat per project vorm kan krijgen. De gedachte dat
landschap, biodiversiteit en (financiële) waarde voor de om-
verschillend zijn, gezien de verschillen tussen de gebieden en
omwonenden de mogelijkheid krijgen om financieel te inves-
geving. Zonneparken bieden, mits goed vormgegeven op een
wensen van de stakeholders.
teren en daarmee mee te profiteren en mee te doen aan de
goed gekozen locatie ook een kans om de omgeving mooier
energietransitie staat centraal. Meer informatie over financiële
en voor de natuur waardevoller te maken. De sector neemt
Financiële participatie
het principe op zich dat, in overleg met stakeholders, het
Rond het onderwerp ‘participatie’ verwelkomen de onderteke-
zonneveld per saldo een verbetering voor de landschappelijke
nende partijen van de gedragscode zon op land14 de afspraken
en natuurwaarde van het gebied betekent. Deels zal dit per
uit het Klimaatakkoord, zoals hier letterlijk verwoord:
definitie subjectief zijn; in de ogen van de omgeving. Waar mo-
• ‘De initiatiefnemer doorloopt een proces om te komen tot
participatie is te vinden in afbeelding 29.
8.5 Vervolgaanpak
gelijk wordt dit geobjectiveerd; bijvoorbeeld met een meetbare
een wenselijke en haalbare vormgeving van participatie. Het
toename aan biodiversiteit.
gaat hierbij om de participatiewaaier; dit kan zijn procespar-
Ons doel is om in 2030 tenminste 0,02 TWh (22,1 hectare) aan
ticipatie, financiële participatie, financiële obligaties, eigen-
duurzame elektriciteit op te wekken met zonnepanelen in
domsparticipatie, een omgevingsfonds of een combinatie
restruimten. Om de mogelijkheden te onderzoeken zijn loca-
Zorgen dat het oorspronkelijk grondgebruik desgewenst mo-
hiervan. Het bevoegd gezag controleert dat initiatiefnemers
ties geïnventariseerd en is een kansenkaart ten behoeve van
gelijk blijft na de levensduur van het zonnepark, zowel planolo-
en omgeving hierover het gesprek aangaan. Afspraken met
het vervolgproces opgesteld.
gisch als fysiek (geen afval, vervuiling; goede bodemkwaliteit).
de omgeving worden bij voorkeur vastgelegd in een omge-
Het derde principe is dat de zonneparken zo zijn inricht dat er
vingsovereenkomst. Op basis hiervan wordt er een pro-
In de regio hechten we bij de totstandkoming van zonneparken
geen onomkeerbare ontwikkeling plaatsvindt. Het oorspron-
jectplan gemaakt waarin wordt beschreven hoe binnen het
in restruimten grote waarde aan goede landschappelijke en
kelijke of een ander grondgebruik moet, indien gewenst door
project de participatie optimaal wordt ingericht.
ecologische inpassing, het betrekken van omwonenden en de ne-
3.
Oorspronkelijk grondgebruik mogelijk
grondeigenaar én bevoegd gezag, na het zonneveld weer mo-
• Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuw-
timpact op het elektriciteitsnet en mogelijkheden voor financiële
gelijk zijn; zowel beleidsmatig als fysiek. Daarbij hoort ook dat
bare energie op land in de energietransitie te laten slagen,
participatie. Voorstellen zullen daar mede op worden getoetst.
er geen vervuiling optreedt of dat er spullen achterblijven.
gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking partijen gelijkwaardig samenwer-
Na vaststelling van de RES 1.0 volgt inventarisatie van initiatie-
Projectparticipatie
ken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van een project.
ven en borging van de in dit hoofdstuk behandelde minimum-
De kwaliteit van een duurzaam energieproject bestaat uit een
Dit vertaalt zich in evenwichtige eigendomsverdeling in een
eisen en criteria voor duurzame opwekking in restruimten in
technisch optimale inpassing in een gebied met eigen kenmer-
gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de
het lokale en provinciale beleid (omgevingsvisies). Hierbij vindt
ken en waarden. Door het organiseren van projectparticipatie
productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven).
nadere afstemming met aangrenzende domeinen en een na-
kunnen stakeholders inclusief omwonenden bijdragen aan het
Investeren in een zon –en/of windproject is ondernemer-
dere lokale bestuurlijke afweging plaats en worden de criteria
ontwerp door specifieke (gebieds-)kennis in te brengen. De
schap. Dat vergt ook mee-investeren en risicolopen. Het
nader uitgewerkt. Vervolgens zullen de gemeenten een regis-
initiatiefnemer organiseert de participatie met de omgeving
streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen
serende rol op zich nemen om grondeigenaren en potentiële
zodat omwonenden en belanghebbenden in staat zijn om ge-
streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege
initiatiefnemers te stimuleren om voorstellen in te dienen en
ïnformeerd mee te doen aan het proces. De ondertekenende
lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken.’
onder de geldende voorwaarden zonneparken te realiseren.
partijen van de gedragscode hechten aan het gelijkwaardig en in vertrouwen optrekken van energiecoöperaties, commerciële
De exacte vorm van de financiële participatie en de defini-
ontwikkelaars, inwoners in de omgeving en andere stakehol-
ëring van ‘de lokale omgeving’ is met het Klimaatakkoord niet
14 Het gaat om de brancheorganisatie Holland Solar. Dit is een samenwerking tussen verschillende organisaties.. Samen vertegenwoordigen ze meer dan twee miljoen Nederlanders, 400 energiecoöperaties, 1000 lokale natuuren milieugroepen, vele bewonersgroepen en 170 bedrijven in de zonne-sector.
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
36
9 Grootschalige opwekking van duurzame energie
uitwerking van een specifiek initiatief moet aan
in de toekomst te onderzoeken of in dit gebied
deze criteria worden voldaan en moet aandacht
kleinere windmolens met een as-hoogte van circa
besteed worden aan de koppelkansen. Hoe de
35 meter geplaatst kunnen worden. Deze windtur-
e Drechtsteden zetten maximaal in op ener-
initiatieven worden beoordeeld, staat beschreven
bines vallen niet onder grootschalige opwekking
giebesparing en zon op dak. Daarnaast
in de spelregels (zie paragraaf 9.4).
met wind. Dit onderzoeksgebied staat om die
9.1 Inleiding
D
reden niet vermeld op de onderstaande kaarten.
hebben we een kader gecreëerd om restruimten in onze regio effectief te benutten. We hebben
Er is ook een onderzoeksgebied aangewezen voor
echter ook een aantal plekken in de regio die zich
grootschalig zon en/of wind (zie afbeelding 18). Het
De aangewezen gebieden sluiten aan op verschil-
in potentie lenen voor grootschalige opwekking
betreft een gebied aan de oostzijde van Hardinx-
lende snelwegen en spoorwegen. Door aan te slui-
van zonne- en windenergie (zon en wind). Aan de
veld-Giessendam en sluit aan op een mogelijke
ten bij deze infrastructuur wordt de open groene
ontwikkeling van deze gebieden worden specifieke
locatie voor wind op bedrijventerrein Avelingen
ruimte zo veel mogelijk gespaard en vrijgehouden.
eisen gesteld, die aansluiten bij het landschap en Zon
Opbrengst
Wind
Opbrengst
Opbrengst totaal
Uitwerkingsgebied
ha
TWh/jr
Turbines
TWh/jr
TWh/jr
Kijfhoek
30
0,029
0
0
0,029
Zon en wind westzijde A16
8
0,008
1
0,01089
0,018
Zon Betuwelijn A15
55
0,052
0
0
0,052
strook langs de Betuwelijn en een gebied langs de
Zon A15
10
0,010
0
0
0,010
A15 (zie afbeelding 18).
Subtotaal uitwerkingsgebieden
103
0,098
1
0,01089
0,109
Subtotaal restruimten
22
0,021
0
0
0,021
125,1
0,119
1
0,011
0,130
erop gericht zijn om ook kwaliteit aan het gebied toe te voegen. Voor grootschalige opwekking van zonne- en windenergie zijn vier nieuwe uitwerkingsgebieden en een onderzoeksgebied aangewezen. De uitwerkingsgebieden bevinden zich aan de noordzijde van Kijfhoek, aan de westzijde van de A16, een
De gebieden die eerder door de provincie in de Visie Ruimte en Mobiliteit (2018) zijn aangewezen als
Totaal
geschikte locaties voor wind zijn niet in het participatief ontwerpend onderzoek meegenomen. Dit
Tabel 1: Jaarlijkse energieproductie uit zon en wind in uitwerkingsgebieden en restruimten
omdat voor de locaties Groote Lindt (Zwijndrecht) en Oosteinde (Papendrecht) al eerder is gebleken
(Gorinchem, RES-regio Alblasserwaard). Dit gebied
De ontwikkelingen voor grootschalige opwekking
dat hier geen draagvlak voor is. In Dordrecht wordt
wordt mogelijk op een later moment verder onder-
van zon en wind langs infrastructuur kunnen daar-
op de locatie Krabbegors één windmolen gereali-
zocht en vormgegeven.
naast een positieve bijdrage leveren aan het landschap. De criteria zijn gericht op groene inpassing,
seerd. Daarnaast is er een onderzoeksgebied voor klein-
het behoud van openheid en het toevoegen van
In de uitwerkingsgebieden is realisatie van groot-
schalige windenergie in Sliedrecht. Voor groot-
waarden ten aanzien van recreatie en ecologie.
schalige zonne- of windenergie in principe onder
schalige windenergie is dit onderzoeksgebied niet
voorwaarden mogelijk. Per uitwerkingsgebied
kansrijk vanuit het oogpunt van landschap, partici-
Op basis van het ‘middenscenario’ kan in de
zijn criteria vastgesteld en worden koppelkansen
patie, belemmeringen en netaansluiting. Gemeen-
Drechtsteden 0,13 TWh per jaar aan elektriciteit
en spelregels voor de uitwerking gegeven. Bij de
te Sliedrecht wil de mogelijkheid openhouden om
worden opgewekt met grootschalig wind en zon in
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
37
Afbeelding 18: Uitwerkingsgebieden en onderzoeksgebied voor grootschalige opwekking van elektriciteit met zon en/of wind
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
38
oWindturbines moeten gecertificeerd zijn conform NEN-
agrarische gebied richting het rangeerterrein. Zonne-energie
EN-IEC-61400;
is hier landschappelijk goed in te passen doordat het gebied
Er is een toetsingsplicht voor radarverstoring (Regeling
aansluit op het spoor.
algemene regels ruimtelijke ordening);
Het doel is om 20%-30% van het uitwerkingsgebied in te zetten
Bij windprojecten van meer dan 15 MW moet een mi-
voor zon, met een opwekking van 0,019-0,031 TWh. Dit komt
gekomen is beschreven in Bijlage H Onderzoekstraject zoekge-
lieueffectrapportage gemaakt worden (Besluit m.e.r.).
overeen met circa 20 tot 32 hectare aan zonneveld. Voor
bieden.
Onder 15 MW dient een m.e.r.-beoordeling te worden
projecten van meer dan 10 MW zijn er momenteel nog twee
uitgevoerd.
beschikbare aansluitingen en 60 MW vermogen op het tussen-
uitwerkingsgebieden en restruimten (zie tabel 1).
-
Op de volgende bladzijden staan de overzichtskaarten van de uitwerkingsgebieden en van de aan te houden zoekgebie-
-
den. Vervolgens wordt per gebied een toelichting gegeven. Hoe deze uitwerkings- en onderzoeksgebieden tot stand zijn
-
spanningsstation (TS) Walburg.
Criteria voor de ontwikkeling van uitwerkingsgebieden We hanteren drie soorten criteria. Ten eerste zijn er minimumcriteria, waar elk project op grond van wet- en regelgeving aan moet voldoen (hieronder). Ten tweede is er voor elk uitwerkingsgebied een set criteria die aansluit bij de unieke karakte-
9.2 Uitwerkingsgebied voor zon bij Kijfhoek
Criteria Zonnevelden in dit uitwerkingsgebied kunnen bijdragen aan een goede landschappelijke inpassing van het rangeerterrein en de kassen. De zonnevelden moeten hiervoor met een
ristieken van dat gebied (hoofdstuk 9.2, 9.3 en 9.4). Ten derde Uitwerkingsgebied Kijfhoek ligt in de gemeente Zwijndrecht.
groene omzoming afgeschermd worden. De openheid van het
Het gebied ligt ten noorden van het rangeerterrein en wordt
gebied moet zo goed mogelijk in stand gehouden worden.
Minimumcriteria
momenteel gebruikt voor landbouw en glastuinbouw (zie
Om dit te bereiken zijn de volgende criteria voor ontwikkeling
Alle initiatieven voor duurzame opwekking van elektriciteit
afbeelding 20). Vanaf de Langeweg (aan de noordzijde en
geformuleerd:
dienen aan de Nederlandse wet- en regelgeving te voldoen. Bij
parallel aan het rangeerterrein) is er zicht over het veelal open
zijn er spelregels met criteria voor participatie (hoofdstuk 9.7).
• Omdat in de buurt maar één aansluiting beschikbaar is,
een vergunningaanvraag wordt hier op getoetst. Hier komen onder andere de volgende onderdelen terug:
dient hiervan maximaal gebruik te worden gemaakt. Daar-
• Nieuwe ontwikkelingen mogen geen afbreuk doen aan
om moet een initiatief of samenwerking van initiatieven voor zonne-energie minstens 20 MWp groot zijn.
beschermde natuurgebieden of beschermde soorten (wet
• De polderstructuur dient in stand te blijven:
Natuurbescherming);
-
• Er moet voldaan worden aan de eisen met betrekking tot
De verkavelingsstructuur dient in stand te worden gehou-
beschermingszones rondom infrastructuur, zoals wegen,
den. Slootstructuren kunnen daarbij een ruimtevormende
spoor, hoogspanning en dijken (zie ook Bijlage E Landschap
structuur zijn waarlangs groenstructuren of rietstructuren
en ruimtegebruik);
de kavelrichting van de polder benadrukken. -
• Er moet gezorgd worden voor (behoud van) een goede wa-
Bestaande watergangen en groenstructuren moeten
terhuishoudkundige situatie in het gebied (bijvoorbeeld via
behouden blijven en kunnen vorm en richting geven aan
de Watertoets). Hier moet o.a. gelet worden op behoud van
ontwikkeling van zonnevelden. • Zichtlijnen over de polder dienen behouden te blijven;
waterbergend vermogen;
-
• Er moet gekeken worden naar het effect op archeologische