CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Regiovisie en Actieplan HGKM ZHZ.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 6 januari 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Themabijeenkomst Huiselijk Geweld5.389 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REGIOVISIE EN ACTIEPLAN GEWELD HOORT NERGENS THUIS ZUID-HOLLAND ZUID 2019 - 2022

Voor een toekomst zonder geweld

1

Inhoud 1.

Inleiding ....................................................................................................................................... 2

2.

Visie ............................................................................................................................................. 4

3.

Fasering ....................................................................................................................................... 6

4.

Aard en omvang .......................................................................................................................... 7

5.

Naar een effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling ................................. 8 Het wettelijk kader en de daaruit voortvloeiende rol van de gemeenten ................................. 8 Het programma Geweld hoort nergens Thuis met de drie actielijnen ...................................... 8

6.

Waaraan geven we de komende jaren prioriteit? .................................................................... 11 Actielijn 1: Eerder en beter in beeld ......................................................................................... 11 Actielijn 2: Stoppen en duurzaam oplossen ............................................................................. 12 Actielijn 3: Specifieke groepen ................................................................................................. 13

7.

Monitoring van de uitvoering.................................................................................................... 15

8.

Financieel kader ........................................................................................................................ 15

Bijlage 1 Overzicht activiteiten en prioriteiten Bijlage 2 Definities

2

1. Inleiding Geweld hoort nergens thuis, en toch is huiselijk geweld en kindermishandeling het grootste geweldsprobleem in onze samenleving. De kans dat je te maken krijgt met huiselijk geweld of kindermishandeling is in Nederland groter dan de kans op welke andere vorm van geweld dan ook. Het gaat jaarlijks om 119.000 kinderen en 200.000 volwassen slachtoffers van huiselijk geweld. De aanpak van huiselijk geweld is een complexe opgave waarin veel partijen een rol hebben. Een effectieve aanpak kan alleen door een gezamenlijke inspanning van burgers, professionals en gemeenten worden bereikt. Ook de inbreng van ervaringsdeskundigen is hierin waardevol. Een nauwe en effectieve samenwerking is dus essentieel. Gemeenten hebben hierin de regierol voor wat betreft het sociale domein door het vaststellen van een samenhangende visie, het uitzetten en monitoren van de gewenste richting als opdrachtgever, financier of als aanjager van de aanpak huiselijk geweld. Bovendien is de aanpak van huiselijk geweld een belangrijk aandachtspunt in het integrale veiligheidsbeleid van de gemeenten. Terugblik regiovisie In 2014 hebben de gemeenten de eerste gezamenlijke regiovisie op de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld.

Deze regiovisie was voornamelijk gericht op de vorming en inrichting van het Advies en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (vanaf 2015 Veilig Thuis) en de samenwerking tussen veiligheids- en zorgpartners. Daarnaast is aandacht uitgegaan naar het zo snel mogelijk stoppen van geweld. Veilig Thuis voldoet inmiddels aan de eisen van de inspecties in het Toezicht Sociaal Domein. De uitgangspunten van de voorliggende regiovisie 'Geweld hoort nergens Thuis' sluiten naadloos aan op de visie van 2014. Het ging daarbij om het duurzaam borgen van veiligheid van alle betrokkenen, de opzet van een triage instrument (gerealiseerd), systeemgericht werken, gebruik maken van het sociale netwerk, eigen kracht en vooral met elkaar praten (en niet over elkaar). De invoering van de meldcode heeft in een aantal situaties gezorgd voor het beperken van de handelingsverlegenheid. Desalniettemin slagen we er in Nederland onvoldoende in om geweld in huiselijke kring en afhankelijkheidsrelaties te voorkomen en terug te dringen. Uit diverse onderzoeken blijkt dat we te veel signalen van mishandeling missen en veel meer preventief kunnen werken. Bovendien lukt het te vaak niet om de hardnekkige patronen van geweld duurzaam te doorbreken (hermeldingen en recidive) en welzijn van betrokkenen te herstellen.

Ontwikkelingen Bovenstaande en nieuwe ontwikkelingen hebben aanleiding gegeven tot het nationaal programma Geweld hoort nergens thuis. In de voorliggende Regiovisie Zuid-Holland Zuid 2019-2022: “Voor een toekomst zonder geweld” worden de actielijnen uit dit landelijke programma vertaald naar een regionale visie. Nieuwe ontwikkelingen zijn onder andere de aanscherping van de Wet Meldcode, de radarfunctie Veilig Thuis en de ontwikkeling van MDA++. Maar in de eerste plaats is er een wereld te winnen met nog beter samenwerken, preventiever werken en beter signaleren op lokaal niveau. Samenwerken en deskundigheid zijn nadrukkelijke randvoorwaarden in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Gemeenten hebben ook een rol als toezichthouder op de toepassing van de Wet Meldcode in de lokale zorg.

3

2. Visie Huiselijk geweld is in alle vormen een complex en gelaagd probleem. Vaak zijn er meer personen bij betrokken: het slachtoffer (volwassen en/of kinderen), de pleger, maar ook andere directbetrokkenen. In veel gevallen is sprake van directe of indirecte vormen van dwang of (groeps)druk. De situatie is niet van de een op de andere dag ontstaan, maar heeft zich in de loop van de tijd ontwikkeld. Meestal zijn er meer oorzaken. En schaamte en onvermogen leiden ertoe dat pas laat om hulp wordt gevraagd. Soms is de situatie dan al geëscaleerd. De gevolgen voor de hulpvraag kunnen groot zijn. Bijna altijd is de situatie bijzonder ingewikkeld. Bij kindermishandeling en schadelijke traditionele praktijken speelt vaak een grote loyaliteit aan ouders en de familie, ook als er sprake is van mishandeling, onderdrukking of ernstige verwaarlozing. De problematiek is vaak meervoudig en speelt op diverse terreinen tegelijk: denk aan gezondheidsproblematiek, verslaving, schulden, verstandelijke beperking en lage sociale participatie. De cirkel van overdracht tussen generaties is vaak lastig te doorbreken. Uit onderzoek blijkt dat slachtoffers van kindermishandeling op latere leeftijd een verhoogd risico hebben om zelf pleger te worden, of opnieuw slachtoffer.

Visie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Om deze complexe cirkel van geweld duurzaam aan te pakken is stevig beleid en adequate uitvoering nodig, gericht op een vlot functionerende keten. Het gaat hierbij om de hele keten van preventie en signaleren en melden via werken aan directe en stabiele veiligheid tot aan werken aan duurzaam herstel.

Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risico gestuurde zorg1.

Deze visie is landelijk omarmd door de Raad voor de Kinderbescherming, het OM, de politie, drie reclasseringsorganisaties en het landelijk netwerk Veilig Thuis. De visie ligt ook ten grondslag aan het nationaal programma Geweld hoort nergens thuis. Alle gemeenten in Nederland onderschrijven de visie als basis voor de regionale samenwerking met Veilig Thuis. Preventie

Signaleren melden

Interventie gericht op directe veiligheid

Inzetten op stabiele veiligheid en duurzaam herstel

Preventie heeft als doel huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld te voorkomen. We hebben het hier over primaire preventie: gericht op kinderen en volwassenen waar nog geen

1

Vogtländer en Van Arum, Landelijk visiedocument ‘Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg’, 2016

4

huiselijk geweld heeft plaatsgevonden, maar die wel een verhoogd risico hebben om ermee te maken te krijgen. Hiervoor is het nodig om de groepen te bepalen die een verhoogd risico lopen en vervolgens gericht en effectief actie te ondernemen. Preventie is voor een deel onderdeel van het gemeentelijk jeugdbeleid. Waar huiselijk geweld, kindermishandeling of seksueel geweld wel plaatsvindt, is het noodzakelijk dit zo snel mogelijk te signaleren en vervolgens adequaat te handelen. Professionals hebben hierin een cruciale rol en hebben ook een wettelijke verantwoordelijkheid, volgens de Wet meldcode. Het gebruik van een meldcode geeft beroepskrachten houvast bij het signaleren en in gang zetten van interventies. Onderzoek wijst uit dat professionals drie keer vaker ingrijpen als zij de meldcode kennen. Deskundigheid is dan ook cruciaal om te kunnen signaleren. Als gemeente hebben we hierin een stimulerende en toezichthoudende rol. Ook willen we waar nodig professionals hierbij ondersteunen. Na een signaal en/of een melding van acute onveiligheid is een analyse van het hele (gezins)systeem nodig. Die moet gericht zijn op het werken aan directe veiligheid. Bij het werken aan directe veiligheid staat het stoppen van het geweld en het beschermen van het slachtoffer voorop. Daarna is het zaak om te werken aan stabiele veiligheid.

Hiervoor moet een onderzoek plaatsvinden naar de risicofactoren binnen het hele (gezins)systeem, bijvoorbeeld psychische klachten, verslavingsproblematiek of een verstandelijke beperking. Ook worden andere risicofactoren zoals eventuele schulden in kaart gebracht. Aan de hand van de belangrijkste risicofactoren wordt samen met betrokkenen een hulpverleningsplan opgesteld. Het hulpverleningsplan moet systeemgericht zijn: gericht op het behalen van de doelen die het meeste effect hebben op de veiligheid binnen de relaties in het gezin. Samenwerking tussen organisaties, maar ook over de sectoren zorg en veilig heen, en informatie kunnen delen is hierbij essentieel. Is er directe en stabiele veiligheid voor de betrokkenen, dan is duurzaam herstel de volgende stap. Zonder een goed herstel en intensieve nazorg bestaat de kans dat het geweld terugkeert. Pas als er stabiele veiligheid is, kan er ruimte komen voor verwerking en verandering. De samenwerking in de keten richt zich hierbij op de oorzaken van de onveiligheid (risicogestuurde zorg) en op de gevolgen van geweld (herstelgerichte zorg). Cruciaal hierbij is: • gedrag en patronen veranderen; • de gebeurtenissen verwerken; • psychische klachten verminderen; • persoonlijke ontwikkeling bevorderen (Vogtländer en Van Arum).

5

3. Fasering Het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) kent de volgende fasering om invulling te geven aan de stadia van richten, inrichten en verrichten. 2019 2020 2021 Start programma Fase 1: stakeholders Fase 2: Regiovisie/ Actieplan Fase 3: Acties uitvoeren Fase 4: Evaluatie

Fase 1: Stakeholders (december 2018 – juli 2019) In de eerste maanden van het programma in ZHZ is gefocust op gesprekken met stakeholders, inventariseren van de knelpunten en ontwikkelingen en de bouwstenen voor de regiovisie.

Fase 2: Regiovisie/ Actieplan (april 2019 – december 2019) Het opzetten van de nieuwe regiovisie/ actieplan is besproken met gemeenten, Veilig Thuis, Veiligheidshuis, vertegenwoordigers diverse jeugdinstellingen en GGZ. De route voor besluitvorming in de gemeenten loopt via het ambtelijk en bestuurlijk overleg Beschermd Wonen voor de centrumgemeente Dordrecht en via het ambtelijk en bestuurlijk overleg OGGZ+ voor de centrumgemeente Nissewaard. Vervolgens wordt het document aangeboden aan de colleges van de tien gemeenten in Zuid-Holland Zuid ter besluitvorming.

Fase 3: Uitvoering acties (april 2019 – eind programma) Parallel aan het ontwikkelen van de regiovisie wordt aangesloten aan lopende acties en opgenomen in de regiovisie/ actieplan. Aan de hand van de geconstateerde knelpunten en uitgewerkte activiteiten die opgenomen zijn in de actielijnen van het programma 'Geweld hoort nergens thuis' worden diverse projecten nader uitgewerkt voor de duur van het programma.

Fase 4: Evaluatie (juli 2021 – eind programma) In deze fase wordt erop toegezien dat de bereikte resultaten duurzaam worden geborgd.

6

4. Aard en omvang In Nederland heeft 5,5% van de 18+ bevolking de afgelopen vijf jaar te maken gehad met ten minste één voorval van fysiek of seksueel geweld dat werd gepleegd door iemand uit de huiselijke kring. Daarnaast wordt naar schatting zeker 3% van de kinderen mishandeld (119.000 kinderen per jaar). Veel daarvan betreft ernstige verwaarlozing. Naar schatting wordt 5% van de thuiswonende ouderen boven de 65 jaar slachtoffer van mishandeling door partners, familie, huisvrienden of zorgverleners. Van de vrouwen in Nederlands is 1 op de 5 ooit fysiek mishandeld door haar (ex)partner en jaarlijks kloppen zo’n 10.000 vrouwen met hun kinderen aan bij de vrouwenopvang voor hun veiligheid. De meest recente gegevens van 2018 geven het volgende beeld in Zuid-Holland Zuid. Kindermishandeling: 2264 adviesvragen – 2780 meldingen Huiselijk geweld: 333 adviesvragen – 483 meldingen Ouderenmishandeling: 66 adviesvragen – 54 meldingen Wet tijdelijk huisverbod: 45 risicotaxaties huisverbod NB: Er zit overlap tussen deze cijfers. Een melding of adviesvraag bij Veilig Thuis kan zowel over kindermishandeling als huiselijk geweld gaan. In totaal zijn er door Veilig Thuis in 2018 3317 meldingen en 2663 adviesvragen geregistreerd. De meldingen en adviesvragen die over andere problematiek gingen zijn in bovenstaande cijfers niet meegeteld.

Ten aanzien van de betrokkenen bij tijdelijk huisverboden kan ook een melding of adviesvraag zijn gedaan bij Veilig Thuis. Uit de laatste cijfers van de gezondheidsmonitor (2016) blijkt bovendien: Rond de 25% van de volwassenen is fysiek, sociaal of psychisch kwetsbaar. Circa 4% van de ouderen (65 jaar en ouder) heeft te maken gehad met een vorm van ouderenmishandeling. Meer dan 10% van de inwoners van Zuid-Holland Zuid in de leeftijd 19 t/m 64 jaar geeft aan ooit slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld.

7

5. Naar een effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling Het wettelijk kader en de daaruit voortvloeiende rol van de gemeenten Kenmerken regio Zuid-Holland Zuid De regio Zuid-Holland Zuid (ZHZ) wordt gevormd door de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik Ido Ambacht, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht. Op 1 januari 2019 woonden in de regio ca. 456 duizend mensen. De Hoeksche Waard is voor de vrouwenopvang en aanpak huiselijk geweld 18+ (via subsidie Veilig Thuis ZHZ) ondergebracht bij de centrumgemeente Nissewaard, de overige gemeenten zijn voor deze Wmo domeinen ondergebracht bij de centrumgemeente Dordrecht. De grenzen voor de jeugdregio komen overeen met de grenzen van ZHZ. De regio ZHZ behoort tot de politieregio Rotterdam Rijnmond en voor de justitiële kant van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling valt de regio onder het arrondissementsparket Rotterdam. Het kader van de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling is vastgelegd in de Wmo 2015, de Jeugdwet, de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de Wet tijdelijk huisverbod. Dit houdt in dat gemeenten regie voeren, stimuleringsbeleid uitvoeren en toezicht houden op maatschappelijke organisaties en kinderopvang.

Rol Centrumgemeente en regiogemeenten De regiogemeenten zien preventie, signalering en lichtere hulp en nazorg als taken waarvoor zij zelf verantwoordelijkheid dragen. De centrumgemeente (Dordrecht en Nissewaard) is verantwoordelijk voor het organiseren van de aanpak van complexe casuïstiek en processen en is aanspreekpunt voor regionaal werkende organisaties. De centrumgemeente heeft de beleidsregie voor de regio2. Dit betekent dat de centrumgemeente beleid maakt en ervoor zorgt dat er (in samenspraak met regiogemeenten) een regionale aanpak voor geweld in huiselijke kring wordt ontwikkeld. De centrumgemeente brengt partijen bijeen om afspraken te maken over de aanpak huiselijk. De centrumgemeente zorgt er voor dat periodiek de samenwerkingsafspraken op strategisch niveau tegen het licht gehouden worden. Ook houdt de centrumgemeente contact met bovengemeentelijke instellingen en zorgt zij voor afstemming met andere bestuurslagen. De regiogemeenten hebben een belangrijke verantwoordelijkheid in het organiseren van een lokale aanpak voor geweld in huiselijke kring en kindermishandeling. Uitgangspunt is dat we zoveel mogelijk proberen het lokaal op te lossen. Als het nodig is, kan lokaal extra expertise ingevlogen worden.

Veilig Thuis Zuid-Holland Zuid Nadat de gemeenten verantwoordelijk zijn gemaakt voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is op 1 januari 2015 Veilig Thuis Zuid-Holland Zuid gestart. Veilig Thuis is het advies- en meldpunt en biedt ondersteuning en advies aan iedereen die te maken heeft met alle vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarnaast houdt Veilig Thuis overzicht en zorgt voor goede afstemming tussen professionals. Veilig Thuis (inclusief de crisisdienst) is bestuurlijk en organisatorisch ondergebracht bij de Dienst Gezondheid & Jeugd. Voor de uitvoering van de regiovisie is de inbreng van en samenwerking met Veilig Thuis ZHZ een vereiste.

2

De centrumgemeenten Dordrecht en Nissewaard werken met een eigen regiovisie. Beide regiovisies zijn zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. De gemeente Hoeksche Waard valt onder de regiovisie Nissewaard. Hoeksche Waard sluit door de regio-indeling van Veilig Thuis aan bij het activiteiten- en uitvoeringsplan van de centrumgemeente Dordrecht. 8

In het meerjarenbeleidsplan van Veilig Thuis (2020 – 2023) worden de prioriteiten aangegeven die nauw aansluiten bij de uitvoering van het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’. Serviceorganisatie Jeugd Gemeenten zijn, vanwege de Jeugdwet, verantwoordelijk voor het organiseren en bekostigen van de jeugdhulp. De tien gemeenten in Zuid-Holland Zuid werken samen op het gebied van de jeugdhulp. Hiervoor is de Serviceorganisatie opgericht. De Serviceorganisatie is een kleine regieorganisatie en draagt namens deze gemeenten zorg voor het inkopen en contracteren van de regionale zorgmarkt, budgetbeheersing, informatievoorziening en accountmanagement. De Serviceorganisatie is daarmee de spin in het web in een complexe omgeving met gemeenten, Stichting Jeugdteams en sociale wijkteams en ca. 135 jeugdhulpaanbieders. De SOJ is bestuurlijk en organisatorisch ondergebracht bij de Dienst Gezondheid & Jeugd. Voor de uitvoering van de regiovisie is de inbreng van en samenwerking met de serviceorganisatie een vereiste.

Het programma Geweld hoort nergens Thuis met de drie actielijnen In deze regiovisie volgen we de actielijnen die geformuleerd zijn in het landelijk programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ dat in april 2018 is gepresenteerd:

Uitgangspunten voor een effectieve aanpak De gemeenten zetten zich in voor een toekomst zonder geweld. Dat doen de gemeenten niet alleen. Het voorkomen en aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling is een verantwoordelijkheid van iedereen. Er is een gezamenlijke visie nodig om effectief te kunnen sturen op veiligheid en duurzaam herstel. 9

Effectieve preventie en aanpak kan daarom alleen door een gezamenlijke inspanning van burgers, professionals en gemeenten worden bereikt. De persoon staat centraal in het handelen en dus werkt de professional over grenzen van domeinen samen. We moeten met elkaar een veilig netwerk vormen rondom de slachtoffers, (potentiële) daders en hun sociale omgeving. Daarvoor is goede samenwerking nodig en een gezamenlijke verantwoordelijkheid rondom het gezin. De veiligheid van slachtoffers staat bij de aanpak voorop en er is daarnaast aandacht voor (potentiële) plegers en hun sociale omgeving. Voorkomen en stoppen van geweld doen we met de betrokkenen en met aandacht voor alle leefgebieden. Samenbrengen van informatie van verschillende partijen en de betrokkenen geeft een integraal beeld van de risicofactoren binnen een gezin en wat er nodig is om geweld te stoppen en duurzaam op te lossen. Professionals werken eerst samen aan directe veiligheid. Die veiligheid is een basisvoorwaarde om te kunnen werken aan stabiele veiligheid en herstel met als doel de cyclus van geweld duurzaam te doorbreken. De basis is lokaal en de regionale inzet sluit daarop aan.

10

6. Waaraan geven we de komende jaren prioriteit? Actielijn 1: Eerder en beter in beeld Een effectieve aanpak vraagt onder andere om een krachtige lokale infrastructuur via wijkteams en jeugdteams. Deze teams hebben een belangrijke rol in het signaleren en bespreekbaar maken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Samenwerken voor veiligheid begint bij het tijdig signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiervoor is bewustwording nodig, vaardigheden om het geweld bespreekbaar te maken en deskundigheid over hoe te handelen. Het kwaliteitskader lokale infrastructuur kan hierin een belangrijke ondersteuning zijn. Daarnaast zullen de uitkomsten van de pilot Sliedrecht worden meegenomen in de aanpak. Door het geweld dat al plaatsvindt eerder in beeld te hebben, kan de duur van het geweld worden verkort en kan erger worden voorkomen. Door het geweld beter in beeld te hebben, weten we hoe het slachtoffer en diens omgeving het beste kan worden geholpen. DOELSTELLINGEN  Professionals herkennen signalen en handelen op deze signalen conform de Wet meldcode.  Omstanders herkennen signalen en durven deze bespreekbaar te maken.  Signalen uit verschillende hoeken over dezelfde gezinnen komen bij elkaar bij Veilig Thuis.  Door middel van onderzoek wordt vastgesteld of daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling.

 Positie en werkwijze Veilig Thuis zijn duidelijk voor alle partners. Veilig Thuis geeft hier invulling aan met het opstellen van samenwerkingsafspraken.  Het proces van signaal, via melding, naar analyse, beoordeling en opvolging verloopt snel. SIGNALEREN

MELDEN

ANALYSEREN, BEOORDELEN, OPVOLGEN

Acties:

Acties:

Acties:

   

Deskundigheidsbevordering professionals Voorlichting omstanders (duidelijk maken proces) Werkgevers ondersteunen Protocol en rol vrijwilliger/ aandachtsfunctionaris Vermelden meldcode bij subsidies

  

Gebruik meldcode bevorderen (verbetering gebruik) Verbreding gebruik verwijsindex Terugkoppeling melder Onderwijs en kinderopvang nadrukkelijk betrekken

   

Verbeteren informatiedeling Expertise VT versterken Kwaliteitskader lokale teams toepassen Beschikbaarheid en inzet forensische expertise Samenwerkingsafspraken lokale teams en VT

Acties gericht op alle drie de stappen in deze actielijn: • Versnellen proces van signaal via melding, analyse en beoordeling VT naar opvolging • Beter samenwerken in proces van signaal via melding, analyse en beoordeling VT naar opvolging  Methodiek ‘Handle with care’ invoeren  Intervisiegroepen faciliteren voor aandachtsfunctionarissen

11

Voortbouwen op successen:  Bestaande, goed lopende samenwerkingsvormen waarin optimaal gebruik wordt gemaakt van elkaars expertise en bevoegdheden  Acties gericht op ondersteuning implementatie Wet meldcode  Regiocampagne vanuit VT op thema’s HG – KM – OM

Actielijn 2: Stoppen en duurzaam oplossen De gemeenten zetten zich in om geweld zo snel mogelijk te stoppen, stabiele veiligheid en herstel van door de betrokkenen opgelopen schade te realiseren. Om de cirkel van geweld duurzaam te doorbreken is er een situatie van structurele veiligheid nodig. Daarna is er ruimte om de oorzaken aan te pakken en kan er gewerkt worden aan herstel van (ontwikkelings-) schade. De gemeenten omarmen daarom de visie ‘Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risico gestuurde zorg'. Voor het hele gezinssysteem wordt samenhangende steun of hulp georganiseerd die bijdraagt aan herstel en veerkracht. Er wordt gewerkt volgens het principe ‘één gezin, één plan, één regisseur’ en er wordt de tijd genomen die nodig is om duurzame veiligheid en herstel te realiseren. Professionals werken hiervoor samen op basis van wat het gezin nodig heeft. Alle gezinsleden en hun sociale netwerk zijn betrokken. Dat geldt ook voor de plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hulpverlening, justitiepartners en gemeenten hebben een gezamenlijke taak bij de inzet van interventies die de pleger hulp bieden en aanpakken. Een voorbeeld hiervan is dat aan een pleger van huiselijk geweld een tijdelijk huisverbod kan worden opgelegd, zodat de periode wordt benut om andere maatregelen te nemen die (de dreiging van) huiselijk geweld kunnen wegnemen.

Om recidive te voorkomen, zetten we in op een plegeraanpak met een naadloze samenhang tussen zorg en straf. DOELSTELLINGEN  Interventie en hulpverlening leiden ertoe dat de cirkel van geweld duurzaam wordt doorbroken.  Multidisciplinair en systeemgericht werken volgens visie ‘samenwerken voor veiligheid, daarna samenwerken voor risicogestuurde zorg'  Effectieve hulp beschikbaar, gericht op duurzaam, medisch en psychologisch herstel; effectieve aanpak van plegers  Een goede samenwerking tussen zorg/straf, ook met welzijn en jeugd/onderwijs;  Het lokaal veld vormt de basis voor hulp en begeleiding. INTERVENIEREN

HULPVERLENEN

NAZORG

Acties:

Acties:

Acties:

 

Traumascreening structureel toepassen

Aanpak MDA++3 Overal systeemgericht en

Passende ondersteuning na uitstroom uit vrouwenopvang

3

Wanneer de reguliere inzet van hulp en andere interventies maximaal is beproefd en niet heeft geleid tot het creëren van duurzame veiligheid, is langdurige inzet nodig van psychosociale, medische, forensische en justitiële specialisten, in samenwerking met het gezin zelf en anderen (school, familie, lokaal veld, etc.). 12

   

Inzet huisverbod ( zo nodig preventief) Inzet van Handle With Care Aware zo nodig toepassen Enkelband voor daders (bij stalking)

  

multidisciplinair werken Traumabehandelaanbod Plegeraanbod gericht op gedragsverandering Doorbreken intergenerationele overdracht Aandacht voor kinderen in de vrouwenopvang

 

 

Nazorg en re-integratie plegers Inzet en aandacht voor rolmodellen, ervaringsdeskundigen, buddy’s en buurtgezinnen Terugkoppeling onderwijs en kinderopvang Vinger aan de pols/ waakvlamfunctie

Acties gericht op alle drie de stappen in deze actielijn:  Implementatie van de visie 'eerst werken aan veiligheid, dan aan risicofactoren, dan aan herstel'.  Inzet via Zorg-Veiligheidshuis  Stevige casus- en procesregie gedurende het hele traject  Beschikbaarheid en kwaliteit vrouwenopvang (Dordrecht en Nissewaard)  Expertise lokaal veld verbeteren (kwaliteitskader veiligheid lokale infrastructuur)  Benoemen en registreren risicofactoren ten behoeve van preventie  Aandacht voor op- en afschalen (lokaal en regionaal) Voortbouwen op successen:  Bestaande samenwerkingsinitiatieven tussen diverse netwerken  Tafels Zorg en Veiligheidshuis  Proactieve inzet huisverbod  Beschermingstafel Aandacht voor:  Hoe om te gaan met de AVG, inzetten van regionale sessies professionals  Rol Meldpunt Zorg en Overlast in het kader van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg  Hoge werkdruk lokale teams is een knelpunt  Hoe om te gaan met administratie en regelgeving  Ophalen van input bij professionals uit de lokale teams

Actielijn 3: Specifieke groepen Voor een aantal doelgroepen met specifieke problemen is specialistische expertise nodig en/of een bijzondere en gerichte aanpak. Het gaat om groepen die extra kwetsbaar zijn en niet altijd direct te herkennen zijn. De gemeenten vinden het belangrijk dat er in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling aandacht is voor en kennis is van deze kleinere en grotere doelgroepen.      

Seksueel geweld Seksuele uitbuiting door 'loverboys' Schadelijke traditionele praktijken Kinderen in kwetsbare opvoedsituaties Complexe scheidingen Ouderenmishandeling 13

Acties gericht op seksueel geweld:  Verbeteren signalering bij Veilig Thuis en zorgpartijen, onderwijs, kinderopvang en sportverenigingen  Integrale, multidisciplinaire en sector overstijgende aanpak  In de week van 18 november 2019 is er een regionale startbijeenkomst en daarna wordt via een netwerk een aanpak in ZHZ ontwikkeld Acties gericht op seksuele uitbuiting door 'loverboys':  Betere signalering  Voorlichting op scholen, sportverenigingen en publiek over ‘loverboys’ perspectief pleger en slachtoffer mogelijk met ervaringsdeskundige  Verbinding met aanpak mensenhandel  Aandacht voor meest kwetsbare groepen (LVB, psychische problematiek, jongensslachtoffers) Acties gericht op slachtoffers van schadelijke traditionele praktijken:  Lokaal meewerken aan landelijke acties op gebied van voorlichting, bespreekbaar maken, werken met zelforganisaties, sleutelpersonen etc.

 Inzet van professionals met dezelfde culturele achtergronden in lokaal team Acties gericht op kinderen in kwetsbare opvoedsituaties (ouders met LVB, psychische of verslavingsproblemen):  Verbeteren samenhang tussen aanpak LVB, psychische en verslavingsproblematiek en aanpak huiselijk geweld  Aandacht voor armoede en kinderen met ouder in detentie  Verbeteren signalering van LVB door partners in de keten huiselijk geweld Acties gericht op complexe scheidingen:  Betere signalering van echtscheidingsproblematiek bij (vermoedens van) kindermishandeling en huiselijk geweld  Inzet van effectieve interventies  Preventie door relatietherapie in groepsverband  Adviespunt scheidingen Acties gericht op ouderenmishandeling:  Borging van de aanpak op lokaal niveau  Blijven investeren in deskundigheidsbevordering en wegnemen handelingsverlegenheid  Tegengaan financiële uitbuiting via lokale allianties  Landelijke verwijsindex in relatie met Radarfunctie VT

Aandacht voor:  Rekening houden met cultuurverschillen, aanpakken van  Handelingsverlegenheid (het durven voeren van het gesprek)

14

7. Monitoring van de uitvoering Monitoring van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is een belangrijk onderdeel van een systematische aanpak van geweld. Er wordt daarom een monitoringsysteem opgezet vanuit het landelijk programma Geweld hoort nergens thuis. Er wordt een set van indicatoren opgesteld waarmee de impact van de inzet van organisaties, professionals en overheden wordt gemonitord en onderzocht. Hierin wordt ook de ervaring van betrokken kinderen en volwassenen meegenomen. Deze monitor wordt in 2019 landelijk ontwikkeld. De cijfers die we nu bijhouden geven wel een beeld van hoe we ervoor staan, maar zijn ook lastig te duiden. Bijvoorbeeld: als er meer meldingen komen kan dit betekenen dat het geweld toeneemt, maar het zou ook een gevolg kunnen zijn van een betere aanpak, waarin meer mensen en professionals bewust zijn van de signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling en de weg naar Veilig Thuis weten te vinden. We kunnen wel op basis van diverse instrumenten, onderzoeken en gegevens een beeld krijgen hoe de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling werkt, zoals        

De gegevens van Veilig Thuis (vanaf 2019 worden deze landelijk vergelijkbaar); De evaluaties van de samenwerking van Veilig Thuis, lokale teams, MDA++, CSG, Tijdelijk huisverbod, Raad voor de Kinderbescherming, Veiligheidshuis, Reclassering, enz.; Evaluaties van de uitvoering tijdelijk huisverbod en intensief casemanagement; De gezondheidsmonitor; De bevindingen uit Inspectieonderzoeken bij Veilig Thuis; Jaarverslagen in het kader van subsidieverantwoordingen; Onderzoek bij ervaringsdeskundigen; Toezicht op gebruik meldcode.

8. Financieel kader In de regiovisie wordt het beleid op regionaal niveau vastgelegd. Gemeenten financieren de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling met name vanuit de budgetten Wmo, Jeugdwet en de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (DU-VO) van de centrumgemeenten. Financiering van de lokale zorg is een autonome verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten. In Zuid-Holland Zuid zijn Nissewaard en Dordrecht de centrumgemeenten voor de decentralisatieuitkering VO (inclusief volwassendeel Veilig Thuis), Maatschappelijke Opvang (MO) en Beschermd Wonen (BW). De financiële middelen worden ingezet voor centrale voorzieningen die voornamelijk of uitsluitend op regionaal niveau zijn te organiseren vanwege de benodigde specialistische expertise of kosteneffectiviteit vanwege de schaalgrootte. De inzet voor projecten wordt bekostigd uit de projectgelden 'van Denken naar Doen' en de DU-VO.

15

Bijlage 1: eerste overzicht activiteiten en prioriteiten

Actielijn 1: eerder en beter in beeld

Actielijn 2: stoppen en duurzaam oplossen

Actielijn 3: specifieke doelgroepen

Wettelijke taken Zorgdragen voor een goed functionerend Veilig Thuis

Bestrijden van huiselijk geweld (Wmo) en kindermishandeling (Jeugdwet)

Uitvoeren van, aanjagen van en toezichthouden op gebruik meldcode (Wet Meldcode)

Opvang van slachtoffers huiselijk geweld (Wmo) en kindermishandeling (Jeugdwet) Huisverbod

Punten uit landelijk actieprogramma Veilig Thuis versterken Samenwerking VT/jeugdbescherming

Expertise lokale teams

Aanpak MDA++ Overal systeemgericht en multidisciplinair werken Multidisciplinair centrum Huiselijk geweld en kindermishandeling

Complexe scheidingen: passende hulp inzetten

Traumascreening structureel toepassen Traumabehandelaanbod beschikbaar

Ouderenmishandeling: borging van de aanpak op lokaal niveau; taboe doorbreken; lokale allianties sluiten tegen financieel misbruik

Kinderen in kwetsbare opvoedsituaties (met ouders met psychische problemen, verslavingsproblemen, LVB): gratis opvang, systeemgerichte hulp, herkenning problematiek

Terugkoppeling onderwijs en kinderopvang Zorgen dat professionals werken met de meldcode

Opvang: Kwaliteit vrouwenopvang Aandacht voor kinderen

Eergerelateerd geweld/schadelijke traditionele praktijken: verbeteren signalering en handelingsvaardigheid

Passende ondersteuning na uitstroom uit vrouwenopvang Training professionals in signaleren en bespreekbaar maken

Plegeraanbod: gedrags- of zorginterventie

Slachtoffers loverboys: betere herkenning door VT en artsen; goede hulp en opvang.

Werkgevers ondersteunen in vroegtijdig signaleren en bespreekbaar maken

Nazorg en re-integratie plegers

Slachtoffers van seksueel geweld: betere herkenning door VT en zorgprofessionals; bij acuut: handelen via CSG

Beschikbaarheid en inzet van forensische expertise

Huisverbod: inzet als optimum remedium, naast en/of in combinatie met hulp en strafrecht

16

Actielijn 1: eerder en beter in beeld Regionale inzet     

   

    

Signaleren Deskundigheidsbevordering professionals Voorlichting omstanders (duidelijk maken proces) Werkgevers ondersteunen Protocol en rol vrijwilliger/ aandachtsfunctionaris Vermelden meldcode bij subsidies

Melden Gebruik meldcode bevorderen (verbetering gebruik) Verbreding gebruik verwijsindex Terugkoppeling melder Onderwijs en kinderopvang nadrukkelijk betrekken

Analyseren, Beoordelen en Opvolgen Verbeteren informatiedeling Expertise VT versterken Kwaliteitskader lokale teams toepassen Beschikbaarheid en inzet forensische expertise Samenwerkingsafspraken lokale teams en VT

Actielijn 2: stoppen en duurzaam oplossen

    

     

    

Interveniëren Traumascreening structureel toepassen Inzet huisverbod ( zo nodig preventief) Inzet van Handle With Care Aware zo nodig toepassen Enkelband voor daders (bij stalking) Hulpverlenen Aanpak MDA++ Overal systeemgericht en multidisciplinair werken Traumabehandelaanbod Plegeraanbod gericht op gedragsverandering Doorbreken intergenerationele overdracht Aandacht voor kinderen in de vrouwenopvang Nazorg Passende ondersteuning na uitstroom uit vrouwenopvang Nazorg en re-integratie plegers Inzet en aandacht rolmodellen, ervaringsdeskundigen, buddy’s, buurtgezinnen Terugkoppeling onderwijs Vinger aan de pols/ waakvlamfunctie

Actielijn 3: specifieke doelgroepen

Acties gericht op seksueel geweld  Verbeteren signalering bij Veilig Thuis en zorgpartijen, onderwijs, kinderopvang en sportverenigingen  Integrale, multidisciplinaire en sector overstijgende aanpak  Regionale startbijeenkomst in de week van 18 november 2019 Acties gericht op seksuele uitbuiting door 'loverboys'  Betere signalering  Voorlichting op scholen, sportverenigingen en publiek over ‘loverboys’ perspectief pleger en slachtoffer mogelijk met ervaringsdeskundige  Verbinding met aanpak mensenhandel  Aandacht voor meest kwetsbare groepen (LVB, psychische problematiek, jongensslachtoffers) Acties gericht op schadelijke traditionele praktijken  Lokaal meewerken aan landelijke acties op gebied van voorlichting, bespreekbaar maken, werken met zelforganisaties, sleutelpersonen  Inzet van professionals met dezelfde culturele achtergronden in lokaal team Acties gericht op kinderen in kwetsbare opvoedsituaties (ouders met LVB, psychische of verslavingsproblemen):  Verbeteren samenhang tussen aanpak LVB, psychische en verslavingsproblematiek en aanpak huiselijk geweld  Aandacht voor armoede en kinderen met ouder in detentie  Verbeteren signalering van LVB door partners in de keten huiselijk geweld Acties gericht op complexe scheidingen:  Betere signalering van echtscheidingsproblematiek bij (vermoedens van) kindermishandeling en huiselijk geweld  Inzet van effectieve

interventies  Preventie door relatietherapie in groepsverband Acties gericht op ouderenmishandeling  Borging van de aanpak op lokaal niveau  Blijven investeren in deskundigheidsbevordering en wegnemen handelingsverlegenheid  Tegengaan financieel misbruik via lokale allianties 17

Bijlage 2: Definities Er bestaan verschillende omschrijvingen van de term huiselijk geweld. Nationaal en internationaal wordt ook vaak gesproken over geweld in afhankelijkheidsrelaties. In dit beleidskader hanteren wij als definitie: Geweld dat door iemand uit de privékring van het slachtoffer wordt gepleegd. Dit kunnen zijn: partners of expartners, ouders of verzorgers, vriend(in), gezins- en familieleden en (huis)vrienden. Het woord ‘huiselijk’ verwijst dus niet naar de plaats van het geweld – het kan zowel binnenshuis als buitenshuis plaatsvinden – maar naar de relatie tussen pleger en slachtoffer. Geweld in huiselijke kring bestaat uit lichamelijk geweld, psychisch of seksueel geweld en verwaarlozing. We richten ons behalve op de brede problematiek van huiselijk geweld ook op een aantal specifieke vormen: Kindermishandeling: elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard die actief of passief wordt opgedrongen door ouders of door andere personen met wie de minderjarige een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid heeft. Bij kindermishandeling berokkenen de ouders of andere volwassenen de minderjarige ernstige schade in de vorm van fysiek of psychisch letsel, ofwel door dreiging met het toebrengen van dergelijk letsel.

Ouderenmishandeling: al het handelen en het nalaten van handelen waardoor iemand van 65 jaar of ouder lichamelijke of psychische of materiële schade lijdt. De oudere heeft hierbij een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankelijkheid van de daders. Daders zijn degenen die een terugkerende persoonlijke of professionele relatie hebben met de oudere. Schadelijke traditionele praktijken: huiselijk geweldsvormen als geweld, verminking of onderdrukking, die voortkomen uit orthodoxe of conservatieve tradities en opvattingen over seksualiteit en man-vrouwrollen. Onder schadelijke traditionele praktijken vallen eergerelateerd geweld, verstoting, huwelijksdwang en achterlating, huwelijkse gevangenschap, vrouwelijke genitale verminking en gedwongen isolement (verborgen vrouwen). Schadelijke traditionele praktijken kunnen voorkomen onder alle lagen van de bevolking en onder verschillende etniciteiten, geloofsovertuigingen of klassen. Dergelijke praktijken vinden plaats in samenhang met een bepaald collectiefgedachtegoed binnen gemeenschappen. Seksueel geweld: alle seksuele handelingen die iemand gedwongen wordt uit te voeren, te ondergaan of te zien. Voorbeelden hiervan zijn aanranding, verkrachting, korter of langer durend seksueel misbruik en het gedwongen kijken naar porno.

Seksueel misbruik is elke vorm van seksuele grensoverschrijding waarbij sprake is van seks tussen een volwassene of bijna-volwassene met een kind, omdat hier per definitie sprake is van ongelijkwaardigheid, of waarbij sprake is van andere situaties waarin iemand misbruik maakt van een leeftijds- of machtsverschil. Dit kan bijvoorbeeld een leerkracht zijn die seks heeft met een leerling, of een hulpverlener die seks heeft met een cliënt.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/223/documents/6372