Regels.Pdf.pdf
Tekst van het document
Regels uitwerkingsplan 'Rogamlocatie2'
HOOFDSTUK 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 het plan Het uitwerkingsplan 'Rogamlocatie' met identificatienummer NL.IMRO.0505.UP177Rogamlocatie2-3001 van de gemeente Dordrecht.
1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3 moederplan Het bestemmingsplan Zeehavens, bestaande uit geometrisch bepaalde planobjectenals vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0505.BP177Zeehavens-3002, met de bijbehorende regels, verbeelding en bijlagen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Dordrecht op 25 juni 2013.
HOOFDSTUK 2 Bestemmingsregels Artikel 2 Werking De regels van Hoofdstuk 1 en Hoofdstuk 3 van het moederplan zijn op dit plan van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in de volgende artikelen.
Artikel 3 Detailhandel-2 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Detailhandel-2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel in auto's, motoren, boten, caravans en landbouwwerktuigen; b. bedrijven; c. kantoren; d. bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals verhardingen, groen, water, parkeervoorzieningen en nutsvoorzieningen, een en ander met inachtneming van het bepaalde in lid 3.3.
3.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels:
3.2.1 Bouwen algemeen Toegestaan zijn gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde.
3.2.2 Gebouwen a. gebouwen mogen uitsluitend binnen de aanduiding ‘bouwvlak’ worden gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de aangegeven hoogtemaat. c. de oppervlakte bedraagt ten hoogste het aangegeven bebouwingspercentage van het aanduidingsvlak dat tot één instelling of bedrijf behoort;
3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: <0000> de bouwhoogte bedraagt ten hoogste: <0000> erfafscheidingen 2m <0000> lichtmasten 9m <0000> vlaggenmasten 9m <0000> overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 6m
3.3 Specifieke gebruiksregels Voor het gebruik gelden de volgende regels:
3.3.1 Volumineuze detailhandel De verkoop van nevenassortiment is toegestaan, mits: a. het nevenassortiment past bij het in lid 3.1 onder a. bedoelde hoofdassortiment b. de oppervlakte ten hoogste 20% van het totale netto verkoopvloeroppervlak beslaat.
3.3.2 Milieuzonering Bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan met inachneming van het bepaalde in artikel 5.1.
3.3.3 Risicovolle inrichtingen Risicovolle inrichtingen zijn niet toegestaan.
3.3.4 Geluidverdeling Ter plaatse van de aanduiding “zone geluidverkaveling” mogen gronden uitsluitend worden gebruikt met inachtneming van het bepaalde in artikel 5.2.
3.3.5 Bedrijfswoningen Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan.
3.3.6 Bedrijfsgebonden kantoren Bedrijfsgebonden kantoren mogen per bedrijf ten hoogste 50% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte beslaan, met een maximum van 3.000 m2, mits het bepaalde in artikel 20.3 van het bestemmingsplan Zeehavens in acht wordt genomen.
3.3.7 Zelfstandige kantoren Zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan.
3.3.8 Ondergeschikte detailhandel In het kader van de uitoefening van een bedrijf is ondergeschikte detailhandel toegestaan, mits: a. het goederen betreft, die ter plaatse zijn vervaardigd of geproduceerd of die in het kader van de bedrijfsuitoefening worden verkocht of geleverd en een wezenlijk onderdeel uitmaken van de totale bedrijfsuitoefening; b. de detailhandel zich beperkt tot een niet-zelfstandig onderdeel van het bedrijf; c. het aandeel detailhandel niet meer bedraagt dan 5 % van de bedrijfsomzet; d. geen specifieke inrichting gericht op detailhandel mag worden aangebracht; e. geen speciale aandacht voor detailhandel mag worden gevraagd.
3.4 Afwijken van de gebruiksregels 3.4.1 Omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor de verkoop van consumentenvuurwerk mits het functioneren van het bedrijventerrein niet ontoelaatbaar negatief wordt beïnvloed.
HOOFDSTUK 3 Algemene regels Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan, waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 5 Algemene aanduidingsregels 5.1 Milieuzonering Op de met 'milieuzonering' aangeduide gronden zijn de regels zoals vermeld in artikel 20.1 en de in samenhang daarmee van toepassing zijnde overige regels van het bestemmingsplan 'Zeehavens' (GML-bestand NL.IMRO.0505.BP177Zeehavens-3002) van overeenkomstige toepassing, een en ander met uitzondering van de regels waarin dit plan zelf voorziet.
5.2 Milieuzone - gezoneerd industrieterrein Op de met 'Milieuzone - gezoneerd industrieterrein' aangeduide gronden zijn de regels zoals vermeld in artikel 20.2 en de in samenhang daarmee van toepassing zijnde overige regels van het bestemmingsplan 'Zeehavens' (GML-bestand NL.IMRO.0505.BP177Zeehavens-3002) van overeenkomstige toepassing, een en ander met uitzondering van de regels waarin dit plan zelf voorziet.
5.3 Milieuzone - zone geluidverkaveling Op de met 'Milieuzone - zone geluidverkaveling' aangeduide gronden zijn de regels zoals vermeld in artikel 20.2 en de in samenhang daarmee van toepassing zijnde overige regels van het bestemmingsplan 'Zeehavens' (GML-bestand NL.IMRO.0505.BP177Zeehavens-3002) van overeenkomstige toepassing, een en ander met uitzondering van de regels waarin dit plan zelf voorziet.
HOOFDSTUK 4 Overgangs- en slotregels Artikel 6 Overgangsrecht bouwen en gebruik 6.1 Overgangsrecht bouwen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
6.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
6.3 Illegale bebouwing Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
6.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
6.5 Veranderen gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
6.6 Onderbreking gebruik Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
6.7 Reikwijdte Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 7 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het uitwerkingsplan 'Rogamlocatie 2'.