Reactie op stellingen Wmo en Ouder Platform Zuid-Holland Zuid - leerlingen en jeugdhulpvervoer.pdf
Tekst van het document
info@adviesraadwmojeugddordrecht.nl
ouderszhz@gmail.com
Aan het college van B&W Tav mevrouw C.C. van Benschop en de heren P.J. Heijkoop en H. van der Linden Postbus 8 3300 AA DORDRECHT
Dordrecht, 7 februari 2023 Betreft: reactie stellingen Wmo- leerlingen- en jeugdhulpvervoer
Geachte wethouders Van Benschop, Heijkoop en Van der Linden, Op 14 februari gaan de raads- en commissieleden aan de hand van stellingen met elkaar in gesprek over het Wmo- en leerlingen- en jeugdhulpvervoer. Wij maken graag gebruik van de gelegenheid om vooraf schriftelijk op de stellingen te reageren. Voor het gesprek vinden we het van belang dat de oplossingen die worden bedacht recht doen aan alle gebruikers van het Wmo, leerlingen- en jeugdhulpvervoer. Stellingen Wmo-vervoer 1. Is een rit mogelijk met de wijkhopper dan kunt u geen gebruik maken van de Drechthopper. Reactie: De wijkhopper kan een oplossing bieden voor korte ritten tussen bijvoorbeeld aanpalende wijken, mits de te vervoeren inwoner geen beperking of klacht heeft die vervoer door de wijkhopper in de weg staat. Dit geldt bijvoorbeeld voor inwoners met rugklachten of inwoners die de lage instap niet makkelijk kunnen maken en/of vanwege hun beperkingen de benen moeten kunnen strekken. Daarnaast moeten er voldoende wijkhoppers en vrijwilligers beschikbaar zijn om aan de vraag te voldoen. 2. Het dagbestedingsvervoer gaat naar de dichtstbijzijnde locatie. Reactie: Wij zijn het hiermee eens met mits de locatie geschikt is voor de inwoner, past bij diens identiteit en er voldoende rekening gehouden kan worden met de samenstelling van de groep en de mogelijkheden van de betreffende inwoner.
De geschiktheid van de locatie moet worden beoordeeld door de consulent Wmo in samenspraak met de client of diens vertegenwoordiger.
1
3. Medische ritten worden niet meer gedoogd. Reactie: Het is ons niet helemaal duidelijk wat u verstaat onder medische ritten. Het moet voor inwoners met een Wmo-indicatie in ieder geval mogelijk blijven om van de Drechthopper gebruik te maken om naar (controle)afspraken bij de huisarts, de medisch specialist en het ziekenhuis te gaan. Immers zij kunnen geen gebruik maken van het openbaar vervoer, en veelal komt vervoer naar een huisarts, specialist en het ziekenhuis niet in aanmerking voor een vergoeding via de ziektekostenverzekeraar. Stellingen leerling- en jeugdhulpvervoer 1. Meer kinderen binnen het leerlingenvervoer op de fiets of met (begeleid) OV. 2. Kinderen vanaf 9 jaar kunnen zelfstandig reizen. Reactie op stelling 1 en 2: Met het uitgangspunt dat mensen zoveel als mogelijk zelfstandig reizen kan niemand het oneens zijn. Of dit onverkort al geldt voor alle kinderen vanaf 9 jaar is een vraag waarop het antwoord mede wordt bepaald door de reden waarom het kind gebruik moet maken van doelgroepenvervoer en zijn/haar mogelijkheden het zelfstandig reizen aan te leren. De mogelijkheden van een kind worden mede bepaald door de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling, en het al dan niet aanwezig zijn van beperkingen. Hierdoor kan het kind minder mogelijkheden hebben dan een kind van dezelfde leeftijd die geen beperkingen heeft.
Dit vraagt dus om een zeer zorgvuldige toets voordat kan worden bepaald of een kind gebruik moet en kan gaan maken van het OV of de fiets. Overigens geeft Veilig Verkeer Nederland aan dat een kind pas vanaf 12 jaar verkeersveilig kan deelnemen, zie www. vvn.nl. Er zijn wel ondersteunende diensten die een jeugdige, maar ook een volwassene, bij deze overgang kunnen helpen. Voorbeeld: Een maatje wordt gekoppeld aan een deelnemer die stapsgewijs wordt geholpen zelfstandig zijn/haar weg te vinden. We raden u aan om deze mogelijkheden in de breedte te verkennen en toe te passen, dus niet alleen voor jeugdigen maar ook voor volwassenen. 3. Leerlingenvervoer pas vanaf 6 kilometer i.p.v. 4. Reactie: Elke verhoging of verlaging van het afstandscriterium is discutabel. Voorop moet staan dat onderwijs voor leerlingen toegankelijk is zonder drempels van toegankelijkheid of bereikbaarheid. Alle instrumenten en mogelijkheden die de verordening leerlingenvervoer hiervoor biedt moeten optimaal worden benut!”. Bij een wijziging van de bestaande regels moeten de gevolgen voor de leerlingen goed in beeld worden gebracht. Als we het goed begrijpen worden ouders bij de voorgestelde wijziging zelf verantwoordelijk voor vervoer en de kosten hiervan als de school binnen een straal van minder dan 6 kilometer van het woonadres is.
Voor kinderen van ouders met een laag inkomen en/of geen eigen vervoer kan dit een probleem vormen, waarmee in een verdere uitwerking rekening moet worden gehouden. Een school op bijvoorbeeld 5 km afstand van het woonadres betekent voor een kind al gauw 45 minuten lopen, wat wij niet reëel vinden. Niet alle kinderen kunnen bovendien zelfstandig naar school fietsen of achterop de fiets door ouders worden gebracht. Bovendien betreft het hier vaak kinderen die gebruik maken van het speciaal onderwijs. Deze scholen hanteren dezelfde tijden als de reguliere scholen. Dit betekent in de praktijk dat je de kinderen maar 10 minuten voordat de school daadwerkelijk begint bij de school moet afzetten. Bij ouders die meerdere kinderen hebben die naar verschillende scholen gaan (speciaal en regulier) gaat het niet lukken om beide kinderen op tijd naar school te brengen. Ouders moeten in dat geval gebruik gaan maken van voorschoolse opvang. Tot slot zullen niet alle ouders de kosten van een busabonnement en/of voorschoolse opvang kunnen betalen. Als er geen rekening wordt gehouden met deze ongewenste neveneffecten dan voorzien wij dat het aantal thuiszitters toeneemt. 2
Daar waar het een inkomensprobleem is, kan gekeken worden in hoeverre er eventueel recht kan zijn op bijzondere bijstand. Stellingen doelgroepenvervoer algemeen 1. Stel je hebt 100 mensen om te vervoeren en maar plaats voor 80. Wie heeft dan voorrang? Reactie: In de genoemde voorbeelden worden vraagafhankelijk Wmo-vervoer en locatiegebondenvervoer tegenover elkaar gezet. Voor het locatiegebonden-vervoer geldt dat dit ook vastzit aan vaste tijden. Voor het vraagafhankelijk vervoer geldt dit in mindere mate. Met uitzondering van (controle)afspraken bij een huisarts, medisch specialisten of het ziekenhuis kunnen de meeste vraagafhankelijke vervoersbewegingen ook plaatsvinden in de daluren. 2. Een indicatie voor 5 dagen garandeert niet voor 5 dagen vervoer Reactie: Voorliggend aan de toekenning van vervoer ligt een indicatie die stelt dat een te bezoeken voorziening voor 5 dagen noodzakelijk is. Het vervoer voor minder dagen toekennen betekent feitelijk dat een deel van de voorziening niet kan worden geeffectueerd. Dit is wat ons betreft onwenselijk en in strijd met de wet. Algemene opmerkingen Voor inwoners met een Wmo- vervoersindicatie is de Drechthopper vaak de enige mogelijkheid om zelfstandig te participeren en deel te nemen aan het leven van alle dag.
Het 24-uur van tevoren een rit moeten bestellen is voor een deel van deze groep wellicht al een obstakel, omdat zij door ziekte en/of beperking niet zo ver vooruit kunnen kijken. Het verdient aanbeveling om na te gaan in hoeverre dit inderdaad speelt en of dit voor de betreffende inwoners tot problemen heeft geleid. Wellicht kan het inzetten van een pendeldienst, voor bijvoorbeeld zorg- en/of wooncentra, naar veel gebruikte bestemmingen voor dit probleem een oplossing bieden. Een veel gehoorde klacht over het leerlingen- en doelgroepenvervoer is de tijdsduur van het vervoer. Voor jeugdigen en volwassenen die op deze vorm van vervoer zijn aangewezen is het van belang de tijdsduur zo beperkt mogelijk te houden. Een ander deel van de klachten kan worden voorkomen door meer rekening te houden met de samenstelling van de doelgroep, en alleen chauffeurs in te zetten die ervaring hebben met zowel het typevervoer als de doelgroepen. Tot slot adviseren we u om de gebruikers van het vervoer (of hun vertegenwoordigers) bij de verdere uitwerking van oplossingsrichtingen te betrekken en ideeën in de praktijk te toetsen voordat er besluiten worden genomen. Ook de adviesraad Wmo & Jeugd en het Ouderplatform Zuid-Holland zuid denken hierin graag mee. Met vriendelijke groet, Adviesraad Wmo & Jeugd namens dezen Mirjam Karsten, Voorzitter
Ouderplatform Zuid-Holland zuid, namens dezen Anke-Elze Rietstap, Voorzitter
Cc Gemeenteraad en Kirsten van Vuuren
3