CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage informatie Dordrecht FV.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 7 april 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Advies informateur2.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage fase 2 Informateur Floor Vermeulen

Dordrecht 6 april 2026

1. Advies aan de raad In mijn gesprekken met de vijf partijen van ‘Variant 1’ (VVD, VSP, ChristenUnie-SGP, D66 en CDA) heb ik ruim voldoende onderling vertrouwen ervaren om u aan te raden onderhandelingen te starten tussen deze partijen met het doel een stabiele meerderheidscoalitie te vormen. Het betreft een coalitie door het politieke midden van de gemeenteraad. Er is overeenstemming over de wijze van samenwerken en bedoelde bestuurscultuur, de grote inhoudelijke opgaven van de stad, werkwijze en samenstelling van het college, omgang met risico’s in de vervolgfase en over het vervolgproces en planning (dit laatste natuurlijk onder voorbehoud van instemming door uw raad). Ik beveel u aan coalitieonderhandelingen in de formatiefase te starten tussen VVD, VSP, ChristenUnie-SGP, D66 en CDA met als doel medio juni bespreking van een akkoord en benoeming van 6 wethouders door de gemeenteraad mogelijk te maken. Gesprekken tussen de onderhandelende partijen en alle overige partijen in de raad over de wijze van samenwerking en het betrekken van de stad bij het bestuur moeten onderdeel zijn van de volgende fase. Alle partijen hebben zich hiertoe bereid verklaard.

2. Terugblik en opdracht Op 1 april heeft de gemeenteraad het eindverslag van informateur Corry van Rhee-Oud Ammerveld besproken, waarmee fase 1 van de verkenning werd afgerond. Ik ben haar zeer erkentelijk voor haar inspanningen in het belang van de stad en heb direct na mijn aanstelling als informateur contact gehad om haar te bedanken en zorg te dragen voor een goede overdracht tussen fase 1 en 2 van de informatieperiode. In haar rapport concludeerde Van Rhee-Oud Ammerveld dat de verkiezingsuitslag geen grote politieke verschuivingen liet zien, maar wél dat de oude coalitie haar meerderheid had verloren. Zij signaleerde brede steun voor een stabiel en slagvaardig bestuur, evenals zorgen over lage opkomst en verdere versnippering. In de gesprekken die zij voerde met alle fracties kwamen stabiliteit, betrouwbaarheid, continuïteit en een wens tot tempo nadrukkelijk naar voren. Daarbij werd duidelijk dat de combinatie van VVD, VSP, ChristenUnie-SGP, D66 en CDA het vaakst werd genoemd als kansrijke samenstelling; deze vijf partijen worden algemeen gezien als bestuurlijk stabiel en inhoudelijk in staat om tot een gezamenlijke koers te komen. Een belangrijk onderdeel van haar quickscan betrof de vraag of de partijen GL-PvdA en VVD opnieuw samen een coalitie zouden kunnen vormen.

Na een tweede gezamenlijk gesprek concludeerde Van Rhee-Oud Ammerveld echter dat er op dit moment geen gedeeld beeld bestaat over mogelijke samenwerking, waardoor voortzetting van dat traject in fase 2 volgens haar niet voor de hand lag. Zij adviseerde

dan ook om op basis van de voorkeuren van de meeste partijen de haalbaarheid van Variant 1 (VVD, VSP, ChristenUnie-SGP, D66 en CDA) als eerste te onderzoeken. Tijdens de raadsvergadering van 1 april besprak de gemeenteraad het eindverslag van fase 1 met de informateur. Naar aanleiding van de presentatie en de daaropvolgende beraadslaging besloot de raad dat er in fase 2 behoefte was aan een nieuwe informateur om het vervolg van de verkenning voort te zetten. Op voorstel van VVD en VSP wees men mij aan om deze taak op mij te nemen. In lijn met het advies van Van Rhee-Oud Ammerveld kreeg ik de opdracht om te onderzoeken in hoeverre Variant 1 (VVD, VSP, ChristenUnie-SGP, D66 en CDA) daadwerkelijk de basis kan vormen voor een stabiele en levensvatbare coalitie voor de komende bestuursperiode. De fracties spraken hun waardering uit voor de duidelijke analyse van fase 1, maar verschillende van hen onderstreepten dat ook partijen buiten Variant 1 betrokken moeten blijven in het vervolgproces. De raad sprak uit dat hieraan tegemoetgekomen zal worden. Met het oog op de geplande bespreking in de raadsvergadering van 7 april lag er een stevige tijdsdruk. Dat maakte het noodzakelijk om direct voortvarend te starten en de verkenning snel, zorgvuldig en transparant vorm te geven.

3,

Procesbeschrijving fase 2

Direct na mijn benoeming op 1 april ben ik begonnen met de uitwerking van de opdracht. In lijn met de conclusies van mijn voorganger heb ik mij gericht op het verder verkennen van Variant 1 als meest kansrijke coalitie. Allereerst heb ik op donderdag in aanwezigheid van de griffier overleg gevoerd met de lijsttrekkers van de twee partijen die mij als informateur hebben gevraagd, VVD en VSP, om de aanpak, verwachtingen en benodigde stappen voor de komende dagen helder te krijgen. Vervolgens heb ik op vrijdag met delegaties van alle vijf partijen afzonderlijke, prettige en openhartige gesprekken gevoerd. In deze gesprekken kwamen zowel de gedeelde ambities als de overgebleven knelpunten scherp naar voren. Daarbij is door mij ook stilgestaan bij de wijze van samenwerken, bestuurscultuur en collegesamenstelling (met eventuele blokkades op kandidaat-wethouders). Mij werd duidelijk, dat alle vijf partijen beschikken over sterke, unieke bijdragen aan de samenwerking. Precies het type diversiteit dat, mits goed benut, een coalitie kan dragen. Tegelijkertijd bleken er vanzelfsprekend enkele onderlinge en inhoudelijke aandachtspunten die zorgvuldig moesten worden besproken. Daarop heb ik op zaterdag een gezamenlijke bijeenkomst met de vijf partijen georganiseerd.

Als startpunt heb ik benoemd dat alle partijen iets wezenlijks in te brengen hebben en dat deze kwaliteit alleen tot zijn recht komt wanneer partijen elkaar ook werkelijk op waarde weten te schatten en elkaars sterke benutten. Tijdens de sessie

hebben we daarna in subgroepen, en vervolgens plenair, de belangrijkste vraagstukken besproken die voor het welslagen van Variant 1 relevant zijn: • • • •

Vertrouwen Wederzijdse verwachtingen Verbinding met de andere partijen in de raad en met de stad De ruimte om inhoudelijke verschillen constructief te overbruggen

Deze bijeenkomst leverde een helder beeld op van de kansen van Variant 1 en welke stappen nodig zijn om te komen tot een stabiele, gedragen coalitie. Tevens heb ik gesproken met de burgemeester om hem op de hoogte te brengen van het proces. Daarnaast heb ik contact gehad met de gemeentesecretaris om te horen over de voorbereidingen voor de onderhandelingen in het vervolg, waar de organisatie met ondersteuning en informatie voor klaar staat.

4. Bevindingen a. Samenwerking en bestuurscultuur In de gesprekken hebben de partijen aangegeven te willen werken aan een goede onderlinge samenwerking, open houding tussen coalitie en oppositie met ruimte voor samenwerking op onderwerpen zoals ook afgelopen periode heeft plaatsgevonden. Een middencoalitie gebaseerd op vertrouwen vraagt om zorgvuldige samenwerking, geen verrassingen naar elkaar, ruimte voor een uitgestoken hand naar de oppositie, een akkoord op hoofdlijnen, details vastleggen en open communicatie tussen college, raad en stad. Deze partijen willen in een coalitie het beste doen voor de stad in een stabiele samenwerking. Met een duidelijke visie voor de toekomst, nuchter, verbindend, professioneel, zichtbaar in de stad; geen kastje-naar-de-muur mentaliteit in het stadhuis of op het stadskantoor en afspraken nakomen. Zoals de Nationale Ombudsman het zegt: ‘ga erop af, luister en maak geen grote beloften die je niet na kunt komen’. En als iets niet kan, leggen we dit uit. Transparant bestuur staat voorop en iets is alleen geheim als het niet anders kan in het belang van de gemeente. Verschillen van mening praten we uit, want alleen dan kun je gezamenlijk verder. De oppositie hebben we nodig.

Ik raad de onderhandelende partijen en de hele gemeenteraad aan te werken met nieuwe vormen van overleg waarbij de interactie en afstemming tussen fracties, gemeenteraad en college kan worden versterkt. Een (openbaar) informeel overleg tussen raad en college kan eraan bijdragen dat dilemma’s tijdig worden gedeeld en samenwerking wordt versterkt voorafgaand aan besluitvorming en debat. In de volgende fase van onderhandelingen moeten oppositie en stad betrokken worden over de vraag wat we elkaar te bieden hebben

om onze rollen optimaal te vervullen. En die betrokkenheid willen partijen vier jaar volhouden.

b. Inhoudelijke opgaven In de gesprekken kwam naar voren dat de vijf betrokken fracties uiteenlopende accenten leggen binnen de opgaven waarvoor de stad de komende jaren staat. Een belangrijke gezamenlijke uitdaging betreft woningbouw. Hoewel er brede erkenning is voor de noodzaak om door te bouwen, verschillen de verwachtingen over tempo, type woningen en de mate waarin deze ontwikkeling moet bijdragen aan bredere sociaaleconomische doelstellingen. Ook de balans tussen leefbaarheid, groenbeheer, bereikbaarheid en stedelijke groei vraagt om verdere afstemming. Daarnaast is er behoefte aan duidelijkheid over de toekomstige inzet op het sociaal domein, waar zowel financiële houdbaarheid als bescherming van kwetsbare inwoners en het armoedebeleid zwaar wegen. Op financieel vlak bestaat er brede zorg over het voorkomen van structurele afhankelijkheid van incidentele middelen en het borgen van een robuuste begroting, terwijl tegelijkertijd ambities op het gebied van gebiedsontwikkeling, verduurzaming, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen voortgang vragen. Ook zijn er enkele thema’s waarbij in het vervolg helder moet zijn hoe hiermee om te gaan, zoals de leefbaarheid, de omgang met opvang van vluchtelingen en de wijze waarop regionale samenwerking wordt ingevuld. Over bruisende binnenstad met evenementen en de winkeltijden is onderling gesproken.

Vast staat dat hierover duidelijkheid moet zijn en ik heb gezien dat er bij partijen de bereidheid bestaat om eruit te komen. Tot slot bleek dat een deel van de opgaven pas goed kan worden uitgewerkt wanneer er meer duidelijkheid komt over prioritering, fasering en de mate waarin langdurige beleidslijnen - zoals de Agenda 2030 - worden herijkt. Deze samenhangende vraagstukken maken duidelijk dat verdere gezamenlijke verdieping nodig is om tot een gedeeld, stabiel en uitvoerbaar bestuursprogramma te komen. Dordrecht heeft behoefte aan een lange termijn visie en beleid die recht doet aan de grootte en positie en de uitdagingen en problemen van de stad. Dit vraagt grootstedelijk en strategisch denken. Tegelijk zijn concrete stappen nodig om de komende vier jaar mee aan de slag te gaan voor die gezamenlijke stip op de horizon.

Onderstaande thema’s moeten daarbij in de onderhandelingen verder worden uitgewerkt, met ondersteuning vanuit de organisatie en bijdrage vanuit alle partijen in de raad en partners in de stad:

• • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Woningbouw en doelgroepen Herijking Agenda 2030 Duurzaamheid Netcongestie Onderwijs Diversiteit en inclusie Bereikbaarheid Economie en vestigingsklimaat Veiligheid en weerbaarheid Onderhoud, schone en leefbare stad Voorzieningen zoals speeltuinen Cultuur Aantrekkelijke binnenstad, evenementen en winkeltijden Sociaal beleid, armoedebeleid en zorg voor kwetsbaren Opvang vluchtelingen Groen en polders Regionale samenwerking Financiële degelijkheid en lasten voor inwoners, organisaties en ondernemers Organisatieontwikkeling, uitvoeringsorganisatie

c. Werkwijze en samenstelling college Collegiaal bestuur is met elkaar echt een hecht team vormen van burgemeester en wethouders om met de ondersteuning van de gemeentesecretaris en de organisatie het beste voor de stad te bereiken. In een gezamenlijk team steun je elkaar, spreek je conflicten altijd uit, werken burgemeester en wethouders nauw samen en bestaat een goede mix aan kennis, achtergrond en vaardigheden. Een goede afwisseling tussen ervaren en nieuwe wethouders is daarbij een duidelijk voordeel. Ik raad het college aan tijd te maken voor gesprekken en bezoeken in de stad, betrokkenheid bij de organisatie (in en buiten het stadhuis) en een goede balans tussen activiteiten voor stad, regio en vertegenwoordiging van Dordrecht bij provincie en Rijk. Dit kan met een goede gezamenlijke activiteitenplanning onder leiding van burgemeester en secretaris.

Het college van burgemeester en wethouders kent in Dordrecht momenteel 6 fulltime wethouders. Gelet op de opgaven en werklast vinden partijen dit een verstandige omvang. Zeker als je als college naast het werk in stad, regio en in landelijke overleggen voldoende tijd wilt hebben om de stad in te gaan, te luisteren en zichtbaar te zijn. 8 wethouders (20% van het aantal raadsleden, het maximum op basis van de Gemeentewet voor de omvang van Dordrecht) vinden partijen geen goed signaal naar de samenleving en de organisatie. Hoewel een aantal van 5 wethouders voor deze samenstelling van partijen ook werkbaar kan zijn, kiezen partijen samen net als nu voor 6 fulltime wethouders, met de verdeling 2 voor de VVD, 1 voor VSP, 1 voor ChristenUnie-SGP, 1 voor D66 en 1 voor CDA. Ik vind dit verstandig gelet op de opgave voor de stad, de werklast en de goede combinatie tussen bestaande kennis en kunde en vernieuwing in het nieuwe college. Mij zijn in de individuele gesprekken met de vertegenwoordigers van de partijen geen onderlinge blokkades gebleken op elkaars kandidaten voor het wethouderschap. Kandidaten zijn door de partijen publiekelijk bekend gemaakt. Ik raad aan het integriteitsonderzoek onder leiding van burgemeester af te wachten voor de officiële bekendmaking en voordracht aan de gemeenteraad.

Ik raad aan, nu kandidaten bekend zijn bij partijen, die onderzoeken in de volgende fase te starten. De voorgenomen portefeuilleverdeling die onderdeel wordt van de volgende fase van onderhandelingen wordt aangeboden aan het college. d. Risico’s Ik heb bij alle vijf partijen getoetst of er onderwerpen zijn die in het vervolgproces een probleem op kunnen leveren om tot een gedragen akkoord te komen. In de gesprekken is mij gebleken, dat partijen bereid zijn zich kwetsbaar op te stellen en elkaar te gunnen wat nodig is om van onderhandelingen tot een succes te maken. Vraagstukken worden expliciet besproken. Alle onderwerpen die partijen van belang vinden, zijn besproken en er liggen geen onderlinge blokkades vooraf. Ik benadruk daarbij wel, dat de inhoudelijke onderhandelingen nog moeten starten. Er is in de informatiefase verkend, maar niet onderhandeld. Er is pas een akkoord als de onderhandelaars en daarna de fracties hebben ingestemd.

e. Vervolgproces en planning Als informateur heb ik via de griffier een indicatieve planning gevraagd van de organisatie voor de vervolgprocedure. Tot nu toe heeft het proces in Dordrecht sinds de aanstelling van een informateur een hoge snelheid gekend. Voor de onderhandelingen in de volgende fase raad ik aan een realistische planning te volgen met deadlines die haalbaar zijn. Gezamenlijk is besproken, dat een planning gericht op afronding medio juni haalbaar is.

Ik raad aan tijd te maken voor gesprekken tussen de onderhandelende partijen en alle andere fracties in de raad over de wijze van samenwerking in de komende raadsperiode. Kennismaking tussen de fracties van de onderhandelende partijen zal een plek moeten krijgen in het vervolgproces. Partijen gaan hun wethouderskandidaten in een vroeg stadium te betrekken bij de gesprekken. Partijen willen een akkoord met hoofdlijnen, maar ook met cruciale details voor partijen uitgewerkt; niet te dichtgetimmerd maar wel concreet en herkenbaar. De financiële paragraaf is van belang om tot uitvoering te kunnen komen. Ambtelijke capaciteit en een uitvoeringstoets op plannen is net zo belangrijk als financiële middelen om plannen uit te voeren. Een akkoord zal eerst worden voorgelegd aan de burgemeester voor zijn reactie en gepresenteerd worden aan de fracties van de onderhandelende partijen voor instemming, vervolgens aan uw raad voor een bespreking en benoeming van de wethouders. Een realistisch scenario is, dat dit in een gemeenteraad medio juni kan plaatsvinden. Partijen hebben mandaat om te onderhandelen, waardoor er geen instemming nodig is van ledenvergaderingen. Ik raad partijen aan voorafgaand aan de onderhandelingen goede afspraken te maken over de communicatie.

Tevens dient informatie vanuit de organisatie bij onderhandelaars op dezelfde wijze binnen te komen via de ambtelijke ondersteuning om zo een gelijk speelveld te organiseren. Mijn advies is de gemeenteraad en de burgemeester op de hoogte te houden van de vorderingen van het proces.

5. Tot slot Dordrecht is een stad met hoge ambities voor de toekomst en die ambitie heb ik gezien en gehoord in de bijdrage die alle partijen hebben geleverd en willen leveren aan goed bestuur. Coalitievorming kent partijen die mee mogen werken in een coalitie, maar een sterke oppositie is net zo belangrijk voor een gezonde politieke cultuur. Ik roep u allen op hier los van de uitkomst van het vervolgproces samen werk van te maken. Ik wil iedereen bedanken die heeft bijgedragen aan een snelle informatieronde, natuurlijk voor de flexibiliteit en bijdrage van de vijf partijen die onderdeel zijn van de opdracht die grotendeels in het vrije Paasweekend heeft moeten plaatsvinden. Ik dank VVD en VSP voor de voordracht en het vertrouwen van uw gemeenteraad, hetzelfde vertrouwen heb ik gevoeld bij de andere partijen. Ik realiseer mij daarbij dat, hoewel dit geen onderdeel was van de opdracht in deze fase, ik als informateur onvoldoende recht heb kunnen doen aan alle andere partijen in de gemeenteraad, maar dank ook hen voor de prettige contacten en bereidheid om mee te denken en te doen in het belang van Dordrecht. Ik dank de medewerkers van de gemeente Dordrecht die op het Stadhuis alles mogelijk maakten en mij heel hartelijk hebben ontvangen. De burgemeester en secretaris voor

hun tijd en aandacht. En natuurlijk uw griffier voor de voortreffelijke ondersteuning bij de gesprekken en de voorbereidingen daarvan. Wageningen, 6 april 2026 Floor Vermeulen, informateur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1097/documents/47115