CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport DEF 2024 De lat ligt hoog.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 10 december 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Instemmen voorgesteld besluit Rekenkamer Dordrecht inzake onderzoek - De lat ligt hoog- naar de haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 - Raadsvoorstel31.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Onder andere maar niet limitatief: 2024-07-08 Rekenkamer vragen, A3 - Jaarplan Sport 2024, Actieplan meer Dordtse kinderen sporten en bewegen in 2024-2026, Dordts Sportakkoord II 2024, Life Goals Youth activiteiten medio 2024, Life Goals GGZ-Zorg Yulius activiteiten medio 2024, Life Goals GGZ-Zorg vrouwenactiviteiten medio 2024, 231130 DIN - Senioren feedback, DIN Dordrecht Jongste jeugd 0-6 jaar, DIN - Jongeren (versie 16-11-2023 Tim), Verenigingshallenplan 2023 e.v., PvA - Sport en beweegloket Dordrecht, PvA Basiseisen veilige sport, Toekomstperspectief vitale sportparken, et cetera. 30

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

32

Dat er geen compleet en navolgbaar uitvoeringsplan is horend bij de sportvisie, maar dat daar wel degelijk behoefte aan is, horen we terug in de gesprekken die we gevoerd hebben met de Sportraad Dordrecht en de raadsleden. De Sportraad geeft aan wel geadviseerd te hebben een integraal uitvoeringsplan op te stellen, maar dat dit advies niet is overgenomen door het college. In het gesprek met de raadsleden werd ook duidelijk aangegeven dat er behoefte is aan een duidelijke routekaart zodat de raad echt in staat is om de voortgang te volgen en te monitoren wat de effecten van de ingezette tijd en middelen zijn. De “routekaart” die is opgenomen in de raadsinformatiebrief 31 van 19 december 2023 voldoet volgens de raadsleden niet. 3.4 Meer ambities dan beschikbare financiële en personele middelen In de sportvisie worden de structurele en incidentele financiële middelen beschreven die de gemeente Dordrecht beschikbaar heeft voor sport. De structurele middelen worden onderverdeeld in drie categorieën:32

Categorie structureel

Bedrag (saldo)

Accommodaties (sportboulevard, sportparken, verenigingshallen,

€ 5.255.000

subsidie zwembadhuur en kleedkamersubsidie) Sportstimulering en clubondersteuning (projecten, schoolzwemmen,

€ 548.000

talentontwikkeling, marketing en evenementen) Personeel en onderkomen (beheer en onderhoud sportaccommodaties,

€ 1.855.000

sport- en talentcoaches, sportregisseurs, exclusief beleidsteam) Totaal

€ 7.658.000

Daarnaast zijn voor de vervanging van onderhoudsmachines en kunstgras investeringskredieten opgenomen in de meerjarenbegroting. Het gaat om de volgende bedragen: 33 Categorie investeringskrediet

2023

2024

2025

2026

Accommodaties (saldo per jaar)

€ 2.428.065

€ 420.600

€ 878.000

€ 167.000

Raadsinformatiebrief Stand van zaken Sportvisie - 19 december 2023 Sportvisie 2030 - p.50. 33 Sportvisie 2030 - p.50. 31 32

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

33

Deze structurele middelen worden gedekt vanuit de reguliere gemeentelijke begroting en de ‘Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC)’34 (via de Algemene Uitkering). Daarnaast heeft de gemeente om de sportsector te versterken incidentele middelen vrijgemaakt voor de periode 2023-2026 en was er vanuit de voorgaande periode nog een gelabeld budget beschikbaar (bestemmingsreserve). Uitgangspunt is dat de sportvisie steeds meer met een goede structurele basis kan werken.35 De volgende incidentele middelen worden in de sportvisie genoemd: ●

In het Politiek Akkoord 2022-2026 (PA 2022-2026) is € 4.000.000 beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het sportbeleid. In de begroting 2022 is daarnaast een reservering van € 2.000.000 gemaakt voor urgente voorstellen.

●

Voor de ontwikkeling van de Dordwijkzone is € 4.000.000 gereserveerd voor sport en accommodaties op het moment dat optimalisatie van ruimtegebruik bijdraagt aan de ambities van Stadspark XXL.

●

Uit de toekomstvisie sportparken 2015 is nog € 800.000 beschikbaar voor de inhuizing van FC Dordrecht amateurs (voorheen OMC) in het stadion. Voor de infrastructuur rondom het stadion van FC Dordrecht is ook nog € 1.700.000 gereserveerd.

●

Vanuit rijksmiddelen wordt sinds 2019 gewerkt aan de uitvoering van het Lokaal Sportakkoord. In 2023-2026 is er jaarlijks ongeveer € 60.000 voor de gemeente Dordrecht beschikbaar. Op een vergelijkbare wijze is er ook een Lokaal Preventieakkoord 36. Een van de thema’s hierbinnen is bewegen. Ook voor het preventieakkoord is jaarlijks € 60.000 beschikbaar.

Tot de inzet van de gereserveerde incidentele middelen die zijn genoemd onder de eerste drie bullets wordt via concrete raadsvoorstellen besloten. De gemeente Dordrecht heeft op basis van de incidentele middelen voor de periode 2023-2026 bestedingsplannen opgesteld aan de hand van de twee programmalijnen. Voor Programmalijn 1 ‘Een omgeving die Dordtenaren inspireert tot sport en bewegen’ wordt geïnvesteerd in de renovatie en nieuwbouw van sportaccommodaties en in duurzaamheid. Voor de periode 2023-2024 bedraagt die investering € 5.470.000 en voor de periode 2025-2026 gaat het om een investering van € 6.700.000. In Programmalijn 2 ‘Een leven lang sportplezier voor iedere Dordtenaar’ wordt voor beide periodes € 360.000 geïnvesteerd.

Brede Regeling Combinatiefuncties: Een Rijksregeling die de inzet van onder andere buurtsportcoaches mogelijk maakt. Wat is een buurtsportcoach? (sportindebuurt.nl) 35 Sportvisie 2030 - p.50. 36 Op het moment van het verschijnen van dit rapport is het preventieakkoord onderdeel geworden van GALA. 34

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

34

Zoals de gemeente zelf al in de sportvisie aangeeft37, zijn er meer ambities dan middelen. Daarom moet er geprioriteerd worden waar de beschikbare middelen voor worden ingezet. Hiervoor zijn een aantal afwegingskaders opgesteld. Deze afwegingskaders worden nader besproken in hoofdstuk 5.1. Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat de middelen die nu beschikbaar zijn nog niet zijn uitgeput en dat daarom nog niet vastgesteld kan worden dat de middelen niet toereikend zijn voor het behalen van de doelen uit de sportvisie. Dit komt bijvoorbeeld doordat verenigingen nog geen volledig beroep doen op de beschikbare regelingen. Ook andere budgetten, zoals subsidies ten behoeve van het onderhoud van accommodaties, zijn nog niet uitgeput. Dit kan mogelijk komen doordat het voor de aanvrager niet altijd mogelijk is om de eigen bijdrage te leveren die door de gemeente gevraagd wordt en/of omdat het aanvraagproces (te) complex is. Daarom worden de subsidieregelingen eind 2024 geëvalueerd. Aan de andere kant zijn er activiteiten die duur zijn om te realiseren maar waar wel voor gekozen wordt, omdat er ook op meerdere vlakken een hoge opbrengst verwacht wordt (o.a. marketing voor de stad, stimulering sportdeelname, et cetera). De echte financiële krapte wordt verwacht vanaf 2026.

Op dit moment geeft de gemeente aan dat het nog niet goed mogelijk is in te schatten wat de effecten zijn van de nog te wijzigen financiële situatie vanaf 2026 voor het beschikbare budget voor de sportvisie. Wat voor financiële middelen geldt, geldt ook voor personele middelen. Uit de gesprekken die we gevoerd hebben met de gemeente komt naar voren dat er eigenlijk altijd behoefte is aan meer fte dan er beschikbaar is omdat er altijd een wens is om meer te doen om de doelen uit de sportvisie te bereiken. Er wordt aangegeven dat er nu een heel mooi team staat, zowel op beleid als op uitvoering, maar dat er wel keuzes gemaakt moeten worden waar op ingezet wordt en welke onderwerpen of doelgroepen iets minder aandacht krijgen wegens beperkte middelen en tijd. De huidige beschikbare formatie ziet er als volgt uit38: Team Sport (beleid - totaal 5,68 fte) ●

1 fte teamleider

●

1,9 fte strategen

●

2 fte senior beleid

●

0,78 fte medior beleid

Dordt Sport (uitvoering - totaal 13,11 fte)39 ●

2,89 fte sportregisseurs

●

10,22 fte buurtsportcoaches, inclusief coördinator

Sportvisie 2030 - p.36 Cijfers op basis van geverifieerd gespreksverslag. 39 Gefinancierd vanuit de BRC-regeling 37 38

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

35

Daarnaast draagt de gemeente vanuit de BRC-regeling ook financieel bij aan een gedeelte van in totaal 8,4 fte: ●

4,5 fte inzet bij talentprogramma’s

●

1 fte inzet begeleiding mensen met afstand tot sport (via MEE)

●

2,4 fte specialisten met specifieke expertise, bijvoorbeeld op het gebied van ouderen, allochtonen en jongeren van de straat

●

0,5 fte maatschappelijke inzet door FC Dordt

Uit de gesprekken met de gemeente blijkt dat er in de afgelopen periode, naast de altijd bestaande algemene wens voor meer fte, sprake is geweest van meer werk dan beschikbare uitvoeringskracht. Er waren binnen het beleidsteam en binnen het uitvoeringsteam zowel wisselingen onder medewerkers als uitval door ziekte, zwangerschaps- en ouderschapsverlof. Dit heeft ervoor gezorgd dat er in de afgelopen periode, nog meer dan normaal, geprioriteerd moest worden in waar de aandacht van het team naar uit zou gaan en dat de werkdruk binnen de afdeling hoog was. Na de zomer is de bezetting weer volledig, waardoor achterstanden weggewerkt kunnen worden en het team naar verwachting in januari weer op het oude niveau is. Dat dit nog enkele maanden duurt, komt doordat nieuwe collega’s ingewerkt moeten worden en de vele andere (ad hoc) taken. Of de personele capaciteit in zijn algemeenheid voldoende is om de doelstellingen te halen, is niet inzichtelijk te maken wegens het ontbreken van integrale uitvoeringsplannen.

3.5 Sportpartners - participatie, communicatie en gevraagde inzet Uitgebreid participatietraject bij het opstellen van de sportvisie In paragraaf 3.1 is beschreven hoe de gemeente is gekomen tot de sportvisie. In die beschrijving is al beknopt te lezen dat de gemeente op allerlei manieren informatie heeft opgehaald bij betrokken partijen en deze informatie heeft meegenomen bij het opstellen van de sportvisie. Binnen de gemeente zelf is het opstellen van de sportvisie ook een samenwerking geweest tussen beleid en uitvoering, waarbij ook contact met aanpalende beleidsvelden, onder andere uit het sociaal domein, is gezocht. De gemeente vond het belangrijk om een gedragen sportvisie te maken, daarom is er veel aandacht geweest voor het ophalen van informatie en is bijvoorbeeld de beantwoording van de zienswijzen 40 ook meegestuurd met het raadsvoorstel naar de raad.

40

Gebundelde zienswijzen sportvisie

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

36

In de gesprekken die in het kader van dit onderzoek gevoerd zijn, is gevraagd hoe de betrokkenheid van de respondenten41 was bij het opstellen van de sportvisie en wat de gemeente heeft gedaan met de input die zij gegeven hebben. Het overgrote deel van de respondenten is tevreden. Zo geeft de Sportraad aan dat ze zelf goed betrokken zijn aan de voorkant door zowel concepten van de visie onder ogen te hebben gekregen, als met de gemeente hierover in gesprek te zijn geweest. Met een deel van hun feedback, gegeven in een officieel advies, is iets gedaan in de sportvisie. Ook geven ze aan dat naar hun mening het participatietraject, dat door de gemeente is doorlopen, goed is opgezet en uitgevoerd. Betrokkenen konden hun zorgen uiten en werden gehoord. Ook uit de twee werksessies komt eenzelfde beeld naar voren. De respondenten gaven aan dat ze of actief betrokken werden en hun input konden geven of dat ze via de gemeente in ieder geval op de hoogte gehouden werden van de vorderingen rondom het opstellen van de sportvisie. Hierbij wordt door een van de respondenten ook opgemerkt dat als de gemeente meer van sportverenigingen had gevraagd, een nog actievere invulling van participatie, dit waarschijnlijk niet gelukt was. De verklaring die hiervoor werd gegeven is dat verenigingsbesturen vaak al zeer beperkte tijd hebben en zwaar belast zijn.

Als er dan ook nog vraagstukken zoals de ontwikkeling van een sportvisie worden voorgelegd, dan kan dat te veel zijn. Een enkele respondent geeft aan minder tevreden te zijn over de betrokkenheid. Deze was aan de late kant en men had het gevoel dat er weinig met de feedback werd gedaan. Ook afspraken voor contacten en samenwerking nadat de sportvisie is vastgesteld zijn niet gemaakt, ondanks dat daar wel de intentie voor was uitgesproken in eerdere gesprekken. Communicatieproces na vaststellen sportvisie kan geoptimaliseerd worden Over het communicatieproces na het vaststellen van de sportvisie komt uit de gesprekken en de werksessies een gemixt beeld naar voren. Sommige dingen gaan goed volgens de respondenten, maar sommige dingen kunnen ook beter. Er wordt gezien dat de gemeente bezig is met de sportvisie, maar wat ze doen wordt niet altijd voldoende naar buiten uitgedragen en informatie voor inwoners is ook niet altijd goed vindbaar. Zo ervaren sommige respondenten dat de site van Dordt Sport 42 niet overzichtelijk genoeg is, dat men niet makkelijk kan vinden wat men zoekt en dat linkjes naar andere pagina’s niet altijd werken. Ook wordt er niet altijd goed gecommuniceerd over activiteiten, bijvoorbeeld het wijkavontuur43. Soms past de manier van communicatie niet voldoende bij het doel dat de gemeente graag wil bereiken, bijvoorbeeld het Luuk Sportief boekje 44.

Bij het wijkavontuur gaat het bijvoorbeeld om zowel de communicatie naar de wijk waarin de activiteit zich afspeelt als de vereniging waarbij de

Met respondenten worden in deze paragraaf expliciet niet de raadsleden bedoeld. De betrokkenheid van de raad bij het opstellen van de sportvisie wordt besproken in hoofdstuk 6 van dit rapport. 42 Dordtsport.nl 43 Wijkavontuur - Dubbeldam (dordtsport.nl) (dit wordt in meerdere wijken georganiseerd, maar er is geen centrale pagina te vinden op internet waar alle wijkavonturen vermeld staan.) 44 Dit boekje wordt uitgedeeld aan alle basisschoolkinderen. Hierin staan allerlei sporten die de kinderen kunnen proberen om zo uit te zoeken welke sport bij ze past. Luuk Sportief (dordtsport.nl) 41

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

37

activiteit plaatsvindt. Er wordt aangegeven dat daar nog kansen zijn om elkaar te versterken en zo een beter bereik voor de activiteit te creëren. Dit wordt ook erkend door de gemeente. Zowel vanuit beleid als uitvoering wordt aangegeven dat ze soms worstelen met het op een goede manier inrichten van de communicatie naar buiten. Ze vinden dat communicatie een vak apart is en geven aan dat het daarom noodzakelijk is om hiervoor een specialist aan het team toe te voegen. Door raadsleden wordt aangegeven dat zij veel contacten hebben met sportverenigingen. Wat zij in hun eigen contacten horen van de sportverenigingen en wat ze horen van de wethouder komt naar hun mening niet altijd overeen. In de opinie van de raadsleden die we gesproken hebben, worden sportverenigingen niet altijd voldoende gehoord. Ze krijgen van de verenigingen de indruk dat de bal door de gemeente te veel bij de verenigingen wordt neergelegd en dat gemaakte afspraken niet altijd duidelijk zijn en/of goed worden nagekomen. Sportverenigingen hebben een duidelijk aanspreekpunt binnen de gemeente, maar er wordt door de gemeente niet altijd voldoende meegedacht, bijvoorbeeld over problemen op het gebied van de accommodaties/sportlocaties, geven de raadsleden aan.

Uit de twee werksessies waarbij respondenten uit het sportveld aanwezig waren blijkt dat het beeld van de raadsleden voor een deel wordt bevestigd, maar voor een deel ook niet. Er zijn een aantal structurele overleggen tussen gemeente en sportpartijen, bijvoorbeeld het voorzittersoverleg voetbalverenigingen en het verenigingshallenoverleg. Over dit laatste overleg wordt aangegeven dat het er eerst niet was, maar dat het relatief recent in het leven geroepen is. Dit wordt gewaardeerd door de stichtingen die de verenigingshallen beheren. Of het instellen van de overleggen te maken heeft met de sportvisie is niet duidelijk, maar dat wordt door de respondenten ook niet per se relevant gevonden. Er wordt door de respondenten aangegeven dat er wel gecommuniceerd wordt vanuit de gemeente met de verenigingen, en dat veel daarin ook goed gaat, maar dat deze communicatie meestal niet direct gelinkt wordt aan de sportvisie. Ook zijn er best nog een aantal verenigingen die geen of weinig contact hebben met de gemeente. Er wordt door de respondenten aangegeven dat er meer proactiviteit van de gemeente verwacht wordt om deze verenigingen wel te bereiken. De gemeente geeft hierop aan dat zij het ook moeilijk vinden om met sommige verenigingen in contact te komen en hierin zoekende zijn.

Een deel van de communicatie loopt via de sportregisseurs, onder andere via nieuwsbrieven en naar aanleiding van de overleggen over de uitkomsten van de Verenigingsmonitor. Maar het is soms moeilijk om de juiste contactgegevens van de verenigingen te achterhalen (AVG), verenigingen lezen ook niet altijd alles wat ze binnenkrijgen en niet elke vereniging maakt tijd voor overleg met een sportregisseur. Dit laatste wordt bevestigd door de andere respondenten, waarbij aangegeven wordt dat dit ook te maken heeft met een tekort aan (tijd van) bestuurders van verenigingen. Onduidelijk of gevraagde inzet partners haalbaar is

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

38

Het is moeilijk te bepalen of de gevraagde inzet van partners45 voor het behalen van de doelstellingen realistisch is, aangezien het niet geheel duidelijk is wat er van partners gevraagd wordt door het ontbreken van een integraal uitvoeringsplan. Het is moeilijk om goed inzichtelijk te maken wat de vraag aan partners daadwerkelijk is en hoeveel tijd, inzet en geld dit de partners kost, maar ook wat het partners kan opleveren. Over een aantal specifieke aan de sportvisie gerelateerde zaken kunnen we wel meer zeggen, zoals over de subsidieregeling voor renovatie en/of nieuwbouw sportaccommodaties46, de subsidieregeling voor het versterken van de vitaliteit van sportverenigingen 47 en de basiseisen sociaal veilige sport48. Kanttekening hierbij is dat deze voorbeelden grotendeels, maar niet uitsluitend, op de niet-commerciële aanbieders van toepassing zijn. Kijkend naar de subsidieregelingen, dan geven respondenten aan dat het doen van een subsidieaanvraag best ingewikkeld en tijdrovend is. Plannen moeten gedetailleerd uitgewerkt zijn, veel achterliggende stukken moeten worden aangeleverd, er is vooraf vaak afstemmingsoverleg met de gemeente nodig en er zitten ook eisen rondom tussentijdse en finale verantwoording aan vast.

Daarnaast is er ook sprake van een eigen bijdrage van aanvragers bij elke subsidieaanvraag, waarbij deze afhankelijk van de specifieke subsidie kan bestaan uit een financiële bijdrage of een bijdrage in tijd. Maar de verenigingen geven ook aan dat toegekende subsidies in de meeste gevallen echt iets opleveren en dat het daarom de moeite waard is om wel zo’n aanvraag te doen. Voldoen aan de basiseisen sociaal veilige sport is vanaf 1 januari 2025 verplicht voor sportaanbieders die één of meerdere samenwerkingsrelaties hebben met de gemeente Dordrecht 49. Het gaat om de volgende vier eisen waaraan voldaan moet zijn: 1. Alle sportaanbieders in de gemeente Dordrecht moeten een gedragscode ondertekenen. 2. Alle trainers en begeleiders die met kinderen onder de achttien jaar of met een kwetsbare doelgroep werken, moeten in het bezit zijn van een VOG. 3. Alle trainers en begeleiders hebben deelgenomen aan de e-learning 'Een beetje opvoeder'.50 4. Elke sportaanbieder moet over een vertrouwenscontactpersoon (VCP) beschikken.

Dit gaat om partners in de brede zin van het woord – elke partij die je nodig hebt om de doelen uit de sportvisie te behalen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de sportverenigingen, maar ook aan de commerciële sportaanbieders, de GGD, onderwijs, kinderopvang en andere beleids- en uitvoeringsonderdelen van de gemeente. 46 Renovatie en/of nieuwbouw sportvoorzieningen (subsidie) - Dordrecht 47 Professionele kracht sportverenigingen (subsidie) - Dordrecht 48 PvA Basiseisen veilige sport, Ondersteuning basiseisen (sociaal veilige sport) - Clubbase en Sociaal veilige sport (Basiseisen) Clubbase 49 Hieronder vallen: zwembadhuur, subsidie sportaccommodaties/kleedlokalen/professional, bijdrage verenigingshallen, beleidsnota garantstelling en leningen, bijdrage topsportevenementen, topsportprestatieprijs, bijdrage energie Dordt/sponsoring FC Dordrecht, verhuur door sportaccommodaties (velden, hallen, zalen), sportstimuleringsactiviteiten Dordt Sportcoaches, schoolsport, sport promotieactiviteiten. 50 In het ambtelijk wederhoor is door de gemeente aangegeven dat punt 3 wegens voortschrijdend inzicht een advies wordt in plaats van een harde eis. 45

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

39

Vanuit de gemeente wordt ondersteuning geboden bij het voldoen aan deze basiseisen en er wordt samengewerkt met relevante (overkoepelende) partijen. Uit de Verenigingsmonitor die de gemeente elk jaar uitvoert, blijkt dat veel verenigingen al in meer of mindere mate bezig zijn met aspecten die te maken hebben met een sociaal veilige sportomgeving 51. In de gesprekken die in het kader van dit onderzoek hebben plaatsgevonden is niet gesproken over deze eis maar wel in zijn algemeenheid dat vereisten zoals deze, of bijvoorbeeld de voorwaarden die aan subsidies hangen, een breekijzer kunnen zijn voor het bewerkstelligen van verandering binnen de eigen vereniging. Kijkend naar de eisen, maar ook kijkend naar het ondersteuningsaanbod vanuit de gemeente, zal het voor een deel van de partijen die aan deze eisen moeten voldoen veel gevraagd zijn maar voor een ander deel van de partijen zal het prima implementeerbaar en haalbaar zijn.

51

PvA Basiseisen veilige sport.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

40

4. Meetbaarheid In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord: 2. Wat wordt er gemeten of gaat er gemeten worden om inzicht te krijgen in de realisatie van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten? a. Hoe wordt dat gemeten? b. Wanneer wordt dat gemeten? c. Bij wie of waar wordt dat gemeten?

Kernbevindingen “Meetbaarheid” Er is geen duidelijk overzicht welke activiteiten en instrumenten specifiek horen bij welke (tussen)doelen en beleidsuitgangspunten. Hierdoor is het moeilijk om vast te stellen of de sportvisie voldoende meetbaar gemaakt is en of de gekozen uitkomstmaten passend zijn. De tussendoelen zijn wel zeer concreet en daarmee in de meeste gevallen meetbaar evenals de ambitie en het overkoepelende doel. Kanttekening hierbij is wel dat het onderzoek waar de ambitie op gebaseerd is geen standaard terugkerend onderzoek is en de NOC*NSF meting voor de 80% overkoepelende doelstelling alleen gericht is op sporten en niet op sportief bewegen terwijl dit laatste wel valt onder die 80%. Voor de tussendoelen kan nog beter inzichtelijk gemaakt en afgebakend worden wat wanneer bij wie gemeten wordt, ondanks dat de gemeente hierbij al goed op weg is. 4.1 Onvoldoende duidelijkheid samenhang Onvoldoende duidelijkheid samenhang heeft invloed op meetbaarheid doelen sportvisie. In de sportvisie is aangegeven dat er een operationalisatie is gemaakt om de visie en de beleidsuitgangspunten te vertalen naar een gerichte aanpak. Hierbij is gekozen voor de twee programmalijnen met daarbinnen zeven (strategische) ambities. Deze zijn in hoofdstuk 3 al geïntroduceerd en beschreven.

Voor elke strategische ambitie is een beschrijving van de ambitie uitgewerkt 52 met bijbehorende doelen, tussendoelen en activiteiten. Hierbij gaat het zowel om activiteiten die voortgezet worden vanuit eerder beleid als om nieuw in te zetten activiteiten. Daarnaast zijn er nog verschillende instrumenten die ingezet worden ten behoeve van beide programmalijnen. Deze activiteiten en instrumenten worden beschreven in hoofdstuk 5. Als we kijken naar de samenhang tussen de overkoepelende doelen, beleidsuitgangspunten, doelen, tussendoelen, activiteiten en instrumenten, dan is het niet voldoende duidelijk hoe deze met elkaar

52

De uitgewerkte beschrijving van de ambities is te vinden in bijlage 2.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

41

samenhangen. In de sportvisie zelf is er ook geen duidelijk overzicht opgenomen van wat nou bij wat hoort en wat naar verwachting waar invloed op heeft. Dat is een van de redenen waardoor het ook moeilijk zal zijn om een causaal verband53 aan te tonen tussen de activiteiten en instrumenten die ingezet worden om de ambitie en diverse doelen van de sportvisie te halen. Het gebrek aan samenhang heeft ook invloed op de meetbaarheid van de diverse doelen. Voor het beantwoorden van de vragen in dit hoofdstuk is het daarom belangrijk te weten dat we om deze reden, het gebrek aan samenhang en de gevolgen daarvan, vooral focussen op de ambitie (top 10), het overkoepelende doel (80%) en de tussendoelen die meer concreet en daardoor meer meetbaar zijn. 4.2 Tot op zekere hoogte inzicht in hoe, wanneer, bij wie en waar gemeten wordt Ambitie - top 10 sportiefste gemeenten De meting van de ambitie om tot de top 10 sportiefste gemeenten van Nederland te behoren wordt gemeten aan de hand van de meting die door Atlas Research is gedaan in het kader van de gemeentelijke sportindex54. Deze sportindex is in samenwerking met de Academie Sport en Bewegen van de HAN University of Applied Sciences ontwikkeld.

Deze index gaat ervan uit dat sport een fysieke activiteit is en heeft twee pijlers: sportaanbod (zowel gericht op aanwezigheid van sportaccommodaties als de kwaliteit van de openbare ruimte) en sportdeelname. Binnen de pijlers wordt onderscheid gemaakt tussen georganiseerde sport en ongeorganiseerde sport. Daardoor bestaat de sportindex in totaal uit vier onderdelen die uiteindelijk tot de totaalscore leiden: 1. Het aanbod van georganiseerde sport (verenigingen) 2. Het aanbod van ongeorganiseerde sport (individueel) 3. Deelname aan georganiseerde sport 4. Deelname aan ongeorganiseerde sport Om deze vier onderdelen in kaart te brengen en te komen tot de scores voor de top 50 zijn per onderdeel indicatoren vastgesteld en is data van gerenommeerde bronnen gebruikt, zoals Mulier Instituut, NOC*NSF, AccommodatieMonitor Sport, CBS, Kadaster, Atletiekunie, Nederlandse Toer Fiets Unie, Gezondheidsmonitor (van de GGD’s, het CBS en het RIVM), Basisregistratie Adressen en Gebouwen, UWV, VNG, et cetera. Een uitgebreide toelichting op de opbouw en inrichting van de sportindex is

Met een causaal verband wordt bedoeld dat er een oorzakelijk verband is tussen de inzet van een instrument en/of activiteit of een combinatie van meerdere instrumenten en/of activiteiten en de gemeten uitkomsten. Heeft de inzet van het instrument en/of de activiteit (direct of indirect) geleid tot de uitkomst? 54 Atlas voor gemeenten 2020 - Sport - Atlas Research 53

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

42

opgenomen in de Atlas zelf. Door het gebruik van deze gerenommeerde bronnen kan deze meting als betrouwbaar worden gezien. De Atlas voor gemeenten - Sport is geen periodieke uitgave. Dit betekent dat deze meting niet elke xjaar herhaald wordt en dat je de voortgang van de gemeente Dordrecht op de ranglijst aan de hand daarvan dus niet kunt volgen. Een deel van de data die voor deze uitgave is gebruikt, is openbare data, een ander deel van de data niet. Onderzoeksbureau Atlas biedt wel de mogelijkheid om op verzoek en in afstemming met elkaar over wat precies nodig is, de meting te herhalen. Overkoepelend doel - 80% Het overkoepelende doel “In 2030 sport of sportief beweegt 80% van de inwoners van de gemeente Dordrecht één keer per week of vaker” wordt gemeten aan de hand van de lokale NOC*NSF Sportdeelname Index55 voor de gemeente Dordrecht. De index meet via een vragenlijst het sport- en beweeggedrag van de Dordtenaren voor een specifieke maand in het jaar. De meting uit april 2022 die gebruikt is als input voor de sportvisie is ingevuld door een representatieve groep van 1.185 inwoners van de gemeente, die op diverse manieren online benaderd zijn. De laatste meting uit april 2024, die voor eerste tussenresultaten wordt gebruikt, is online ingevuld door een representatieve groep van 1.304 inwoners van de gemeente.

De vragen die de inwoners voorgelegd kregen, gingen over de sportdeelname van de respondent in een specifieke maand. Er werd onder andere gevraagd naar hoeveel de respondent heeft gesport in die maand, maar ook naar welke sporten de respondent beoefend heeft. De NOC*NSF Lokale Sportdeelname Index wordt door het sportveld als een betrouwbare en degelijke meting gezien, die goed repliceerbaar is over de tijd en in samenwerking met NOC*NSF ingezet kan worden door de gemeente wanneer dit nodig wordt geacht. Het inzetten van deze meting bij de inwoners van Dordrecht om in 2030 te bepalen of het overkoepelende doel gehaald wordt, lijkt daarom passend en haalbaar. Wat echter niet gemeten wordt met de sportindex op dit moment is het “sportief bewegen” dat ook onderdeel is van de 80% die de gemeente wil bereiken.

55

Lokale sportdeelname Index - NOC*NSF

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

43

Tussendoelen Om inzichtelijk te maken hoe, wanneer, bij wie en waar de tussendoelen gemeten worden, is team Sport van de gemeente gevraagd om per tussendoel, in een tabel, aan te geven hoe dat doel wordt gemeten, wanneer dat doel wordt gemeten 56 en bij wie/en of waar dat gemeten wordt. Voor de volledige respons van de gemeente zie bijlage 4. Hoe worden de tussendoelen gemeten? Uit het antwoord van de gemeente blijkt dat de 29 tussendoelen op verschillende manieren worden gemeten. Een deel wordt met een meetinstrument gemeten, zoals de landelijke en Lokale Sportdeelname Index van NOC*NSF57, de MQ-scan58, de KISS-rapportage59 of de Verenigingsmonitor60. Dit geldt met name voor tussendoelstellingen die zich baseren op een cijfer of een percentage, zoals “In 2026 beoordelen de binnensporters en bezoekers de accommodaties met een 8 of hoger”, “in 2026 scoort minimaal 80% van de kinderen in het basisonderwijs gemiddeld of goed op motoriek” en “In 2026 is de sportdeelname onder jongeren (13-18 jaar) gestegen naar 80% of hoger”. Een ander deel van de tussendoelen wordt met name inzichtelijk gemaakt op basis van overleggen en input van bepaalde specifieke partijen, o.a. programmalijnoverleggen, overleggen binnen team Sport, overleggen met team Sportaccommodaties, input van de urban sportregisseur en input van SportMee.

Ook worden eigen gemaakte overzichten, het dashboard Sportaccommodaties en VHP-hallen en data uit specifieke interventies, zoals de Life Goals Monitoring app, gebruikt. Naast de al bestaande manieren van meten geeft de gemeente aan dat er ook nog een aantal manieren van meten in ontwikkeling zijn, bijvoorbeeld voor het differentiëren in de beoordeling van de binnensportaccommodaties/buitensportaccommodaties/sportieve

buitenruimte,

het

meten

van

sportplezier van de jeugd en het in beeld brengen van inzet op sociaal veilige sport. Het ontwikkelen van deze meetinstrumenten doen zij, afhankelijk van het meetinstrument, o.a. samen met het Onderzoekscentrum Drechtsteden, NOC*NSF en de gemeente Amsterdam. De manieren van meten die worden ingezet lijken in een deel van de gevallen passend en in een deel van de gevallen minder passend en/of niet duidelijk wegens ontbrekende informatie over hoe gemeten wordt. De inzet van de Lokale NOC*NSF Sportdeelname Index, de MQ-scan, KISS-rapportage en de

Hierbij hebben we gevraagd indien er meerdere metingen gepland zijn alle al geplande metingen op te nemen in de tabel. Lokale sportdeelname Index - NOC*NSF 58 Wat is MQ Scan? - MQ Scan 59 NOC*NSF verzamelt elk jaar de ledencijfers van 77 aangesloten sportbonden en maakt aan de hand daarvan op gemeenteniveau zichtbaar welke sporten er worden beoefend. De rapportage geeft inzicht in de trends en ontwikkelingen in de ledenaantallen van de sportverenigingen in de gemeente. KISS rapportage: inzicht in lidmaatschapscijfers voor gemeenten NOCNSF 60 Verenigingsmonitor | Mulier Instituut 56 57

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

44

Verenigingsmonitor zijn grotendeels passend voor de tussendoelen die ze beogen te meten. Waarbij dus de

kanttekening

gemaakt

moet

worden

dat

voor

sommige

tussendoelen

aanvullende

en/of

gedifferentieerde instrumenten als aanvulling worden ontwikkeld. We zien echter ook op basis van de door de gemeente ingevulde tabel dat er bijvoorbeeld veel in overleggen gemeten wordt. Het is alleen niet duidelijk hoe wordt vastgelegd wat in die overleggen ‘gemeten’ wordt. Voorbeelden hiervan zijn de tussendoelen “In 2026 worden per sportpark overdag tenminste twee nieuwe activiteiten t.o.v. 2023 georganiseerd” en “In 2026 is op tenminste vijf nieuwe plekken in de stad de openbare ruimte sportief ingericht t.o.v. 2022”. Bestaat hier bijvoorbeeld een document voor wat om de zoveel tijd wordt bijgewerkt en waaruit de voortgang duidelijk blijkt? Een ander voorbeeld is het inzichtelijk maken van het aantal kwetsbare inwoners dat via begeleiding op maat structureel is gaan sporten of bewegen. Er wordt aangegeven dat het gemonitord wordt via de interventies61, maar hierbij wordt niet aangegeven hoe dat wordt gedaan. Worden er cijfers opgevraagd bij het Zorgloket? Worden er vragenlijsten ingezet? Welke data komt er uit de Life Goals monitoring app? Wanneer worden de tussendoelen gemeten? De gemeente heeft voor 19 van de 29 tussendoelen meetmomenten aangegeven.

Afhankelijk van welk tussendoel gemeten wordt, gaat het om metingen met een bepaald interval (jaarlijks of twee keer per jaar), specifieke momenten in het jaar (begin 2024, april en november 2024, november 2024, 2025), tijdens een activiteit of evenement en doorlopende metingen. Voor de tien tussendoelen waar geen meetmomenten voor aangegeven worden, is dat in sommige gevallen logisch, bijvoorbeeld bij de tussendoelen “In 2025 ligt er een toekomstvisie Sportboulevard na 2030” en “In 2026 staat er een (lokaal) netwerk dat zich inzet voor de zichtbaarheid en maatschappelijke waarde van topsport”. In 2025/2026 stel je voor deze tussendoelen vast of ze zijn behaald of niet. Al is het natuurlijk voor beide doelen wel mogelijk om tussentijds op voortgang te monitoren en dit ergens vast te leggen. Echter, voor een tussendoel zoals “In 2026 zijn minimaal 400 kwetsbare inwoners via begeleiding op maat structureel gaan sporten of bewegen”, is de verwachting dat meetmomenten zijn vastgelegd op basis van de meetinstrumenten die de gemeente hiervoor ingezet. Bij wie en/of waar worden de tussendoelen gemeten? In het door de gemeente geleverde overzicht wordt aangegeven dat er bij een zeer diverse groep mensen gemeten wordt of de tussendoelen behaald worden.

Voorbeelden hiervan zijn de sportregisseurs, buurtsportcoaches, sportaanbieders, jongeren die meedoen aan urban sport, deelnemende scholen in verschillende wijken in Dordrecht, sportverenigingen, VHP- stichtingen en mensen die meedoen aan

De gemeente geeft aan dat het om de volgende interventies gaat: SportMee, Life Goals monitoring app, Kwartiermaker DeetosSnel/Beweeghub, Zorgloket, Districtsport, FC Straat. Niet van alle interventies is bij ons bekend wat ze inhouden. 61

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

45

Dordt Sport evenementen. Ook wordt er informatie verzameld uit bijvoorbeeld het dashboard sportaccommodaties. Opvallend bij het antwoord van de gemeente op deze vraag is dat niet altijd voldoende duidelijk is aangegeven bij wie de metingen worden uitgevoerd of dat de vraag niet altijd juist lijkt te zijn beantwoord62. Je verwacht bijvoorbeeld dat de NOC*NSF Lokale Sportdeelname Index bij een representatieve groep inwoners van Dordrecht wordt afgenomen. Dit is echter niet opgenomen in het overzicht. Een ander voorbeeld is het tussendoel “In 2026 zijn minimaal 400 kwetsbare inwoners via begeleiding op maat structureel gaan sporten of bewegen”. Hierbij is in zijn geheel niet duidelijk bij wie en/of waar dit wordt gemeten 63. En, bij het tussendoel “Uiterlijk eind 2024 voldoen Dordtse sportaanbieders aan de basiseisen sociaal veilige sport” is wel een opmerking opgenomen over het belang van het meten van de naleving van dit doel, maar niet aangegeven bij wie en/of waar dat gemeten gaat worden.

In het ambtelijk wederhoor is door de gemeente aangegeven dat door wisselingen en ziekte binnen team sport de vragen niet altijd correct zijn beantwoord 63 In het ambtelijk wederhoor is door de gemeente aangegeven dat dit niet centraal gemeten wordt maar er wel een monitor via sportMEE is. Er is geen verdere informatie over deze monitor verstrekt, dus de analyse is daardoor niet gewijzigd. 62

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

46

5. Effectiviteit In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord: 3. Waarop is de keuze voor de set van in te zetten instrumenten en activiteiten gebaseerd? Op effectiviteit uit het verleden in de eigen gemeente? Of op effectiviteit elders? a. Zijn dit de instrumenten en activiteiten om 80% van de Dordtenaren in 2030 aan het sporten of sportief bewegen te krijgen? Indien niet, wat mist er? b. Zijn dit de instrumenten en activiteiten om als Dordrecht in 2030 in de top 10 meest sportieve gemeenten van Nederland te staan? Indien niet, wat mist er? c. Welke instrumenten en activiteiten leveren naar verwachting een groot effect ( “grote klappers”) of een makkelijk en snel effect (“laaghangend fruit”) op? 4. Zijn er al eerste resultaten zichtbaar van de ingezette instrumenten en activiteiten? 5. Waar zitten belemmeringen bij het inzetten van de instrumenten en de activiteiten en hoe worden die weggenomen? a. Is er actie op andere beleidsterreinen nodig?

Kernbevindingen “Effectiviteit” Het is slechts ten dele te zeggen of de juiste instrumenten en activiteiten zijn gekozen voor het behalen van de doelen. De instrumenten dragen, afhankelijk van het instrument, niet, indirect of direct bij. Voor de activiteiten kan dit ook slechts ten dele in kaart worden gebracht omdat er een integraal uitvoeringsplan ontbreekt en het van de wel bekende activiteiten niet duidelijk is op welke (tussen)doelen de activiteiten betrekking hebben. Dit zorgt er ook voor dat de gemeente niet voldoende inzichtelijk heeft welke knelpunten er zijn bij het inzetten van instrumenten en activiteiten en hoe deze weg te nemen. Van een aantal individuele activiteiten is wel bekend dat het erkende interventies zijn en dat je daarom mag verwachten dat ze bij zullen dragen aan het behalen van de gestelde doelen. Uit de tussendoelen waarvoor al metingen hebben plaatsgevonden komen hoopvolle resultaten naar voren, bijvoorbeeld een gestegen sportdeelname (van 67% naar 70%). Er kan echter niet met zekerheid gezegd worden dat deze stijging door de inzet/uitvoer van de sportvisie komt. Kijkend naar de beleidsuitgangspunten dan is op het gebied van het toegankelijk maken van sport voor mensen met een beperking nog veel te doen.

Bijvoorbeeld, de inzet op sporten in de regio, omdat lokaal aanbod niet of minder makkelijk te realiseren is, past niet goed bij de behoeften en mogelijkheden van mensen met een beperking. Daarnaast is het zo dat de sportvisie sterk afhankelijk is van inzet van en mogelijkheden bij andere beleidsterreinen, met name bij Programmalijn 1 omdat daar vaak de regie buiten team sport ligt in tegenstelling tot bij Programmalijn 2. Dit biedt kansen, maar ook veel uitdagingen voor de gemeente.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

47

5.1 Instrumenten dragen in wisselende mate bij Instrumenten dragen in wisselende mate bij aan het behalen van de top 10/80% Beschikbare instrumenten en verantwoording van de keuze voor deze instrumenten. In de sportvisie zijn een aantal verschillende instrumenten opgenomen.64 Met ‘instrumenten’ worden beleidsinstrumenten bedoeld: middelen die een gemeente kan inzetten om bepaalde beleidsvoornemens te realiseren. De keuze voor type instrumenten is gebaseerd op 1) de mogelijkheden die de gemeente heeft om het vastgestelde beleid te faciliteren vanuit (landelijke) wet- en regelgeving (o.a. subsidieverordeningen65) en 2) en/of op basis van de opgave(n) die in de sportvisie zijn opgenomen. De gemeente zet vanuit deze sportvisie vier typen beleidsinstrumenten in, te weten: 1. Afwegingskaders sportareaal Een afwegingskader maakt inzichtelijk, op basis van bepaalde criteria, of de gemeente middelen beschikbaar stelt voor uitbreiding, onderhoud en/of renovatie aan sportareaal. Er zijn afwegingskaders opgesteld voor capaciteit buitensport66, renovatie buitensport (MJOP) 67, tennis- en padelsport68 en verenigingshallen69. Onderbouwing keuze voor dit instrument De keuze om afwegingskaders op te nemen in de sportvisie komt voort uit het feit dat er ‘meer ambities zijn dan middelen’70.

Daarom moet de gemeente prioriteren en duidelijkheid verschaffen aan sportverenigingen wanneer zij wel of niet financiële middelen beschikbaar stellen. Dat er behoefte was aan dit instrument werd bevestigd tijdens een van de werksessies. De respondenten gaven aan dat sportverenigingen van sportaccommodaties het, voordat deze sportvisie vastgesteld werd, vaak onduidelijk vonden wanneer de gemeente financiële middelen beschikbaar stelde voor een binnen- en/of buitensportaccommodatie.

Sportvisie 2030 - p.35 Subsidierecht | VNG 66 Sportvisie 2030 - p.36 67 Sportvisie 2030 - p.38 68 Sportvisie 2030 - p.38 69 Sportvisie 2030 - p.40 70 Sportvisie 2030 - p.36 64 65

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

48

2. Regelingen in de vorm van subsidies, bijdragen of personele inzet Regelingen betreffen zowel gemeentelijke regelingen als rijksregelingen en hebben zowel betrekking op regelingen renovatie en/of nieuwbouw sportaccommodaties71, overige regelingen sportaccommodaties 72 en regelingen sterke sportverenigingen en sportparticipatie 73. Regelingen renovatie en/of nieuwbouw sportaccommodaties De

gemeente

kent

gemeentelijke

sportaccommodaties:

een

(subsidieplafond

€

van

regelingen

subsidieregeling

1.500.000

t/m

ten

aanzien

‘renovatie

kalenderjaar

of

2026,

van

renovatie

en

nieuwbouw

nieuwbouw

sportaccommodaties’

waarbij

aanvraag

per

maximaal

€ 250.000 wordt verleend) en ‘garantstellingen en leningen’. De subsidieregeling ‘renovatie of nieuwbouw sportaccommodaties’ vergoedt een derde van het resterende bedrag, nadat de BOSAsubsidie is aangevraagd. De BOSA-subsidie is een rijksregeling die 20% of 30% vergoedt van de totale investering ten behoeve van instandhouding van sportaccommodaties en/of de aanschaf van sportmaterialen. De resterende twee derde van het totale bedrag dient de vereniging uit eigen middelen te vergoeden. Mochten eigen middelen niet toereikend zijn, kan men aanspraak maken op de regeling ‘garantstellingen en leningen’. Ook bij het aanvragen van een garantstelling of lening geldt een plafond van € 250.000 met een aflossingstermijn van tien jaar. Overige regelingen sportaccommodaties De ‘overige regelingen sportaccommodaties’ die de gemeente kent, zijn bedoeld voor onderhoud, beheer en exploitatie van gemeentelijke sportaccommodaties waar een derde (stichting) het onderhoud, beheer en de exploitatie op zich neemt. Dit betreft gemeentelijke bijdragen voor beheer, onderhoud en exploitatie van verenigingshallen en zwembaden. Voor verenigingen/instellingen die gebruikmaken van een zwembad, kan maximaal 37% van de totale zwembadhuur aan subsidie worden aangevraagd.

Sportvisie 2030 - p.42 Sportvisie 2030 - p.44 73 Sportvisie 2030 - p.46 71 72

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

49

Regelingen sterke sportverenigingen en sportparticipatie Tot slot heeft de gemeente de gemeentelijke regeling ‘subsidieregeling professionele kracht 74’ beschikbaar gesteld voor sportverenigingen en neemt de gemeente deel aan de rijksregeling ‘Brede Regeling Combinatiefuncties’. De ‘subsidieregeling professionele kracht’ (2023-2026) is bedoeld voor sportverenigingen en dient ter ondersteuning, met de inzet van een professional, om het vrijwillig kader te ondersteunen, begeleiden en waar mogelijk op te leiden. Tijdens de kalenderjaren 2024 en 2025 kunnen maximaal 5 initiatieven een subsidie toegekend krijgen van maximaal 24.999,80 euro per kalenderjaar per initiatief 75. Na een zeer succesvolle eerste tranche wordt de subsidieregeling op een aantal kleine punten aangepast en vervolgens voortgezet in 2026 en 2027 (2e tranche). Tot nog toe zijn er in de eerste tranche acht verenigingen ondersteund. Om gebruik te kunnen maken van de ‘Brede Regeling Combinatiefuncties’, is lokale cofinanciering vereist. Deze cofinanciering kan zowel afkomstig zijn van de gemeente als van (maatschappelijke) partners (onderwijs, welzijn, zorg, et cetera). Een groot deel van team Sport, bestaande uit (buurt)sportcoaches en sportregisseurs, wordt vanuit de ‘Brede Regeling Combinatiefuncties’ gefinancierd.

Onderbouwing keuze instrument Met het verlenen van subsidies wil een gemeente bepaald gedrag of bepaalde activiteiten stimuleren. Het is daarom een logische keuze dat de gemeente in deze sportvisie regelingen (subsidies) beschikbaar stelt voor sportverenigingen om hun accommodatie verder te ontwikkelen. Dit geeft aan dat de gemeente het belang van toekomstbestendige sportaccommodaties inziet en, zonder subsidies, de kosten voor sportverenigingen niet te dragen zijn. De subsidie wordt verleend aan sportverenigingen wanneer zij, volgens de criteria van de afwegingskaders, hier recht op hebben en hiertoe een aanvraag indienen. Wel is er een subsidieplafond van € 1.500.000 t/m kalenderjaar 2026, waarbij per aanvraag maximaal € 250.000 wordt toegekend. Indien voor alle aanvragen het maximale bedrag wordt aangevraagd, kunnen er tot en met 2026 maximaal zes aanvragen goedgekeurd worden. Het instrument ‘regelingen’, in de vorm van subsidies voor sportaccommodaties, heeft dus een duidelijke relatie met het instrument 'afwegingskaders', wat zorgt voor duidelijkheid en transparantie voor sportverenigingen. Daarnaast kunnen vitale sportverenigingen - met voldoende, kundige vrijwilligers - ook veel betekenen voor verschillende doelgroepen in het creëren van passend aanbod. Om deze vitale sportverenigingen te

In de sportvisie wordt deze subsidieregeling nog “Subsidieregeling professionaliseren” genoemd. De naam is later gewijzigd. Oorspronkelijk was het volgende in de sportvisie opgenomen: “We gaan de subsidie eerst voor twee sportseizoenen uitzetten. Er kunnen in 2023/2024 en 2024/2025 vijf initiatieven gesubsidieerd worden. ….. Dit betekent een gemeentelijke bijdrage van 12.000 euro per jaar” 74 75

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

50

realiseren, heeft de gemeente de ‘subsidieregeling professionele kracht’ in het leven geroepen. Ook het ‘meedoen’ aan de rijksregeling ‘Brede Regeling Combinatiefuncties’, net als nagenoeg elke Nederlandse gemeente (99%) dat doet, onderschrijft het belang wat de gemeente hecht aan sport en de samenwerking met de sportverenigingen. De gemeente maakt bij het inzetten van de gelden uit de BRC regeling de bewuste keuze om zowel buurtsportcoaches als sportregisseurs in te zetten. Door de keuze om ook sportregisseurs in te zetten, die voornamelijk in contact staan met de sportverenigingen, worden de sportverenigingen als belangrijke partner gezien. 3. Investeringsbudgetten voor vitale sportaccommodaties De gemeente kent zowel ‘ontwikkelbudget vitale sportparken’ als ‘investering sportveldverlichting (gemeentelijke sportveldverlichting)’.76 Een sportvereniging kan een subsidie aanvragen voor renovatie en/of

uitbreiding

van

een

sportaccommodatie

(zie

‘Regelingen

renovatie

en/of

nieuwbouw

sportaccommodaties’). Indien het de ontwikkeling van een sportpark betreft (waar meerdere sportverenigingen gevestigd zijn), heeft de gemeente investeringsbudget gereserveerd onder de noemer ‘ontwikkelbudget vitale sportparken’. Hiermee kunnen sportparken ‘vitaler’ worden en daarmee ‘aantrekkelijker’ worden voor inwoners om te sporten en/of bewegen. Tot slot is er investeringsbudget gereserveerd voor ‘investering sportveldverlichting (gemeentelijke sportveldverlichting). In 2023 en 2024 wordt conventionele sportveldverlichting (indien gemeentelijk eigendom) vervangen door duurzamere sportveldverlichting. Onderbouwing keuze instrument Uit de Verenigingsmonitor over het jaar 2022, uitgevoerd door het Mulier Instituut, blijkt dat 42% van de verenigingen aangeeft dat hun accommodatie ‘helemaal niet’ of ‘enigszins’ in goede staat verkeerd 77. Daarnaast geeft 44% van de verenigingen aan dat men ‘helemaal niet’ of ‘enigszins’ ‘met (het aantal beschikbare uren in) de huidige accommodatie op de huidige locatie nog jaren vooruit kan'. Tot slot is in de sportvisie opgenomen dat veel sportaccommodaties verouderd zijn en dat investeren nodig is. Dit gaat enerzijds om renovatie en anderzijds om het verduurzamen van sportaccommodaties. 4. Tarieven Het tarievenbeleid, dat al gehanteerd werd voordat de nieuwe sportvisie 2030 werd opgesteld, is verouderd.

Drijver en Partners heeft in opdracht van de gemeente een onderzoek gedaan naar modernisering van het tarievenbeleid 78. Dit betreft zowel tarievenbeleid voor binnen- als buitensport.

Sportvisie 2030 - p.47 Vitaliteit sportverenigingen Dordrecht 2022 - uitkomsten verenigingsmonitor Mulier Instituut 78 Onderzoek tarieven sportaccommodaties 76 77

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

51

Binnensport Ten opzichte van andere grotere gemeenten en regiogemeenten is het sporthaltarief in de Dordrecht (erg) laag: € 49,70 per uur tot zes maanden huur. Indien een vereniging langer dan zes maanden huurt, ontvangen zij een korting. Drijver en Partners adviseert om dit verlaagde tarief gefaseerd af te bouwen en een uurtarief van € 49,70 te hanteren, ongeacht de lengte van de huurovereenkomst. Voor grotere sporthallen kan een hoger uurtarief worden toegepast, gezien een grotere sporthal in meer sportruimte voorziet en een grotere oppervlakte een hogere kostprijs heeft. Buitensport Voor de huur van buitensportvelden wordt geadviseerd om (middels een pilot) een vast seizoenstarief te hanteren voor wedstrijddagen en trainingsgebruik op uurbasis. In het verouderde tarievenbeleid hanteert de gemeente een vast tarief voor hockeyvelden (€ 8.491). Gezien er bij hockey meerdere typen velden bestaan, wordt geadviseerd om per type veld een ander tarief te rekenen. Onderbouwing keuze instrument In de sportvisie is beschreven dat de tarieven verouderd zijn. Uit de Verenigingsmonitor over 2022 blijkt dat 40% van de verenigingen het ‘helemaal niet’ of ‘enigszins’ eens is met de stelling ‘Zaken als financiering, huur, onderhoud, beheer, exploitatie en privatisering van de accommodatie verlopen naar wens en zijn helder’79.

Oftewel: door verouderd tarievenbeleid en op aangeven van de sportverenigingen dat zaken met betrekking tot huur niet naar wens of helder zijn, gaat de gemeente (specifiek de afdeling sportaccommodaties) aan de slag met het moderniseren van dit tarievenbeleid. Verwachte bijdrage aan het behalen van de top 10/80% Hier bespreken we per instrument wat de verwachte bijdrage aan het behalen van de top 10/80% is. 1. Afwegingskaders voor wat betreft sportareaal Afwegingskaders zijn opgesteld om enerzijds duidelijkheid te verschaffen aan sportverenigingen of renovatie of uitbreiding van hun sportaccommodatie in aanmerking komt voor subsidie. Anderzijds zijn de afwegingskaders opgesteld aangezien ‘er meer ambities zijn dan middelen’ en de gemeente moet prioriteren. Een afwegingskader als losstaand instrument heeft geen invloed op de doelstellingen top 10/80%, maar dient enkel als instrument voor de gemeente om te prioriteren en duidelijkheid en transparantie te verschaffen aan sportverenigingen.

79

Vitaliteit sportverenigingen Dordrecht 2022 - uitkomsten verenigingsmonitor Mulier Instituut

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

52

2. Regelingen in de vorm van subsidies, bijdragen of personele inzet Dit instrument kent 1) regelingen renovatie en/of nieuwbouw sportaccommodaties, 2) overige regelingen sportaccommodaties en 3) regelingen sterke sportverenigingen en sportparticipatie. Regelingen renovatie en/of nieuwbouw sportaccommodaties Toekomstbestendige en toegankelijke sportaccommodaties zijn een randvoorwaarde om inwoners de mogelijkheid te bieden om te sporten en bewegen. Hierbij gaat het enerzijds om voldoende (veld- of zaal) capaciteit, maar ook om toegankelijkheid voor mensen met een beperking (denk aan rolstoellift). Een toekomstbestendige en toegankelijke sportaccommodatie betekent echter niet dat inwoners ook daadwerkelijk gebruikmaken van de faciliteiten en levert dus een indirecte bijdrage aan de doelstellingen. Wel bieden toekomstbestendige en toegankelijke sportaccommodaties mogelijkheden tot een verhoogde sport- en beweegparticipatie. Daarbij is het wel noodzakelijk dat er ook een passend sportaanbod en passende programmering op deze sportaccommodaties aanwezig is. Regelingen sterke sportverenigingen en sportparticipatie De regelingen (subsidies) die in het leven geroepen zijn voor het versterken van sportverenigingen en het verhogen van sportparticipatie, dragen potentieel zowel indirect als direct bij aan de doelstellingen.

Bij de regeling ‘sterke sportverenigingen’ is het enerzijds afhankelijk van wat er met de verleende subsidie gedaan wordt. Indien de subsidie enkel wordt ingezet om vrijwillig kader op te leiden, zal dit de vereniging versterken, maar zullen er niet direct meer mensen gaan sporten of bewegen. Wel kan dit ervoor zorgen dat (potentiële) leden zich langer welkom voelen en niet ‘via de achterdeur weer naar buiten gaan’. Dit wordt bevestigd door ervaringen van respondenten die gedeeld zijn tijdens een werkatelier. Of de subsidie ‘sterke sportverenigingen’ direct of indirect bijdraagt aan de doelstellingen, is dus afhankelijk van de context van de subsidieaanvraag. Indien de subsidie wordt ingezet om extra en passend sportaanbod te realiseren, kan dit wel direct bijdragen aan meer sport- en beweegparticipatie. Bijvoorbeeld, tijdens een van de werkateliers gaf een van de respondenten die gebruikmaakt van deze regeling aan dat onder aanvoering van een professional het ledenbestand met gemiddeld 30% is gegroeid en dat er verbindingen zijn gelegd met andere partners, zoals basisscholen, om te kijken waar ze elkaar kunnen versterken. Het is lastig te achterhalen of de inspanningen van deze professional direct ertoe hebben bijgedragen dat er een groei van het aantal leden gerealiseerd is of dat er andere factoren van invloed waren op deze toename.

Dat de professional invloed heeft gehad op deze ledengroei, is niet onwaarschijnlijk of onlogisch. Daarentegen kunnen werknemers van Team Sport uit de ‘Brede Regeling Combinatiefuncties’ een directe bijdrage leveren aan meer sport- en beweegparticipatie, afhankelijk van hun werkwijze. De medewerkers van Team Sport voeren het doelgroepenbeleid uit en proberen inwoners op allerlei manieren te motiveren om te gaan sporten en bewegen. Zo maken zij verbindingen in het brede Sociaal Domein (onderwijs, zorg, welzijn, et cetera), waardoor inwoners vanuit andere domeinen in aanraking

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

53

komen met sport en bewegen. Daarnaast kunnen medewerkers van Team Sport behoeften ophalen bij specifieke doelgroepen en hier passend sportaanbod voor realiseren. Afhankelijk van de rol van de medewerker van Team Sport, worden er ook verbindingen gemaakt tussen sport en andere beleidsterreinen (coördinerend). 3. Investeringsbudgetten voor vitale sportaccommodaties De gemeente kent zowel ‘ontwikkelbudget vitale sportparken’ als ‘investering sportveldverlichting (gemeentelijke sportveldverlichting)’. Beide investeringsbudgetten kunnen een indirecte bijdrage leveren aan de doelstellingen. Evenals bij beschikbare middelen voor renovatie of uitbreiding voor sportaccommodaties, levert het ontwikkelen van vitale sportparken niet direct een bijdrage aan (meer) sport- en beweegparticipatie. Wel kan een vitaal sportpark uitnodigender zijn voor inwoners om te gaan sporten en bewegen en is daarmee een belangrijke voorwaarde. Het reserveren van investeringsbudget voor het vervangen van conventionele sportveldverlichting naar een duurzamere sportveldverlichting, levert tevens een indirecte bijdrage aan de doelstellingen. Het vervangen van verlichting betekent enerzijds niet dat er méér verlichting komt en daarmee meer mogelijkheden om te sporten en bewegen, maar behoudt dezelfde capaciteit. Anderzijds levert duurzame(re)

verlichting

op

den

duur

kostenbesparing

op.

Deze

kostenbesparing

kan

een

sportvereniging eventueel doorrekenen in de contributiebijdrage en daarmee sport toegankelijker maken, bijvoorbeeld voor minima. Ook kan een vereniging extra materialen inkopen en/of (gratis) activiteiten organiseren om minima aansluiting te laten vinden bij sport en bewegen.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

54

4. Tarievenbeleid In de sportvisie staat opgenomen dat het huidige tarievenbeleid verouderd is en de tarieven gemoderniseerd moeten worden. Afhankelijk van de ‘nieuwe’ tarieven, kan het zijn dat een vereniging meer of minder huurkosten afdraagt aan de gemeente. In het geval van ‘minder afdragen’ kan een vereniging (net als bij vervangen conventionele sportveldverlichting naar een duurzamere variant) de besparing op huurkosten doorberekenen in de contributiebijdrage en daarmee sport meer toegankelijk maken, bijvoorbeeld voor minima. Het tarievenbeleid levert dus een indirecte bijdrage aan de doelstellingen, en een negatieve bijdrage indien huurtarieven zullen stijgen. Instrumenten met een ‘groot effect’ of met een ‘makkelijk en snel effect’ Het is lastig om van een instrument te zeggen of dit een ‘groot effect’ heeft of een ‘makkelijk en snel effect’, gezien deze begrippen lastig te definiëren zijn. Afwegingskaders hebben als effect dat het voor de gemeente en de sportverenigingen inzichtelijk is wanneer de gemeente investeert in sportaccommodaties. Echter, het is lastig om te bepalen of dit een ‘groot effect’ of ‘makkelijk en snel effect’ is, gezien een afwegingskader enkel een hulpmiddel is voor het aanbrengen van prioriteiten van de gemeente.

Dit geldt ook voor de ‘regeling renovatie en/of nieuwbouw sportaccommodaties’, ‘investeringsbudgetten voor vitale sportaccommodaties’ en ‘tarievenbeleid’: het investeren in sportaccommodaties zal geen ‘groot effect’ opleveren en geen ‘makkelijk en snel effect’. Het investeren in een sportaccommodatie levert niet direct een effect op, en daarmee een mogelijke bijdrage aan de doelstellingen. Ook voor de regeling ‘sterke sportverenigingen en sportparticipatie' is het lastig te bepalen of dit een ‘groot effect’ heeft of ‘een makkelijk en snel effect’. De combinatiefunctionarissen en Stichting MEE vallen onder dit instrument en boeken resultaten, maar of dit te duiden valt onder ‘groot effect’ of ‘makkelijk en snel effect’ blijft lastig. Door de inzet van een professional hebben een vereniging een ledengroei van 30% bereikt. Voor de vereniging heeft dit een ‘groot effect’, maar voor de gemeentelijke doelstellingen (80%) niet. Immers: de gemeente heeft ongeveer 122.000 inwoners. Een groei van 30% in ledenaantal, wat ongeveer neerkomt op enkele honderden leden, levert een minimale stijging op ten opzichte van alle inwoners in de gemeente om de doelstelling van 80% te behalen.

5.2 Beperkt inzicht in bijdrage ‘Activiteiten’ aan het behalen van de top 10/80 % Beschikbare activiteiten en verantwoording van de keuze voor deze activiteiten De definitie ‘activiteiten’ wordt specifiek in dit onderzoek gehanteerd en dient ter vervanging voor ‘hoe willen we dat bereiken?’. Deze ‘activiteiten’ staan onder elke strategische ambitie benoemd in hoofdstuk 5 van de sportvisie (‘we continueren’ en ‘aanvullend gaan we o.a.’).

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

55

Hoe willen we dat o.a. bereiken?80 We continueren: ●

de inzet van een urban sportregisseur en de programmering op de Cruyff Courts en Krajicek Playground;

●

de samenwerking met gebiedsontwikkeling Dordwijkzone en Spoorzone, het speelbeleid, mobiliteitsbeleid en de opgave Groenblauw.

Aanvullend gaan we o.a.: ●

een urban sport app (City Legends) starten om te communiceren met jongeren over de sportieve buitenruimte;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/950/documents/36780