Rapport DEF 2024 De lat ligt hoog.pdf
Tekst van het document
Colofon Rekenkamer Dordrecht: Steven Oostlander (voorzitter) Femke Sijbrandi Nihal Güdük Secretariaat Rekenkamer RKC Postbus 8, 3300 AA Dordrecht rekenkamercommissie@dordrecht.nl dordrecht.nl/rekenkamercommissie Social media X
@RKCDordrecht
@rkdord
https://www.linkedin.com/in/rekenkamer-dordrecht-b340081b6
Secretaris en bestuursassistent Mara Damen | Secretaris E-mail: m.damen@dordrecht.nl Sylvia Khadjé | Bestuursassistent E-mail: s.khadje@dordrecht.nl
Dit onderzoek is uitgevoerd door: BMC
Auteurs:
Hanneke Vervoort, Daniël Jellema en Marsha de Vries
Opdrachtgever:
Rekenkamer Dordrecht
Publicatiedatum:
10 december 2024
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
2
Inhoudsopgave Deel 1 ............................................................................................................... 5 Conclusies en aanbevelingen ............................................................................. 6 Reactie college............................................................................................... 12 Deel 2 ............................................................................................................. 15 1. Inleiding .................................................................................................... 16 1.1
Inleiding - sportbeleid in Nederland ......................................................... 16
1.2
Sportvisie in Dordrecht .......................................................................... 16
1.3
Aanleiding voor het onderzoek ................................................................ 17
1.4
Doelstelling en onderzoeksvragen ........................................................... 17
1.5
Scope .................................................................................................. 19
1.6
Onderzoeksaanpak ................................................................................ 19
1.7
Leeswijzer ............................................................................................ 20
2. Sportvisie Dordrecht .................................................................................. 22 2.1 Definitie sporten en sportief bewegen ......................................................... 22 2.2 De sportieve ambitie en de visie ................................................................. 22 2.3 De overkoepelende doelstelling en de beleidsuitgangspunten ......................... 23 2.4 Twee programmalijnen en strategische ambities sportvisie ............................ 24 2.5 Schematische weergave sportvisie .............................................................. 25 2.6 Van (strategische) ambities naar concrete doelen, uitvoering en monitoring .... 26 2.7 Gesignaleerde uitdagingen ......................................................................... 26 3. Haalbaarheid ............................................................................................. 27 Kernbevindingen “Haalbaarheid” ...................................................................... 27 3.1 Data- en onderzoeksgestuurde ontwikkeling van de sportvisie........................ 28 3.2 Doelstellingen en beleidsuitgangspunten beperkt SMART geformuleerd ........... 30 3.3 Integraal uitvoeringsplan/complete en overzichtelijke routekaart niet aanwezig 32 3.4 Meer ambities dan beschikbare financiële en personele middelen ....................
33 3.5 Sportpartners - participatie, communicatie en gevraagde inzet ....................... 36
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
3
4. Meetbaarheid.............................................................................................. 41 Kernbevindingen “Meetbaarheid” ...................................................................... 41 4.1 Onvoldoende duidelijkheid samenhang ........................................................ 41 4.2 Tot op zekere hoogte inzicht in hoe, wanneer, bij wie en waar gemeten wordt . 42 5. Effectiviteit ................................................................................................. 47 Kernbevindingen “Effectiviteit” ......................................................................... 47 5.1 Instrumenten dragen in wisselende mate bij ................................................ 48 5.2 Beperkt inzicht in bijdrage ‘Activiteiten’ aan het behalen van de top 10/80 % . 55 5.3 Eerste resultaten sportvisie zichtbaar .......................................................... 66 5.4 Belemmeringen aanwezig bij de inzet van instrumenten en activiteiten ........... 67 6. Informatievoorziening aan en rol van de Raad ........................................... 69 Kernbevindingen “Informatievoorziening aan en rol van de Raad” ........................ 69 6.1 Raad staat achter sportvisie en totstandkoming maar heeft ook zorgen ........... 69 6.2 Raad kan controlerende rol onvoldoende vervullen........................................ 71 7.
Beoordeling normenkader – ruimte voor verbetering .............................. 74
Bijlagen .......................................................................................................... 80 Bijlage 1 Geraadpleegde personen ................................................................. 81 Bijlage 2 Omschrijving zeven strategische ambities ....................................... 82 Bijlage 3 Doelen, tussendoelen en activiteiten ............................................... 85 Bijlage 4 Overzicht meetbaarheid en resultaten tussendoelen 2026 .............. 91 Bijlage 5 Overzicht afhankelijkheden activiteiten ........................................ 104
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
4
Deel 1 Conclusies en aanbevelingen en reactie college (bestuurlijke nota)
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
5
Conclusies en aanbevelingen
In de afgelopen periode hebben we gezien dat de gemeente mooie resultaten heeft gehaald op sportgebied, de gemeente is o.a. verkozen tot VSG sportgemeente van het jaar, heeft de Tour de France Femmes binnen de gemeentegrenzen mogen ontvangen en er zijn ook al data beschikbaar die laten zien dat de sportdeelname stijgende is. Dit onderzoek gaat echter niet alleen over de mooie resultaten, die zeker belangrijk zijn en genoemd moeten worden, maar gaat voornamelijk over de sportvisie als geheel en of we nu al zicht hebben op de haalbaarheid van de doelen, gegeven de visie en de bijbehorende plannen die er liggen. Als we met die bril ernaar kijken, dan zien we naast mooie resultaten, ook aandachtspunten. In deze conclusie bespreken we eerst de conclusie van de centrale vraag en daarna de conclusies van de deelonderdelen van dit onderzoek. De centrale vraag van dit onderzoek luidt als volgt: Zijn de geformuleerde doelen uit “Sportvisie 2030 - Niemand buitenspel in Dordrecht” haalbaar en welke maatregelen kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen?
Het kan niet gezegd worden of de gestelde doelen uit de sportvisie wel of niet haalbaar zijn op basis van de nu beschikbare informatie. Er zijn zowel aanwijzingen die laten zien dat de gemeente op de goede weg is als aanwijzingen die laten zien dat het behalen van de doelen nog een uitdaging gaat zijn. Door
het
ontbreken
van
een
integraal
uitvoeringsplan
is
er
te
weinig
inzicht
in
welke
activiteiten/interventies worden ingezet voor welke onderdelen van de sportvisie. Daarbij is het een bewuste keuze geweest om hoog in te zetten op top 10/80%, zowel vanuit de ambtelijke organisatie als vanuit de raad om het belang van inzetten op sport(deelname) te onderstrepen. Er zijn wel een aantal aanwijzingen die laten zien dat de gemeente mogelijk op de goede weg is, zoals onder andere de stijgende sportdeelname, de voorlopige resultaten van de professionaliseringsubsidie, het afronden van het vervangen van de LED-verlichting en de verkiezing tot VSG sportgemeente van het jaar. Maar er zijn ook aanwijzingen dat het behalen van de doelen nog een uitdaging gaat zijn, bijvoorbeeld door het niet hebben van voldoende financiële en personele middelen. Het belangrijkste dat nu gedaan kan worden om bij te dragen aan het halen van de doelen, is het opstellen van een integraal uitvoeringsplan, de zogenoemde routekaart, en dit uitvoeringsplan ook duidelijk te koppelen aan
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
6
specifieke doelen, tussendoelen, instrumenten en activiteiten en de daarvoor benodigde financiële en personele middelen. Het hebben van zo’n routekaart maakt beter inzichtelijk wat er gedaan moet worden om de doelen te behalen en wat daarvoor nodig is, zowel vanuit de gemeente als vanuit o.a. sportverenigingen. Ook maakt de routekaart het makkelijker om te monitoren waar je staat in het behalen van de doelen en waar eventueel bijgestuurd moet worden. Dit is zowel behulpzaam voor de ambtelijke organisatie en de uitvoerende partijen als voor de gemeenteraad om zijn controlerende rol goed te kunnen vervullen. Haalbaarheid Bewuste keuze voor ambitieuze doelstellingen en beleidsuitgangspunten 1. Zowel vanuit de ambtelijke organisatie als vanuit de raad wordt aangegeven dat door de lat hoog te leggen men wil stimuleren en inspireren om aan de slag te gaan met sport. De aandacht voor sport door middel van de sportvisie en de bijbehorende doelstellingen is belangrijk om vooruit te komen. Voor het opstellen van de sportvisie zijn duidelijke en kwalitatief goede bronnen gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn de NOC*NSF sportdeelname-index, de MQ-scan, de Verenigingsmonitor en zo verder. Ook is er veel onderzoek gedaan, al dan niet in opdracht van de gemeente, is er sprake geweest van een uitgebreid participatietraject en heeft men gekeken naar het sportbeleid van andere gemeenten.
De doelstellingen en beleidsuitgangspunten zijn slechts tot op zekere hoogte SMART geformuleerd. De ambitie (top 10) en overkoepelende doelstelling (80%) zijn vrij SMART te noemen. De beleidsdoelstellingen, doelen en tussendoelen daarentegen zijn veel minder SMART. Ze zijn minder of niet specifiek en in slechts een deel van de gevallen meetbaar (met name de tussendoelen zijn meetbaar). Doordat er problemen zijn met de specificiteit en meetbaarheid is het ook moeilijk te bepalen of ze acceptabel, aanwijsbaar en realistisch zijn. Door de specifieke jaartallen die genoemd worden, scoren ze op tijdgebonden beter, als zou ook dit specifieker kunnen.
Indien we in deze conclusies en aanbevelingen over doelstellingen en beleidsuitgangspunten spreken, bedoelen we de ambitie (top 10), de overkoepelende doelstelling (80%), de beleidsuitgangspunten, de doelstellingen per strategische ambitie en de tussendoelen per strategische ambitie. 1
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
7
Onbekende samenhang tussen doelstellingen en activiteiten en integraal uitvoeringsplan ontbreekt. Hoe de koppeling tussen de doelstellingen/beleidsuitgangspunten en de activiteiten en instrumenten die worden ingezet vanuit de sportvisie is, is onbekend. Het is niet duidelijk weergegeven welke activiteiten moeten bijdragen aan welke doelstellingen. Dit hangt ook samen met het gegeven dat er geen integraal uitvoeringsplan voor de sportvisie is. Er zijn veel losse documenten waarin onderdelen zijn beschreven die te maken hebben met de uitvoering, maar een goed overzicht ontbreekt. Onduidelijk of er voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn voor behalen doelen. Doordat er geen integraal uitvoeringsplan is, heeft de gemeente ook niet voldoende inzichtelijk wat er echt nodig is, zowel aan financiële als aan personele middelen, om de doelen te bereiken. Daarnaast staan de financiën voor deze sportvisie sowieso onder druk, in verband met het ravijnjaar 2026 en het gegeven dat het nog niet duidelijk is welk effect dat gaat hebben op de begroting voor de sportvisie. Er gaan veel dingen goed op het gebied van communicatie rondom de sportvisie, maar er is ook ruimte voor verbetering. De website is niet duidelijk genoeg en de ingezette communicatiemiddelen zijn niet altijd passend.
Er liggen op communicatiegebied kansen voor verenigingen en de gemeente om elkaar te versterken en een beter bereik te creëren, maar deze worden nog niet altijd gegrepen. Onduidelijk of het realistisch is wat van partners wordt gevraagd voor het behalen van de doelen. Door het ontbreken van een integraal uitvoeringsplan is het niet duidelijk of wat er van de partners op het gebied van de uitvoering van de sportvisie gevraagd wordt haalbaar is. Uit de gevoerde gesprekken is wel gebleken dat er bereidheid is onder partners om mee te werken aan het behalen van de doelen uit de sportvisie, maar dit wordt nog niet altijd voldoende gefaciliteerd door de gemeente. Meetbaarheid Ontbrekend uitvoeringsplan heeft impact op aantonen causaal verband bij meten doelen. Doordat er geen duidelijk overzicht is opgenomen in de sportvisie (welke activiteiten en instrumenten horen bij welke (tussen)doelen) zal het moeilijk zijn om een causaal verband aan te tonen tussen de activiteiten en instrumenten die nu ingezet worden om de ambitie en diverse doelen uit de sportvisie te halen.
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
8
De meetbaarheid van de doelen an sich is over het algemeen goed en het is duidelijk hoe deze gemeten worden. Wanneer en bij wie of waar gemeten wordt verdient in sommige gevallen nog aandacht, met name bij de ambitie en een aantal tussendoelen. De ambitie is meetbaar en bestaat uit een complexe verzameling van indicatoren. Het onderzoek waar deze ranking op gebaseerd is, is geen standaard terugkerend onderzoek. Wil men deze ranking opnieuw laten berekenen, dan moet daarvoor een verzoek gedaan worden bij het onderzoeksbureau dat deze meting heeft uitgevoerd. Het overkoepelende doel (80%) is grotendeels meetbaar op basis van de NOC*NSF sportdeelname-index. Kanttekening die hierbij gemaakt moet worden is dat deze index gericht is op sporten en niet op sportief bewegen. Het is onduidelijk hoe dat laatste gemeten wordt. Ook de tussendoelen zijn over het algemeen goed meetbaar gemaakt en het is meestal duidelijk welke instrumenten de gemeente inzet om ze te meten. Voor een deel zijn dat bestaande (betrouwbare) instrumenten, voor een deel moeten de instrumenten nog ontwikkeld worden en voor een deel zijn het minder duidelijke manieren van meten zoals “in overleggen”. Bij het grootste deel van de tussendoelen is duidelijk wanneer gemeten wordt en bij wie gemeten wordt. Al kan dat laatste in sommige gevallen wel duidelijker aangegeven en/of scherper afgebakend worden.
Effectiviteit Het is slechts ten dele te zeggen of de juiste instrumenten en activiteiten zijn gekozen voor het behalen van de doelen uit de visie. De instrumenten die worden ingezet dragen niet, indirect of direct bij aan het behalen van de doelen en van de activiteiten kan het slechts beperkt in kaart gebracht worden omdat er geen integraal uitvoeringsplan voor de sportvisie beschikbaar is. Door ontbreken van een integraal uitvoeringsplan is er geen overzicht van de activiteiten die worden ingezet en op welke (tussen)doelen deze activiteiten betrekking hebben. Er worden een aantal activiteiten ingezet die bewezen effectief zijn, zoals LifeGoals, Nijntje Beweegt en SportMEE, maar of dit voldoende is voor het behalen van de doelen uit de sportvisie is niet te bepalen. Sterke afhankelijkheid van andere beleidsterreinen, met name bij Programmalijn 1 omdat de regie op die onderdelen vaak buiten team sport ligt. Onderdelen van de sportvisie en de activiteiten die daaraan gekoppeld zijn, zijn sterk afhankelijk van de inzet van en mogelijkheden bij andere beleidsterreinen. Met name de activiteiten onder Programmalijn 1 over ‘hardware’ kennen meerdere belangen en zijn activiteiten van ‘de lange adem’ waarbij de regie vaak niet bij team sport ligt.
Dit gebrek aan, of de beperkte mate van invloed van team Sport, op deze andere beleidsterreinen heeft invloed op de haalbaarheid van de doelen die in de sportvisie zijn
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
9
opgenomen. Daarentegen biedt het ook kansen om Sport & Bewegen ‘in te bedden’ bij andere beleidsterreinen. Eerste hoopvolle resultaten zichtbaar op de gestelde doelen. Uit de tussendoelen waarvoor al metingen hebben plaatsgevonden zijn hoopvolle resultaten te zien. De sportdeelname is gestegen van 67% naar 70% (sportdeelname- index NOC*NSF april 2024) en de binnen- en buitensportaccommodaties worden met een 8,1 beoordeeld. Er kan echter niet met zekerheid gezegd worden dat dit voortkomt uit de inzet vanuit de sportvisie. Onder andere insteken op regionaal sporten voor mensen met een beperking lijkt niet aan te sluiten bij de mogelijkheden, wensen en behoeften van mensen met een beperking. Een van de beleidsuitgangspunten is in te zetten op kwetsbare doelgroepen, waaronder inwoners met een beperking. De inzet om deze groep aan het sporten te krijgen is onder andere regionaal ingericht, wegens beperkte beschikbaarheid van plekken/ verenigingen waar gesport kan worden binnen de eigen gemeente. Echter, dit lijkt niet aan te sluiten bij de mogelijkheden, wensen en behoeften van deze doelgroep. Naast beschikbaarheid van sportvoorzieningen spelen bijvoorbeeld beperkte energie, beperkte vervoersmogelijkheden en beperkte financiële mogelijkheden ook een belangrijke rol in het wel of niet kunnen sporten.
Hier wordt onvoldoende rekening mee gehouden in de huidige aanpak van toeleiding naar sport. Informatievoorziening aan en rol van de raad Raad vroegtijdig betrokken bij de sportvisie en input meegenomen. De raad is in een vroeg stadium bij het opstellen van de sportvisie betrokken en het college heeft voldoende gedaan met de input die is gegeven door de raad. De raad heeft gedurende het hele proces vragen gesteld aan het college en deze zijn over het algemeen naar tevredenheid van de raad beantwoord. De sportvisie is ook unaniem aangenomen door de raad. Er zijn duidelijke afspraken over informatievoorziening aan de raad, echter de informatie zelf wordt door de raad als onvoldoende beschouwd. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt over wanneer de raad geïnformeerd wordt over de voortgang van de sportvisie en wanneer/waarover het college voorstellen ter besluitvorming aan de raad moet voorleggen. Dit laatste is ook deels op verzoek van de raad zo ingericht. Echter, de informatievoorziening aan de raad is niet voldoende. De raad heeft het gevoel te weinig inzicht in zowel de uitvoering (door een ontbrekend uitvoeringsplan) als de bijbehorende financiën te hebben, waardoor ze hun controlerende taak niet voldoende kunnen uitvoeren.
De raadsinformatiebrief waarin over de voortgang is gerapporteerd voldoet niet aan de wensen van de raad, bijvoorbeeld op het gebied van de ‘routekaart’ die is opgenomen en het financiële inzicht dat wordt geboden. Bovendien is de brief later dan gepland
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
10
naar de raad verstuurd. De raad heeft deze brief, ondanks de tekortkomingen en behoefte aan meer informatie, wel voor kennisgeving aangenomen in plaats van dat ze er vragen over hebben gesteld. Aanbevelingen We geven de volgende aanbevelingen mee aan de raad: 1. Vraag het college om zo snel mogelijk met een integraal uitvoeringsplan te komen waarbij duidelijk gemaakt wordt welke activiteiten bijdragen aan welke (tussen)doelen en welke activiteiten al op korte termijn resultaat kunnen opleveren en welke activiteiten een langere adem nodig hebben om effectief bij te dragen aan de gestelde doelen. Het is belangrijk dat in dit uitvoeringsplan een goede koppeling tussen beleid en uitvoering is gemaakt, bijvoorbeeld door een heldere doelenboom, zodat operationele activiteiten duidelijk te linken zijn aan de beleidsdoelstellingen en effecten beter inzichtelijk gemaakt kunnen worden. 2. Bepaal met elkaar, als raad, welke informatiebehoefte er is op het gebied van financiële informatie, voortgang van inzet van instrumenten/activiteiten en momenten/onderwerpen waarop formele beslissingen van de raad gewenst zijn. Vraag deze informatie vervolgens op bij het college en monitor daarbij ook consequent of het college daadwerkelijk levert wat is afgesproken. Indien dit niet het geval is, acteer daar dan op als raad. We geven de volgende aanbevelingen aan het college: 3.
Besteed meer aandacht aan communicatie over (de activiteiten in het kader van) de sportvisie. Kijk
hierbij
specifiek
naar
hoe
de
gemeente,
de
sportverenigingen
en
de
overige
sportaanbieders/stakeholders elkaar kunnen versterken, om zo de effecten van de ingezette activiteiten te optimaliseren. 4. Bekijk opnieuw het vraagstuk voor het toegankelijk maken van sport voor mensen met een beperking. Het regionaal regelen van sportmogelijkheden, past onvoldoende bij de wensen, behoeften en mogelijkheden van deze doelgroep. Betrek, naast de geëigende mensen vanuit team sport, ook de klankbordgroep Dordt Inclusief, de gemeenteraad en de sportraad hier intensief bij.
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
11
Reactie college
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
12
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
13
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
14
Deel 2 Onderzoeksbevindingen (nota van bevindingen)
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
15
1. Inleiding 1.1
Inleiding - sportbeleid in Nederland
Sport heeft al jaren een grote intrinsieke waarde: miljoenen mensen sporten, individueel of in teamverband. Sporten is daarmee een belangrijke vrijetijdsbesteding en draagt bij aan fysieke en mentale gezondheid. Sport verbroedert en door sporten leer je winnen en verliezen. Die intrinsieke waarde van sport wordt door de overheid op nationaal en lokaal niveau onderschreven en gefaciliteerd. Dit is bijvoorbeeld vastgelegd in Sport Akkoord II - Sport Versterkt2, waarbij de nadruk ligt op drie ambities (fundament op orde, groter bereik en meer (zichtbare) betekenis) die weergeven wat de partners samen willen bereiken om de sport in Nederland te versterken en hoe zij daar in de komende jaren een wezenlijke bijdrage aan kunnen leveren. Ook sluit dit aan bij de overkoepelende inzet van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), dat zich onder het motto “Samen gezond, fit en veerkrachtig"3 inzet voor de gezondheid en kwaliteit van leven voor alle Nederlanders. Op het gebied van sporten en bewegen is de ambitie van de Rijksoverheid dat sport en bewegen in 2040 voor iedereen vanzelfsprekend is. Kijkend naar de op dit moment bekende cijfers zien we dat we als land nog een behoorlijke opgave voor ons hebben liggen. De sportdeelname (vier keer per maand of vaker) van de Nederlanders, gemeten door NOC NSF, was in 2023 gemiddeld genomen 60% 4. 1.2
Sportvisie in Dordrecht
Om aan te sluiten bij bovenstaande ambities en doelen heeft Dordrecht in mei 2023 de “Sportvisie 2030 - Niemand Buitenspel in Dordrecht” vastgesteld. Deze sportvisie is gebouwd op het idee dat sport- en beweegactiviteiten bijdragen aan het oplossen van uiteenlopende sociale problematieken, wat maakt dat sport niet alleen een doel op zich is maar ook zijn preventieve functie met maatschappelijke impact benut. Om sport- en beweegactiviteiten optimaal te faciliteren is er een goede sportinfrastructuur nodig die uitnodigt om te bewegen en te ontmoeten. Hier vallen verschillende elementen onder, zoals vitale sportparken met toekomstbestendige accommodaties en sterke verenigingen voor georganiseerd sporten. Dit komt samen in de geformuleerde visie die de nadruk legt op de bijdrage van sport aan een gelukkiger, gezonder en sterker Dordrecht in 2030, waarbij het versterken van de sportsector prioriteit heeft. Uiteindelijk moet dit leiden tot het vervullen van de sportieve ambitie: in 2030 behoren tot de top 10 van sportiefste gemeenten in Nederland5. Daarnaast moet het de doelstelling van de sportvisie realiseren: in 2030 sport/beweegt 80% van de Dordtenaren één keer per week of vaker sportief. De bij
2
Hoofdlijnen Sportakkoord II - Sport versterkt
3
Samen
4
NOC*NSF Sportdeelname Index December 2023
gezond, fit en veerkrachtig Het verhaal van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
Deze ranking verwijst naar de ranking van de Atlas voor Gemeenten - Dordrecht stond in deze ranking in 2020 op plek 38. Deze ranking is één keer uitgekomen, in 2020. Atlas voor gemeenten 2020 - Sport - Atlas Research 5
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
16
de start van dit onderzoek6 laatst bekende cijfers voor de gemeente Dordrecht stammen uit november 2022 en laten zien dat de sportdeelname onder de inwoners van Dordrecht toen op 63% lag7. 1.3
Aanleiding voor het onderzoek
De aanleiding voor dit onderzoek ligt in de doelstellingen die in de sportvisie geformuleerd zijn. De vraag is of de concrete overkoepelende doelstelling (80% Dordtenaren sporten of bewegen één keer per week sportief in 2030) gehaald kan worden met de instrumenten die op dit moment worden ingezet. De Rekenkamer geeft aan dat de haalbaarheid van een dergelijke doelstelling optimistisch is ingeschat, gegeven het feit dat doelstellingen met betrekking tot het stimuleren van beweging in andere gemeenten (en landelijk) al jaren aandacht hebben en zeer moeilijk te behalen zijn en de effectiviteit van gekozen beleidsinstrumenten nog niet de gewenste richting laat zien. Dat is aanleiding voor de Rekenkamer om een onderzoek te starten naar de haalbaarheid van de in de sportvisie geformuleerde doelstellingen en welke maatregelen mogelijk nog kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen. 1.4
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van dit onderzoek is meer inzicht krijgen in de haalbaarheid van de in de sportvisie geformuleerde doelen en beleidsuitgangspunten. Daarnaast is het van belang dat er zicht komt op of de instrumenten en activiteiten die nu worden ingezet voldoende effect kunnen opleveren om de doelen en beleidsuitgangspunten daadwerkelijk te realiseren. Indien dat niet het geval is, is de vraag wat er aangepast moet worden in de huidige strategie en/of welke instrumenten en activiteiten nog missen die een bijdrage kunnen leveren aan het behalen van de doelen in de sportvisie. De uitkomsten van dit onderzoek informeren de raad over de haalbaarheid en de mogelijke effectiviteit van de sportvisie, zodat de raad daarmee invulling kan geven aan zijn kaderstellende en controlerende rol. De Rekenkamer heeft de volgende centrale vraag geformuleerd voor dit onderzoek samen met onderstaande deelvragen: Zijn de geformuleerde doelen uit “Sportvisie 2030 - Niemand buitenspel in Dordrecht” haalbaar en welke maatregelen kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen? Haalbaarheid 1. Hoe is Dordrecht gekomen tot de doelstellingen en beleidsuitgangspunten in de sportvisie? a. Zijn de doelstellingen en beleidsuitgangspunten SMART geformuleerd? b. Is
er
een
routekaart
gemaakt
voor
het
bereiken
van
de
doelstellingen
beleidsuitgangspunten?
6 7
April 2024 NOC*NSF Sportdeelname Dordrecht November 2022
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
17
en
i.
Zo ja, hoe ziet deze routekaart eruit? Wat is daarin opgenomen over de rol van de uitvoerende partijen?
ii.
Zo nee, in welke andere vorm is het uitvoeringsplan van de sportvisie gegoten en hoe ziet dit eruit?
c. Zijn er voldoende financiële en personele middelen beschikbaar om de doelen te behalen? d. Is
wat
er
gevraagd
wordt
van
betrokken
partners
om
de
doelstellingen
en
beleidsuitgangspunten te halen realistisch? e. Hoe heeft de gemeente met de betrokken partners gecommuniceerd over wat er gevraagd wordt van deze partners om de doelstellingen en beleidsuitgangspunten te halen? Meetbaarheid 2. Wat wordt er gemeten of gaat er gemeten worden om inzicht te krijgen in de realisatie van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten? a. Hoe wordt dat gemeten? b. Wanneer wordt dat gemeten? c. Bij wie of waar wordt dat gemeten? Effectiviteit 3. Waarop is de keuze voor de set van in te zetten instrumenten en activiteiten gebaseerd? Op effectiviteit uit het verleden in de eigen gemeente? Of op effectiviteit elders? a. Zijn dit de instrumenten en activiteiten om 80% van de Dordtenaren in 2030 aan het sporten of sportief bewegen te krijgen? Indien niet, wat mist er? b. Zijn dit de instrumenten en activiteiten om als Dordrecht in 2030 in de top 10 meest sportieve gemeenten van Nederland te staan? Indien niet, wat mist er? c. Welke instrumenten en activiteiten leveren naar verwachting een groot effect (“grote klappers”) of een makkelijk en snel effect (“laaghangend fruit”) op? 4. Zijn er al eerste resultaten zichtbaar van de ingezette instrumenten en activiteiten? 5. Waar zitten belemmeringen bij het inzetten van de instrumenten en de activiteiten en hoe worden die weggenomen? a.
Is er actie op andere beleidsterreinen nodig? Informatievoorziening aan en rol van de raad 6. In welke vorm en hoe vaak wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten die zijn opgenomen in de sportvisie? Is dit tijdig, juist en volledig? 7. Hoe is de gemeenteraad in staat gesteld zijn kaderstellende en controlerende rol te vervullen? En in hoeverre heeft de raad die vervuld? 8. Hoe is de input die gegeven is door de politieke partijen meegenomen in de sportvisie?
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
18
De antwoorden op de deelvragen worden afgezet tegen een normenkader dat is gebaseerd op inzichten uit eerder (rekenkamer)onderzoek. 1.5
Scope
Dit onderzoek zal zich voornamelijk richten op de kans op doeltreffendheid van de sportvisie. Hiermee bedoelen we dat er gekeken zal worden naar de mate waarin het redelijkerwijs te verwachten is dat de doelen gesteld in de sportvisie in de toekomst (uiterlijk 2030) behaald kunnen worden met de instrumenten en activiteiten die nu worden ingezet. Hiervoor kijken we naar het verleden om vast te stellen hoe de visie en zijn inhoud tot stand zijn gekomen, naar het heden om vast te stellen wat de huidige status van implementatie en monitoring is en naar de toekomst om een inschatting te maken van de te verwachten uitkomsten. 1.6
Onderzoeksaanpak
Om de vragen die centraal staan in dit onderzoek te beantwoorden hebben we verschillende onderzoeksmethoden ingezet die we hieronder per methode zullen toelichten. Deskresearch Het onderzoek is gestart met het bestuderen van relevante literatuur en documenten om een goed overzicht
te
krijgen
van
het
beleidskader,
de
doelstellingen,
de
uitvoeringsplannen,
de
informatievoorziening aan de raad en de rol die de raad heeft gespeeld. Daarnaast hebben we in literatuur en landelijke databases8 gezocht naar informatie over achtergrond en effectiviteit van instrumenten en interventies om onder andere sportparticipatie te verhogen. Deze informatie hebben we gebruikt om inzicht te krijgen in wat het mogelijke effect van de instrumenten en activiteiten is die Dordrecht inzet en hoe dat in relatie staat tot andere manieren om sportparticipatie te verhogen. Ook hebben we in deze fase de beschikbare managementinformatie over ingezette instrumenten en activiteiten bestudeerd samen met informatie over de financiële investeringen die tot nu toe door de gemeente zijn gedaan en die de gemeente gedurende de looptijd van de visie nog gaat doen. Deze informatie hebben we afgezet tegen de ingezette instrumenten en activiteiten om zo een schatting te kunnen maken of de financiële middelen die beschikbaar zijn voldoende zouden kunnen zijn om de gestelde doelen (80% + top 10) te halen. Interviews/groepsgesprekken De informatie uit documenten gaat leven in gesprekken met betrokkenen. Daarom hebben we diverse gesprekken gevoerd met onder andere de portefeuillehouder, betrokken beleidsmedewerkers, een
8
O.a. Database sport en beweeginterventies - zoek naar effectieve aanpakken (kenniscentrumsportenbewegen.nl)
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
19
afvaardiging van de raad en vertegenwoordigers van de inwoners van de gemeente. Voor een volledig overzicht van geraadpleegde personen zie bijlage 1. Ter voorbereiding hebben we hiervoor, in overleg met de Rekenkamer, interviewprotocollen opgesteld. De gesprekken hebben voornamelijk op locatie plaatsgevonden en bij de gesprekken met de raad en de portefeuillehouder was het lid-rapporteur van de Rekenkamer aanwezig. Werkateliers met relevante partijen uit het sportveld Voor het beantwoorden van de vragen uit dit onderzoek was het essentieel om het perspectief van partijen uit het sportveld mee te nemen. Juist omdat ervaringen van deze partijen hiaten in het beleid en in de uitvoering zichtbaar kunnen maken. Met deze reden hebben we ervoor gekozen twee werkateliers te organiseren. De basis voor het uitnodigen van de partijen lag in de twee programmalijnen van de sportvisie. Per Programmalijn is één bijeenkomst georganiseerd. Deze programmalijnen stonden centraal tijdens de bijeenkomst, waarbij we dieper ingegaan zijn op de betrokkenheid van relevante partijen uit het veld bij het tot stand komen van de sportvisie en hoe de implementatie ervan in de praktijk verloopt. Daarnaast is er uitgevraagd waar partijen tegenaan lopen bij de uitvoering van de sportvisie, wat er goed gaat en wat er beter kan.
Zowel sportpartijen als een afvaardiging van de ambtelijke organisatie en de secretaris-onderzoeker van de Rekenkamer waren bij deze werkateliers aanwezig. Zie voor een volledig overzicht van aanwezige partijen bijlage 1. 1.7
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft samenvattend de inhoud van de sportvisie. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens hoe Dordrecht is gekomen tot de doelstellingen en beleidsuitgangspunten die in de sportvisie zijn opgenomen. In datzelfde hoofdstuk gaan we daar dieper op in en kijken we naar de SMART-formulering, het uitvoeringsplan, de financiële en personele middelen, wat er gevraagd wordt van betrokken partners en hoe er met deze partners over de sportvisie wordt gecommuniceerd. Hoofdstuk
4
beschrijft
de
meetbaarheid
van
de
doelstellingen
en
beleidsuitgangspunten
en
hoe/wanneer/bij wie/waar gemeten wordt. In Hoofdstuk 5 gaan we in op de effectiviteit van de sportvisie. Dit doen we door in kaart te brengen waarop de keuze voor de set van in te zetten instrumenten en activiteiten is gebaseerd, welke resultaten al zichtbaar zijn en waar mogelijke belemmeringen voor het inzetten van instrumenten en activiteiten zitten. In Hoofdstuk 6 gaan we in op de informatievoorziening aan en de rol van de raad. We kijken naar hoe de raad geïnformeerd is en in staat is gesteld zijn kaderstellende en controlerende rol in te vullen. In het laatste hoofdstuk van dit rapport (hoofdstuk 7) zetten we de bevindingen af tegen het normenkader.
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
20
In de bijlagen is informatie opgenomen die ondersteunend is aan de bevindingen die in het hoofdrapport zijn beschreven. In bijlage 2 is de omschrijving van de zeven strategische ambities uit de sportvisie opgenomen en in bijlage 3 een overzicht van de doelen, tussendoelen en activiteiten uit de sportvisie. In bijlage 4 is het overzicht opgenomen waaruit blijkt hoe, wanneer, bij wie en/of waar de tussendoelen worden gemeten en of er al resultaten zichtbaar zijn. In bijlage 5 is voor de activiteiten uit de sportvisie een analyse opgenomen van de afhankelijkheden van andere afdelingen/stakeholders, de bijdrage die de activiteiten aan de doelstellingen kunnen leveren en of de activiteiten voldoende concreet zijn beschreven.
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
21
2. Sportvisie Dordrecht In de inleiding van dit rapport is al beknopt beschreven dat de gemeente Dordrecht in mei 2023 de “Sportvisie 2030 - Niemand Buitenspel in Dordrecht” heeft vastgesteld. In dit hoofdstuk beschrijven we, eveneens op een beknopte manier, de inhoud van deze sportvisie om te gebruiken als basis voor de verdere onderdelen van dit rapport. 2.1 Definitie sporten en sportief bewegen In de sportvisie is ervoor gekozen bewust over sporten én (sportief) bewegen te spreken en dit niet heel strikt te definiëren omdat het per persoon erg kan verschillen hoe iemand naar een (sport)activiteit kijkt. In zijn algemeenheid wordt er in de sportvisie vanuit gegaan dat “sport” zich kenmerkt door een zwaardere intensiteit en “sportief bewegen” een lichte lichamelijke activiteit is. Daarnaast wordt onder “bewegen” het bewegen in het dagelijks functioneren verstaan. Het is de bedoeling om sport en sportief bewegen voor alle levensfasen te stimuleren, maar voor jeugd ligt de focus meer op sportdeelname en bij ouderen meer op beweegdeelname. 2.2 De sportieve ambitie en de visie In de sportvisie wordt aangegeven dat de sportieve ambitie van de gemeente Dordrecht is om in 2030 te behoren tot de top 10 van sportiefste gemeenten in Nederland. Op het moment van het opstellen van de sportvisie staat de gemeente op plek 38 op basis van dan bekende cijfers 9.
Deze sportieve ambitie is een operationalisatie van het idee dat sport- en beweegactiviteiten bijdragen aan het oplossen van uiteenlopende sociale problematiek. Sporten is niet alleen een doel, maar heeft ook een preventieve functie met maatschappelijke impact die zich vertaalt in sociaaleconomische impact. Hiervoor is goede sportinfrastructuur noodzakelijk. Dit wordt in de sportvisie als volgt kort samengevat in de “visie”: “In 2030 draagt sport nog meer bij aan een gelukkiger, gezond en sterker Dordrecht. Het versterken van de sportsector heeft prioriteit. Een sterke sportsector vormt een sterke basis om de kracht van sport in te zetten.” Waarbij opgemerkt moet worden dat in deze sportvisie sport vooral gezien wordt als doel 10 en minder als middel of interventie, ook als het gaat om financiering 11.
9
Sportvisie 2030 - Niemand buitenspel in Dordrecht en Atlas voor gemeenten 2020 - Sport - Atlas Research
10
Met sport als doel wordt het volgende bedoeld in de sportvisie: “Regulier sportaanbod als prettige vrijetijdsbesteding en/of
presteren in de sport. Wel inspelen op de veranderende behoefte van Dordtenaren.” Sportvisie 2030 - p.8. 11
Sportvisie 2030 - p.8.
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
22
2.3 De overkoepelende doelstelling en de beleidsuitgangspunten Naast de sportieve ambitie om in 2030 tot de top 10 sportiefste gemeenten van Nederland te behoren, bevat de sportvisie ook een overkoepelende doelstelling. Het is de bedoeling dat in 2030 80% van de Dordtenaren één keer per week of vaker sport of sportief beweegt conform de hierboven beschreven definitie van sporten en sportief bewegen. Om de sportieve ambitie (top 10) en de overkoepelende doelstelling (80%) van de sportvisie te realiseren zijn er beleidsuitgangspunten geformuleerd die zijn geclusterd in drie thema’s: 1. Behouden en versterken van de Ruimte voor sport en bewegen - hiermee wordt gedoeld op de
fysieke
(sport)infrastructuur
die
sport,
beleidsuitgangspunten die hieronder vallen
spelen
en
bewegen
richten zich op het
faciliteert.
De
(door)ontwikkelen van
toekomstbestendige buiten- en binnensportaccommodaties en het beter benutten van de openbare ruimte voor sporten en bewegen. De vijf bij dit thema behorende beleidsuitgangspunten zijn het minimaal behouden van de huidige capaciteit van het buitensport areaal (1) en de sporthallen (2) in de komende tien jaar, het ontwikkelen van vitale sportparken (3), het mee investeren in kansrijke accommodatieontwikkeling (4) en aandacht hebben voor ontmoeting, bewegen en sport bij (her)inrichting van gebieden (5). 2. Voortzetten en versterken van de Organisatie van sport - hiermee wordt gedoeld op de sportverbanden waarin mensen sporten en bewegen. Er worden drie verbanden onderscheiden: georganiseerd (bijvoorbeeld sportvereniging), anders georganiseerd (bijvoorbeeld fitness, sportbuurtwerk) en ongeorganiseerd (bijvoorbeeld zelf in de openbare ruimte). De vier beleidsuitgangspunten richten zich op het bieden van clubondersteuning bij alle typen sportaanbieders (1), het ondersteunen van sportverenigingen om vitaal te worden of te blijven door middel van een actieplan en proactieve rol van de vereniging (2), het niet meer ondersteunen van kwetsbare sportverenigingen als er geen aantoonbare ontwikkeling is doorgemaakt met het actieplan (3) en het vanzelfsprekend zijn dat een sportomgeving sociaal veilig, gezond en inclusief is (4). 3.
Voortzetten en versterken van de Sportparticipatie - hiermee wordt gedoeld op het aansluiten bij de vraag van de verschillende doelgroepen. Sportbeleid moet gedifferentieerd zijn om in te spelen op de verschillen in behoeften, belemmeringen en motieven om te sporten en te bewegen. De gemeente wil vanuit twee gezichtspunten naar doelgroepen kijken - vanuit leeftijd en vanuit kenmerken. De twee beleidsuitgangspunten richten zich op het voeren van een gerichte stimuleringsaanpak per leeftijdscategorie, wijk en levensfase (1) en op een aanpak die aandacht heeft voor mensen met weinig leefgeld, een beperking (lichamelijk en/of geestelijk), (verhoogd risico op) gezondheidsklachten en/of een kwetsbare mentale gezondheid (2).
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
23
2.4 Twee programmalijnen en strategische ambities sportvisie Voor de operationalisering naar een gerichte aanpak van de visie en de beleidsuitgangspunten zijn twee programmalijnen met zeven (strategische) ambities ontwikkeld 12. Programmalijn 1: Een omgeving die uitnodigt tot sport en beweging - Dordtse sporters waarderen hun sportomgeving met een 8 of hoger op grond van beschikbaarheid, toegankelijkheid, betaalbaarheid, duurzaamheid en kwaliteit. 1. De sportparken zijn tot vitale sportparken doorontwikkeld. 2. De openbare leefruimte wordt meer sportief gebruikt. 3. De binnensportaccommodaties zijn toekomstbestendig. Programmalijn 2: Een leven lang sportplezier voor iedereen - Dordtse sporters, vrijwilligers, supporters en professionals geven hun sportplezier een 8 of hoger. 4. De jeugd is de sportiefste van Nederland. 5. Iedereen doet naar vermogen mee aan sport en bewegen. 6. Sport- en beweegaanbieders zijn vitaal. 7. Topsport inspireert en maakt schapetrots.
12
Voor de gehanteerde toelichting op de zeven (strategische) ambities verwijzen we naar bijlage 2.
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
24
2.5 Schematische weergave sportvisie In figuur 1 is de sportvisie schematisch weergegeven, zoals ook hierboven besproken. De figuur laat de onderlinge relatie tussen de besproken onderdelen zien.
Figuur 1
13
Schematische weergave sportvisie13
Sportvisie 2030 - p.27.
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
25
2.6 Van (strategische) ambities naar concrete doelen, uitvoering en monitoring Voor alle zeven (strategische) ambities is in de sportvisie geformuleerd wat de gemeente wil bereiken (31 doelen met 29 tussendoelen) en hoe ze dat wil doen (63 activiteiten 14). De monitoring van die tussendoelen wordt volgens de sportvisie gedaan via de NOC*NSF Lokale Sportdeelname Index, de Verenigingsmonitor en door tevredenheidsonderzoeken onder sporters/leden/ bezoekers. Zie voor een verdere beschrijving van de activiteiten paragraaf 5.2 en voor een verdere toelichting op de meetbaarheid van de doelen hoofdstuk 4 van dit rapport. Aan deze zeven ambities zijn, naast activiteiten, ook instrumenten 15 gekoppeld om deze te kunnen verwezenlijken. Deze instrumenten hebben betrekking op het gebruiken van afwegingskaders om te beslissen waar middelen worden ingezet, subsidieregelingen voor sportverenigingen en sportparticipatie, investeringen in sportparken en het updaten van het tarievenbeleid van sportaccommodaties. Zie voor een verdere beschrijving van de instrumenten paragraaf 5.1 van dit rapport. 2.7 Gesignaleerde uitdagingen In de sportvisie wordt ook gesignaleerd dat er binnen het Dordtse sportdossier spanning bestaat en daar wil de visie een antwoord op zijn 16.
In de sportvisie wordt uitgelegd dat de spanning ligt op het gebied van de hoge ambities en kansrijke verbindingen met ontwikkelingen in het sociaal en ruimtelijk domein, terwijl er aan de andere kant sprake is van verouderde sportparken en sportvoorzieningen die onvoldoende onderhouden zijn en niet altijd meer passen bij de huidige behoefte. Deze spanningen liggen ook op het gebied van financiën, waarbij gedoeld wordt op de verouderde tarieven en de beperkte middelen om te investeren. Daarnaast is er ook onduidelijkheid over wie nou hoeveel krijgt en onvrede over het feit dat de ene vereniging wel subsidie krijgt en de andere niet.
14
De gemeente geeft in de sportvisie geen naam aan de 63 dingen die ze doet om de zeven ambities waar te maken. Ze vat het
onder het kopje “Hoe willen we dat o.a. bereiken?". Voor de leesbaarheid van het rapport heeft BMC er in afstemming met de Rekenkamer voor gekozen deze dingen “activiteiten” te noemen. 15
Als we het in dit rapport over instrumenten hebben dan heeft dat betrekking op de instrumenten die de gemeente in de sportvisie
noemt in hoofdstuk 6. 16
Sportvisie 2030 - p.7.
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
26
3. Haalbaarheid In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord: 1. Hoe is Dordrecht gekomen tot de doelstellingen en beleidsuitgangspunten in de sportvisie? a. Zijn de doelstellingen en beleidsuitgangspunten SMART geformuleerd? b. Is er een routekaart gemaakt voor het bereiken van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten? i.
Zo ja, hoe ziet deze routekaart eruit? Wat is daarin opgenomen over de rol
van de uitvoerende partijen? ii.
Zo nee, in welke andere vorm is het uitvoeringsplan van de sportvisie
gegoten en hoe ziet dit eruit? c. Zijn er voldoende financiële en personele middelen beschikbaar om de doelen te behalen? d. Is wat er gevraagd wordt van betrokken partners om de doelstellingen en beleidsuitgangspunten te halen realistisch? e. Hoe heeft de gemeente met de betrokken partners gecommuniceerd over wat er gevraagd wordt van deze partners om de doelstellingen en beleidsuitgangspunten te halen?
Kernbevindingen “Haalbaarheid” De doelstelling en beleidsuitgangspunten zijn bewust ambitieus gekozen, zowel door het college als door de
raad,
en
de
gemeente
heeft
een
duidelijke
onderbouwing
voor
de
doelstellingen
en
beleidsuitgangspunten die gebaseerd is op heldere en kwalitatief goede bronnen. De doelstellingen, beleidsuitgangspunten en (tussen)doelen zijn slechts tot op zekere hoogte SMART geformuleerd. De gemeente heeft wel duidelijk in beeld welke streefwaarden men wil realiseren met betrekking tot de sportvisie, maar hiervoor zijn geen duidelijke kaders vastgesteld, zowel op het vlak van personeel als op het vlak van financiën en samenwerking. Dit hangt ook samen met het ontbreken van een integraal uitvoeringsplan/een complete en overzichtelijke routekaart waaruit blijkt wat door wie op welk moment gedaan gaat worden en hoe dat elkaar kan versterken om zo de gestelde doelen uit de sportvisie te realiseren.
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
27
3.1 Data- en onderzoeksgestuurde ontwikkeling van de sportvisie In het raadsvoorstel17 wordt aan de hand van vier onderdelen beschreven hoe de gemeente is gekomen tot de sportvisie en daarmee de doelstellingen en beleidsuitgangspunten. 1. Ruimte voor sport en bewegen - In het traject om te komen tot het programma Sportparken 18 is al veel informatie opgehaald bij verenigingen, die in 2022 voor deze sportvisie nog schriftelijk is aangevuld door de verenigingen. Daarnaast zijn een specifiek participatietraject vanuit Dordwijkzone voor stadspark XXL, een onderzoek naar ontwikkelkansen van wijksportparken, een enquête over energieproblematiek en verduurzaming van sportaccommodaties, een traject met VHP-stichtingen voor het verenigingshallenplan en een enquête onder inwoners om mee te denken over buitenruimte voor sport uitgevoerd. 2. Organisatie van sport - Sportregisseurs hebben gesprekken gevoerd met sportverenigingen en sportaanbieders
als
voorbereiding
op
de
sportvisie.
Een
landelijke
evaluatie
over
clubondersteuning is ook als input gebruikt voor de visie, evenals gesprekken die hebben plaatsgevonden in het kader van het lokaal Sportakkoord. 3. Sportparticipatie - Cijfers van NOC*NSF over sportdeelname en belemmeringen om te sporten zijn meegenomen, evenals informatie opgehaald in gesprekken over toegankelijkheid van sport en informatie opgehaald in gesprekken met urban sporters, sportaanbieders en sportcoaches. 4. Sportraad - De Dordtse sportraad heeft ook een belangrijke inbreng gehad in de sportvisie, zowel door middel van een aantal gesprekken als een officieel advies over de sportvisie. Bij het voorstel zijn de achterliggende documenten opgenomen als bijlage, die betrekking hebben op de punten hierboven.19 Ook is in deze bijlagen aanvullende informatie te vinden die als onderbouwing voor de huidige sportvisie is gebruikt. Hierbij valt onder andere te denken aan de analyse die de gemeente heeft gedaan naar de trends en ontwikkelingen op het gebied van sporten en bewegen in Dordrecht20. Hierin is niet alleen gebruikgemaakt van de al eerder genoemde NOC*NSF Lokale Sportdeelname Index,
17 18 19
Voorstel Vaststellen en beschikbaar stellen van een krediet Sportvisie 2030 - Raadsvoorstel Samenvatting programma sportparken 2022-2030 Raadsvoorstel sportvisie + bijlagen voor Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 18 april 2023, Gemeente
Dordrecht 20
Sportvisie 2030 - zo sport en beweegt Dordrecht (bijlage 1 bij raadsvoorstel)
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
28
maar ook van de wetenschappelijk onderbouwde en gevalideerde MQ-scan21, de Verenigingsmonitor22 en onderzoeken/data die zich richten op ongeorganiseerde sporten. Ook is er gekeken naar demografische, economische, sociaal-maatschappelijke, technologische, ecologische en politieke ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn. Het kenniscentrum sport & bewegen heeft in kaart gebracht wat de maatschappelijke waarde van sport en bewegen is in Dordrecht en hoe dit zich tot de rest van het land verhoudt 23. Naast wat er beschreven is in het raadsvoorstel, de bijlagen en de sportvisie zelf, is ook in de interviews gesproken over hoe de gemeente is komen tot de doelstellingen en beleidsuitgangspunten uit de sportvisie. Hieruit komt naar voren dat er zowel door het college als door de raad bewust gekozen is voor de ambitieuze ambitie (top 10) en overkoepelende doelstelling (80%). Men weet dat zowel in de top 10 sportiefste gemeenten van het land komen als 80% van de inwoners één keer per week aan het bewegen krijgen, grote ambities zijn. Maar, zoals de wethouder zegt: "Het doel moet ambitieus zijn, want niemand is hoger gaan springen door de lat lager te leggen”. De overtuiging dat sport belangrijk is, is doorgedrongen in de organisatie, volgens de geïnterviewden, en nu wil men er ook goed en duurzaam mee aan de slag. De ambitieuze insteek inspireert daarbij.
Om van de ambitie en de overkoepelende doelstelling naar de 31 doelen en 29 tussendoelen uit de sportvisie24 te komen, heeft de gemeente gebruikgemaakt van de informatie uit de bovengenoemde documenten. Aanvullend op deze informatie, geven de beleidsmedewerkers aan, is gekeken naar andere bronnen, zoals andere gemeenten (o.a. Rotterdam), overige informatie van NOC*NSF en de Sportraad Dordrecht.
De MQ Scan meet de motorische ontwikkeling van een kind. MQ staat voor motorisch quotiënt, zoals IQ voor intelligentie quotiënt staat. De MQ Scan bestaat uit een compacte beweegbaan, volgens specifieke instructies opgebouwd met standaard materiaal uit een gymzaal. De tijd die een kind erover doet om de baan af te leggen geeft aan of een kind gemiddeld, boven- of onder gemiddeld motorisch vaardig is voor zijn leeftijd. Wat is MQ Scan? 22 De verenigingsmonitor onderzoekt hoe het ervoor staat met de sportverenigingen in Nederland. Dit gebeurt aan de hand van een vragenlijst die focust op verschillende aspecten van het functioneren van een vereniging: algemene kenmerken, leden en activiteiten, bestuur en beleid, kader, externe contacten, financiën, accommodatie en maatschappelijke oriëntatie. De gemeentelijke verenigingsmonitor kan uitgebreid worden met vragen die passen bij actuele vraagstukken in de gemeente en met een vitaliteitsindex. Verenigingsmonitor | Mulier Instituut 23 Sportvisie 2030 Lokale SROI Dordrecht oktober 2022 (bijlage 6 bij raadsvoorstel) 24 Zie bijlage 3 voor de volledige lijst van doelen en tussendoelen. 21
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
29
3.2 Doelstellingen en beleidsuitgangspunten beperkt SMART geformuleerd Een belangrijke stap in het maken van gemeentelijk beleid is het vertalen van ambities naar meetbare indicatoren en prestaties. Vaak blijkt dit echter een complexe stap. Daarom is in dit onderzoek ook de vraag opgenomen of de doelstellingen en beleidsuitgangspunten van de sportvisie SMART geformuleerd zijn.
Waar staat SMART voor? Specifiek = is de doelstelling duidelijk en concreet? Meetbaar = is het duidelijk wanneer het doel is bereikt? Acceptabel25 = is het doel acceptabel? Zijn betrokkenen bereid om eraan mee te werken? OF Aanwijsbaar = is duidelijk wie wat moet doen om het doel te bereiken? Realistisch = is het doel realistisch en haalbaar? Ligt de lat op een te bereiken hoogte? Tijdgebonden = is er een duidelijk tijdpad geformuleerd bij de doelstellingen?
Sportieve ambitie, overkoepelende doelstelling en beleidsuitgangspunten Kijkend naar de sportieve ambitie (top 10) en de overkoepelende doelstelling (80%) dan kunnen we zeggen dat ze beide zeer specifiek zijn. Er is gedefinieerd wat bereikt moet worden en dit is grotendeels meetbaar gemaakt. De top 10 is gebaseerd op een meting van de Atlas voor gemeenten 26 en de 80% is deels meetbaar met de lokale sportdeelname index van NOC*NSF 27. In deze index is nog geen meting van sportief bewegen opgenomen. Ze zijn beide grotendeels acceptabel, gebaseerd op de stelling die zowel het college als de raad innemen ten opzichte van deze sportieve ambitie en de overkoepelende doelstelling. De feedback van sportpartners uit het veld is ook overwegend positief, al hebben ze ook kanttekeningen erbij. Wanneer we aanwijsbaar de A uit SMART gebruiken, is dit minder duidelijk. Er wordt niet of slechts beperkt beschreven wie wat moet doen om het doel te bereiken. Of het doel realistisch is, is de vraag. De bij het opstellen van de sportvisie bekende informatie was dat Dordrecht
Voor de A uit SMART zijn verschillende termen die in de praktijk gebruikt worden. Zowel acceptabel als aanwijsbaar worden regelmatig ingezet. Afhankelijk van de intentie van een doel en/of de beschikbare informatie rondom een doel kan de ene term informatiever en passender zijn dan de andere. Voor de volledigheid hebben we in dit onderzoek zowel de A van acceptabel als de A van aanwijsbaar bekeken in de analyse van de doelen. 26 Atlas voor gemeenten 2020 - Sport - Atlas Research 27 Lokale sportdeelname Index - NOC*NSF 25
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
30
in 2020 op plek 3828 stond van de sportiefste gemeenten en in april 2022 een sportdeelname van 67% 29 had. Maar, er is zowel door het college als door de raad bewust gekozen voor een mogelijk minder realistisch doel, omdat het in hun ogen wel aanzet tot actie. In de sportieve ambitie en de overkoepelende doelstelling is een jaartal opgenomen wanneer ze bereikt moeten zijn, wat het een duidelijk tijdgebonden doel maakt, al is het tijdpad beperkt gespecificeerd. De beleidsuitgangspunten zijn minder specifiek dan de sportieve ambitie en de overkoepelende doelstelling. Er zitten hele specifieke tussen zoals “we behouden de komende 10 jaar minimaal de huidige capaciteit van het buitensportareaal in de stad”, maar ook minder specifieke zoals “we bieden een vorm van clubondersteuning bij alle type sportaanbieders”. Doordat niet alle beleidsuitgangspunten even specifiek zijn, zijn ze ook niet allemaal even meetbaar, acceptabel, aanwijsbaar, realistisch en tijdsgebonden. Doelen en tussendoelen De visie en beleidsuitgangspunten zijn vertaald naar strategische ambities, waar vervolgens 31 doelen en 29 tussendoelen bij opgesteld zijn. De 31 doelen zijn de uiteindelijke doelen die de gemeente behaald wil hebben wanneer de sportvisie in 2030 afloopt. Deze doelen zijn in veel gevallen niet of slechts beperkt SMART geformuleerd.
De problemen zitten in bijna alle onderdelen van SMART formuleren, behalve in het onderdeel tijdgebonden omdat 2030 voor alle doelen als eindpunt is vastgesteld. De doelstellingen zijn in veel gevallen niet specifiek. Wat wordt er bijvoorbeeld verstaan onder een kwaliteitsimpuls, goede beweegvaardigheid, effectieve toeleiding van inactieve mensen naar sport en bewegen en een kwalitatief sterke sportaanbieder? De doelen zijn erg hoog over geformuleerd en zeer beperkt verder uitgewerkt in deze sportvisie. De 63 activiteiten die de gemeente beschrijft om de doelen te halen zijn bijvoorbeeld niet goed terug te leiden naar de specifieke doelen - welke actie draagt nou bij aan welk doel? Draagt een bepaalde actie überhaupt bij aan een van de doelen? Omdat de doelen zo hoog over zijn, zijn deze doelen ook moeilijker te meten en is het ook moeilijk om te bepalen of ze acceptabel, aanwijsbaar en realistisch zijn. Het is vaak niet duidelijk wat gedaan moet worden om het doel te behalen en wie daarbij verantwoordelijk is voor wat.
Dit valt nog verder uit te splitsen in onder andere de volgende onderdelen: 1) Het aanbod van georganiseerde sport (verenigingen) - Dordrecht scoort plek 26 van 50. 2) Het aanbod van ongeorganiseerde sport (individueel) - plek 44 van 50. 3) Deelname aan georganiseerde sport - plek 29 van 50. 4) Deelname ongeorganiseerde sport - plek 43 van 50. Ook is gekeken naar de omvang (plek 30 van 50) en diversiteit (plek 13 van 50) van het sportaanbod en naar het aantal inwoners van 19 jaar en ouder dat wekelijks sport (plek 43 van 50) en voldoet aan de beweegnorm (plek 46 van 50). Onder wekelijks sporten wordt minimaal één keer per week sporten verstaan. De beweegrichtlijn houdt voor personen vanaf 18 jaar in dat zij minstens 2,5 uur per week matig intensieve inspanning verrichten, verspreid over diverse dagen. Bovendien moeten zij minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten verrichten. 29 NOC*NSF Sportdeelname Dordrecht April 2022 28
Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht
31
De 29 tussendoelen die gesteld zijn voor 2026 zijn meer SMART geformuleerd dan de 31 doelen. Bij een deel van de tussendoelen is zeer specifiek beschreven wat er moet gebeuren of wat men wil bereiken, bijvoorbeeld uiterlijk in 2024 is de sportveldverlichting van de gemeente aangepast in ledverlichting, in 2026 worden per sportpark overdag tenminste twee nieuwe activiteiten t.o.v. 2023 georganiseerd, in 2026 zijn minimaal 400 kwetsbare inwoners via begeleiding op maat structureel gaan sporten of bewegen of in 2026 beoordelen sporters de sportieve buitenruimte met een 8 of hoger. Deze tussendoelen zijn ook beter meetbaar. In bijna alle doelen is een meetbare component opgenomen, denk hierbij aan een cijfer, een percentage en aantal sporters, locaties, plekken, programma’s of evenementen. Of ze acceptabel, aanwijsbaar en realistisch zijn, is moeilijker te bepalen. Ondanks dat de tussendoelen specifieker en beter meetbaar zijn, is het nog steeds vaak niet duidelijk wat gedaan moet worden om het tussendoel te behalen en wie daarbij verantwoordelijk is voor wat. Dat is niet expliciet opgenomen in de tussendoelen. De tussendoelen zijn wel enigszins tijdgebonden gemaakt, in alle tussendoelen is een jaartal opgenomen (uiterlijk 2026) wanneer dat tussendoel bereikt moet zijn.
3.3 Integraal uitvoeringsplan/complete en overzichtelijke routekaart niet aanwezig Nadat beleid is opgesteld en vastgesteld volgt de stap naar implementatie in de praktijk. Vaak gebeurt dit aan de hand van een uitvoeringsplan of een routekaart, waarin duidelijk beschreven wordt welke activiteiten ingezet worden om bij te dragen aan het behalen van de in het beleid vastgestelde doelen. De gemeente heeft geen integraal uitvoeringsplan opgesteld voor de sportvisie, bijvoorbeeld bestaand uit uitvoeringsplannen per strategische ambitie en overzicht in hun samenhang. Er zijn wel plannen en documenten30, ook van aanpalende beleidsterreinen, maar die resulteren gecombineerd niet in een duidelijk integraal uitvoeringsplan waarin de doelen uit de sportvisie gekoppeld zijn aan de activiteiten in de praktijk die nodig zijn om voortgang te boeken op de gestelde doelen. Het gegeven dat er geen integraal uitvoeringsplan is, zorgt ervoor dat er ook geen integraal overzicht is van de activiteiten die ondernomen worden op uitvoeringsniveau en dat dus niet duidelijk is wat er allemaal ingezet wordt om uiteindelijk die top 10-plek te behalen en 80% van de inwoners één keer per week aan het bewegen te krijgen.