CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport DEF 2024 De lat ligt hoog.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 4 februari 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 23: Instemmen voorgesteld besluit Rekenkamer Dordrecht inzake onderzoek - De lat ligt hoog- naar de haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 - Raadsvoorstel31.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

●

meer communiceren over mogelijkheden om te sporten in de openbare ruimte;

●

een traject starten om als partnerstad aan te sluiten bij het Active City model;

●

kansrijke voorstellen uit het onderzoek over de sportieve buitenruimte nader uitwerken;

●

met de watersportaanbieders een meerjarenplan maken om de potentie van de watersport nog meer te benutten (zowel in sportdeelname als in kwaliteit voorzieningen);

●

in het kader van de omgevingsvisie de mogelijkheid onderzoeken om een norm voor sportief bewegen op te nemen.

●

de toegankelijkheid van het sporten en bewegen in de openbare ruimte voor mensen met een beperking en ouderen verbeteren.

Onder elk van de zeven strategische ambities staan activiteiten die zouden moeten bijdragen aan de tussendoelen, de strategische ambitie en uiteindelijk aan de doelstellingen. Om de activiteiten hierop te analyseren, is gekeken naar81: ●

Hoe concreet is de activiteit beschreven?

●

Ligt de regie voor uitvoering van een activiteit bij de afdeling Sport of zijn er afhankelijkheden met andere afdelingen/stakeholders?

●

Dragen de activiteiten direct of indirect bij aan de doelstellingen (top 10/80%)?

Er worden activiteiten gecontinueerd die, voordat deze sportvisie werd vastgesteld, al werden ingezet. Het is echter onduidelijk of deze activiteiten gecontinueerd worden omdat deze tijdens de vorige beleidsperiode positieve resultaten hebben opgeleverd. Ook kan het zijn dat activiteiten niet naar behoren zijn uitgevoerd, en dit niet de gewenste resultaten heeft opgeleverd, of dat dit activiteiten van ‘de lange adem’ zijn en voortgezet moeten worden om de tot nog toe behaalde resultaten uit te bouwen.

80 81

Sportvisie 2030 - p.29 Een compleet overzicht van deze analyse is opgenomen in bijlage 5 van dit rapport.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

56

De activiteiten waarbij de afdeling Sport afhankelijk is van andere afdelingen en/of stakeholders 82 bevinden zich voornamelijk in Programmalijn 1 en nemen logischerwijs meer tijd in beslag. Daarbij dragen de activiteiten waarbij afhankelijkheden met andere afdelingen/stakeholders zijn, veelal indirect bij aan de doelstellingen in de sportvisie. De activiteiten onder Programmalijn 2 hebben ook afhankelijkheden, maar een behoorlijk deel van de activiteiten uit Programmalijn 2 kunnen worden uitgevoerd door Team Sport en zijn minder complex en minder van ‘de lange adem’. Dit komt doordat Programmalijn 1 zich met name richt op ‘hardware’ en Programmalijn 2 op ‘sterke sportverenigingen en sportparticipatie’. Ook moet opgemerkt worden dat een aantal activiteiten concreet zijn beschreven, waar andere activiteiten abstract beschreven zijn. Het worden ‘activiteiten’ genoemd, maar het is soms onduidelijk uit de sportvisie af te lezen wat de gemeente daadwerkelijk gaat doen en of zij dat als afdeling Sport zelf kunnen doen. Daarom is het lastig te zeggen of de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen top 10/80%. Het gebrek aan een goed inzicht in de bijdrage hieraan hangt ook samen met het ontbreken van een uitvoeringsplan. Doelgroepenbeleid Om meer duidelijkheid te krijgen over de activiteiten en uitvoerbaarheid hiervan, toegespitst op verschillende

doelgroepen,

doelgroepenbeleid

uit

de

hebben

we

verschillende

sportvisie

en

de

stakeholders

DIN-modellen83

(Doelen

geïnterviewd, inspanningen

en

is

het

netwerk84)

geanalyseerd. In de sportvisie85 wordt in de ‘beleidsuitgangspunten sportparticipatie’ onderscheid gemaakt tussen de volgende twee ‘hoofddoelgroepen’ met daaronder de volgende segmentatie: 1. Leeftijd a. Jonge kinderen (0-4 jaar) b. Kinderen (5-12 jaar) c. Jongeren (13-18 jaar) d. Volwassenen (19-64 jaar) e. Volwassenen (65+) 2. Kenmerk a. Mensen met weinig leefgeld b. Mensen met een beperking (lichamelijk en/of geestelijk) c. Mensen met (verhoogd risico op) gezondheidsklachten d. Mensen met een kwetsbare mentale gezondheid

Zie paragraaf 5.4 van dit rapport voor een verdere toelichting. 231130 DIN - Senioren feedback, DIN Dordrecht Jongste jeugd 0-6 jaar, DIN - Jongeren (versie 16-11-2023 Tim). 84 Een DIN is een visualisatie van de samenhang tussen doelen en inspanningen. Het geeft inzicht in hoe een verandering tot stand komt en welke inspanning bijdraagt aan welk doel 85 Sportvisie 2030 - p.24 82 83

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

57

De DIN-modellen zijn opgesteld voor de volgende doelgroepen, waarbij opgemerkt moet worden dat in alle DIN’s aandacht is voor mensen met weinig leefgeld: 1. Jongste jeugd (0-6 jaar) 2. Jongeren (geen leeftijdsgrenzen gespecificeerd) 3. Senioren (geen leeftijdsgrenzen gespecificeerd) Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat deze DIN-modellen zijn opgesteld vóór het vaststellen van de sportvisie, en dus niet zijn opgesteld op basis ván de sportvisie. Dit is ook af te leiden uit het gegeven dat er aanzienlijke verschillen zitten tussen de inhoud van de DIN-modellen en de inhoud van de sportvisie. Het is dus niet met zekerheid te zeggen dat de (uitvoer van de) DIN-modellen bijdragen aan de uitgangspunten in de sportvisie. Er zit tot op zekere hoogte overlap tussen de DIN-modellen en de sportvisie, maar niet voldoende om ze echt goed te laten matchen met wat op papier staat in de sportvisie. Een voorbeeld daarvan is de segmentatie aan de hand van leeftijden. In de sportvisie wordt anders en specifieker gesegmenteerd. Ook worden in de DIN-modellen ‘Jongeren’ en ‘Senioren’ geen leeftijden genoemd. Tot slot behoort in de sportvisie een ‘Jong Kind’ tot de leeftijdsspanne van 0-4 jaar, maar een DIN-model voor ‘jongste jeugd’ kent een leeftijdsspanne van 0-6 jaar. Het is daardoor onduidelijk aan welke doelgroep uit de sportvisie een DIN-model bijdraagt.

Niet-sporters In de sportvisie worden de ‘niet-sporters’ twee keer genoemd. Toch is dit een belangrijke doelgroep, gezien juist deze doelgroep in beweging moet komen om aan de doelstellingen te voldoen. Het kan zijn dat een niet-sporter te plaatsen is in één van de vier ‘doelgroepen met een kenmerk’, maar er kunnen ook andere motivaties zijn waarom iemand niet sport (bijvoorbeeld geen passend aanbod of andere prioriteiten in het privéleven). Er is dus geen specifieke passage die over de niet-sporter gaat, maar de niet-sporter wordt wel twee keer genoemd in de sportvisie. Allereerst wordt de niet-sporter genoemd in de tabel in paragraaf 4.1 van de sportvisie, onder de doelgroep jonge kinderen (0-4 jaar), waarin het beleid uiteen is gezet voor deze doelgroep. Er wordt hier enkel genoemd dat ‘de directe omgeving van een jong kind cruciaal is in het aanwakkeren of behouden van motivatie om te gaan/blijven sporten.’ De gemeente geeft aan dat zij voor deze groep de interventie

‘Nijntje

Beweegt’86

inzet.

Dit

programma

wordt

uitgevoerd

door

één

van

de

buurtsportcoaches. Gymnastiekverenigingen worden gestimuleerd om zich in te zetten voor kinderen

In het ambtelijk wederhoor heeft de gemeente aangegeven dat er naast Nijntje beweegt nu ook Nijntje op het ijs beschikbaar is in Dordrecht. Nijntje op het ijs ingezet in Dordrecht Omdat deze informatie na de onderzoeksperiode is aangeleverd maakt het geen onderdeel uit van de analyse in dit rapport. 86

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

58

van 2 t/m 6 jaar. Daarnaast staat in de DIN-modellen opgenomen dat er een sterkere beweegallantie staat, er meer en beter geschoolde begeleiders zijn, er een meer uitdagende omgeving en een breder aanbod bij sportaanbieders is. Nijntje Beweegt en hetgeen genoemd wordt in de DIN-modellen, lijken bij te dragen aan een motiverende omgeving voor een jong kind om te gaan bewegen. Ook wordt de niet-sporter genoemd in paragraaf 5.1 van de sportvisie: vitaal sportpark. Een vitaal sportpark heeft als doel om ook niet-sport gerelateerde gebruikers uit te nodigen, bijvoorbeeld voor ontmoeting of om doorheen te fietsen. Mogelijkerwijs komt een niet-sporter daardoor in aanraking met (on)georganiseerde sport die plaatsvindt binnen een vitaal sportpark en wordt hij of zij gestimuleerd tot bewegen. Ontwikkelen van (en tot) een vitaal sportpark kan tevens een positieve bijdrage leveren aan de sport- en beweegdeelname van de ongeorganiseerde sporter. In de NOC*NSF Lokale Sportdeelname Index zijn ook vragen voor niet-sporters opgenomen om inzicht te krijgen in de redenen waarom inwoners niet bewegen en of ze wel graag zouden willen bewegen en wat ze dan overwegen te doen. De gemeente kan deze informatie gebruiken bij het gericht inzetten van activiteiten om inwoners aan het sporten te krijgen.

Deze link is op dit moment nog niet expliciet genoemd in relatie tot de in te zetten activiteiten in de sportvisie. Ongeorganiseerde sporter Net als de niet-sporter, is ook de ongeorganiseerde sporter lastig te bereiken. Ze zijn immers niet aangesloten bij een sport- of beweegaanbieder waarmee de gemeente in contact staat. COVID-19 heeft een positieve wending gegeven aan het contact met de ongeorganiseerde sporter vanuit de gemeente. Dit omdat de ongeorganiseerde sporter plannen moest indienen om weer te kunnen / mogen sporten. Ook wil de gemeente inzetten op het bouwen van communities van ongeorganiseerde sporters, waarvan de community Urban Sport (ook wel ‘Urban Raad’ of ‘Straatraad’) een voorbeeld is. Vanuit Dordt Sport is daarom ook een buurtsportcoach aangesteld die zich specifiek richt op Urban Sports. In hoofdstuk 5.6 staat dat de gemeente de wensen en behoeften, met behulp van deze buurtsportcoach, beter in beeld wil brengen door écht met deze doelgroep in contact te blijven. In hoofdstuk 3.1 van de sportvisie staat dat de gemeente de ongeorganiseerde sporter wil faciliteren door de fysieke ruimte (bijvoorbeeld Vitaal Sportpark) naar wens en behoefte in te richten en bijvoorbeeld via data over sportdeelname en sportbehoeften.

Ook zijn er financiële middelen beschikbaar voor de ongeorganiseerde sporter voor het opstarten van sportstimuleringsactiviteiten (via Lokaal Sportakkoord). Zoals in de vorige paragraaf (‘niet-sporter’) al benoemd, wordt de ongeorganiseerde sporter verder in de Sportvisie genoemd in hoofdstuk 5.1: vitaal sportpark. In hoofdstuk 5.2 (de openbare leefruimte wordt meer sportief gebruikt) is een specifiek tussendoel opgenomen voor de Urban Sporter: ‘in 2026 zijn tenminste 400 ‘nieuwe’ jongeren geactiveerd om de sportieve ruimte te gebruiken voor urban sport’.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

59

Om deze Urban Sporter te faciliteren zodat deze ‘meer en sportief gebruik maakt van de openbare leefruimte’ staat als activiteit opgenomen dat er een ‘urban sportregisseur wordt ingezet’ en dat er een ‘Urban Sport App (City Legends) wordt gestart om te communiceren met jongeren over de sportieve buitenruimte’. Om, buiten de Urban Sporter om, meer mensen te laten sporten en bewegen in de openbare ruimte, is als activiteit opgenomen dat er wordt gezorgd voor ‘meer programmering op de Cruyff Courts en Krajicek Playgrounds’. Commerciële sportaanbieders Commerciële sportaanbieders spelen een grote rol in het in beweging brengen van inwoners. In Nederland zijn bijvoorbeeld al meer dan 3 miljoen mensen ingeschreven bij een sportschool. Anders dan traditionele sportverenigingen, kunnen commerciële sportaanbieders beter en flexibeler inspelen op maatschappelijke trends. In de Sportvisie staat dan ook opgenomen (hoofdstuk 2.7) dat commerciële sportaanbieders als ‘belangrijke speler in de sportsector’ worden gezien. Ook in hoofdstuk 5.6 (sport- en beweegaanbieders zijn vitaal) worden commerciële sportaanbieders genoemd als een organisatievorm waarmee rekening wordt gehouden. Echter, van de 4 tussendoelen zijn er 3 specifiek geformuleerd voor sportverenigingen.

Enige tussendoel dat (mede) gaat over commerciële sportaanbieders, is dat zij moeten voldoen aan de basiseisen sociaal veilige sport. Uit de gesprekken die voor dit onderzoek gevoerd zijn blijkt dat de commerciële sportaanbieders in Dordrecht worden vertegenwoordigd door Platform Ondernemende Sportaanbieders (kortweg: POS). Het contact met de individuele commerciële sportaanbieders wordt onderhouden door afdeling Sport, de afdeling Dordt Onderneemt en de POS tezamen. Grootste probleem dat naar voren komt tijdens dit contact is (het gebrek aan) ruimte. In de Sportvisie (hoofdstuk 2.7) staat opgenomen dat een eerste stap om dit ‘ruimtelijke issue’ te tackelen het maken van een ruimtelijke inventarisatie is. De gemeente heeft het initiatief genomen om een loket op te richten, vanuit Team Sport en Dordt Onderneemt samen87, wat als ‘centraal contactpunt’ geldt. Hier kunnen commerciële sportaanbieders terecht met hun vragen. Daarnaast hebben POS en Dordt Onderneemt, om krachten te bundelen, een platform opgezet. Een aantal keren per jaar wordt er vanuit dit platform een bijeenkomst georganiseerd waarbij actuele onderwerpen aan de orde komen en samenwerkingen worden opgezet. Toch

is het

contact vanuit de gemeente met de verenigingen intensiever, omdat er een

Verenigingsmonitor is, de verenigingen gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen en verenigingen

87

Contact Dordt Onderneemt - Dordrecht

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

60

geen commercieel oogpunt hebben. Voor verenigingen zijn er ook meer subsidiemogelijkheden dan voor commerciële sportaanbieders. Toch kunnen commerciële sportaanbieders (via de POS) zich aansluiten bij het Lokaal Sport- en Beweegakkoord en een subsidieaanvraag doen, mits ze samenwerking zoeken met sportverenigingen. Ook kunnen ze jaarlijks €300,- aanvragen om een activiteit op te zetten. Dat de gemeente sportverenigingen meer ondersteunt dan commerciële sportaanbieders, blijkt ook uit het feit dat de gemeentelijke voorkeur is om padelbanen in eerste instantie bij sportverenigingen te realiseren in plaats vanuit commerciële sportaanbieders. Erkende interventies Kenniscentrum Sport & Bewegen 88 is een (onafhankelijk) instituut dat interventies beoordeeld en eventueel benoemd tot ‘erkende interventie’. Deze erkenning wordt gegeven wanneer de interventie bewezen bijdraagt aan het doel van de interventie en er verantwoording afgelegd kan worden over het effect. Logischerwijs kan ervan uit worden gegaan dat deze interventies ook zijn meerwaarde hebben wanneer ze worden ingezet in Dordrecht. De interventies die hieronder beschreven worden, worden tot uitvoer gebracht onder leiding van een buurtsportcoach van Team Sport.

Ze staan niet beschreven in de sportvisie maar in de gesprekken die gevoerd zijn in het kader van dit onderzoek is deze informatie mondeling en vervolgens schriftelijk gedeeld. Hieronder staan drie erkende interventies beschreven die in de gemeente Dordrecht worden ingezet: 1. LifeGoals89 LifeGoals is een erkende interventie, waarbij mensen in een sociaal kwetsbare positie door middel van sporten en bewegen (weer) onderdeel van de maatschappij zijn. Ook in Dordrecht draait deze interventie, met succes. Er ligt een duidelijk (uitvoerings)plan om deze interventie op lokaal niveau te laten slagen, waar een werknemer van Team Sport de kartrekker is. Ook wordt de voortgang van dit project scherp gemonitord en is er een krachtig, lokaal netwerk (o.a. GGZ en ‘Wij voor de Jeugd') opgetuigd. 2. Nijntje Beweegt90 Nijntje Beweegt is een erkende interventie, mede-ontwikkeld door de KNGU, die wordt ingezet door gymnastiekverenigingen, maar bijvoorbeeld ook binnen een kinderopvang, een andere sportaanbieder (bijvoorbeeld dansschool OKK Dordrecht) of een maatschappelijke instelling. Kinderen tussen de 2 en 6

Over ons - Kenniscentrum Sport en Bewegen De Life Goals Aanpak – Kenniscentrum Sport en Bewegen 90 Bewegen met nijntje – Kenniscentrum Sport en Bewegen 88 89

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

61

jaar kunnen meedoen aan een serie beweeglessen, waarmee aan motorische vaardigheden wordt gewerkt. Op basis van wetenschappelijk onderzoek is het programma Nijntje Beweegt opgesteld. Het programma draagt enerzijds bij aan de motorische ontwikkeling van een kind en anderzijds aan zelfvertrouwen en daarmee aan (meer) sportparticipatie. 3. SportMEE91 SportMEE is een erkende interventie die wordt uitgevoerd door een sportconsulent van Team Sport en focust zich op mensen met een beperking in de leeftijd van 2 tot 100 jaar die niet-zelfredzaam zijn. Doel van de interventie is om sportparticipatie van mensen met een beperking te vergroten, doordat ze na de individuele ondersteuning door SportMEE lid worden van een sportvereniging of op een andere manier minimaal één keer per week structureel gaan bewegen. Aangepast sporten In een aantal gesprekken gevoerd in het kader van dit onderzoek is aangepast sporten besproken. In de sportvisie wordt voor ‘aangepast sporten’ geen segmentatie gemaakt naar leeftijd, terwijl kinderen met een beperking andere behoeften hebben dan volwassenen of ouderen met een beperking. Wel wordt in de sportvisie genoemd dat er met lokale welzijns- en zorgpartners allianties worden gevormd met sportaanbieders. Ook zal een doelgroep naar eigen ervaringen en wensen/behoeften worden gevraagd.

Dit betekent dat het doelgroepenbeleid voor een specifieke leeftijdsspanne niet altijd matcht met de wensen/behoeften van mensen met een beperking. Het is voor inwoners prettig om op korte afstand in de eigen woonomgeving te kunnen sporten. Voor mensen met een beperking blijkt dit in de praktijk niet altijd mogelijk. Vanwege zowel toegankelijkheid van accommodaties als sportaanbod en de omvang van de doelgroep, wordt ‘aangepast sporten’ naast lokaal vaak ook regionaal opgezet en uitgevoerd. Echter, dit betekent dat sommige mensen met een beperking niet kunnen sporten of bewegen, terwijl ze dit wel graag zouden willen. Uit de interviews blijkt namelijk dat een deel van de respondenten een probleem signaleert op dit vlak. Bij het inrichten van het sportaanbod met een beperking wordt onvoldoende rekening gehouden met bijvoorbeeld de beperking in energie die deze doelgroep heeft. Als je een beperkte hoeveelheid energie hebt, kan het zijn dat deze energie al op is door het reizen naar het regionale aanbod, waardoor vervolgens sporten niet haalbaar is. Ook zijn de vervoersmogelijkheden naar regionale sport niet optimaal wegens onder andere beperkte toegankelijkheid en kosten.

Ook blijkt uit de interviews dat het aanbod van verschillende sporten beperkt is en het verkrijgen van hulpmiddelen die mogelijk nodig zijn voor het uitvoeren van een bepaalde sport ingewikkeld of in sommige gevallen zelfs niet mogelijk is.

91

SportMEE – Kenniscentrum Sport en Bewegen

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

62

De inzet van een consulent van MEE, ingehuurd door de afdeling sport, lijkt wel effect te sorteren voor het toeleiden van mensen met een beperking naar een sport die bij hen past. Uit de werkateliers bleek dat er al veel mensen door deze consulent zijn geholpen en dat er onder andere een G-team bij een sportvereniging is opgezet. Sport- en beweegloket Voor stakeholders in Dordrecht is een Sport- en beweegloket opgezet92. Dit houdt in dat sport- en beweegaanbieders en (maatschappelijke) instellingen een centraal aanspreekpunt hebben voor al hun sport- en beweegvragen. Dit aanspreekpunt is de sportregisseur die voor het gebied waarin de sportaanbieder gevestigd is verantwoordelijk is. De sportregisseur van Dordt Sport brengt de vragen in kaart en koppelt hier vervolgens de juiste ondersteuning aan. Sport en bewegen voor minima Tot slot zijn er minima waarvoor de Dordtpas93 beschikbaar is. Inwoners die van minimale financiële middelen leven, kunnen met korting of gratis deelnemen aan verschillende culturele en sportieve activiteiten. Toch valt een bepaalde doelgroep hiermee buiten de boot: de doelgroep die meer verdient dan ‘mag’ om in aanmerking te komen voor de Dordtpas, maar toch minimale financiële mogelijkheden heeft94. Deze doelgroep dient keuzes te maken, waarbij een andere keuze dan sport tot de mogelijkheden behoort.

De DordtPas is niet als activiteit opgenomen in de sportvisie, maar komt voort uit het bredere sociaal domein van de gemeente. In de werksessies is deze pas wel naar voren gekomen als een middel om sport te stimuleren en bij te dragen aan het bereiken van de doelen in de sportvisie. Verwachte bijdrage activiteiten aan het behalen van de top 10/80% Evenals bij de analyse op de instrumenten en de verwachte bijdrage aan het behalen van de top 10/80%, dragen de meeste activiteiten onder Programmalijn 1 indirect bij aan de doelstellingen. Daarentegen kunnen de activiteiten onder Programmalijn 2 direct bijdragen aan de doelstellingen, mits deze goed worden

uitgewerkt

en

uitgevoerd.

Onder

de

activiteiten

in

de

sportvisie

moeten

concrete

uitvoeringsplannen worden opgesteld. Dat is nu niet gebeurd, daarom kan niet goed bepaald worden welke bijdrage de huidige activiteiten leveren aan het behalen van de doelen uit de sportvisie. Er wordt een bijdrage verwacht, maar inschatten of dit voldoende is om de doelen te behalen is niet mogelijk.

PvA - Sport en beweegloket Dordrecht. Alles over Sporttegoed - Dordtpas 94 In het door de raad vastgestelde “Actieplan meer Dordtse kinderen sporten en bewegen” is de inkomensgrens voor kinderen om in aanmerking te komen voor dit tegoed voor de jaren 2024-2026 verruimd naar de doelgroep 140-170% van het sociaal minimum. Actieplan meer Dordtse kinderen sporten en bewegen 92 93

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

63

De tijdspanne/snelheid waarmee activiteiten tot uitvoer gebracht kunnen worden, zijn deels afhankelijk van andere afdelingen/stakeholders. Activiteiten waarbij de afdeling Sport volledig de regie heeft, kunnen logischerwijs sneller ontplooid worden. Toch biedt de afhankelijkheid ten aanzien van andere afdelingen binnen de gemeente ook kansen om sport en bewegen ‘in te bedden’ in het bredere sociaal en fysiek domein. Zo komt bijvoorbeeld de nieuwe programmaleider van Programmalijn 2 vanuit een aanpalende beleidsafdeling over naar de afdeling Sport. Hierover is door de gemeente in een gesprek aangegeven dat dit een bewuste keuze is geweest om de link tussen sport en andere beleidsterreinen te versterken. Een ander ‘voordeel’ dat voortkomt uit de afhankelijkheid van de afdeling Sport ten aanzien van stakeholders, is dat een betreffende stakeholder onderdeel wordt van een activiteit, wat een gevoel van ‘eigenaarschap’ oplevert. ‘Eigenaarschap’ kan weer leiden tot autonomie en daardoor een sterke verantwoordelijkheid voelen om een activiteit te laten slagen. Erkende interventies De erkende interventies (door Kenniscentrum Sport & Bewegen), onder andere LifeGoals, Nijntje Beweegt en SportMEE, die Team Sport tot uitvoer brengt, dragen logischerwijs ook in het Dordtse bij aan sport- en beweegparticipatie. De interventies zijn niet voor niets erkend.

Harde cijfers waaruit een verhoogde sport- en beweegparticipatie in Dordrecht blijkt door de inzet van deze interventies, zijn er (nog) niet. DIN-modellen en doelgroepenbeleid Het is lastig om de doelgroepen van de DIN-modellen te koppelen aan het doelgroepenbeleid uit de sportvisie, gezien de doelgroepen qua leeftijd niet met elkaar overeenkomen. En de DIN-modellen zijn opgesteld vóórdat de sportvisie werd vastgesteld. Desondanks lijkt het niet aannemelijk dat de DINmodellen niet zouden bijdragen aan verhoogde sport- en beweegparticipatie van specifieke doelgroepen. Enkel het koppelen van activiteiten uit de DIN-modellen aan een specifieke doelgroep uit het doelgroepenbeleid van de sportvisie is lastig. VSG-verkiezing en de inzet op de doelen Op 26 september 2024 heeft de verkiezing voor ‘Sportgemeente van het jaar 2023/2024’ plaatsgevonden. Dit is een verkiezing die is georganiseerd door de Vereniging Sport en Gemeenten (kortweg: VSG)95 en waarvoor gemeenten zichzelf moeten aanmelden. De gemeente Dordrecht heeft

Vereniging Sport en Gemeenten ondersteunt gemeenten bij de integrale vormgeving, ontwikkeling en uitvoering van sportbeleid en accommodatievraagstukken. Vereniging Sport en Gemeenten » Wie zijn wij 95

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

64

zichzelf aangemeld als kandidaat voor deze verkiezing. In de aanmelding 96 heeft de gemeente haar visie op lokaal sport- en beweegbeleid én hoe zij dit in praktijk vorm en inhoud geven met de hele gemeente moeten delen. Thema’s als ‘inclusief sporten’, ‘passend sportaanbod’, ‘lokaal netwerk’ en ‘vitale sportaccommodaties’ passeren de revue. Daarnaast gebruikt de VSG gegevens uit landelijke databases om inzicht te krijgen in inkomsten/uitgaven aan sport, aantallen sportaccommodaties, percentage inwoners dat sport en voldoet aan de beweegrichtlijn en percentage lidmaatschap georganiseerde sport. De sportiefste gemeente wordt gekozen door een speciale beoordelingscommissie die op werkbezoek komt. De gemeenten Dordrecht, Haarlem, Venray en Vught zijn de vier genomineerden voor de sportiefste gemeente van het jaar 2023/2024. Uit de informatie die de gemeente heeft ingediend om zich aan te melden blijkt het volgende met betrekking tot de inzet die geleverd wordt voor de sportvisie: Om ‘iedereen mee te laten doen (kansengelijkheid)’ worden verschillende interventies ingezet, wordt maatwerk geboden, is er aandacht voor verschillende doelgroepen en worden er lokale verbindingen gelegd die domein overstijgend zijn. Bij de ‘ondersteuning sportaanbieders’ spelen de sportregisseurs een grote rol

als centraal

contactpersoon (zij zijn het Sport- en beweegloket van de gemeente), wat goed werkt. Daarnaast wordt, in samenwerking met Mulier Instituut, om de twee jaar een Verenigingsmonitor uitgezet om inzichtelijk te maken hoe vitaal de sportverenigingen zijn. En er zijn diverse lokale financiële ondersteuningsmogelijkheden aan de sportverenigingen geboden, zo ook voor de ‘sport en energiecrisis’, waarbij financiële mogelijkheden zijn geboden aan de sportverenigingen, maar ook hulpmiddelen (energie- en duurzaamheidsscan) beschikbaar zijn gesteld om de energiehuishouding (beter) in kaart te brengen. Daarnaast is er tegelijkertijd een verkiezing voor ‘beste initiatief op sport- en beweegbeleid’ georganiseerd door VSG. Ook om deze prijs in de wacht te slepen, konden gemeenten zelf een initiatief indienen. Voor deze prijs zijn de gemeenten Dordrecht, Haarlem, Maastricht en Vught genomineerd. De gemeente Dordrecht heeft het initiatief ‘Vaardig in bewegen & gezonde leefstijl op school’ ingediend. Dit initiatief is uitgevoerd bij basisschool IKC Wereldwijzer. Naast basisonderwijs, zit hier ook een kinderdagverblijf. Op IKC Wereldwijzer is bewegingsonderwijs geïntensiveerd, zijn motorische vaardigheden gemeten met de MQ-scan en is vanuit de JOGG-methode gezond ontbijten gepromoot. De JOGG-aanpak zorgt voor een gezondere leefomgeving van 2,4 miljoen kinderen en jongeren.

Dat blijkt uit wetenschappelijke onderzoeken van het Mulier Instituut, Amsterdam UMC en Erasmus MC 97.

96 97

Verkiezing Sportgemeente van het jaar 2023 2024 aanmelding Dordrecht. Aanpak JOGG zorgt voor gezondere leefomgeving van 2,4 miljoen kinderen

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

65

Activiteiten met een ‘groot effect’ en/of met een ‘makkelijk en snel effect’ Net als bij de instrumenten, is het lastig te zeggen welke activiteiten een ‘groot effect’ of een ‘makkelijk en snel effect’ bereiken. Dat de activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelstellingen, lijkt aannemelijk. De erkende interventies die worden ingezet door de buurtsportcoaches/ sportconsulenten van Team Sport zijn wetenschappelijk onderbouwd. Er mag vanuit worden gegaan dat de interventies zorgvuldig worden uitgevoerd. Of deze interventies een ‘groot effect’ of een ‘makkelijk en snel effect’ opleveren, is lastig te zeggen. Omdat we onvoldoende inzicht hebben in de overige activiteiten van de gemeente door ontbrekende uitvoeringsplannen, kunnen we uitsluitend iets zeggen over de hierboven beschreven activiteiten. 5.3 Eerste resultaten sportvisie zichtbaar De sportvisie loopt in 2030 ten einde. De tussendoelen dienen pas behaald te zijn in 2026. Toch zijn er al enkele resultaten zichtbaar door de inzet van instrumenten en activiteiten. Zie hiervoor bijlage 4 van deze rapportage. Hieronder een greep uit de voorlopige resultaten: ●

Door de subsidieregeling ‘professionaliseren’ heeft een aantal verenigingen die daarop ingezet hebben met een professional, een ledengroei gezien van 30%. De verenigingen hebben gezamenlijk een subsidieaanvraag ingediend en gebruikgemaakt van een professional. Voor de verenigingen was dit ‘noodzakelijk’, gezien er minder leden waren dan gewenst, waardoor kosten van accommodatie relatief hoog lagen. De professional heeft er mede zorg voor gedragen dat er veel contacten zijn gelegd met bijvoorbeeld onderwijs en wijkfeesten door het aanbieden van een training met een groep jongeren vanuit de verenigingen. Niet elke vereniging die samen deze professional heeft ingezet, heeft evenveel geprofiteerd van deze inspanningen, wat mede te maken kan hebben met de vitaliteit van een vereniging. Naast deze verenigingen, hebben vijf andere verenigingen een aanvraag ingediend en toegekend gekregen ter professionalisering van hun vereniging.

●

In april 2024 heeft er weer een meting plaatsgevonden voor de NOC*NSF Lokale Sportdeelname Index onder inwoners van Dordrecht. Hier komt uit naar voren dat bijvoorbeeld gebruikers de binnen- en buitensportaccommodaties met een 8,1 beoordelen (streven 8,0). De totale sportdeelname is gestegen naar 70%. Op de doelstelling ‘80% van de kinderen scoort gemiddeld of goed op motoriek (gemeten met de MQ-scan)’ wordt momenteel een percentage van 73% bereikt.

●

De gemeente Dordrecht is door de VSG verkozen tot ‘sportiefste gemeente van Nederland 20232024’. Dit is een klinkend resultaat, dat ook veel aandacht oplevert voor de sportvisie en motivatie om de inzet te continueren. Echter, deze VSG-verkiezing is op basis van aanmelding op eigen initiatief en zegt in beperkte mate iets over de ambitie om in de top 10 sportiefste gemeenten te komen. Die top 10- normering is gebaseerd op de in 2020 door Atlas Research opgestelde sportatlas voor gemeenten. In tegenstelling tot de VSG-verkiezing, gaat de Atlas uit van

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

66

kwantitatieve data uit een groot aantal bronnen en kunnen gemeenten zichzelf niet verkiesbaar stellen. Dit is een wezenlijk verschil met de verkiezing die de VSG organiseert. ●

Het tarievenbeleid dat geharmoniseerd moet worden, heeft vertraging opgelopen. Dit is medegedeeld in een raadsinformatiebrief. Dit kwam doordat de afdeling Sportaccommodaties die dit oppakt in 2023 te weinig mankracht had, en de regie niet bij de afdeling Sport ligt.

●

In

het

sportbeleid

staat

opgenomen

dat

binnen-

en

buitensportaccommodaties

een

kwaliteitsimpuls moeten krijgen. De gemeente is inmiddels begonnen met het vervangen van conventionele sportveldverlichting door LED-verlichting. ●

Ondersteuning die geboden wordt door de sportadviseur voor mensen met een beperking en/of afstand tot sport en dat er op basis van een individuele vraag van een inwoner een G-team is ontstaan bij een vereniging.

●

De verbinding met het bredere sociaal domein is en wordt beter gelegd (Dordtpas, LifeGoals, SportMEE, et cetera).

Wat verder opvalt, is dat sommige activiteiten (hoofdstuk 5) niet direct te linken zijn aan één van de tussendoelen per strategische ambitie. Hierdoor is het onduidelijk waarom de activiteit wordt ingezet. Ook het ontbreken van uitvoeringsplannen per medewerker van Team Sport maakt het lastig om de vertaalslag van beleid naar uitvoer te analyseren en de daaropvolgende resultaten. 5.4 Belemmeringen aanwezig bij de inzet van instrumenten en activiteiten Meer ambities dan middelen In de sportvisie staat opgenomen dat de gemeente moet prioriteren aangezien er ‘meer ambities dan middelen’ zijn. Met middelen worden zowel financiële als personele middelen bedoeld. In paragraaf 3.4 is dit uitgebreid beschreven. Subsidies Voor de regelingen (subsidies) die de gemeente aanbiedt, geldt enerzijds een eigen bijdrage van de verenigingen en anderzijds is er een subsidieplafond ingesteld. Het is dus afhankelijk van de financiën van stakeholders of er überhaupt een subsidieaanvraag ingediend kan worden, en daarbij moet ‘de pot niet leeg zijn’. Daarnaast ligt de verantwoordelijkheid voor het indienen van een subsidieaanvraag bij stakeholders en wordt het proces van aanvragen als tijdrovend en gecompliceerd ervaren. De gemeente is dus afhankelijk van de stakeholders of er überhaupt subsidieaanvragen worden ingediend.

Ontbreken uitvoeringsplannen Team Sport Met medewerkers van Team Sport worden de (buurt)sportcoaches, sportregisseurs, sportconsulenten en talentcoaches bedoeld. In de sportvisie staan verschillende tussendoelen en activiteiten opgenomen. Een deel van de activiteiten (met name de activiteiten onder de strategische ambities ‘de jeugd is de sportiefste van Nederland’, ‘iedereen doet naar vermogen mee aan sport en bewegen’ en ‘sport- en

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

67

beweegaanbieders zijn vitaal’) worden door medewerkers van Team Sport uitgevoerd. Echter, de uitvoeringsplannen die daarbij horen ontbreken. Ook blijkt uit dit onderzoek dat activiteiten van Team Sport niet altijd voortkomen uit en daarmee bijdragen aan beleidsdoelstellingen van de sportvisie. Hierdoor is het lastig om aan te tonen in hoeverre hun werkzaamheden bijdragen aan de beleidsdoelstellingen. Afhankelijkheid van andere afdelingen/stakeholders De activiteiten zijn opgesteld op basis van de lokale opgave(n) die de gemeente heeft. Een deel van de activiteiten kan direct door de afdeling Sport worden ontplooid, in het overige deel van de activiteiten zit een (sterke) afhankelijkheid van andere gemeentelijke afdelingen/ domeinen. Deze afhankelijkheid is ook gesignaleerd en besproken in de interviews. In bijlage 5 is in de zesde kolom de afhankelijkheid van de afdeling Sport bij een bepaalde ‘activiteit’ ten opzichte van andere afdelingen en/of stakeholders beschreven. Voor het uitvoering geven van activiteiten in de sportvisie kan afhankelijkheid van andere afdelingen zowel positief als negatief zijn. Negatief is dat uitvoering van een activiteit waarschijnlijk langer duurt dan wanneer de regie bij de afdeling Sport ligt. Positief is dat sport geïntegreerd wordt binnen andere afdelingen/beleidsterreinen.

Wat opvalt, is dat de activiteiten onder Programmalijn 1 en 2 veel afhankelijkheden bevatten en dat team sport vooral bij Programmalijn 1 de regie vaak niet in eigen handen heeft, maar deze bij een andere partij ligt. De inhoud van deze Programmalijn gaat over sportaccommodaties en leefomgeving (hardware: sportparken, openbare leefruimte en (binnen)sportaccommodaties), waarbij de afdeling Sport met name afhankelijk is van de afdeling Sportaccommodaties, Ruimtelijke Ontwikkeling en de sportverenigingen. In Programmalijn 2 ligt de regie meestal wel bij team sport, maar is er toch in bepaalde mate een afhankelijkheid van andere partijen, bijvoorbeeld van het onderwijs, de kinderopvang, sportaanbieders, de GGD etc. Abstract beschreven activiteiten De mate waarin een activiteit concreet of abstract beschreven is, zegt niets over of deze activiteit direct of indirect bijdraagt aan de gestelde tussendoelen per strategische ambitie. Een activiteit als ‘meer communiceren over mogelijkheden om te sporten in de openbare ruimte’ is een vrij concreet beschreven activiteit, maar ‘meer communiceren’ leidt niet direct tot meer Dordtenaren die sportief bewegen. Een ander voorbeeld is de activiteit ‘de inzet van een urban sportregisseur en de programmering op de Cruyff Courts’ is tevens een redelijk concrete activiteit, maar levert niet direct meer Dordtenaren in beweging op.

Door uitvoeringsplannen onder de gemeentelijke ‘activiteiten’ te hangen, wordt het duidelijker wat er precies bedoeld wordt met een activiteit zoals opgenomen in de sportvisie. Immers: ‘meer communiceren’ en ‘de inzet van een urban sportregisseur en programmering op Cruyff Courts’ is een concrete beschrijving van wat de gemeente wil om een specifieke strategische ambitie te behalen. Echter, dit zegt niets over hoe de gemeente gaat communiceren en wat de urban sportregisseur precies gaat doen om te zorgen voor programmering op de Cruyff Courts. Daarvoor is een uitvoeringsplan nodig.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

68

6. Informatievoorziening aan en rol van de Raad In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord: 6. In welke vorm en hoe vaak wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten die zijn opgenomen in de sportvisie? Is dit tijdig, juist en volledig?

7. Hoe is de gemeenteraad in staat gesteld zijn kaderstellende en controlerende rol te vervullen? En in Heeft de raad die vervuld? 8. Hoe is de input die gegeven is door de politieke partijen meegenomen in de sportvisie?

Kernbevindingen “Informatievoorziening aan en rol van de Raad” De raad is in een vroeg stadium en in voldoende mate betrokken bij het opstellen van de sportvisie. Ze hebben de sportvisie unaniem aangenomen maar spreken desondanks ook zorgen uit, bijvoorbeeld op het gebied van beschikbare financiën, hun invloed op het uitvoeringsplan en de aandacht voor kwetsbare doelgroepen. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt wanneer de raad geïnformeerd wordt over de voortgang en welke vraagstukken aan de raad worden voorgelegd voor besluitvorming. Dit gebeurt in de meeste gevallen tijdig, maar niet altijd. De raad geeft aan behoefte te hebben aan meer informatie dan nu door het college verstrekt wordt, met name op het gebied van financiën en de uitvoeringsplannen, om hun kaderstellende en controlerende rol in te kunnen vullen. Echter, er zijn geen vragen gesteld naar aanleiding van de raadsinformatiebrief waarin het college gerapporteerd heeft over de voortgang van de sportvisie. 6.1 Raad staat achter sportvisie en totstandkoming maar heeft ook zorgen In paragraaf 3.1 en 3.5 hebben we al beschreven hoe de gemeente is gekomen tot de sportvisie en hoe de betrokkenheid van andere partners hierbij was ingericht.

In deze paragraaf zoomen we specifiek in op de betrokkenheid van de raad bij het opstellen en vaststellen van de sportvisie en de kaderstellende rol die de raad daarbij heeft gehad en nog heeft na het vaststellen van de visie. De raad is in een vroeg stadium betrokken bij de ontwikkeling van de sportvisie, aangezien de huidige sportvisie vorm heeft gekregen naar aanleiding van een amendement 98, ingediend en aangenomen bij de raadsbehandeling van het raadsvoorstel 99 voor het programma sportparken 2022-2030100. Na het

A1A - Amendement programma sportparken Raadsvoorstel Programma Sportparken 2022-2030 100 Programma Sportparken 2022-2030 98 99

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

69

aannemen van dit amendement is de gemeente aan de slag gegaan met het opstellen van de Sportvisie 2030. De raad is op de hoogte gehouden via twee raadsinformatiebrieven 101 alvorens via een werkbezoek102, twee beeldvormende vergaderingen103 en een oordeelsvormende104 vergadering in de besluitvormende vergadering te besluiten de sportvisie met een amendement 105 unaniem aan te nemen106. In het hierboven beschreven proces zijn er door raadsfracties op verschillende momenten (technische) vragen aan het college gesteld die zijn beantwoord via een memo 107. Ook zijn er in de verschillende vergaderingen veel vragen gesteld aan het college die de volle breedte van de sportvisie bestreken. Daarnaast is er een motie aangenomen waarbij de raad het college verzoekt indien verplaatsing van één of meerdere sportverenigingen nodig wordt geacht of wanneer er sprake is van andere impact op het sportareaal of op de ambities uit de sportvisie dit expliciet in een vroegtijdig stadium in een voorstel aan de raad voor te leggen waarbij de afwegingen en de compensatie voor de betreffende vereniging moet worden opgenomen.108 Er waren nog andere moties109, maar die zijn teruggetrokken gedurende de vergadering omdat de vragen voldoende beantwoord waren door het college volgens de indieners van de moties. Zoals gezegd is de raad unaniem akkoord gegaan met de sportvisie.

In de besluitvormende vergadering waarin dit besluit genomen werd, zijn er door de raadsleden nog wel zorgen uitgesproken. Deze zorgen liggen met name op de volgende onderwerpen: ●

Het mogelijk botsen met aanpalend beleid, o.a. gebiedsontwikkeling.

●

De financiën, o.a. de beperkte budgetten, een gebrek aan overzicht en inzicht in de beschikbare middelen.

●

Het uitvoeringsplan, o.a. de invloed die de raad erop heeft, wanneer dit plan met de raad wordt gedeeld.

●

De consequenties voor de verenigingen.

●

Het tijdspad.

●

De communicatie naar sportbedrijven.

RIB Voortgang Programma Sportparken 2022-2030 en VHP en RIB Actualisatie sportbeleid Werkbezoek sportaccommodatie Deetos Snel en kennismaking leden Sportraad - Actualisatie Sportbeleid 103 Rondetafelgesprek op 21 maart 2023 en technische briefing op 28 maart 2023 104 Oordeelsvormende commissie Sportvisie 2030 105 A1 - Amendement Laat de Sportvisie over sport gaan 106 Besluitvormende vergadering Sportvisie 2030 107 Beantwoording technische vragen CDA, Beantwoording technische vragen VSP, Beantwoording technische vragen Fractie van Waardhuizen 108 M4 Motie Verenigingen centraal in Dordt 109 M5 Motie Een ambitieus plan is slecht haalbaar met voldoende financiële middelen en M6 Motie Een probleem is geen probleem als het wordt opgelost 101 102

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

70

●

De aandacht voor kwetsbare groepen.

●

De mogelijke clustering van sportverenigingen.

●

De beschikbare zaalruimte.

●

De toegankelijkheid van sportaccommodaties en sportieve buitenruimte.

In het gesprek met een afvaardiging van de raad in het kader van dit onderzoek, wordt door de aanwezige raadsleden aangegeven dat men inderdaad achter de ambitieuze insteek van de sportvisie staat. De aandacht voor sport is belangrijk omdat sporten goed is voor de inwoners van de gemeente. Ook geven de aanwezige raadsleden aan dat zij vinden dat er voldoende gedaan is met de input van de raad bij de totstandkoming van de sportvisie. Hun zorg ligt met name op het gebied van de invulling en de uitwerking van de sportvisie. Hier wordt in de volgende paragraaf op ingegaan. 6.2 Raad kan controlerende rol onvoldoende vervullen In de vastgestelde sportvisie zijn een aantal duidelijke momenten opgenomen waarop het college bij de raad moet komen om bepaalde besluiten aan de raad voor te leggen. Het gaat hierbij onder andere om besluiten over: ●

het inzetten van gereserveerde middelen voor sport uit “Politiek Akkoord Sport + reservering begroting

2022”,

“Agenda

2030:

Dordwijkzone

(Stadspark

XXL)”

en

“Overige

lokale

budgetten”110; ●

het inzetten van het afwegingskader capaciteit buitensport als de bovengrens wordt bereikt en hierdoor een financieringsvoorstel ontstaat 111;

●

voorstellen qua optimalisatie die betrekking hebben op de sportparken in de Dordwijkzone (en ook gefinancierd worden uit het Programma Dordwijkzone) 112;

●

de besteding van de gereserveerde middelen voor 2025 en 2026 en het voteren van de middelen Politiek Akkoord in september 2024.

Daarnaast wordt afgesproken dat het college de raad informeert over de voortgang via jaarlijkse raadsinformatiebrieven die bij aanvang van het sportseizoen (september) aan de raad worden gestuurd113. In het overzicht van sport gerelateerde documenten in het raadsinformatiesysteem 114 is te zien dat de raad vooral veel financiële verzoeken voorgelegd krijgt, onder andere over het beschikbaar stellen van

Sportvisie 2030 - p.51 Sportvisie 2030 - p.55 112 Sportvisie 2030 - p.55 113 Sportvisie 2030 - p.55 114 Raadsinformatiesysteem Dordrecht thema sport 110 111

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

71

(investerings)kredieten, het verstrekken van een aanvullende lening, het instemmen met een garantstelling en het vaststellen van een voorbereidingsbudget. Daarnaast wordt er een raadsvoorstel voorgelegd met betrekking tot het Actieplan meer Dordtse kinderen sporten en bewegen en worden vragen van Fractie van der Spoel over basketbal in Dordrecht beantwoord. 115 Het raadsvoorstel voor het MeerJarenOnderhoudsPlan

sportvelden

2024-2041116 is door

het

college toegestuurd

aan

de

agendacommissie, maar dit voorstel is door de agendacommissie weer teruggestuurd naar het college voor aanscherping117 omdat in het voorstel onduidelijkheden zaten, zowel in de inhoud als in de beslispunten. Vanuit

de raad

wordt

er één

sport

gerelateerde

motie

ingediend

tijdens de

begrotingsbesprekingen eind 2023. In deze motie wordt het college gevraagd onderzoek te doen naar wat er organisatorisch, financieel en anderszins nodig is om op meer structurele basis grote (inter-)nationale impactvolle sportevenementen naar Dordrecht te halen en te behouden 118. In de periode tussen het vaststellen van de sportvisie en september 2024 worden er een aantal sport gerelateerde raadsinformatiebrieven naar de raad gestuurd. Deze brieven gaan onder andere over openingstijden van de buitenbaden119, de wijkaanpak ‘ieder kind verlaat zwemveilig de basisschool 120 en over de voortgang van de sportvisie121. Kijkend naar de afspraken die gemaakt zijn in de sportvisie, dan is de RIB over de voortgang te laat. In plaats van in september 2023 is de brief in december ingediend, in januari besproken door de agendacommissie en in februari 2024 bij de gehele bij de raad terechtgekomen. De raad neemt deze RIB als ingekomen stuk ter kennisgeving aan. In het gesprek met een afvaardiging van de raad komen een aantal zorgen naar voren met betrekking tot de informatie die gedeeld wordt door het college en de impact daarvan op de (on)mogelijkheid om als raad op een passende wijze zijn controlerende rol in te vullen. Met name het gebrek aan een integraal uitvoeringsplan (routekaart) vinden de raadsleden problematisch.

Ze geven aan dat ze graag de stappen van de gemeente willen kunnen volgen en ze hebben het idee dat door het ontbreken van een goede routekaart ze hun controlerende rol niet voldoende kunnen invullen. Ook geven de raadsleden aan dat ze onvoldoende inzicht hebben in de financiële kant van de sportvisie. Hoe dragen de investeringen bij aan het behalen van de doelen? Waar wordt nou daadwerkelijk geld aan uitgegeven en zijn dat wel de juiste dingen? Dat willen ze graag weten, maar dat vinden ze op dit moment niet voldoende inzichtelijk. Kortom, er is een grote behoefte aan zowel meer inhoudelijke informatie over hoe de sportvisie wordt

Beantwoording artikel 40-vragen inzake basketbal Dordrecht Dit valt onder de afdeling sportaccommodaties, niet onder team sport 117 Agendacommissie Dordrecht 17 september 2024, Gemeente Dordrecht 118 M10 - Haal Internationaal Topsportevenement binnen 119 RIB Openingstijden Buitenbaden 120 RIB Wijkaanpak ieder kind verlaat zwemveilig de basisschool 121 RIB Stand van zaken Sportvisie 115 116

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

72

uitgevoerd als meer informatie over de financiële kant van de sportvisie. Op dat gebied maken de raadsleden zich ook zorgen over het komende ravijnjaar en wat de invloed daarvan op de sportvisie zal zijn. De raadsleden geven in het gesprek ook aan dat het verkrijgen van informatie bemoeilijkt wordt door de vergaderstructuur van de gemeenteraad. Er wordt gebruikgemaakt van het BOB-model122, waarbij beelden oordeelsvormende commissies parallel aan elkaar plaatsvinden. Dit maakt het moeilijk om op de hoogte te blijven, vooral voor kleinere fracties. Er wordt ook aangegeven dat dit invloed heeft op de integraliteit van besluitvorming over de beleidsvelden heen.

122

BOB staat voor beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

73

7. Beoordeling normenkader – ruimte voor verbetering Op basis van de bevindingen, zoals beschreven in de bovenliggende hoofdstukken, kunnen we de normen van een beoordeling voorzien. In onderstaande tabel zijn de normen per onderdeel van dit onderzoek weergegeven, inclusief een beoordeling waarbij groen staat voor (grotendeels) voldaan aan de norm, oranje voor deels voldaan/deels niet voldaan aan de norm, en rood voor (grotendeels) niet voldaan aan de norm. In een enkel geval heeft het ene deel van de norm een andere beoordeling dan het andere deel van de norm. Indien dat het geval is, lichten we kort toe waarom welk deel van de norm welke beoordeling heeft gekregen. Voor de overige normen verwijzen we voor een toelichting naar de bovenliggende hoofdstukken.

Vraag

Norm

Beoordeling

Haalbaarheid (H3)

1. Hoe is Dordrecht gekomen tot de doelstellingen en beleidsuitgangspunten in de sportvisie? a. Zijn de doelstellingen en beleidsuitgangspunte n SMART geformuleerd? b. Is er een routekaart gemaakt voor het bereiken van de doelstellingen en beleidsuitgangspunte n? i. Zo ja, hoe ziet deze routekaart eruit? Wat is daarin opgenomen over de rol van

De gemeente heeft een duidelijke onderbouwing voor de doelstellingen en beleidsuitgangspunten123 van de sportvisie. De doelstellingen en beleidsuitgangspunten zijn SMART geformuleerd. Er is expliciet in kaart gebracht welke streefwaarden de gemeente wil realiseren en deze hebben vastgestelde kaders (financieel, personeel, samenwerking).

De gemeente heeft wel in kaart gebracht welke streefwaarden ze wil realiseren, maar hiervoor zijn geen duidelijke kaders vastgesteld, zowel op het vlak van personeel als van financiën en samenwerking.

De gemeente heeft een routekaart of uitvoeringsplan voor het

Onder doelstellingen en beleidsuitgangspunten verstaan we voor dit normenkader zowel de ambitie (top 10) als de overkoepelende doelstelling (80%), de beleidsuitgangspunten, de doelstellingen en de tussendoelstellingen uit de sportvisie. 123

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

74

Vraag

de uitvoerende partijen? ii. Zo nee, in welke andere vorm is het uitvoeringsplan van de sportvisie gegoten en hoe ziet dit eruit? c. Zijn er voldoende financiële en personele middelen beschikbaar om de doelen te behalen? d. Is wat er gevraagd wordt van de betrokken partners om de doelstellingen en beleidsuitgangspunte n te halen realistisch? e. Hoe heeft de gemeente met de betrokken partners gecommuniceerd over wat er gevraagd wordt van deze partners om de doelstellingen en beleidsuitgangspunte n te halen?

Norm

Beoordeling

bereiken van de doelen en beleidsuitgangspunten in de sportvisie. Deze routekaart of dit uitvoeringsplan is duidelijk geformuleerd en alle relevante onderdelen zijn erin opgenomen, inclusief de rol van de uitvoerende partijen.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

75

Meetbaarheid (H4) 2. Wat wordt er gemeten of gaat er gemeten worden om inzicht te krijgen in de realisatie van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten? a. Hoe wordt dat gemeten? b. Wanneer wordt dat gemeten? c. Bij wie of waar wordt dat gemeten?

De uitkomstmaten die de gemeente heeft gekozen om de voortgang van de sportvisie te monitoren zijn passend bij de doelen en beleidsuitgangspunten en zijn daadwerkelijk meetbaar.

Er is over het algemeen geen duidelijke koppeling gemaakt tussen de doelen en de gekozen uitkomstmaten (tussendoelen) waardoor het moeilijker te beoordelen is of ze passend zijn.

De gemeente beschikt over een duidelijke planning wat wanneer bij wie gemeten wordt en weet op welke manier zij dat gaat doen (of aan wie zij het uitbesteedt).

De gemeente is een heel eind op de goede weg, maar kijkend naar het door de gemeente gemaakte overzicht dan zitten daar nog te veel losse eindjes in om te concluderen dat er een duidelijke planning is wat wanneer bij wie gemeten wordt en op welke manier dat gedaan gaat worden.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

De gekozen uitkomstmaten (tussendoelen) zijn in de meeste gevallen wel meetbaar.

76

Effectiviteit (H5) 3. Waarop is de keuze voor de set van in te zetten instrumenten en activiteiten gebaseerd? Op effectiviteit uit het verleden in de eigen gemeente? Of op effectiviteit elders? a. Zijn dit instrumenten en activiteiten om 80% van de Dordtenaren in 2030 aan het sporten of sportief bewegen te krijgen? Indien niet, wat mist er? b. Zijn dit de instrumenten en activiteiten om als Dordrecht in 2030 in de top 10 meest sportieve gemeenten van Nederland te staan? Indien niet, wat mist er? c. Welke instrumenten en activiteiten leveren naar verwachting een groot effect (“grote klappers”) of een makkelijk en snel effect (“laaghangend fruit”) op? 4. Zijn er al eerste resultaten zichtbaar van de ingezette instrumenten en activiteiten? 5. Waar zitten belemmeringen bij het inzetten van de instrumenten en de activiteiten en hoe worden die weggenomen? a. Is er actie op andere beleidsterreinen nodig?

De keuze voor de instrumenten en activiteiten is te onderbouwen en de gemeente kan hard maken waarom dit de juiste instrumenten en activiteiten zijn voor het behalen van… ● de 80%-norm in 2030; ● de top 10 meest sportieve gemeenten in 2030. Het is waarschijnlijk dat de instrumenten en activiteiten voldoende zijn voor het behalen van… ● de 80%-norm in 2030; ● de top 10 meest sportieve gemeenten in 2030. Er zijn resultaten zichtbaar en deze zijn in lijn met de gestelde doelen en beleidsuitgangspunten. De gemeente heeft inzichtelijk welke knelpunten er zijn bij het inzetten van instrumenten en activiteiten en heeft een plan om deze weg te nemen of neemt deze al weg.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

77

Rol van de raad (H6) 6. In welke vorm en hoe vaak wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten die zijn opgenomen in de sportvisie? Is dit tijdig, juist en volledig? 7. Hoe is de gemeenteraad in staat gesteld zijn kaderstellende en controlerende rol te vervullen? En in hoeverre heeft de raad die vervuld? 8. Hoe is de input die gegeven is door de politieke partijen meegenomen in de sportvisie?

De informatievoorziening aan de gemeenteraad is tijdig (er kan nog iets met de informatie worden gedaan). De informatievoorziening aan de gemeenteraad is juist (de informatie kent geen fouten en is betrouwbaar). De informatievoorziening aan de gemeenteraad is volledig. De kaders en richtlijnen die de gemeenteraad en het college van B&W hebben afgesproken in beleidsplannen en beleidsregels zijn voldoende concreet en kunnen aangepast worden bij gewijzigde wensen in de raad. Beleidsambities zijn vertaald naar meetbare doelen en resultaten. Het college en de gemeenteraad hebben afspraken gemaakt over periodieke verantwoording m.b.t. de realisatie van doelen en resultaten. De gemeenteraad is op de hoogte van zijn bevoegdheden. De gemeenteraad kent de periodieke afspraken. De gemeenteraad bevraagt het college van B&W over de mate waarin doelen gerealiseerd worden.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

78

De gemeenteraad kan zijn kaderstellende en controlerende rol vervullen. De input van politieke partijen is op een navolgbare wijze meegenomen in de sportvisie.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

79

Bijlagen

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

80

Bijlage 1 Geraadpleegde personen Interviews en groepsgesprekken ● ● ● ● ● ● ● ● ●

Wethouder Sport & Recreatie, gemeente Dordrecht Teamleider Sport, gemeente Dordrecht Strategisch beleidsadviseur Sport, gemeente Dordrecht Adviseur planning & control, gemeente Dordrecht Sportregisseur, Dordt Sport, gemeente Dordrecht Coördinator buurtsportcoaches, Dordt Sport, gemeente Dordrecht Vertegenwoordiging van de Sportraad Dordrecht Vertegenwoordiging van de Klankbordgroep Dordt Inclusief, onderdeel van de Adviesraad WMO & Jeugd Dordrecht Afvaardiging van de gemeenteraad van Dordrecht – zeven raadsleden van zes verschillende fracties

Werkatelier Programmalijn 1 Een omgeving die uitnodigt tot sport en bewegen ● ● ● ● ●

Voorzitter sportvereniging Bestuurslid sportvereniging Voorzitter stichting die een verenigingshal beheert Teamleider sportaccommodaties, gemeente Dordrecht Strategisch beleidsadviseur Sport - verantwoordelijk voor Programmalijn 1, gemeente Dordrecht

Werkatelier Programmalijn 2 Een leven lang sportplezier voor iedereen ● ● ● ● ● ● ● ●

Voorzitter sportvereniging Vrijwilligerscoördinator sportvereniging Adviseur publieke gezondheid JOGG, GGD Zuid-Holland-Zuid Sportadviseur voor mensen met een beperking en/of afstand tot sport, Dordt Sport, gemeente Dordrecht Coördinator buurtsportcoaches, Dordt Sport, gemeente Dordrecht Buurtsportcoach en ambitieleider “De jeugd is de sportiefste van Nederland”, Dordt Sport, gemeente Dordrecht Beleidsadviseur en ambitieleider “Topsport inspireert en maakt schapetrots”, gemeente Dordrecht Strategisch beleidsadviseur Sport - verantwoordelijk voor Programmalijn 2, gemeente Dordrecht

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

81

Bijlage 2 Omschrijving zeven strategische ambities In deze bijlage hebben we de omschrijving van de zeven strategische ambities opgenomen, deze zijn integraal overgenomen vanuit de sportvisie.

Programmalijn 1 Een omgeving die uitnodigt tot sport en beweging - Dordtse sporters waarderen hun sportomgeving met een 8 of hoger op grond van beschikbaarheid, toegankelijkheid, betaalbaarheid, duurzaamheid en kwaliteit. 1. De sportparken zijn tot vitale sportparken doorontwikkeld Een vitaal sportpark heeft een inrichting waardoor het meer deel uitmaakt van het dagelijks maatschappelijk leven. Er is een toename in het aantal (niet-sport gerelateerde) gebruikers en initiatieven en er wordt meer gebruikgemaakt van de bestaande ruimte. Sterke sportaanbieders verzorgen er aanbod en werken met elkaar samen. Het sportpark is duurzaam, schoon, heel en veilig. Inwoners maken gebruik van de sportparken om te verblijven, te sporten, elkaar te ontmoeten of om er doorheen te fietsen. De grotere sportparken liggen in de Dordwijkzone en worden onderdeel van het Stadspark XXL. De verbinding tussen de sportparken wordt hiermee ook aantrekkelijk voor de ongeorganiseerde sporter. De wijksportparken vervullen een laagdrempelig ontmoetingspunt. Zowel voor leden van de club(s) als voor jong en oud uit de buurt. Verbindingen met de scholen in de buurt, de zorginstellingen en welzijnspartners zijn kansen. Vooral in Dordrecht-West kunnen de drie sportparken een grote maatschappelijke functie vervullen. 2.

De openbare leefruimte wordt meer sportief gebruikt Een sportieve openbare ruimte is cruciaal om spelen, bewegen, sporten en sociale ontmoeting duurzaam te stimuleren. Zowel binnen als buiten de bebouwde kom, met oog voor de natuur. Vanaf de voordeur tot het natuurgebied. Op playgrounds, bij skateparken, in en op het water en op wandel- of fietsroutes. Een sportieve openbare ruimte zorgt voor een gezonde leefomgeving. Naast sportverenigingen met vaste accommodaties is de openbare ruimte in toenemende mate een plek om te sporten, bewegen of recreëren. Het aantal mensen dat sport in de openbare ruimte groeit. Als maatschappij staan we voor diverse uitdagingen waarbij de buitenruimte onder druk komt te staan. Bij de grote opgaves op het gebied van woningbouw en de plannen hiervoor wordt ruimte voor sport en bewegen meermaals vergeten. Met deze ambitie moet dat voorkomen worden. Ook het sporten in en op het water valt onder deze ambitie, waarbij veilig, succesvol en met veel plezier het water op gaan het uitgangspunt is.

Onderzoek haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 | Rekenkamer Dordrecht

82

3. De binnensportaccommodaties zijn toekomstbestendig Een toekomstbestendige binnensportaccommodatie is aangepast op de eisen van de tijd, kan flexibel meebewegen met nieuwe trends en ontwikkelingen en het interieur moet multidisciplinair gebruikt en aangepast kunnen worden voor jong en oud. Dat zijn voorwaarden voor een optimale benutting en hoge bezettingsgraad. Inwoners maken georganiseerd en recreatief gebruik van binnensportfaciliteiten. Met de verenigingshallen heeft Dordrecht een unieke constructie die moederverenigingen het grote voordeel opleveren van het hebben van een thuisbasis. Enkele sportverenigingen koesteren een eigen locatie, maar moeten wel alle zeilen bijzetten om deze toekomstbestendig te houden. Sportondernemers voorzien de anders georganiseerde sporter met o.a. klimmen, fitness en skiën. Toch kunnen nog niet alle sportondernemers zich eenvoudig vestigen in Dordrecht. De sportboulevard is het vlaggenschip voor sport in onze stad met hoogwaardige faciliteiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/903/documents/37523