Raadsinformatiebrief over Stand van zaken Transitie GRD.pdf
Tekst van het document
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum
2 maart 2021
Zaaknummer
InProces BBV: 2021-0029829 Raadsinformatiebrief over Stand van zaken transitie GRD
Betreft
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Pijler Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:
Wouter Kolff Sociaal en Zorgzaam Dordrecht Sociale Leefomgeving Stad - Zorg & Ondersteuning Leonie Dekkers-Kamp la.dekkers-kamp@dordrecht.nl Guido von Grumbkow Ja
Raadsinformatiebrief Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? In het najaar van 2019 is de discussie over de toekomst van de samenwerking in de Drechtsteden een nieuwe fase in gegaan. De gemeenteraad van Dordrecht nam op 29 oktober 2019 een motie aan die als essentie had het komen tot alternatieve besturingsmodellen voor de samenwerking. Gedurende 2020 is door de zeven colleges in de regio gezamenlijk gewerkt aan deze alternatieven. Dit heeft in de collegeconferentie van zeven colleges in oktober 2020 geresulteerd in een gezamenlijk gekozen alternatief, gericht op een zakelijker en flexibeler samenwerking, met meer mogelijkheden tot maatwerk en waarin het belang van de stad Dordrecht in de regio beter is geborgd. Dit alternatief is inmiddels vertaald in een principebesluit dat eind 2020 door alle zeven gemeenteraden is genomen. Kern van de bestuurlijke en organisatorische wijzigingen is dat de taken van de sociale dienst (al dan niet in aangepaste vorm) zullen landen in een zogenaamde "collegeregeling" en de overige dochters van de huidige GRD overkomen naar de gemeente Dordrecht. Dordrecht zal dan vanaf 1 januari 2022 voor deze taken fungeren als "servicegemeente" richting de overige zes Drechtsteden.
Door middel van deze raadsinformatiebrief brengen we u op de hoogte van de stand van zaken in deze twee aparte "transitiesporen", die wezenlijk van elkaar verschillen. De vorming van de servicegemeente trekken we vanuit Dordrecht. Voor de GR Sociaal zijn we penvoerder. We blijven als zeven gemeenten gezamenlijk eigenaar van de sociale dienst en doorlopen daarom een gezamenlijk proces. Dordrecht heeft in beide trajecten een leidende rol. Voor beide sporen geldt, dat we dit niet alleen doen. Wij voelen ons verantwoordelijk voor de goede bestuurlijke en ambtelijke verbindingen binnen ons netwerk. Wat is de te delen informatie? We nemen u graag mee in de tussenstand op de twee transitiesporen, die erop gericht zijn op 1 januari 2022 van start te kunnen gaan in de nieuwe constellatie. Spoor 1: sociaal domein Er is sprake van een aantal fundamentele wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie:
Zaaknummer
InProces BBV: 2021-0029829
1. Inhoudelijke beweging: meer ruimte voor maatwerk met inachtneming van efficiency. 2. Nieuwe blik op delegatie en mandaat. 3. Samenstelling bestuur, stemverhoudingen en financiële verrekening. Ad 1. Meer ruimte voor maatwerk met inachtneming van efficiency Een belangrijke drijvende kracht achter de ingezette beweging is dat gemeenten meer eigen keuzen willen gaan maken in hun sociaal beleid. Daarbij is al eerder aangetekend dat dit een aanvullend prijskaartje kan hebben, dat uiteraard is voor de gemeente die een (afwijkende) keuze maakt. De afgelopen twee maanden is ambtelijk verkend welke behoeften er leven betreffende dit zogenaamde "lokale maatwerk". Op basis van die verkenning lijkt het volgende beeld te ontstaan. Ten eerste. In de gesprekssessies (ambtelijk en met wethouders)is tot nu toe geven de betrokken ambtenaren en bestuurders aan het gehele uitkeringsproces bij de GR te willen beleggen. Het proces vraagt specialistische kennis en is efficiënt en effectief ingericht en kent bovendien weinig maatwerkmogelijkheden. Ten tweede. Men is tevreden over de huidige regionale arbeidsmarktbenadering en werkgeversbenadering.
De regionale aanpak en (publiek-private) samenwerking is een voorbeeld in het land en de huidige landelijke ontwikkelingen maken het des te meer noodzakelijk dat de huidige werkwijze en aanpak behouden blijft en steeds verder eenduidig uitgebouwd en verbeterd wordt. Dat wil niet zeggen dat er geen extra mogelijkheden zijn die in overleg met gemeenten als maatwerk kunnen worden toegepast in de vorm van extra of aparte projecten. Het zal betekenen dat bij lokale wensen de GR en gemeenten met elkaar in aparte dienstverleningsovereenkomsten afspraken maken of dat gemeenten lokaal extra inzet plegen in afstemming met de GR. Specifiek wordt bij voorbereiding en uitvoering ook de centrumgemeenterol benoemd. Bij de regierol voor de regionale samenwerking en het beheer van financiële middelen is geen overdracht mogelijk. Deze rol blijft altijd bij de centrumgemeente. Ten derde. Voor zover het om werknemersvoorzieningen gaat, re-integratievoorzieningen gericht op de ontwikkeling van de inwoners (met en zonder uitkering), is behoefte aan extra mogelijkheden naast de bestaande. Dit moet een plek krijgen in de hernieuwde samenwerking. Het betekent dat bij lokale wensen de GR en gemeenten in aparte dienstverleningsovereenkomsten afspraken zullen maken of dat gemeenten lokaal extra inzet plegen in afstemming met de GR. Ten vierde.
De meest gehoorde wens van is om het mogelijk te maken om in geval van het minimabeleid andere keuzes te maken voor inkomensgrenzen en hoogte bedragen, waarbij de beleidsontwikkeling wel regionaal (in samenwerking met lokaal) kan plaatsvinden en de uitvoering regionaal plaatsvindt. Voor dit punt geldt dat een aantal gemeenten de mogelijkheid willen openhouden om bepaalde regelingen in de toekomst lokaal te organiseren (bv een SMS kinderfonds). De hernieuwde samenwerking moet die ruimte bieden. Ten vijfde. Voor schuldhulpverlening is het van belang om de regionale uitvoering goed te verbinden met de lokale inzet. Dit heeft specifiek te maken met de samenloop van de taken preventie, vroegsignalering én nazorg. Zowel bij de GR als lokaal vinden werkzaamheden plaats die bijdragen aan het terugdringen en voorkomen van problematische schulden. In de hernieuwde GR (tekst) dient hier recht aan gedaan te worden zodat de samenwerking tussen GR en gemeenten op goede wijze plaats kan vinden. Ten zesde. De SDD voert de nieuwe wet inburgering straks uit voor Dordrecht, Hendrik-IdoAmbacht, Papendrecht en Zwijndrecht. Deze samenwerking verloopt constructief en positief.
Afgesproken is dat de bevoegdheden (beleidsregels vaststellen en uitvoering) worden gemandateerd en beleid wordt voorbereid in samenwerking (co-creatie) tussen SDD en de vier gemeenten, zodat er een zo uniform mogelijk beleid ontstaat. Omdat de afspraken niet gelijk zijn voor zeven gemeenten, dient hier expliciet aandacht voor te zijn in zowel de GR tekst als de governancestructuur straks. Dordtse Visie in relatie tot de uitkomsten van de dialoogsessies De meerjarenbegroting 2021 e.v. 'Dezelfde scherpe koers, een nieuwe blik' vormt het belangrijkste beleidskader dat uw raad heeft meegegeven voor de komende jaren. Als wij kijken naar dit
Zaaknummer
InProces BBV: 2021-0029829
beleidskader in relatie tot wat het hierboven geschetste regionale beeld is, dan zien wij dat onze wensen grotendeels overeen komen met het regionale beeld. Ook de gemeente Dordrecht wil een betere verbinding tussen algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen, integrale indicatiestelling waar mogelijk en eigen accenten kunnen leggen in minima- en armoedebeleid. Tot slot is er één onderwerp waarop we graag zelf het beleid en de regie willen bepalen. Dit zijn de participatieplekken. Conform onze doelstelling in de begroting van 2021, verwachten dat we de participatieplekken lokaal effectiever kunnen oppakken. Bestuurlijke blik op waar we staan met de uitwerking van de inhoud Begin februari is bestuurlijk, door de portefeuillehouders sociaal domein, gereflecteerd op bovenstaande ambtelijke opbrengsten. Er is veel herkenning op de uitkomsten en de behoefte om elkaar de ruimte te geven. Tegelijk is geconstateerd dat meer scherpte nodig is op de meerkosten die maatwerk met zich mee kan brengen, in relatie tot de ook breed gedeelde behoefte aan een robuuste en efficiënt werkende dienst. Dit moet in de uitwerking de komende tijd concreter worden. Ad 2. Nieuwe blik op delegatie en mandaat De nieuwe gemeenschappelijke regeling zal, anders dan de huidige regeling, een zogenaamde collegeregeling zijn.
Dat betekent dat aan het bestuur van het nieuwe openbaar lichaam géén bevoegdheden van de gemeenteraden kunnen worden overgedragen of gemandateerd. De zeven gemeenteraden gaan dus formeel over de vaststelling van de geldende verordeningen en de overige kaders[1]. Binnen dit kader van een collegeregeling dienen er nog wel besluiten genomen te worden over delegatie en mandaat, die grote impact hebben op de uitvoering. Bij delegatie is formele sturing op casusniveau uitgesloten, bij mandaat kan dit wel én kan het college zelf de bevoegdheid uitoefenen. Verantwoordelijkheid voor de bevoegdheid betekent ook verantwoordelijkheid voor bezwaar/beroepschriften, klachten, Wob-verzoeken, archivering en toegang tot de GBA. Bij delegatie liggen deze taken bij het bestuur van de SDD, bij mandaat bij de gemeente. Dan moeten processen georganiseerd worden waardoor de SDD, onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling, ook hier de uitvoering op zich kan nemen. Als de uitvoering niet gedelegeerd maar gemandateerd wordt mag de GR bijvoorbeeld geen gebruik meer maken van inzage in het GBA. Dat heeft directe gevolgen voor de uitvoerbaarheid van wetten in het sociaal domein. Snelheid, kunnen handelen binnen de kaders en administratief efficiënt kunnen werken komen dan in het gedrang.
De inzet van Dordrecht is hier telkens in geweest, dat de sociale dienst een robuuste en efficiënte organisatie moet blijven. Hier hoort in ieder geval bij dat zo veel mogelijk uitvoerende taken gedelegeerd worden aan het bestuur van de sociale dienst. Hier lijkt overigens een grote meerderheid van de gemeenten hetzelfde over te denken. Wij hopen uw raad begin april de hoofdlijnennotitie toe te zenden en nodigen uw raad van harte uit om dan met het college van gedachten te wisselen over de wijze waarop delegatie en mandaat wordt ingericht en de gewenste betrokkenheid en de positie van de gemeenteraad in de nieuwe GR. Ad 3. Samenstelling bestuur, stemverhoudingen en financiële verrekening Er liggen op dit moment in het traject nog geen voorstellen voor inzake de samenstelling van het bestuur (AB/ DB), stemverhoudingen en de financiële verrekening. De voorstellen hiertoe moeten nog ontwikkeld worden. Het Dordts perspectief op deze zaken is dat deze recht moeten doen aan de positie van Dordrecht in de regio en aan de financiële bijdrage van Dordrecht, die meer dan 50% bedraagt. Hoofdlijn vervolgtraject besluitvorming GR sociaal domein: Eind maart: bespreking in colleges hoofdlijnennotitie en aanbieding aan gemeenteraden door colleges; April: bespreking raden met hoofdlijnennotitie;
Zaaknummer
InProces BBV: 2021-0029829
Medio mei: gemeenten ontvangen concept regeling; Eind mei: besluitvorming / instemming colleges met conceptteksten regeling; Juni: besluitvorming / instemming gemeenteraden met conceptteksten regeling; September: definitieve teksten voor besluitvorming naar gemeenten.
Spoor 2: Servicegemeente Dordrecht Dordrecht zal vanaf 1 januari 2022 fungeren als "servicegemeente" richting de overige zes Drechtsteden voor de taken die door de GRD dochters met uitzondering van de SDD worden uitgevoerd. Dordrecht verleent deze diensten ook aan de Omgevingsdienst ZHZ, de Dienst Gezondheid en Jeugd en de SDD. Dit betekent dat gedurende dit jaar het proces wordt doorlopen dat nodig is om de GRD dochters per 1 januari 2022 over te nemen en in te vlechten in de Dordtse organisatie. De wethouders Sleeking (o.a. Personeel & Organisatie) en Burggraaf (o.a. Dienstverlening, ICT en Huisvesting) zijn binnen het college gezamenlijk portefeuillehouder voor de transitie naar servicegemeente. Om de stabiliteit van dienstverlening en de afname van diensten te borgen, zullen de dienstverleningsovereenkomsten gebaseerd zijn op wat nu door de zes gemeenten en de andere organisaties wordt afgenomen. Onderdeel van die overeenkomsten is de vooruitblik op hoofdlijnen naar vernieuwing en de boedelscheiding vanuit de huidige GRD. Het streven is de dienstverleningsovereenkomsten op hoofdlijnen voor de zomer van 2021 gereed te hebben zodat deze in de tweede helft van 2021 getekend kunnen worden. Parallel daaraan ontwikkelen we een nieuw dienstverleningsconcept met ruimte voor ontwikkeling en synergie, nieuwe besturingsuitgangspunten en relatiemanagement.
We zoeken daarbij de juiste balans: samenwerking, vertrouwen en langjarig perspectief als fundament, maar wel vanuit een zakelijker relatie. Van daaruit werken we naar hogere effectiviteit/efficiency en vernieuwing. Zo spelen we tijd en middelen vrij om te investeren in innovatie, kwaliteit én betaalbaarheid. We halen in een ambtelijke spiegelgroep en een bestuurlijke spiegelgroep (bestaande uit de zes andere gemeenten en de twee grote klanten DG&J en OZHZ) op wat voor hen van belang is om mee te nemen in de uitwerking. Het vernieuwen van de dienstverlening heeft tijd nodig. Het ontvlechten van de GRD onderdelen en het invlechten in de Dordtse organisatie is al een grote opgave voor dit lopende jaar. Qua vernieuwing zullen de grootste veranderingen pas vanaf 2022 merkbaar worden. In gesprek met de andere Drechtsteden bestuurders. Gedurende 2021 benutten we als college drie Drechtstedendinsdagen om met elkaar de stand van zaken te delen. Daarnaast zijn er ontmoetingen tussen de portefeuillehouders van Dordrecht en de betrokken portefeuillehouders bedrijfsvoering per gemeente over de uitgangspuntennotitie servicegemeente en met de leden van het Drechtstedenbestuur. We vormen ook een bestuurlijke spiegelgroep om de vernieuwing van de bedrijfsvoering en de dienstverlening, het ontwikkelen van de dienstverleningsovereenkomsten en het relatiemanagement te bespreken.
Bestuurlijk en ambtelijk wordt overleg gevoerd met de verbonden partijen die straks afnemers zijn van de dienstverlening door de servicegemeente, DG&J, OZHZ en ook de nieuwe GR Sociaal. Ook met hen wordt het traject ingericht om tot goede dienstverleningsovereenkomsten te komen. Besluitvormingstraject en de risico's voor Dordrecht In het raadsvoorstel tot vaststelling van de Uitgangspuntennotitie Toekomstige Samenwerking Drechtsteden is het al aangegeven: Voor een succesvol implementatieproces van het transitiespoor servicegemeente in 2021 is het essentieel dat alle colleges en raden zich verbinden aan de Uitgangspuntennotitie. De volgende drie belangen moeten worden geborgd: 1. Zekerheid en continuïteit van diensten voor de gemeenten en overige afnemers (SDD, DG&J, OZHZ). 2. Zekerheid voor Dordrecht dat de huidige diensten ook de komende jaren worden afgenomen van de servicegemeente. 3. Zekerheid voor personeel GRD en Dordrecht dat er werk is en goed werkgeverschap.
Zaaknummer
InProces BBV: 2021-0029829
Dordrecht en GRD hebben daarom de gezamenlijke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat per 1-1-2022 de organisatie staat en goed is ingeregeld zodat de dienstverlening gecontinueerd kan worden. Dat betekent onder andere: Zorgvuldig regelen van de overgang van het personeel volgens de arbeidsrechtelijke kaders. Het invlechten in de organisatiestructuur van Dordrecht, in eerste instantie zoveel mogelijk 'as is' (Wat betekent dat de onderneming zoals die nu is ingericht en in de huidige staat zoveel mogelijk een op een wordt overgenomen). Maar ook zorgen voor een passende topstructuur voor de nieuwe Dordtse organisatie, voor een goede basis voor samenwerking tussen onderdelen van GRD en van Dordt die elkaar kunnen versterken en een oplossing voor mogelijke dubbele of overlappende functies. Het uitvoering geven aan de financiële ontvlechting en invlechting (P&C cyclus, investeringen, garantstellingen, fiscale gevolgen), verdeling van transitiekosten, risicoinventarisatie en uitvoeren van 'due diligence' onderzoek op alle over te brengen domeinen (in elk geval op de kritische bedrijfsprocessen). Het uitvoeren van alle operationele voorbereidingen in (ICT-)systemen, data, processen en overige essentiële ondersteuning bedrijfsvoering.
Ons college en het Drechtstedenbestuur hebben inmiddels daartoe bestuursopdrachten opgesteld voor beide organisaties én voor het samenwerkingsverband in deze transitiefase. Ook zijn afspraken gemaakt over afstemming t.a.v. de vervulling van vacatures voor sleutelfuncties bij de GRD onderdelen en zijn afspraken in voorbereiding over de sturing op gevoelige dossiers en ontwikkel-/vernieuwingstrajecten bij de GRD. Over het geheel genomen dienen we drie soorten risico's in dit proces zoveel mogelijk te beperken en waar nodig te beheersen: ten eerste de risico's in de besluitvorming bij de regiogemeenten, ten tweede de bedrijfsvoeringsrisico's en in de derde plaats de risico's van het transitieproces zelf (krijgen we alles op een zorgvuldige manier geregeld voor 1-1-2022). We hebben deze risico's, voor zover door ons beheersbaar belegd in de ambtelijke uitvoeringsorganisatie. [1] Tekst Rob de Greef, PROOF adviseurs. Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen. Welke kosten zijn verbonden aan het proces? Niet van toepassing. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? 0149470 – Principebesluit toekomstige samenwerking Drechtstedengemeenten 0028707- Afwegingen en focus gemeente Dordrecht inzake Toekomst samenwerking in/met de Drechtsteden
Het college van Burgemeester en Wethouders