CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief Minima-effectrapportage Drechtsteden 2021.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 16 november 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 24: Raadsinformatiebrief Minima-effectrapportage Drechtsteden 20212.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postbus 619 3300 AP Dordrecht

Raadsinformatiebrief Aan de (plv.) leden van de Drechtraad

IBAN: NL88 BNGH 0285127748 BIC: BNGHNL2G Telefoon: 078-770 7008 E-mail: lpw.pellikaan@drechtsteden.nl Bijlage(n): 1

Behandeld door: L.P.W. Pellikaan

Datum: 8 november 2021

Onderwerp: NIBUD Minima-effectrapportage Drechtsteden 2021

Ons kenmerk: BDR/21/2612499 Uw kenmerk: n.v.t.

Geachte dames en heren, Toelichting In opdracht van de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) heeft het Nibud een Minima-effectrapportage (MER) opgesteld. Hiervoor is door het Nibud het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de Drechtsteden berekend. Er is hierbij gekeken in hoeverre huishoudens in staat zijn om het basispakket (bestaande uit uitgaven die voor elk huishouden niet of moeilijk vermijdbaar zijn) en kosten voor sociale participatie (bijvoorbeeld het ontvangen van bezoek en contributies) te bekostigen. Het rapport brengt de verschillen in koopkracht tussen diverse huishoudtypes in kaart, middels de zogenoemde koopkrachtplaatjes. Dit is berekend voor negen verschillende huishoudtypes en voor meerdere inkomensniveaus (100% tot 150%) van het Wettelijk Sociaal Minimum (WSM). Door meerdere inkomensniveaus mee te nemen worden ook zogenoemde armoedevallen en doorstroomvallen inzichtelijk gemaakt. Voor de berekening van de koopkrachtplaatjes in het rapport zijn de gemeentelijke belastingen en heffingen van de gemeente Dordrecht als uitgangspunt gebruikt. Omdat de tarieven van de gemeentelijke belastingen en heffingen verschillen per gemeente, zijn in de bijlage van het rapport de koopkrachtplaatjes voor de andere Drechtstedengemeenten bijgevoegd.

Met deze raadsinformatiebrief worden de belangrijkste conclusies uit het rapport met u gedeeld. Belangrijkste conclusies MER De MER laat een overwegend positief beeld zien. Het Nibud constateert dat het minimabeleid in de Drechtsteden goed aansluit bij de inkomensondersteunende maatregelen vanuit het Rijk. Hierdoor hebben alle onderzochte huishoudens voldoende inkomsten om de uitgaven uit het basispakket te betalen. Dit is niet het geval wanneer ook de bekostiging van de sociale participatie wordt meegenomen. Het paar met ouderen kinderen kent dan een tekort van 11 euro op de maandelijkse begroting. Het is belangrijk om te benoemen dat de huishoudelijke begrotingen berusten op drie belangrijke voorwaarden: 1. Men moet zeer goed met geld kunnen omgaan; 2. Alle inkomensondersteuning aanvragen; 3. Geen grote persoonlijke onvoorziene uitgaven hebben (zoals bijvoorbeeld zorgkosten, een hoge huur of een terloopse bekeuring). Deze combinatie van factoren zal zich in de praktijk niet vaak voordoen. Een extra complicerende factor hierbij is het huisvestingprobleem. In de berekeningen is het Nibud ervan uitgegaan dat de onderzochte

Alblasserdam / Dordrecht / Hardinxveld-Giessendam / Hendrik-Ido-Ambacht / Papendrecht / Sliedrecht / Zwijndrecht

Pagina 1 van 5

Datum: 8 november 2021 Ons kenmerk: BDR/21/2612499

huishoudtypes een passende sociale huurwoning hebben met bijbehorende huurprijs. Er moet rekening worden gehouden met dat de huidige problematiek rondom de huisvesting maakt dat dit niet de realiteit is voor veel huishoudens. Sommige huishoudens zullen bijvoorbeeld noodgedwongen in een dure particuliere huurwoning zitten, wat direct ingrijpt op hun financiële positie. Wanneer de resultaten van de MER 2021 worden vergeleken met de laatst uitgevoerde MER van 2018 tekent zich ook een positief beeld af: Alle onderzochte huishoudtypes zijn er op alle onderzochte inkomensniveaus op vooruitgegaan. Hieronder volgen de belangrijkste conclusies uit het rapport. Paar met oudere kinderen (14 en 16 jaar) Gezinnen met oudere kinderen hebben het financieel het zwaarst. Zij kunnen op bijstandsniveau het basispakket (bestaande uit uitgaven die voor elk huishouden niet of moeilijk vermijdbaar zijn) plus de kosten voor sociale participatie niet bekostigen. De belangrijkste oorzaak hiervoor ligt in het feit dat gezinnen de kosten voor twee volwassenen moeten dragen. De extra inkomsten voor paren ten opzichte van een eenoudergezin, wegen niet op tegen de kosten voor een extra volwassene aan bijvoorbeeld voeding, kleding en de zorgverzekering. Ook de oudere kinderen drukken op de begroting, omdat deze kosten niet volledig gecompenseerd worden door (leeftijdsafhankelijke) kindgebonden toeslagen.

Dat paren met oudere kinderen met tekorten te maken hebben ziet het Nibud ook bij andere gemeenten en het blijkt ook uit hun landelijke koopkrachtberekeningen. De oorzaak hiervan ligt in het Rijksbeleid. De bijstandsuitkering en de beschikbare (leeftijdsafhankelijke) toeslagen zijn voor gezinnen met oudere kinderen onvoldoende om zowel het basispakket als de sociale participatie mee te bekostigen. Het Nibud stelt dat gemeenten via hun eigen beleid kunnen trachten de gevolgen hiervan te repareren. In de Drechtsteden is het SMS-Kinderfonds een goed voorbeeld hiervan; dat is een inkomensondersteunende regeling die de bestedingsruimte specifiek voor huishoudens met kinderen verruimt. Huishoudens zonder kinderen De MER laat zien dat de bestedingsruimte van huishoudens zonder kinderen op bijstandsniveau laag is. Zo houden alleenstaanden onder de AOW-gerechtigde leeftijd, als alle uitgaven uit zowel het basispakket en voor sociale participatie zijn gedaan, 23 euro per maand over. Hierdoor zijn deze huishoudens erg kwetsbaar. Als er sprake is van persoonlijke onvoorziene uitgaven dan zal dit snel al leiden tot een tekort. Ook hierbij kan de oorzaak gevonden worden in het Rijksbeleid en de hoogte van de bijstandsuitkering en de beschikbare toeslagen.

Doorstroomval Er zijn een aantal huishoudens die te maken krijgen met een doorstroomval (als een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder bestedingsruimte overhoudt dan op het voorliggende, lagere inkomensniveau). Dit doet zich voor bij paren met kinderen op 120 procent, door het niet meer in aanmerking komen voor kwijtschelding van de lokale lasten en voor de vergoeding van het woonwerkverkeer. Een doorstroomval doet zich ook voor bij eenoudergezinnen en paren met ouderen kinderen op 150 procent. Dit wordt veroorzaakt door het wegvallen van de vergoeding uit het SMSKinderfonds. In alle gevallen speelt ook het (gedeeltelijk) wegvallen van landelijke toeslagen een rol. Het voorkomen van doorstroomvallen is daarom erg lastig, omdat de landelijke regelingen gelijktijdig gecorrigeerd zouden moeten worden. Aanbevelingen MER Het Nibud doet op basis van de resultaten van de MER een aantal aanbevelingen aangaande het regionaal minimabeleid. Hieronder zijn deze aanbevelingen terug te lezen. 1. Verminder niet-gebruik regelingen: zet in op publiciteit, intermediairs, en wijkteams Het Nibud is in haar berekeningen uitgegaan dat alle landelijke en lokale regelingen zijn aangevraagd. Dit is echter niet voor elk huishouden een vanzelfsprekendheid.

Het Nibud adviseert om het gebruik van lokale regelingen te stimuleren door hieraan publiciteit te geven, intermediairs voor te lichten en wijkteams op de hoogte te stellen. 2. Stimuleer goed financieel beheer: organiseer cursussen of begeleiding Het is voor huishoudens met een minimuminkomen van groot belang om een goed financieel beheer te voeren. Hierdoor kunnen tijdig reserveringen worden gemaakt voor (onverwachte) Pagina 2 van 5

Datum: 8 november 2021 Ons kenmerk: BDR/21/2612499

grote uitgaven en kan het ontwikkelen van schuldenproblematiek worden voorkomen. Niet elk huishouden met een minimuminkomen lukt dit. Het Nibud adviseert om voor deze huishoudens cursussen of begeleiding te organiseren. 3. Help energielasten verlagen Het Nibud adviseert de gemeenten aandacht te hebben voor de ontwikkeling dat de energielasten een groter deel van de woonlasten van minima gaan innemen. Het aanbieden van hulp van energieadviseurs of gratis/goedkope energieboxen worden als suggesties benoemd. 4. Onderzoek de mogelijkheid om sociale participatie voor volwassenen te vergoeden Het Nibud adviseert om ook aan inwoners vanaf 18 jaar een vergoeding voor sociale participatie te verstrekken. Dit kan helpen in het tegengaan van sociale uitsluiting, wat de kans op de arbeidsmarkt zou kunnen vergroten. 5. Breng duidelijk de voordelen van de collectieve zorgverzekering onder de aandacht De collectie zorgverzekering minima (CZM) is een waardevol instrument in de bestrijding van armoede en het boeken van gezondheidswinst voor de doelgroep. Het Nibud adviseert de collectieve zorgverzekering actief te promoten zodat iedereen die er recht op heeft hiervan gebruik kan maken. 6.

Zie er op toe dat deelnemers aan de collectieve zorgverzekering het ‘juiste’ pakket kiezen Het beschikbaar stellen van duidelijke informatie over CZM kan inwoners helpen een voor hun zo'n goed mogelijke keuze te maken. Het Nibud adviseert om hierop in te zetten. Daarnaast adviseert het Nibud om de hogere gemeentelijke bijdrage op de zwaarste pakketvorm in stand te houden omdat dit inwoners stimuleert een uitgebreider pakket te kiezen. 7. Differentieer het Persoonlijk Minimabudget Het Nibud adviseert om het Persoonlijk Minimabudget (PMB) in stand te houden, omdat de tegemoetkoming een gunstig effect heeft op de bestedingsruimte van huishoudens die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen. Daarnaast adviseert het Nibud om huishoudens met kinderen een hoger bedrag toe te kennen aangezien de kosten voor (oudere) kinderen niet volledig gecompenseerd worden door kindgebonden toeslagen. 8. Houdt de vrijwilligers/participatiebonus in stand De participatie- of vrijwilligersvergoeding heeft een gunstig effect op de bestedingsruimte van huishoudens. Het maakt bij sommige huishoudens het verschil tussen een positief of negatief maandsaldo. Het Nibud adviseert om deze regelingen in stand te houden. 9.

Heroverweeg de tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang Het Nibud adviseert om de tegemoetkoming eigen bijdrage kinder- of peuteropvang te heroverwegen, omdat er geen tekorten op de maandbegrotingen zijn van de huishoudens die hier gebruik van maken en het wegvallen van de vergoeding ook niet tot tekorten zal leiden. 10. Houd aandacht voor paren met oudere kinderen Het paar met oudere kinderen kan, ondanks de gemeentelijke ondersteuning, op bijstandsniveau niet de maandbegroting rond krijgen. Het Nibud adviseert de inkomensondersteunende regelingen die de bestedingsruimte voor paren met kinderen kunnen verruimen actief onder de aandacht te blijven brengen. Daarnaast wordt het inzetten op de begeleiding naar werk van tenminste één van beide partners benoemd als een eerste stap op weg uit de armoede. Vervolgstappen De MER 2021 toont aan dat het minimabeleid in de Drechtsteden goed in balans is en dat de verschillende onderdelen een integraal, elkaar versterkend geheel vormen. Desondanks blijken niet alle huishoudens volwaardig te kunnen participeren (het paar met oudere kinderen) en andere huishoudens na participatie financieel erg kwetsbaar te blijven. Dat alles onder de betwijfelbare randvoorwaarden dat men zeer goed met geld kan omgaan, alle inkomensondersteuning aanvraagt en geen grote persoonlijke onvoorziene uitgaven heeft.

Pagina 3 van 5

Datum: 8 november 2021 Ons kenmerk: BDR/21/2612499

In een tijdsgewricht waar de kosten van levensonderhoud sneller dreigen te stijgen dan de inkomsten is het daarom aanbevolen snel te schakelen op een aantal prioriteiten. In de eerste plaats gericht op de randvoorwaarden (goed kunnen omgaan met geld, maximaliseren van het bereik, minimaliseren nietgebruik en beperken risico op persoonlijke onvoorziene uitgaven). De SDD en de gemeenten zijn hierbij samen aan zet. Er gebeurt al veel op dat gebied, maar met name ten aanzien van extra communicatie en pro-actieve benadering van de potentiële doelgroep zijn in de onderlinge samenwerking nog slagen te maken. Tot de actieve en op een juiste pakketkeuze gerichte promotie van de collectieve Zorgverzekering (beperking risico onvoorziene uitgaven) voor het jaar 2022 was al voorafgaand aan de MER besloten. De tweede urgentie ligt bij het verlagen van de energielasten. Het advies van het Nibud was nog van vóór de sterke prijsstijgingen op de energiemarkt, waardoor in de nabije toekomst veel huishoudens in de problemen dreigen te komen. Aanvankelijk had het kabinet generieke landelijke maatregelen aangekondigd als antwoord op deze problematiek, tezamen met een budget voor gemeenten om te investeren in energiebesparende maatregelen voor (kwetsbare) huishoudens. Dit laatste ligt in lijn met de derde aanbeveling van het Nibud in de MER.

Het is echter de vraag of de kwetsbaarste huishoudens met de voornoemde maatregelen afdoende geholpen zijn en of de compensatie niet gerichter kan en moet worden ingezet. Dit vraagstuk ligt inmiddels op tafel en het kabinet is met gemeenten in gesprek of zij in een dergelijke maatwerkaanpak een grotere rol kunnen spelen. Afhankelijk van de uitkomsten van dit proces zal vanuit de SDD/GRD mogelijk nog dit jaar een concreet voorstel worden voorgelegd Bovenstaande haakt aan bij de aanbevelingen 1,2,3, 5 en 6 van het Nibud. De overige aanbevelingen betreffen acties die vragen om een weloverwogen beleidsmatige afweging gevolgd door een bestuurlijk besluit. Zij vragen om aanpassing van de Beleidsregels Minimabeleid, dan wel de Verordening Persoonlijk Minimabudget, ook op onderdelen waar de gemeenten in hun wensen en aanpak in het verleden uiteen liepen, bijvoorbeeld ten aanzien van het stimuleren van volwassenenparticipatie (in Dordrecht vormgegeven door middel van de Dordtpas). Proces Met ingang van 1 januari 2022 wordt de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GRD) omgevormd tot de GR Sociaal (GRS). Onderdeel hiervan is de herijking van de kaders van het minimabeleid, waarbij ruimte wordt geboden aan lokale kaderstelling. Dit proces is naar verwachting per 1 januari 2023 afgerond.

De aanbevelingen uit de MER zijn passend om in dit proces te worden meegenomen voor verdere uitwerking en afweging. Anderzijds zien we dat de lange looptijd en intensiteit van de herijking van de kaders van het minimabeleid niet strookt met de urgentie van een aantal aanbevelingen die juist in het huidige tijdsgewricht een voortvarende aanpak wensen. Dit geldt naast bovengenoemde urgenties ook bij de aanbeveling aangaande het differentiëren van het PMB (aanbeveling 7) en de aanbeveling die vraagt om extra aandacht voor huishoudens met oudere kinderen (aanbeveling 10). Om die reden wordt noodzakelijkerwijs begin volgend jaar al een aantal voorstellen in lijn met de aanbevelingen van de MER ter bespreking aangeboden aan het Algemeen Bestuur van de GRS. In de voorstellen zal rekening worden gehouden met de landelijke ontwikkelingen omtrent het nieuwe kabinet op het gebied van bestaanszekerheid en armoede en daarmee samenhangende beleidsmatige ontwikkelingen. Het is belangrijk dat het minimabeleid goed aansluit op datgeen wat landelijk aangeboden wordt— ook om armoedevallen te voorkomen. Wij zullen ons minimabeleid daar ook op enten en herijken en rekening houden met Rijksvoorstellen op dit vlak.

Samenvatting Met deze raadsinformatiebrief wordt de Drechtraad geïnformeerd over de belangrijkste conclusies uit de Minima-effectrapportage Drechtsteden 2021, zoals opgesteld door het Nibud. Verdere procedure, communicatie en uitvoering De aanbevelingen uit de Minima-effectrapportage worden meegenomen in de herijking van het minimabeleid in 2022.

Pagina 4 van 5

Datum: 8 november 2021 Ons kenmerk: BDR/21/2612499

Hoogachtend, het Drechtstedenbestuur,

N. van Mourik MPA secretaris

Bijlage:

mr. A.W. Kolff voorzitter

NIBUD Minima-effectrapportage Drechtsteden 2021

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/381/documents/13704