CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief Beëindigen opdracht Droog Beheer in Zeehavengebied Dordrecht.pdf

Commissie Fysieke Leefomgeving Dordrecht 3 februari 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 11: Raadsinformatiebrief Beëindigen opdracht Droog Beheer in Zeehavengebied Dordrecht - Raadsinformatiebrief2.041 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT

Aan de gemeenteraad

Datum

8 december 2020

Zaaknummer

InProces BBV: 2020-0148020 Raadsinformatiebrief Beëindigen opdracht Droog Beheer in Zeehavengebied Dordrecht

Betreft

Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Pijler Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:

Maarten Burggraaf Lerend en Ondernemend Dordrecht Grote Projecten Opgaven - Ondernemende Stad Vincent Wiegerinck vpf.wiegerinck@dordrecht.nl Madelon Soeteman Ja

Raadsinformatiebrief Hoe zijn de bevoegdheden rond dit onderwerp verdeeld? Het college is bevoegd om de (privaatrechtelijke) afspraken met het Havenbedrijf Rotterdam te herijken. De financiële gevolgen van die herijking hebben echter invloed op het budgetrecht van de raad. Met het vaststellen van de kadernota is het budget door de raad al beschikbaar gesteld. In de Allonge wordt de intentie uitgesproken HbR een actieve rol te geven om in het zeehavengebied buitengewoon opsporingsambtenaren in te zetten op handhaving van de naleving van de APV. Dit vergt een college-/raadsbesluit en - afhankelijk van de uiteindelijke omvang van die bevoegdheid - een besluit van de burgemeester en mogelijk een akkoord van politie en Openbaar Ministerie. Wat is de aanleiding om deze informatie kenbaar te maken? De gemeente en Havenbedrijf Rotterdam zijn in 2013 een verregaande samenwerking aangegaan ten aanzien van het beheer en de exploitatie van de Dordtse Zeehaven. Onderdeel van die samenwerking is dat het Havenbedrijf het beheer van de natte infrastructuur (waterwegen, oevers, kades etc.) van de gemeente overneemt, maar dat het zogenaamde Droog Beheer (wegen, parkeerplaatsen, groenstroken etc.) bij de gemeente blijft.

Een evaluatie van de samenwerking tussen de gemeente en Havenbedrijf Rotterdam heeft geleid tot de constatering dat de uitvoering van het Droog Beheer door de gemeente minder doeltreffend is voor de optimale ontwikkeling van het Zeehavengebied Dordrecht. Wij zijn in samenspraak met het Havenbedrijf tot de conclusie gekomen dat het Havenbedrijf in staat is het Droog Beheer doeltreffender uit te voeren, onder meer door dit beheer te combineren met investeringen op de te exploiteren haventerreinen. Met de beëindiging van de opdracht inzake het Droog Beheer beogen wij uiteindelijk de ontwikkeling van het Zeehavengebied Dordrecht door het Havenbedrijf Rotterdam te optimaliseren, zodat de exploitatie van het zeehavengebied meer gaat renderen en het beheer efficiënter kan worden uitgevoerd. Dit leidt naar verwachting tot een groei van de economische activiteiten en (direct of indirect) een groei van de werkgelegenheid.

Zaaknummer

InProces BBV: 2020-0148020

Wat is de te delen informatie? Bij het aangaan van de samenwerking heeft het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) het gehele zeehavengebied - voor zover het eigendom van de gemeente is - in erfpacht verkregen. Daarmee is vrijwel de volledige zeggenschap (behoudens de publiekrechtelijke bevoegdheden) overgegaan op HbR en kan HbR worden beschouwd als 'eigenaar' van het gebied, inclusief de wegen en vaarwegen. Het Droog Beheer werd echter door de gemeente voortgezet. Om een juridische grondslag te verkrijgen voor de uitvoering van het Droog Beheer heeft HbR de gemeente een opdracht gegeven dit beheer uit te voeren. Deze opdracht wordt beëindigd, zodat HbR het Droog Beheer zelf kan gaan uitvoeren. Ons college heeft daartoe besloten een Allonge met HbR aan te gaan. In die Allonge zijn nadere afspraken vastgelegd over de overdracht van het Droog Beheer en de gevolgen daarvan. De (concept) Allonge en de (concept) bijlage over de Operationele Afstemming zijn als bijlage bij deze raadsinformatiebrief gevoegd. Allonge I is opgesteld om de stopzetting van de uitbesteding te regelen en de nieuwe verhouding tussen de gemeente en HbR met betrekking tot de Wegen een plek te geven in de bestaande afspraken van Samenwerkingsovereenkomst II. Dit betekent dat sommige afspraken uit Samenwerkingsovereenkomst II moeten worden gewijzigd.

Hieronder een overzicht van de belangrijkste wijzigingen en een korte toelichting daarop:  Een definitieve vaststelling van de grenzen van het Zeehavengebied Dordrecht: de in 2013 bepaalde voorlopige grens aan de zijde van de Nijverheidsstraat en Mijlweg kan - nu de inrichtingsplannen en uitgiftegrenzen op die locatie bekend zijn - definitief worden vastgesteld.  Beperkte scopewijzigingen Droog Beheer en beheer van gemeente-eigendommen (1): de kolkaansluitingen vallen voortaan onder de Wegen en zullen dus per 1 januari 2021 als onderdeel van het Droog Beheer door HbR worden beheerd.  Beperkte scopewijzigingen Droog Beheer en beheer van gemeente-eigendommen (2): de Verkeersinstallaties vallen voortaan niet meer onder de Wegen en zullen dus per 1 januari 2021 door de gemeente worden beheerd (net als de Riolering en de Mantelbuizen).  De uitbesteding van het Droog Beheer wordt per 1 januari 2021 stopgezet en vanaf die datum zal het Droog Beheer worden uitgevoerd door HbR, voor rekening en risico van HbR.  De door HbR aan de gemeente te betalen Canon wordt per 1 januari 2021 verminderd met € 500.000,- (prijspeil 2019).  Tot slot kende Samenwerkingsovereenkomst II een paar lastig leesbare afspraken over technische en functionele modificaties aan de Wegen.

Kort gezegd ging dit over situaties waarin een HbR-project resulteerde in een kostenstijging van het Droog Beheer, wat de gemeente uiteraard niet zomaar wilde laten gebeuren. Aan die afspraken bestaat nu veel minder behoefte, wat niet wegneemt dat er over en weer nog steeds aanleiding zal bestaan om over bepaalde modificaties afstemming te hebben. Bijvoorbeeld omdat een HbR-project gevolgen kan hebben voor de beheerkosten van de Verkeersinstallaties van de gemeente of omdat een initiatief van de gemeente met betrekking tot de Riolering gevolgen kan hebben voor de kosten van het Droog Beheer. Bovenstaande betekent ook dat de voorwaarden van de Hoofderfpacht moeten worden aangepast. Dit is een beperkte notariële ingreep die zal plaatsvinden voor gezamenlijke rekening van HbR en de gemeente. Fiscale gevolgen worden niet verwacht. Aansprakelijkheid Het feit dat HbR het wegbeheer voor eigen rekening en risico gaat verzorgen heeft niet tot gevolg dat de gemeente geen risico op aansprakelijkheid als gevolg van ondeugdelijk wegbeheer loopt. De gemeente blijft immers formeel wegbeheerder voor wegen die in de zin van de Wegenwet openbaar zijn. Partijen hebben echter de intentie om deze aansprakelijkheid volledig voor rekening van HbR te laten komen en hebben daarvoor twee scenario's vastgelegd.

Het eerste (voorkeurs)scenario betreft het onttrekken van de wegen aan de openbaarheid in de zin van de Wegenwet. Dit vergt een raadsbesluit. Als de wegen worden onttrokken aan de openbaarheid vervalt de aansprakelijkheid voor de gemeente als formeel wegbeheerder. Het zeehavengebied vormt dan een 'eigen terrein'. Dit betekent niet dat het zeehavengebied niet meer

Zaaknummer

InProces BBV: 2020-0148020

openbaar toegankelijk zal zijn. In de Allonge zijn afspraken vastgelegd die de openbare toegankelijkheid borgen. Overigens is het uiteraard niet in het belang van HbR om het zeehavengebied niet openbaar toegankelijk te maken. HbR is juist gebaat bij een vrij toegankelijk zeehavengebied. Het onttrekken van wegen aan de openbaarheid heeft overigens geen gevolgen voor de bevoegdheden die de gemeente heeft op het gebied van handhaving en verkeersbesluiten. Op dit moment wordt nog onderzocht of het onttrekken aan de openbaarheid gevolgen heeft die voor partijen ongewenst zijn. Mocht dit het geval zijn, dan worden de wegen niet aan de openbaarheid onttrokken. In dat geval dient het andere scenario verder uitgewerkt te worden. Dit scenario ziet op een vrijwaring die HbR jegens de gemeente afgeeft. De exacte wijze waarop de vrijwaring wordt vastgelegd en de eventuele voorwaarden die daaraan worden verbonden, worden op dit moment nog nader onderzocht in samenspraak met de verzekeraars van beide partijen. Daarbij worden ook constructies via de verzekeraars meegenomen (zoals een gezamenlijke verzekering). De wijze waarop de aansprakelijkheid op HbR zal overgaan, is per 1 januari nog niet definitief vormgegeven. Dat vergt nog wat meer tijd.

Het is echter in het belang van beide partijen (mede met het oog op aflopende onderhoudscontracten en nieuwe verplichtingen die per 1 januari ingaan) om de ingangsdatum van de gewijzigde samenwerking op 1 januari te houden. Partijen hebben daarom vastgelegd dat vanaf 1 januari HbR hoe dan ook de gemeente compenseert voor eventuele schadevergoedingen die door de gemeente moeten worden toegekend. Handhaving HbR heeft de wens om in het totaalpakket van beheer en exploitatie een bevoegdheid te krijgen voor zelfstandige inzet van opsporingsambtenaren voor de handhaving op de APV en mogelijk andere wet- en regelgeving ten aanzien van de openbare ruimte in het zeehavengebied. Dit sluit aan bij de conclusie uit de evaluatie van de samenwerking tussen de gemeente en HbR uit 2018, waarin een efficiëntere werkwijze in onder meer de handhaving als verbeterpunt wordt aangegeven en door zowel gemeente als HbR als zodanig wordt gezien. Deze bevoegdheid biedt HbR de mogelijkheid om de inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren in het zeehavengebied speciaal te richten op onderwerpen die zij voor de exploitatie en het beheer van de haven belangrijk achten. Die prioriteiten kunnen afwijken van de gemeentelijke stadsbrede prioriteiten. Een specifiek ingericht gebied vraagt om een specifieke handhaving. Dit past in het totaal van alle samenwerkingsafspraken die tussen partijen gelden.

HbR heeft het beheer en de exploitatie van de zeehaven helemaal overgenomen en heeft daarbij maximale zeggenschap verkregen. Het nautisch beheer wordt al sinds 2011 uitgevoerd op basis van een zelfstandige bevoegdheid. Vanuit de gemeente wordt de inzet van gespecialiseerde opsporingsambtenaren als meerwaarde gezien. Over de reikwijdte van de bevoegdheid en de vorm waarop de inzet plaatsvindt is echter nog procedureel en inhoudelijk onvoldoende zekerheid om als intentie een zelfstandige bevoegdheid vast te leggen in de voorliggende Allonge. Zowel juridisch als politiek bestuurlijk moet nog een voldoende onderbouwde afweging worden gemaakt. Er is overigens geen sprake van een overdracht van de handhavingstaken. Het is een aanvulling (voor rekening en risico van HbR) op de gemeentelijke handhaving. De buitengewoon opsporingsambtenaren van Dordrecht behouden namelijk hun bevoegdheden om in de zeehaven te handhaven. Er is dus sprake van extra gemeentelijke capaciteit. Hoe verder na deze raadsinformatiebrief? De gemeente en Havenbedrijf Rotterdam blijven continu in contact op basis van de (werk)afspraken die zijn vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst II en in het bijzonder de bijlage die bij Allonge I is gevoegd. Over het beheer wordt vervolgens periodiek gerapporteerd, ook aan uw raad, als onderdeel van de rapportages over de gehele samenwerking tussen partijen.

Welke kosten zijn verbonden aan het proces? Het beëindigen van de opdracht heeft tot gevolg dat het Havenbedrijf Rotterdam de kosten voor het Droog Beheer vanaf de beëindiging van de opdracht voor eigen rekening neemt. De vergoeding

Zaaknummer

InProces BBV: 2020-0148020

die het Havenbedrijf Rotterdam jaarlijks aan de gemeente betaalt wordt neerwaarts bijgesteld ter compensatie van die kosten. Daar staat tegenover dat de gemeente vanaf 1 januari 2021 een kleiner areaal in beheer heeft en daardoor minder kosten maakt. De financiële gevolgen zijn voor de gemeente 'onder aan de streep' beperkt negatief (circa € 150.000,- op jaarbasis). Dit is een gevolg van het feit dat de kosten voor Havenbedrijf Rotterdam hoger uitvallen dan de kosten die de gemeente voor dit beheer thans in de begroting heeft staan, hetgeen wordt veroorzaakt door een verschil in kwaliteitsniveau dat door partijen wordt gehanteerd. Het kwaliteitsniveau dat door de gemeente wordt behaald is lager dan het niveau dat door Havenbedrijf Rotterdam wordt nagestreefd en wat met het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst tussen partijen was overeengekomen. Wij verwachten echter dat het hogere kwaliteitsniveau bijdraagt aan een meer rendabele exploitatie van de zeehaven en daarmee direct of indirect een positieve bijdrage levert aan de economische ontwikkelingen van de stad in zijn geheel. Bij het vaststellen van de Kadernota 2021 heeft uw raad ingestemd met het wijzigen van de begroting als gevolg van de beëindiging van de opdracht inzake het Droog Beheer. Bij de eerstvolgende verzamelwijziging wordt de begroting daarop aangepast.

Aan de notariële afwikkeling van de wijzigingsakte m.b.t. de hoofderfpacht zijn beperkte kosten verbonden (circa € 5.000,-) die door beide partijen gezamenlijk worden betaald. Het gemeentelijke aandeel wordt betaald vanuit het beschikbare werkbudget voor het programma WDO. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? Vaststellen Kadernota 2021 - Raadsvoorstel; Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten?  RIS-nummer: 2243961 - Havenbedrijf Rotterdam: kwartaalbriefing over de lopende ontwikkelingen  RIS-nummer: 1187347 - Raadsinformatiebrief over voortgang gemaakte investeringsafspraken in de samenwerkingsovereenkomst II met Havenbedrijf Rotterdam  RIS-nummer: 929029 - Kenbaar maken wensen en/of bedenkingen aangaan SOK II en herstel PWA-kade, inclusief beschikbaar stellen bijbehorend krediet  RIS-nummer: 641289 - Uiten van wensen en-of bedenkingen betreffende Samenwerkingsovereenkomst Havensamenwerking  RIS-nummer: 548069 - Bekrachtigen van het aangaan van de samenwerking met Havenbedrijf Rotterdam en het beschikbaar stellen van een krediet voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van de samenwerking

Zaaknummer

InProces BBV: 2020-0148020

Bijlagen 1. 2.

Concept Allonge I bij Samenwerkingsovereenkomst II Concept Bijlage 34 Operationele Afstemming bij Samenwerkingsovereenkomst II

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/236/documents/7270