CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2026 versie raad .pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 8 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen Perspectiefnota 2026 - Raadsvoorstel24.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

30 alinea's met “perspectiefnota”: 1 35 42 47 52 53 61 65 70 71 186 290 431 662 668 783 784 789 910 1321 1326 1331 1334 1342 1348 1426 1492 1514 1515 1516

Perspectiefnota 2026 Versie voor Gemeenteraad

1

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ...................................................................................................................................... 3

2.

Financiële samenva ng ............................................................................................................. 5

3.

Overige (financiële) aandachtspunten ....................................................................................... 8

ONTWIKKELINGEN ................................................................................................................................... 9 1.

Bestuurlijk & Ondersteunend Dordrecht .................................................................................. 10

2.

Levendig, Lee aar & Veilig Dordrecht ..................................................................................... 14

3.

Groen, Duurzaam & Ruimtelijk Dordrecht................................................................................ 17

4.

Programma Gezond, Sociaal & Zorgzaam Dordrecht ............................................................... 20

5.

Lerend en Ondernemend ......................................................................................................... 26

6.

Bouwend en Bereikbaar Dordrecht .......................................................................................... 30

7.

Financiën van Dordrecht........................................................................................................... 34

8.

Indexa es.................................................................................................................................. 44

9.

Investeringskredieten (2025) .................................................................................................... 46

10.

Onzekerheden .......................................................................................................................... 48

BIJLAGEN ............................................................................................................................................... 53

2

1.

Inleiding

Een aantrekkelijke stad Dordrecht is een stad om prettig en veilig in te wonen, werken en recreëren. Dit willen we zo houden. We blijven investeren in onze stad, voor huidige én voor toekomstige inwoners. Ook als er de komende jaren minder geld is. Voorzieningen zijn cruciaal voor de aantrekkelijkheid van onze stad voor zowel huidige als toekomstige inwoners. De strategie onder Agenda Dordrecht 2030 voor het duurzaam sterker maken van de stad houden we vast. Met groei in inwoners en banen creëren we extra draagvlak voor onze voorzieningen. We houden de reserveringen voor de investeringen in de Agenda 2030 in stand. De gereserveerde middelen bieden een unieke ruimte en gelegenheid om te investeren in de stad. Wel kan de financiële situatie erom vragen dat we kritisch kijken naar de termijnen waarop we doelstellingen realiseren. Om dit te kunnen doen, kiezen we voor een robuust financieel beleid en maken we scherpe keuzes om onze begroting weer meer en blijvend op orde te krijgen. Fundamentele keuzes Om deze keuzes goed te kunnen maken is een bestuurlijk kader opgesteld. Inwoners en ondernemers moeten kunnen rekenen op onze dienstverlening. Wel schroeven we sommige diensten en voorzieningen terug in niveau. We hanteren hierbij meer dan voorheen publieke zakelijkheid als uitgangspunt. Tegenover de kosten die we maken moeten gewoon passende vergoedingen staan.

Hierbij hebben we aandacht voor inwoners in een kwetsbare positie. De zorg en ondersteuning blijft toegankelijk. Dus ook als we regelingen afbouwen of aanpassen is de bestaanszekerheid van inwoners gegarandeerd. Landelijk financiële beeld en Rijksbeleid Veel gemeenten in Nederland hebben moeite om hun begroting rond te krijgen en staan voor een vergelijkbare financiële opgave als Dordrecht. Daarom is de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), samen met de gemeenten, in gesprek gegaan met de Rijksoverheid. Het doel is dat het Rijk haar beleid aanpast en gemeenten genoeg geld geeft om hun taken uit te kunnen voeren. Tot nu toe heeft dit geleid tot het stoppen van de zogenoemde opschalingskorting. Maar gemeenten krijgen nog steeds te weinig geld om de stijgende kosten van jeugdzorg te betalen. Dit blijkt ook uit het rapport Groeipijn van de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (ook wel het rapport Van Ark genoemd). De Voorjaarsnota 2025 van het Rijk helpt gemeenten op korte termijn. De financiële problemen in 2026 en 2027 worden iets kleiner (het ‘ravijn’ wordt uitgesteld) en de tekorten in latere jaren worden minder groot. Gemeenten krijgen hierdoor meer tijd om hun begroting op orde te brengen. Toch blijven moeilijke keuzes nodig. Gemeenten zullen minder kunnen doen en de kwaliteit van dienstverlening zal waarschijnlijk achteruitgaan.

Mogelijke maatregelen Het afgelopen jaar hebben we onderzocht welke maatregelen nodig zijn om in 2029 een sluitende begroting te kunnen presenteren. Dit hebben we samen met de gemeenteraad en de stad gedaan. Het resultaat is een lijst met mogelijke maatregelen die inclusief eventuele belastingverhoging oploopt tot € 32 miljoen. We maken nu met hulp van deze lijst fundamentele keuzes om de gemeente weer financieel robuust te maken. Daarvoor is het belangrijk dat we goed weten hoe we er financieel voor staan, nu en in de toekomst. In deze perspectiefnota geven we dat overzicht. Robuust financieel beleid De financiële uitdaging voor Dordrecht is groot. De weerstandsratio komt in 2024 onder het gewenste minimum van 1,0. Ook laat de begroting voor 2025 zien dat er de komende jaren tekorten zijn. Na 2029 worden deze tekorten groter door vervangingsinvesteringen. Daarnaast zijn in het Politiek Akkoord afspraken gemaakt over het tijdelijk versterken van beleid. Vanaf 2027 vervallen de incidentele budgetten hiervoor. Wanneer voortgang van dit beleid gewenst of nodig is, vraagt dit extra geld in de toekomst en wordt het tekort groter. Tegelijk investeren we in de groei van de stad, zowel in kwantiteit als in kwaliteit (Agenda Dordrecht 2030). Dit doen we om een sterke basis te bouwen en om voorzieningen in de stad te behouden. Daarvoor is een toekomstig duurzaam financieel beleid nodig.

Dat betekent:  Structurele uitgaven betalen met structurele inkomsten;  Minder gebruik maken van reserves;

3

Financiële ruimte creëren voor toekomstige plannen en vervanging.

Structureel evenwicht De basis voor een gezonde begroting is dat we structurele uitgaven betalen met structurele inkomsten. Al langere tijd geeft de gemeente meer uit dan aan inkomsten binnenkomt. Het verschil betalen we vanuit onze reserves. Dit is niet oneindig vol te houden omdat deze spaarpot een keer op is. We moeten minder afhankelijk zijn van dit tijdelijke geld. Reserves zijn bedoeld voor risico’s en voor eenmalige investeringen. Die investeringen moeten bij voorkeur zorgen voor meer vaste inkomsten of lagere vaste kosten. Alleen dan helpen de reserves echt om de begroting gezonder te maken. Dit was al het uitgangspunt van Agenda Dordrecht 2030 – groeien om onze voorzieningen te behouden – en dit moet nu ook breder terugkomen in ons financiële beleid. Afhankelijkheid van reserves Vanuit de reserve Afschrijving dekken we nu jaarlijks een deel van onze kapitaallasten (onder andere het Energiehuis en de Sportboulevard). Deze reserve is groot genoeg om dit nog ongeveer 25 jaar te blijven doen. Daarna is de reserve leeg en is er geen geld meer voor vervanging. Om ook voor toekomstige inwoners ons voorzieningenniveau in stand te houden, starten we nu met het creëren van structurele dekking voor deze toekomstige vervanging.

Dit doen we door de jaarlijkse dekking uit de reserve Afschrijving stap voor stap af te bouwen en te vervangen door structurele andere inkomsten, zoals het (gedeeltelijk) opnemen van de onderuitputting op het BTW Compensatiefonds wat recentelijk door de toezichthouder is toegestaan. Door nu afbouw van de reserve Afschrijving te beginnen, hebben we daar genoeg tijd voor. We worden minder afhankelijk van deze reserve en maken vervanging in de toekomst daardoor haalbaarder. Financiële strategie Als gemeente moeten we een begroting maken waarbij het eerste of het laatste jaar van de begrotingsperiode in evenwicht is. Onze begroting laat al een tijd vanaf 2026 tekorten zien. Tekorten die na deze begrotingsperiode blijven groeien, vooral door vervangingen van voorzieningen zoals van scholen, kademuren en gymzalen. Daarom moeten we bezuinigen. Het doel is om de begroting voor 2026 sluitend te maken en om in 2029 een begroting te hebben die vanaf dat jaar in evenwicht is. We doen dit gefaseerd en nemen geen onomkeerbare besluiten die achteraf niet nodig waren. Deze gefaseerde aanpak zorgt er ook voor dat bezuinigingen niet direct in het eerste jaar volledig doorgevoerd hoeven te worden en geeft de organisaties waarmee we samenwerken ook de tijd om aan de nieuwe situatie te wennen. Het geeft ons ook zelf de tijd om maatregelen zorgvuldig voor te bereiden.

Het hele pakket aan bezuinigingen maakt dit mogelijk. Sluitend perspectief In deze perspectiefnota bieden wij een sluitend perspectief aan voor zowel het komende begrotingsjaar 2026 als het meerjarig perspectief. In 2026 en 2027 is er demping van het financieel 'ravijn' door maatregelen uit de Voorjaarsnota van het Rijk. Hierdoor hoeven we de reserve Op weg naar ombuigingen voor deze jaren niet aan te spreken. Voor 2028 is eenmalige inzet van deze reserve wel nodig voor een sluitend perspectief. Vanaf 2029 is door het effect van de diverse ombuigingsmaatregelen het perspectief weer structureel sluitend. Het restant van de reserve Op weg naar ombuigingen zetten we in als de ombuiging minder opbrengt dan oorspronkelijk werd verwacht. Vervolg op bezuinigingen In deze perspectiefnota hebben we een omvangrijk pakket aan ombuigingsmaatregelen verwerkt. Het proces van totstandkoming, dat inmiddels ruim een jaar loopt en waarin u op meerdere momenten bent meegenomen, hebben we opgenomen in een afzonderlijke raadsinformatiebrief waarin we ook verslag doen van het participatieproces. Ook de manier waarop we als college onze afweging hebben gemaakt is in die brief toegelicht. Met alleen keuzes maken zijn we er nog niet. We moeten de bezuinigingen ook echt uitvoeren. Waar dat kan, doen we dit samen met onze partners.

Zo proberen we geld te besparen én tegelijk de negatieve gevolgen voor de samenleving zo klein mogelijk te houden. De gemeenteraad houden we regelmatig op de hoogte van de voortgang.

4

2.

Financiële samenvatting

De stand van de Begroting 2025 samen met alle mutaties zoals opgenomen in deze Perspectiefnota 2026 leidt tot het volgende voorlopige meerjarenbeeld: Financiele opgave Eindsaldo Begroting 2025 1. Septembercirculaire 2024 Startpositie meerjarenraming 2025-2029 2. Ontwikkelingen opgenomen in PPN26 3. Tekort op indexaties 2026 (structureel) 4. Aanvullend tekort indexaties na 2026 (€ 1 mln. cumulatief) 5. Effect Voorjaarsnota Rijk 6. Compensatie Jeugd voorgaande jaren 7. Dekking uit Ombuigingen 8. Storting in reserve Sociaal fonds 9. Inzet reserve Op weg naar ombuigingen 10. Verhoging OZB-tarieven 11. Aanvullen ratio naar 1,0 (storting in RG i.v.m. risico's Grondbedrijf) 12a. Aanvullen Reserve Grondbedrijf (RG) i.v.m. risico's Maasterras 12b. Dek k ing vrijval reserve Afschrijving Financieel perspectief na Ontwikkelingen

€ € € € € € € € € € € € € € €

2025 130 € -100 € 30 € 1.305 € € € 4.900 € pm € € € € € -2.485 € -47.500 € 43.750 € € Sluitend

2026 -18.630 € 2.780 € -15.850 € 1.825 € -2.480 € € 13.700 € € 4.425 € € € € -1.620 € € € € Sluitend

Bedragen × € 1.000 2027 2028 2029 -19.970 € -20.880 € -18.710 2.520 € 1.890 € 1.390 -17.450 € -18.990 € -17.320 180 € -850 € -750 -2.050 € -2.010 € -2.010 -1.000 € -2.000 € -3.000 13.700 € 6.900 € 7.450 € € 9.880 € 13.090 € 15.195 -330 € -670 € -1.000 € 3.550 € 490 € 980 € 1.470 -3.420 € € € € € € € € 35 Sluitend Sluitend Voordelig

De categorieën 2 t/m 12 worden hieronder toegelicht. 2. Ontwikkelingen Bij elke perspectiefnota zijn er meerdere ontwikkelingen te verwerken waar nagenoeg geen of maar beperkte afwegingsruimte in zit. Er heeft zich dan een omstandigheid voorgedaan die je na het besluit niet meer kunt beïnvloeden, maar nog enkel kunt verwerken. Ook dit jaar zijn er meerdere van deze ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen zijn onder de begrotingsprogramma's inzichtelijk gemaakt. De categorieën 3 tot en met 12 zijn ook als ontwikkeling opgenomen onder de begrotingsprogramma's maar vanwege de omvang en relevantie lichten we deze hier nader toe. 3. Tekort op indexaties en 4. Cumulatief tekort Bbp systematiek Rijk De jaarlijkse groei van het gemeentefonds, het ‘accres’, is vanaf 2024 niet meer gekoppeld aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven, maar aan de ontwikkeling van de economie (het bruto binnenlands product; bbp). Zo zou een stabielere groei worden bewerkstelligd ten opzichte van de oude systematiek. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De vergoeding voor het volumedeel wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van het bbp. De vergoeding voor het prijsdeel is gebaseerd op de prijsontwikkeling (inflatie) van het bbp van het lopende jaar. Het prijsdeel wenden we aan om de kosten van loon- en prijsstijgingen op te vangen.

Nu loopt de prijsontwikkeling van het bbp echter achter bij de gemiddelde inflatie waar we mee geconfronteerd worden. Dit is met name voelbaar bij hogere zorgkosten en kosten samenhangend met infrastructuur (uitbreiding, beheer, vernieuwing, renovatie en onderhoud). Voor 2026 levert dit een structureel tekort op van € 2,5 miljoen aflopend naar € 2,0 miljoen in 2029. Volgend jaar (bij de Perspectiefnota 2027) speelt deze ontwikkeling opnieuw. Huidige inschatting is dat we vanaf 2027 jaarlijks € 1 miljoen tekort gaan komen. Om dit ook in de toekomst te kunnen opvangen (duurzaam financieel beleid) is een stelpost toegevoegd die trapsgewijs doorwerkt met een bedrag van € 1 miljoen per jaar. 5. Effect Voorjaarsnota Rijk Het Rijk heeft in de Voorjaarsnota aangegeven gemeenten te gaan compenseren voor gestegen kosten in de jeugdzorg en de forse bezuiniging vanuit de hervormingsagenda jeugd (HAJ). De compensatie is: Structureel zo’n € 3,5 miljoen per jaar voor bestaande tekorten in de jeugdzorg. Dit bedrag is gebaseerd op 50% van de landelijke tekorten (cie van Ark). Omdat gemeenten ook te

5

-

-

-

weinig hebben gedaan om de tekorten op te lossen en de HAJ uit te voeren, wordt slechts de helft van het tekort gecompenseerd; Structureel zo’n € 7 miljoen per jaar als gevolg van een hogere uitkeringsfactor gemeentefonds. De belangrijkste reden hiervoor is het herstellen van het accres, dat door de korting HAJ te laag is geweest. Het Rijk geeft nu alsnog het gemiste accres terug. Hiernaast zitten er nog enkele kleinere effecten in de uitkeringsfactor; Voor 2026 en 2027 wordt incidenteel het resterende bedrag van de taakstelling HAJ aan gemeenten teruggegeven. Voor Dordrecht is dat ongeveer € 3,5 miljoen per jaar. Hiermee is de korting HAJ tijdelijk geschrapt en hebben gemeenten in de jaren 2026 en 2027 de gekorte begrotingsruimte terug; Vanaf 2028 vervalt deze incidentele bijdrage én worden extra maatregelen ingevoerd. Er wordt een eigen bijdrage in de jeugdzorg ingevoerd en de trajectduur wordt verkort, wat samen € 2,5 miljoen per jaar moet opleveren. Wij gaan ervan uit dat dit leidt tot een daadwerkelijke daling van de kosten en dus een neutraal effect heeft op de Dordtse Begroting. Het is een verantwoordelijkheid van het Rijk die de Wet moet aanpassen. Mocht dit niet (tijdig) lukken gaan wij ervan uit dat het Rijk deze korting alsnog terugdraait.

Daarnaast indexeert het Rijk de oorspronkelijke taakstelling van de HAJ naar prijspeil 2028, waardoor de taakstelling met € 3,5 miljoen per jaar toeneemt.

Het uiteindelijke effect van de Voorjaarsnota Rijk bedraagt in 2025 € 4,9 miljoen, in 2026 en 2027 € 13,7 miljoen, in 2028 € 6,9 miljoen en in 2029 en verder € 7,45 miljoen. 6. Compensatie Jeugd voorgaande jaren Het kabinet heeft nog geen middelen ter beschikking gesteld voor de compensatie van de extra jeugdkosten van voorgaande jaren (2023/2024), zoals opgenomen in het rapport van de commissie Van Ark. Het kabinet heeft aangegeven dat ze hier nog tijd voor nodig heeft en pas in augustus van dit jaar hierover conclusies kan trekken. 7. Dekking uit Ombuigingen Om het begrotingstekort in 2029 op te vangen, stelt het college een pakket aan ombuigingsmaatregelen voor. Over het proces dat we daartoe hebben gevolgd, is een afzonderlijke raadsinformatiebrief opgesteld. In bovenstaande financiële tabel is het totaalbedrag van de voorgestelde ombuigingsmaatregelen opgenomen. Hierna worden bij de programma's de specifieke maatregelen weergegeven inclusief een korte toelichting.

Daarnaast zijn bij de perspectiefnota vier bijlagen opgenomen waarmee een overzicht wordt gegeven hoe met de maatregelen uit de ambtelijke inventarisatie is omgegaan:  Bijlage 1: Maatregelen die zijn opgenomen in de Perspectiefnota;  Bijlage 2: Maatregelen die in beginsel zouden kunnen worden ingevoerd, maar die of nog niet nodig zijn, of waarop nog nader onderzoek nodig is;  Bijlage 3: Maatregelen die we niet willen opnemen of die zijn vervangen door aangepaste voorstellen;  Bijlage 4: Een overzicht waarin we de mutaties zichtbaar maken tussen de ambtelijke inventarisatie van februari en de nu voorliggende lijsten. 8. Storting in reserve Sociaal fonds Te veel mensen doen een beroep op professionele zorg waar dat niet per se hoeft. Door deze mensen met lichtere ondersteuning of via maatschappelijke organisaties te helpen, dalen de kosten en is professionele hulp beter beschikbaar en betaalbaar waar dat echt nodig is. Van wie het kan betalen, vragen we vaker een bijdrage. Bijvoorbeeld voor huishoudelijke hulp of scootmobielen. Met een deel van de besparingen creëert het college een reserve Sociaal Fonds van (op termijn) € 1 miljoen. Dat geeft structureel ruimte om inwoners in kwetsbare posities te blijven ondersteunen. De manier waarop we deze reserve inzetten, wordt in 2026 verder uitgewerkt. 9.

Inzet reserve Op weg naar ombuigingen De ombuigingen die het college voorstelt zijn voldoende om het tekort in 2029 op te vangen. In 2028 resteert echter een tekort in het meerjarenperspectief van € 3,55 miljoen. Om dit tekort op

6

te vangen, zetten we een deel van de bestemmingsreserve 'Op weg naar ombuigingen' in die voor dit doel is ingesteld bij de vaststelling van de Begroting 2025. Het overige deel van deze reserve houden we beschikbaar om in te zetten voor de overige doelstellingen van deze reserve, indien dit nodig blijkt gedurende de komende jaren. 10. Verhogen OZB-tarieven Als onderdeel van de invulling van de ombuigingsopgave wordt de onroerende zaakbelasting (OZB) vanaf 2027 stapsgewijs verhoogd. Jaarlijks gaat het om 1,33% bovenop de reguliere indexering. Hierdoor stijgt de OZB-opbrengst in 2029 dus met 4% bovenop de reguliere indexering. 11. Aanvullen ratio naar 1,0 (storting in RG i.v.m. risico's Grondbedrijf) De omvang van de Reserve Grondbedrijf bedraagt ultimo 2024 € 2,0 miljoen en is, zoals ook al bij de Begroting 2025 werd geconstateerd, op korte termijn kwetsbaar en niet op het niveau dat past bij de ontwikkelopgave die de stad heeft. Derhalve willen wij de reserve de komende jaren meer in lijn brengen met het bijbehorende risicoprofiel van het Grondbedrijf. Een eerste stap hierin is om het restant van de verwachte resultaten 2025 t/m 2027 ter hoogte van € 2,5 miljoen, € 1,6 miljoen en € 3,4 miljoen toe te voegen aan de Reserve Grondbedrijf.

Omdat de Reserve Grondbedrijf samen met de Algemene Reserve van de stad de weerstandsratio bepalen, brengen we hiermee ook de weerstandsratio naar de minimaal vereiste waarde van 1,0. 12ab. Aanvullen Reserve Grondbedrijf De start van een grootschalige nieuwe gebiedsontwikkeling (project Maasterras) brengt nieuwe risico’s met zich mee en vraagt derhalve om daar ook de Reserve Grondbedrijf op aan te passen. De risico's vanuit project Maasterras bedragen € 47,5 miljoen. We kunnen hiervoor dekking vinden door de Reserve Grondbedrijf met € 43,75 miljoen aan te vullen vanuit vrijval van de reserve Afschrijving. Vrijval reserve Afschrijving Zoals in de inleiding van de perspectiefnota genoemd, nemen we de structurele onderuitputting van het BTW Compensatiefonds (inkomst) voor een deel op in de begroting en zetten we deze middelen structureel in ter vervanging van de jaarlijkse bijdrage uit de reserve Afschrijving. Onder het programma Financiën van Dordrecht geven we een uitvoerige uitleg van deze keuze die ons minder afhankelijk maakt van de inzet vanuit reserves. Door deze vrijkomende middelen uit de reserve Afschrijving (€ 43,75 miljoen) toe te voegen aan de Reserve Grondbedrijf, kunnen de risico’s van het project Maasterras voor een belangrijk deel worden afgedekt. Het risicoprofiel Maasterras bedraagt € 47,5 miljoen.

Het restant van de risicoafdekking (€ 3,75 miljoen) vindt plaats vanuit de verwachte positieve resultaten van het begrotingssaldo 2025 t/m 2027 (zie hiervoor categorie 12). Zodra risico’s binnen het project Maasterras vervallen of een lagere inschatting krijgen, dan kunnen deze gereserveerde middelen anders worden ingezet.

7

3.

Overige (financiële) aandachtspunten

Incidentele middelen Politiek Akkoord 2022-2026 Met de vaststelling van het Politiek Akkoord 2022-2026 hebben de partijen die het akkoord sloten ook afspraken gemaakt om (extra) middelen vrij te maken voor een aantal prioriteiten in deze periode. Deze middelen zijn vrijwel allemaal incidenteel verwerkt in de gemeentelijke meerjarenbegroting en vallen allen weg na 2026. In bijlage 5 is hiervan een overzicht opgenomen. Voor de incidenteel gedekte ontwikkelingen geldt dat het gesprek over continuering gevoerd zal dienen te worden in de nieuwe raadsperiode (na verkiezingen van maart 2026). Daar waar besluitvorming over specifieke onderwerpen - zoals bijvoorbeeld de contractverlenging van de Dordtpas - vanuit onontkoombaarheid niet tot die tijd kan wachten, voeren wij al eerder het gesprek hierover met uw raad. Vervangingsinvesteringen na 2029 In deze perspectiefnota richten we ons op de jaren 2025-2029. Vanaf 2030 neemt het tekort toe door een toename in de kapitaallasten waarvoor geen dekking in de begroting aanwezig is. Dit komt door benodigde vervangingsinvesteringen in onder andere onderwijshuisvesting, wegen en kademuren (huidige inschatting ongeveer € 3 miljoen structureel aan kapitaallasten). Hiervoor is nog geen structurele dekking in het perspectief beschikbaar.

Op dit moment maken we een meerjaren investeringsplanning (MIP) waarbij we de geplande investeringen realistischer in de tijd wegzetten zodat we ook de daarbij behorende kapitaallasten beter kunnen begroten. De financiële uitwerking hiervan maken we zichtbaar bij de Begroting 2026. Weerstandsvermogen aanvullen met onverdeeld rekeningresultaat 2024 Samen met de Algemene Reserve dient de Reserve Grondbedrijf als risicoreserve en vormen beiden het beschikbare weerstandsvermogen voor de berekening van de weerstandsratio. In de Jaarstukken 2024 is zichtbaar gemaakt dat de weerstandsratio onder druk staat en onder de 1,0 geraakt door toegenomen risico's en een teruglopende Reserve Grondbedrijf. Het aanvullen van de Reserve Grondbedrijf als ontwikkeling is eerder al in deze perspectiefnota benoemd. Om de weerstandsratio weer richting het afgesproken niveau van 1,0 te brengen is het nodig het onverdeeld rekeningresultaat uit de Jaarstukken 2024 volledig toe te voegen aan de Algemene Reserve. Hiervoor is in het raadsvoorstel een apart beslispunt opgenomen. Bovenstaand scenario voor het onverdeeld rekeningresultaat 2024 is – in opvolging van de Motie 17a Raad aan zet – op 20 mei aan de commissie voorgelegd als enige mogelijke scenario binnen de kaders van de nota Risicosturing en Weerstandsvermogen. De commissie heeft dit scenario onderkend.

Ambities bomen en spelen Bomen Het college heeft aan de motie “bomenonderhoud”, met als doel om het bomenprogramma ook in 2026 op scenario C uit te voeren, al invulling gegeven. De andere motie, “Dordt verdient meer investering in bomen”, vraagt om structurele groei naar scenario B. Hiervoor is geen structurele dekking in het financieel perspectief gevonden. Spelen Bij de begrotingbehandelingen 2025 zijn voor Spelen diverse scenario’s geschetst. Het huidige scenario is scenario D: “Verschralen”. Er is op dit moment geen dekking in het financieel perspectief gevonden om te groeien naar scenario C “behouden wat er is”, of hoger. Ten aanzien van de ambities bij bomen en spelen geldt dat deze – gelijk aan de aflopende incidenteel gedekte ontwikkelingen uit het Politiek Akkoord - volgend jaar na de verkiezingen mee afgewogen kunnen worden.

8

ONTWIKKELINGEN

9

1.

Bestuurlijk & Ondersteunend Dordrecht

Zeven activiteiten van het programma Bestuurlijk en Ondersteunend Dordrecht zoals opgenomen in de Begroting 2025 liggen op schema. Onderstaand lichten we vier beleidsafwijkingen toe. We werken samen met de Bibliotheek AanZet en de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) aan een centrale plek waar inwoners met vragen naar toe kunnen. Door vertraging in het uitwerken van het Dienstverleningsconcept voor het toekomstige Dordthuis, start ook de uitwerking van processen en het opleiden en trainen van medewerkers later. We gaan onze dienstverlening verder digitaliseren en automatiseren. Het voornemen om onze dienstverlening aan inwoners verder te digitaliseren en te automatiseren loopt vertraging op door een achterstand in de uitrol van een stabiel en goed werkend IT-netwerk door een externe leverancier. We ondervinden ook achterstand omdat onze capaciteit en middelen deels nodig zijn om IT gerelateerde problemen op te lossen. De huidige inzet op digitalisering loopt nu voornamelijk langs de lijn van de integrale klantreizen. Hierbij zetten we digitalisering in om het gebruik van onze diensten en producten voor inwoners gemakkelijker te maken. Waar mogelijk in tijd en capaciteit pakken we de digitalisering ook breder op. We bieden iedereen een passende contactmogelijkheid.

Zoals in een eerdere activiteit beschreven, loopt ons voornemen om onze dienstverlening aan inwoners verder te digitaliseren en te automatiseren deels vertraging op door een achterstand in de uitrol van een stabiel en goed werkend IT-netwerk. Ook door een gebrek aan capaciteit en middelen moeten we daarom onze inzet efficiënt inzetten en onze prioriteiten herzien. Onze inzet gaat daarbij voornamelijk uit naar nieuwe landelijke en Europese wetgeving, Dordthuis, het ontwikkelen van medewerkers en projecten die voortvloeien uit de ICT-transitie. De zelfservicezuil kan wanneer deze verder in tijd pas opgepakt kan worden, als opdracht meegenomen worden in het Dordthuis om daar meteen deel uit te maken van het bredere concept. We werken aan een dienstverlenings- en financieringsmodel Domein Bedrijfsvoering. In de gesprekken met de afnemers is veel aandacht om de consequenties van de verschillende rollen in de nieuwe systematiek te verhelderen. Daardoor gaan de stappen wat minder snel dan vooraf ingeschat. Het voornemen is om 2025 een compleet eindrapport van het project Transparante financiering op te leveren, inclusief: - Het sturingsmodel - De nieuwe dienstencatalogus - Het nieuwe Financieringsmodel met de Kostenverdeelsleutel - Inzicht in de kosten per afnemer - Een vergelijkende benchmark - Een Concept nieuwe Samenwerkingsovereenkomst (SOK) / DVO.

Op basis hiervan nemen de afnemers een definitief besluit t.a.v. de voortzetting van de samenwerking. Die besluiten worden verwacht voor de zomer van 2025.

10

Financiële ontwikkelingen Bedragen x € 1.000

Programma 1 Bestuurlijk & Ondersteunend Dordrecht

2025

2026

2027

2028

2029

saldo

saldo

saldo

saldo

saldo

170

-170

0

0

0

0

0

0

0

-270

Ontwikkelingen met effect op financieel perspectief 1.

Bezwaar en beroep

2.

Paspoortenpiek

3.

Vrijval stelpost AU voor demografische ontwikkelingen

0

540

1.085

1.645

2.210

4.

Inzet stelpost groei van de Stad (uitgaven)

20

360

400

440

448

5.

Indexaties

0 0

-2.125

-2.075

-2.025

-2.025

Indexaties inkomsten

205

205

200

200

Vrijval stelpost indexatie 2026

0

9.525

9.525

9.525

9.525

Stelpost aanvullend tekort indexaties na 2026

0

0

-1.000

-2.000

-3.000

1.830

-975

-910

-910

-910

Indexaties uitgaven

Administratief neutrale ontwikkelingen 6.

Totaal administratief neutrale ontwikkelingen Ombuigingen en overige dekking

7.

Dienstverlening

0

0

50

50

50

8.

Anders organiseren stedenbanden

0

100

100

100

100

9.

Terugbrengen regionaal-ec. taken Regio Drechtsteden Wijziging saldo programma

0

200

400

400

400

2.020

7.660

7.780

7.425

6.728

-/- betreft een nadeel'

Ontwikkelingen met effect op financieel perspectief 1. Bezwaar en beroep De lasten voor het afhandelen van bezwaren en beroepen voor de gemeentelijke belastingen zijn in 2025 € 170.000 lager en in 2026 naar verwachting € 170.000 hoger dan begroot. Ook in 2026 blijft het aantal bezwaren en beroepen en het aandeel dat via een no-cure-nopaybureau wordt aangeleverd naar verwachting hoger dan oorspronkelijk is begroot. Daarom wordt gevraagd het verwachte niet benutte budget van 2025 door te schuiven naar 2026. 2. Paspoortenpiek De baten en lasten zijn incidenteel lager dan begroot in het jaar 2029, omdat we als gevolg van de aflopende paspoortenpiek minder leges ontvangen. Hierdoor is tegelijkertijd ook minder capaciteit nodig voor de afhandeling van de documenten. Per saldo resulteert dit in een nadeel in 2029 van € 270.000. Paspoorten en identiteitskaarten waren in 2014 voor het eerst 10 jaar geldig. Daarvoor was de geldigheidsduur van deze documenten 5 jaar. Tussen 2019 en 2024 waren er weinig aanvragen voor nieuwe documenten. Doordat de eerste paspoorten en identiteitskaarten met een nieuwe geldigheid verliepen in 2024, verwachten wij nog tot en met 2028 een stijging van het aantal aanvragen. 3.

Vrijval stelpost algemene uitkering voor demografische ontwikkelingen (vergijzing/WMO) Demografische ontwikkelingen leiden tot meer WMO-kosten in het programma Gezond, Sociaal en Zorgzaam). Vooruitlopend op een nieuw vergoedingsmodel voor de WMO heeft het Rijk een extra, cumulatief oplopend, budget voor WMO toegekend via de septembercirculaire 2024. Deze middelen zijn op een stelpost gezet (zie raadsvoorstel 2024-0114557). We zetten nu deze stelpost, oplopend van € 540.000 in 2025 tot € 2,2 miljoen in 2029, in om de geraamde kostenontwikkelingen bij de WMO te dekken.

11

4. Inzet stelpost groei van de Stad (uitgaven) Door groei nemen gemeentelijke kosten toe. In de begroting is hierop geanticipeerd met de stelpost groei van de stad. Deze stelpost wordt hierdoor in 2025 voor € 20.000 oplopend tot structureel € 448.000 in 2029 ingezet om hogere onderhouds- en beheerkosten en rentelasten bij andere programma's te dekken (zie ook Areaaluitbreiding en kosten beheer Recreatieterrein op Programma Groen, Duurzaam en Ruimtelijk en rentelasten Maasterras fase 1 op Programma Bouwend en Bereikbaar). Indexaties 5. Indexaties uitgaven en inkomsten De bedragen voor indexaties op uitgaven en inkomsten zijn opgesplitst naar de programma's. Dit geeft inzicht in de kostenstijging in ieder programma, c.q. wat er vanuit het programma aan extra inkomsten wordt gegenereerd door indexatie. Voorts laten we de centrale stelpost die betrekking heeft op deze indexatie voor 2026 vrijvallen ter dekking van deze prijsstijgingen. We hebben een stelpost voor het tekort op indexaties vanaf 2027 toegevoegd dat ontstaat door de nieuwe bbp-systematiek van indexeren. Het Rijk compenseert gemeenten voor inflatie op basis van het 8-jarig gemiddelde van de groei van het binnenlands product. Deze compensatie is lager dan de feitelijke loon- en prijsstijging (CPI) waar we als gemeente mee geconfronteerd worden.

Huidige inschatting is dat we hierdoor iedere nieuwe jaarschijf, te beginnen vanaf 2027, € 1 miljoen tekort gaan komen op indexatie. Voor 2028 is dit dan cumulatief € 2 miljoen structureel, voor 2029 cumulatief € 3 miljoen structureel enzovoorts. Om de trapsgewijze verhoging ook in de toekomst te kunnen opvangen (duurzaam financieel beleid) is deze stelpost toegevoegd.

Administratief neutrale ontwikkelingen 6. Totaal administratief neutrale ontwikkelingen Neutrale ontwikkelingen (enkel effect tussen en/of binnen programma's) zijn apart inzichtelijk gemaakt. Budget neutrale wijzigingen leiden op totaal begrotingsniveau per saldo niet tot resultaatafwijkingen op de baten of lasten. Voor saldo neutrale ontwikkelingen waar een reserve mee gemoeid is, is in het raadsvoorstel een beslispunt opgenomen. Ook is hiervoor een bijlage bij deze perspectiefnota opgenomen (bijlage 6).

Ombuigingen 7. Dienstverlening We kiezen ervoor de dienstverlening op de volgende onderdelen te versoberen of efficiënter in te richten: -

-

-

We beantwoorden op vrijdag tussen 12.00 en 17.00 uur geen telefooncontacten en sociale media. Daardoor zijn we net zoals in het weekend niet meer bereikbaar via bijvoorbeeld 14078. Hiervoor is gekozen, omdat het aanbod op vrijdagen het laagst is en ook de ambtelijke capaciteit bij de vakafdelingen op die middag beperkter is. We verlengen de wachttijd voor het maken van een afspraak: nu kan de inwoner aan de balie van de Stadswinkel terecht binnen 2 dagen (buiten de piekperiodes). Dit verlengen we naar een wachttijd van 5 dagen. De ervaring leert dat deze periode niet leidt tot een toename van spoedaanvragen (reisdocumenten) en extra telefoonverkeer met 14078; We verlengen de wachttijd aan de telefoon. De huidige servicenorm is dat we in 80% van de gevallen de telefoon opnemen binnen 25 seconden. Deze norm passen we aan naar in 70% van de gevallen de telefoon opnemen binnen 50 seconden. We verwachten daarbij gezien het landelijk beeld van wachttijden geen significante daling in de klanttevredenheid.

Deze wijzigingen leiden tot een besparing op personeelskosten. Deze maatregelen maken een lagere bezetting mogelijk aan de telefoon en aan de balie. 8. Anders organiseren stedenbanden We organiseren de stedenbanden anders door minder gemeentelijke samenwerkingsactiviteiten te organiseren en kiezen voor een lagere frequentie van bezoek en aandacht.

12

9. Terugbrengen regionaal-economische taken Regio Drechtsteden Regionaal optrekken, op de schaal waarop onze bedrijven, bewoners en frequente bezoekers van de stad zich hoofdzakelijk bewegen, is cruciaal en levert ook cofinanciering van de provincie, Rijk en Europa op. Daarom blijven we krachtig optrekken binnen de Smart Delta Drechtsteden structuur, maar we gaan samen met de andere gemeenten binnen deze samenwerking wel kritisch evalueren en uitwerken hoe we dit efficiënter en met meer focus kunnen gaan doen. We gaan voor nu uit van een bezuiniging van 20% op het huidige jaarlijkse budget van € 5 miljoen; de uitkomst is afhankelijk van afstemming met de andere deelnemende gemeenten. Van het totaalbudget financiert Dordrecht zo'n 40%.

13

2.

Levendig, Leefbaar & Veilig Dordrecht

Tien activiteiten van het programma Levendig, Leefbaar en Veilig Dordrecht zoals opgenomen in de Begroting 2025 liggen op schema. Onderstaand lichten we drie beleidsafwijkingen toe. We herontwikkelen de Grote Markt. Over de herontwikkeling van de Grote Markt wordt de raad later dit jaar uitgebreid geïnformeerd. We zetten in op een afname van de door inwoners beleefde ernstige overlast in de openbare ruimte door de integrale aanpak voort te zetten. We starten in de tweede helft van 2025 met de "Evaluatie overlast openbare ruimte". We breiden het aantal handhavers uit en verhogen de zichtbaarheid en aanspreekbaarheid. We hebben het aantal handhavers tijdelijk uitgebreid. Door krapte op de arbeidsmarkt is het aanbod van gekwalificeerd personeel door de marktpartij steeds lastiger. Naar aanleiding van de eerdere inbesteding is een reorganisatieplan opgesteld waarin duidelijk wordt wat de bezetting nu is, en wat we nodig hebben om alle taken goed te kunnen uitvoeren. We zullen ons vanaf het tweede kwartaal van 2025 gaan richten op verdere professionalisering van het team met nieuwe werkwijzen o.a. een bestuurlijke aanpak afval, de pilot seksuele straatintimidatie en de inzet van een data-analist.

Financiële ontwikkelingen Bedragen x € 1.000

Programma 2 Levendig, Leefbaar en Veilig Dordrecht

2025

2026

2027

2028

2029

saldo

saldo

saldo

saldo

saldo

-50

-50

0

0

0

Indexaties uitgaven

0

-2.245

-2.205

-2.205

-2.205

Indexaties inkomsten

0

55

50

50

50

-580

0

0

0

0

Ontwikkelingen met effect op financieel perspectief 1.

RTV Dordrecht

2.

Indexaties

Administratief neutrale ontwikkelingen 3.

Totaal administratief neutrale ontwikkelingen

Ombuigingen en overige dekking 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

RTV Dordrecht naar streekomroep

0

0

50

50

50

Kosten handhaving afval in afvalstoffenheffing

0

125

125

125

125

Groei toeristisch (riviercruise) bezoek

0

100

150

150

150

Binnenstadsbedrijf versoberen, terugbrengen gemeentelijke bijdrage

0

0

0

75

75

Verkl. budget evenementensubsidies & meer kosten doorrekenen

0

0

50

100

150

Culturele sector

0

0

400

830

830

Stoppen handhaving opkoopbescherming

0

0

40

40

40

-630

-2.015

-1.340

-785

-735

Wijziging saldo programma -/- betreft een nadeel'

Ontwikkelingen met effect op financieel perspectief 1. RTV Dordrecht De lasten zijn in 2025 en 2026 incidenteel € 50.000 hoger dan begroot. Dit is in lijn met motie M7 die de raad op 26 november 2024 heeft aangenomen om de subsidie voor RTV Dordrecht in 2025 en 2026 eenmalig te verhogen. Dit is nodig omdat de huidige basissubsidie niet voldoende is voor het behoud van het huidige niveau van de nieuwsvoorziening welke op haar beurt weer essentieel is voor de aanvraag voor landelijke subsidie voor de streekomroep in oprichting.

14

Indexaties 2. Indexaties uitgaven en inkomsten De bedragen voor indexaties op uitgaven en inkomsten zijn opgesplitst naar de programma's. Dit geeft inzicht de kostenstijgingen in ieder programma, c.q. wat er vanuit het programma aan extra inkomsten wordt gegenereerd door indexatie. Voorts laten we de centrale stelpost die betrekking heeft op deze indexatie voor 2026 vrijvallen ter dekking van deze prijsstijgingen.

Administratief neutrale ontwikkelingen 3. Totaal administratief neutrale ontwikkelingen Neutrale ontwikkelingen (enkel effect tussen en/of binnen programma's) zijn apart inzichtelijk gemaakt. Budget neutrale wijzigingen leiden op totaal begrotingsniveau per saldo niet tot resultaatafwijkingen op de baten of lasten. Voor saldo neutrale ontwikkelingen waar een reserve mee gemoeid is, is in het raadsvoorstel een beslispunt opgenomen. Ook is hiervoor een bijlage bij deze perspectiefnota opgenomen (bijlage 6).

Ombuigingen 4. RTV Dordrecht naar streekomroep RTV Dordrecht werkt samen met andere omroepen in de regio aan de vorming van een streekomroep. Na 2028 verandert de financiering structureel na invoering van de Mediawet, zo is het voornemen van het Rijk. Vanaf dat moment komen alleen streekomroepen in aanmerking voor financiering die dan door het Rijk wordt verleend. De samenwerking is vooral bedoeld voor versterking van lokale media, maar kan kostenbesparing opleveren door het delen van faciliteiten en expertise en kansen bieden voor verhoging eigen inkomsten (aantrekkelijkheid voor reclameinkomsten en opdrachten). Wij kiezen er daarom voor het huidige subsidiebedrag omlaag te brengen en met de regiogemeenten een goede verdeling van subsidie voor de streekomroep af te spreken. 5. Kosten handhaving afval in afvalstoffenheffing De kosten van handhaving die nu gemaakt worden voor de controle op afval (circa 20-25% van de inzet van handhaving) gaan we doorbelasten in de afvalstoffenheffing. Hierdoor stijgt het tarief, maar door verdere optimalisering van afvalscheiding zullen de kosten van afval mogelijk afnemen. Dit heeft dan een drukkend effect op de stijging van het tarief van de afvalstoffenheffing. 6.

Groei toeristisch (riviercruise) bezoek Jaarlijks bezoeken vele (dag)toeristen de stad en doen zo'n 9.000 riviercruise-gasten Dordrecht aan en een veelvoud aan andere (dagjes)toeristen. Door het inzetten van gerichte marketing en promotie en investeringen in aanlegvoorzieningen kan het toeristisch bezoek substantieel groeien, waarvan een deel overnacht. We investeren daarom in de groei van het aantal riviercruise schepen dat naar de stad kan komen en koppelen de liggelden voor deze schepen los van het contract met havenbedrijf Rotterdam. Investeringen in de aanlegvoorzieningen pakken we samen met de sector op. Hierdoor kunnen extra havengelden worden geïnd en doordat er meer bezoekers zijn verwachten we ook extra inkomsten voor bijvoorbeeld de Dordtse musea. Ook hogere toeristenbelasting is te verwachten, maar hiervoor moet eerst de hotelcapaciteit uitbreiden om deze extra inkomsten ook daadwerkelijk te kunnen behalen. 7. Binnenstadsbedrijf versoberen, terugbrengen gemeentelijke bijdrage De gemeente draagt als gelijkwaardig partner in de stichting bij aan het Binnenstadsbedrijf, maar draagt als eigenaar van vastgoed in de binnenstad ook bij aan het Ondernemersfonds. We zien onze bijdragen vanuit deze rollen als één en kiezen er daarom voor onze totale bijdrage bij te stellen naar het bedrag wat de andere partners ook betalen. 8.

Verkleinen van budget evenementensubsidies en meer kosten doorrekenen We verlagen gefaseerd het subsidiebudget voor evenementen met in totaal 10%. Deze maatregel werken we samen met de sector inhoudelijk uit. Naast deze maatregel zullen er weer leges worden geheven bij het treffen van tijdelijke verkeersmaatregelen rond evenementen en worden de

15

legestarieven voor evenementen voor de werkzaamheden ten behoeve van de APV-taken verhoogd naar het niveau van vergelijkbare gemeenten. 9. Culturele sector We zetten in op het beperken van de uitgaven binnen de Dordtse Museumorganisatie. Hiertoe wordt een onderzoek uitgevoerd waarbij de efficiëntie en effectiviteit onder de loep wordt genomen. De resultaten daarvan worden in de loop van 2025 verwacht en zullen een plaats krijgen bij de beoordeling en finale keuzes van ombuigingsmaatregelen. Los van dit onderzoek zijn er ombuigingsmaatregelen die we verder onderzoeken de komende periode. We noemen daarvan de volgende: De Dordtse Museumorganisatie kan besparen op de bedrijfsvoering door kritisch naar contracten met leveranciers te kijken en de bedrijfsvoering efficiënter in te richten. Het doel is om te besparen op de bedrijfsvoeringskosten, zonder de kwaliteit van de dienstverlening hieronder al te veel te laten lijden. Bij de verdere uitwerking van deze maatregel zal ook externe expertise worden betrokken; De Dordtse Museumorganisatie bekijkt of de uitvoering van de Beeldende-Kunst-Subsidieregeling teruggegeven wordt aan het subsidieloket en vervolgens wordt bezien of deze regeling wordt voortgezet.

Indien deze regeling komt te vervallen, dan betekent dit effectief een beëindiging van deze subsidie voor kunstenaars in Dordrecht; De Dordtse Museumorganisatie kijkt naar het hervormen van de tentoonstellingsprogramma's. Dit kan bijvoorbeeld door de omvang en het aantal tentoonstellingen terug te brengen en daarmee de kosten te verlagen. 10. Stoppen handhaving opkoopbescherming We stoppen met het handhaven van opkoopbescherming. Landelijke wetgeving: de ‘Wet Goed Verhuurderschap’ en de ‘Wet Betaalbare Huur’ geeft gemeenten instrumenten om slechte verhuurders aan te pakken. Hierdoor wordt de gemeentelijke opkoopbescherming (en de handhaving daarvan) een minder belangrijk instrument.

16

3.

Groen, Duurzaam & Ruimtelijk Dordrecht

Alle 21 activiteiten van het programma Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht zoals opgenomen in de Begroting 2025 liggen op schema.

Financiële ontwikkelingen Bedragen x € 1.000

Programma 3 Groen, Duurzaam & Ruimtelijk Dordrecht

2025

2026

2027

2028

2029

saldo

saldo

saldo

saldo

saldo

-210

Ontwikkelingen met effect op financieel perspectief 1.

Areaaluitbreiding

0

-210

-210

-210

2a.

Biesboschcentrum

50

100

150

150

150

2b.

inzetten voor verlaging concernbrede taakstelling

-50

-100

-150

-150

-150

3.

Dagrecreatieterrein Nieuwe Dordtse Biesbosch

0

-90

-90

-90

-90

4.

Kademuren (470K 2026, 4.4M 2027, 8.6M 2028, 7.3M 2029)

0

0

-20

-160

-430

5.

VSP en SPB (1.3M 2026, 1.3M 2027, 3.1M 2028, 15.6M 2029)

0

0

-60

-120

-350

6.

Gemeentelijk Groendepot (400K 2026)

0

0

-30

-30

-30

7.

Openbare ruimte Oranjekwartier Dubbeldam (440K 2026)

0

0

0

-20

-20

8.

Indexaties Indexaties uitgaven

0

-2.580

-2.415

-2.415

-2.415

Indexaties inkomsten

0

1.035

1.040

1.035

1.035

-400

-805

-805

-805

-805

Investeringen (kapitaallasten)

Administratief neutrale ontwikkelingen 9.

Totaal administratief neutrale ontwikkelingen Ombuigingen

10.

Rioolheffing grootverbruik

0

200

200

200

200

11.

Aanpassingen kwaliteit groenonderhoud

0

0

50

100

120

12.

Openbare verlichting versneld verledden

0

0

40

130

230

13.

Afkoop onderhoud nieuwe openbare ruimte

0

0

0

0

400

-400

-2.450

-2.300

-2.385

-2.365

Wijziging saldo programma -/- betreft een nadeel'

Ontwikkelingen met effect op financieel perspectief 1. Areaaluitbreiding De lasten zijn vanaf 2026 door areaaluitbreiding € 210.000 hoger dan begroot. Door groei neemt de openbare ruimte met bijbehorende onderhouds- en beheerkosten toe. In de begroting is bij programma Bestuurlijk & Ondersteunend Dordrecht een stelpost opgenomen voor deze groei. De hoger onderhouds- en beheerkosten worden hiermee verrekend 2. Biesboschcentrum De lasten zijn vanaf 2025 structureel lager dan begroot (€ 50.000 in 2025 oplopend naar € 150.000 vanaf 2027). Hiermee is deels invulling gegeven aan de taakstelling om meer inkomsten te genereren in de Biesbosch. De baten zijn vanaf 2025 structureel € 50.000 hoger dan begroot. Op basis van de afgelopen jaren blijkt dat de inkomsten uit botenverhuur en rondvaarten hoger. Deze positieve trend wordt als structureel beschouwd. De extra inkomsten worden ingezet om de taakstelling in te lossen. De bestaande taakstelling Biesboschcentrum (€ 670 000) is hiermee deels ingevuld vanuit de exploitatie van het Biesboschcentrum. De restanttaakstelling (€ 570.000 in 2025 aflopend naar € 470.000 vanaf 2027) wordt als bredere opgave gezien voor het hele gebied de Biesbosch.

17

Hiervoor is er een bestuurlijke opdracht uitgezet waarbij we tevens de haalbaarheid van deze bredere opgave onderzoeken. 3. Dagrecreatieterrein Nieuwe Dordtse Biesbosch De lasten zijn vanaf 2026 € 90.000 hoger dan begroot vanwege de beheerskosten van het Dagrecreatieterrein Nieuwe Dordtse Biesbosch die nog niet in de begroting waren opgenomen. Deze hogere lasten dekken wij vanuit de stelpost Groei van de Stad (zie Programma Bestuurlijk en Ondersteunend Dordrecht). Vervangingsinvesteringen 4. Kademuren Voor 2026 vragen we voor de afronding van de kadeprojecten van 2017 tot 2025 een verhoging van het krediet aan van € 470.000. De aanvullende middelen zijn noodzakelijk om de geplande projecten af te ronden en verdere risico's te voorkomen. Voor de periode 2027-2029 zijn voor het vervangen en renoveren van een deel van de kademuren nieuwe kredieten nodig voor in totaal € 20,5 miljoen (€ 4,4 miljoen in 2027, € 8,8 miljoen in 2028 en € 7,3 miljoen in 2029). De kapitaallasten stijgen hierdoor vanaf 2027 structureel € 15.000, oplopend naar € 661.000 in 2030. In de begroting was hiermee al deels rekening gehouden met de stelpost voor vervangingsinvesteringen. De resterende benodigde kapitaallasten nemen we nu op in de begroting zodat we voldoende dekking hebben voor de totale kapitaallasten.

Voor het beschikbaar stellen van het krediet (over de periode 2027-2029) leggen we een separaat voorstel aan de raad voor. We onderzoeken de mogelijkheid om de levensduur van kademuren te verlengen naar 80 jaar. Indien dit haalbaar blijkt, draagt dit significant bij aan het verlagen van de kapitaallasten op de langere termijn. 5. Verkeersstructuurplan en Spuiboulevard Voor de periode 2026-2029 zijn voor het Verkeersstructuurplan en gebiedsontwikkeling van de Spuiboulevard nieuwe kredieten nodig voor in totaal € 21,3 miljoen (€ 1,3 miljoen in 2026, € 1,3 miljoen in 2027, € 3,1 in 2028 en € 15,6 miljoen in 2029). Het Verkeerstructuurplan is één bereikbaarheidsplan voor de gehele Schil West. Deze herinrichtingsopgave is in zeven deelgebieden opgeknipt en wordt in fasen uitgewerkt en uitgevoerd. De kapitaallasten stijgen hierdoor vanaf 2027 structureel € 60.000, oplopend naar € 1 miljoen in 2032. In de begroting was hiermee al deels rekening gehouden met de stelpost voor vervangingsinvesteringen. De resterende benodigde kapitaallasten nemen we nu op in de begroting zodat we voldoende dekking hebben voor de totale kapitaallasten. Voor het beschikbaar stellen van het krediet (over de periode 2026-2029) leggen we een separaat voorstel aan de raad voor. Nieuwe Investeringen 6.

Gemeentelijk groendepot Het gemeentelijk groendepot is enkele jaren terug ten behoeve van de woningbouwontwikkeling op Amstelwijck, tijdelijk aan de Schenkeldijk gevestigd. Voor de definitieve inrichting van het groendepot op een andere locatie, vragen wij voor 2026 een krediet aan van € 400.000. De bijbehorende kapitaallasten bedragen structureel vanaf 2027 € 30.000. 7. Openbare ruimte Oranjekwartier in Dubbeldam Voor de periode 2026-2027 vragen we voor de herinrichting van het openbaar gebied een krediet aan van € 440.000. Ter gedeeltelijke dekking worden een bijdrage van de corporatie en subsidies ingezet. In het Oranjekwartier in Dubbeldam wil woningbouwvereniging Trivire 114 huurwoningen slopen vanwege hun slechte staat. Ze willen nieuwe woningen bouwen, waaronder seniorenwoningen, appartementen en een gemeenschappelijke buurtkamer, mits de subsidie wordt goedgekeurd. De riolering moet ook vervangen worden, wat de herinrichting van het openbaar gebied noodzakelijk maakt. Er komt meer groen tussen de nieuwe bouwblokken en ook het parkeren wordt heringericht. Het project wordt in twee fasen uitgevoerd, zodat sommige bewoners

18

kunnen blijven wonen. De werkzaamheden starten in 2025 en de eerste woningen worden in 2027 opgeleverd. De bijbehorende kapitaallasten bedragen vanaf 2028 structureel € 20.000. Indexaties 8. Indexaties uitgaven en inkomsten De bedragen voor indexaties op uitgaven en inkomsten zijn opgesplitst naar de programma's. Dit geeft inzicht de kostenstijgingen in ieder programma, c.q. wat er vanuit het programma aan extra inkomsten wordt gegenereerd door indexatie. Voorts laten we de centrale stelpost die betrekking heeft op deze indexatie voor 2026 vrijvallen ter dekking van deze prijsstijgingen.

Administratief neutrale ontwikkelingen 9. Totaal administratief neutrale ontwikkelingen Neutrale ontwikkelingen (enkel effect tussen en/of binnen programma's) zijn apart inzichtelijk gemaakt. Budget neutrale wijzigingen leiden op totaal begrotingsniveau per saldo niet tot resultaatafwijkingen op de baten of lasten. Voor saldo neutrale ontwikkelingen waar een reserve mee gemoeid is, is in het raadsvoorstel een beslispunt opgenomen. Ook is hiervoor een bijlage bij deze perspectiefnota opgenomen (bijlage 6).

Ombuigingen 10. Rioolheffing grootverbruik We kiezen ervoor de maximumgrens voor grootverbruik van het riool aan te passen. Op rioolheffing grootverbruik zit nu een maximum op het tarief voor waterverbruik van 150.000 m3. We kiezen ervoor deze grens aan te passen, zodat de opbrengst van de rioolheffing anders wordt verdeeld en de tarieven voor andere gebruikers omlaag kunnen. Ook onderzoeken we andere aanpassingen en/of optimalisaties van de heffingsgrondslag voor de rioolheffing, waarmee het doel is meer inkomsten te genereren zonder dat per saldo de inwonertarieven wijzigen. De aanpassingen dienen vastgelegd te worden in de verordening lokale heffing. 11. Aanpassingen kwaliteit groenonderhoud We trekken de beeldkwaliteit van het groenonderhoud in de openbare ruimte voor de gehele stad gelijk naar niveau B. Dit betekent dat de beeldkwaliteit voor de binnenstad, winkelcentra, De Hoven en een aantal parken verlaagd wordt van niveau A naar B. 12. Openbare verlichting versneld verledden We passen versneld ledverlichting toe in de stad. Hiermee zorgen we versneld voor lagere energiekosten en onderhoudskosten voor de Dordtse openbare verlichting. 13. Afkoop onderhoud nieuwe openbare ruimte We nemen bij aanbestedingen het beheer van de openbare ruimte mee. Bij nieuwe ontwikkeling zijn ontwikkelaars vaak aan zet om de openbare ruimte in dat gebied te ontwikkelen en/of te financieren.

Vervolgens hoort het beheer van dat gebied bij de gemeente. Met deze maatregel nemen we bij nieuwe ontwikkelingen het onderhoud van de openbare ruimte voor een bepaalde tijd mee in de aanbesteding. Dit verlaagt de lasten voor de gemeente voor het onderhouden van de openbare ruimte en zorgt er ook voor dat direct bij aanleg meer aandacht wordt besteed aan de beheerbaarheid van het gebied.

19

4.

Programma Gezond, Sociaal & Zorgzaam Dordrecht

De 17 activiteiten van het programma Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht zoals opgenomen in de Begroting 2025 liggen allemaal op schema.

Financiële ontwikkelingen Bedragen x € 1.000

Programma 4 Gezond, Sociaal & Zorgzaam Dordrecht

2025

2026

2027

2028

2029

saldo

saldo

saldo

saldo

saldo

Ontwikkelingen met effect op financieel perspectief Gemeenschappelijke regelingen 1a.

Jeugdhulp

0

-1.420

-1.420

-1.420

-1.420

1b.

dekking vanuit stelpost Jeugdhulp

0

2.250

2.250

2.250

2.250

2.

Inwonerbijdragen DG&J

pm

-110

-110

-110

-110

3.

GR Sociaal

-745

-2.015

950

640

2.105

4.

Storting in reserve Sociaal fonds

0

0

-330

-670

-1.000

5a.

Binnenklimaat Essenhof (615K 2026)

0

0

-30

-30

-30

5b.

dekken vanuit tariefsverhoging

0

0

30

30

30

6.

Indexaties Indexaties uitgaven

0

-5.435

-5.310

-5.310

-5.310

Indexaties inkomsten

0

215

215

215

215

-2.825

-220

-225

-225

-225

Investeringen (kapitaallasten)

Administratief neutrale ontwikkelingen 7.

Totaal administratief neutrale ontwikkelingen

8.

Meer Participatieplekken

0

0

200

200

200

9.

Wijkgericht aanbesteden van Wmo

0

0

350

525

525

10.

Uitbreiden capaciteit Essenhof om inkomsten te verhogen

0

100

200

200

200

11.

Hogere tarieven verhuur sportaccomodaties aan gebruikers

0

20

25

30

30

12.

Verminderen communicatie sociaal domein

0

65

65

65

65

13.

Beperkt participeren in Brede Regeling Combinatiefuncties

0

75

75

75

75

14.

Geen sportuitblinkers en sportcongres

0

0

35

35

35

15.

Bijstellen opgave Samen v. Gezond en Lokale Impuls Jeugd

0

0

145

145

145

16.

No-shows jeugdhulp en Wmo

0

0

250

250

250

17.

Jeugdhulpvervoer (extra kosten voorkomen)

0

0

50

50

50

18.

Minder aanbod jeugdhulp

0

0

500

500

500

19.

Algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning

0

0

350

725

1.250

20.

Algemene voorziening scootmobielen & deelscootmobiel

0

0

500

750

1.250

21.

Beschikkingsvrije dagbesteding

0

0

100

300

500

22.

Lichte algemene begeleiding naar algemene voorziening

0

0

300

500

500

23.

Drechthopper

0

500

500

500

500

24.

Beschermd wonen - Realistischer begroten maatwerkvoorz.

0

245

245

245

245

25.

Beschermd wonen - Overhead doorbelasten aan regiogem.

0

300

600

600

600

26.

Urgentieregeling aangep. woningen beter coördineren

0

0

100

100

100

-3.570

-5.430

610

1.165

3.525

Ombuigingen

Wijziging saldo programma -/- betreft een nadeel'

20

Ontwikkelingen met effect op financieel perspectief Gemeenschappelijke regelingen 1. Regionale Jeugdhulp De lasten zijn vanaf 2026 structureel € 1.420.000 hoger dan begroot, omdat er sprake is van meer en duurder verblijf bij kleinschalige woonvoorzieningen en het landelijk transitie-arrangement duurder uitvalt door extra prijsaanpassingen. We zien, ondanks het dempende effect van de verschillende maatregelen die we hebben genomen, een stijging in de intensiteit en complexiteit van jeugdhulptrajecten. De extra lasten zijn gebaseerd op de herziene kadernota 2026 van de GR dienst Gezondheid & Jeugd (het bedrag over 2025 volgt bij de 1e bestuursrapportage 2025). Bedragen en toelichtingen kunnen wijzigen als gevolg van de ontwerpbegroting 2026 van de GR dienst Gezondheid & Jeugd en de Dordtse zienswijzen op voornoemde P&C-documenten en de Meicirculaire 2025. Eventuele wijzigingen verwerken we in de begroting 2026. Ook zien we een stijging van het aantal kinderen met jeugdhulpgebruik. Als gevolg van inflatie is de gemeentelijke bijdrage aan de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ geïndexeerd voor een bedrag van gestegen € 1.250.000. Hiervoor krijgen we via de Algemene Uitkering een vergoeding. Deze extra lasten zijn verantwoord onder het onderdeel indexaties.

In de Perspectiefnota 2025 voorzagen we deze ontwikkeling en anticipeerden we hierop door het vormen van een stelpost vanaf 2026 van € 2.250.000. Deze stelpost laten we nu vrijvallen. 2. Inwonerbijdragen DG&J De lasten zijn vanaf 2026 structureel € 110.000 hoger dan begroot, omdat de extra inzet bij Leerplicht & Voortijdig Schoolverlaten niet meer verrekend kan worden met de reserve. Genoemde bedragen zijn gebaseerd op de gewijzigde Kadernota 2026 van de GR dienst Gezondheid & Jeugd. De formele bedragen volgen bij de 1e Bestuursrapportage 2025 en de ontwerpbegroting 2026 van de GR dienst Gezondheid & Jeugd. Bedragen en toelichtingen kunnen voorts wijzigen door Dordtse zienswijzen op voornoemde P&C-documenten, de Meicirculaire 2025 en bestuurlijke besluitvorming over de bestuursopdrachten bij Leerplicht & Voortijdig Schoolverlaten, Veilig Thuis en Meldpunt Zorg & Overlast. Eventuele wijzigingen verwerken we in de Begroting 2026. 3. GR Sociaal De lasten zijn in 2025 € 745.000 hoger dan begroot, omdat de beoogde afbouw van bijstandsuitkeringen naar verwachting niet geheel wordt gerealiseerd en het gebruik van minimaregelingen en WMO-voorzieningen harder toeneemt dan verwacht. Voor de jaren 2026 en verder volgen we de bedragen genoemd in de conceptbegroting 2026 van de GR Sociaal.

Afwijkend daarop houden we voor het minimabeleid de tijdelijke verruiming t/m 2026 op basis van het lokale politiek akkoord aan en hebben we in de zienswijze aan de GR Sociaal gevraagd hetzelfde te doen. In de conceptbegroting is, exclusief algemene prijsontwikkelingen, op diverse onderdelen sprake van (autonome) stijging van kosten. De kostenstijgingen zitten vooral op WMO-producten, maar ook op minimaregelingen, inburgering en Drechtwerk. Binnen de WMO stijgen de kosten van huishoudelijke ondersteuning door hogere instroom (vergrijzing en doorstroom vanuit maatschappelijke opvang) en hogere prijzen (boven de beschikbare 2,5% uit het accres gemeentefonds) als gevolg van een nieuwe aanbesteding en bekostigingssystematiek. Ook op vervoer zien we aanhoudende stijging van kosten. Bij minima is het gebruik van regelingen toegenomen, wat een van de doelen is, maar gaat gepaard met hogere kosten. Bij inburgering is sprake van hogere instroom. Tot slot zien we bij Drechtwerk dat de afbouw van de sociale werkvoorziening, zoals het rijk beoogd, nog niet zo hard gaat als gewenst. Dit resulteert in hogere lasten in 2026. Om de hogere kosten te drukken en bij te dragen aan de gemeentelijke financiële problematiek zijn ombuigingsmaatregelen vanuit de GR Sociaal in hun begroting opgenomen. Zo wordt o.a.

ingezet op hogere uitstroom vanuit de Participatiewet, kostenbesparing op de huishoudelijke hulp door

21

inzet van een wasservice en ‘WMO naar de voorkant’. Verder wordt getracht de kosten voor bijzondere bijstand voor beschermingsbewind te verlagen door de inzet van een "Serviceteam bewindvoering”. De beoogde besparingen op deze maatregelen nemen toe in de tijd, waardoor de nettobijdrage van de gemeente Dordrecht vanaf 2027 naar verwachting zal afnemen. Met deze maatregelen levert de GR Sociaal een bijdrage aan het verkleinen van het ravijn in de Dordtse begroting, doordat de gemeentelijke nettobijdrage op termijn daalt. Op deze ombuigingsmaatregelen zit echter een onzekerheidsmarge. Wij volgen daarom de haalbaarheid van de ombuigingsdoelen aan de hand van de realisatie nauwlettend en sturen hierop tijdig bij indien de situatie daarom vraagt. 4. Storting in reserve Sociaal fonds Te veel mensen doen een beroep op professionele zorg waar dat niet per se hoeft. Door deze mensen met lichtere ondersteuning of via maatschappelijke organisaties te helpen, dalen de kosten en is professionele hulp beter beschikbaar en betaalbaar waar dat echt nodig is. Van wie het kan betalen, vragen we vaker een bijdrage. Bijvoorbeeld voor huishoudelijke hulp of scootmobielen. Met een deel van de besparingen creëert het college een Reserve Sociaal Fonds van (op termijn) € 1 miljoen. Dat geeft structureel ruimte om inwoners in kwetsbare posities te blijven ondersteunen.

De manier waarop we deze reserve inzetten, wordt in 2026 verder uitgewerkt. Voor 2027 stellen wij € 330.000 beschikbaar oplopend tot € 1.000.000 in 2029. Overig investeringen 5. Binnenklimaat Essenhof Voor 2026 vragen we voor het herstel van het binnenklimaat voor de Nassauweg 200 (Essenhof) een krediet aan van € 615.000. Dit krediet is nodig omdat het binnenklimaat niet voldoet aan de eisen die gesteld zijn in het Bouwbesluit. De kapitaallasten bedragen vanaf 2027 structureel € 30.000. De herstelwerkzaamheden combineren we met verduurzaming en regulier onderhoud. Deze kosten kunnen we niet dekken vanuit de onderhoudsreserve, maar dekken we vanuit het verhogen van de tarieven in het kader van publieke zakelijkheid. Indexaties 6. Indexaties uitgaven en inkomsten De bedragen voor indexaties op uitgaven en inkomsten zijn opgesplitst naar de programma's. Dit geeft inzicht de kostenstijgingen in ieder programma, c.q. wat er vanuit het programma aan extra inkomsten wordt gegenereerd door indexatie. Voorts laten we de centrale stelpost die betrekking heeft op deze indexatie voor 2026 vrijvallen ter dekking van deze prijsstijgingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1032/documents/41498