CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2025 - PDF voor raad.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 9 juli 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 19: Vaststellen Perspectiefnota 2025 - Raadsvoorstel14.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wel kan er een budgettair effect tussen de programma's optreden, bijvoorbeeld als gevolg van verschuivingen, echter in totaal hebben deze verschuivingen geen effect op het financieel perspectief. Voor saldoneutrale ontwikkelingen waar een reserve of voorziening mee gemoeid is, is in het raadsvoorstel een beslispunt opgenomen. Deze ontwikkelingen zijn in de bijlagen bij deze perspectiefnota opgenomen.

25

7. Financiën van Dordrecht Financiële ontwikkelingen Bedragen x € 1.000

Financiën van Dordrecht

2024

2025

2026

2027

2028

saldo

saldo

saldo

saldo

saldo

-2.500

-3.100

-2.900

-3.000

-3.000

Ontwikkelingen met effect op financieel perspectief 1.

Decembercirculaire 2023

2.

Groei van de stad (inkomsten)

500

1.000

1.750

2.500

3.250

3.

Groei van de stad (uitgaven)

0

-500

-875

-1.250

-1.625

4.

Facilitair management organisatie Dordthuis

0

-230

PM

PM

PM

dekking uit reserve kapitaallasten Dordthuis

0

230

0

0

0

5.

Project ombuigingen

-300

-150

0

0

0

6.

Stedin dividend

2.800

4.000

8.000

8.000

8.000

7.

Uitvoering In control programma

0

8.

Extra kosten WOZ bezwaar en beroep

-300

-200

0

0

-1.055

-600

0

0

0

Extra verhogen OZB opbrengst

600

300

0

0

0

Extra bijdrage regiogemeenten

455

300

0

0

0

9.

Exploitatie digitale werkruimte

0

-320

-320

-320

-320

10.

Renteresultaat

11. 12.

2.950

1.100

400

400

400

Lagere compensatie loon- en prijsbijstelling

0

-2.100

-2.100

-2.100

-2.100

Effect Voorjaarsnota Rijk - Opschalingskorting

0

-5.100

5.100

5.100

5.100

dekking uit Algemene Reserve 13.

Incidentele kosten 2025 gedekt uit overschot 2024

0

5.100

0

0

0

-1.945

1.945

0

0

0

-20

Investeringen (kapitaallasten) 14.

Vervanging woonwagens

0

0

-20

-20

15.

Onderhoud Vastgoed (cyclus > 20 jr)

0

0

-10

-20

-20

16.

Vervanging mobile devices

0

0

-100

-100

-100

17.

Kapitaallasten niet geraamde investeringen vanaf 2026

0

0

0

-500

-1.450

18.

Indexaties -795

-2.760

-3.710

-3.700

-3.700

0

1.600

1.590

1.590

1.590

2.690

2.610

2.610

2.610

2.610

100

Indexaties uitgaven Indexaties inkomsten Administratief neutrale ontwikkelingen 19.

Totaal administratief neutrale ontwikkelingen

20.

Energiemanagement (nutsvoorzieningen)

0

100

100

100

21.

Reële investeringsplanning

0

1.000

1.000

0

0

22.

Post onvoorzien aframen

0

350

350

350

350

23.

Gemeentenieuws uitsluitend digitaal

0

50

50

50

50

24.

Logiesheffing verhogen

0

130

130

130

130

3.100

4.755

11.045

9.820

9.245

Ombuigingen

Wijziging saldo programma hogere lasten: - en lagere lasten: + hogere baten: + en lagere baten: reserve onttrekking t.g.v. exploitatie: + reserve dotatie t.l.v. exploitatie: -

26

Ontwikkelingen met effect op financieel perspectief 1. Decembercirculaire 2023 De Decembercirculaire 2023 heeft een negatief effect op het exploitatiesaldo. In de bijbehorende raadsinformatie Decembercirculaire 2023 is dit nader toegelicht. 2. Groei van de Stad (inkomsten) We houden rekening dat door groei van de stad de inkomsten toenemen. Voor 2024 een extra inkomst van € 0,5 miljoen oplopend naar € 3,25 miljoen in 2028. De verwachting is dat tot en met 2029 4.500 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Vanuit de (behoedzame) aanname dat in iedere extra woning één nieuwe Dordtenaar komt te wonen, betekent dit per jaar gemiddeld 750 nieuwe Dordtenaren extra. Uiteindelijk bepaalt de snelheid van bouwen voor een groot deel hoe snel de stad groeit. Daarom is de eerste twee jaar gerekend met 500 extra inwoners en de jaren daarna met 750 extra inwoners. De groei wordt betrokken bij de financiële vertaling van de Meicirculaire 2024. 3. Groei van de Stad (uitgaven) De lasten zijn vanaf 2025 € 500.000 oplopend tot € 1.625.000 in 2029 hoger dan begroot. Hierbij is het uitgangspunt dat 50% van de extra inkomsten voor de groei nodig is ter dekking van de kosten die horen bij groei. De meeropbrengst 2024 wordt ingezet ter dekking van toegenomen kosten in 2024. 4.

Facilitaire managementorganisatie Dordthuis De lasten voor de facilitaire managementorganisatie van het Dordthuis zijn in 2025 € 230.000 hoger dan begroot, omdat voor het op niveau brengen van het inhuizen en facilitair beheer van het Dordthuis een goede facilitaire managementorganisatie noodzakelijk is. Voor de eventueel benodigde middelen na 2025 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze deze organisatie kan worden vormgeven. Dit wordt betrokken bij de Perspectiefnota 2026. Voorgesteld wordt de lasten voor 2025 te dekken uit de reserve Kapitaallasten Dordthuis. 5. Uitvoering project ombuigingen De lasten voor het project ombuigingen zijn in 2024 € 300.000 en in 2025 € 150.000 hoger dan begroot omdat voor 2023 slechts budget was toegekend door de eerste fase van dit project. Na de oplevering van een eerste inventarisatie van mogelijke maatregelen begin 2024, is duidelijk geworden dat het ombuigingentraject verder gaat doorlopen richting de Perspectiefnota 2026 en Begroting 2026, waardoor ook de projectorganisatie tot medio 2025 in stand zal blijven. 6. Stedin dividend De baten voor het Stedin dividend ramen we in 2024 op met € 2.800.000, in 2025 op met € 4.000.000 en vanaf 2026 structureel op met € 8.000.000 omdat betere bedrijfsresultaten worden verwacht.

Dat komt onder meer omdat Stedin nu met een afschrijvingsmethode werkt die tot lagere lasten leidt en ook vanwege beduidend hogere inkomsten. Vanaf begrotingsjaar 2028 is er een inkomstenonzekerheid omdat nieuwe regelgeving van ACM in de maak is die van invloed zal zijn op de bedrijfsresultaten en daarom ook tot nieuwe dividendafspraken kunnen gaan leiden. Bij deze ontwikkeling is tegelijkertijd een onzekerheid opgenomen in deze perspectiefnota. 7. Uitvoering In control programma De lasten voor de bestuursopdracht In Control programma zijn in 2024 € 300.000 en in 2025 € 200.000 hoger dan begroot omdat in 2023 slechts budget was toegekend voor de eerste fase van het programma. Begin 2024 is een programmamanager gestart. Voor de definitieve borging van de bestuursopdracht is een plan van aanpak 2024 opgesteld. Hierin is aangegeven welke extra capaciteit noodzakelijk is om onder andere processen te beschrijven, nota’s en verordeningen te actualiseren, de informatievoorziening in de organisatie en aan de raad te verbeteren, een contractenregistratie in te voeren en risicosturing in de organisatie te verbeteren.

27

8. Extra kosten WOZ-bezwaar en beroep De lasten voor het afhandelen van WOZ-bezwaren en -beroepen zijn voor 2024 € 1.055.000 en voor 2025 € 600.000 hoger dan begroot door bezwaren en beroepen die worden ingediend door no cure no pay-bedrijven (NCNP) en particulieren. De wetswijziging om het verdienmodel van NCNPbureaus aan banden te leggen is per 1-1-2024 van kracht gegaan. De hierin vastgestelde verlaging van de proceskostenvergoeding heeft betrekking op zaken over belastingjaar 2024 e.v. Het effect zal naar verwacht medio 2024 zichtbaar worden. Een deel van de meerkosten wordt doorbelast aan de regiogemeenten. De verwachting is dat de meerkosten 2024 voor Dordrecht opgevangen kunnen worden uit de meeropbrengst ozb. De gemeente hanteert in 2025 het principe dat kosten van WOZ-bezwaar en WOZ-beroep worden verwerkt in hogere WOZ baten (kostendekkend). 9. Exploitatie digitale werkplek De lasten zijn vanaf 2025 structureel € 320.000 hoger dan begroot omdat de kapitaallasten voor de persoonsgebonden digitale voorzieningen nog niet in de lopende meerjarenraming 2025-2027 zijn opgenomen. Hiervoor is bij de Tweede Bestuursrapportage 2023 een investeringskrediet van € 1.230.000 beschikbaar gesteld. Zoals eerder besloten loopt het meerjarenprogramma ICT beweegt. Onderdeel daarvan is de nieuwe Digitale Werk Ruimte.

Deze is nodig om veiliger en toekomstbestendig te kunnen (samen)werken, zowel binnen onze organisatie, als met partners buiten onze organisatie. Om veilig en modern samen te werken is geïnvesteerd in de aanschaf van nieuwe digitale apparatuur, zoals laptops en smartphones. 10. Renteresultaat De baten stijgen per saldo in 2024 met € 2.950.000, in 2025 met € 1.100.000 en vanaf 2026 structureel met € 400.000, omdat de marktrente is gestegen en uitgaven achterblijven op de planning. Hierdoor ontvangt de gemeente extra rentebaten op haar tegoeden. Dit is inclusief hogere rentebaten op middelen die beheerd worden door SVN/NRF (€ 400.000). Of in de periode daarna rentemeevallers ontstaan, hangt af van de renteontwikkelingen en van het daadwerkelijke verloop van gemeentelijke bestedingen en inkomsten. Door de gewijzigde fasering van de realisatie van het Dordthuis ontstaat op de projectfinanciering een renteresultaat. Dit wordt verrekend met de bouwrente in het krediet. 11. Lagere compensatie loon- en prijsstijging Het Centraal Planbureau verwacht dat de inflatie in 2025 minder hoog zal zijn dan bij de Decembercirculaire 2023 werd verwacht. De bijbehorende loon- en prijscompensatie die gemeenten hiervoor ontvangen in de algemene uitkering wordt daarop aangepast en verlaagd. De verlaging voor Dordrecht wordt geschat op € 2,1 miljoen in 2025.

Zodra de Meicirculaire 2024 verschijnt zullen we de effecten van het rijksbeleid definitief doorrekenen. Deze lagere compensatie wordt meerjarig verrekend met de stelpost indexatie 2025 en verder. 12. Effect Voorjaarsnota Rijk – opschalingskorting De baten zijn in 2025 € 5.100.000 lager en vanaf 2026 structureel € 5.100.000 hoger dan begroot. Onderdeel van de Voorjaarsnota van het Rijk is de afschaffing van de opschalingskorting vanaf 2026. In ruil daarvoor worden gemeenten met een gelijk bedrag gekort in 2025. Deze bedragen zijn een inschatting. De definitieve cijfers volgen bij de Meicirculaire 2024. Vanuit het Rijk krijgen we in 2025 eenmalig een korting op het gemeentefonds van € 5,1 miljoen. Voorgesteld wordt deze korting te dekken vanuit de Oekraïne-gelden die we in 2023 overhouden en voor een deel aan de Algemene Reserve worden toegevoegd. Dit onder het mom van: minder geld ontvangen vanuit het Rijk compenseren we door meer ontvangen vanuit het Rijk. 13. Incidentele kosten 2025 gedekt uit overschot 2024 Voor 2024 wordt een overschot verwacht van € 1.945.000. Voorgesteld wordt dit begrotingssaldo te gebruiken om incidentele kosten in 2025 te dekken. Dit betreft onder andere de aanvullende storting in de onderhoudsvoorziening Sportboulevard, de begeleidingskosten voor het ombuigingstraject en het in control programma.

28

14. Vervanging woonwagens Het krediet voor woonwagens wordt verhoogd met € 260.000 in jaar 2025, omdat door de ouderdom en de afnemende technische kwaliteit vervanging van woonwagens noodzakelijk is. Door deze vervanging blijft de kwaliteit van de door de gemeente verhuurde woonwagens op peil. Bij vervanging worden de woonwagens meteen verduurzaamd. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten bedragen structureel € 20.000 vanaf 2026. 15. Onderhoud Vastgoed De kredieten voor maatschappelijk vastgoed worden verhoogd met € 280.000, omdat aan enkele ateliers, Huis van Gijn en een pand op de begraafplaats werkzaamheden aan onder andere het dak moeten worden gedaan. Deze onderhoudsingrepen met een cyclus > 20 jaar worden in lijn met de vastgoednota (raadsvoorstel 1651527) afgeschreven. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten bedragen structureel € 10.000 vanaf 2026. 16. Vervanging mobile devices De lasten zijn vanaf jaar 2026 structureel € 100.000 hoger dan begroot omdat de kapitaallasten voor de persoonsgebonden digitale voorzieningen nog niet volledig in de lopende meerjarenraming zitten. Digitale apparatuur heeft een afschrijvingstermijn. De apparatuur verouderd in de loop der jaren, terwijl tegelijkertijd de eisen aan de apparatuur in de loop der jaren stijgt.

Daarnaast worden digitale apparaten na verloop van tijd onveilig, omdat leveranciers van digitale apparatuur maar een beperkte tijd beveiligingsupdates voor apparaten uitbrengen. Dit terwijl de eisen en het belang van een veilige werkomgeving alleen maar groter worden. Als gevolg daarvan moeten laptops, smartphones, etc. tijdig vervangen worden. De lopende meerjarenbegroting voorziet echter niet in deze vervanging. Voor de jaarschijf 2025 bedraagt de investering € 300.000. 17. Kapitaallasten niet-geraamde investeringen vanaf 2026 Bij toekomstige vervangingsinvesteringen vanaf 2026 stellen we voor de (financiële) ruimte te reserveren in het meerjarenbeeld (stelpost kapitaallast toekomstige investeringen), maar de kredieten nu nog niet aan te vragen. Vanwege de financiële krapte hanteren we het uitgangspunt "We doen nu nog niets wat ook later kan". De definitieve keuze voor ter beschikking stellen van de onderliggende kredieten vormt hiermee een integrale afweging bij de Perspectiefnota 2026. Er zijn daarin tenslotte keuzes te maken in omvang, fasering en/of kwaliteit. Het gaat hier om nieuw te begroten kapitaallasten van de volgende investeringen: • Vervanging gymzalen 2028-2030 • Herstel kademuren 2026 e.v. • Uitvoeringsprogramma fiets 2026-2028 • Verkeersstructuurplan Spuiboulevard 2026 e.v.

• Laan van Londen (Wielwijk fase 1/2/3) • Integraal huisvestingsplan voortgezet onderwijs 2026 e.v. • Meerjaren onderhoudsplan openbare ruimte 2026-2028 • Vervanging woonwagens 2028 e.v. • Onderhoud Vastgoed 2026 e.v. • Vervanging mobile devices 2026 e.v. Daar waar voor investeringen/projecten in 2026 besluitvorming, door een voorbereidingstraject, niet kan wachten tot besluitvorming van de Perspectiefnota 2026 kan besluitvorming plaats vinden bij de vaststelling van de Begroting 2025. 18. Indexaties uitgaven en inkomsten De bedragen voor indexaties op uitgaven en inkomsten zijn opgesplitst naar de programma's. Dit geeft inzicht in het beslag dat ieder programma legt op deze middelen, c.q. wat er vanuit het programma aan extra inkomsten wordt gegenereerd door indexatie. 19. Administratief neutrale ontwikkelingen Neutrale ontwikkelingen (enkel effect tussen en/of binnen programma's) zijn apart inzichtelijk gemaakt. Budgetneutrale wijzigingen leiden op totaal begrotingsniveau niet tot resultaatafwijkingen op de baten of lasten. Wel kan er een budgettair effect tussen de programma's optreden, bijvoorbeeld als

29

gevolg van verschuivingen, echter in totaal hebben deze verschuivingen geen effect op het financieel perspectief. Voor saldoneutrale ontwikkelingen waar een reserve of voorziening mee gemoeid is, is in het raadsvoorstel een beslispunt opgenomen. Deze ontwikkelingen zijn in de bijlagen bij deze perspectiefnota opgenomen. Ombuigingen 20. Energiemanagement (nutsvoorzieningen) Energiemanagement bestaat uit de onderdelen 1) Aansluitingenregister, 2) Energiebeheer en 3) Energiemonitoring Goed energiemanagement leidt tot besparingen door: • Opzeggen/afsluiten van onjuiste contracten/meters • Opsporen van fouten in energiefacturen • Verlagen van capaciteit aansluitingen • Proactieve monitoring per locatie waardoor gebruikstijden/temperaturen/installatie instellingen worden geoptimaliseerd en sturing op gedrag mogelijk is. Goede energiemonitoring zorgt ervoor dat afwijkend energieverbruik beter zichtbaar wordt waarmee we bijsturing mogelijk maken. Besparingen van 10-20% op het gasverbruik zouden haalbaar moeten zijn. Bij slechts 5% besparing op het wordt met de huidige tarieven al jaarlijks >€ 100.000 bespaard. De uitvoering vraagt wel investeringen. 21. Reële investeringsplanning Onze investeringsplanning is erg ambitieus en optimistisch. Hierdoor staan investeringsbudgetten langer open en volgende de kapitaallasten ook later.

Hoewel dit gecorrigeerd wordt in de begroting, is het van belang een realistische investeringsplanning te maken. 22. Post onvoorzien aframen In de begroting is een post opgenomen voor onvoorziene kosten. Deze post kan grotendeels worden afgevoerd omdat deze post geen wettelijke bepaalde hoogte heeft. 23. Gemeentenieuws uitsluitend digitaal We stellen een besparing voor door - naast de digitale bekendmaking - de bekendmaking in het lokale huis-aan-huis blad in een veel compactere (doorverwijzings)vorm te gaan doen. 24. Logiesheffing verhogen Het betreft hier het voorstel om de inkomsten te vergroten door dit jaar een verhoging van het tarief met de reguliere indexatie plus 10% door te voeren. Dit leidt tot een verhoging van de opbrengst met € 130.000.

30

Indexaties Benodigde indexaties uitgaven In de perspectiefnota indexeren wij jaarlijks de personele budgetten, prijsgevoelige budgetten en de bijdrage aan gesubsidieerde instellingen en verbonden partijen. Daar waar binnen de programma's de indexaties op uitgaven en inkomsten per programma inzichtelijk zijn gemaakt, is in onderstaande tabel het totaal van de afzonderlijke reeksen opgenomen. Bedragen x € 1.000 Indexaties uitgaven 1. Indexering personele budgetten

2024

2025

2026

2027

2028

0

-3.080

-5.080

-5.055

-5.050

-2.530

-4.825

-4.660

-4.315

-4.315

0

-1.765

-1.765

-1.690

-1.690

4. Indexering budgetten verbonden partijen

-4.300

-10.500

-10.500

-10.500

-10.500

5. Vrijval stelpost indexaties 2024

5.235

5.240

5.230

5.235

5.235

6. Vrijval stelpost indexaties 2025

0

7.595

7.595

7.595

7.595

-1.595

-7.335

-9.180

-8.730

-8.725

2. Indexering prijsgevoelige budgetten 3. Indexering bijdragen gesubsidieerde instellingen

Totaal indexaties uitgaven

1. Indexering personele budgetten De personele budgetten van Dordrecht (inclusief SGD) indexeren we met 4,1% in 2025. Recent is een nieuwe CAO-gemeenten afgesloten. Deze geldt voor het jaar 2024 t/m 31 maart 2025. De salarissen 2023 zijn verhoogd met de afgesproken loonstijging per 1 januari 2024 in de nieuwe cao. CAO’s gaan vaak niet volledig in per 1 januari, maar worden vaak gefaseerd doorgevoerd. Hierdoor gaan we uit van een lagere bijstelling in 2025. Deze bijstelling betekent een lagere last van € 2 miljoen in 2025. Vanaf 2026 is de indexering van 4,1% wel volledig opgenomen. 2. Indexering prijsgevoelige budgetten Indexaties 2025 Voor de indexatie van prijsgevoelige inkoopbudgetten in 2025 sluiten we aan op de materiële index. Die wordt gepubliceerd in het tweede halfjaarbericht "Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten / DNB Najaarsraming" van De Nederlandsche Bank (DNB), die jaarlijks in december verschijnt (december lopende jaar (t) voor t+2). Deze index is -volgens de meest recente informatie van februari 2024- voor het jaar 2025 nog steeds 2,7%. Gezien het financiële beeld hebben we vervolgens onze prijsgevoelige budgetten (behoudens die van SGD) taakstellend verlaagd. Hierdoor is het feitelijke indexpercentage 2,1% in 2025.

Vanwege de samenwerkingsovereenkomsten van/met SGD sluiten we voor de indexatie van prijsgevoelige inkoopbudgetten van SGD overigens taakstellend aan op de geharmoniseerde consumentenprijsindex van het tweede halfjaarbericht "Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten / DNB Najaarsraming" van DNB. Deze index is 2,2%. Toewijzing indexaties 2024 uit stelpost Om scherper aan de wind te kunnen zeilen, hebben we de indexatiebedragen op de prijsgevoelige budgetten uit de kadernota 2024 grotendeels op een centrale stelpost “geparkeerd”. Zie ook bij onderdeel 5 Vrijval stelpost indexaties 2024. Beleidsafdelingen konden hierop in 2024 enkel bij urgente prijs-/marktontwikkelingen aanspraak maken. Voorbeelden van deze aanspraak zijn: aanbestedingen groenonderhoud, exploitatie Kunstmin en musea, bouw Dordthuis en actualisatie van onderhoudsvoorzieningen voor sport. Ook brengen we de budgetten van SGD hiermee op een juister prijspeil. 3. Indexering bijdragen gesubsidieerde instellingen Bij de berekening van de loon- en prijsontwikkelingen bij gesubsidieerde instellingen gaan wij ervan uit, dat de kosten van de gesubsidieerde instellingen voor 75% loonafhankelijk en 25%

31

prijsafhankelijk zijn. Dat zou leiden tot een indexpercentage van 3,75%, waarbij we de gesubsidieerde instellingen ontzien van de voornoemde lagere bijstelling op het loondeel. Gezien het financiële beeld verlagen we echter wel de inflatiecompensatie voor het prijsgevoelige deel. Dit betekent, dat we onze subsidiebudgetten indexeren met 3,6% in 2025. 4. Indexering budgetten verbonden partijen We nemen in beginsel de geïndexeerde gemeentelijke bijdragen uit de ontwerpbegrotingen van de verbonden partijen 1 op 1 over in onze begroting. In de zienswijzen op de ontwerpbegrotingen van de verbonden partijen kan de gemeenteraad aangeven of de daar gehanteerde indexpercentages al dan niet acceptabel zijn. Met name in de zorgsector is sprake van forse inflatiecorrecties. Ook de Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid hanteert een hoger inflatiepercentage dan de voornoemde gemeentelijke percentages. 5. Vrijval stelpost indexaties 2024 We laten de stelpost rondom loon-/prijsontwikkelingen in 2024 voortvloeiende uit de circulaires gemeentefonds vrijvallen. 6. Vrijval stelpost indexaties 2025 We laten de stelpost rondom loon-/prijsontwikkelingen in 2025 voortvloeiende uit de circulaires gemeentefonds vrijvallen. Benodigde indexaties inkomsten Binnen de programma's is inzichtelijk gemaakt wat ieder programma bijdraagt aan extra inkomsten door indexatie van inkomstenbudgetten.

Voor het totaal van deze indexaties op inkomsten, opgesplitst naar inkomsten SGD, inkomsten OZB en overige heffingen, c.q. inkomsten gelden de volgende reeksen. Bedragen x € 1.000 Indexaties inkomsten

2024

2025

2026

2027

2028

1. Indexering inkomsten SGD

0

885

885

885

885

2. Indexering OZB-inkomsten

0

690

690

690

690

3. Indexering overige heffingen c.q. inkomsten

0

1.400

1.390

1.385

1.380

Totaal indexaties inkomsten

0

2.975

2.965

2.960

2.955

Toelichting 1. Indexering inkomsten SGD Vanaf 2022 is de gemeente Dordrecht de servicegemeente voor de regio. De begrote inkomsten van de servicegemeente (SGD) zijn verhoogd met een gemengd percentage van loon- en prijsstijging (60%-40%), te weten 3,54%. De werkelijke toename van de SGD-inkomsten wordt overigens gebaseerd op de geldende samenwerkingsovereenkomsten met de regiogemeenten. 2. Indexering OZB-inkomsten De opbrengst van de Onroerend Zaak Belasting (OZB) is geïndexeerd met de prijs-indexatie van 2,1%. Door de correctie met deze index blijft de OZB-opbrengst waardevast. Daar bovenop komen andere kostprijsverhogende factoren, zoals de verdiscontering van de kosten van WOZ-bezwaar en -beroep. Zie onder "Ontwikkelingen met effect op financieel perspectief" op de programmakaart Financiën van Dordrecht. 3. Indexering overige heffingen c.q. inkomsten Ongebonden heffingen c.q. inkomsten We zijn voornemens om de precariobelasting en de marktgelden te verhogen met de prijsindexatie van 2,1%.

32

De tarieven logiesheffing 2025 worden € 3,90 p.p.p.n. voor accommodaties en € 1,10 p.p.p.n. op staan-/ligplaatsen. We indexeren de logiesheffing met 2,1%. Onder "Ombuigingen" op de programmakaart Financiën van Dordrecht is daarnaast het voorstel van een verdere ophoging van de tarieven logiesheffing met 10% opgenomen. Om gelijke tred te houden met de inflatie verhogen we diverse andere begrote inkomstenbronnen van zowel regiogemeenten (niet zijnde bijdragen aan SGD) als overige derden (zoals exploitant Sportboulevard, sportverenigingen en particulieren) met een gemengd percentage van loon- en prijsstijging (75%-25%), te weten 3,6%. Gebonden heffingen De gebonden heffingen zijn heffingen die worden geheven ten behoeve van een specifieke doelstelling. De gemeente is dan niet 100% vrij in de besteding van de opbrengst van de gebonden belasting. Bij deze belastingen bestaat er geen directe relatie met een te leveren prestatie. Wel is bepaald welke kosten er precies verhaald mogen worden en er dus mee gedekt mogen worden. Desbetreffende heffingen mogen niet meer dan kostendekkend zijn. De gebonden heffingen zijn onder andere afvalstoffenheffing, rioolheffing, parkeerbelastingen, bouwleges, reinigingsrecht en lijkbezorgingsrechten. Gebonden heffingen zonder effect op begrotingssaldo Afvalstoffenheffing Op de Afvalstoffenheffing is het principe van kostendekkendheid van toepassing.

Voorgesteld wordt het tarief voor de afvalstoffenheffing te verhogen met de prijs-indexatie van 2,1%. Rioolheffing Op de rioolheffing is het principe van kostendekkendheid van toepassing. Voorgesteld wordt het tarief voor de rioolheffing te verhogen met de prijsindexatie van 2,1%. Parkeertarieven Over de ontwikkelingen van de parkeertarieven is in de Nota egalisatiereserve parkeren afgesproken, dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het CPI-percentage. Besluitvorming over deze indexatie vindt later plaats. Het CPI-percentage is nl. een afwijkend percentage dan de 2,1%, waarmee bij de andere lokale heffingen wordt gerekend. Gebonden heffingen met effect op begrotingssaldo Bouwleges, overige gebonden heffingen en overige inkomsten Om gelijke tred te houden met de inflatie stellen we voor de bouwleges, het reinigingsrecht en de overige gebonden heffingen te verhogen met 2,1%. Onder de overige gebonden heffingen vallen onder andere de overige leges en de lijkbezorgingsrechten.

33

Investeringskredieten (2024) Afwijking op investeringskredieten In de perspectiefnota staan we ook stil bij de eerder verstrekte investeringskredieten voor 2024. Op deze bestaande kredieten kunnen wijzigingen ontstaan. Het gaat hierbij te allen tijde om budgetneutrale wijzigingen op het begrotingssaldo, waarbij dekking is binnen de huidige budgetten of waarvoor aanvullende middelen zijn toegekend in de vorm van bijvoorbeeld subsidies. Bij de investeringskredieten maken we onderscheid tussen afwijkingen (verhoging of verlaging) op investeringskredieten en verschuivingen van investeringskredieten. Bij afwijkingen veranderen de kosten voor het totale project, terwijl bij verschuivingen de totale kosten gelijk blijven, maar de planning gewijzigd is. Op deze manier blijft de investeringsplanning actueel en compleet. Momenteel is circa 9,1% van de voorgenomen investeringen (van in totaal ruim € 181 miljoen) voor 2024 uitgegeven. Bij het onderdeel verschuivingen wordt geduid dat een aantal investeringen, voor een bedrag van € 9,62 miljoen met grote zekerheid niet meer in dit jaar uitgevoerd wordt. Dit bedrag wordt doorgeschoven naar andere jaren. Daarnaast worden kredieten in 2024 opgehoogd met in totaal € 6,64 miljoen. Door deze ophogingen en verschuivingen stijgt de realisatiegraad (per saldo) in 2024 beperkt naar 9,2%. In onderstaande tabel zijn de afwijkingen opgenomen.

De verschuivingen zijn te vinden in het volgende onderdeel. Bedragen × € 1.000 Afwijkingen op investeringskredieten

verhoging krediet

1. Investering in geluiddscherm Galileilaan

776

2. Aanschaf van afvalwagen voor handhavers

51

3. Investering in invoering reguleringsgebieden

125

4. Activeren renovatie Statenschool 5. Verhoging kredieten sportaccommodaties

verlaging krediet

1.100 434

6. Verhoging kredieten nieuwbouw de Drechtster

4.150

Totaal

6.636

0

Toelichting bij de afwijkingen 1. Investering in geluidsscherm Galileilaan De kredieten worden met € 776.000 opgehoogd, omdat raadsbesluit 2023-0135816 (zoals in het raadsvoorstel is aangekondigd) pas bij de perspectiefnota wordt verwerkt. Dit om geen informatie openbaar te maken voor de aanbesteding. De kosten worden gedekt uit de Reserve Geluidsschermen. 2. Aanschaf van afvalwagen voor handhavers De kredieten worden met € 51.000 opgehoogd, omdat handhavers momenteel een bestelauto huren, en ter verbetering van de continuiteit en effectiviteit van de afvalbeheerswerkzaamheden een voertuig zal worden aangeschaft. De kapitaallasten voor de investeringen kan worden gedekt uit de vrijgevallen huur van de bestelauto. 3. Investering in invoering reguleringsgebieden De kredieten worden met € 125.000 opgehoogd, omdat bewoners gereguleerd parkeren kunnen aanvragen, wat investeringen vraagt voor de fysieke inrichting van gebieden en uitbreiding van de backoffice, inclusief het vergunningssysteem. Daarnaast worden mogelijk gebieden zoals de

34

omgeving Maasterras en Sterrenburg Noord aangewezen als gereguleerd gebied vanwege hun ontwikkeling. De kosten worden gedekt uit de Parkeerreserve. 4. Activeren renovatie Statenschool De kredieten worden met € 1.100.000 opgehoogd, omdat de renovatie van Hofstraat 5 volgens de regelgeving moet worden geactiveerd. Dekking vindt plaats via het in de begroting 2023 beschikbaar gestelde budget voor het knelpunt onderhoud Statenschool (zie ook 2022-0049656), en loopt via de reserve onderwijshuisvesting. 5. Verhogen kredieten sportaccommodaties De kredieten worden met € 434.000 opgehoogd, omdat bij de Kadernota 2024 extra middelen beschikbaar zijn gesteld voor onderhoud van buitensportaccommodaties, en voor de beoogde elektrificatie van de bedrijfswagens. Deze effecten worden in deze perspectiefnota geëffectueerd. 6. Verhogen kredieten nieuwbouw Drechtster De kredieten worden met € 4.150.000 opgehoogd, omdat conform besluit 2023-0094088 middelen zijn gevoteerd voor nieuwbouw van Het Drechtster College en de (inrichting van de) bijbehorende gymzaal aan de Karel Doormanweg. Een deel van het krediet zal worden ingezet voor de herinrichting van de openbare ruimte. Verschuivingen van investeringskredieten Hieronder worden de verschuivingen op investeringskredieten omschreven. De uitgaven worden hier realistischer in de tijd weggezet.

Van de vertraagde investeringen schuift het grootste deel door naar 2025. Bij enkele investeringen voorzien we realisatie pas in 2026. De oorzaken van de verschuiving worden toegelicht. Voor een aantal investeringen verandert de omvang van het krediet omdat deze zowel worden opgehoogd als worden doorgeschoven. Bedragen × € 1.000 Verschuiving van investeringskredieten/verschuivingen in IP 2024-2029

2024

2025

-431

431

-300

300

3. Ambities MOP verdeling

-3.575

3.575

4. Doorschuiven kredieten sportaccommodaties

-1.364

769

-3.600

3.600

1.

Vervangingsinvesteringen vervoer en mechanisatie uitgesteld

2. Vervanging verkeersregelinstallaties uitgesteld

Doorschuiven kredieten nieuwbouw Drechtster 5. college Uitvoering steiger- en halteplan deels 6. doorgeschoven Totaal

-350 -9.620

2026

2027

2028

74

23

498

23

498

2029

350 8.675

424

Toelichting bij de verschuivingen 1. Vervangingsinvesteringen vervoer en mechanisatie uitgesteld De kredieten worden in 2024 verlaagd met € 431.000, omdat de vervangingen vervoer en mechanisatie zijn uitgesteld in afwachting van de uitkomsten van een brede studie naar duurzame alternatieven ('zero emission'). Momenteel zijn er te weinig duurzame alternatieven waardoor met name nog steeds voor verbrandingsmotoren word gekozen. Dit staat op gespannen voet met onze ambities voor verduurzaming. Het uitstel van de vervanging betekent een verschuiving van de investeringen naar 2025. 2. Vervanging verkeersregelinstallaties uitgesteld De kredieten worden in 2024 verlaagd met € 300.000, omdat de vervanging van enkele verkeersregelinstallaties wordt uitgesteld naar 2025 vanwege de samenhang met een aantal (vertraagde) projecten in de fysieke buitenruimte.

35

3. Ambities MOP verdeling De kredieten worden in 2024 verlaagd met € 3.575 000, omdat een deel van de investeringen met betrekking tot de ambities in de openbare ruimte in lijn met de geactualiseerde planning worden verplaatst naar 2025. 4. Doorschuiven kredieten sportaccommodaties De kredieten worden in 2024 verlaagd met € 1.364.000, omdat onder andere de renovatie van de atletiekbaan en het kunstgras aan de Zeehavenlaan wordt doorgeschoven naar 2025 respectievelijk 2028. Ook enkele vervangingsinvesteringen in machines, die het team sportaccommodaties gebruikt voor het onderhouden van de velden, worden verschoven. 5. Doorschuiven kredieten nieuwbouw Drechtster De kredieten worden in 2024 verlaagd met € 3.600.000, omdat voor de realisatie van de nieuwbouw van Het Drechtster College en de bijbehorende gymzaal gedeeltelijk een betaalschema is overeengekomen. Hierin is overeengekomen dat het grootste deel van de kosten worden betaald in 2025 6. Uitvoering steiger- en halteplan deels doorgeschoven De kredieten worden in 2024 verlaagd met € 350.000, omdat de uitvoering van een deel van het steiger- en halteplan is uitgesteld naar 2026.

Uit de evaluatie van de steigerlokaties van fase 3 moet blijken of de voorgestelde locaties nog steeds de meeste toegevoegde waarde hebben voor het plan of dat er een voorstel dient te komen deze te ruilen voor locaties met een hogere toegevoegde waarde.

36

ONZEKERHEDEN Onder 'onzekerheden' wordt een aantal ontwikkelingen met mogelijke toekomstige (financiële) consequenties nader uitgewerkt of geactualiseerd. De genoemde consequenties verwerken we niet financieel in deze Kadernota 2024, omdat ze ofwel binnen de huidige begroting worden opgevangen, ofwel omdat ze qua omvang of moment van voordoen nog niet vaststaan. Ontwikkeling energiekosten Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne is de energiemarkt volop in beweging. Na een periode van extreme stijgingen is de energiemarkt recent in rustiger vaarwater terecht gekomen. Inmiddels liggen de energieprijzen op het laagste punt van de afgelopen twee jaar. We houden evenwel de ontwikkelingen op de energiemarkt voor onze gemeente nauwlettend in de gaten en zullen bij het opstellen van de Begroting 2025 een zo goed mogelijke inschatting maken van de verwachte energiekosten. Aanpak Energiehuis In 2014 is het EnergieHuis geopend. Het gebouw is hierbij getransformeerd van een elektriciteitscentrale naar een theater en muziekcentrum. Sinds de start van de exploitatie van het vernieuwde EnergieHuis zijn er lekkages aan dak en gevel. Deze blijken niet eenvoudig te verhelpen. Er zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd naar de oorzaak. Hieruit is op te maken dat gevels en daken tijdens de renovatie onvoldoende zijn hersteld en onderhouden.

Hiernaast zijn de gevels niet voldoende aangepast aan het gewijzigde gebruik (van opslagruimte naar muziek en kantoorfunctie). Tenslotte kennen de klimaatinstallaties beperkingen. Een restauratie van de buitenschil van het EnergieHuis lijkt noodzakelijk om het huidige gebruik te kunnen voortzetten. Er zijn hierbij mogelijkheden om bij de renovatie andere facetten mee te nemen: Verduurzaming van het EnergieHuis is gepland tussen 2025 en 2030. Dit in het kader van het gemeentelijke project verduurzaming maatschappelijk vastgoed. Het Energiehuis kan een toegevoegde waarde betekenen voor het gemeentelijke ontwikkelingsplan Wantij-West. Optimalisatie van de exploitatie en het gebruik van het energiehuis In 2024 zal onderzocht en uitgewerkt worden wat de restauratie van het energiehuis betekent, zowel qua omvang als financiën. Hiervoor is in de Kadernota 2024 een onderzoeksbudget beschikbaar gesteld. Volgend jaar zal in de Perspectiefnota 2026 een investeringsvoorstel worden neergelegd. Actualisatie huisvestingsplan Arcade Dordrecht Per 1 januari 2021 is de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor nieuwbouw en uitbreiding van scholen in het Primair en Speciaal Onderwijs door-gedecentraliseerd aan Arcade. Bij de doordecentralisatie in 2021 is met Arcade afgesproken dat het integraal huisvestingsplan (IHP) periodiek wordt geactualiseerd. Deze actualisatie staat gepland voor 2024/2025.

De nieuwe periode start dan in 2026. Onderdeel van de actualisatie van het huisvestingsplan is het doorrekenen van het financiële effect en het beoordelen in hoeverre de kostenstijging en de ontwikkelingen opgevangen kunnen worden binnen de huidige exploitatie. Opvang ontheemden Net als in 2023 zijn de voorwaarden van de bekostigingsregelingen voor de opvang van Oekraïners 2024 vanuit het Rijk onduidelijk. Hierdoor lopen gemeenten budgetrisico. Voor de jaren 2022 en 2023 pakte afrekening op basis van lumpsum bekostiging nog voordelig uit. Voor 2024 is echter nog niet bekend of de gemeente het voordeel mag houden. De opgenomen bedragen aan uitgaven in de Begroting 2024 zijn met veel onzekerheden omkleed. Hierbij moet

37

worden gedacht aan aantallen Oekraïners, normbedragen en specifieke uitgaven voor scholing en jeugdhulp. Deze onduidelijkheden kunnen zowel financieel voordelig als nadelig uitvallen. Ten aanzien van de opvang van ontheemden zijn er diverse (financiële) ontwikkelingen en onzekerheden, waaronder de bekostigingsregeling, het uitzetten van derdelanders na 1 april 2024 en de komst van het AZC 2025. Voorzien is dat kosten gedekt worden uit de middelen van de bestemmingsreserve Ontheemden breed. Herstel tegelwerk Sportboulevard Er is sprake van loszittend tegelwerk in het zwembad van de Sportboulevard. Dit vormt een gevaar voor bezoekers. Zodra tos tegelwerk wordt geconstateerd, vindt er direct verwijdering plaats, waardoor er geen scherpe randen meer achter blijven. Vervolgens wordt vanuit de post correctiefonderhoud op de betreffende plek nieuw tegelwerk als reparatie aangebracht. De afgelopen jaren zijn reeds de diverse reparaties uitgevoerd. In 2024 zal worden onderzocht en uitgewerkt wat de financiële consequenties zijn van het eenmalig (vervroegd, projectmatig) vervangen van al het loszittende tegelwerk. Vervanging van het tegelwerk volgens de normale cyclus zou pas plaatsvinden in het jaar 2038 (onderhoudsvoorziening). De eventuele financiële gevolgen zullen worden meegenomen bij Perspectiefnota 2026.

Hanneke van Dordt Er wordt voor de realisatie van Hanneke van Dordt een bijdrage van 1% (in overeenstemming met de nieuwe Cultuurnota voor financiering kunst in de openbare ruimte) beschikbaar gesteld. In het Ontwikkelplan Wantij-West, vastgesteld door de Raad in mei 2023, is een totaalbudget voor uitvoering Wantij-West op 12,5 mln. euro geraamd. 1% van het geraamde budget is € 125.000. Dit bedrag wordt binnen een termijn van 3 jaar ter beschikking gesteld zodr a de Stichting het overige benodigde bedrag via fundraising en crowdfunding bijeen heeft verkregen. Dividend Stedin in de Perspectiefnota 2025 is de raming voor het verwachte dividend Stedin verder verhoogd. Deze meerjarige ramingen betreffen aannames die mede zijn gebaseerd op het gegeven dat Stedin als gevolg van een in 2023 gewonnen juridische procedure hogere tarieven in rekening mag brengen. Deze ramingen, met name vanaf 2026, houden een relatief grote onzekerheid in. In 2026 zal naar verwachting de ACM ook haar nieuwe reguleringsbeleid bekend maken. Deze kan van grote invloed zijn op het toekomstige resultaat. Op het moment van opstellen van deze nota hebben aandeelhouders in hun laatste vergadering al aan Stedin te kennen gegeven behoefte te hebben aan levering van een geactualiseerd meerjarig perspectief op korte termijn.

Dit wordt binnenkort (echter: niet openbaar) verwacht en kan van invloed zijn op cijfers in de meerjarenbegroting 2025 en verder. Inkomsten Essenhof In de Perspectiefnota 2025 is een saldoneutrale ontwikkeling doorgevoerd met betrekking tot de opgelegde taakstelling. Deze taakstelling kon worden ingevuld vanuit structureel hogere inkomsten voor de Essenhof. Deze aanpassing volgt op een trend waarin de werkelijke inkomsten in de jaren 2022 en 2023 telkens boven de primaire begroting uitkwamen. Deze ontwikkeling geeft aanleiding tot het vermoeden dat er ruimte is voor verdere positieve bijstelling van de inkomsten. Dit vormt een positieve onzekerheid. Gezien deze context en de potentie voor verdere positieve bijstelling van de inkomsten, willen we naar de Perspectiefnota 2026 toe op basis van onderzoek en prognose vaststellen of de hogere inkomsten een structurele aard hebben.

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/762/documents/33761