CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Participatieverslag 4e wijziging.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 26 mei 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 13: Raadsinformatiebrief over Terinzagelegging Omgevingsplan (energie-opslagsystemen) vierde wijziging - Raadsinformatiebrief2.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatieverslag 4e wijziging omgevingsplan – thema energieopslagsystemen Gemeente Dordrecht, maart 2026

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................... 2

2.

Participatietraject ............................................................................................. 2 2.1 Energiecoöperaties ......................................................................................... 2 2.2 Marktpartijen .................................................................................................. 3 2.3 Netbeheerders ................................................................................................ 3 2.4 Inwoners......................................................................................................... 4

3.

Vooroverleg ...................................................................................................... 4

1. Inleiding Ten aanzien van de vierde wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Dordrecht voor energie-opslagsystemen is een participatietraject en vooroverleg uitgevoerd. De resultaten van beide trajecten zijn in dit verslag opgenomen.

2. Participatietraject Voor het participatietraject zijn drie verschillende groepen benaderd om reacties op de omgevingsplanregels op te halen. Energiecoöperaties, marktpartijen en netbeheerders zijn hiervoor benaderd. Een algemene reactie uit alle drie de groepen is dat ze verrast zijn dat gemeenten dit instrumentarium hebben om de ontwikkeling van energieopslagsystemen te reguleren. Een vraag die vrijwel in ieder gesprek opgeworpen werd, is of deze regels niet overlappen met de bevoegdheden van de netbeheerder. Als reactie op deze vragen is de insteek van de regels toegelicht. Namelijk dat vanuit het ruimtelijke vraagstuk en het belang van het prioriteren van de verschillende ruimtelijke en economische opgaven, het belangrijk is om regels vast te leggen voor deze relatief nieuwe ontwikkelingen. De toelichting werd begrepen. Naast dit punt werden per organisatiegroep andere punten meegegeven. In onderstaande kopjes worden deze genoemd en daarnaast wordt ook toegelicht tot welke wijziging dit heeft geleid.

2.1 Energiecoöperaties De Energiecoöperatie Drechtsteden reageert positief op het hanteren van deze regels om duidelijkheid te scheppen voor aanvragers. Zij vinden de regels duidelijk en hanteerbaar voor aanvragers. Inhoudelijk gaven ze mee dat de regels niet alleen voor Lithiumion-batterijen moeten gelden maar alle soorten EOS. Deze wijziging is opgenomen door de definitie te verbreden naar alle soorten EOS. Daarnaast zien zij 2

geen reden voor het uitzonderen van zonneparken omdat deze ook achter-de-meter extra afnamecapaciteit kunnen aanvragen en daarmee het net belasten. De regels zijn redelijk en zorgen niet veel meer werk voor aanvragers van EOS bij zonneparken of ten behoeve van de verduurzaming van hun bedrijfsvoering. Hierop zijn de regels aangepast en de uitzondering voor zonneparken eruit gehaald. Tot slot, riepen de gevraagde gegevens voor het voorkomen van transportschaarste de vraag op hoe dit kan worden getoetst. De oproep daarbij was om dit wat concreter op te nemen in de regels om duidelijkheid te scheppen. Dit hebben wij daarom aangepast in de uitwerking van de regels.

2.2 Marktpartijen De opbouw, motivering nut en noodzaak zijn duidelijk. De marktpartijen geven aan de aanvraagvereisten te willen invullen door een verwijzing naar de non-firm contracten die ze afsluiten van de netbeheerder. De veronderstelling daarbij is dat een verwijzing naar een capaciteitssturingscontract (CSC) of capaciteitsbeperkendcontract (CBC) voldoende bewijs is dat ze geen transportschaarste veroorzaken. Dit is echter niet de intentie geweest van de nieuwe regels. CSC's en CBC's zijn de verantwoordelijkheid van de netbeheerder, niet van de gemeente. Daarbij hebben netbeheerders de mogelijkheid om EOS voor 15% van een dag op afroep te beperken (CBC) of aan te sturen (CSC). De resterende 85% is direct verstorend voor het vestigingsklimaat en de (fysieke) ruimte die de gemeente overhoudt om andere ontwikkelingen mogelijk te maken. Vanuit de gemeente willen we dus binnen onze bevoegdheden de Dordste belangen beschermen. Naar aanleiding van deze interpretatie van de aanvraagvereisten zijn deze concreter gemaakt door de volgende gegevens op te vragen: -

de (voorgenomen) aansluitcapaciteit en het (bijkomende) gecontracteerde transportvermogen van het totale systeem; de (voorgenomen) situatietekening met systeemspecificaties van de EOS; de wijze waarop de EOS gekoppeld is aan de hoofdfunctie en deze ondersteunt;

Ten aanzien van de veiligheidsregels geven ze aan dat het wel lastig is om te bepalen wat er aangeleverd moet worden. De PGS-37 is een slecht leesbaar document en de verwijzing naar de inhoud daarvan helpt niet bij het bepalen van de aanvraagvereisten.

2.3 Netbeheerders Netbeheerders geven aan dat ze aansluitplichtig zijn en het onwenselijk zien dat de gemeente via haar bevoegdheden eisen opwerpt aan EOS. Er wordt via de landelijke route veel ingang gezet om het leveren van flexibiliteit door EOS-projectontwikkelaars, de standaard te maken. Ze zien liever dat we daarop wachten en niet zelf regels gaan opwerpen. Dat is echter voor het belang van de gemeente een ontwikkeling wat aan de late kant is. De EOS aanvragen worden op dit moment vanwege het prioriteringskader 3

van de ACM versneld. Dit gaat ten koste van andere ontwikkelingen die in het algemene maatschappelijke belang zijn. Inhoudelijk geven ze mee om in de regels geen vereisten op te nemen over de vormen van contracten of hele harde definities op te nemen. Dit komt omdat de energietransitie zich in volle snelheid ontwikkelt waardoor definities en contracten aan verandering onderhevig zijn. Wij hebben daarom zoveel mogelijk beschrijvende termen gebruikt. Tot slot is ook door de netbeheerders meegegeven dat de aanvraagvereisten niet concreet genoeg zijn en niet duidelijk zijn hoe deze getoetst gaan worden. Omdat dit punt in meerdere gesprekken naar voren kwam en zeker bij de marktpartijen vragen oproept, zijn de aanvraagvereisten geconcretiseerd.

2.4 Inwoners Aanvullend zijn ook de inwoners van Dordrecht opgeroepen om hun mening te laten horen. Daartoe is er een artikel geplaatst in een lokale krant met de oproep om op de regels te reageren. Hieruit zijn twee reacties binnengekomen die gericht waren op thuisbatterijen. De gemeente heeft toegelicht dat de nieuwe regels alleen gelden voor grote EOS. Deze zijn gemiddeld meer dan 100x zo groot zijn als een thuisbatterij.

3. Vooroverleg Standaard bij elke omgevingsplanwijziging wordt een concept van de voorgestelde wijziging toegezonden aan de relevante vaste overlegpartners. Hierna wordt op de reactie van deze vaste overlegpartners ingegaan. 3.1 Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Met de omgevingsdienst is overleg gevoerd over de conceptregeling. De belangrijkste inhoudelijke opmerkingen van de omgevingsdienst zijn: -

-

-

-

4

Er ontstaat een dubbele vergunningplicht voor dezelfde activiteit als het in twee verschillende afdelingen (Afdeling 10.4 Energie en Afdeling 11.5 Omgevingsveiligheid) wordt geregeld. Dat voelt onnatuurlijk, omdat het DSO bedoeld is om slim in te richten. Ook vormt het een uitdaging om beide vergunningplichten in de vergunningcheck te regelen. Ook vanuit gebruiksvriendelijkheid is dit niet wenselijk. Gepleit wordt voor zo min mogelijk vergunningplichten in het Omgevingsplan. Vanwege de zeer concrete toetsingscriteria zou de vergunningplicht uit artikel 11.110 ook een algemene regel of melding kunnen zijn. Ten aanzien van toezicht en handhaving kan de controle aansluiten bij de periodieke controle van een bedrijf. Het is alleen nog niet duidelijk om hoeveel aanvragen het zal gaan en hoe vaak dit moet gebeuren. Ten aanzien van externe veiligheid zijn specifieke opmerkingen gemaakt, waaronder:

o De regels gelden niet voor EOS als onderdeel van een zonnepark, terwijl deze wel een zakelijk of commercieel doel kunnen hebben en aan het elektriciteitsnet aangesloten zijn o Waarom is er geen meldplicht voor EOS onder de 1MW/1MWh? o Voor QRA kan direct verwezen worden naar de rekenmethode van het RIVM totdat de wetgever deze methode vaststelt o Brandaandachtsgebied opnemen en anders een onderbouwing waarom dit niet nodig is o PR10-6 ook over geprojecteerd (zeer) kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties uitsluiten om planschade te voorkomen o Aangezien EOS ook in het REV opgenomen kunnen (in de toekomst moeten) worden. Waarom niet alvast de relevante informatie voor het vullen van het REV eisen via de aanvraagvereisten? Tegelijkertijd is het de vraag of het Omgevingsplan hiervoor de juiste plek is. Naar aanleiding van deze reactie is besloten om de regeling voor energieopslagsystemen op te nemen in één afdeling, namelijk Afdeling 10.4. En daarbij één vergunningplicht te hanteren. Een algemene regel of meldplicht is in dit geval onvoldoende toereikend om de risico’s die energie-opslagsystemen hebben op het elektriciteitsnet en voor een veilige leefomgeving te ondervangen. Ten aanzien van externe veiligheid zijn wat aanpassingen aan de regels doorgevoerd. De uitzondering voor het zonnepark is weggelaten, ook naar aanleiding van overleg met Stedin.

Er is in de artikelsgewijze toelichting een verwijzing naar de rekenmethode van het RIVM opgenomen. Een EOS onder de 1MW/1MWh is niet relevant qua veiligheidsrisico’s en in de toekomst zal het rijk dit als MBA aan gaan wijzen. Het omgevingsplan is inderdaad niet bedoeld voor het opvragen van gegevens voor de REV. 3.2 Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat geeft in hun reactie aan dat deze regeling voor energie-opslagsystemen een goede ontwikkeling is. Vanuit het belang van de beheerder van rijkswegen en kunstwerken in vaarwegen (bruggen) is veiligheid een belangrijk aspect. De doorstroming en beheer/onderhoud moeten kunnen worden geborgd. Er mag geen risico ontstaan door het plaatsen van de energie-opslagsystemen voor de netwerken, bijvoorbeeld door brandschade/instorting van bruggen of wegen. Rijkswaterstaat verzoekt om ook in de omgevingsplanregels te borgen dat voor energie-opslagsystemen die worden gepland in de nabijheid van deze infrastructuur instemming van Rijkswaterstaat nodig hebben. Naar aanleiding van deze reactie is overleg gevoerd met Rijkswaterstaat. Besloten is om een aanvullende regel te stellen die verplicht dat de gemeente Rijkswaterstaat om advies vraagt bij een energie-opslagsysteem dat binnen 25 meter van de rand van de weg wordt geplaatst. 3.3 Waterschap Hollandse Delta 5

Het waterschap geeft in hun reactie aan dat objecten of werkzaamheden in beperkingengebieden van waterstaatswerken (waterkeringen en watergangen) of wegen in beheer van het waterschap vergunningplichtig of meldingsplichtig zijn. Of er ruimtelijk gezien bezwaar is, is afhankelijk van het borgen van de waterstaatswerken en wegen. Dat moet per situatie worden beoordeeld. Ten aanzien van de reactie van waterschap merken wij op dat de beperkingengebieden (uit de voormalige bestemmingsplannen) in het omgevingsplan zitten en gelden naast de regels voor energie-opslagsystemen. 3.4 Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Om de externe veiligheidsrisico’s bij incidenten met energie-opslagsystemen (EOS) te kunnen beheersen adviseert de veiligheidsregio om de volgende aspecten in overweging te nemen: 1. Stel altijd conformiteit met de PGS37-1 voorwaardelijk; 2. Een ondergrens vanaf 20 kWh, zoals in de PGS37-1, te hanteren en geen uitzondering te maken voor EOS die niet aangesloten zijn op het elektriciteitsnet. Het verwijzen naar het scenarioboek Omgevingsveiligheid van het NIPV is niet toereikend voor het bepalen van de maximale externe veiligheidseffecten. 3. Indieningsvereisten opnemen voor: a. Inzicht in de effecten van het brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebied inclusief onderbouwing.

Deze effecten zijn namelijk sterk afhankelijk van de mate waarin veiligheidsmaatregelen zoals op het gebied van brandpropagatie zijn toegepast of niet. b. Inzicht in de mogelijke milieueffecten die op kunnen treden bij een brand/ thermal runaway in een EOS en bij de bestrijding van de effecten met bluswater 4. Laat deze voorwaarden ook gelden voor opslag van EOS 5. Aanvullende voorwaarden opnemen ten aanzien van toegepaste brandpropagatiemaatregelen, monitoring en alarmopvolging bij het gebruik van een EOS waarbij de gifwolk over een kwetsbaar object locatie gelegen is. Ten aanzien van deze reactie merken wij het volgende op: 1. Door in de beoordelingsregel aan te geven dat een omgevingsvergunning wordt geweigerd als niet voldaan wordt aan PGS 37-1 is dit voorwaardelijk gesteld. 2. Energie-opslagsystemen met een lager vermogen dan 1 MW / 1 MWh, zoals thuisbatterijen of elektrische auto’s, zijn vanuit het oogpunt fysieke leefomgeving niet relevant geacht. Daarnaast komt hier in de toekomst een Rijksregel voor die deze kleinere installaties mogelijk als milieubelastend aan gaat wijzen. Dat geldt ook voor energie-opslagsystemen die niet zijn aangesloten op het elektriciteitsnet. Denk aan een EOS voor een festival, in de plaats van een aggregaat. Deze zijn ook niet relevant voor het omgevingsplan.

De onderbouwing vanuit het scenarioboek Omgevingsveiligheid van het NIPV is voor het stellen van de vergunningverplichting voldoende in de 6

voorbeschermingsregels. Het RIVM-rapport 2024-0194 betreft de Rekenmethode omgevingsveiligheid voor lithiumhoudende energiedragers. Aan hand van de rekenmethode kunnen voor specifieke situaties de risico’s worden berekend. Wij zien aan hand van dit rapport geen aanleiding om van de drempel van 1 MWh te herzien. 3. Het indieningsvereiste voor brand- explosie, of gifwolkaandachtsgebied is al geborgd. Het indieningsvereiste voor milieueffecten en bestrijding ervan zullen door het rijk opgepakt worden bij het aanwijzen van de mba in het Bal. 4. Deze regeling ziet inderdaad niet op de opslag van EOS. Hiervoor komt in de toekomst een rijksregeling. 5. Deze aanvullende voorwaarden zijn technische uitvoeringsaspecten, geen ruimtelijke aspecten. Het voorkomen van brandpropagatie staat in M55 van de PGS37-1. Monitoring is eveneens bewust geen regel voor opgenomen, omdat dit al in M33 de PGS 37-1 zit. Hetzelfde geldt voor alarmopvolging, dit staat in M64 van de PGS 37-1. Het is niet relevant voor het omgevingsplan om deze regels naast de BBT verplichting nogmaals op te nemen.

3.5 TenneT TenneT geeft aan dat zij het volgende beleid voor alle energieopslagsystemen hanteren: Voor een veilige situering dient een minimale vrije ruimte van 50 meter te worden aangehouden, gemeten vanaf het hek van het hoogspanningsstation tot aan het hek van de geplande energieopslag of gemeten vanaf de buitenste geleiders van een bovengrondse hoogspanningsverbinding tot aan de geplande energieopslag. Deze afstand is met name gebaseerd op onzekerheden die door veiligheidsregio’s zijn geuit. Zij signaleren dat het blussen van een brand tussen twee spanningsgevoelige componenten – het hoogspanningsstation (TenneT) of de hoogspanningsverbinding en de batterijen – risicovol kan zijn. Daarnaast is er rekening gehouden met de rookontwikkeling bij een eventuele calamiteit. Veiligheidsregio’s adviseren daarom een minimale afstand van 50 meter. Daarom ziet TenneT graag dat er in het omgevingsplan van Dordrecht een beperkingengebied wordt opgenomen voor deze veiligheidsafstanden zodat de hoogspanningsinfrastructuur wordt beschermd tegen invloeden van buitenaf die de veiligheid en/of leveringszekerheid nadelig kunnen beïnvloeden. Ook blijven zij graag in gesprek. Wij begrijpen dat TenneT vraagt om aandacht voor omgevingsveiligheid. De beoordelingsregels voorzien op dit moment al in een afweging op dit aspect waarmee voorkomen moet worden dat er onveilige situaties kunnen ontstaan.

De nabijheid van een hoogspanningsverbinding is in dat opzicht een extra risico dat afweging vraagt. Naar aanleiding van deze reactie is besloten om aanvullend in het omgevingsplan een adviesverplichting voor TenneT op te nemen binnen de gevraagde afstanden. Dit verplicht het college tot een zorgvuldige afweging. Het verzoek om een beperkingengebied II op te nemen hebben wij (nog) niet overgenomen. Dat vraagt om 7

een gebiedsdekkende regeling in het omgevingsplan. Dat pakken wij op bij de wijziging van het omgevingsplan waarin ook de stadsbrede regels voor hoogspanningsverbindingen / stations worden opgenomen. 3.6 Prorail Prorail geeft aan dat de ontvangen stukken ter beoordeling zijn voorgelegd aan diverse vakdeskundigen. Op basis hiervan zijn geen opmerkingen naar voren gekomen. 3.7 Gasunie Van de Gasunie is geen reactie ontvangen. Dat betekent dat er geen opmerkingen op de regels zijn. 3.8 Stedin Vanuit de ketenpartners is hier een overleg mee gevoerd. Eerder is terug te lezen wat hun opmerkingen zijn en wat hiermee is gedaan. Op de laatste versie van de regels na hun aanpassingen hebben zij geen opmerkingen meer. 3.9 Evides Van Evides is geen reactie ontvangen. Dat betekent dat er geen opmerkingen op de regels zijn. 3.10 Provincie Zuid-Holland De provincie heeft de documenten doorgenomen en inhoudelijk geen aanvullende opmerkingen.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1102/documents/47711