Participatieparagraaf.pdf
Tekst van het document
Participatieparagraaf In artikel 3 van de Participatie- en inspraakverordening van de gemeente Dordrecht wordt een afbakening van participatie en inspraak gegeven:
1. Participatie en inspraak zijn in beginsel mogelijk op alle terreinen van gemeentelijk bestuur. 2. Inspraak wordt verleend als de wet daartoe verplicht of als specifieke overwegingen hiertoe aanleiding geven. 3. Cumulatie van participatie en inspraak wordt in beginsel vermeden.
In de Memorie van toelichting op de Participatie- en inspraakverordening staat omtrent het bovenstaande vermeld: Het derde lid bepaalt dat in beginsel niet eerst een participatietraject wordt doorlopen en vervolgens ook nog inspraak wordt verleend. Dit wordt niet zinvol geacht en leidt bovendien tot extra kosten. Zoals gezegd schrijft het tweede lid voor dat inspraak altijd wordt verleend indien een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Een niet verplichte inspraak heeft in aanvulling op een participatietraject over het algemeen geen toegevoegde waarde. Indien dat in een concrete situatie wel het geval is, kan er alsnog voor worden gekozen om wel cumulatie van participatie en inspraak te laten plaatsvinden. De bestemmingsplanprocedure kent een verplichte inspraakprocedure. In artikel 3.8, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. In artikel 3.8, lid 1 onder c is bepaald dat door een ieder zienswijzen omtrent het ontwerp bij de gemeenteraad naar voren kunnen worden gebracht. Afdeling 3.4 Awb bepaalt onder meer dat het ontwerpbesluit gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage wordt gelegd en dat gedurende die termijn zienswijzen kunnen worden ingediend.
In artikel 4, lid 1 van de Participatie- en inspraakverordening van de gemeente Dordrecht is onder c. bepaald dat geen participatie wordt verleend indien het bestuursorgaan bij het nemen van het besluit geen ruimte heeft voor het maken van beleidsinhoudelijke keuzes. Dat is hier aan de orde: het gaat om het herstellen van een fout in het nu geldende bestemmingsplan, waarbij de bestemming in overeenstemming wordt gebracht met de ruilovereenkomst uit 2007 en met het feitelijke gebruik. Gezien het feit dat de bestemmingsplanprocedure een wettelijke inspraakverplichting kent, en het feit dat het hier om een gemaakte fout in het nu geldende bestemmingsplan gaat, waardoor er feitelijk geen ruimte is voor een andere beleidsinhoudelijke keuze als bedoeld in artikel 3.3 en 4.1 onder c van de Participatie- en inspraakverordening van de gemeente Dordrecht en de Memorie van toelichting daarop wordt afgezien van het volgen van een participatietraject.