CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Participatienota.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 6 februari 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 12: Raadsinformatiebrief over Ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan Partiële herziening Historische Binnenstad - Raadsinformatiebrief10.877 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dat wil niet zeggen dat het college van burgemeester en wethouders in het onderhavige geval die nadere eisen zou stellen. De oorspronkelijk smalle Mattenkade is in de loop van de vorige eeuw sterk verbreed. Hiermee heeft de kade een nieuwe positie gekregen in het stratenpatroon van het centrum. De kenmerkende bebouwingsstructuur aan de Wijnstraat en Mattenkadekade is in het geldende bestemmingsplan vastgelegd d.m.v. een structuurbepalende gevellijn aan alle straatzijden. De Mattenkade wordt in de huidige situatie gekenmerkt door een rijbaan, parkeerstrook, bomenrij, toegang tot steigers en is onderdeel van een wandelroute langs de Dordtse havens. De Mattenkade heeft met de verbreding in de vorige eeuw een meer openbare karakteristiek gekregen. Met de betere ontsluiting is de woonfunctie langs de Mattenkade destijds sterk toegenomen. Met enkele nieuwbouwprojecten is nadrukkelijk een voorzijde ontworpen aan de Mattenkade. Dit zien we aan bv. het appartementengebouw op de hoek met de Wijnstraat van 1997. Het gebouw heeft een hoogte van 5 bouwlagen en heeft een voorzijde zowel aan de Wijnstraat als aan de Mattenkade. Ook de stadswoningen van 2003 zijn ontworpen met een voorkanten.

In het geldende bestemmingsplan, maar ook in het daaraan voorafgaande bestemmingsplan (Havengebied I – 1993, bouwvlak met maximale bouwhoogte 16 meter, minimale bouwhoogte 10 meter), is om deze reden langs een belangrijk deel van de Mattenkade een bouwvlak opgenomen. De bouwhoogte van 13 meter in het geldende plan geldt zowel aan de zijde van de Wijnstraat als de Mattenkade (U-vorm). Voor het laatste deel van de Mattenkade nabij Mattensteiger is gekozen voor een bouwhoogte van 10 meter als overgang naar de bebouwing aan de Mattensteiger en de tuinen van Wijnstraat 66 t/m 122. Net zoals langs de rest van de Mattenkade is daar toevoeging van voorgevels mogelijk. Gelet op de structuurbepalende lijn zal die bebouwing moeten passen in de structuur van de gevelwand en op zodanige wijze, dat voor wat betreft schaal, gevelgeleding, hoogte differentiatie, kapvorm, silhouetvorming en rooilijn, aansluiting wordt gevonden bij de bestaande omgeving. Met het vastleggen van de bouwvlakken, bouwhoogte en gevellijn wordt zowel de oorspronkelijke structuur behouden als ruimte gegeven voor toekomstige ontwikkelingen. Onderwerp 10.

Participant verzoekt om deze nadere eisen niet te delegeren aan burgemeester en wethouders, maar hierin zelf te voorzien. Dit, omdat de maximale bouwhoogte van dit bouwvlak 10 m bedraagt en het bouwvlak 16 m breed en 10m diep is, terwijl de welstandscommissie zich daarbij in principe moet richten naar de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt. Antwoord: Art. 3.6 Wro bepaalt onder meer het volgende: Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald dat met inachtneming van de bij het plan te geven regels: d. burgemeester en wethouders ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen nadere eisen kunnen stellen. De Wro geeft de raad de mogelijkheid aan het college om nadere eisen te stellen. De raad kan ook besluiten om in het bestemmingsplan niet te bepalen dat er nadere eisen kunnen worden gesteld. Als een bestemmingsplan eenmaal is vastgesteld en rechtskracht heeft verkregen kan de raad niet meer op bouwplanniveau nadere eisen stellen. Onderwerp 11. Tevens maakt participant van de gelegenheid gebruik om de raad te verzoeken in de verbeelding de aan de zijde van de Mattenkade ingetekende voorgevelrooilijn te herzien. Eerder heeft participant al de aanbeveling gegeven om de structuurbepalende lijn los te koppelen van de voorgevelrooilijn en de oorspronkelijke definitie van de voorgevelrooilijn weer in het bestemmingsplan op te nemen.

Het begrip voorgevelrooilijn dat ook in de Wabo en Bor is geïntroduceerd, is afkomstig uit de gemeentelijke bouwverordening. In de Bouwverordening was als definitie te vinden: Artikel 2.5.5 Ligging van de voorgevelrooilijn De voorgevelrooilijn is: 1.

langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg heeft;

2.

langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als in lid 1 bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: - bij een wegbreedte van ten minste 10 m, de lijn gelegen op 15 m uit de as van de weg; -bij een wegbreedte van geringer dan 10 m, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg.

In de planregels van het bestemmingsplan zijn op dit moment als definities opgenomen: 1.29 structuurbepalende lijn: De op de verbeelding als zodanig aangegeven lijn, welke bebouwing aanduidt met een hoge straatwandwaardering uit stedenbouwkundig oogpunt en die tevens dient als voorgevelrooilijn. 1:.40 voorgevelrooilijn:

De op de verbeelding als zodanig aangegeven lijn. Antwoord: Het begrip "voorgevelrooilijn wordt niet in de Wabo genoemd, maar wel in het Bor. De daar gegeven begripsomschrijving luidt als volgt: Bor, bijlage 2: voorgevelrooilijn: voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan, de beheersverordening dan wel de gemeentelijke bouwverordening. Een beheerverordening is hier niet van toepassing en de definitie van de structuurbepalende lijn en voorgevelrooilijn in het bestemmingsplan (dat voorrang heeft op het betreffende deel van de gemeentelijke bouwverordening) luiden anders dan participant wenst. Wanneer het verzoek van participant overgenomen zou worden zijn de rooilijnen volgens artikel 2.5.5, lid 1 altijd gebonden aan de ligging van de bestaande voorgevels en is er in principe geen afwijking van mogelijk, terwijl dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt wel gewenst kan zijn, bijvoorbeeld om een correctie van de rooilijn mogelijk te maken of een nieuwe vanuit stedenbouwkundig oogpunt en een oogpunt van Beschermd stadsgezicht gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Hetzelfde geldt voor artikel 2.5.5, lid 2 voor blokken waar niet tot aan de weg is gebouwd. De afstand die daar volgens lid 2 moet worden aangehouden kan tot ongewenste beperkingen in zowel het aanvullen of verbeteren van de rooilijn als in positief beoordeelde bouwontwikkelingen leiden.

De definities van structuurbepalende lijn en voorgevelrooilijn die nu in het bestemmingsplan zijn opgenomen bieden in dit opzicht meer duidelijkheid: van de verbeelding is rechtstreeks af te lezen en op te meten waar de stedenbouwkundig gewenste rooilijn ligt. Om die reden is de definitie uit de Bouwverordening niet overgenomen in het bestemmingsplan. Onderwerp 12. In de participatiereactie is een afbeelding opgenomen van de plankaart van het voorontwerpbestemmingsplan ten behoeve van de behandeling door de Adviescommissie van de raadsinformatiebrief voorontwerp c.q. bij de presentatie van de toenmalig wethouder voor de Adviescommissie en bij de inzage voor zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan Historische binnenstad. In het voorontwerp was een structuurbepalende lijn, tevens voorgevelroolijn opgenomen die correspondeert met de definitie uit artikel 2.5.5, lid 1 van de Bouwverordening. Er is een rooilijn te zien die zoveel mogelijk aansluit bij de ligging van de voorgevels. Bij de ter inzagelegging van het ontwerp is door een belanghebbende inzake het perceel Wijnstraat/ Mattenkade bezwaar naar voren gebracht ten aanzien van de ligging van het bouwvlak. Het bezwaar heeft betrekking op de bouwhoogte voor de hoek Mattensteiger/Mattenkade. De bouwmogelijkheden komen voort uit het toen geldende bestemmingsplan Havengebied I.

De Mattenkade is een openbare straat en het oprichten van bebouwing langs deze straat is op zich niet ongewenst, De strook met de bestemming Tuin (in het voorontwerp) is feitelijk onjuist. Bebouwing op deze locatie kan van een andere (lagere) orde zijn dan de bebouwing aan de Wijnstraat. Gelet hierop wordt voorgesteld de achtergevelbouwgrens vanaf de Wijnstraat (en met een bouwhoogte van maximaal 13 m) te leggen op de huidige achtergevel van de hoofdbebouwing. Vervolgens is de Mattenkade een bouwvlak aan te geven met een maximale bouwhoogte van 10 m. De tussenliggende gronden liggen dan buiten de bouwvlakken en ter plaatse is alleen erfbebouwing toegestaan. Op deze wijze ontstaat er de nodige afstand vanaf de zijgevel van het pand van participant. Bij het overzicht van aanpassingen staat onder punt f: bouwvlakken en bouwhoogten op de hoek Mattensteiger/Mattenkade worden aangepast. Pas bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het

bestemmingsplan wordt het aangepaste bouwvlak voor deze locatie verbeeld. De plankaart zelf is daarbij een hamerstuk. Met het verplaatsen van het bouwvlak richting Mattenkade is ook de structuurbepalende lijn opgeschoven en -door de daaraan in de planregel gekoppelde definitie- daarmee ook de voorgevelrooilijn. Het is duidelijk dat deze ingetekende voorgevelrooilijn wellicht nog wel een gelijkmatig beloop overeenkomstig de richting van de weg geeft, maar niet zoveel mogelijk aansluit bij de ligging van de bestaande voorgevels van de bestaande bebouwing. Zo kent de voorgevelrooilijn rechts een verspringing van ca. 60 cm richting het water ten opzichte van de voorgevelrooilijn van Wijnstraat 48 en een verspringing ten opzichte van Mattensteiger 1. Aan deze verlegging ligt geen rooilijnbesluit ten grondslag, terwijl de verbeelding ook in strijd is met de (ook in hogere wetgeving) gehanteerde definitie van de voorgevelrooilijn. Nu een voorgevel in deze voorgevelrooilijn links zelfs ca. 1.30 m verspringt richting het water wordt daarmee het zichtbereik vanaf de Mattenkade op de havenzijdegevel van de Mattensteiger nagenoeg geheel geblokkeerd. Bij deze wordt de raad verzocht de verbeelding van de voorgevelrooilijn aan de zijde van de Mattenkade te herzien en terug te leggen op de voorgevelrooilijn, zoals deze bij de participatie ter behandeling voorlag.

Antwoord: De in de zienswijze opgenomen kaart is de verbeelding van het voorontwerpbestemmingsplan Historische Binnenstad uit 2008. Naar aanleiding van een ingediende zienswijze is die verbeelding aangepast en is een afzonderlijk bouwvlak ontstaan met tussen het bouwvlak aan de Wijnstraat en het nieuwe bouwvlak een gebied waarbinnen alleen erfbebouwing is toegestaan. De bouwhoogte van dat bouwvlak is op maximaal 10 m gesteld. Het bouwvlak is daarbij conform de eigendomsgrenzen vastgelegd. Het bestemmingsplan is door de raad in deze vorm vastgesteld en tegen dat vaststellingsbesluit stond beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State open. Van die mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Weliswaar is inspreekster er volgens haar zeggen van is uitgegaan dat ter plaatse van structuurbepalende lijnen nadere eisen konden worden gesteld en voor zover die structuurbepalende lijnen langs een straat of weg liggen is dat nog steeds mogelijk. Hierboven is in het antwoord onder 16.9 echter al aangeven dat er tot op heden vanuit stedenbouwkundig oogpunt of een oogpunt van beschermd stadsgezicht geen aanleiding bestaat om op deze locatie nadere eisen te stellen maar dat het juist gewenst is, de straatwand langs de Mattenkade door het toevoegen van 10 meter hoge bebouwing af te ronden. Rooilijnbesluiten waren de voorlopers van bestemmingsplannen.

Als een bestemmingsplan in de ligging van rooilijnen voorziet vervallen de eventuele voorheen geldende rooilijnbesluiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/734/documents/29404