CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

OntwerpBP - Toelichting en regels.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 16 april 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 1: Stadsas: Ontwerp bestemmingsplan Maasterras - Thema Externe veiligheid, milieu, duurzaamheid en klimaat (technische sessie)32.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

in aanvulling op de regels uit het Bouwbesluit de geluidwering van de gevel wordt berekend aan de hand van de cumulatieve geluidbelasting van alle wegen (rijkswegen, lokale wegen inclusief 30 km-wegen), spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen; i. bij de uitleg van de regels in dit onderdeel 9.2.4 wordt toepassing gegeven aan de beleidsregels hogere grenswaarden, zoals opgenomen als bijlage 2 Nadere regels hogere waarden bij de regels. 9.2.5 Doelgroepen Binnen de bestemming wordt voorzien in woningen voor de volgende doelgroepen: a. minimaal 18,8% sociale huur; b. minimaal 5% middenhuur; en c. minimaal 31,2 % betaalbare koop. 9.2.6 Windhinder en bezonning De bouw van gebouwen niet leidt tot: a. windhinder volgens de NEN-norm 8.100; b. schaduwwerking volgens de TNO-norm licht (ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober in midden vensterbank binnenkant raam). 9.2.7 Biodiversiteit en hittestress Een bouwplan voor een hoofdgebouw dient evenredig bij te dragen aan de eis dat 30% van de bestemming en 40% van het plangebied een groenblauwe inrichting krijgt die bijdraagt aan het tegengaan van hittestress en het behoud van biodiversiteit in het plangebied. 9.3

Voorwaardelijke verplichting geluid

1. Binnen 5 jaar na oplevering van de eerste woning binnen de aanduiding 'geluidbelaste locatie' is binnen 300 meter van de woning een geluidluwe buitenruimte bereikbaar; 2. Bij oplevering van de woningen binnen de aanduiding 'geluidsbelaste locatie 1 en 2' zijn binnen het plangebied de Dokweg, de Laan der Verenigde Naties en de Weeskinderendijk Zuid voorzien van geluidreducerend wegdek.

66

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

3. Binnen een jaar na oplevering van de eerste woningen een geluidscherm langs de A16 binnen het plangebied is gerealiseerd met een hoogte van 7 meter of een gelijkwaardige oplossing. 4. Binnen een jaar na oplevering van de eerste woningen, in aansluiting op het bestaande scherm, een geluidscherm langs het spoor is gerealiseerd met een hoogte van 5 meter, of een gelijkwaardige oplossing. 5. Het is verplicht de maatregelen onder 1 t/m 4 na realisatie in stand te houden.

9.4

Omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwbepalingen

Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van lid 9.2 een omgevingsvergunning verlenen voor: a. het bouwen tot een hoogte van 65 meter mits voldaan aan de eisen bouwhoogtes zoals aangegeven in paragraaf 3.5 van het Masterplan; b. het bouwen van 800 extra woningen tot maximaal 3.000 woningen mits minimaal een vergelijkbare omgevingskwaliteit wordt gehaald zoals vastgelegd in de OER en voldaan wordt aan de ruimtelijk kwaliteit als bedoeld in lid 9.2.3; c. een lagere minimale bouwhoogte binnen de aanduiding geluidbelaste locatie 1 en 2 mits akoestisch aanvaardbaar, stedenbouwkundig noodzakelijk en met zoveel mogelijk afschermende maatregelen; d. voor de eis dat binnen de aanduiding 'geluidbelaste locatie' openingen tussen gebouwen van een afscherming worden voorzien, mits akoestisch aanvaardbaar, stedenbouwkundig noodzakelijk en met zoveel mogelijk afschermende maatregelen; e. de eis dat eenzijdig georiënteerde woningen en hoekwoningen zonder geluidluwe gevel mogen worden gebouwd mits iedere woning ter plaatse van verblijfsruimten beschikt over minimaal één geluidluw te openen deel; f. de eis dat iedere woning beschikt over een geluidluwe gevel, onder de voorwaarde dat minimaal één gevel geluidluw is ter plaatse van minimaal één te openen deel per verblijfsruimte; g.

de eis van een open geluidluwe buitenruimte, onder de voorwaarde dat een geluidwerende, afsluitbare en daarbinnen geluidluwe buitenruimte wordt gebouwd; h. toepassing van het bepaald onder c t/m g vindt alleen plaats in situaties waar geen andere doelmatige oplossing mogelijk blijkt. 9.5 Omgevingsvergunning inrichting openbaar gebied in de realisatiefase 9.5.1

Omgevingsvergunning bouw- en woonrijp maken

Het is verboden zonder omgevingsvergunning werken of werkzaamheden te verrichten die betrekking hebben op het bouw- en woonrijp maken in de fase van realisatie. 9.5.2

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien: a. spelen, bewegen en ontmoeten: 1. minimaal 5% van de bestemming wordt ingericht voor spelen, bewegen en ontmoeten; 2. de speel, beweeg en ontmoetingsplekken met elkaar worden verbonden door een wandelroute; 3. de speel- en beweegplekken niet direct grenzen aan een weg of fietspad tenzij ze zijn afgeschermd; 4. de speelplekken sociaal veilig worden ingericht voor verblijf en ontmoeting, aan deze regels kan worden voldaan door het plaatsen van banken; b. minimaal 40% van het plangebied en 30% van de bestemming Woongebied groenblauw wordt ingericht volgens de eisen van het handboek NIBO zoals opgenomen als bijlage 3; c. waterveiligheid 1. buitendijks bij nieuwbouw van een hoofdgebouw geen instroom plaats vindt van water bij een waterstand in de Oude Maas van NAP +4,0m; 2. buitendijks: objecten in de netwerken van vitale functies en gebouwen worden minimaal op NAP +4,43 m (of overstromingsbestendig) aangelegd om ervoor te zorgen dat deze droog blijven. 3. buitendijks een vuilwaterriool met een persleiding naar het omringende, binnendijkse stelsel wordt aangelegd;

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

67

4. binnendijks op een bouwperceel dient in een geschikte vluchtplek voor de bewoners te worden voorzien op een hoogte van minimaal NAP +4,0 m, tenzij in de straat al 60% van de gebouwen beschikt over een droge verdieping. Ramen op de droge verdieping dienen te worden voorzien van de mogelijkheid om open te gaan om evacuatie mogelijk te maken. d. waterberging en waterkwaliteit 1. buitendijks wordt vuil en schoon water gescheiden aangeboden via een vuilwater- en een hemelwaterriool; 2. hemelwater stroomt oppervlakkig en/of via een HWA-riool af richting de Oude Maas of (ander) oppervlaktewater. 3. voorzien wordt in maatregelen om hemelwater tijdelijk, lokaal vast te houden en te zuiveren; 4. binnendijks dient ten minste 50 mm hemelwater per m 2 bebouwd oppervlak op privaat terrein te worden opgevangen en vastgehouden; 5. binnendijks wordt ten minste 50 mm waterberging (inclusief hemelwaterriool en water op straat) per m2 verhard oppervlak in de openbare ruimte gerealiseerd; e. grondwater 1. de inrichting van het plangebied wordt infiltratiepositief, totdat 50% van de jaarneerslagsom geinfiltreerd kan worden in de bodem, afhankelijk van het bodemtype; 2. bij het ontwerp en de inrichting wordt regenwaterbenutting toegepast. f.

hittestress: 40% van het plangebied wordt groenblauw ingericht met 30% schaduw in de speel, beweeg en ontmoetingsplekken alsmede de wandelroutes binnen het plangebied. 9.5.3 Uitzondering Een omgevingsvergunning is niet vereist op gronden die na het bouw- en woonrijp maken uitgegeven zijn als woonperceel. 9.6

Aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen of inrichting openbaar gebied wordt minimaal per buurt een stedenbouwkundig plan ingediend waarin aangetoond of opgenomen wordt: a. op welke wijze voldaan kan worden aan de beoordelingsregels in lid 9.2.1 t/m 9.2.7 en de toepassing van de afwijking van de bouwbepalingen in lid 9.4; b. de inpassing van de voorwaardelijke verplichtingen zoals bepaald in lid 9.3; c. op welke wijze wordt voldaan aan de beoordelingsregels inrichting openbaar gebied in lid 9.5.2; d. een verkaveling met bouwblokken met daarin aangegeven: 1. de gevels waar de geluidbelastingen hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarden; 2. het aantal benodigde hogere waarden; 3. de geluidluwe buitenruimten; 4. de geluidluwe zijden; 5. de overige te treffen geluidsmaatregelen; e. een beschrijving van het energiesysteem waarin aangegeven hoe het bouwplan bijdraagt aan de doelstelling energieneutrale woonwijk voor de onderwerpen aansluiting warmtenet, koeling, circulariteit en opwek; f. de locaties aangewezen voor biosbased bouwen; g. een bomeninventarisatie; h. een groenblauwe inrichting getoetst aan het handboek natuurinclusief bouwen zoals opgenomen in bijlage 3 bij de regels. i. een beschrijving hoe de de knelpunten groene verbindingen, zoals opgenomen in het Masterplan, kunnen worden opgelost; j.

de verkeersgeneratie van een bouwplan bij een parkeernorm hoger dan 0,3; k. laadpunten en de leidinginfrastructuur voor het elektrisch opladen van auto's. 9.7 Specifieke gebruiksregels 9.7.1

Gebruiksregels

In aanvulling op artikel 16 Algemene gebruiksregels gelden binnen de bestemming de volgende gebruiksregels: a. de niet woonfuncties worden gesitueerd binnen de zoekgebieden zoals aangegeven in hoofdstuk 5 van het Masterplan; b. het totale brutovloeroppervlak aan voorzieningen (niet wonen en parkeren) bedraagt maximaal 23.322 m2; c. detailhandel is toegestaan tot een winkelvloeroppervlak van 1.050 m 2;

68

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

d. maximaal één vestiging voor detailhandel in dagelijkse goederen is toegestaan tot een winkelvloeroppervlak van maximaal 500 m2; e. de maximale bedrijfsvloeroppervlakte aan horecacategorie 1 bedraagt maximaal 550 m2 horeca; f. horeca, terrassen en een kinderdagverblijf zijn niet toegestaan aan de geluidluwe zijde van de meest noordelijke bouwblokken binnen de aanduiding 'geluidbelaste locatie". g. woonwagens zijn binnen de bestemming toegestaan; h. het is verboden hout te stoken in woningen die na 1-1-2024 zijn gebouwd; i. autoverkeer is niet toegestaan, behoudens ontheffingen; j. het is verboden auto's te parkeren in het openbaar gebied anders dan voor vergunninghouders. 9.7.2 Afwijking gebruik Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van lid 9.7.1 een omgevingsvergunning verlenen voor een hotel mits uit onderzoek blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte. 9.8

Melding sloop bouwwerken binnen de aanduiding cultuurhistorische waarden

9.8.1

Melding

Op gronden met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' is het verboden gebouwen te slopen zonder dit ten minste 8 weken voor het begin ervan te melden. 9.8.2

Indieningsvereisten

Een melding bevat een bouwhistorisch onderzoek en wordt toegezonden aan burgemeester en wethouders. 9.9

Delegatie - nadere regels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit bestemmingsplan te wijzen ten aanzien van: a. het stellen van nadere bouwregels in aanvulling op lid 9.2.1 ten aanzien van de situering en maatvoering van gebouwen, mits dit noodzakelijk wordt geacht voor een goede uitvoering van het Masterplan; b. andere percentages voor de doelgroepen genoemd in lid 9.2.5 mits aantoonbaar sprake is van een gewijzigde actuele woonbehoefte; c. het wijzigen van het Masterplan opgenomen in bijlage 1, mits minimaal een vergelijkbare omgevingskwaliteit wordt gehaald zoals vastgelegd in de OER; d. het wijzigen van de nadere regels opgenomen in bijlage 2 en 3.

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

69

Hoofdstuk 3 Artikel 10 10.1

Dubbelbestemmingen

Waarde- Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde- Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van en de bescherming van de ter plaatse aanwezige archeologische waarden. 10.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels: 10.2.1 Algemeen a. bouwen ten behoeve van de in lid 10.1 bedoelde bestemming is niet toegestaan; b. de krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen en de met omgevingsvergunning ingevolge de hoofdstuk 2 toelaatbare bouwwerken zijn niet toegestaan. 10.2.2 Uitzonderingsregel In afwijking van 10.2.1 onder b mag worden gebouwd voor andere op deze gronden geldende bestemming(en), mits: a. wordt gebouwd in overeenstemming met de bouwregels van de desbetreffende bestemming; b. het bouwwerk dient ter vervanging van een bestaand bouwwerk, waarbij de horizontale en verticale afmetingen van de fundering van dat bouwwerk niet veranderen; c. bouwwerken en de fundering die niet dieper liggen dan 70 cm beneden het maaiveld; d. grondwerkzaamheden die bestaan uit funderingspalen tot 5% van het te bebouwen oppervlak. 10.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van lid 10.2 met inachtneming van de volgende regels: a. de archeologische waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; b. een omgevingsvergunning als in dit lid bedoeld zal in ieder geval worden verleend indien aan één of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1.

de aanvrager van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen heeft blijkens archeologisch onderzoek aangetoond dat op de betrokken bouwlocatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen heeft een rapport overlegd waarin wordt aangetoond dat de archeologische waarden van het terrein in voldoende mate worden veilig gesteld; 3. de betrokken archeologische waarden worden door de bouwactiviteiten niet geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning als in dit lid bedoeld regels te verbinden gericht op:  het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;  het doen van archeologisch onderzoek; c. voordat over het verlenen van de omgevingsvergunning als in dit lid bedoeld wordt beslist, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige. 10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden 10.4.1 Omgevingsvergunning Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waaronder ook worden gerekend het woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, en aanleggen, vergraven of verruimen van sloten, vijvers en andere waterpartijen; b. het rooien van bomen waarbij de stobben worden verwijderd; c. het verlagen van het waterpeil.

70

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

10.4.2 Uitzondering Het verbod in lid 10.4.1 geldt niet voor: a. het uitvoeren van normale onderhoudswerkzaamheden; b. het uitvoeren van grondwerkzaamheden als bedoeld onder a. tot een diepte van minder dan 100 cm beneden het maaiveld; c. het vervangen van bestaande riolering en andere ondergrondse kabels en leidingen, indien de afmetingen en horizontale en verticale ligging van de leidingen niet veranderen; d. het verrichten van archeologisch onderzoek; en e. het verrichten van werken en werkzaamheden waarvoor met inachtneming van het bepaalde in artikel 10.2.2 of 10.3 een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend. 10.4.3 Voorwaarden Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.4.1 wordt alleen verleend indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 10.4.4 Advies Voordat over het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.4.1 wordt beslist, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige.

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

71

Artikel 11 11.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van en de bescherming van de ter plaatse aanwezige archeologische waarden. 11.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels: 11.2.1 Algemeen a. bouwen ten behoeve van de in lid 11.1 bedoelde bestemming is niet toegestaan; b. de krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen en de met omgevingsvergunning ingevolge hoofdstuk 2 toelaatbare bouwwerken zijn niet toegestaan. 11.2.2 Uitzonderingsregel In afwijking van 11.2.1 onder b mag worden gebouwd voor andere op deze gronden geldende bestemming(en), mits: a. wordt gebouwd in overeenstemming met de bouwregels van de desbetreffende bestemming; b. het bouwwerk dient ter vervanging van een bestaand bouwwerk, waarbij de horizontale en verticale afmetingen van de fundering van dat bouwwerk niet veranderen; c. de bouwwerken en de fundering niet dieper liggen dan 100 cm beneden het maaiveld; d. grondwerkzaamheden die bestaan uit funderingspalen tot 5% van het te bebouwen oppervlak. 11.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van lid 11.2 met inachtneming van de volgende regels: a. de archeologische waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; b. een omgevingsvergunning als in dit lid bedoeld zal in ieder geval worden verleend indien aan één of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1.

de aanvrager van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen heeft blijkens archeologisch onderzoek aangetoond dat op de betrokken bouwlocatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen heeft een rapport overlegd waarin wordt aangetoond dat de archeologische waarden van het terrein in voldoende mate worden veilig gesteld; 3. de betrokken archeologische waarden worden door de bouwactiviteiten niet geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning als in dit lid bedoeld regels te verbinden gericht op:  het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;  het doen van archeologisch onderzoek; c. voordat over het verlenen van de omgevingsvergunning als in dit lid bedoeld wordt beslist, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige. 11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden 11.4.1 Omgevingsvergunning Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waaronder ook worden gerekend het woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, en aanleggen, vergraven of verruimen van sloten, vijvers en andere waterpartijen; b. het rooien van bomen waarbij de stobben worden verwijderd; c. het verlagen van het waterpeil. 11.4.2 Uitzondering Het verbod in lid 11.4.1 geldt niet voor:

72

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

a. het uitvoeren van normale onderhoudswerkzaamheden; b. het uitvoeren van grondwerkzaamheden als bedoeld onder a. tot een diepte van minder dan 100 cm beneden het maaiveld; c. het vervangen van bestaande riolering en andere ondergrondse kabels en leidingen, indien de afmetingen en horizontale en verticale ligging van de leidingen niet veranderen; d. het verrichten van archeologisch onderzoek; en e. het verrichten van werken en werkzaamheden waarvoor met inachtneming van het bepaalde in artikel 11.2.2 of 11.3 een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend. 11.4.3 Voorwaarden Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.4.1 wordt alleen verleend indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 11.4.4 Advies Voordat over het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.4.1 wordt beslist, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige.

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

73

Artikel 12 12.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar geldende bestemmingen, mede bestemd voor waterkering. 12.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels: 12.2.1 Bouwen algemeen a. ten behoeve van de in lid 12.1 bedoelde bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan; b. bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen in hoofdstuk 2 zijn niet toegestaan. 12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde als bedoeld in lid 12.2.1 onder a geldt dat de bouwhoogte ten hoogste 10 m bedraagt. 12.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2.1 onder b, indien: a. wordt gebouwd in overeenstemming met de bouwregels voor de betreffende bestemming; b. wordt gebouwd in overeenstemming met een door het waterschap goedgekeurd; waterhuishoudkundig plan; c. het belang van de waterkering niet onevenredig wordt geschaad. Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij het waterschap.

74

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1

Algemene regels

Algemene aanduidingsregels

Geluidzone industrie

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' gelden voor geluidgevoelige gebouwen de voorkeursgrenswaarden en gestelde hogere grenswaarden genoemd in artikel 9.2.4 op grond van de Wet geluidhinder. 13.2

Exploitatiegebied - uitgesteld kostenverhaal

Binnen de aanduiding 'exploitatiegebied' gelden de volgende regels: a. als op het moment van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen op een locatie die geldt als aangewezen bouwplan, als bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, stellen burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning een exploitatieplan vast, waarbij artikel 6.17 Wro van overeenkomstige toepassing is. b. de onder a bedoelde omgevingsvergunning wordt pas verleend als het bedrag van het betalingsvoorschrift, zoals bedoel in artikel 6.17 Wro, op basis van het in lid 1 bedoeld exploitatieplan berekend is. c. de omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden geweigerd als de exploitatieopzet als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, van de Wet ruimtelijke ordening, een tekort bevat, dat niet is gedekt. 13.3 Milieuzone - trillingshinder spoor 13.3.1 Bouwverbod Binnen de Milieuzone - trillingshinder spoor mogen geen woningen worden gebouwd. 13.4

Milieuzone - aandachtsgebied luchtkwaliteit

13.4.1 verbod Binnen de aanduiding "Milieuzone - aandachtsgebied luchtkwaliteit" zijn geen gebouwen en geen gebruiksactiviteiten toegestaan die, geheel of gedeeltelijk in gebruik zijn: a. ten behoeve van basisonderwijs, voortgezet onderwijs of overig onderwijs aan minderjarigen; b. ten behoeve van kinderopvang; c. als verzorgingstehuis, verpleegtehuis of bejaardentehuis; d. ten behoeve van een combinatie van functies als genoemd onder a, b of c. 13.4.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaald in lid 13.4.1 na een positief advies van de Dienst Gezondheid en Jeugd. 13.5

Veiligheidszone

13.5.1 plaatsgebonden risico Binnen de aanduiding 'plaatsgebonden risico' mogen geen gebouwen worden gebouwd. 13.5.2 aandachtsgebied brand Binnen de aanduiding 'veiligheidszone plasbrand' mogen geen gebouwen mogen worden gebouwd die aangemerkt kunnen worden als zeer kwetsbaar, kwetsbaar of beperkt kwetsbaar. 13.5.3 aandachtsgebied explosie Binnen de aanduiding 'veiligheidszone explosie': a. mogen geen zeer kwetsbare gebouwen worden gebouwd; b. mogen kwetsbare gebouwen alleen worden gebouwd binnen de bestemming Woongebied; c. dienen gebouwen te voldoen aan de voorschriften in paragraaf 4.2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. dienen gebouwen te voldoen aan voorschrift 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving waarbij rekening wordt gehouden met:

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

75

1. een overdruk van 10 kPa; 2. een ontwerpafstand van 80 meter; of zoveel meer als het gebouw is gelegen op een afstand meer dan 80 meter en minder dan 200 meter, gemeten loodrecht vanaf de buitenste spoorstaaf; e. in afwijking van het bepaalde onder d hoeft scherfvrij glas niet te worden toegepast indien initiatiefnemer aantoont dat: 1. ter plaatse van de beglazing de overdruk minder bedraagt dan 10 kPa; 2. het glas bij een incident geen scherfwerking in de achterliggende ruimte heeft; 3. de achterliggende ruimte geen bescherming behoeft tegen scherfwerking omdat personen er slechts zeer kortstondig verblijven en er geen sprake is van een vluchtroute; f. zijn grote evenementen uitgesloten, zie artikel 3.4.

76

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

Artikel 14 14.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in deze regels voor de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut; b. het bepaalde in deze regels voor wat betreft de bouw van kunstobjecten (uitingen van beeldende kunst) tot een bouwhoogte van maximaal 20 m; c. het bepaalde in deze regels voor wat betreft de bouw van geluidafschermende voorzieningen voor zover die nodig zijn voor een akoestisch aanvaardbaar leefmilieu; d. de op de verbeelding dan wel in de regels aangegeven maten en getallen, mits: 1. de afwijking niet meer dan 10% bedraagt; 2. de bestemmingsgrens niet wordt overschreden; e. de in de verbeelding dan wel in de regels toegestane maximale bouwhoogten, anders dan bedoeld onder d, voor lift- en trappenhuizen, centrale verwarmingsinstallaties, schoorstenen, glasbewassingsinstallaties, ventilatie-inrichtingen, vlaggenmasten, antennes en bouwwerken voor de opwekking van duurzame energie, zoals windmolens, zonnepanelen en zonneboilers, mits de overschrijding niet meer dan 5 m bedraagt; f. de plaats en richting van bouwgrenzen, voor het aanbrengen van geringe veranderingen tot niet meer dan 5 m.

14.2 Voorwaarde De in lid 14.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien daardoor geen onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke structuur en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en opstallen.

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

77

Artikel 15 15.1

Algemene bouwregels

Bestaande bouwwerken

In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op de dag van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer of minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 15.2

Herbouw

In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid 15.1 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 15.3

Ondergronds bouwen

15.3.1 Algemeen De regels inzake de toelaatbaarheid, de aard, de omvang en de situering van gebouwen zijn ingeval van ondergrondse bouw van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat deze uitsluitend is toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. ondergrondse bouw is uitsluitend toegestaan onder de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, alsmede ter verbinding van gebouwen; en b. gebouwd mag worden tussen peil en 3,5 m onder peil. 15.3.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van lid 15.3.1 onder a. voor ondergrondse bouw buiten de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de kelders beneden peil worden gebouwd; b. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens en de openbare weg bedraagt ten minste 1 m, met dien verstande dat ingeval van kelderbouw in belendende percelen in de zijperceelsgrens mag worden gebouwd; en c. kelders mogen niet worden voorzien van een dakraam of lichtkoepel.

15.4 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen de aanduiding 'bouwvlak' worden ondergeschikte bouwdelen als geluidafschermende voorzieningen, zonnepanelen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en reclame-uitingen, buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 0,50 m wordt overschreden. 15.5

Parkeren, laden en lossen

15.5.1 Parkeren voor auto en fiets Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd wanneer op het bouwperceel niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. Bij de beoordeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning activiteit bouwen wordt aan de hand van de "Beleidsregels parkeren bij nieuwbouwprojecten" bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging. 15.5.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

78

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

15.5.3 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de leden 15.5.1 en 15.5.2: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op een andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 15.5.4 Functiewijzigingen De regels over parkeren, laden en lossen bij functiewijzigingen zijn onverkort van toepassing, ook ingeval hiervoor geen omgevingsvergunning nodig is.

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

79

Artikel 16 16.1

Algemene gebruiksregels

Algemeen

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval begrepen: a. het opslaan van hout en aannemersmaterialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gericht gebruik van de gronden; b. het gebruik als opslagplaats van onbruikbare of althans aan hun persoonlijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; c. het gebruik van onbebouwde gronden of het gebruik van bouwwerken voor seksinrichtingen; d. het gebruik van bijgebouwen of bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning, tenzij het huisvesting in verband met mantelzorg betreft; e. het gebruik van bouwwerken als belhuis/internetcafé; f. het gebruik van bouwwerken waarin detailhandel is toegestaan voor de verkoop van vuurwerk; en g. het gebruik van bouwwerken voor de opslag van vuurwerk; h. een gebouw of locatie binnen het explosieaandachtsgebied te gebruiken voor een zeer kwetsbare activiteit.

16.2 Beroepsuitoefening aan huis 16.2.1 Gebruiksregels Het gebruik van ruimten van een woning ten behoeve van de uitoefening van een vrij beroep en/of een aan huis verbonden beroep, waaronder mede verstaan de uitoefening van een bed & breakfastvoorziening met maximaal 4 bedden, is niet in strijd met de regels van dit plan voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 25% van het vloeroppervlak van de woonruimten met inbegrip van bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 50 m2 mag worden gebruikt voor het vrije beroep of het aan huis verbonden beroep; b. degene die de beroepsactiviteit in de woonruimten uitvoert dient tevens bewoner van die woonruimten te zijn; c. vergunningsplichtige (aspect milieu) ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of meldingsplichtige activiteiten ingevolge de Wet milieubeheer zijn niet toegestaan; d. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. er mag geen detailhandel plaatsvinden; f. aan de buitenzijde van de woonruimten of elders op het bouwperceel mogen geen uiterlijke kenmerken ten behoeve van het vrije beroep of het aan huis verbonden beroep worden aangebracht; en g. de uitoefening van een vrij beroep en/of een aan huis verbonden beroep is niet toegestaan in bijgebouwen.

16.2.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van lid 16.2.1 voor: a. een maximum vloeroppervlak van 75 m2; b. het hebben van meer dan één arbeidsplaats; c. meldingsplichtige activiteiten ingevolge de Wet milieubeheer voor zover die activiteiten blijkens een advies van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid geen onevenredige hinder voor de omgeving zullen veroorzaken en vanuit planologisch oogpunt ter plaatse acceptabel kunnen worden geacht; d. voor een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit, uitsluitend in verband met het vrije beroep en/of het aan huis verbonden beroep dat in de woonruimten wordt uitgeoefend.

80

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

Artikel 17

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

81

Hoofdstuk 5 Artikel 18 18.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht bouwen

Overgangsrecht

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; en b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 18.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 18.3

Illegale bebouwing

Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

82

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

Artikel 19 19.1

Overgangsrecht gebruik

Overgangsrecht

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 19.2

Veranderen gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind 19.3

Onderbreking gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 19.4

Reikwijdte

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

83

Artikel 20

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Maasterras fase 1'.

84

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Stedenbouwkundig Masterplan Maasterras

Bijlage 2

Nadere regels hogere waarden

Bijlage 3

Handboek NIBO

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

85

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/756/documents/31778