CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

OntwerpBP - Toelichting en regels.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 16 april 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 1: Stadsas: Ontwerp bestemmingsplan Maasterras - Thema Externe veiligheid, milieu, duurzaamheid en klimaat (technische sessie)32.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (Ontwerp)

Inhoudsopgave

Toelichting bestemmingsplan Maasterras fase 1

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Milieueffectrapportage OER Maasterras 1.5 Planbeschrijving 1.6 Programma

5 5 6 6 6 7 9

Hoofdstuk 2 Omgevingstoets 2.1 Aantrekkelijke stad 2.2 Bereikbare stad 2.3 Gezonde stad 2.4 Vestigingsklimaat 2.5 Klimaat en water 2.6 Energie 2.7 Biodiversiteit

10 10 16 20 29 31 36 38

Hoofdstuk 3 Uitvoerbaarheid 3.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 3.2 Overleg 3.3 Economische uitvoerbaarheid

43 43 44 44

Hoofdstuk 4 Juridische toelichting 4.1 Artikelsgewijze toelichting 4.2 Toepassing artikel 7c en 7w Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet

45 45 48

Bijlagen bij toelichting bestemmingsplan Maasterras fase 1 Bijlage 1 Omgevingseffectrapport Bijlage 2 Foto leefomgeving Bijlage 3 Inventarisatie cultuurhistorie Maasterras Bijlage 4 Bouwhistorisch onderzoek Weeskinderendijk 213 Bijlage 5 Archeologisch onderzoek Maasterras zonder de Tuinbuurt Bijlage 6 Onderzoek wonen Bijlage 7 Ladderruimte detailhandel en horeca Bijlage 8 Maatschappelijke voorzieningen Maasterras fase 1 Bijlage 9 Memo kantoren Bijlage 10 Verkeersonderzoek Bijlage 11 Parkeervisie Maasterras Bijlage 12 Luchtkwaliteitsonderzoek Bijlage 13 Onderzoek externe veiligheid Bijlage 14 Geluidsonderzoek Maasterras Bijlage 15 Bodemonderzoek verkennend Bijlage 16 Quick scan milieu DCMR 2019 Bijlage 17 Memo OZHZ Bedrijven en milieuzonering Bijlage 18 Advies economie Bijlage 19 Notitie compensatie bedrijven Maasterras Bijlage 20 Inventarisatie bedrijven Maasterras tbv notitie compensatie Bijlage 21 Maasterras schuillocatie Bijlage 22 Energie Maasterras Bijlage 23 Stikstofonderzoek Bijlage 24 Vleermuizen onderzoek Tauw Bijlage 25 Natuuronderzoek Tauw Bijlage 26 Huismussen NWC Bijlage 27 Nader onderzoek soorten

2

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

Bijlage 28 Bijlage 29 Bijlage 30 Bijlage 31

Biodiversiteit OER en BP Verslag inspraakreacties startdocument Inspraakreactie Zeehavenbedrijf Verslag van informatieavond DoeMeeDordrecht

Regels (zie afzonderlijk document) Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Algemene bepalingen Begrippen Wijze van meten

52 52 57

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Bestemmingen Groen - Park 1 Groen - Park 2 Tuin Verkeer Water Wonen Woongebied

58 58 60 61 62 63 64 65

Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Dubbelbestemmingen Waarde- Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waterstaat - Waterkering

70 70 72 74

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17

Algemene regels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Anti-dubbeltelregel

75 75 77 78 80 81

Hoofdstuk 5 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht bouwen Overgangsrecht gebruik Slotregel

82 82 83 84

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Stedenbouwkundig Masterplan Maasterras Bijlage 2 Nadere regels hogere waarden Bijlage 3 Handboek NIBO

85

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

3

Toelichting bestemmingsplan Maasterras fase 1

4

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Tussen het spoor en de A16 aan de noordwestkant van Dordrecht ligt het Maasterras. Een gebied dat voornamelijk in gebruik is als bedrijventerrein. Vanaf het spoor, en komende vanaf de afslag 'Dordrecht Centrum' van de A16, dient het gebied als entreelocatie van de stad. Komend met de trein vanuit Rotterdam en Zwijndrecht biedt het Maasterras aan de rechterzijde een eerste aanblik van de stad Dordrecht. Het gebied ligt op korte afstand (ca. 1 km) van station Dordrecht. Het Maasterras maakt onderdeel uit van de plannen voor de spoorzone. In 2021 is door de gemeenteraad de ontwikkelvisie Spoorzone vastgesteld. In deze visie, opgesteld door architectenbureau Mecanoo, worden de toekomstige plannen voor de spoorzone gepresenteerd. Dordrecht zet in op verdichting langs het spoor, zo veel mogelijk in de omgeving van stations. De plannen voorzien in de bouw van 6.000 woningen en 80.000 m2 aan andere functies, goed voor 2.500 nieuwe banen. Het Maasterras moet in die plannen herontwikkeld worden tot een nieuw stedelijk woongebied met voorzieningen. Het gebied moet een kwaliteitsimpuls krijgen en tegelijkertijd een belangrijke bijdrage leveren aan de woningbouwopgave van de stad. Het Maasterras moet straks ruimte bieden aan circa 3.500 woningen en ruim 50.000 m2 bedrijvigheid. De ontwikkeling van het Maasterras is te groot om in één keer tot ontwikkeling te brengen.

Daarom is gekozen voor een gefaseerde ontwikkeling. Voor het gehele Maasterras is één stedenbouwkundig masterplan gemaakt (hierna Masterplan). Dit voorliggende bestemmingsplan is opgesteld voor fase 1. Dat betreft het gebied ten oosten van de A16; de deelgebieden Parkbuurt, Tuinbuurt en het Maaspark zoals aangegeven op onderstaand kaartje. In fase 1 worden maximaal 3.000 woningen gebouwd en is ruimte voor circa 23.000 m2 aan voorzieningen.

Afbeelding uit het Masterplan Maasterras met fase 1 (Parkbuurt en Tuinbuurt) en fase 2 Rivierbuurt

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

5

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied Maasterras fase 1 betreft de gronden ten oosten van de A16 (de deelgebieden Tuinbuurt, Parkbuurt en het Maaspark) en is gelegen ten zuiden van de 19e eeuwse schil van Dordrecht. Het plangebied wordt begrensd door:  het spoor in het noorden;  de Oude Maas en de A16 in het westen;  de Diepenbrockweg in het zuiden (Krispijn);  de Vlietweg in het oosten (Krispijn).

1.3

Geldende bestemmingsplannen

In het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen:  Bestemmingsplan Weeskinderendijk/Laan der Verenigde Naties, vastgesteld op 25 juni 2013;  Bestemmingsplan 1e herziening Weeskinderendijk-Laan der VN, locatie Dokweg, vastgesteld op 14 april 2020;  Bestemmingsplan Krispijn, vastgesteld op 28 oktober 2014.  Bestemmingsplan Schil, vastgesteld op 27 maart 2012.

1.4

Milieueffectrapportage OER Maasterras

Het bestemmingsplan voorziet in fase 1 in de ontwikkeling van een nieuw woongebied met maximaal 3.000 woningen en bijbehorende voorzieningen. In fase 2 worden nog eens maximaal 1.000 woningen voorzien. Aangezien deze gebiedsontwikkeling mogelijk kan leiden tot belangrijke nadelige milieueffecten is een m.e.r.-procedure gevolgd en een MER opgesteld: de OmgevingsEffectRapportage Maasterras fase 1 en 2. Hierna afgekort tot de OER.

Afbeelding Maasterras fase 1 en 2 (bron Masterplan). In de OER is het plan uit de ontwikkelvisie Spoorzone vertaald naar het planvoornemen. Dit planvoornemen is getoetst aan alle omgevingsaspecten die onderdeel vormen van de 7 doelen van de omgevingsvisie (zie hoofdstuk 2). Uit die toetsing bleek dat op enkele omgevingsaspecten niet de kwaliteit wordt gehaald zoals de gemeente die in de Omgevingsvisie 1.0 heeft vastgelegd. Na een inspraakronde en advies van de commissie voor de milieueffectrapportage zijn drie alternatieven op het planvoornemen ontwikkeld om te komen tot een voorkeursvariant op het planvoornemen met een hogere kwaliteit. Het betreft de alternatieven:  behoudend: een alternatief waarbij de bestaande infrastructuur en woningen zoveel mogelijk worden behouden;  groen en gezond: een alternatief dat zo hoog mogelijk scoort op de aspecten gezondheid en duurzaamheid;  hoogstedelijk: een alternatief waarbij zoveel mogelijk woningen worden gebouwd als bijdrage aan de bouwopgave van Dordrecht.

6

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

Daarna is, omwille van het willen realiseren van zoveel mogelijk woningen, een hoge kwaliteit van inrichting en een goede uitgangspositie voor een financiële balans, gekozen voor een variant die de alternatieven groen en gezond en hoogstedelijk combineert. Deze voorkeursvariant scoort op bijna alle omgevingsaspecten van de 7 doelen positief. Deze voorkeursvariant is stedenbouwkundig uitgewerkt in het Masterplan. In het Masterplan is ook een kwaliteitsparagraaf opgenomen die het kader geeft voor de gewenste kwaliteit van zowel de nieuwbouw als de inrichting van het openbaar gebied. De OER is in dit bestemmingsplan een belangrijk instrument om duidelijk te maken welke keuzes de gemeente met dit bestemmingsplan maakt. In hoofdstuk 2 is dat per doel, en de daarbij behorende omgevingsaspecten, nader uitgewerkt.

1.5

Planbeschrijving

In het Stedenbouwkundig Masterplan Maasterras (verder te noemen het Masterplan) wordt de toekomstige ontwikkeling van het Maasterras beschreven. De komende jaren transformeert het Maasterras van een bedrijventerrein tot een levendige gemengde stadswijk waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt. Er wordt ingezet op 2.200 woningen in de eerste fase.

Afbeelding stedenbouwkundig raamwerk uit het Masterplan De ruimtelijke elementen die het Maasterras vormen worden in het Masterplan grote groene plandragers genoemd. De 5 plandragers zijn de ruggengraat van de ontwikkeling en verbinden het Maasterras met de stedelijke context. De plandragers zijn het Maaspark, de Brugwegcorridor en de Weeskinderendijk Oost voor fase 1 en de Landschapsbrug voor fase 2. De Oude Maaskade vormt langs de Maas een verbinding tussen fase 1 en 2. De plandragers delen het gebied op in de buurten Parkbuurt, Tuinbuurt en Rivierbuurt. Per buurt worden in het Masterplan stedenbouwkundige eisen gesteld.

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

7

Het gewenste stedenbouwkundig raamwerk is alleen haalbaar als de wijk autovrij wordt en ruim baan wordt gegeven aan de fietser en voetganger. De auto wordt alleen aan de randen toegestaan met parkeren in grote parkeergarages. Één onder het Maaspark langs het spoor en twee ter weerszijden van de A16, waardoor ze deels ook als geluidswerende voorziening kunnen worden gebouwd. De woongebieden zijn daarmee autovrij en alleen toegankelijk voor laden&lossen, mindervaliden, onderhouds- en calamiteitenvervoer. In het Masterplan worden ook een aantal ingrijpende ruimtelijke voorstellen gedaan:  De Zwijndrechtse Brugweg wordt deels afgebroken en wordt op termijn autovrij. Dat kan een grote impact hebben op de verkeersafwikkeling in de omgeving. In samenspraak met Rijkswaterstaat en de gemeente Zwijndrecht zal komende periode nader onderzoek worden gedaan naar de lokale en regionale effecten en mogelijke maatregelen. Nog vóór de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad zal hier duidelijkheid over moeten zijn en zal ook een termijn worden bepaald hoe lang de Brugweg nog in zijn huidige vorm kan blijven functioneren.  De stamlijn, een aftakking van het spoor richting Zeehaven, moet worden verlegd en op termijn binnen het plangebied verdwijnen. Dit kan gevolgen hebben voor de bestaande/feitelijke bedrijvigheid in de Zeehaven.

Het Masterplan laat zien dat de stamlijn niet in te passen is binnen de gekozen stedenbouwkundige structuur. Deze stamlijn, een aftakking van het spoor richting de Zeehaven, moet worden verlegd en op termijn van het Maasterras verdwijnen. Dit kan (forse) consequenties hebben ten opzichte van het huidige feitelijke gebruik van de stamlijn door (een beperkt aantal) bedrijven in de Zeehaven. De gemeente gaat in overleg met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Provincie Zuid-Holland, ProRail, het Havenbedrijf Rotterdam en de individuele bedrijven op zoek naar robuuste oplossingen voor bedrijven in de Zeehaven. Vóór de vaststelling van het bestemmingsplan moet hier duidelijkheid over zijn en zal ook een termijn worden bepaald hoe lang de stamlijn nog in zijn huidige vorm kan blijven functioneren, hierbij wordt ook gekeken naar de grondslag van het gebruik van de stamlijn (in relatie tot het feitelijke gebruik). Voorwaarde bij eventuele oplossingen voor de stamlijn is dat het groepsrisico rond het station Dordrecht niet mag toenemen.  Een nieuwe locatie voor het spoorwegemplacement. Door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt een nieuwe locatie aangewezen. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan door de raad zal hierover duidelijkheid moeten bestaan.

 De bestaande woningen aan de Weeskinderendijk Oost, het woonwagencentrum en het tankstation maken plaats voor woningbouw in hoge dichtheid. Dat betekent dat bestaande woningen en het tankstation op termijn moeten verdwijnen.  Een nieuwe locatie voor Qbuzz. De huidige busremise zal plaats moeten maken voor woningbouw en krijgt een nieuwe locatie in de stad. Deze ingrepen zijn op basis van de OER noodzakelijk om in het gebied een hoge dichtheid met acceptabele woonkwaliteit te kunnen realiseren. In dit bestemmingsplan is daarom een regeling opgenomen die uit gaat van de toekomstige situatie zoals beschreven in het Masterplan. Dat betekent dat de huidige situatie voor de Brugweg, de stamlijn, emplacement, woonwagencentrum en Qbuzz niet wordt bestemd en, voor zover aan de orde, onder het overgangsrecht komt te vallen. Deze functies kunnen hiermee voorlopig behouden blijven totdat de gemeente overeenstemming heeft bereikt met alle betrokkenen. Alleen in het uiterste geval zal het instrument van onteigening worden toegepast.

Als het gaat om de stamlijn, de Brugweg en het emplacement (in relatie tot het feitelijke gebruik) zijn, gelet op impact die dit heeft op de uitvoerbaarheid van het plan, de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat verzocht om met de gemeente mee te denken in het vinden van een oplossing. In het vast te stellen bestemmingsplan zal hierover duidelijkheid worden geboden.

8

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

1.6

Programma

In het Masterplan is door een proefverkaveling inzichtelijk gemaakt hoeveel woningen en andere functies in het plangebied gebouwd kunnen worden. Het betreft hier nog een proefverkaveling die straks bij de stedenbouwkundige uitwerking per buurt nog kan veranderen. In het bestemmingsplan is daarom meer ruimte gegeven dan strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van het Masterplan. In plaats van 2.200 woningen kunnen 3.000 woningen worden gebouwd en in plaats van 23.332 m 2 aan andere functies kunnen 29.800 m2 aan andere functies worden gebouwd. Daarnaast wordt nog voorzien in een evenemententerrein van 8.000 m2. Tabel: Programma voorkeursvariant Maasterras in m2 bvo, woningaantal (100m2 bvo per woning)

De verruiming van het programma uit het Masterplan wordt in dit bestemmingsplan alleen toegestaan als minimaal de kwaliteit wordt gehaald zoals in de OER per aspect is bepaald. Bovendien zijn diverse stedenbouwkundige eisen uit het Masterplan hard vertaald naar de regels in dit bestemmingsplan zodat niet ineens een heel ander plan kan ontstaan. Belangrijk daarbij op te merken dat de diverse onderzoeken in de OER zoals geluid, stikstof en luchtkwaliteit gebaseerd zijn op het programma bij een maximale invulling van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

9

Hoofdstuk 2

Omgevingstoets

In dit hoofdstuk wordt het Masterplan integraal getoetst op alle relevante omgevingsaspecten die onder de 7 doelen van de omgevingsvisie vallen. Het Masterplan wordt afgezet tegen de huidige/feitelijke situatie, het wettelijk kader en de gemeentelijk ambities in de Omgevingsvisie 1.0 (hierna Omgevingsvisie). Per doel en de daarbij behorende omgevingsaspecten wordt getoetst of voldaan wordt aan het wettelijk kader en tot welk niveau de gemeentelijke ambities (zoals uitgewerkt in de OER) gehaald worden en waar nog optimalisaties mogelijk zijn. Per omgevingsaspect wordt aangegeven hoe die kwaliteit geborgd wordt met dit bestemmingsplan. Daarbij zijn tevens in hoofdlijnen de resultaten uit de gevoerde participatie meegenomen. De omgevingstoets toont aan dat binnen de ruimte die het bestemmingsplan biedt een ontwikkeling kan plaatsvinden die voldoet aan de minimale kwaliteit die de gemeenteraad heeft vastgesteld in de Omgevingsvisie. Daarmee is de haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Een andere uitvoering dan het Masterplan (de voorkeursvariant uit de OER) is toegestaan mits een gelijke omgevingskwaliteit wordt gehaald. De uitgevoerde OER laat zien hoe per aspect tot een beoordeling kan worden gekomen. Hierna worden de 7 doelen met daarbij behorende omgevingsaspecten per paragraaf behandeld.

Er zijn 3 prioritaire doelen vastgesteld in de Omgevingsvisie en 4 niet prioritaire. Het gaat om de volgende aspecten/doelen: 1. Aantrekkelijke stad (prioritair) 2. Bereikbare stad (prioritair) 3. Gezonde stad (prioritair) 4. Vestigingsklimaat 5. Klimaat en water 6. Energie 7. Biodiversiteit Prioritair wil zeggen dat een ontwikkeling als Maasterras moet bijdragen aan het halen van het doel. Bij niet prioritaire doelen vindt alleen toetsing van het doel plaats of wordt voldaan, en is geen bijdrage aan verbetering vereist.

2.1

Aantrekkelijke stad

In de Omgevingsvisie wordt voor de spoorzone ingezet op een aantrekkelijke stad (prioritair doel). Prioritair wil zeggen dat de uitvoering van het bestemmingsplan moet bijdragen aan versterking van dit doel voor de stad. Het doel aantrekkelijke stad kent de volgende omgevingsaspecten die in deze paragraaf nader zijn getoetst:  cultureel erfgoed: behoud en waar mogelijk versterking van cultuurhistorische waarden;  voorzieningen: voldoende ruimte aan voorzieningen en streven naar multifunctioneel ruimtegebruik;  wonen: sterke en gedifferentieerde leefbare woonwijken met een optimaal evenwicht tussen woningvraag en woningaanbod;  kwaliteit openbaar gebied: hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte. 2.1.1 Huidige situatie 2.1.1.1 Cultureel erfgoed Binnen het plangebied zijn geen monumenten aangewezen. Wel zijn enkele panden met cultuurhistorische waarden (Weeskinderendijk) en gebiedskarakteristieken aanwezig. Voor een overzicht wordt verwezen naar de foto van de leefomgeving (bijlage 2). Het plangebied kent tevens een archeologische verwachting. De geschiedenis van dit plangebied voert terug tot vóór 1421. In die tijd werd het plangebied nog doorkruist door een kronkelend riviertje (de Dubbel) met aan de oevers vermoedelijk het dorp Dubbeldam.

Na de Sint-Elisabethsvloed in 1421 is veel verdwenen, maar zijn er in de ondergrond mogelijk nog archeologische sporen uit die tijd terug te vinden. In de periode daarna krijgt het gebied een functie als balkhaven. Ook uit die tijd zijn sporen te verwachten.

10

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

Voor een nadere toelichting op de archeologische verwachtingen in het gebied wordt verwezen naar het uitgevoerde archeologie onderzoek (bijlage 5). 2.1.1.2 Voorzieningen Het plangebied wordt in de huidige situatie gekenmerkt door het bedrijventerrein Weeskinderendijk. Naast diverse bedrijven zijn hier andere functies zoals een eventcentrum, casino en busremise gevestigd. Ten zuiden van de Weeskinderendijk Zuid zijn een schietvereniging en een duivensportvereniging gevestigd. Aan de Hugo de Grootlaan bevindt zich een tankstation. In de directe nabijheid van het plangebied (onder andere aan de Maasplaza, de Brouwersdijk en het J.P. Heijeplein) zijn een school en diverse winkels gevestigd. 2.1.1.3 Wonen Op diverse plekken in het plangebied wordt gewoond. Het betreffen de woningen aan de Dokweg, de woningen aan de Weeskinderendijk Noord en Oost, het woonwagenkamp en twee bedrijfswoningen aan de Weeskinderendijk Noord. 2.1.1.4 Kwaliteit openbaar gebied Het openbaar gebied in het plangebied bestaat voornamelijk uit wegen voor doorgaand verkeer zoals de Dokweg/Laan der Verenigde Naties, de kades langs de Oude Maas en de Weeskinderendijk aan de noord, oost en zuidzijde van het plangebied. Ten zuiden van het spoor is een spoorwegemplacement en een groot parkeerterrein met 550 parkeerplaatsen aanwezig. De Dokweg / Laan der Verenigde Naties en de kades worden momenteel heringericht. 2.1.2

Wettelijke kaders

2.1.2.1 Algemeen In de provinciale Verordening is bepaald dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te passen binnen de bestaande gebiedsidentiteit. In het geval van een transformatie zoals het Maasterras, is een dergelijke ontwikkeling uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, en wordt rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Het opgestelde Masterplan en de doorwerking daarvan in dit bestemmingsplan wordt aangemerkt als een integraal ontwerp zoals bedoeld in de Verordening. 2.1.2.2 Cultureel erfgoed Het Besluit kwaliteit leefomgeving schrijft voor dat in een bestemmingsplan rekening wordt gehouden met het behoud van cultureel erfgoed (artikel 5.130). In de provinciale Verordening zijn voor dit plangebied geen specifieke regels gesteld ten aanzien van cultureel erfgoed. In het vigerende bestemmingsplan is een verbod opgenomen om bebouwing met de aanduiding 'cultuurhistorisch waarde' te slopen. Binnen de gemeente is een beleidswijziging voor de gehele stad in voorbereiding die niet langer uitgaat van een sloopverbod, maar wel een bouwhistorisch onderzoek voorschrijft.

Alleen panden met de status van een monument zullen nog beschermd worden met een verbod om zonder vergunning te slopen. Voor archeologie is in het vigerende bestemmingsplan een verbod opgenomen om bepaalde bodemingrepen zonder vergunning uit te voeren. 2.1.2.3 Wonen en voorzieningen Zowel door het Rijk als de provincie is wettelijk bepaald dat nieuwe woningen en voorzieningen zoals winkels, kantoren en bedrijvigheid alleen zijn toegestaan als aangetoond is dat hier een (regionale) behoefte aan is. Voorkomen moet worden dat nieuwe functies zoals winkels ten koste gaan van het aanbod elders in stad (zoals bijvoorbeeld de binnenstad).

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

11

In de provinciale Verordening is bepaald dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt rekening houdt met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en bijdraagt aan een goede woon- en leefomgeving, en betrekt daarbij de mogelijkheden voor gevarieerde woningtypen bij het toelaten van woningbouw. Daarnaast is bepaald dat een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functies wonen of bedrijven, rekening houdt met de mogelijkheden voor functiemenging. Tot slot voorziet een bestemmingsplan uitsluitend in nieuwe detailhandel als is aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat. 2.1.2.4 Kwaliteit openbaar gebied In het Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald dat bij nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte rekening moet worden gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. Op gemeentelijk niveau geldt het handboek Kwaliteit Openbaar Gebied (interne beleidsregels) met eisen voor de hele stad voor van toegankelijkheid, functionaliteit, veiligheid, bruikbaarheid, beheer en duurzaamheid.

Voor de inrichting zijn een aantal vaste materialen en straatmeubilair bepaald en wordt er gewerkt met eenduidige profielen. Sommige delen in de stad vragen om meer dan een standaardinrichting. Daarom maakt het handboek gebruik van twee bijzondere kwaliteitsniveaus: standaard+ en speciaal. Als onderdeel van de kwaliteit van het openbaar gebied dient bij de bouw van woningen rekening te worden gehouden met bezonning en windhinder. 2.1.3

Ambitie

in de OER zijn de ambities uit de Omgevingsvisie per omgevingsaspect vertaald naar een minimale en optimale kwaliteit. In deze paragraaf is dat per omgevingsaspect beschreven. 2.1.3.1 Cultureel erfgoed Vanuit het doel aantrekkelijke stad wil de gemeente in het Maasterras de historie van het plangebied waar mogelijk behouden en beleefbaar maken. Minimaal wordt ingezet op behoud van cultuurhistorische waarden in het plangebied, met name de dijkstructuren en dan vooral de Weeskinderendijk rond het Papegat. Optimale kwaliteit kan gehaald worden door versterking van de belevingswaarde van de cultuurhistorische waarden door het herstellen van gedempte balkengaten, havens en waterlopen en het herstellen van verstoorde directe verbinding tussen polder en stad. 2.1.3.2 Voorzieningen Maasterras moet een woongebied worden met alle basisvoorzieningen op loopafstand. Die afstand is maximaal 500 meter, optimaal maximaal 300 meter. Daarnaast is vanuit het evenementenbeleid van de gemeente de wens uitgesproken in het Maasterras een evenemententerrein aan te wijzen voor grote evenementen zoals de kermis. 2.1.3.3 Wonen In de Omgevingsvisie heeft de gemeente beschreven dat de woningvoorraad met 10.000 woningen moet groeien de komende jaren. De woningbouwontwikkeling in Maasterras levert een belangrijke bijdrage aan de woningbouwopgave van de gemeente Dordrecht.

Met Maasterras fase 1 en 2 wil de gemeente minimaal 2.000 woningen toevoegen, 4.000 woningen is kwantitatief gezien een optimale kwaliteit. Kwalitatief is het gemeentelijk beleid gericht op het bedienen van alle doelgroepen. Hoe dit vertaald wordt naar de woningbouwprogrammering is weergegeven in de 'Memo Woningbouwprogramma Maasterras' en het bijbehorende addendum in bijlage 6. De gemeentelijke visie op hoogbouw (onderdeel van de Omgevingsvisie) stelt daarbij wel beperkingen aan de maximale hoogte die in Dordrecht gebouwd kan worden. Daarmee wordt ook het aantal te bouwen woningen beperkt. Volgens de Omgevingsvisie zijn incidentele hoogbouwaccenten van hoogwaardige architectuur (tot 90 meter) mogelijk om als nieuw centrum herkenbaar te zijn en stedelijkheid uit te stralen.

12

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

2.1.3.4 Kwaliteit openbaar gebied In de Omgevingsvisie is voor het Maasterras, als onderdeel van de spoorzone, aangegeven dat de openbare ruimte gericht dient te zijn op verblijf, spelen, bewegen, ontmoeting, vergroening en (sociale) veiligheid. Het kwaliteitsniveau is afhankelijk van de uiteindelijke uitwerking. In de OER is dit uitgewerkt tot een minimale standaardkwaliteit en voor optimaal een standaard+ kwaliteit. 2.1.4

Onderzoeken

2.1.4.1 Cultureel erfgoed In het kader van de OER heeft een inventarisatie van de aanwezige cultuurhistorische waarden plaatsgevonden (bijlage 3 en 4). In het Masterplan hebben de uitkomsten van deze onderzoeken een vertaling gekregen naar locaties waar de cultuurhistorische waarden beleefbaar worden gemaakt zoals behoud van delen van de stadsbrug en een nieuwe functie voor het pand aan de Weeskinderendijk 213. De panden met cultuurhistorische waarden aan de Weeskinderendijk Oost zullen middels een bouwhistorisch rapport gedocumenteerd moeten worden. Behoud van deze panden binnen de stedenbouwkundige hoofdstructuur is niet haalbaar. Het behoud van structuren en hoogteverschillen in het landschap worden door profielen vastgelegd. Op basis van het archeologisch onderzoek (bijlage 5) kan aangenomen worden dat vrijwel binnen het hele plangebied dieper in de grond gelegen sprake zal/kan zijn van stroomgordelafzettingen van de oudere fases van de Dubbel. Het belangrijkste deel van het plangebied waar nog historische bedijking zou kunnen worden waargenomen (rondom de Brandts Buysstraat) kon nog niet worden onderzocht. De belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn hieronder aangegeven. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar het onderzoek.

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

13

De OER toont aan dat de uitvoering van het Masterplan ruim uitkomt boven de gestelde minimale kwaliteit. Optimalisatie is nog mogelijk door toepassing van houtbouw in het gebied waar voorheen houthandel aanwezig was. Optimale kwaliteit door het herstellen van gedempte balkengaten, havens en waterlopen kan niet worden gehaald. Met name door de bodemvervuiling en de noodzaak om op te hogen vanwege waterveiligheid is het niet mogelijk deze waterpartijen terug te brengen. In deelgebied Tuinbuurt is open water in beperkte mate mogelijk. Bij de nadere stedenbouwkundige uitwerking wordt nagegaan of hier optimale kwaliteit gehaald kan worden. 2.1.4.2 Voorzieningen In het Masterplan hebben alle basisvoorzieningen een plek gekregen binnen het plangebied van dit bestemmingsplan. In de OER is vervolgens nagegaan wat de loopafstand is tot die voorzieningen. De maximale afstand van 500 meter wordt voor bijna alle voorzieningen gehaald. Alleen voor de school die in het Masterplan in de uiterste zuidoost hoek is geprojecteerd kan die afstand net niet voor alle woningen worden gehaald. Vervolgens is onderzocht of het programma uit het Masterplan ook voorziet in een actuele behoefte. Door BRO is onderzoek gedaan naar de ruimte aan detailhandel en horeca binnen het Maasterras (bijlage 7). In het onderzoek is uitgegaan van ten minste circa 2.000 woningen (circa 4.200 inwoners) in de eerste fase.

Dit is een aanzienlijk 'eigen' consumentendraagvlak, wat in beginsel ruimte biedt voor een 'eigen' voorzieningenprogramma tot 1.050 m2 detailhandel met maximaal 1 kleine 'mandjesupermarkt van 500 m2. Voorwaarde is wel dat dit (conform het Masterplan) wordt uitgewerkt tot een voor de consumenten aantrekkelijk concept. Het onderzoek laat tevens zien dan bij 2.200 woningen er ruimte is voor 450 m2 aan horeca. Op basis van gemeentelijk onderzoek is binnen het plangebied nog ruimte voor circa 7.000 m2 aan maatschappelijke voorzieningen zoals een gezondheidscentrum, school en kinderdagverblijf en maximaal 10.000 m2 aan kantoren. Zie hiervoor bijlage 8 en bijlage 9. Een hotel is toegestaan, mits uit onderzoek blijkt dat hier een actuele behoefte kan worden aangetoond (laddertoets). Voor de vaststelling van het bestemmingsplan zal een ladder-onderzoek worden uitgevoerd met een vertaling naar het maximaal toegestane bedrijfsvloeroppervlak. Concluderend kan gesteld worden dat de bouw van 2.200 woningen voldoende vraag oplevert om alle basisvoorzieningen binnen het plangebied een plek te geven. Een optimalisatie is mogelijk door de locaties van voorzieningen centraler in het gebied te plaatsen zodat voor de meeste woningen de afstand van 300 meter haalbaar wordt.

14

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

Voor evenementen kan in het Maaspark ruimte worden geboden aan middelgrote evenementen tot circa 20.000 bezoekers (categorie 3 evenementen). Per jaar zouden maximaal drie categorie 3 evenementen mogelijk zijn en zeven categorie 2 evenementen, met een maximum van 100.000 bezoekers per jaar. Ieder jaar bij de vaststelling van de evenementenkalender wordt dan bepaald welke evenementen een plek kunnen krijgen in het Maaspark. Grote evenementen zoals de kermis zijn lastig in te passen op het evenemententerrein maar worden wel toegestaan binnen de bestemming (bijvoorbeeld door 3 x een categorie 3 evenement aan te vragen). Binnen het Maasterras wordt nog gezocht naar een locatie die beter geschikt is voor de kermis. 2.1.4.3 Wonen De eis dat de nieuwbouw van woningen moet voorzien in een actuele (regionale) behoefte kan worden aangetoond indien het programma Maasterras is opgenomen in het regionale, door gedeputeerde staten goedgekeurde, regionaal woningbouwprogramma. Dit regionaal woningbouwprogramma voorziet in de ontwikkeling van het Maasterras met 1.650 woningen voor het Maasterras. Omdat sprake is van een lange looptijd (langer dan 10 jaar) zijn nog niet alle woningen als hard aan te merken. Het regionaal woningbouwprogramma zal steeds aangepast worden op het bouwtempo binnen het plangebied.

Vervolgens is in het Masterplan nagegaan of binnen het Maasterras fase 1 in totaal 3.000 woningen zijn te bouwen. De opgestelde verkaveling laat zien dat vooralsnog maximaal 2.200 woningen te bouwen zijn. Daarmee wordt de minimale kwaliteit gehaald maar is de optimale kwaliteit om in het gehele Maasterras uit te komen op 4.000 woningen niet meer binnen bereik. Om na te gaan of voldaan kan worden aan de ambitie een wijk te ontwikkelen voor alle doelgroepen, is een advies opgesteld waarbij alle doelgroepen worden bediend (bijlage 6). Geadviseerd wordt de volgende verdeling aan woningcategorieën aan te houden:  18,8% sociale huur;  5% middenhuur;  31,2 % betaalbare koop;  45% duurdere koop. In dit advies worden twee aandachtspunten benoemd. Door de hoogstedelijke invulling laat het programma geen of heel beperkt grondgebonden woningen toe en is een belangrijke doelgroep (gezinnen) lastig te bedienen. In het Masterplan is dit onderkend en zal gestuurd worden op de bouw van woningtypen voor gezinnen in de gestapelde bouw. Het tweede aandachtspunt is de afstemming met de woningbouwprogrammering in de rest van de stad. Voor het Maasterras is nu een woningbouwprogramma geadviseerd, maar mocht een deel van die behoefte bij woningbouwprojecten elders in de stad worden gerealiseerd kan het zijn dat de behoefte voor het Maasterras ook verschuift.

Het bestemmingsplan moet daarom flexibiliteit bieden aan het college om bij te sturen op woningbouwcategorieën als de woonbehoefte daar om vraagt. 2.1.4.4 Kwaliteit openbaar gebied In het Masterplan is de kwaliteit van het openbaar gebied nader uitgewerkt door een koppeling te leggen met het handboek openbare ruimte en de inzet op standaard+ kwaliteit. Binnen de exploitatieopzet van het Maasterras zijn ook de middelen voorzien om die kwaliteit te halen. Een kwaliteitsniveau richting optimaal is daarmee haalbaar. In het Masterplan is tevens een eerste globaal onderzoek naar mogelijke windhinder nabij de torens gedaan. Daaruit blijkt dat de torens in de voorkeursvariant weinig windhinder veroorzaken. Belangrijk daarbij is te vermelden dat in het Masterplan voor de nieuwbouw richting Krispijn, met veel bestaande woningen, de bouwhoogte beperkt is. 2.1.5

Uitkomsten participatie

Het Dordts Woongenootschap en Samen Leuk Oud Worden (SLOW) hebben in een zienswijze verzocht om binnen het Maasterras ruimte te bieden voor bijzondere woonvormen zoals collectieve woonvormen met bijbehorende voorzieningen. Het Masterplan en bestemmingsplan doen hier nog geen concrete uitspraken over maar laten hier wel alle ruimte voor.

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

15

Door de bewoners van het woonwagencentrum is de vraag gesteld waarom de standplaatsen niet behouden kunnen blijven. En in het verlengde hiervan waarom de geplande woningen op de woonwagenlocatie dan niet gebouwd kunnen worden op de nieuwe locatie? In reactie hierop is aangegeven dat de gemeente op zoek gaat naar een nieuwe locatie. Zolang die locatie niet gevonden is laat dit bestemmingsplan binnen de opgenomen bestemming Woongebied het behoud van de woonwagens toe. Pas als overeenstemming is bereikt over verplaatsing kan de beoogde invulling uit het Masterplan plaatsvinden. 2.1.6

Vertaling in dit bestemmingsplan

Voor het doel aantrekkelijk stad komt de OER uit op de volgende score. De rode lijn geeft de minimale score aan die is gedefinieerd op basis van de ambities in de Omgevingsvisie.

Om te borgen dat deze score ook echt gehaald gaat worden bij de uitvoering van dit bestemmingsplan zijn de volgende regels opgesteld:  De ruimtelijke kwaliteit wordt in eerst instantie geborgd door een eis in de regels dat pas gebouwd mag worden als minimaal per buurt een stedenbouwkundig plan is opgesteld dat laat zien hoe voldaan wordt aan de eisen uit het Masterplan.  Mocht dit onvoldoende blijken om de gewenste stedenbouwkundige kwaliteit te borgen, dan biedt dit bestemmingsplan de mogelijkheid aan het college om nadere regels te stellen ten aanzien van de situering en maatvoering van gebouwen (delegatiebepaling artikel 9.9).  Ter bescherming van archeologische waarden is een verbod opgenomen om zonder vergunning verstorende grondwerkzaamheden uit te voeren.  Ter bescherming van de cultuurhistorie waarden zijn de dijk (Weeskinderendijk Oost en Noord) volgens de bestaande situatie bestemd. De hoogteverschillen zijn middels profielen vastgelegd in het Masterplan. In het op te stellen stedenbouwkundig plan (of plannen) zal dit moeten worden vastgelegd.  Het bestemmingsplan biedt ruimte aan alle basisvoorzieningen uit het Masterplan. Een regel om de loopafstanden te borgen is niet opgenomen. Dit zal in het stedenbouwkundig plan vastgelegd moeten worden.  Het bestemmingsplan laat conform het Masterplan 2.200 woningen in het plangebied toe.

Optimalisatie is mogelijk door maximaal 3.000 woningen te bouwen, mits aangetoond worden dat dit niet ten koste gaat van de kwaliteit zoals vastgelegd in de OER.  Voor evenementen is een terrein aangewezen binnen het Maaspark. Het aantal en de omvang van de evenementen is beperkt om (te veel) hinder voor omwonenden te voorkomen.  Om te borgen dat ook gebouwd wordt voor alle doelgroepen is een regel opgenomen die per bouwplan de woningcategorieën voorschrijft. Indien de woonbehoefte de komende jaren wijzigt kan het college de voorgeschreven categorieën aanpassen.  Het huidige woonwagencentrum kan binnen de bestemming Woongebied gehandhaafd blijven.  De kwaliteit van het openbaar gebied wordt zoals gebruikelijk in Dordrecht geborgd via het handboek Kwaliteit Openbare Ruimte, aangevuld met de kwaliteitsparagraaf in het Masterplan.  Ten aanzien van windhinder en bezonning is de verplichting opgenomen dat bij ieder bouwplan onevenredige hinder voor de omgeving wordt voorkomen. in het stedenbouwkundig plan zal dat met een onderzoek moeten worden aangetoond.

2.2

Bereikbare stad

In de Omgevingsvisie wordt voor de Dordtse spoorzone, waarvan het Maasterras onderdeel uitmaakt, ingezet op de bereikbare stad (prioritair doel). Prioritair wil zeggen dan de uitvoering van het bestemmingsplan moet bijdragen aan versterking van dit doel voor de stad. Het doel bereikbare stad kent de volgende relevante omgevingsaspecten die in deze paragraaf nader onderzocht zijn:  autobereikbaarheid - hoe wordt het Maasterras ontsloten voor de auto en wat betekent dit voor de verkeersafwikkeling in de omgeving;  langzaam verkeer en openbaar vervoer - toepassing STOMP;  parkeren - hoe wordt het parkeren van auto's en fietsen binnen het plangebied opgelost en wat betekent dat voor de omgeving.

16

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

2.2.1

Huidige situatie

In de huidige situatie is het stadscentrum vanuit het Maasterras goed te bereiken. Vanaf drie vertrekpunten -Weeskinderendijk, Ampèrestraat en Mijlweg- maakt het qua tijd niet veel uit of je de fiets of de auto pakt. Het station van Dordrecht is met de bus vanuit het gebied te bereiken. Vanaf haltes Dokweg en Weeskinderendijk Beneden rijden bussen zeer regelmatig direct naar het station en het centrum. Geregeld zit er niet meer dan vijf minuten tussen busritten naar het station. Je bent vanaf deze haltes in ongeveer 10 minuten bij het station. Ook vanaf de Handelskade en de Van Leeuwenhoekweg is het station met een busrit zonder overstappen bereikbaar. Vanaf deze bushaltes rijdt de bus wel minder vaak. Vanaf halte Eerste Tolstraat rijdt er geen bus direct naar het station. Als je naar het station wil, kun je vanaf die halte beter naar een andere bushalte, zoals de Handelskade, wandelen. Vanaf het Maasterras is het station sneller met de fiets dan met de bus te bereiken. Vanuit het noordelijk deel van het gebied ben je lopend nét iets meer tijd kwijt dan met de bus. Binnen het plangebied vervult het parkeerterrein Weeskinderendijk met circa 550 parkeerplaatsen een belangrijke functie voor het bezoek aan de binnenstad. De huidige bedrijven parkeren op eigen terrein.

De woningen aan de Weeskinderendijk parkeren in het openbaar gebied, en op de woonwagenlocatie is voldoende parkeergelegenheid voor zowel de bewoners als de daar aanwezige verenigingen. 2.2.2

Wettelijke kaders

In de Verordening Ruimte van de provincie wordt gestimuleerd om te werken met maximale parkeernormen. Voor een gebied als Maasterras mag de parkeernorm maximaal 0,7 per woning bedragen. Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. 2.2.3

Ambitie

In de OER is, rekening houdend met de wettelijke kaders, vastgelegd welke minimale kwaliteit en optimale kwaliteit wordt nagestreefd. Hieronder is dat, gebaseerd op de Omgevingsvisie, per omgevingsaspect nader uitgewerkt. 2.2.3.1 Autobereikbaarheid De ontwikkeling van het Maasterras mag niet leiden tot congestie van het autoverkeer. Minimaal is sprake van beperkte congestie. In de optimale situatie is helemaal geen sprake van congestie. In de OER is dat als volgt meetbaar gemaakt:  op rotondes is de verzadigingsgraad maximaal 85%, optimaal is dat 75%;  op kruispunten is de cyclustijd maximaal 120 sec, optimaal maximaal 90 sec;  de wenscapaciteit wordt maximaal met 10% overschreden, optimaal geen overschrijding;  het hoofdwegennet kent een toename van maximaal 0,05 I/C tot optimaal een toename 0,02 I?C. 2.2.3.2 Langzaam verkeer en openbaar vervoer De ambitie van de gemeente is in de OER vertaald naar het STOMP-principe. De inrichting van de wijk dient minimaal aan STOMP te voldoen. Dat wil zeggen eerst prioriteit aan de voetganger (Stappen), daarna de fietser (Trappen), daarna het openbaar vervoer (Ov), daarna deelmobiliteit (Maas) en als laatste de auto (Privé auto). Optimale kwaliteit kan bereikt worden als de wijk ook nog hindernisvrije fiets- en loopverbindingen krijgt naar de rest van de stad.

2.2.3.3 Parkeren De ambitie van de gemeente om volgens het STOMP principe de wijk in te richten vertaald zich ook naar de ambitie om de parkeernorm zo laag mogelijk te laten uitkomen zodat bewoners en bezoekers eerst kiezen voor andere vervoersvormen. Optimale kwaliteit wordt gehaald als dit beleid ook buiten het Maasterras wordt doorgezet, onder andere door gereguleerd parkeren. Dat betekent ook binnen het plangebied voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers van het Maasterras alsmede voor bezoekers aan de binnenstad. Ten aanzien van de fiets dient in het plangebied tevens voldoende ruimte voor fietsparkeerplaatsen te zijn.

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

17

2.2.4

Onderzoeken

2.2.4.1 Autobereikbaarheid Het verkeersonderzoek (bijlage 10) laat zien dat de verkeerseffecten vooral op de hoofdwegen zullen optreden: de A16, de Laan der Verenigde Naties/Dokweg en de Weeskinderendijk Zuid. Door de afsluiting van de stadsbrug zullen ook in de gemeente Zwijndrecht verkeerseffecten optreden. In de direct aangrenzende wijken van het Maasterras zullen de effecten heel beperkt of juist positief uitpakken en wordt op onderdelen zelfs een optimale kwaliteit gehaald. Door de toename van het autoverkeer ontstaan knelpunten waardoor niet overal de minimale kwaliteit wordt gehaald:  vier kruispunten op de Laan der Verenigde Naties;  het kruispunt Koninginneweg - Burgemeester Doumaweg in Zwijndrecht;  de toename van het verkeer op de A16 en N3;  de toename van het autoverkeer op diverse wegen in Zwijndrecht. In overleg met de gemeente Zwijndrecht en Rijkswaterstaat zal vóór de vaststelling van het bestemmingsplan nog nader onderzoek plaatsvinden om effecten en maatregelen beter in beeld te brengen. Het huidige verkeersmodel laat die effecten nog niet goed zien. In dat kader zal ook nagegaan worden of het noodzakelijk is om maatregelen te treffen die de knelpunten (deels) kunnen wegnemen. Voor een aantal knelpunten laat het verkeersonderzoek al zien welke maatregelen mogelijk zijn.

2.2.4.2 Langzaam verkeer en OV In het Masterplan is in hoofdopzet de toekomstige verkeersstructuur voor langzaam verkeer bepaald. In de OER is onderzocht of die inrichting aan het STOMP-principe voldoet. De autovrije opzet van de wijk geeft alle ruimte aan voetgangers. Voor fietsers zijn doorgaande fietspaden gepland met aansluiting op de bovenwijkse fietsverbindingen, inclusief de nog aan te leggen snelfietsverbinding F16. Ter plaatse van de kruising busbaan, aansluiting fietsspiraal en oversteekbaarheid Weeskinderendijk Zuid en Laan der Verenigde Naties is nog geen sprake van hindernisvrije verbindingen. Dit zou nog te optimaliseren zijn door een aangepast ontwerp ter plaatse van deze hindernissen. De bereikbaarheid van het openbaar vervoer is nog niet optimaal. De afstand tot de ingang van het station ligt tussen de 1.000 en 1.500 meter. Dat ligt onder de minimale kwaliteit maar is volgens de parkeervisie (bijlage 11) wel voldoende om de 'last mile' via ander deelvervoer in te vullen. De bereikbaarheid met de bus voldoet. Een groot deel van de woningen ligt binnen een afstand van 250 meter (optimale kwaliteit) en alle woningen binnen een afstand van 500 meter (minimale kwaliteit). Optimalisaties zijn nog mogelijk door verbeterde looproutes naar de bushaltes te realiseren.

2.2.4.3 Parkeren In de parkeervisie (bijlage 11) is onderzocht of de bouw van 2.200 woningen mogelijk is met een lage parkeernorm. Dat onderzoek is gebaseerd op de geldende beleidsregels voor parkeren in Dordrecht. Door toepassing van reductiefactoren (nabijheid OV, fietsverbindingen, deelauto's etc) is op basis van het programma uit het Masterplan berekend dat een parkeernorm van 0,3 haalbaar is. In het stedenbouwkundig ontwerp zijn deze maatregelen tot toepassing van de reductiefactoren, meegenomen en voorzien van dekking in de exploitatieopzet voor het Maasterras. Alleen de maatregel peoplemover is nog niet voorzien. Er wordt nog gezocht naar een alternatieve oplossing. In het uiterste geval zal de parkeernorm iets hoger uitkomen. Op basis van de parkeervisie is ook duidelijk hoeveel parkeerplaatsen in het plangebied gerealiseerd gaan worden: 973 parkeerplaatsen. Dat zijn zowel de parkeerplaatsen voor bewoners, bezoekers en voor de voorzieningen in het plangebied. Daarnaast moeten nog 750 parkeerplaatsen voor de binnenstad beschikbaar zijn. In het Masterplan wordt uitgegaan van Hub's van 893 parkeerplaatsen in deelgebied Maaspark en 600 parkeerplaatsen in het deelgebied de Tuinbuurt. Dat is in totaal, met dubbelgebruik, voldoende om de parkeerbehoefte van zowel de binnenstad als het Maasterras op te vangen.

18

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

Naast een parkeernorm voor auto's geldt ook een norm voor fietsen. Ieder bouwplan zal moeten voorzien in voldoende fietsparkeren. Vanwege de lage parkeernorm is er per woning meer ruimte voor de fiets noodzakelijk. In de parkeervisie is dit nader uitgewerkt (bijlage 11). Uitgaande van 2.200 woning is er een parkeervraag voor 6.259 fietsen. 2.2.5

Participatie

Door zowel Rijkswaterstaat als de gemeente Zwijndrecht evenals een groot aantal bewoners en bedrijven in en buiten het Maasterras is gereageerd op het voornemen de stadsbrug af te sluiten. Nader verkeers- en maatregelenonderzoek zal moeten aantonen dat afsluiting (op termijn) mogelijk is. Vóór de vaststelling van het bestemmingsplan door de raad zal dit onderzoek worden afgerond. Door de fietsersbond is verzocht ook het effect op verkeersstructuur buiten het plangebied in beeld te brengen. Het verkeersonderzoek brengt dat in beeld. Zie in dit verband ook het geluidsonderzoek dat laat zien dat de toename geluidsoverlast beperkt blijft (paragraaf 2.3.4.4). Vanwege STOMP wordt meer aandacht gevraagd voor wandelen (naast fietsen), meer aandacht voor verkeersveiligheid en prioriteit voor de koppositie voor het fietsverkeer. Ook wijst de fietsersbond op de knelpunten ten aanzien van de hindernisvrije aansluitingen voor fietsers. De optimalisaties uit de OER zouden deze knelpunten kunnen wegnemen maar zijn niet overgenomen in het Masterplan. Stedenbouwkundig blijkt het wegnemen van deze hindernissen niet optimaal in te passen. het Dordts woongenootschap en SLOW zetten in op winkels en zorgvoorzieningen op loopafstand. Het beperken van autoverkeer is een aandachtspunt. Met alle basisvoorzieningen op loopafstand wordt aan dit verzoek tegemoet gekomen.

De Veiligheidsregio Zuid Holland Zuid vraagt aandacht voor de stamlijn in verband met verkeersveiligheid. Omdat in het Masterplan de stamlijn niet meer terugkomt zal dit knelpunt verdwijnen. Het Zeehavenbedrijf vraagt aandacht voor de bereikbaarheid van de werkgebieden voor fietsverkeer, de overbelaste kruispunten en de oplossingen daarvoor. In het Masterplan is hier uitwerking aan gegeven door de bereikbaarheid van auto en fiets via de Laan der Verenigde Naties in stand te houden, en goede aansluitingen te geven op het plangebied. De aansluiting van het kruispunt met de Mijlweg is in het verkeersrapport (bijlage 10) aangemerkt als overbelast, maar nog niet als structureel knelpunt. Maatregelen vanwege het Maasterras worden niet noodzakelijk geacht. Bij de uitwerking van fase 2 Maasterras zal de bereikbaarheid opnieuw onderwerp van nadere studie zijn. 2.2.6

Vertaling in dit bestemmingsplan

Voor het doel bereikbare stad komt de OER uit op de volgende score. De rode lijn geeft de minimale score aan die is gedefinieerd op basis van de ambities in de Omgevingsvisie.

De uitkomsten van de OER maken nader onderzoek noodzakelijk om na te gaan of de minimale kwaliteit gehaald kan worden als het gaat om autobereikbaarheid. Hiervoor dient onder andere afgestemd te worden met de gemeente Zwijndrecht en Rijkswaterstaat. Voor de overige onderdelen zijn in dit bestemmingsplan de volgende regels opgesteld die moeten borgen dat bij de uitvoering van dit bestemmingsplan ook de in de OER vastgelegde ambitie gehaald wordt:  De verkeerstructuur uit het Masterplan is binnen het bestemmingsplan overgenomen door alleen autoverkeer toe te staan binnen de bestemming Verkeer. Binnen de bestemming Woongebied en Groen-Park wordt de beoogde langzaam verkeersstructuur mogelijk gemaakt.  Binnen de bestemming Woongebied worden auto's niet toegestaan, anders dan via ontheffing. Parkeren kan alleen binnen de geprojecteerde HUB's.  De parkeernorm van 0,3 wordt op de gebruikelijke wijze getoetst aan de beleidsregel parkeren. Ieder bouwplan zal door een mobiliteitsplan moeten aantonen hoe deze norm gehaald wordt. Daarmee wordt toepassing van het STOMP-principe ook concreet: reductie op parkeernormen is alleen mogelijk als aan de voorwaarden wordt voldaan die ook vanuit STOMP gesteld worden.

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

19

2.3

Indien de parkeernorm niet gehaald wordt is een hogere parkeernorm mogelijk doordat het bestemmingsplan toestaat meer parkeerplaatsen te bouwen in de HUB's. De bovengrens wordt bepaald door het aantal verkeersbewegingen. In het verkeers- en geluidonderzoek is rekening gehouden met de verkeersgeneratie van 3.000 woningen in fase 1. In het mobiliteitsplan zal aangetoond moeten worden dat de hogere parkeernorm niet leidt tot een te hoge verkeergeneratie.

Gezonde stad

De gezonde stad is een prioritair doel in de Omgevingsvisie. Dat betekent dat het Maasterras minimaal moet bijdragen aan het halen van de doelen zoals geformuleerd is in de Omgevingsvisie. Het doel gezonde stad wordt in de Omgevingsvisie breed opgevat. Het betreft niet alleen de diverse milieu-aspecten maar ook bijvoorbeeld het realiseren van een prettige woonomgeving. Het doel gezonde stad kent de volgende relevante omgevingsaspecten die in deze paragraaf onderzocht zijn:  spelen, bewegen en ontmoeten;  bodemkwaliteit  externe veiligheid;  geluid;  luchtkwaliteit;  bedrijven en milieuzonering;  trillingen;  overige aspecten. 2.3.1 Huidige situatie 2.3.1.1 Spelen, bewegen en ontmoeten In het plangebied zijn enkele speelvoorzieningen aanwezig, waaronder skatebanen, trapveldjes en speelterreintjes (zie de afbeelding overgenomen uit de foto van de leefomgeving).

20

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

2.3.1.2 Bodem De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid heeft een globale inschatting van de verontreinigingssituatie van de bodem gemaakt. Deze inschatting is gebaseerd op eerder uitgevoerde onderzoeken binnen het plangebied. Samenvattend blijkt hieruit dat binnen het plangebied diverse verontreinigingen aanwezig zijn. In de ontwikkelfase is dus bodemsanering nodig. In het westelijk deel van deelgebied Maaspark ter plaatse van het emplacement en het parkeerterrein is mogelijk bodemverontreiniging aanwezig, waarvan sanering technisch en/of financieel niet uitvoerbaar is. 2.3.1.3 Externe Veiligheid In en rond het plangebied zijn risicobronnen aanwezig. Dit betreft industrie, het spoor Kijfhoek- Lage Zwaluwe de A16 en de Oude Maas. Een gevolg hiervan is dat er binnen het plangebied aandachtsgebieden voor externe veiligheid aanwezig zijn. Deze aandachtsgebieden verschillen per risicobron. Voor transportroutes gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen in het Basisnet (waaronder de spoorlijn direct ten noorden van het plangebied) gaan de volgende aandachtsgebieden gelden, gemeten vanaf het spoor:  een brandaandachtsgebied van 30 meter;  een explosieaandachtsgebied van 200 meter;  een (concept) gifwolkaandachtsgebied van 300 meter.

Voor industriële risicobronnen varieert de omvang van de vaste aandachtsgebieden per risicobron of moet de omvang van de aandachtsgebieden door middel van berekening worden vastgesteld. Binnen deze aandachtsgebieden moet rekening worden gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit (het groepsrisico). Binnen deze aandachtsgebieden kunnen aanvullende bouwkundige voorschriften van toepassing zijn, zoals splinterwerend glas en daar bijhorende maatregelen De Omgevingsvisie van de gemeente Dordrecht geeft de kaders aan voor ontwikkelingen binnen de aandachtsgebieden en de toepassing van aanvullende bouwkundige maatregelen. 2.3.1.4 Geluid Binnen het plangebied is het geluid van diverse geluidsbronnen te horen:  Spoor  Industrie  Snelweg A16  Wegverkeer overig  Scheepvaart Het geluid van al deze bronnen opgeteld levert in het hele plangebied geluidniveaus op die ruim uitkomen boven de voorkeursgrenswaarden van 48 dB. De laagste geluidbelasting in het plangebied is 60 dB langs de Weeskinderendijk oplopend tot 75 dB langs de drukke wegen in het plangebied. Zie voor een nadere toelichting de foto van de leefomgeving (bijlage 2).

2.3.1.5 Luchtkwaliteit Op basis van de NSL Monitoringstool kan een beeld gevormd worden van de concentraties luchtverontreinigende stoffen in en rondom Maasterras in de huidige situatie.  Stikstofdioxide (NO2): de concentraties liggen tussen de 20 en 30 ug/m 3. Deze voldoen aan de wettelijke grenswaarde en WHO-advieswaarde (2005) van 40 ug/m3 maar de WHO-advieswaarde va 2021 van 10 ug/m3 wordt niet behaald.  Fijn stof (PM10): de concentraties fijn stof in en rond het plangebied liggen tussen de 18 en 21 ug/m3. Daarmee liggen de concentraties rond de WHO-advieswaarden van 2005, de WHOadvieswaarde van 2021 wordt in en om het plangebied niet gehaald.  Fijnstof (PM2,5): de concentraties PM2,5 liggen tussen de 8 tot 9 ug/m3.Daarmee voldoen ze aan de wettelijke grenswaarde en aan de WHO advieswaarde van 2005. De WHO-advieswaarde van 2021 wordt in en om het plangebied niet gehaald. Zie voor een nadere toelichting de foto van de leefomgeving (bijlage 2).

Bestemmingsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

21

2.3.1.6 Bedrijven en milieuzonering Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als bedrijventerrein Weeskinderendijk. In de directe omgeving zijn geen bedrijven gevestigd die een milieucontour hebben binnen het plangebied anders dan genoemd in paragraaf 2.3.1.3 (externe veiligheid) en 2.3.1.4 (geluid). 2.3.1.7 Trillingen Binnen een zone van 100 meter vanaf het spoor moet rekening worden gehouden met trillingen in het plangebied. 2.3.1.8 Overige belemmeringen In het plangebied zijn geen overige planologisch relevante belemmeringen aanwezig zoals geurcontouren, straalpaden, (hoog)spanningsleidingen of routes voor vliegverkeer. Voor windhinder en bezonning zie paragraaf 2.1 Aantrekkelijke stad. 2.3.2

Wettelijke kaders

2.3.2.1 Spelen, bewegen en ontmoeten Voor spelen, bewegen en ontmoeten zijn geen wettelijke eisen van toepassing. 2.3.2.2 Bodem Het nationale bodembeleid is geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situaties (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit tenminste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is, waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. 2.3.2.3 Externe veiligheid Rijk Op basis van diverse wettelijke voorschriften zoals de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, het Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit externe veiligheid buisleidingen dienen bij het opstellen van dit bestemmingsplan minimaal de normen voor plaatsgebonden risico in acht te worden genomen voor zover het bestemmingsplan kwetsbare of zeer kwetsbare bestemmingen toelaat. Daarnaast gelden aandachtsgebieden waarbinnen een afweging moet worden gemaakt of nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen maatschappelijk aanvaardbaar worden geacht.

Als binnen het aandachtsgebied 'brand' (beperkt) kwetsbare objecten worden gerealiseerd moeten deze voldoen aan de brandvoorschriften uit het Bouwbesluit 2012. In het plangebied worden binnen het aandachtsgebied 'brand' geen (zeer) kwetsbare en beperkt kwetsbare bestemmingen voorzien. Het Bouwbesluit is hier niet relevant. Als binnen de aandachtsgebieden 'explosie' en 'toxisch' (beperkt) kwetsbare objecten worden gerealiseerd is nu nog niets geregeld in het Bouwbesluit. Straks onder de Omgevingswet is dat wel het geval. In de artikelen 4.90 tot en met 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn naast de brandvoorschriften uit het Bouwbesluit ook voorschriften gesteld bij een explosie zoals de eis van splinterwerend glas. In het vierde lid van artikel 4.124 van het Besluit bouwwerken leefomgeving is geregeld dat een mechanische ventilatievoorziening bij een externe calamiteit handmatig uitgeschakeld moet kunnen worden. Provincie (Verordening Ruimte) Het provinciaal Omgevingsbeleid stelt voor het plangebied geen aanvullende regels ten aanzien van externe veiligheid.

22

Bestemminsplan Maasterras fase 1 (ontwerp)

Gemeente Op basis van diverse wettelijke voorschriften dient de gemeente aandacht te besteden aan het onderwerp externe veiligheid in ruimtelijke plannen. Hiervoor heeft Dordrecht in 2005 gemeentelijk risicobeleid vastgesteld in het "Toetsingskader Externe Veiligheid". Dit beleid staat aan de basis van het in de Omgevingsvisie geformuleerde risicobeleid. De Omgevingsvisie geeft, naast de omgang met het plaatsgebonden risico, de kaders aan voor de omgang groepsrisico in relatie tot aandachtsgebieden, het aanwijzen van voorschriftengebieden, functietoedeling en de toepassing van aanvullende bouwkundige maatregelen . 2.3.2.4 Geluid Nieuwe woningen In de Wet geluidhinder zijn normen opgenomen voor geluidbelastingen op de gevels van de te bouwen nieuwe woningen en andere geluidgevoelige gebouwen in het plangebied. Per bron is onderzoek nodig of voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarden. Ontheffing is mogelijk tot de maximale ontheffingswaarde mits voorzien van een goede onderbouwing, waarbij ook gekeken wordt naar het geluid van andere bronnen (cumulatie). In het geval dat woningen gebouwd worden met 'dove gevels' gelden de geluidwaarden niet op de dove gevel.

Bestaande woningen Voor bestaande woningen dient uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening (jurisprudentie) te worden nagegaan of de ontwikkeling van het Maasterras en de toename van het autoverkeer leidt tot hogere geluidsbelastingen op bestaande woningen. Bij een toename van 2 dB of meer boven de voorkeursgrenswaarde is in ieder geval een nadere onderbouwing en afweging noodzakelijk. 2.3.2.5 Luchtkwaliteit De Wet milieubeheer (Wm) vormt de grondslag voor de beoordeling van luchtkwaliteit. In deze wet zijn grenswaarden gesteld voor zeven stoffen en richtwaarden voor vijf stoffen met betrekking tot de concentraties in de buitenlucht. In Nederland zijn NO2 en PM10 het meest kritisch. Daarnaast is per 1 januari 2015 ook voor zeer fijn stof (PM2,5) een jaargemiddelde grenswaarde van kracht. Op basis van het besluit gevoelige bestemming luchtkwaliteit is er een zone van 300 meter (gemeten vanaf de zijkant van A16) vastgesteld. Gevoelige functies zoals scholen of een kinderdagverblijf zijn, bij dreigende overschrijdingen van grenswaarden slechts toegestaan als dit niet leidt tot een toename van het aantal ter plaatse verblijvende personen. 2.3.2.6 Trillingen In het Besluit kwaliteit leefomgeving staan de instructieregels voor trillingen. Deze instructieregels zijn gericht op de bescherming van de gezondheid en het milieu.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/756/documents/31778