CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbesluit tweede wijziging omgevingsplan gemeente Dordrecht (besluitdocument).pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 3 juni 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen tweede wijziging omgevingsplan voor bodem, Bouwhuyslocatie, Zuidbuitenpoldersekade en bedrijventerreinen - Raadsvoorstel44.046 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Omgevingsplan Dordrecht 2024-02 Besluit tot wijziging van het omgevingsplan Dordrecht voor bodem, Bouwhuyslocatie en andere onderwerpen - ONTWERP Het COLLEGE van BURGEMEESTER EN WETHOUDERS van Dordrecht; • gezien het voorstel van burgemeester en wethouders inzake Terinzagelegging wijziging omgevingsplan voor bodem, Bouwhuyslocatie en andere onderwerpen; • gelet op de doelen uit de omgevingsvisie voor Dordrecht; • gelet op de artikelen 2.4, 4.1 en 4.2 van de Omgevingswet; besluit:

Artikel I Voor te stellen het omgevingsplan van Dordrecht te wijzigen zoals is weergegeven in Bijlage A.

Artikel II Dit ontwerpbesluit voor 'wijziging omgevingsplan Dordrecht voor bodem, Bouwhuyslocatie en andere onderwerpen' inclusief bijbehorende stukken ter inzage te leggen vanaf 27 november 2024 tot en met 8 januari 2025. Aldus uitgevoerd door de gemeente Dordrecht, 25 november 2024 secretaris, C.H.W.M. Post burgemeester, P.A.C.M. van der Velden

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

Bijlage A artikel I A Hoofdstuk 1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.

Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

2.

Bijlage I, bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

Artikel 1.2 Normadressaat uitvoeren activiteiten Aan de regels in dit omgevingsplan wordt voldaan door degene die de activiteit verricht of laat verrichten, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. B Artikel 2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.1 Doelen Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. aantrekkelijke stad; 1°. behoud en waar mogelijk versterking van cultuurhistorische waarden; 2°. het water binnenhavens optimaal benutten; 3°. voldoende ruimte bieden aan voorzieningen, sportfaciliteiten, winkels en 1e lijn medische zorg en groenvoorzieningen en streven naar multifunctioneel ruimtegebruik; 4°. het maken van sterke en gedifferentieerde leefbare woonwijken waar bewoners zich thuis voelen, waarbij het streven is naar een optimalisatie van evenwicht tussen woningvraag en het woningaanbod; 5°. waar nodig de kwaliteit van de huidige woningvoorraad verbeteren; 6°. hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte waarbij het streven is naar participatie in inrichting en beheer. b. bereikbare stad; 1°. Dordrecht moet een echte fietsstad worden; 2°. stimuleren van het (H)OV; 3°. parkeerbeleid en innovatieve verkeersoplossingen dragen bij aan het verminderen van het autogebruik; 4°. werken aan een optimale bereikbaarheid van economische kerngebieden. c. gezonde stad; 1°. bewoners verleiden tot meer bewegen; 2°. voldoende mogelijkheden voor zelfredzaamheid van inwoners; 3°. streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit: zicht op WHO norm; 4°. overlast van het goederenvervoer op het spoor, dwars door de stad, beperken; 5°.

inzetten op een akoestisch aanvaardbare woon-, werk- en leefomgeving; 6°. gestaag verbeteren van de bodemkwaliteit; 7°. stimuleren van een veilig leefklimaat door samenwerking tussen bewoners en organisaties. d. uitstekend vestigingsklimaat; 1°. de aantrekkingskracht van Dordrecht behouden en versterken; 2°. Dordrecht is koploper in maritieme maakindustrie en blijft innoveren; 3°. koppelen van onderwijs- en arbeidsmarktbeleid: “In Dordt kun je gegarandeerd aan de slag”;

2

e.

f.

g.

4°. investeren in het potentieel van jongeren; 5°. bestaande bedrijventerreinen, waaronder de Zeehaven, revitaliseren met aandacht voor duurzaamheid, circulaire economie en watergebonden bedrijvigheid; 6°. Dordt hoort tot de top 5 van MKB-vriendelijkste gemeenten. klimaatbestendig; 1°. Dordrecht is in 2040 een zelfredzaam eiland; 2°. Dordt verstrekt haar robuuste groenblauwe structuur tot aan de voordeur; 3°. Dordrecht bouwt klimaatadaptief. energieneutraal; 1°. Dordt zet in op circulariteit bij gebiedsontwikkeling; 2°. bieden van een handelingsperspectief voor energiebesparing aan inwoners en bedrijven; 3°. alle huizen en gebouwen worden gefaseerd aardgasvrij; 4°. alle energie die nodig blijft, wordt duurzaam opgewekt. behoud biodiversiteit; 1°. een natuurinclusieve inrichting bij herinrichting en ontwikkeling; 2°. streven naar maximaal ecologisch beheer van de landschapstypologieën benoemd in de visie; 3°. groenblauw Eiland van Dordrecht; 4°. monitoren van de biodiversiteit.

C Het opschrift van paragraaf 4.1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.1.1 Functies GERESERVEERD D Paragraaf 4.1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.1.3 Evenementen [Gereserveerd] [Vervallen] E Paragraaf 4.1.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.1.4 Bouwwerken [Gereserveerd] [Vervallen] F Paragraaf 4.1.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.1.5 Bovengrondse en ondergrondse infrastructuur [Gereserveerd] [Vervallen] G Paragraaf 4.1.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

3

Paragraaf 4.1.6 Openbaar gebied activiteit [Gereserveerd] [Vervallen] H Paragraaf 4.1.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.1.7 Landschap [Gereserveerd] [Vervallen] I Paragraaf 4.1.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.1.8 Bodem [Gereserveerd] [Vervallen] J Paragraaf 4.1.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.1.9 Geluid [Gereserveerd] [Vervallen] K Paragraaf 4.1.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.1.10 Omgevingsveiligheid [Gereserveerd] [Vervallen] L Paragraaf 4.1.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.1.11 Gezondheid [Gereserveerd] [Vervallen] M Paragraaf 4.1.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

4

Paragraaf 4.1.12 Milieu overig [Gereserveerd] [Vervallen] N Paragraaf 4.1.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.1.13 Energie [Gereserveerd] [Vervallen] O Paragraaf 4.1.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.1.14 Water [Gereserveerd] [Vervallen] P Paragraaf 4.1.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.1.15 Natuur [Gereserveerd] [Vervallen] Q Afdeling 4.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.2 Gebieden Paragraaf 4.2.1 Agrarisch Buitengebied [Gereserveerd]

Paragraaf 4.2.2 Centrum [Gereserveerd]

Paragraaf 4.2.3 Industrie [Gereserveerd]

Paragraaf 4.2.4 Woongebied [Gereserveerd] [Vervallen] R

5

Het opschrift van hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 5 Functies Gebruiksactiviteiten S Afdeling 5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 5.1 Algemene regels functies gebruiksactiviteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 5.1.1 Regels voor de locatie begrensd gebied Artikel 5.1 Toepassingsbereik gebruiksactiviteiten 1.

De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op gebruiksactiviteiten binnen de locatie 'begrensd gebied'.

2.

Onder een gebruiksactiviteit wordt verstaan: de activiteit gronden en bouwwerken gebruiken.

3.

Deze paragraaf gaat niet over activiteiten die worden verricht in het openbaar toegankelijk gebied.

Artikel 5.2 Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Artikel 5.3 Toegestane gebruiksactiviteiten 1.

Het is uitsluitend toegestaan gebruiksactiviteiten te verrichten overeenkomstig de regels in de afdelingen 5.2 t/m 5.14.

2.

In aanvulling op het eerste lid geldt dat tevens een gebruiksactiviteit is toegestaan die: a. betrekking heeft op het inrichten of in stand houden van gronden voor groen, natuur, nutsvoorzieningen, parkeren op eigen terrein, perceelsontsluitingen en water; en b. ondersteunend en ondergeschikt is aan de gebruiksactiviteit die feitelijk wordt uitgeoefend.

Artikel 5.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen nieuwe gebruiksactiviteit starten 1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning gebruiksactiviteiten te starten of wijzigen die leiden tot een toename van de parkeerbehoefte voor auto of fiets.

2.

Binnen de locatie 'woonomgeving' is het verboden zonder omgevingsvergunning een activiteit te starten of te wijzigen die leidt tot hinder voor de woonomgeving.

Artikel 5.5 Aanvraagvereisten nieuwe gebruiksactiviteit Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrond met daarop aangegeven het huidige gebruik in m2 bruto-vloeroppervlakte en het nieuwe aangevraagde gebruik in m2 bruto-vloeroppervlakte; b. een motivering van de parkeerbehoefte volgens formulier parkeerbehoefte; en c. een onderzoek woonhinder, met name voor stemgeluid, binnen de locatie 'woonomgeving' volgens formulier woonhinder.

Artikel 5.6 Beoordelingsregel nieuwe gebruiksactiviteit De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4 wordt in ieder geval verleend als: a. voldaan wordt aan de parkeernormering voor auto, fiets en laadvoorzieningen zoals vastgesteld in de beleidsregel parkeren bij nieuwbouwprojecten; en b. de gebruiksactiviteit niet leidt tot onevenredige toename van hinder voor de woonomgeving.

6

Artikel 5.7 Voorrangsbepaling Binnen de locatie 'begrensd gebied' zijn de regels in afdeling 22.2 die zien op het gebruik van gronden en bouwwerken niet van toepassing, tenzij in dit hoofdstuk anders is aangegeven.

Paragraaf 5.1.2 Aanvullende regels Subparagraaf 5.1.2.1 Regels afwijkend gebruik BOPA Artikel 5.8 Afwijkend gebruik BOPA Binnen de locatie 'bopa afwijking' zijn tevens gebruiksactiviteiten toegestaan overeenkomstig de beschrijving zoals opgenomen per adres in het register BOPA's.

Subparagraaf 5.1.2.2 Regels bedrijventerreinen met hoge milieucategorie Artikel 5.9 Toepassingsbereik gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'bedrijfsactiviteit' binnen de locatie 'bedrijventerrein met hoge milieucategorie'.

Artikel 5.10 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie Binnen de locatie 'bedrijventerrein met hoge milieucategorie' is het verboden zonder omgevingsvergunning de gebruiksactiviteit 'bedrijfsactiviteit' te starten die betrekking heeft op: a. bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 of 2; b. het splitsen van een bedrijf in twee of meer bedrijven; c. een bedrijfsverzamelgebouw met een of meer eenheden die kleiner zijn dan 200 m2.

Artikel 5.11 Vergunningvrije gevallen bedrijventerreinen hoge milieucategorie Het verbod, bedoeld in artikel 5.10, is niet van toepassing op het uitvoeren van de gebruiksactiviteit 'bedrijfsactiviteit' als daarvoor niet tevens een omgevingsvergunning voor de activiteit 'gebouw bouwen' is vereist.

Artikel 5.12 Aanvraagvereisten nieuwe gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt een onderbouwing verstrekt dat de gebruiksactiviteit geen afbreuk doet aan de beschikbaarheid van bedrijfskavels voor milieucategorie 3.1 en hoger.

Artikel 5.13 Beoordelingsregel gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie De omgevingsvergunning als bedoeld in REF(Artikel 5.11 asdsad,LABEL EN NUMMER,LOWER_CASE) wordt in ieder geval verleend als binnen de locatie 'bedrijventerrein met hoge milieucategorie' de gebruiksactiviteit geen afbreuk doet aan een doelmatig gebruik en inrichting van het bedrijventerrein ten behoeve van bedrijfsactiviteiten in de milieucategorieën 3.1 en hoger.

Artikel 5.14 Voorrangsregels gebruiksactiviteit bedrijventerreinen hoge milieucategorie Regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, blijven onverminderd van toepassing. T Afdeling 5.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 5.7 Horeca-activiteiten [Gereserveerd]

7

Paragraaf 5.7.1 Horeca 1 activiteiten Artikel 5.15 Toepassingsbereik horeca 1 De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op gebruiksactiviteit 'horeca-activiteit 1' binnen de locatie 'horeca 1'.

Artikel 5.16 Toegestane gebruiksactiviteiten horeca 1 Binnen de locatie 'horeca 1' is de gebruiksactiviteit 'horeca-activiteit 1' toegestaan.

Artikel 5.17 Omvang en situering horeca 1 De bruto-vloeroppervlakte aan de gebruiksactiviteit 'horeca-activiteit 1' mag niet meer bedragen dan de omgevingsnorm [maximum vloeroppervlakte bruto horeca 1], gemeten in vierkante meters (m2). U Afdeling 5.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 5.9 Maatschappelijke activiteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 5.9.1 Maatschappelijk niet-milieugevoelig Artikel 5.18 Toepassingsbereik maatschappelijk niet-milieugevoelig 1.

De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'maatschappelijke activiteit niet-milieugevoelig' binnen de locatie 'maatschappelijk niet-milieugevoelig'.

2.

Onder een gebruiksactiviteit 'maatschappelijke activiteit niet-milieugevoelig' wordt verstaan: een niet-milieugevoelige activiteit gericht op sociale, maatschappelijke, educatieve of openbare dienstverlening, met inbegrip van gezondheidszorg, zorg- en welzijn, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, religie, uitvaart en begraafplaats, bibliotheek en verenigingsleven, anders dan een recreatie-activiteit of sportactiviteit.

Artikel 5.19 Toegestane gebruiksactiviteiten maatschappelijk niet-milieugevoelig Binnen de locatie 'maatschappelijk niet-milieugevoelig' is de gebruiksactiviteit 'maatschappelijke activiteit niet-milieugevoelig' toegestaan.

Artikel 5.20 Omvang en situering maatschappelijk niet-milieugevoelig De bruto-vloeroppervlakte aan de gebruiksactiviteit 'maatschappelijke activiteit niet-milieugevoelig' mag niet meer bedragen dan de omgevingsnorm [maximum vloeroppervlakte bruto maatschappelijk niet-milieugevoelig], gemeten in vierkante meters (m2). V Afdeling 5.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 5.11 Recreatie-activiteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 5.11.1 Recreatie - dagrecreatie Artikel 5.21 Toepassingsbereik recreatie-activiteiten dagrecreatie 1.

8

Deze paragraaf is van toepassing op de gebruiksactiviteit 'dagrecreatie-activiteit' binnen de locatie 'recreatie-dagrecreatie'.

2.

Onder dagrecreatie-activiteit wordt verstaan: dagrecreatie.

Artikel 5.22 Toegestane gebruiksactiviteiten recreatie-dagrecreatie Binnen de locatie 'recreatie-dagrecreatie' is de gebruiksactiviteit 'dagrecreatie-activiteit' toegestaan. W Afdeling 5.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 5.14 Wonen [Gereserveerd]

Paragraaf 5.14.1 Wonen algemeen Artikel 5.23 Toepassingsbereik wonen algemeen 1.

De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de gebruiksactiviteit 'woonactiviteit'.

2.

Onder woonactiviteit wordt verstaan: wonen.

Artikel 5.24 Toegestane gebruiksactiviteiten wonen algemeen Binnen de locatie 'wonen' is de gebruiksactiviteit 'woonactiviteit' toegestaan.

Artikel 5.25 Omvang en situering wonen algemeen Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan de omgevingsnorm [maximum aantal woningen].

Artikel 5.26 Mantelzorg bij bestaand bouwwerk Het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg is toegestaan. X Afdeling 6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 6.1 Bouwwerken algemeen [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.1 Regels voor de locatie begrensd gebied Artikel 6.1 Toepassingsbereik bouwwerken algemeen De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de volgende activiteiten binnen de locatie 'begrensd gebied': a. 'gebouw bouwen'; b. 'bijbehorend bouwwerk bouwen'; c. 'ander bouwwerk bouwen'; d. 'bouwwerk in stand houden'.

Artikel 6.2 Oogmerken bouwwerken algemeen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; en b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken.

9

Artikel 6.3 Repressief welstand 1.

Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in dit omgevingsplan aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.

Artikel 6.4 Wijze van meten Bij het bouwen van bouwwerken wordt op de volgende wijze gemeten: a. bebouwingsgebied: achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; b. bouwhoogte: de afstand vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen; c. dakhelling: de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak; d. oppervlakte van een bouwwerk: de oppervlakte, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; en e. straatpeil: voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; en voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

Artikel 6.5 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.

Artikel 6.6 Voorrangsbepaling Binnen de locatie 'begrensd gebied' zijn de regels in paragraaf 22.2.7 Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken en de regels in de artikelen 22.5 en 22.7 niet van toepassing, tenzij in dit hoofdstuk anders is aangegeven. Y Afdeling 6.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 6.3 Bouwwerk slopen in een gemeentelijk beschermd of rijksbeschermd stadsof dorpsgezicht stand houden [Gereserveerd]

Artikel 6.7 Toepassingsbereik bouwwerk in stand houden De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de activiteit 'bouwwerk in stand houden' binnen de locatie 'begrensd gebied'.

Artikel 6.8 Algemene regel instandhouding bouwwerk Het is verboden een bouwwerk zonder omgevingsvergunning in stand te houden, tenzij het bouwwerk in dit omgevingsplan of het Besluit bouwwerken leefomgeving is aangewezen als vergunningvrij geval.

10

Artikel 6.9 Voorrangsbepaling Binnen de locatie 'begrensd gebied' zijn de regels in paragraaf 22.2.7 niet van toepassing. Z Afdeling 6.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 6.4 Gebouw Bouwwerk bouwen [Gereserveerd]

Paragraaf 6.4.1 Regels gebouw bouwen begrensd gebied Artikel 6.10 Toepassingsbereik gebouw bouwen Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'gebouw bouwen' binnen de locatie 'begrensd gebied'.

Artikel 6.11 Algemene regels gebouw bouwen Voor de activiteit 'gebouw bouwen' gelden de volgende eisen: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen de locatie 'bouwvlak'; b. binnen de locatie 'bouwvlak' mag de bouwhoogte in meters niet meer bedragen dan bepaald door de omgevingsnorm [maximum bouwhoogte]; en c. ondergronds mag niet dieper worden gebouwd dan één bouwlaag onder straatpeil.

Artikel 6.12 Uitzonderingen op de algemene regels De algemene regels in artikel 6.11 zijn niet van toepassing op gebouwen als bedoeld in artikel 22.36 onderdeel a.

Artikel 6.13 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen gebouw bouwen 1.

Het is verboden binnen de locatie 'welstandsgebied' zonder omgevingsvergunning de activiteit 'gebouw bouwen' uit te voeren.

2.

Het is verboden binnen de locatie 'ontwikkelgebied' zonder omgevingsvergunning de activiteit 'gebouw bouwen' uit te voeren.

3.

Het verbod in het eerste en tweede lid geldt niet voor gebouwen als bedoeld in artikel 22.36 onderdeel a.

Artikel 6.14 Aanvraagvereisten gebouw bouwen Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan de gegevens en bescheiden verstrekt overeenkomstig artikel 22.35.

Artikel 6.15 Beoordelingsregels gebouw bouwen

11

1.

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand; en b. het bouwplan binnen de locatie 'ontwikkelgebied' voldoet aan een goede stedenbouwkundige kwaliteit.

2.

Bij de beoordeling van het eerste lid, onder a, wordt getoetst aan de Welstandsnota.

3.

Bij de beoordeling van het eerste lid, onder b, wordt getoetst of het gebouw voldoet aan de eisen met betrekking tot positie, bouwmassa, woningtype en programma zoals beschreven in de beleidsregel 'stedenbouwkundige voorwaarden ontwikkellocaties'.

Artikel 6.16 Advies Voordat over een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.15, eerste lid, onder a, wordt beslist, wordt door burgemeester en wethouders advies ingewonnen bij de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. AA Het opschrift van afdeling 6.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 6.5 Bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan bouwen, in stand houden of gebruiken BB Afdeling 6.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 6.6 Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken [Gereserveerd]

Paragraaf 6.6.1 Regels ander bouwwerk bouwen Artikel 6.17 Toepassingsbereik ander bouwwerk bouwen Deze afdeling is van toepassing op de activiteit 'ander bouwwerk bouwen' binnen de locatie 'begrensd gebied'.

Artikel 6.18 Verbod ander bouwwerk bouwen Binnen de locatie 'begrensd gebied' is het verboden de activiteit 'ander bouwwerken bouwen' uit te voeren.

Artikel 6.19 Uitzonderingen op het verbod ander bouwwerk bouwen Het verbod in artikel 6.18 is niet van toepassing op: a. straatmeubilair; b. buisleidingen; of c. erf- of perceelafscheidingen die voldoen aan de volgende eisen: 1°. niet hoger dan 2 m; en 2°. gelegen achter de lijn die loopt langs de voorkant van dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen. CC Het opschrift van hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 7 Overige activiteiten Activiteiten met een direct effect op het openbaar toegankelijk gebied DD Het opschrift van afdeling 7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 7.1 Roerende zaken opslaan Algemeen EE

12

Het opschrift van afdeling 7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 7.2 Bouwobject plaatsen Roerende zaken opslaan FF Het opschrift van afdeling 7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 7.3 Terras aanbrengen Bouwobject plaatsen GG Het opschrift van afdeling 7.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 7.4 Uitstallingen plaatsen Terras aanbrengen HH Het opschrift van afdeling 7.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 7.5 Weg aanleggen of veranderen Uitstallingen plaatsen II Het opschrift van afdeling 7.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 7.6 Parkeeractiviteit verrichten Weg aanleggen of veranderen JJ Het opschrift van afdeling 7.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 7.7 Reclame maken Parkeeractiviteit verrichten KK Het opschrift van afdeling 7.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 7.8 Uitweg Reclame maken, hebben of veranderen of het gebruik daarvan veranderen LL Het opschrift van afdeling 7.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 7.9 Standplaats innemen, in stand houden, of gebruiken Uitweg maken, hebben of veranderen of het gebruik daarvan veranderen MM

13

Na afdeling 7.9 worden twee afdelingen ingevoegd, luidende:

Afdeling 7.10 Standplaats innemen, in stand houden, of gebruiken [Gereserveerd]

Afdeling 7.11 Inrichten openbaar toegankelijk gebied ontwikkelgebied Artikel 7.1 Toepassingsbereik inrichten openbaar toegankelijk gebied 1.

De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de activiteit 'inrichten openbaar toegankelijk gebied' binnen de locatie 'ontwikkelgebied'.

2.

Onder inrichten openbaar toegankelijk gebied wordt verstaan: bouwrijp en woonrijp maken.

Artikel 7.2 Oogmerken inrichten openbaar toegankelijk gebied De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. de kwaliteit van het openbaar gebied; b. toegankelijkheid van het openbaar gebied; c. sociale veiligheid.

Artikel 7.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen inrichten openbaar toegankelijk gebied Het is verboden binnen de locatie 'ontwikkelgebied' zonder omgevingsvergunning de activiteit 'inrichten openbaar toegankelijk gebied' uit te voeren.

Artikel 7.4 Aanvraagvereisten inrichten openbaar toegankelijk gebied Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit 'inrichten openbaar toegankelijk gebied' worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening met de ligging van het projectgebied en het ontwikkelgebied; b. een inrichtingstekening met de ligging van water, groen en verkeer binnen het gehele ontwikkelgebied; c. een ecologisch onderzoek; d. een speelplan voor het gehele ontwikkelgebied; en e. een klimaatberekening voor het gehele ontwikkelgebied.

Artikel 7.5 Beoordelingsregels inrichten openbaar toegankelijk gebied 1.

De omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 7.3, wordt alleen verleend als de activiteit bijdraagt aan de kwaliteit van het openbaar gebied.

2.

Bij de beoordeling geven burgemeester en wethouders toepassing aan de inrichtingseisen zoals opgenomen in de beleidsregel "stedenbouwkundige voorwaarden ontwikkellocaties".

NN Artikel 8.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.40 Toepassingsbereik Deze paragraaf afdeling is van toepassing op het verrichten van activiteiten op locaties met de functie-aanduiding rijksbeschermd stadsgezicht. OO Het opschrift van afdeling 10.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

14

Afdeling 10.1 Hoogspanningsverbindingen Algemeen PP Afdeling 10.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 10.2 Gasleidingen Hoogspanningsverbindingen [Gereserveerd]

Paragraaf 10.2.1 Algemene regels hoogspanningsverbindingen [Gereserveerd]

Paragraaf 10.2.2 Beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding [Gereserveerd]

Paragraaf 10.2.3 Beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding Artikel 10.1 Toepassingsbereik beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van activiteiten binnen de locatie 'beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding'.

Artikel 10.2 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het waarborgen van een goede en veilige energievoorziening.

Artikel 10.3 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit verricht binnen de locatie 'beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding' en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot het beschadigen of aantasten van een goede en veilige energievoorziening, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze beschadiging of aantasting te voorkomen.

Artikel 10.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bovengrondse hoogspanningsverbinding 1.

Het is binnen de locatie 'beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding' verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'gebouw bouwen' en 'ander bouwwerk bouwen' uit te voeren.

2.

Het is binnen de locatie 'beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding' verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'grondwerkzaamheden verrichten' uit te voeren.

3.

Het is binnen de locatie 'beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding' verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'waterpeil wijzigen' uit te voeren.

4.

Het is binnen de locatie 'beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding' verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'bouwwerk slopen' uit te voeren.

Artikel 10.5 Vergunningvrije gevallen beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding Het verbod in artikel 10.4 is niet van toepassing op: a. het wijzigen van een bouwwerk, mits de oppervlakte en hoogte niet wordt vergroot en gebruik gemaakt wordt van de bestaande fundering; b. activiteiten die in opdracht van de beheerder van de bovengrondse hoogspanningsverbinding worden verricht; en

15

c.

normaal onderhoud van de bestaande situatie.

Artikel 10.6 Aanvraagvereisten vergunningplichtige gevallen bovengrondse hoogspanningsverbinding Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 10.4 wordt een tekening ingediend waarop wordt aangegeven waar de activiteit plaatsvindt en tot welke hoogte ten opzichte van de hoogspanningsverbinding.

Artikel 10.7 Beoordelingsregels vergunning beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding De omgevingsvergunning bedoeld in artikel 10.4 wordt alleen verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de bovengrondse hoogspanningsverbinding.

Artikel 10.8 Maatwerkvoorschriften Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over een activiteit bedoeld in artikel 10.3.

Artikel 10.9 Advies Voordat een maatwerkvoorschrift wordt gesteld of op een aanvraag omgevingsvergunning wordt beslist, wordt door burgemeester en wethouders advies ingewonnen bij de beheerder van de hoogspanningsverbinding. QQ Na afdeling 10.2 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

Afdeling 10.3 Leidingen [Gereserveerd] RR Het opschrift van hoofdstuk 11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 11 Bodem Milieu SS Het opschrift van afdeling 11.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 11.1 Toepassen van grond of baggerspecie Algemene bepalingen milieu TT Afdeling 11.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 11.2 Toepassen van bouwstoffen Bodem [Gereserveerd]

Paragraaf 11.2.1 Algemene bepalingen bodem Artikel 11.1 Oogmerken bodem De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

16

a. b. c. d. e.

het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de gezondheid; het beschermen van het milieu; het zuinig gebruik van energie en grondstoffen; en een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 11.2 Maatwerkvoorschriften bodem Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de paragrafen 11.2.2 tot en met 11.2.10 met uitzondering van de beperking voor maatwerkvoorschriften ten aanzien van grondwatersanering zoals gesteld in artikel 11.42.

Artikel 11.3 Aanwijzing bodembeheergebied met bijbehorende bodemkwaliteitskaarten Er is een locatie 'bodembeheergebied grond en baggerspecie' met daarbinnen 'bodemkwaliteitsklassen'en 'toepassingszones' voor het toepassen van grond of baggerspecie op of in de landbodem en voor het afwijken via een maatwerkvoorschrift van de kwaliteitseisen voor het toepassen van grond of baggerspecie op grond van de artikelen 4.1273, 4.1275 en 4.1279 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 11.4 Aanwijzing bodemfunctieklassen binnen bodembeheergebied Er zijn locaties die zijn ingedeeld in de volgende bodemfunctieklassen: a. landbouw/natuur; b. wonen; en c. industrie.

Paragraaf 11.2.2 Toepassen van grond of baggerspecie Artikel 11.5 Toepassingsbereik toepassen van grond of baggerspecie Deze paragraaf gaat over de activiteit 'toepassen van grond of baggerspecie op of in de landbodem'.

Artikel 11.6 Oogmerken toepassen grond of baggerspecie De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op het voorkomen van achteruitgang of verslechtering van de bestaande gebiedskwaliteit, waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.

Artikel 11.7 Verbod toepassen thermische gereinigde grond Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in afwijking van paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verboden thermisch gereinigde grond toe te passen.

Artikel 11.8 Bodemvreemd materiaal in toe te passen grond of baggerspecie Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in afwijking van artikel 4.1271, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, binnen de bodemfunctieklassen landbouw/natuur en wonen alleen grond of baggerspecie toegepast, als daarin niet meer dan 5 gewichtsprocent steenachtig materiaal of hout voorkomt.

Artikel 11.9 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie 1.

Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in aanvulling op artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen grond of baggerspecie toegepastals deze voldoet aan de kwaliteitseisen en bijbehorende zones als bepaald in tabel 11.9.1. Tabel 11.9.1 afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie

17

Zones

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)

Alle zones

pH waarde is minimaal 5 en maximaal 9

Alle zones

Maximaal 200 mg/kg droge stof chloride

Alle zones

Maximaal 920 mg/kg droge stof barium

2.

Zones

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)

Wonen

Maximaal 90 mg/kg droge stof lood

Volks-/Moestuin

Maximaal 50 mg/kg droge stof lood

Asbestgevoelige locatie

Maximaal 10 mg/kg droge stof asbest (gewogen gehalte)

Met het oog op het gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stof nikkel niet voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; b. afkomstig is uit en toegepast wordt binnen de locatie 'bodembeheergebied grond en baggerspecie'; en c. voor de stof nikkel voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.9.2 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast. Tabel 11.9.2 afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie Zones

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)

Wonen

Maximaal 56 mg/kg droge stof nikkel

Artikel 11.10 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen van baggerspecie 1.

Met het oog op het beschermen van het milieu wordt in aanvulling op artikel 4.1278, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen baggerspecie toegepast als deze voldoet aan de kwaliteitseisen als bepaald in tabel 11.10.1. Tabel 11.10.1 afwijkende kwaliteitseisen voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie

2.

Zones

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)

Alle zones

Maximaal 200 mg/kg droge stof chloride

Het eerste lid is niet van toepassing als de baggerspecie wordt verspreid op een naastgelegen perceel of op percelen die reeds belast zijn met chloride in gehalten boven de kwaliteitseis. Dit dient middels een (water)bodemonderzoek of beheerplan te zijn aangetoond.

Artikel 11.11 GERESERVEERD GERESERVEERD.

Artikel 11.12 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor wegbermen buiten bebouwde kom 1.

Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in aanvulling op artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij wegbermen buiten de bebouwde kom alleen grond of baggerspecie toegepast met de kwaliteitsklassen wonen of landbouw/natuur.

2.

Onder een wegberm buiten de bebouwde kom wordt verstaan: een strook grond langs een weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet of langs een spoorweg, die buiten de bebouwde kom van de gemeente ligt. Een afstand van 10 meter geldt daarbij als maximale bermbreedte, gemeten vanaf de verhardingskant.

Artikel 11.13 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor bedrijventerreinen Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die niet voldoet aan de kwaliteitseisen, be-

18

doeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. afkomstig is uit het 'bodembeheergebied grond en baggerspecie' en toegepast wordt op een bedrijventerreinen met een oppervlakte groter dan 2 hectare; en b. de grond of baggerspecie voldoet aan de kwaliteitseisen van de kwaliteitsklassen industrie, wonen of landbouw/natuur, bedoeld in artikel 25d, tweede en derde lid van het Besluit bodemkwaliteit.

Artikel 11.14 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie PFAS Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stoffen PFOA (perfluoroctaanzuur), PFOS (perfluoroctaansulfonaten) en overige PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) niet voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; b. afkomstig is uit en toegepast wordt binnen het gebied 'zone B PFAS zonekaart'; en c. voor de stoffen PFOA en PFOS voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.14.1 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast. Tabel 11.14.1 afwijkende kwaliteitseisen zone B Zones

Stof

Kwaliteitseisen (voor standaardbodem, uitgedrukt in mg/kg droge stof)

Landbouw/natuur

PFOA

0,0023

Landbouw/natuur

PFOS

0,0024

Moestuinen en Volkstuinen

PFOA

0,0023

Moestuinen en Volkstuinen

PFOS

0,0024

Artikel 11.15 Maatwerkregel milieukwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie 1.

Voor zover de milieuverklaring bodemkwaliteit, bedoeld in artikel 4.1272, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart, wordt ook met een verkennend bodemonderzoek aangetoond dat aan het eerste en tweede lid van artikel 4.1272 van dat besluit wordt voldaan.

2.

In aanvulling op het eerste lid wordt het verkennend bodemonderzoek: a. verricht overeenkomstig de onderzoeksstrategieën voor (grootschalige) onverdachte locaties, bedoeld in NEN 5740; b. gebaseerd op een vooronderzoek dat overeenkomstig NEN 5725 is verricht waarbij het standaard stoffenpakket is aangevuld met andere verontreinigende stoffen die op grond van historie van de te onderzoeken locatie kunnen worden verwacht; en c. niet gedaan naar de kwaliteit van het grondwater.

Artikel 11.16 Maatwerkregel informatieplicht toepassen grond of baggerspecie 1.

Artikel 4.1267, tweede lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt niet.

2.

In aanvulling op artikel 4.1267, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden ook de volgende rapporten verstrekt: a. een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 11.15 als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart; b. een rapport van een bodemonderzoek als de milieuverklaring bodemkwaliteit, bedoeld in dat onderdeel, bestaat uit een verklaring op grond van een bodemonderzoek; en c. een rapport van een partijkeuring als de milieuverklaring bodemkwaliteit, bedoeld in dat onderdeel, bestaat uit een verklaring op grond van een partijkeuring.

3.

In aanvulling op artikel 4.1267 in het Besluit activiteiten leefomgeving worden extra gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt in verband met de risico's bij de toepassing van grond of baggerspecie.

Paragraaf 11.2.3 Toepassen van bouwstoffen

19

Artikel 11.17 Toepassingsbereik toepassen van bouwstoffen Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'toepassen van bouwstoffen op of in de landbodem'.

Artikel 11.18 Oogmerken toepassen van bouwstoffen De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op het voorkomen van schade aan het milieu door het gebruik van bouwstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.

Artikel 11.19 Verbod toepassen van AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in afwijking van paragraaf 4.123 van het Besluit activiteit leefomgeving, verboden AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken bestaan toe te passen.

Paragraaf 11.2.4 Opslaan van grond en baggerspecie Artikel 11.20 Toepassingsbereik opslaan van grond en baggerspecie Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie'.

Artikel 11.21 Oogmerken opslaan van grond en baggerspecie De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op het voorkomen van achteruitgang of verslechtering van de bestaande gebiedskwaliteit, waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.

Artikel 11.22 Afscherming bij opslaan grond Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen wordt, in aanvulling op paragraaf 4.122 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij het opslaan van grond van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen en industrie: a. het depot grond afgeschermd van de omgeving, en b. indien sprake is van asbesthoudende grond: de bovenzijde van het depot met een zeil afgedekt.

Artikel 11.23 Maatwerkregel informatieplicht: beëindigen activiteit In aanvulling op artikel 5.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden aan het bevoegd gezag de resultaten van het bodemonderzoek verstrekt in het bestandsformaat XML.

Paragraaf 11.2.5 Graven in bodem Subparagraaf 11.2.5.1 Algemene bepalingen graven in de bodem Artikel 11.24 Oogmerken graven in de bodem De regels in paragraaf 11.2.5 Graven in bodem zijn, in aanvulling op artikel 11.1 gesteld met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en doelmatig beheer van afvalstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.

Subparagraaf 11.2.5.2 Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 11.25 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3.

20

Artikel 11.26 Maatwerkregel graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ook van toepassing op het graven in bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) onder of gelijk aan 0,060 mg/kg droge stof.

Artikel 11.27 Maatwerkregel bodem en afval: tijdelijk uitnemen van grond 1.

Bij het terugbrengen van grond op of nabij de locatie van uitname, bedoeld in artikel 4.1222a Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de grond binnen hetzelfde werk binnen 25 meter van de herkomstlocatie en onder dezelfde omstandigheden teruggebracht. Daarbij mogen er geen aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit op de locatie waar de grond wordt teruggebracht verslechtert.

2.

In afwijking van het eerste lid kan grond binnen hetzelfde werk worden ontgraven en teruggebracht op afstanden groter dan 25 meter van de herkomstlocatie als: a. de bodemkwaliteit van het gehele werkgebied bekend is via minimaal een verkennend bodemonderzoek; en b. de terug te brengen grond van vergelijkbare of betere kwaliteit is dan de kwaliteit van de terugbrenglocatie.

3.

Bij de toepassing van het tweede lid wordt rekening gehouden met humane en ecologische risico's en de toekomstige gebruiksfunctie van de locatie.

4.

Toepassing van het tweede en derde lid blijkt uit een grondstromenplan.

Artikel 11.28 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit 1.

Indien grond binnen hetzelfde werk wordt ontgraven en teruggebracht op afstanden groter dan 25 meter van de herkomstlocatie, wordt, in aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving, ook een verkennend bodemonderzoek en het grondstromenplan, bedoeld in artikel 11.27, verstrekt.

2.

Het verkennend bodemonderzoek wordt ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

3.

In aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste een week voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij het graven in de bodem.

Subparagraaf 11.2.5.3 Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 11.29 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3.

Artikel 11.30 Maatwerkregel graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.120 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ook van toepassing op het graven in bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) van meer dan 0,060 mg/kg droge stof.

Artikel 11.31 Maatwerkregel meldingsplicht: voor het begin van de activiteit In aanvulling op artikel 4.1225, tweede lid, onder a, Besluit activiteiten leefomgeving, worden de resultaten van een bodemonderzoek ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

Artikel 11.32 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit In aanvulling op artikel 4.1226 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste vier weken voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij de het graven in de bodem.

21

Paragraaf 11.2.6 Saneren van de bodem Subparagraaf 11.2.6.1 Algemene bepalingen saneren van de bodem Artikel 11.33 Oogmerken saneren van de bodem De regels in paragraaf paragraaf 11.2.6 Saneren van de bodem zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op: a. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersysteem; b. het beschermen van het milieu waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.

Subparagraaf 11.2.6.2 Regels voor saneren van de bodem Artikel 11.34 Toepassingsbereik saneren Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'saneren van de bodem'.

Artikel 11.35 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen duurzaam aaneengesloten verhardingslaag 1.

Met het oog op het beschermen van het milieu kan, in afwijking van artikel 4.1241, derde en vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een afdeklaag worden toegepast bestaande uit: a. een halfopen verharding als hieronder tenminste 10 cm grond van de kwaliteit landbouw/natuur aanwezig is en de grond in de halfopen verharding ook van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur is; b. een boomrooster; of c. een gelijkwaardige maatregel die hetzelfde doel bereikt.

2.

Voor een gelijkwaardige maatregel, bedoeld in het eerste lid onder c, is toestemming als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet niet vereist.

Artikel 11.36 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem heeft, in afwijking van artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag de minimale dikte opgenomen in tabel 11.36.1 voor het betreffende bodemgebruik. Tabel 11.36.1 minimale dikte van de afdeklaag Minimale dikte leeflaag (in cm)

Bodemgebruik

50

Industrie- en bedrijventerreinen, groenzones industrie- en bedrijventerrein, zonneparken en wegbermen

Artikel 11.37 Maatwerkregel saneringsaanpak: terugsaneerwaarden lood en PFOA bij verwijdering van verontreiniging Met het oog op het beschermen van de gezondheid en de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verontreiniging van de bodem verwijderd door de grond te ontgraven totdat de stof die boven de waarde, bedoeld in artikel 11.55 was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan de waarde opgenomen in tabel 11.37.1 voor de betreffende zone. Tabel 11.37.1 terugsaneerwaarden bij verwijderen van verontreiniging Zone en bodemfunctieklasse/ gebruiksfunctie

Waarden stof (in mg/kg droge stof voor standaard bodem)

Lood

22

Moes- en volkstuinen

50

Wonen

90

Zone en bodemfunctieklasse/ gebruiksfunctie

Waarden stof (in mg/kg droge stof voor standaard bodem)

PFOA zone B Landbouw/natuur

0,0023

Moes- en volkstuinen

0,0023

Wonen

0,007

Industrie

0,007

PFOA zone A Landbouw/natuur

0,0019

Moes- en volkstuinen

0,0019

Wonen

0,007

Industrie

0,007

Artikel 11.38 Maatwerkregel saneringsaanpak: uitdampen naar bodemgevoelig gebouw bij verwijderen van verontreiniging Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor het saneren van de bodem op een bodemgevoelige locatie met vluchtige stoffen in de bodem boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving, de sanering uitsluitend uitgevoerd volgens de saneringsaanpak verwijderen van verontreiniging, bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 11.39 Maatwerkregel meldingsplicht saneren In aanvulling op artikel 4.1236, tweede lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de resultaten van een bodemonderzoek ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

Artikel 11.40 Maatwerkregel informatieplicht aan het begin van de activiteit saneren In aanvulling op artikel 4.1237 in het Besluit activiteiten leefomgeving worden ten minste vier weken voor het begin van de activiteit extra gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt in verband met de risico's bij het saneren van de bodem.

Subparagraaf 11.2.6.3 Regels voor grondwatersaneringen Artikel 11.41 Toepassingsbereik grondwatersaneringen Deze paragraaf is van toepassing op het saneren van de grondwaterbodem ter uitvoering van een bronaanpak als bedoeld in artikel 7.32, eerste lid, onder a, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

Artikel 11.42 Maatwerkvoorschrift grondwaterverontreiniging Een maatwerkvoorschrift voor een andere saneringsaanpak dan bedoeld in artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt alleen gesteld als deze saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater.

Artikel 11.43 Maatwerkregel saneringsaanpak grondwaterverontreiniging

23

1.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving: de sanering uitsluitend uitgevoerd volgens de saneringsaanpak verwijderen van verontreiniging als bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

2.

In afwijking van het eerste lid, kan de saneringsaanpak afdekken, bedoeld in artikel 4.1241 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast indien: a. de afdeklaag bestaat uit een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

b.

aannemelijk wordt gemaakt dat de saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater.

Artikel 11.44 Maatwerkregel informatieplicht bij begin van de grondwaterbodemactiviteit In aanvulling op artikel 4.1237 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt ook een afschrift van de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten verstrekt.

Artikel 11.45 Maatwerkregel informatieplicht bij beëindiging van de grondwaterbodemactiviteit Ten hoogste vier weken na het beëindigen van de sanering wordt een afschrift van het evaluatieverslag, bedoeld in artikel 4.1246, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, aan Gedeputeerde Staten verstrekt.

Paragraaf 11.2.7 Nazorg Artikel 11.46 Toepassingsbereik nazorg Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van nazorg als: a. saneren van de bodem heeft plaatsgevonden, waarbij een afdeklaag is aangebracht die blootstelling van mensen aan verontreiniging op of in de bodem voorkomt, op grond van: 1°. het Besluit activiteiten leefomgeving; 2°. dit omgevingsplan; 3°. een omgevingsvergunning; of 4°. een maatwerkvoorschrift; of b. tijdelijke beschermingsmaatregelen zijn getroffen, die de bron van verontreiniging niet wegnemen maar blootstelling aan de verontreiniging voorkomen in verband met een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet.

Artikel 11.47 Nazorg na afloop van saneren van de bodem Met het oog op het beschermen van de gezondheid, treft de eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie opgenomen binnen de locatie 'locaties nazorg Omgevingswet' de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van de aangebrachte afdeklaag.

Artikel 11.48 Nazorg tijdelijke beschermingsmaatregelen bij toevalsvondst Met het oog op het beschermen van de gezondheid, eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie opgenomen binnen de locatie 'locaties nazorg Omgevingswet' de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van de tijdelijke beschermingsmaatregelen.

Paragraaf 11.2.8 Historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico Artikel 11.49 Toepassingsbereik historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico Deze paragraaf is van toepassing op een activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

Artikel 11.50 Oogmerken historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op het beschermen van het milieu, waaronder het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

24

Artikel 11.51 Mitigerende maatregelen historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico 1.

Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.49 verricht, neemt in het belang van de bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.

2.

Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.49 verricht, neemt in het belang van het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen maatregelen om verdere verontreiniging van het grondwater, al dan niet indirect vanuit de vaste bodem, te voorkomen of te beperken, of als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.

Paragraaf 11.2.9 Bouwen van een bodemgevoelig gebouw Artikel 11.52 Toepassingsbereik bouwen van een bodemgevoelig gebouw 1.

Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie'.

2.

Onder een bodemgevoelig gebouw wordt verstaan: a. een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt; of b. een woonschip of woonwagen.

Artikel 11.53 Oogmerken bouwen van een bodemgevoelig gebouw De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu, waaronder het beschermen en verbeteren van de kwaliteit bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Artikel 11.54 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie' uit te voeren, voor zover de activiteit 'gebouw bouwen', 'bijbehorend bouwwerk bouwen' of 'bouwactiviteit' als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan.

Artikel 11.55 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie

25

1.

Voor de stoffen, bedoeld in bijlage XIIIa van het Besluit kwaliteit leefomgeving, gelden de interventiewaarden bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.

2.

Er is sprake van een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

3.

In afwijking van het tweede lid is het zinsdeel "in meer dan 25 m3 bodemvolume" niet van toepassing op de stof asbest.

4.

In afwijking van het eerste lid zijn voor lood de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem opgenomen in tabel 11.55.1.

5.

In afwijking van het eerste lid zijn voor PFOA de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem opgenomen in tabel 11.55.1.

Tabel 11.55.1 waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem voor lood en PFOA per gebruiksfunctie Gebruiksfunctie (in de zin van de bodemfunctiekaart en bodemfunctieklassen)

Gebruiksfunctie Waarden (in mg/kg droge stof)

Lood Landbouw/natuur

370

Wonen

370

PFOA (perfluoroctaanzuur) Landbouw/natuur

0,030

Wonen

0,030

Industrie

0,030

Artikel 11.56 Maatregelen bij overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie Het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een locatie waar sprake is van een overschrijding van de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem is uitsluitend toegestaan als een sanering van de bodem wordt uitgevoerd volgens paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 11.57 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie' worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bodemonderzoek; en b. als de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

2.

De resultaten van een bodemonderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.

Artikel 11.58 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie 1.

De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie wordt alleen verleend als: a. de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet worden overschreden; b. bij overschrijding van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1020/documents/40117